CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1179050 Bijlage 1. Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Zevenaar 2024

Raadsvergaderingen 2022-2026 1 november 2023, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/23/451092 Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Zevenaar 202423.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verordening fysieke leefomgeving

gemeente Zevenaar 2024

1

Inhoud 1. Inleiding ...........................................................................................................................................4 1.1 Aanleiding ..............................................................................................................................4 1.2 Methodiek ..............................................................................................................................4 1.3 Reikwijdte...............................................................................................................................5 1.4 Uitgangspunten......................................................................................................................5 1.5 Leeswijzer...............................................................................................................................5 2. Toelichting per hoofdstuk. ...............................................................................................................6 3. Bijlagen bij toelichting ......................................................................................................................7 Hoofdstuk 1.

Inleidende regels .........................................................................................................8 Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen voor vergunningen en ontheffingen ........................................15 Hoofdstuk 3. Geluid ........................................................................................................................17 3.1 Geluid....................................................................................................................................17 Hoofdstuk 4. Economie..................................................................................................................20 4.1 Standplaatsen en de markt ...................................................................................................20 Hoofdstuk 5.

Bodem, milieu en natuur ...........................................................................................23 5.1 Overlast dieren .....................................................................................................................23 5.2 Afvalstoffen ..........................................................................................................................23 5.3 Bomen ..................................................................................................................................25 5.4 Bodem ..................................................................................................................................27 Hoofdstuk 6 Parkeren, stallen en opslag ........................................................................................29 6.1 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade ................................................29 6.2 Openbaar water en waterstaatwerken..................................................................................32 6.3 Parkeren: plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en vergunningsbewijzen ...........33 6.4 Verbodsbepalingen...............................................................................................................35 Hoofdstuk 7 (Ondergrondse) infrastructuur en riolering

.................................................................36 7.1 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats .................................................................36 7.2 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente ...................................................................................................................................37 Hoofdstuk 8. Bouwwerken en bouwkwaliteit .................................................................................40 8.1 Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen ..............................................................40 8.2 Naamgeving en nummering .................................................................................................40 8.3 Erfgoed.................................................................................................................................41 8.4 Erfgoedcommissie................................................................................................................42 8.5 Aanwijzing gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling ..................................................................................................................................................42 2

8.6 Aanwijzing gemeentelijk monument ....................................................................................43 8.7 Bescherming gemeentelijke monumenten ...........................................................................44 8.8 Beschermde rijksmonumenten.............................................................................................45 8.9 De bescherming van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten ..............................................45 8.10 Schadevergoeding ..............................................................................................................47 8.11 Vangnet Archeologie...........................................................................................................47 Hoofdstuk 9. Veiligheid..................................................................................................................48 9.1 Veiligheid op de weg en voorkomen van overlast, gevaar of schade......................................48 9.2 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente....................................49 Hoofdstuk 10. Toezichtbepalingen .................................................................................................51 Hoofdstuk 11. Strafbepalingen.......................................................................................................52 Hoofdstuk 12.

Overgangs- en slotbepalingen .................................................................................53 Bijlage 1: Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Zevenaar 2022 ..................55

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op 1 januari 2024 zal de Omgevingswet in werking treden. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen, waardoor er minder regels zijn en er meer ruimte is voor initiatieven. De wet biedt hierdoor kansen om nog beter, efficiënter, maar ook sneller op nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving in te kunnen spelen. Om de Omgevingswet in de praktijk uit te voeren, hebben overheden verschillende instrumenten tot hun beschikking, waaronder het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Ter voorbereiding op het werken met het omgevingsplan, kunnen gemeenten er als tussenstap voor kiezen om een Verordening Fysieke Leefomgeving vast te laten stellen. De Verordening fysieke leefomgeving is een integratie van de regels over de fysieke leefomgeving uit diverse verordeningen van gemeente Zevenaar. Dit is immers ook het criterium dat de Omgevingswet hanteert voor het opnemen van verordenende bepalingen in het omgevingsplan. Middels deze verordening wordt door de gemeente Zevenaar nu alvast geanticipeerd op het werken met het omgevingsplan onder de Omgevingswet.

1.1.2 Doelstelling en subdoelstelling Het hoofddoel van deze integratie is geweest om te komen tot een eenduidige opzet en een goede onderlinge samenhang tussen artikelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Hiernaast is naar het behalen van de volgende subdoelen gestreefd: (I) praktische toepasbaarheid, (II) leesbaarheid, (III) actualiteit en (IV) afwezigheid van dubbelingen en tegenstrijdigheden.

1.2 Methodiek In 2022 zijn alle artikelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving gecentraliseerd in één overzichtelijk Excel-bestand. De eerste actie lag in het vinden van deze verordeningen, waarop de centralisatieslag volgde. Het Excel-bestand bestaat op dit moment uit ruim 800 vigerende artikelen. Deze afzonderlijke artikelen zijn allereerst geanalyseerd op basis van de volgende aspecten: - Wel/geen directe betrekking op de fysieke leefomgeving; - Type van de regel in het artikel (algemene regel, vergunningplicht, verbodsbepaling etc.). Hierna zijn de artikelen, indien mogelijk, 'gelabeld' op de volgende twee aspecten: - Thema: Milieu, Economie, Bodem etc.; - Activiteit: Milieubelastend, bouwen, kappen etc. Vanuit deze analyse is een kernteam aangesteld met diverse (vakinhoudelijke) medewerkers uit verschillende disciplines. In de verschillende overleggen die voor het kernteam zijn georganiseerd, zijn de relevante regels geanalyseerd op basis van de mate waarin deze nog actueel zijn en in aanmerking komen voor de Verordening fysieke leefomgeving. Aangezien beleidsneutraal wordt overgegaan, zijn er enkel beleidsneutrale en tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Inhoudelijke wijzigingen kunnen worden doorgevoerd zodra aan de slag wordt gegaan met het omgevingsplan.

4

1.3 Reikwijdte De Verordening fysieke leefomgeving bestaat uit een verschillende verordeningen en afzonderlijke regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Verordeningen en regels die een ander motief hebben, zoals openbare orde en veiligheid, zijn daarom niet meegenomen in de integratie. Aangezien de Omgevingswet aan de burgemeester als bestuursorgaan geen bevoegdheden toekent, zijn ook regels die de burgemeester bevoegdheden geeft niet in de Verordening fysieke leefomgeving opgenomen. Dit zijn vaak ook regels het motief openbare orde en veiligheid en deze regels komen daardoor al niet voor integratie in aanmerking. In de Verordening fysieke leefomgeving zijn de volgende verordeningen of onderdelen daarvan opgenomen: 1. Afvalstoffenverordening Zevenaar 2019 2. Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar 2023 3. Bomenverordening Zevenaar 2019 4. Bouwverordening Zevenaar 2019 5. Marktverordening Zevenaar 2019 6. Parkeerverordening Zevenaar 2017 7. Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Zevenaar 2018 8. Erfgoedverordening 2018.

1.4 Uitgangspunten De verordeningen zijn beleidsneutraal geïntegreerd, behalve op het punt van: • Begripsbepalingen en procedurele regels: Deze regels van de opgenomen verordeningen zijn zo veel mogelijk op elkaar afgestemd en vereenvoudigd; • ‘Quick wins’: Het doorvoeren van wijzigingen die de leesbaarheid en toepasbaarheid van de verordeningen ten goede komen. Dit omvat het schrappen van overbodige regels, het herschrijven van slecht leesbare regels en het logisch ordenen van regels. Her en der zijn (ondergeschikte) inhoudelijke wijzigingen aangebracht; • De VFL is technisch aangepast aan de Omgevingswet.

1.5 Leeswijzer De Verordening fysieke leefomgeving is ingedeeld in 12 hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat inleidende bepalingen. Dit betreft vooralsnog alleen een regeling van de begripsbepalingen. De daaropvolgende hoofdstukken bevatten regelingen voor diverse onderwerpen. Dit varieert van algemene bepalingen voor vergunningen, maar ook specifieke onderwerpen, zoals bomen, tot meer algemene regelingen, bijvoorbeeld voor 'omgevingshinder' in brede zin. De laatste 3 hoofdstukken zijn algemeen en gelden in samenhang met elk afzonderlijk hoofdstuk. Deze hoofdstukken bevatten procedurele regels en straf-, overgangs- en slotregels. Uitgangspunt bij het opstellen van de verordening was om de regels die de verordeningen gemeen hebben (bijvoorbeeld regels over beslistermijnen en toezicht), te bundelen in één van de algemene hoofdstukken. In hoofdstukken 10, 11 en 12 is daarom zo veel mogelijk de algemene lijn uit de verschillende verordeningen gedestilleerd. Desondanks was het niet mogelijk om alle procedurele bepalingen bij elkaar te zetten. Sommige verordeningen bevatten regelingen die zo specifiek zijn dat ze zich niet leenden voor opname in de algemene bepalingen. In die gevallen is de specifieke procedurele regel gehandhaafd in het inhoudelijke hoofdstuk.

5

2. Toelichting per hoofdstuk. 1. Inleidende regels De meeste verordeningen en bestemmingsplannen (nu tijdelijk omgevingsplan) beginnen met een opsomming van begripsbepalingen. In deze verordening zijn al deze begripsbepalingen samengevoegd en waar mogelijk geharmoniseerd. 2. Algemene bepalingen voor vergunningen en ontheffingen In hoofdstuk 2 komen de algemene bepalingen aan bod. 3. Geluid In dit hoofdstuk zijn de bepalingen die betrekking hebben op geluid opgenomen. Het gaat om de regels uit de volgende verordening: • Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar 2023 (deel van Afdeling 1: Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting, te weten de artikelen 4:1, 4:2, 4:3, 4:5, 4:6 tot en met 4: 4:6c). Alleen artikel 4:6d blijft in de APV staan. Het gaan om: - Mosquito (artikel 4:6d). Geen fysieke component. 4. Economie Binnen dit hoofdstuk worden de bepalingen die betrekking hebben op economische aspecten in relatie tot de fysieke leefomgeving weergegeven. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar 2023 (hoofdstuk 5, afdeling 4 als geheel m.b.t. standplaatsen, te weten de artikelen 5:17 tot en met 5:20); • Marktverordening Zevenaar 2019 (gehele Marktverordening). 5.

Bodem, milieu en natuur De samenvoeging van de onderdelen bodem, milieu en natuur komt voort uit de samenhang tussen de onderwerpen. Het in de verordening opnemen van aparte hoofdstukken hiervoor, zou kunnen leiden tot verwarring. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Afvalstoffenverordening Zevenaar 2019 (artikel 2 en artikelen 14 t/m 19); • Algemene Plaatselijke Verordening 2018 Gemeente Zevenaar (artikel 2.60, 5:35- 5:37); • Bouwverordening Zevenaar 2019 (artikelen 2.1.5, 2.4.1, 2.4.2 en 10.6); • Bomenverordening Zevenaar 2019 (als geheel opgenomen in VFL). 6. Parkeren, stallen en opslag Parkeren wordt als apart hoofdstuk behandeld. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar 2023 (artikelen 2:51, 2:52, 4:18, 4:19 en 5:2-5:12, 5:24, 5:25); • Parkeerverordening Zevenaar 2017 (als geheel opgenomen in de VFL). 7. (Ondergrondse) infrastructuur Infrastructuur is een breed onderwerp, hierdoor zijn er meerdere bepalingen op van toepassing uit verschillende verordeningen. Om ervoor te zorgen dat deze eenduidig geborgd worden binnen de verordening is er ook voor infrastructuur een apart hoofdstuk opgesteld. Vooralsnog heeft dit 6

hoofdstuk om technisch-juridische redenen alleen betrekking op bepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening. De volgende verordening wordt bij een eerstvolgende wijziging van de Vfl opgenomen: - Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur. Infrastructuur is een breed onderwerp, hierdoor zijn er meerdere bepalingen op van toepassing uit verschillende verordeningen. Om ervoor te zorgen dat deze eenduidig geborgd worden binnen de verordening is er ook voor infrastructuur een apart hoofdstuk opgesteld. Regels van de volgende verordeningen zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar 2023 (artikelen 2:10-2:12, 2:21, 4:13 en 4:16). 8. Bouwen en Bouwkwaliteit Vanwege de bouwopgave die vanuit het rijk en de provincie geambieerd wordt, is het handig om een hoofdstuk specifiek op dit thema te richten. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Bouwverordening Zevenaar 2019 (artikelen 7.3.1. en 10.6); • Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Zevenaar 2018 (geheel opgenomen); • Erfgoedverordening Zevenaar 2018 (geheel overgenomen). 9. Veiligheid Omdat veiligheid een belangrijk onderwerp is binnen de fysieke leefomgeving en hier meerdere regels aan worden gewijd, is ook het thema veiligheid ondergebracht in een apart hoofdstuk.

Regels van de volgende verordening zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar 2023 (artikelen 2:14, 2:15, 2:18, 2:19, 2:42 (plakken en kladden), 2:45b, 4:9, 4:9a en 5:32- 5:34). 10. Toezichtbepalingen In hoofdstuk 10 bevinden zich alle regels met betrekking tot toezicht. 11. Strafbepalingen In hoofdstuk 11 bevinden zich de strafbepalingen uit alle regels. 12. Overgangs- en slotbepalingen In hoofdstuk 12 bevinden zich de overgangs- en slotbepalingen uit alle regels.

3. Bijlagen bij toelichting

1. Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Zevenaar 2022 Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Zevenaar 2024 Officiële titel en citeertitel Wettelijke grondslag Datum aanmaak

Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Zevenaar 2024 Artikel 149 van de Gemeentewet 6 september 2023

7

Hoofdstuk 1. Inleidende regels Artikel 1.1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. (huis)aansluiting

het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt ten behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met d, van de Wet Waardering Onroerende Zaken, of meteen ander netwerk.

2. Afgebakend terrein

een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is.

3. Anciënniteitlijst

de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats.

4. Archeologisch monument

archeologisch monument, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.

5. Archeologisch onderzoek

werkzaamheden met betrekking tot het bodemarchief die ten behoeve van de archeologische monumentenzorg worden uitgevoerd volgens de eisen zoals gesteld door het college van burgemeester en wethouders en de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

6. Archeologisch veldonderzoek

inventariserend veldonderzoek en archeologische opgraving conform de eisen van het college en de KNA.

7. Archeologische waarden

waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die in de ondergrond zitten en die een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling.

8. Asverstrooiing

het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent.

9. Bebouwde kom

het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.

8

10. Belanghebbendenplaats

een parkeerplaats die a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of b. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschriftzone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd.

11. Beschermd monument

(rijks)monument of archeologisch monument dat staat ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister of dat staat ingeschreven in het Rijksmonumentenregister.

12. Beschermd stad- of dorpsgezicht

een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke en/ of cultuurhistorische waarde, waarin zich al dan niet één of meer monumenten bevinden en welke groep ingevolge deze verordening is opgenomen in het gemeentelijke erfgoedregister.

13. Beschrijving gemeentelijk monument

een beschrijving betreft een rapportage van de bouwhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of archeologische waarden.

14. Bouwhistorisch onderzoek

rapportage waarin de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk of structuur wordt vastgesteld, dat naar het oordeel van het college voldoet aan de ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ uitgave Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

15. Bovengronds cultuurhistorisch onderzoek

onderzoek naar bovengrondse sporen, objecten, patronen en structuren uit het verleden ten einde de cultuurhistorische waarden daarvan te kunnen bepalen/vaststellen.

16. Bevoegd gezag

het college tenzij een bijzondere wet bepaalt dat er een ander bestuursorgaan is.

17. Boom

een houtachtig, overblijvende gewas, daaronder mede verstaan minder vitaal of dood gewas, meteen dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.

18. Bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.

19. Bromfiets

het geen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.

20. Collectieve festiviteit

Festiviteiten (zoals Carnaval, Koningsnacht, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Kermis, Schuttersfeest, Oudejaarsavond, Nieuwjaarsnacht) die niet specifiek gebonden is aan één of een

9

klein aantal inrichtingen. Voor inrichting zie de begripsbepaling in artikel 38 uit hoofdstuk 1. 21. College

het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar.

22. Cultuurgoed

roerende zaak die deel uit maakt van het cultureel erfgoed.

23. Cultureel erfgoed

uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden.

24. Evenement

1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet en de begripsbepaling onder 1.1.1. c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; g. de van gemeentewege georganiseerde jaarlijkse kermissen; h. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging op een openbare plaats op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg. e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (een klein evenement). f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s. 3. In deze afdeling wordt onder een klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. het evenement plaatsvindt tussen 10.00 en 23.00 uur; c.

er geen verkeersmaatregelen vereist zijn, anders dan het onttrekken van parkeerplaatsen en het eventueel afsluiten van een straat met een beperkte verkeersfunctie. 10

d. het evenement voldoet aan de risicocategorie 0 ‘te melden evenement’; 4. Evenementen worden op basis van de uitkomst van een risicoscan ingedeeld in de volgende risicocategorieën: a. Te melden evenement (0) ‘Evenement’ waarbij geen risico’s te verwachten zijn voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en die geen maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag. b. Regulier evenement (A): ‘Evenement’ waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. c. Aandachts evenement (B): ‘Evenement’ waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. d.

Risicovol evenement (C): ‘Evenement’ waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. 25. Gebouw

Gebouwen zoals bedoeld in bijlage 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

26. Geluidsgevoelige gebouwen

Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 3.21 Besluit kwaliteit leefomgeving.

27. Geluidsgevoelige terreinen

locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als ligplaats voor woonschepen of als standplaats voor woonwagens.

28. Gemeentelijk adviescommissie ruimtelijke kwaliteit

de commissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet die naast Rijksmonumenten ook adviseert over gemeentelijke monumenten, (gemeentelijk) beschermde stads- of dorpsgezichten en omgevingsplanactiviteiten.

29. Gemeentelijk erfgoedregister

de lijst waarop zijn geregistreerd de in overeenstemming met deze verordening als gemeentelijk monument of gemeentelijk cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling aangewezen zaken.

11

30. Gemeentelijk monument

monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister.

31. Grondwater

water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen.

32. Handelsreclame

iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.

33. Houder van inrichting

degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft.

34. Houtopstand

één of meer bomen, hakhout, een houtwal, meidoornhagen, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg.

35. Iepenspintkever

het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.)en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.

36. Iepziekte

de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf.

37. Incidentele festiviteit

Festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen. Voor inrichting zie de begripsbepaling in artikel 38 uit hoofdstuk 1.

38. Inrichting(en)

Dichtbij elkaar gelegen onderdelen van dezelfde onderneming of instelling met onderlinge technische, organisatorische of functionele bindingen, zijn één inrichting.

39. Kampeermiddel

Een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

40. Karakteristiek

een zaak die op basis van het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan) als zodanig isaangeduid, dan wel een beeldondersteunend object.

41. Markt

de door het college ingestelde warenmarkt.

42. Marktmeester

de persoon die als zodanig is aangewezen door het college.

43. Monument

een monument zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.

44. Motorvoertuig

het geen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

12

45. NEN

een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm.

46. Nummeraanduiding

dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, met dien verstande dat deze bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of cijfer combinatie [en ook betrekking kan hebben op een afgebakend terrein].

47. Onder het centrum van Zevenaar

Onder het centrum van Zevenaar wordt verstaan het gebied tussen Kampsingel, Bommersheufsestraat, Schoolstraat, Didamsestraat, Wittenburgstraat, Weverstraat, de Markt, Kerkstraat, Nieuwe Doelenstraat, Molenstraat, Schievestraat en Haspelstraat.

48. Onversterkt muziek

Muziek die niet elektronisch is versterkt.

49. Openbaar water

wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.

50. Openbare plaats

een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld in artikel 67 uit hoofdstuk 1.

51. Parkeerapparatuur

parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en het geen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

52. Parkeerapparatuurplaats

een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur.

53. Parkeerschijfzone

een zone als bedoeld in artikel 25 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (blauwe zone).

54. Parkeren

het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

55. Perceel

een onroerende zaak, een stuk grond, al dan niet met bebouwing, die met erf en tuin een eenheid vormt.

56. RVV 1990

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

57. Spoedeisende werkzaamheden

reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden.

13

58. Standplaats

1. het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen, verstrekken of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement zoals bedoeld artikel 1.1.1 onder 25 van deze verordening.

59. Standwerken

de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel.

60. Standwerkersplaats

de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken.

61. Vaste standplaats

de standplaats die voor onbepaalde tijd of een termijn van exact 10 jaar ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder.

62. Vellen

kappen of rooien, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de waardevolle houtopstand tot gevolg kunnen hebben.

63. Vergunninghouder

de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;

64. Vergunninghouderstandplaats

degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats.

65. Voertuig

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen.

66. Waardevolle houtopstanden

de als zodanig door het college aangegeven houtopstanden, zoals opgenomen op de lijst van waardevolle houtopstanden.

67. Weg

het geen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

14

Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen voor vergunningen en ontheffingen 2.1.1 Toepasselijkheid 1. Dit hoofdstuk is van toepassing voor zover andere van toepassing zijnde wet- of regelgeving of specifieke regels in deze verordening niet anders bepalen. 2.1.2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij elders in deze verordening of in een andere wettelijke regeling een andere beslistermijn is gesteld of afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is verklaard. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste zes weken verdagen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. 2.1.3 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. 2.1.4 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1.

De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. 2.1.5 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het c. verlenen van de vergunning of ontheffing , intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; d. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; e. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; f. of de houder dat verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. 2.1.6 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2.

De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

15

2.1.7 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan, onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, een vergunning of ontheffing weigeren. Indien de aanvrager voorschriften, verbonden aan een eerdere vergunning of ontheffing voor een soortgelijke activiteit of beperkingen waaronder zo’n vergunning of ontheffing is verleend, niet heeft nageleefd en het vermoeden gerechtvaardigd is dat indien de gevraagde vergunning of ontheffing wordt verleend, hij ook daaraan verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij zou worden verleend, niet zal naleven. 3. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager deze nodig heeft.

16

Hoofdstuk 3. Geluid 3.1 Geluid 3.1.1 Aanwijzing collectieve festiviteiten (was artikel 4:2 APV) 1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.71 van de Bruidsschat en artikel 3.1.3 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen en locaties. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 22.239 van de Bruidsschat gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen en locaties. 3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer door het college aangewezen locaties of wijken. 4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de collectieve festiviteit, bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7.

De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek. De bedrijfsduurcorrectie wordt buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.71 van de Bruidsschat en artikel 3.1.3 uiterlijk om 01.00 uur beëindigd, tenzij burgemeester en wethouders anders hebben bepaald. 3.1.2 Kennisgeving incidentele festiviteiten (was artikel 4:3 APV) 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 dag of dagdelen per kalenderjaar in verband met al dan niet vergunningplichtige incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.71 van de Bruidsschat en artikel 3.1.3 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan melding heeft gedaan. 2.

Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van al dan niet vergunningplichtige incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 22.239 van de Bruidsschat niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan melding heeft gedaan. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de incidentele festiviteit, bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek. De bedrijfsduurcorrectie wordt buiten beschouwing gelaten. 17

8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.71 van de Bruidsschat en artikel 3.1.3, uiterlijk om 01.00 uur beëindigd, tenzij burgemeester en wethouders anders hebben bepaald. 3.1.3 Onversterkte muziek (was artikel 4:5 APV) 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 22.70 eerste lid onder i. en 22.63 van de Bruidsschat binnen inrichtingen (daarvoor aangewezen activiteiten) is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze geluidsgevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij geluidsgevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. e. Tabel:

LAr,LT op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen LAr, LT in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen LAmax op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen LAmax in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen

7.00 – 19.00 uur

19.00 – 23.00 uur

23.00 – 7.00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A

45 dB(A)

2. Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de uren tussen 7.00 en 23.00 uur uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing. 3. Het eerste lid geldt niet indien artikel 3.1.1 of artikel 3.1.2 van deze verordening van toepassing is.

18

3.1.4 Overige geluidhinder (was artikel 4:6 APV) 1. Het is verboden buiten een inrichting toestellen of (geluids)apparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, of de provinciale omgevingsverordening. 3.1.5 a (Geluid)hinder door dieren (was artikel 4:6a APV) Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt. 3.1.5 b (Geluid)hinder door motorvoertuigen, bromfietsen e.d. (was artikel 4:6b APV) Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat. 3.1.5 c Verbod oplaten sfeerballonnen (was artikel 4:6c APV) 1. Het is verboden één of meerdere sfeerballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen. 2.

Onder sfeerballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon of soort gelijk te stellen ballonnen.

19

Hoofdstuk 4. Economie 4.1 Standplaatsen en de markt 4.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (was artikel 5:18 APV) 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend (tijdelijk) omgevingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.7 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang; c. in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid. 4.1.2 Toestemming rechthebbende (was artikel 5:19 APV) Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. 4.1.3 Afbakeningsbepalingen (was artikel 5:20 APV) 1. Het verbod van artikel 4.1.1 eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hogere regelgeving. 2. De weigeringsgrond van 4.1.1, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. 4.1.4 Inrichting van de markt; branche-indeling (was artikel 2 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) 1.

Het college bepaalt ten aanzien van de markt: a. het aantal standplaatsen; b. de afmetingen van de standplaatsen; c. de opstelling en indeling van de markt; d. welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en als standwerkersplaats. 2. Het college kan voor de markt vaststellen: a. een lijst met artikelengroepen of branches; b. een maximum aantal standplaatsen per branche 4.1.5 Nadere regels (was artikel 3 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. 4.1.6 Voorschriften en beperkingen (was artikel 4 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) 1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

20

4.1.7 Standplaatsvergunning voor de weekmarkt (was artikel 5 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) 1. Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college. 2. Een vaste standplaatsvergunning geldt voor 10 jaar voor de op de vergunning vermelde standplaats, tenzij de vergunning anders bepaalt. Het college kan in bijzondere gevallen een andere standplaats aanwijzen of een andere geldigheidstermijn bepalen. 4.1.8 Waarnemen (was artikel 6 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) Een vergunninghouder van een vaste plaats kan een vergunning aanvragen bij het college om zijn vaste plaats te laten waarnemen door een met name genoemde persoon. 4.1.9 Overschrijving vaste standplaatsvergunning (was artikel 7 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) 1. In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, of ingeval van bedrijfsbeëindiging kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde voor de duur van de resterende looptijd van de vergunning. 2.

Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind of een medewerk(st)er van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij persoonlijk voldoet aan de vereisten in artikel 4.1.10 voor de duur van de resterende looptijd van de vergunning. 3. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 4. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel. 4.1.10 Vereisten (was artikel 8 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college. 4.1.11 Intrekking vaste standplaatsvergunning (was artikel 9 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) 1. Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 4.1.9 van het marktreglement van de gemeente de vergunning wordt overgeschreven. 2. Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken: a.

indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 4.1.10 genoemde vereisten. 3. Indien degene op wie een vergunning ingevolge 4.2.1 van het marktreglement van de gemeente is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere marktplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.

21

4.1.12 Intrekking en schorsing vaste standsplaatsvergunning (was artikel 10 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) Onverminderd het bepaalde in artikel 4.1.11 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem waarneemt of bijstaat: a. het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 4.1.13 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker (was artikel 11 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats; d. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

4.1.14 Onmiddellijke verwijdering (was artikel 12 van de Verordening op de weekmarkt voor de gemeente Zevenaar 2019) Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats.

22

Hoofdstuk 5. Bodem, milieu en natuur 5.1 Overlast dieren 5.1.1 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren (was artikel 2.60 van de APV) 1. Het college kan buiten een inrichting plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; of b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels; of c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of te voeren. 2. Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een groter aantal dan door het college is aangegeven. 3. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. 5.1.2 Verontreiniging door honden (was artikel 2:58 APV) 1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: a. op openbare plaatsen binnen de bebouwde kom; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; c.

op een andere door het college aangewezen plaats. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt. 3. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

5.2 Afvalstoffen 5.2.1 Doelstelling (was artikel 2 Afvalstoffenverordening gemeente Zevenaar 2019) De toepassing van deze paragraaf is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen. 5.2.2 Dumpingsverbod (was artikel 14 Afvalstoffenverordening gemeente Zevenaar 2019) 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: 23

a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Omgevingswet. 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel. 5.2.3 Zwerfafval in de openbare ruimte (was artikel 15 Afvalstoffenverordening gemeente Zevenaar 2019) 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan a. buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde b. afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3.

Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen. 5.2.4. Zwerfafval rondom inrichtingen (was artikel 16 Afvalstoffenverordening gemeente Zevenaar 2019) 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet. 5.2.5. Afval en verontreiniging op de weg (was artikel 17 Afvalstoffenverordening gemeente Zevenaar 2019) 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2.

Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt of diens opdrachtgever zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren. 5.2.6. Geen opslag van afval in de open lucht (was artikel 18 Afvalstoffenverordening gemeente Zevenaar 2019) Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting op te slaan of opgeslagen te hebben, met uitzondering de door burgermeester en wethouders daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. 24

5.2.7. Ontdoen van autowrakken (was artikel 19 Afvalstoffenverordening gemeente Zevenaar 2019) 1. Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

5.3 Bomen 5.3.1 Waardevolle houtopstanden (was artikel 2 Bomenverordening Zevenaar 2019) 1. Het college stelt een lijst met de waardevolle houtopstanden vast (https://www.zevenaar.nl/waardevolle-en-monumentale-bomen) , waarvoor op basis van deze verordening een vergunning tot vellen aangevraagd moet worden. Bij de beoordeling van aanvragen voor vergunningen raadpleegt het college deze lijst. 2. Bij het opstellen van de lijst met de waardevolle houtopstanden spelen met name de volgende aspecten een rol: - de natuurwaarde van de houtopstand; - de landschappelijke waarde van de houtopstand; - de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; - de waarde van de houtopstand voor de straat en het dorpsschoon; - de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand; - de beeldbepalende waarde van de houtopstand. 3. De lijst met de waardevolle houtopstanden (zie https://www.zevenaar.nl/waardevolle-enmonumentale-bomen) omvat in ieder geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de standplaats, adres en huisnummer, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van registratie van iedere houtopstand. 4. De lijst met de waardevolle houtopstanden wordt minimaal één keer vijf jaar geactualiseerd en door het college vastgesteld. Een ieder kan zijn of haar zienswijze naar voren brengen ten aanzien van de geactualiseerde ontwerplijst. 5.

Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan de waardevolle houtopstanden aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens met toestemming van het college. 6. De gemeenteraad stelt een regeling vast voor het subsidiëren van kosten die noodzakelijk zijn voor het duurzaam instandhouden van de waardevolle/monumentale bomen en bijzondere houtopstand. 5.3.2. Verbod tot vellen (was artikel 3 Bomenverordening Zevenaar 2019) 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de als waardevolle houtopstanden aangemerkte houtopstanden te vellen of te doen vellen, alsmede handelingen, zowel het boven- als ondergronds te verrichten, die de dood of ernstige beschadiging van deze houtopstanden ten gevolge kunnen hebben. 2. Het verbod geldt niet voor waardevolle houtopstanden die moeten worden geveld op grond van de Plantenziektewet óf op grond van een aanschrijving op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.3.6. en 4.3.7 óf indien sprake is van direct gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang. Het college kan in de laatstgenoemde situatie een herplantplicht opleggen. 5.3.3. Aanvraag vergunning (was artikel 4 Bomenverordening Zevenaar 2019) 1. De vergunning moet schriftelijk gemotiveerd met behulp van het door het bevoegd gezag vastgesteld formulier worden aangevraagd bij het college door of namens dan wel met

25

toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 2. De aanvraag kan mondeling worden ingediend indien er sprake is van een spoedeisend belang wegens calamiteiten of ernstige bedreiging van de houtopstand. 5.3.4. Criteria (was artikel 5 Bomenverordening Zevenaar 2019) Het college weigert de vergunning, tenzij: a. sprake is van een gevaarlijke situatie voor zaken of personen door instabiliteit van de houtopstand; b. het bevoegd gezag bij afweging van het belang bij het behoud van de houtopstand tegenover andere zwaarwegende belangen tot de conclusie komt dat een vergunning gerechtvaardigd is. 5.3.5. Beslistermijn (was artikel 6 Bomenverordening Zevenaar 2019) Artikel 16.64 van de Omgevingswet is van toepassing op een aanvraag om een vergunning. 5.3.6. Vergunningsvoorschriften (was artikel 7 Bomenverordening Zevenaar 2019) 1. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant 2. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 5.3.7.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=d46bd8ea-66a3-4f4c-b11d-fba3eebaf2f5