1176208 Bijlage 5: Toelichting en regels BP Wegensteunpunt
Tekst van het document
Bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar Gemeente Zevenaar
NL.IMRO.0299.BP00WEGENSTEUNPNT-VA02 ONTWERP 22 augustus 2023
Contactpersoon L.B. T M E
Arcadis Nederland B.V.
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
7 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Vigerende bestemmingsplan
8
1.3
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het plangebied
11
2.1
Situatie tot 2021
11
2.2
Feitelijk bestaande situatie
12
Hoofdstuk 3
Planologisch kader
15
3.1
Rijksbeleid
15
3.2
Provinciaal beleid
17
3.3
Gemeentelijk beleid
18
Hoofdstuk 4
Milieuplanologische aspecten
20
4.1
Akoestiek
20
4.2
Archeologie
28
4.3
Bodem
30
4.4
Ecologie
33
3
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
4.5
Externe veiligheid
42
4.6
Luchtkwaliteit
44
4.7
Niet gesprongen explosieven (NGE)
47
4.8
Verkeer en parkeren
48
4.9
Water
48
4.10 Kabels en leidingen
Hoofdstuk 5
Juridische aspecten
55
56
5.1
Inleiding
56
5.2
Opzet regels en verbeelding
56
5.3
Toelichting op de bestemmingsregeling
56
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
59
6.1
Inleiding
59
6.2
Financiële uitvoerbaarheid
59
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
59
Bijlagen
63
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek, Witteveen + Bos, 2023.
64
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek, Tauw, 2019.
154
Bijlage 3
Archeologisch verkennend booronderzoek, RAAP, 2020.
197
Bijlage 4
Bodemonderzoek, Witteveen+Bos, 2020.
221
Bijlage 5
Aanvullend grondwateronderzoek, Witteveen + Bos, 2020
417
Bijlage 6
Bodemadvies Grondwater, ODRA, 2020.
462
Bijlage 7
Ecologisch onderzoek, Tauw, 2019.
468
Bijlage 8
Oplegnotitie Ecologisch onderzoek, Tauw, 2020.
489
Bijlage 9
Stikstofdepositie onderzoek, Witteveen + Bos, 2020.
493
Bijlage 10
Stikstofdepositie onderzoek gebruiksfase, Witteveen + Bos, 2023
560
Bijlage 11
Ecologische beoordeling n.a.v. aangepaste berekeningen, Arcadis, 2023
576
Bijlage 12
Ecologisch werkprotocol, Tauw, 2020.
581
4
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Bijlage 13
Beoordeling stikstofdepositie, Arcadis, 2020
598
Bijlage 14
Externe veiligheid onderzoek, Arcadis, 2020.
603
Bijlage 15
Luchtkwaliteit onderzoek, Arcadis, 2020.
607
Bijlage 16
NGE onderzoek, T&A Survey, 2020
611
Bijlage 17
Waterparagraaf, Arcadis, 2020.
704
Bijlage 18
Bemalingsadvies, Arcadis, 2020.
716
Regels Hoofdstuk 1
723 Inleidende regels
724
Artikel 1
Begrippen
724
Artikel 2
Wijze van meten
726
Bestemmingsregels
727
Artikel 3
Verkeer
727
Artikel 4
Waarde - Natuur en landschap
729
Algemene regels
731
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
731
Artikel 6
Algemene bouwregels
732
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
733
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
734
Artikel 9
Overige regels
736
Overgangs- en slotregels
737
Artikel 10
Overgangsrecht
737
Artikel 11
Slotregel
738
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
5
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
6
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Met het oog op de veiligheid en doorstroming van het verkeer wil Rijkswaterstaat het ontstaan van gladheid door winterse omstandigheden zoveel mogelijk voorkomen. De gladheidsbestrijding is daarom een belangrijke taak van Rijkswaterstaat, die ruim 3.000 km weg in beheer heeft. Bij kans op gladheid strooit RWS preventief zout om deze (snel)wegen veilig te houden. Door technische veroudering en een te geringe capaciteit is het huidige wegensteunpunt aan de Nieuwe Steeg 6 in de gemeente Zevenaar aan vervanging toe. Het nieuwe steunpunt wordt ontwikkeld op de locatie van de oude grenspost Bergh in de gemeente Zevenaar (zie onderstaande figuur). De nieuwbouw is onderdeel van het project 'Wegensteunpunten Cluster 2' en van het programmaplan wegensteunpunten van de afdeling Vastgoed, onderdeel van Rijkswaterstaat Corporate Dienst.
Figuur: Toekomstige locatie wegensteunpunt Zevenaar op locatie van oude grenspost Bergh.
7
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
In 2020 is het bestemmingsplan 'Wegensteunpunt Zevenaar' [NL.IMRO.0299.BP00WEGENSTEUNPNT-VA01] vastgesteld. Echter op 15 juni 2022 is het bestemmingsplan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd; zie deze link voor de uitspraak. De Afdeling concludeert daarin het volgende: "In wat [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit moet worden vernietigd. Gelet op de aard van het gebrek in het bestreden besluit komt de Afdeling niet toe aan een bespreking van de overige beroepsgronden van [appellant]. De raad zal alsnog zelf een onderzoek moeten laten doen naar het L95. Daarbij merkt de Afdeling op dat [appellant] het wegensteunpunt niet wil tegenhouden. [appellant] wil dat geluidreducerende maatregelen worden genomen. Aan de hand van het nieuwe geluidonderzoek zal de raad moeten bezien of dergelijke maatregelen, zoals een geluidwal, moeten worden genomen." Doordat omgevingsvergunningen verleend zijn, is het wegensteunpunt inmiddels gedurende twee winters in bedrijf. Onderhavig bestemmingsplan bevat actualisaties op het gebied van akoestiek alsmede ecologie en stikstof. Met deze actualisaties wordt aangetoond dat met het voornemen wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Vigerende bestemmingsplan
Op de beoogde locatie van het nieuwe wegensteunpunt in de gemeente Zevenaar is het bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord [NL.IMRO.0299.BP00BUITENGNOORD-VA01], status vastgesteld (2020-06-10) en onherroepelijk, van toepassing. De beoogde locatie valt binnen de bestemmingen 'Verkeer' (grijs) van het bestemmingsplan (zie onderstaande figuur).
8
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Figuur: Bestemmingsplan 'Buitengebied Zevenaar Noord' op beoogde locatie wegensteunpunt. De gronden waarop het wegensteunpunt is voorzien hebben een enkelbestemming, te weten: Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn volgens artikel 24.1 van de planregels bestemd voor: a. b. c. d.
wegen, pleinen en parkeervoorzieningen; fiets- en voetpaden; groen, watergangen en -partijen; geluidwerende voorzieningen;
9
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
e. bruggen en viaducten uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'brug'; f. verkoop van motorbrandstoffen en daaraan ondergeschikte detailhandel en horeca in de vorm van een serviceshop, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstof met lpg'; g. snelweggerelateerde voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'snelweggerelateerde voorzieningen toegestaan'; h. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; i. bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, waaronder viaducten, bruggen en bijbehorende taluds, duikers, bouwwerken voor geleiding, beveiliging en regeling van het wegverkeer, lichtmasten, informatieborden, verkeerstekens, kunstobjecten, nutsvoorzieningen en straatmeubiliair. Artikel 24.2.1 stelt de volgende bouwregels op binnen de bestemming 'Verkeer': a. Op of in de in 24.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd zoals viaducten, duikers, bruggen, bewegwijzeringsborden en -portalen en verlichtingsornamenten; b. gebouwen, inclusief overkappingen, mogen uitsluitend binnen de binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd. Afwijken van bestemmingsplan De realisatie van het nieuwe wegensteunpunt past dus niet binnen de geldende bestemming 'Verkeer'.
Om de realisatie van het wegensteunpunt mogelijk te maken heeft Rijkswaterstaat besloten voorliggend bestemmingsplan op te stellen.
1.3
Leeswijzer
Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied gegeven. Hier wordt ingegegaan op de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt een overzicht gegeven van het huidige Rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid waaraan het plan is getoetst. De uitkomsten van de onderzoeken die voor dit plan zijn uitgevoerd worden in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische aspecten. Tenslotte worden in hoofdstuk 6 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan beschreven.
10
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving van het plangebied
Situatie tot 2021
Het plangebied staat bekend als voormalig grenspost Bergh in de gemeente Zevenaar, zie onderstaand figuur. Sinds de inwerkingtreding van het Schengenverdrag in 1993 is de functie als grenspost komen te vervallen en worden permanente grenscontroles niet langer uitgevoerd. Mettertijd is het een leeg gebied geworden waar het deels nog fungeert als verzorgingsplaats (zonder voorzieningen) voor (met name) vrachtwagens.
Figuur: Situatie tot 2021 op locatie wegensteunpunt Zevenaar.
11
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
2.2
Feitelijk bestaande situatie
In de feitelijk bestaande situatie is op de voormalige grenspost een nieuw wegensteunpunt gerealiseerd. Onderstaande figuren tonen de situatie met het wegensteunpunt. Dit wegensteunpunt dient ter vervanging van het huidige wegensteunpunt Nieuwe Steeg 6 gelegen nabij de A12 bij de kern Zevenaar die door technische veroudering en een te geringe capaciteit niet langer voldoet.
Figuur: Toekomstige situatie van wegensteunpunt Zevenaar op voormalig grenspost Bergh. Gebouwen Op de locatie zijn een zoutloods (1 op bovenstaand figuur), een stallingsgebouw (3 op bovenstaande figuur) en een bedrijfsgebouw (2 bovenstaand figuur) gebouwd. De gebouwen zijn in elkaars verlengde neergezet. Het stallingsgebouw en het bedrijfsgebouw zijn niet gekoppeld en staan los van elkaar, zie onderstaande figuren.
12
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Figuur: Impressie kantinegebouw en stallingsgebouw Zevenaar.
Figuur: Impressie zoutloods (met gordijn) op locatie Zevenaar Terreinverlichting, omheining en toegang Het terrein is voorzien van terreinverlichting; hart op hart een onderlinge afstand van circa 15 meter en een hoogte van circa 9 meter. Het bord bij de ingang van het terrein met het Rijkswaterstaatlogo wordt verlicht. Het terrein is voorzien van een omheining van gaashekwerk, aan de bovenzijde voorzien van prikkeldraad. Het hekwerk bestaat uit meerdere staanders met gaas en daarboven drie puntdraden. De hoogte van de staanders en het gaashekwerk betreft 2,00 m +mv. Op de staanders bevindt zich een bevestiging voor 3 puntdraden met een hoogte van 0,50 m. Het gaashekwerk is voorzien van begroeiing ter bevordering van de landschappelijke inpassing in de omgeving. Voor voetgangers is een aparte toegangsdeur aangebracht. Via deze deur is te voet ten alle tijden toegang tot het terrein mogelijk. De netbeheerder heeft ook toegang via deze deur en krijgt in verband met de bereikbaarheid van het trafostation een slot met een eigen cilinder.
13
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Groenvoorzieningen Rondom de verhardingen is een smalle 4 meter brede strook aangegeven als groenstrook. Deze strook en alle andere - binnen de werkgrens gelegen - 'groene plekken' zijn ingezaaid met bloemenmengsel M5 'nectar onder het maaimes' (zie onderstaand figuur). Nabij het bedrijfsgebouw en rondom de parkeervakken voor de personenauto's zijn haagjes geplant.
Figuur: Groen gearceerd de groenvoorziening binnen het plangebied van het wegensteunpunt op oude grenspost Bergh, ingezaaid met bloemenmengsel M5 (ook wel 'nectar onder het maaimes' genoemd).
14
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Hoofdstuk 3
Planologisch kader
Het juridisch-planologisch kader voor de ruimtelijke inpassing van het nieuwe wegensteunpunt in de gemeente Zevenaar wordt gevormd door nationale, provinciale en gemeentelijke beleidskaders. Hierin bepaalt het Rijk het grote raamwerk, de provincie een globale invulling van dit raamwerk en de gemeente kan hierbinnen zelf bepalen hoe dit wordt ingevuld. Dit beleidskader stelt planologische en bestuurlijke randvoorwaarden aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor de inpassing van het wegensteunpunt. De ontwikkelingen omtrent dit wegensteunpunt hebben als doel de verkeersveiligheid en bereikbaarheid van de regio en Nederland te garanderen. Op het gebied van verkeersveiligheid en bereikbaarheid is een aantal beleidsnota's beschikbaar op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau, waar in onderstaande paragrafen op wordt ingegaan.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Visie Duurzaam Veilig Wegverkeer (DV3)
In de Visie Duurzaam Veilig Wegverkeer wordt door vele verkeersveiligheidsprofessionals gedeeld wat de optimale aanpak zou zijn om de verkeersveiligheid in Nederland te verbeteren. De Visie Duurzaam Veilig Wegverkeer schetst hoe er naar een veilige toekomst op de weg toegewerkt kan worden. Door veranderingen in zowel de maatschappij als de verkeerssystemen is een optimale aanpak belangrijker dan ooit. DV3 maakt gebruik van nieuwe kansen en spoort tegelijkertijd aan om, waar relevant, te kijken hoe reeds ingezette, effectieve maar nog onvoltooide maatregelen verder kunnen worden afgemaakt. Het uiteindelijke doel van DV3 is om uiteindelijk tot een verkeersslachtoffervrij verkeerssysteem te komen. Dit doel zal bereikt worden aan de hand van vijf verkeersveiligheidsprincipes. 1. Functionaliteit van wegen; 2. (Bio)mechanica: afstemming van snelheid, richting, massa, afmetingen en bescherming van de verkeersdeelnemer; 3. Psychologica: afstemming van de verkeersomgeving en competenties van verkeersdeelnemers; 4. Effectief belegde verantwoordelijkheid; 5. Leren en innoveren in het verkeerssysteem.
Om naar deze verkeersveiligheidsprincipes toe te werken, wordt er een gefaseerde benadering gevolgd: Elimineren: idealiter worden gevaarlijke situaties fysiek onmogelijk gemaakt zodat mensen niet met deze situatie in aanraking komen; Minimaliseren: keuzen voor gevaarlijke situaties of vervoerswijzen worden onaantrekkelijk gemaakt, zodat mensen zo min mogelijk aan de risico's worden blootgesteld; Mitigeren: daar waar mensen zich blootstellen aan risico's, worden de consequenties hiervan zo klein mogelijk gemaakt door gerichte maatregelen. Bij voorliggend bestemmingsplan is rekening gehouden met de verkeersveiligheidsprincipes zoals deze centraal staan in het DV3.
15
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
3.1.2
Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 - veilig van deur tot deur
Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de vervoersregio's hebben samen met maatschappelijke partijen een nieuwe aanpak bedacht en beschreven om de verkeersveiligheid structureel te kunnen verbeteren. Het aantal verkeersslachtoffers neemt de laatste jaren toe en een daling van het aantal verkeersdoden is niet meer vanzelfsprekend. Beleid en maatregelen uit het verleden hebben tot vele successen geleid en het aantal verkeersslachtoffers sterk verlaagd. Maar in die toekomst heeft het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (hierna: SPV) de ambitie om dit aantal terug te dringen naar nul verkeersslachtoffers. Om de bestaande risico's te verkleinen dient verkeersveiligheidsbeleid een impuls te krijgen waar het gaat om structurele aandacht, een proactief beleid en een brede samenwerking met partijen. De opkomst van nieuwe manieren waarop mensen zich verplaatsen, de opkomst van sociale media in het verkeer en de toenemende technologie brengen nieuwe vraagstukken met zich mee. Enerzijds kan dit leiden tot nieuwe verkeersveiligheidsrisico's, anderzijds ook tot nieuwe kansen om de veiligheid te verbeteren. Het SPV heeft aan de hand van negen thema's onderzocht hoe deze verkeersveiligheid verbeterd kan worden. Hierin bevat ieder thema oplossingsrichtingen voor de verschillende risico's voor de verkeersveiligheid.
Hoewel het SPV 2030 geen concrete afspraken maakt, worden er in samenwerking met overheden wel vijf hoofddoeleinden opgesteld: 1. Meer structurele aandacht voor verkeersveiligheid. 2. Meer verbondenheid en samenwerking. 3. Risicogestuurd beleid door analyse van de grootste risico's. 4. Risicogestuurd werken bevordert integraliteit in verkeersveiligheidsbeleid. 5. Monitoren en bijsturen van de uitvoering door nieuwe governancestructuur. Concrete maatregelen zullen worden opgenomen in landelijke en regionale uitvoeringsplannen. Het bestemmingsplan voor de vernieuwing van het wegensteunpunt kan als uitwerking gezien worden van onder andere dit SPV. 3.1.3
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Het Rijk heeft het beleid inzake de ruimtelijke inrichting en de mobiliteit van Nederland tot 2040 vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR). Het Rijk heeft hierin verschillende rijksdoelen opgenomen tot 2028 waarbij nationale belangen centraal staan. In samenwerking met provincies en gemeenten is het Rijk in staat om opgaven integraal, doeltreffend en met kwaliteit aan te pakken. Het Rijk heeft, zoals aangegeven in de Structuurvisie, drie hoofddoelen: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. 2. Het verbeteren en ruimtelijke zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker centraal staat. 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden worden. In het kader van bereikbaarheid dient er een robuust en compleet hoofdnet van wegen rondom en tussen belangrijke stedelijke regio's ontwikkeld te worden. Op die manier kan er een betere benutting en instandhouding van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem ontstaan. Doorwerking Wegensteunpunt Zevenaar Het Rijk richt zich op het verbeteren van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker centraal staat. Om dit te bewerkstellen dient er geïnvesteerd te worden in de ontwikkeling van netwerken, waarbij onderhoud essentieel is.
Het wegensteunpunt in Zevenaar heeft op dit moment door technische veroudering een te geringe capaciteit om bereikbaarheid en verkeersveiligheid voldoende te bieden. Specifieke uitspraken over het wegensteunpunt in Zevenaar zijn niet in de SVIR opgenomen. Het wegensteunpunt is eigendom van Rijkswaterstaat, waardoor er zowel een provinciaal als lokaal belang is. Een vernieuwing van het wegensteunpunt in Zevenaar leidt tot een verbetering van de bereikbaarheid
16
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
en verkeersveiligheid en past daarmee binnen de gestelde doelen van de structuurvisie. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is daarmee in lijn met het gestelde in de structuurvisie. 3.1.4
AmvB Ruimte (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet de juridische borging achter het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vastgesteld. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarbij nationale belangen gemoeid zijn. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De omgevingsvisie Gaaf Gelderland fungeert als de leidraad voor de gedeelde ambitie om de provincie Gelderland zo veerkrachtig mogelijk te houden. Daarbij wordt ingegaan op vraagstukken als klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking en toenemende mobiliteit op de weg. Bij alle vraagstukken wordt er gewerkt aan de hand van vier principes: Doen, Laten, Zelf of Samen. Tezamen vormen zij het kader waarbinnen gewerkt wordt en waar afwegingen worden gemaakt. Van deze vraagstukken is de bereikbaarheid een kritische succesfactor voor een verbonden samenleving en een krachtige economie. De samenleving heeft behoefte aan flexibele en efficiënte netwerken die voor iedereen beschikbaar zijn. Het is de taak, en het doel, van de provincie om te zorgen voor de veiligheid en de vlotte doorstroming binnen dit netwerk. Hierin verbetert de provincie Gelderland een veilig en toegankelijk netwerk en pakt de provincie knel-/knooppunten en ontbrekende schakels aan. Daarbij is hun aandacht voornamelijk gericht op (logistieke) knelpunten. Bij deze aandacht wordt door de provincie gehandeld aan de hand van drie principes: Voorkomen Benutten Bouwen Het nieuwe wegensteunpunt ten behoeve van verkeersveiligheid en bereikbaarheid is doelmatig overeenkomstig de gehanteerde doelstellingen van de provincie Gelderland. 3.2.2
Meerjarenprogramma ROV Oost-Nederland 2019-2022
Met het Meerjarenprogramma van ROV Oost-Nederland, een samenwerking van de provincies Overijssel en Gelderland, wordt er gestreefd naar een invulling aan de ambitie: 'iedereen komt elke dag weer veilig thuis!' Sinds 2014 is er al sprake van een samenwerking op het gebied van verkeersveiligheid. Om de vier jaar wordt de samenwerking herzien in een nieuw Meerjarenprogramma. Gezamenlijk stellen zij een werkplan op, waarin zij landsdelige programma's zoals het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 implementeren. Het wegensteunpunt dat ten grondslag ligt aan het nieuwe bestemmingsplan sluit aan bij dit beleid. ROV Oost-Nederland is per 1 januari 2022 opgehouden te bestaan. De taken worden door de provincies overgenomen. 3.2.3
Omgevingsverordening Gelderland
De provincie zet de Omgevingsverordening in voor de onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De Omgevingsverordening is de samenvoeging van de ruimtelijke verordening: milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. In de Omgevingsverordening wordt niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in de
17
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Omgevingsvisie is verwoord. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie dus niet in nieuw beleid. Ook regelt de Omgevingsverordening geen zaken die betrekking hebben op het voorliggende bestemmingsplan.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie gemeente Zevenaar 2030
De structuurvisie van de gemeente Zevenaar vormt het bestaande ontwikkelingskader tot 2030. Deze visie geeft richting aan de ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkelingen van de gemeente. In deze structuurvisie hebben leefklimaat- en waardenaspecten een belangrijke rol gespeeld bij de gemaakte afwegingen. Hierin is een goed toegankelijke, duurzame en veilige infrastructuur van groot belang. De gemeente Zevenaar beschikt over alle mogelijke vervoersmodaliteiten. Dit biedt veel kansen, maar brengt ook opgaven met zich mee. Om deze te ordenen, kent de gemeente een verdeling in wegen met een stroomfunctie en wegen met een verblijfsfunctie. In de eerste categorie staat het snel verplaatsen tussen bestemmingen centraal, waarbij bij de overige wegen het verblijven (wonen, werken en rusten) centraal staat. De gemeente Zevenaar wil deze scheiding in de komende jaren een verdere vorm geven en waar nodig verbeteren. Voorliggend bestemmingsplan ten behoeve van een wegensteunpunt verhoogd de verkeersveiligheid en bereikbaarheid, waarmee de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het snel verplaatsen tussen bestemmingen en daarmee in lijn is met de gemeentelijke structuurvisie. 3.3.2
Meerjarenbegroting 2023 - 2026
De gemeente Zevenaar heeft in september 2022 de Meerjarenbegroting 2023 - 2026 gepresenteerd, welke voortbouwt op de uitgangspunten van de Kaderbrief 2023 en een uitwerking betreft van het coalitieakkoord 2022 - 2026 zoals door de coalitiepartijen in juni 2022 gepresenteerd. Het collegeprogramma is integraal onderdeel van de begroting of met andere woorden: in de meerjarenbegroting is de uitvoering van het collegeprogramma verwerkt de bijbehorende financiële consequenties. De gemeente wil onder meer investeren in plannen die bijdragen aan de leefbaarheid en veiligheid in de gemeente, als ook aan betere bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Voorliggend bestemmingsplan ten behoeve van een wegensteunpunt verhoogt de verkeersveiligheid en bereikbaarheid, waarmee de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de betrouwbaarheid van het verkeerssysteem en daarmee niet strijdig is met de meerjarenbegroting 2023 - 2026. 3.3.3
Coalitieakkoord Zevenaar 2022 - 2026
In het coalitieakkoord 'Het moet anders en het gaat anders, samen!' van coalitiepartijen Lokaal Belang, VVD, D66, GroenLinks en PvdA zijn aan de hand van negen thema's ambities op hoofdlijnen geformuleerd. Ten aanzien van verkeer en vervoer wordt ingezet op goed en veilig vervoer voor iedereen. De coalitie wil een goede bereikbaarheid en een gevoel van veiligheid in het verkeer voor elke inwoners en bezoeker garanderen. De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met deze ambities op hoofdlijnen uit het coalitieakoord. Het wegensteunpunt fungeert ter bestrijding van gladheid op de wegen om de veiligheid en doorstroming van het verkeer te bevorderen. Daarin draagt het voornemen bij aan goed bereikbare, betrouwbare en met name veilige wegen.
18
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
3.3.4
Collegeprogramma Zevenaar 2022 - 2026
Het in 2022 door coalitiepartijen opgestelde coalitieakkoord 'Het moet anders en het gaat anders, samen!" heeft zich tot hoofdlijnen beperkt. Om deze hoofdlijnen te vertalen naar een programma om het coalitieakkoord tot uitvoering te brengen is vormgegeven in het collegeprogramma. Het collegeprogramma is onderverdeeld in negen thema's: Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid, milieu en duurzaamheid Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing In het collegeprogramma wordt de ambitie gesteld dat inwoners en bezoekers zich comfortabel en veilig kunnen verplaatsen met oog voor verkeersgedrag, de inrichting van de infrastructuur en het verkeersveiligheidsgevoel. De voorgenomen ontwikkeling van een wegensteunpunt dient om de veiligheid en doorstroming van het verkeer te bevorderen en het ontstaan van gladheid door winterse omstandigheden zoveel mogelijk te voorkomen. Het wegensteunpunt draagt daarin bij aan de ambities omtrent mobiliteit en daarmee gepaard gaande bereikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid uit het collegeprogramma.
19
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Hoofdstuk 4
Milieuplanologische aspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaren over de relevante feiten en de af te wegen belangen. In dit hoofdstuk worden derhalve de ruimtelijk relevante omgevingseffecten beschreven.
4.1
Akoestiek
Onderdeel van onderhavig document is een beschouwing van de geluidsbelasting op de omgeving vanwege de activiteiten, resulterend in een akoestisch rapport (zie Bijlage 1). De berekende waarden worden getoetst aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit. Het onderzoek dient tevens als akoestische onderbouwing voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Onderzocht wordt of de gewenste ontwikkeling een goed woon- en leefklimaat niet in de weg staat. Dit wordt getoetst aan de hand van het geluidbeleid van gemeente Zevenaar. De geluidsemissie naar de omgeving is eerder bepaald en getoetst in 2020 (rapport met kenmerk 115334-3/20-006.823 van 30 april 2020). Mede op basis van dat onderzoek is het eerdere bestemmingsplan voor het wegensteunpunt op 16 december 2020 vastgesteld. In 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit bestemmingsplan vernietigd. Omdat het wegensteunpunt inmiddels gedurende twee winters in bedrijf is, is met de beheerder de representatieve bedrijfssituatie opnieuw vastgesteld op basis van praktijkervaring. Daarnaast zijn zienswijzen van de bewoner van de Steegseweg 32 verwerkt in de representatieve bedrijfssituatie. Dit heeft betrekking op de hoogte van de shovel en daarnaast de achteruitrijdsignalering van de shovel en de strooiers.
Vanwege deze wijzigingen is het akoestisch onderzoek van 2020 geactualiseerd in voorliggend onderzoek (Bijlage 1). Het onderzoek uit 2020 komt hiermee te vervallen. Tevens zijn in een ecologische beoordeling de in 2020 uitgevoerde analyses met de in 2023 geactualiseerde analyses vergeleken en de mogelijke effecten vanwege geluid op flora en fauna beschreven (zie Bijlage 11). De situering van het wegensteunpunt en de omliggende woningen is opgenomen in onderstaande afbeelding. Opgemerkt wordt dat de twee woningen ten westen van de A12 in Duitsland liggen en formeel niet getoetst hoeven te worden. De geluidsbelasting wordt wel inzichtelijk gemaakt.
20
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Figuur: Situering wegensteunpunt.
4.1.1
Wettelijk kader
Activiteitenbesluit De inrichting wordt gemeld onder het Activiteitenbesluit. Hierin zijn in artikel 2.17 de grenswaarden met betrekking tot geluid opgenomen. In onderstaande tabel zijn de relevante grenswaarden samengevat. Tabel: Algemene regels Activiteitenbesluit Omschrijving
Geluidsniveau in dB(A) Dagperiode Avondperiode LAr, LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 45 LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 65
Nachtperiode 40 60
Aanvullend is in artikel 2.22 opgenomen dat bij het bepalen van de maximale geluidsniveaus het geluid als gevolg van het uitrukken van motorvoertuigen ten behoeve van gladheidbestrijding buiten beschouwing blijft. De maximale geluidsniveaus zijn in het kader van de ruimtelijke procedure wel inzichtelijk gemaakt. Hierbij is aansluiting gezocht bij de grenswaarden van het Activiteitenbesluit. Goed woon- en leefklimaat Gemeente Zevenaar heeft geluidbeleid vastgesteld in de nota ‘Gemeentelijk geluidbeleid 2008 Zevenaar (versie februari 2009)’. In dit beleid zijn geluidsniveaus opgedeeld in geluidsklassen met stappen van 5 dB. De klassen zijn weergegeven in onderstaande afbeelding:
21
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Verder zijn de gronden van de gemeente ingedeeld in gebiedstypen en daarbij horende ambitiewaarden en bovengrenzen. Voor de omgeving van het wegensteunpunt geldt dat dit aangemerkt wordt als buitengebied. In dit gebied gelden de volgende geluidsklassen:
Uit de tabel blijkt dat zowel de ambitie als bovengrens voor bedrijven de klasse ‘rustig’ is. Deze klasse omvat de geluidsbelastingen van 40 tot 45 dB(A) etmaalwaarde. De etmaalwaarde is de hoogste waarde van het geluidsniveau in de dagperiode, de avondperiode +5 dB(A) en de nachtperiode +10 dB(A). Een etmaalwaarde van 50 dB(A) komt dus overeen met een geluidsniveau 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode, en/of 40 dB(A) in de nachtperiode. De maatgevende periode voor het wegensteunpunt is de nachtperiode. Omdat voor de nachtperiode een straffactor geldt van 10dB(A), moet de etmaalwaarde hiermee verlaagd worden. De ambitiewaarde voor het wegensteunpunt is dus 30 tot 35 dB(A) in de nachtperiode. Dit geldt bij geluidsgevoelige functies zoals woningen. Daarnaast geldt voor het gebiedstype buitengebied dat dit tevens op 50 meter van de inrichtingsgrens geldt. Als aanvulling hierop volgt dat voor het buitengebied aansluiting wordt gezocht bij het referentieniveau van het omgevingsgeluid. Als wegverkeer bepalend is voor het omgevingslawaai en minus 10 dB(A) hoger is dan de ambitiewaarde van het gebied, dan geldt het referentieniveau als bovengrens. Omdat zowel de woning ten oosten van het steunpunt en de punten op 50 meter dichtbij de A12 liggen, zal het wegverkeerslawaai een grote invloed hebben op het achtergrondniveau.
Ten slotte wordt nog opgemerkt dat de omliggende woningen niet in de gemeente Zevenaar liggen. Hier zijn daarom geen gebiedstypen vastgesteld. Voor de woning aan de Steegseweg 32 is daarom het geluidsniveau vanwege het wegensteunpunt beschouwd aan de hand van het referentieniveau van het omgevingsgeluid bij deze woning. Referentieniveau van het omgevingsgeluid Het referentieniveau van het omgevingsgeluid is, in de publicatie IL-HR-15-01 ‘Richtlijnen voor karakterisering en meting van omgevingsgeluid’ van april 1981, gedefinieerd als de hoogste waarde van de volgende geluidsniveaus: het omgevingsgeluid, dat 95% van de tijd overschreden wordt (L95), exclusief de bijdrage van niet omgevingseigen geluidsbronnen, en exclusief de bijdrage van de te beoordelen geluidsbronnen; het equivalente geluidsniveau (LAeq) van het wegverkeer vermindert met 10 dB. Voor de
22
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
nachtperiode worden alleen verkeerswegen meegerekend voor zover die een verkeersintensiteit hebben van meer dan 500 motorvoertuigen per nacht. Vanwege de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (202100953/1/r4 van 15 juni 2022) is het referentieniveau van het omgevingsgeluid bepaald ter plaatse van de woning aan de Steegseweg 32 te Beek. Het onderzoek is vastgelegd in de rapportage ‘Wegensteunpunt Zevenaar, Bepaling van het referentieniveau van het omgevingsgeluid’ van 7 juni 2023 met kenmerk M.2022.0930.00.R001. Het onderzoek is uitgevoerd conform de publicatie IL-HR-15-01. Er zijn nabij de woning gedurende vier nachten metingen verricht over de gehele nachtperiode (van 23.00 tot 07.00 uur). Het betreft twee metingen met meewind en twee metingen met dwarswind. De resultaten van deze metingen zijn in onderstaande tabel opgenomen. Meetdatum 30 november 2022 16 februari 2023 13 april 2023 14 april 2023
Statistisch geluidsniveaus in dB(A) LA5 LAeq 54 48 55 51 56 51 50 45
LA95 35 43 41 37
Verder is met een akoestisch overdrachtsmodel het geluidsniveau in de nachtperiode vanwege de A12 bepaald. Ter plaatse van de betreffende woning is dit 46 dB. Het referentieniveau van het omgevingsgeluid wordt in onderstaande tabel weergegeven. Hieruit blijkt dat het referentieniveau van het omgevingsgeluid 43 dB(A) bedraagt. Locatie
nachtperiode gemeten L95 Meetpunt 35 / 41 / 43 / 37 1) 1) L 95 tijdens meetsessie 1/2/3/4
nachtperiode LAeq wegverkeer - 10 dB 36
nachtperiode Lref 43
Indirecte hinder Onder indirecte hinder wordt verstaan de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door activiteiten die, hoewel plaatsvindend buiten het terrein van de inrichting, aan de inrichting zijn toe te rekenen. Belangrijk hierbij is dat de bronnen wel duidelijk herkenbaar zijn toe te kennen aan de inrichting. De voorkeursgrenswaarde voor indirecte hinder bedraagt 50 dB(A). De maximale ontheffingswaarde bedraagt 65 dB(A).
4.1.2
Onderzoeksresultaten
Representatieve bedrijfssituatie Bedrijfsvoering Er zijn grofweg twee activiteiten aan te merken op het wegensteunpunt, te weten: 1. het aanvoeren van zout middels bulkwagens en het opslaan van het zout in de loods; 2. het uitrijden van zout in de omgeving met strooiers (strooiacties). De eerste activiteit vindt uitsluitend plaats in de dagperiode. Het uitrijden van zout voor gladheidbestrijding kan echter gedurende het gehele etmaal plaatsvinden. Omdat de normen in de nachtperiode het strengst zijn, betekent dit dat de nachtperiode maatgevend is voor de geluidsbelasting. Aanvoer van zout In de representatieve bedrijfssituatie wordt er door vier vrachtwagens zout aangevoerd (bron M1) voor
23
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
opslag van zout in de loods. Dit gebeurt voor aanvang van het strooiseizoen. Voor een langzaam rijdende vrachtwagen (15 km/u) wordt uitgegaan van 99 dB(A). Het stationair draaien van de vrachtwagen (bron 1) heeft volgens dezelfde publicatie een bronvermogen van 96 dB(A). De vrachtwagen kiept het zout op de grond, waarna het door een shovel in de zoutopslag wordt gebracht (bron 2). Het bronvermogen van de shovel bedraagt 106 dB(A) en is gedurende twee uur in de dagperiode actief. Verder zal de shovel een deel van de tijd achteruitrijden. Er is een signalering met witte ruis geïnstalleerd die een bronvermogen van maximaal 97 dB(A) heeft (bron 3). Voor de berekening wordt er van uitgegaan dat de shovel een derde van de tijd achteruit rijdt. Dit is dus 40 minuten. Hiernaast rijdt de shovel met een schep zout (bron M2) twee keer in de dagperiode naar de natzoutmengers. De mixers zijn akoestisch geïsoleerd en produceren geen geluid van betekenis. Verder komen er twee personenwagens het terrein op. Omdat er twee parkeerplaatsen zijn, worden aan beide één personenwagen toegerekend (bronnen M9 en M10). Voor het bronvermogen wordt uitgegaan van 88 dB(A). Ten slotte is er op de kantine een dakventilator voorzien die continu draait (bron 6). Voor het bronvermogen wordt uitgegaan van 79 dB(A). Strooiacties Het aantal strooiacties is weersafhankelijk en verschilt dus per winter.
Rijkswaterstaat geeft aan dat er maximaal 42 strooiacties per jaar kunnen zijn. De laatste jaren is het beduidend minder. Voor een verdere duiding en toelichting op de strooiacties wordt verwezen naar paragraaf 3.4 van Bijlage 1. De bronnen (respectievelijk puntbronnen en mobiele bronnen worden hier wel samengevat in onderstaande tabellen.
24
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Maximale geluidsniveaus Met betrekking tot de maximale geluidsniveaus geldt dat de normen op basis van artikel 2.22 lid 1 niet van toepassing zijn. De maximale geluidsniveaus worden wel beschouwd in het kader van de ruimtelijke procedure. Maximale geluidsniveaus ontstaan wanneer de shovel de schep op de verharding neer laat komen (bron max1). Dit leidt tot een bronvermogen van 118 dB(A). Dit kan plaatsvinden bij de zoutloods en mogelijk ook bij de mixers voor het pekelwater. Verder kunnen de vrachtwagens (met en zonder strooier) piekgeluiden emitteren wanneer zij hard wegrijden (accelereren). Voor het bronvermogen wordt uitgegaan van 112 dB(A). Dit wordt berekend bij de in- en uitrit, de zoutloods en de opstelplaatsen van ploegen en strooiers (bron max2). Een derde en vierde piek treedt op vanwege het vastklemmen en ontkoppelen van de ploeg en de strooier (bronnen max3 en max4). Voor het bronvermogen wordt uitgegaan van 116 dB(A). Indirecte hinder De vrachtwagens rijden tot de inrit en na de uitrit op de openbare weg. Dit kan leiden tot indirecte hinder. Gezien de afstand tot de betreffende woning en het geluid afkomstig van de A12, zullen de bewegingen waarschijnlijk niet hoorbaar, laat staan herkenbaar zijn als horende bij de inrichting. Omdat de begingen niet herkenbaar zijn, zijn hier geen verdere berekeningen voor uitgevoerd.
Ecologische beoordeling naar aanleiding van actualisatie De uitkomsten van de uitgevoerde akoestische berekeningen in 2020 en 2023 verschillen op enkele langetijdgemiddeld beoordelingsniveau’s van elkaar. In de nieuwe situatie (2023) is er sprake van een lager langetijdgemiddeld geluidsniveau in de nacht voor de aanwezige woningen. Overdag is er sprake van een toename van maximaal 4 dB(A). Voor de puntlocaties is er sprake van een lager langetijdgemiddeld geluidsniveau, zowel voor de dag- als nachtperiode. Uitzondering hierop is punt “50m noordwest”, waarbij de nieuwe berekening leidt tot een hogere ondergrens voor geluidsniveau in de dagperiode (44-50 dB(A)) ten opzichte van de originele berekening (35-64 dB(A)). Verder is bij de berekening in 2023 een extra berekenpunt “50m zuidwest C” meegenomen. Het hoogste geluidsniveau dat gehaald wordt is 56 dB(A), volgens de berekening van 2023. Dit maximale geluidsniveau ligt lager dan het maximale geluidsniveau berekend in 2020, namelijk 64 dB(A). De rijksweg A12 zorgt volgens de berekening voor hogere geluidsniveaus dan het gebruik van het wegensteunpunt. Het maximale geluidsniveau dat wordt geproduceerd door het gebruik van het wegensteunpunt ligt hiermee onder het geluidsniveau van de rijksweg A12 en zal dus geen effect
25
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
hebben op aanwezige (beschermde) soorten. 4.1.3
Conclusies en aanbevelingen
Akoestischoverdrachtsmodel Om de geluidsniveaus op de omgeving te bepalen is een akoestisch overdrachtsmodel opgesteld met Geomilieu versie 2022.41. In dit model zijn de activiteiten zoals eerder in paragraaf 4.1 beschreven ingevoerd. Voor de modelgegevens wordt verwezen naar de eerste bijlage in Bijlage 1. Toetsing Activiteitenbesluit Met het model zijn de geluidsniveaus bepaald ter plaatse van de woning aan de Steegseweg en de twee woningen in Duitsland. De resultaten en toetsing Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau zijn opgenomen in onderstaande tabel. Uit de tabel blijkt dat ruimschoots voldaan wordt aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit.
Toetsing ruimtelijke procedure 50 meter van de inrichting Conform het geluidbeleid dienen de geluidsniveaus getoetst te worden op 50 meter van het wegensteunpunt. Omdat de toetspunten dicht bij de A12 liggen, zal het wegverkeerslawaai hoger zijn dan de waarden die horen bij het gebiedstype "buitengebied" uit het geluidbeleid. Met een apart rekenmodel is het wegverkeerslawaai bepaald ter plaatse van deze toetspunten. Dit is opgenomen in bijlage IV van Bijlage 1. Bij deze punten zijn geen L95 metingen (dit is de waarde van het geluidsniveau uitgedrukt in dB(A) die, gemeten over een bepaalde periode, gedurende 95% van de tijd wordt overschreden) verricht. Deze metingen zijn alleen uitgevoerd bij de woning aan de Steegseweg 32. De toetspunten op 50 meter van het steunpunt liggen allen (veel) dichter bij de A12 dan deze woning. Daarom mag ervan uitgegaan worden dat L95 metingen op deze toetspunten een beduidend hoger L95 hebben dan het L95 bij de woning. Omdat er niet gemeten is, is in de eerste plaats getoetst aan het berekende geluidsniveau minus 10 dB. De resultaten en toetsing zijn opgenomen in onderstaande tabel.
26
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Uit de tabel blijkt dat in de nachtperiode op één toetspunt niet voldaan wordt aan het wegverkeerslawaai in de nachtperiode minus 10 dB(A). De overschrijding bedraagt 2 dB(A) ter plaatse van toetspunt 4. Dit toetspunt ligt tussen het wegensteunpunt en de woning aan de Steegseweg 32, zoals weergegeven in onderstaande afbeelding. Hierin ligt toetspunt 1 bij de betreffende woning.
Figuur: situering toetspunten Bij deze woning is het referentieniveau van het omgevingsgeluid vastgesteld op 43 dB(A). Omdat toetspunt 4 circa 130 meter dichter bij de snelweg ligt dan de woning, zal het referentieniveau van het omgevingsgeluid hier hoger zijn dan 43 dB(A). Aangezien de bijdrage van het wegensteunpunt hier 42 dB(A) bedraagt, en dus lager is, wordt geconcludeerd dat er op alle toetspunten voldaan wordt aan het geluidbeleid. Woning Omdat de woning aan de Steegseweg niet in gemeente Zevenaar ligt, geldt het geluidbeleid van gemeente Zevenaar hier niet. Voor gronden buiten de gemeente zijn ook geen gebiedstypen en bijbehorende geluidsklassen vastgesteld. Als het geluidbeleid hier wel zou gelden, zou hier naar verwachting ook het gebiedstype 'buitengebied' gelden. Het geluidsniveau in de nachtperiode dat bij dit gebiedstype hoort is 30 tot 35 dB(A), tenzij het referentieniveau van het omgevingsgeluid hoger is. Op aangeven van de Raad van State is het referentieniveau van het omgevingsgeluid bij de woning
27
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
bepaald. Dit blijkt 43 dB(A) in de nachtperiode te bedragen. De berekende waarde vanwege het wegensteunpunt bedraagt 37 dB(A). Dit is dus ruimschoots lager dan het referentieniveau van het omgevingsgeluid. Dit betekent dat het geluid van het wegensteunpunt gemaskeerd wordt door het achtergrondgeluid. Het wegensteunpunt heeft daarom geen negatief effect op het woon- en leefklimaat. Daarnaast is het geluid van de snelweg een continue bron terwijl het steunpunt enkele tientallen malen per jaar in bedrijf is. Ten slotte zou ook voldaan worden aan het geluidbeleid van gemeente Zevenaar wanneer dat beleid bij deze woning van toepassing zou zijn. Voor de ruimtelijke procedure worden ook de maximale geluidsniveaus beschouwd. De resultaten ter plaatse van de woningen zijn opgenomen in onderstaande tabel. De berekende waarden zijn getoetst aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit.
Uit de tabel blijkt dat de maximale geluidsniveaus lager zijn dan toelaatbaar volgens het Activiteitenbesluit. Het wegensteunpunt heeft daarom geen negatief effect op het woon- en leefklimaat. Hierbij wordt ook nog opgemerkt dat het achtergrondniveau in de omgeving hoog is. Conclusies en aanbevelingen Uit de berekeningen blijkt dat het wegensteunpunt voldoet aan de normen van het Activiteitenbesluit en aan het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. Een goed woon- en leefklimaat wordt daarom niet belemmerd. Akoestisch gezien is er dan ook geen belemmering de activiteiten toe te staan en het bestemmingsplan vast te stellen. Ecologische beoordeling naar aanleiding van actualisatie Het in 2023 geactualiseerde akoestische rapport laat zien dat op één locatie sprake is van een toename van 4 dB(A) ten opzichte van de berekening uit 2023. Het maximale geluidsniveau ligt echter onder het maximale geluidsniveau van de nabijgelegen rijksweg A12. Hierdoor wordt verwacht dat het gebruik van het wegensteunpunt geen effect heeft op aanwezige (beschermde) soorten. Het gebruik van het wegensteunpunt in Zevenaar leidt, in het kader van akoestiek, hiermee niet tot een aanpassing voor acties met betrekking tot fauna
4.2
Archeologie
Voor de locatie is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Met het archeologische vooronderzoek (zie Bijlage 2) en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek, zie Bijlage 3) is de kans dat binnen het gebied archeologische resten kunnen voorkomen bepaald.
28
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
4.2.1
Wettelijk kader
Het uitgangspunt voor archeologisch onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Zevenaar ligt het plangebied in een gebied met een onbekende archeologische verwachting. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan Archeologie (2010). De omvang van de bodemingrepen overschrijden vermoedelijk de vrijstellingsgrenzen. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. 4.2.2
Onderzoeksresultaten
Archeologisch vooronderzoek Het verrichte archeologisch vooronderzoek bood geen uitsluitsel. Omdat er een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt, kon niet uitgesloten worden dat er archeologische resten aanwezig zijn. Derhalve is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Archeologisch inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Veldwaarnemingen Het plangebied is duidelijk hoger gelegen dan de directe omgeving, zoals ook blijkt uit het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland). De in het zuidoosten aanwezige oppervlakteverharding is dermate vast (asfalt en door vrachtverkeer aangereden betonklinkers) dat van een eventuele handmatige boring in deze zone geen sprake kan zijn. Geologie en bodem Conform de verwachting was het plangebied geheel opgehoogd met geel bouwzand (met aan de basis regelmatig veel grind). Het ophogingspakket was tussen de 110 en 200 cm dik en was direct gelegen op de A-horizont of bouwvoor van de onderliggende bodem. In de boringen 6 en 9 is onder de A-horizont nog een bruine B-horizont herkend (zie Tabel 2 in Bijlage 3). Conform het bureauonderzoek bestond het grootste deel van de natuurlijke ondergrond uit terrasresten (Kreftenheye), bestaande uit veelal gereduceerd grof zand met kleibrokken en grof grind.
In het noordwesten van het plangebied (boringen 4-6 en 9) bestond de natuurlijke ondergrond uit matig fijn lichtgeelgrijs zand en vermoedelijk betreft het hier een uitloper van het noordelijk gelegen zandgebied. Hoewel de sortering en korrelgrootte een interpretatie van het zand als rivierduinafzettingen vermoeden, is op basis van de boorgegevens niet uit te sluiten dat het hier om dekzand gaat. Landschappelijke ligging en archeologische verwachting Uit het AHN blijken de landschappelijk hogere delen ten noorden van het plangebied op circa 15.7 – 16 m +NAP te liggen. De vlakten- en laagten tussen deze ruggen kennen een hoogte van circa 14.8 - 15.1 m +NAP. Wanneer de NAP-hoogtes van de begraven bodem binnen het plangebied hiermee worden vergeleken, blijkt het plangebied in een voortzetting van de landschappelijk lage en veelal natte ligging in de vlakte te liggen. Derhalve kan de archeologische verwachting voor het plangebied worden bijgesteld naar laag.
29
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
4.2.3
Conclusies en aanbevelingen
Het archeologisch vooronderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) zijn ter beoordeling aan de gemeente voorgelegd. Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge archeologische verwachting voor resten uit alle perioden van steentijd tot en met de middeleeuwen. De resten werden verwacht op eventuele rivierduinen en dekzandruggen. Verder moet in het plangebied rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat militair erfgoed uit het begin van de 20e eeuw aanwezig is, daar op basis van het vooronderzoek niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat resten uit deze periode aanwezig zijn. Tijdens het veldonderzoek is onder een recent ophogingspakket de top van de oorspronkelijke bodem waargenomen. Uit de hoogteligging van deze begraven bodem blijkt het plangebied in landschappelijk lage zone te liggen. Derhalve kan de archeologische verwachting voor het gehele plangebied worden bijgesteld naar laag. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied waarschijnlijk geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
4.3
Bodem
4.3.1
Wettelijk kader
Het onderzoek (zie Bijlage 4) naar de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem heeft plaatsgevonden conform de NEN 5740 (ref. 1), inclusief een vooronderzoek conform de NEN 5725 (ref. 2). Daarnaast is asfaltonderzoek conform de CROW-publicatie 210 (ref. 3) uitgevoerd. De interpretatie van de onderzoeksresultaten heeft plaatsgevonden aan de hand van de 'Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013' (ref. 4) en het Besluit bodemkwaliteit met de bijbehorende Regeling (ref. 5 en ref. 6). 4.3.2
Onderzoeksresultaten
Op basis de beschikbare informatie uit het vooronderzoek, is de onderzoekslocatie opgedeeld in een tweetal deellocaties, zie onderstaand figuur. Vanwege het feit dat geen verdachte locaties op de oude grenspost zijn aangetroffen, zijn de volgende deellocaties benoemd: deelgebied A - Asfalt; deelgebied B - Overig terrein.
30
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Figuur: Overzicht deelgebieden onderzoekslocatie. Voor het onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit is met het uitgevoerde veld- en chemisch onderzoek voldaan aan de benodigde onderzoeksinspanningen en de hoeveelheid analyses conform de toegepaste normen, onderzoekshypotheses en -strategieën. Grond In de grond zijn geen noemenswaardige zintuiglijke bijmengingen aangetroffen. De fundatielaag onder het asfalt is gestabiliseerd zand en is derhalve niet als asbestverdacht aangemerkt. Er zijn geen asbestverdachte materialen aan het oppervlak of in de bodem aangetroffen. Uit de resultaten blijkt dat in de grond onder het asfalt (deellocatie A) licht verhoogde gehalten aan kobalt zijn aangetoond. De grond voldoet hier maximaal aan de klasse industrie. Verder zijn verdeeld over deellocatie B (overig terrein) licht verhoogde gehalten aan kobalt, koper, zink en PCB aangetoond. Hier voldoet de grond ook maximaal aan de klasse industrie. PFAS in grond In de grond is bij één monster een gehalte aan PFOS boven de toepassingsnormen voor Landbouw/Natuur aangetoond. Geen van de overige gemeten gehalten aan PFAS overschreden echter de toepassingsnorm voor Wonen/Industrie. Grondwater In het grondwater in peilbuizen B4, B11 en B21 zijn licht verhoogde concentraties aan barium
31
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
aangetoond. Verder zijn ter plaatse van peilbuis B21 licht verhoogde concentraties aan 1,1-dichlooretheen en vinylchloride aangetoond. Daarnaast is een matig verhoogde concentratie aan cis + trans-1,2-dichloorethenen aangetoond. Gezien het historisch en huidig gebruik zijn dergelijke resultaten moeilijk te verklaren. Op basis van een heranalyse en een herbemonstering is bevestigd dat het grondwater ter plaatste daadwerkelijk deze verhoogde concentraties aan genoemde stoffen bevat. Met behulp van aanvullend grondwateronderzoek is bepaald in hoeverre de grondwaterverontreiniging zich heeft verspreid. Uit de resultaten kwamen hoogstens licht verhoogde concentraties naar voren, waardoor is geconcludeerd dat de verontreiniging voldoende is afgeperkt. Wel is er, naast het barium en de dichloorethenen een licht verhoogde concentratie aan tetrachlooretheen aangetoond, welke in eerdere analyses niet verhoogd aanwezig was. Dit heeft echter geen gevolgen voor de te bepalen doelen van dit onderzoek. PFAS in grondwater In het grondwater zijn concentraties boven de detectieniveau aan PFHxA en 6:2 Fluortelomeer sulfonzuur (6:2 FTS) aangetoond. Verder zijn geen verhoogde concentraties aan PFOS, PFOA of GenX aangetoond. Voor PFAS in grondwater is niet formeel vastgelegd hoe ermee moet worden omgegaan ten tijde van de uitvoer van de werkzaamheden.
Derhalve wordt hierover contact gezocht met het lokale bevoegd gezag (de provincie Gelderland). Asfalt Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt de slijtlaag uit asfaltboringen A1 t/m A4 in het asfalt teerhoudend te zijn. De overige soorten aangetroffen asfalt zijn niet teerhoudend. De slijtlaag (met een marge van 20 mm eromheen) kan niet vrij worden hergebruikt op de locatie of op andere locaties en dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Het dieper liggende asfalt kan wel vrij worden hergebruikt op andere locaties. Veiligheidsklassen CROW 400 Op basis van de aangetoonde verhoogde concentratie aan VOCl's is vastgesteld of er extra veiligheidsmaatregelen getroffen dienen te worden wat betreft de bodemkwaliteit. Voor de toetsing aan de CROW 400 wordt verwezen naar bijlage IX van Bijlage 4. Binnen het gebied dat is begrensd door de peilbuizen B21-001 t/m B21-004 dient de veiligheidsklasse Oranje-Vluchtig te worden gehanteerd. Hoe om te gaan met het teerhoudend asfalt wordt overlegd met een hoger veiligheidskundige. Bij een asfaltonderzoek wordt namelijk niet formeel vastgesteld wat het totale gehalte aan PAK is, maar wordt een grens van 250 mg/kg aangehouden zijnde teerhoudend. Afhankelijk van de soort stof zouden veiligheidsmaatregelen van toepassing kunnen zijn in en rond de slijtlaag.
Voor de rest van het onderzoeksgebied kan de veiligheidsklasse basishygiëne aangehouden worden. 4.3.3
Conclusies en aanbevelingen
In algemene zin wordt opgemerkt dat het uitgevoerde onderzoek, zoals dit voor elk onderzoek geldt, te allen tijde een steekproef betreft. Aanbevolen wordt om bij werkzaamheden alert te zijn op zintuiglijke afwijkingen en bij de verdere planvorming rekening te houden met onderstaande aandachtspunten. Nadat een eerste versie van dit rapport (115334-4/20-005.256) ter toetsing aan de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) is voorgelegd, heeft de ODRA aangegeven dat zij een nader grondwateronderzoek naar de aanwezigheid van de matig verhoogde VOCl concentraties noodzakelijk achten. Er wordt gesteld dat onduidelijk is of het grondwater onder het leem, ter plaatse van B21, ook verontreinigd is met deze stoffen en zo ja tot welke mate. Na overleg met de ODRA is aanbevolen en besloten om het diepere grondwater te onderzoeken door het plaatsen van een diepe peilbuis (filterstelling 7,00-9,00 m-mv).
32
bestemmingsplan Wegensteunpunt Zevenaar (ontwerp)
Met behulp van dit aanvullend grondwateronderzoek (zie Bijlage 5) is bepaald in hoeverre de grondwaterverontreiniging zich verticaal heeft verspreid. In de laag van 2-2,8 m-mv is een sterk zandige leemlaag aangetroffen. Het grondwater bevindt zich op een diepte van 3,6 m-mv. De troebelheid van het water (NTU=2) ligt binnen de norm. Er zijn geen overschrijdingen van de streefwaarden voor een van de VOCl parameters aangetoond. De omvang van de grondwaterverontreiniging met VOCl in een gehalte maximaal boven de index-waarde is voldoende in beeld gebracht. Uit de resultaten komen geen verhoogde concentraties naar voren, waardoor is geconcludeerd dat de verontreiniging verticaal voldoende is afgeperkt. Horizontaal was dit al afdoende gebeurd in voorgaand bodemonderzoek (Bijlage 4). Het aanvullend grondwateronderzoek is ter beoordeling voorgelegd aan de ODRA. De ODRA (Bijlage 6) ziet op grond van de aanwezige bodemkwaliteit geen aanwezige belemmeringen voor de wijziging van het bestemmingsplan en acht het plan financieel haalbaar. Toepassing van grond Grondverzet van grond is mogelijk onder het regime van tijdelijke uitname. Voor hergebruik van de grond buiten de verontreinigingscontour (niet zijnde tijdelijke uitname) is een geldig bewijsmiddel onder het Besluit bodemkwaliteit noodzakelijk.
Dit kan verkregen worden door het uitvoeren van een partijkeuring conform BRL SIKB 1000, VKB-protocol 1001. Voorafgaand aan de toepassing van de grond elders moet minimaal 5 dagen voorafgaand aan de toepassing bij het Meldpunt Bodemkwaliteit een Meldingsformulier Besluit bodemkwaliteit worden verzorgd. Ten aanzien van de hergebruikmogelijkheden van bij werkzaamheden eventueel vrijkomende grond ter plaatse van de overige deelgebieden worden een aantal aandachtspunten benoemd: het verdient de voorkeur om de werkzaamheden met een gesloten grondbalans uit te voeren; vrijkomende grond kan onder het Besluit bodemkwaliteit, indien civieltechnisch mogelijk, worden terug geplaatst (tijdelijk uitnemen); indien het niet mogelijk is om vrijkomende grond op locatie terug te plaatsen (tijdelijk uitnemen) kan vrijkomende grond onder de reikwijdte van de Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaarten van de gemeente binnen gezoneerd gebied met eenzelfde of mindere milieuhygiënische kwaliteit (elders) binnen de gemeente worden hergebruikt; indien bovenstaande mogelijkheden voor toepassing van vrijkomende grond niet mogelijk blijkt, dient voor toepassing van grond buiten de reikwijdte van de Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaarten van de gemeente een partijkeuring conform BRL SIKB 1000, protocol 1001, te worden uitgevoerd om de bestemming van de vrijkomende grond vast te stellen.
Deze keuring is een geldig bewijsmiddel onder het Besluit bodemkwaliteit en is noodzakelijk voor de toepassing elders. Voorafgaand aan de toepassing van de grond elders moet minimaal vijf dagen voorafgaand aan de toepassing bij het Meldpunt Bodemkwaliteit een Meldingsformulier Besluit bodemkwaliteit worden verzorgd.
4.4
Ecologie
4.4.1
Wettelijk kader
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de locatie van wegensteunpunt Zevenaar (zie Bijlage 7 en de oplegnotitie in Bijlage 8). Het beschermingsregime gaat uit van het 'nee, tenzij-principe'. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. De ontwikkeling kan dus alleen doorgaan als deze niet in strijd is met natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend door het bevoegd gezag. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Gelderland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling.