CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1176507 Bijlage 3. Toelichting Nieuwe Steeg 9 (vastgesteld)

Raadsvergaderingen 2022-2026 1 november 2023, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/22/437578 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar10.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij een quickscan wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Naar aanleiding van de quickscan kan worden geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zullen zijn op strikt beschermde plant- en diersoorten. Er is daarom geen nader ecologisch onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder een ontheffing van de Wet natuurbescherming. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.10 Verkeer en parkeren Algemeen Bij ruimtelijke initiatieven moet worden aangetoond dat het initiatief geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. Verkeer Met de ontwikkelingen binnen het plangebied worden geen extra verkeersbewegingen beoogd. Op moment dat er herstelwerkzaamheden moeten plaatsvinden in het midden en oostelijke deel van de het beheersgebied moeten de werknemers van de onderhoudsdienst momenteel eerst naar Duiven rijden om grond op te halen. Dit geldt ook de afzet van vrijkomende reststoffen. Dit heeft tot gevolg dat er veel tijd wordt verloren met de transportbewegingen, en zorgt voor een toename in brandstofverbruik. Om de transportbewegingen, en hiermee tijd en brandstof te besparen, is er vanuit de onderhoudsdienst de wens gekomen om een opslagplaats te creëren bij de werkplaats te Zevenaar. Kortom, de efficiëntie komt ten goede doordat er minder kilometers gereden hoeven te worden. Parkeren

30

Om de toekomstige parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de in het 'Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Zevenaar' genoemde parkeernormen. De parkeerbehoefte in de zone 'buitengebied' bedraagt bij het type 'Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)' 1,05 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Het bestemmingsplan maakt 2.000 m2 aan bvo in het plangebied mogelijk. Hiermee komt het aantal benodigde parkeerplaatsen in het plangebied op 21 parkeerplaatsen. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 22 formele parkeerplaatsen, waarmee er binnen het plangebied voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Verder biedt het terrein voldoende ruimte voor ook 'informeel' parkeren. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.11 Economische uitvoerbaarheid Algemeen Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan dan wel ruimtelijke onderbouwing onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling valt niet onder een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Met de ontwikkeling zijn geen kosten voor de gemeente gemoeid, anders dan kosten die op basis van de gemeentelijke legesverordening in rekening zullen worden gebracht. Daarnaast wordt met de initiatiefnemer een planschade overeenkomst gesloten, teneinde eventuele kosten voor de gemeente te kunnen verhalen op initiatiefnemer. Het verhaal van kosten is daarmee anderszins verzekerd, waarmee het opstellen van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

4.12 Maatschappelijkeuitvoerbaarheid De bewoners rondom het plangebied zijn allemaal telefonisch op de hoogte gebracht van de uitbreidingsplannen van het waterschap. De persoon die de grond waarop de uitbreiding plaatsvindt (na de aankoop van het Waterschap) pacht, is ook akkoord met de ontwikkeling. Hiermee is de maatschappelijke uitvoerbaarheid gewaarborgd.

31

Hoofdstuk 5

Juridische planaspecten

5.1

Algemeen

5.1.1

Wat is een bestemmingsplan

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 5.1.2

Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.

32

5.1.3

Hoofdstukindeling van de regels

De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

33

5.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan

In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Agrarisch' 'Bedrijf', 'Groen' en de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' opgenomen. Agrarisch (Artikel 3) De bestemming 'Agrarisch' betreft de strook tussen de groenbestemming en de westelijke zijde van de plangebied. Deels loopt de bestemming 'Agrarisch' onder de dubbelbestemming 'Leiding - Riool'. In agrarisch gebied zijn alle soorten agrarische bedrijven (veeteelt, akkerbouw, tuinbouw, fruitteelt) en agrarische hulpbedrijven toegestaan. Tevens wordt ruimte geboden aan activiteiten die verbonden zijn met het buitengebied – die niet vallen onder de definitie van een agrarisch bedrijf- zoals paardenpension, stalhouderij), extensieve dagrecreatie. Bij extensieve dagrecreatie gaat het om vormen van extensief medegebruik als wandelpaden, fietspaden en ruiterpaden, aanlegsteigers (primaat waterschap). Benoemde activiteiten zonder bebouwing (gebruik) is binnen de bestemming mogelijk Bedrijf (Artikel 4) In de huidige situatie is een groot deel van het plangebied al bestemd als 'Bedrijf'. Hierbij heeft het bedrijf een specifieke functieaanduiding, namelijk 'specifieke vorm van bedrijf - 25'. Binnen dit bestemmingsplan is gekozen om dezelfde bestemming, namelijk bedrijf met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 25', toe te wijzen aan het bedrijf inclusief de uitbreidingslocatie.

Hiermee wordt alleen het huidige gebruik en de uitbreiding van het bedrijf mogelijk gemaakt. Groen (Artikel 5) Het betreft hier brede bermen langs wegen, plantsoenen en andere groenvoorzieningen. Het betreft groenelementen die visueel/ landschappelijk van betekenis zijn en/of welke een visuele afschermende werking hebben van activiteiten, infrastructuur of gebouwen. Binnen deze bestemming is geen bebouwing toegestaan. Leiding - Riool (Artikel 6) Deze dubbelbestemming betreft de binnen het plangebied aanwezige ondergrondse (hoofdtransport)leidingen. De (hoofdtransport)leidingen zijn overeenkomstig hun bestaande situatie bestemd en als zodanig beschermd. Het betreft hier ondergrondse rioolleidingen. Binnen de ontwikkeling wordt de leiding deels verlegd, waardoor het noodzakelijk is deze dubbelbestemming op te nemen in het bestemmingsplan. Daarnaast is de leiding momenteel bestemd als 'Leiding - Gas', terwijl het hier gaat om een riool leiding. Dit zal worden aangepast voor het deel dat binnen de plangrenzen van dit bestemmingsplan valt. 5.2.2

Algemene regels

Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

34

Hoofdstuk 6

Procedure

Voorontwerp Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Voor dit plan is overleg gevoerd met de provincie en de beheerder van de gasleiding. Een verslag hiervan wordt bij de besluitvorming over het ontwerpbestemmingsplan betrokken. Ontwerp Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Een verslag van eventuele zienswijzen wordt door de gemeenteraad bij de (al dan niet gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan betrokken. Vaststelling en beroep Na vaststelling door de raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Van ontwerpbestemmingsplan naar vaststelling Zienswijzen Het bestemmingsplan heeft vanaf 29 juni gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad van de gemeente Zevenaar. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Ambtelijke aanpassingen Daarnaast is er een ambtelijke aanpassing doorgevoerd in de toelichting, regels en verbeelding van onderhavig bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan bevatte gronden waaraan alleen de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' was toegekend. Besloten is om aan deze gronden, inclusief de gronden tussen de in onderhavig bestemmingsplan mogelijke gemaakte groenbestemming en de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' tevens de enkelbestemming 'Agrarisch' toe te kennen. De bestemming 'Agrarisch' is geconsolideerd opgenomen.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=0647d068-1276-47c9-a594-d54f4624c8ef