1174322 Bijlage 15. Bijlage 3 Omgevingsfactoren
Tekst van het document
Bijlage 3: Omgevingsfactoren Onderdeel van een Ruimtelijke Ontwikkeling is de Motivering/onderbouwing van het project. Voor deze onderbouwing zal op een bepaald aspect onderzoek vereist zijn om tot een juiste en eenduidige conclusie te komen waarom de voorgenomen ontwikkeling op die plek passend is. Onderzoeken naar deze zogeheten 'Omgevingsfactoren' kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op Archeologie, Bodem, Flora & Fauna, Geluid, Externe veiligheid of bedrijf- en milieuzonering. In deze notitie wordt ingegaan op de verschillende omgevingsfactoren die van belang zijn bij de locatiestudies voor de vestiging van een kindcentrum. Allereerst wordt het (wettelijk)kader geschetst. Daarna wordt per locatie aangegeven welke omgevingsfactoren van belang zijn en waarom, daarnaast welke aspecten hierbij een rol spelen.
B
E
C
D A
De te onderzoeken locaties: A. Vestersbos, B. Bizetstraat, C. Vincent van Goghstraat, D. Werf en E. Van Beethovenstraat
(Wettelijk) Kader Archeologie Het Nederlandse bodemarchief is middels de Erfgoedwet beschermd. Doelstelling van deze wet is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. Hiertoe zijn er verdeeld over Nederland archeologische bestemmingen toegekend aan bepaalde plaatsen waarvan wordt verwacht dat er eventueel archeologische waarden zich in de bodem bevinden. Indien er een project zal worden uitgevoerd op een plaats waar zo'n archeologische bestemming ligt is het van belang om naar de opgestelde archeologische regels te kijken. Vaak gelden er namelijk vrijstellingsregels. Indien hier niet aan kan worden voldaan is het noodzakelijk om door middel van een onderzoek eventuele schade aan de aanwezige archeologische waarden als gevolg van het project uit te sluiten.
Bodem De kwaliteit van de bodem is van belang om te bepalen of een bepaalde functie op de gewenste locatie passend is. Uitgangspunt hierbij is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet, zoals bijvoorbeeld graafwerkzaamheden. Als de geldende bestemming van een locatie wijzigt of er via een omgevingsvergunning wordt afgeweken hiervan is bodemonderzoek noodzakelijk. Het gaat hierbij in eerste instantie om een verkennend bodemonderzoek. Hierbij worden de reeds beschikbare gegevens beoordeeld, zoals bodemkwaliteitskaarten en al uitgevoerde onderzoeken. Soms is dit niet voldoende om de bodemkwaliteit te kunnen beoordelen, dan is veldonderzoek noodzakelijk. Indien er geconcludeerd wordt dat de bodemkwaliteit niet voldoet aan de eisen, zullen er sanerende maatregelen moeten worden genomen. Deze maatregelen moeten worden goedgekeurd door de gemeente.
Natuur en ruimtelijke ordening De mens is op veel vlakken afhankelijk van wat de natuur geeft. Denk aan zuurstof, voedsel of om in te recreëren. De natuur is zelf ook waardevol. Daarom is het belangrijk de natuur te beschermen. Natuur en landschap staan in Nederland sterk onder druk. Door verstedelijking, intensieve landbouw en verdroging gaat de kwaliteit van de leefgebieden voor flora en fauna achteruit. Ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld nieuwe wegen of bedrijventerreinen, kunnen veel effect hebben op de kwaliteit van de natuur. Andersom kunnen ecologische waarden invloed hebben op ruimtelijke ontwikkelingen. Dat is de afgelopen jaren gebleken. De kamsalamander, zandhagedis, knoflookpad en de das hebben invloed op de ontwikkeling van bedrijventerreinen, nieuwbouwwijken en recreatievoorzieningen. Soms heeft dat geleid tot het stopzetten van deze ontwikkelingen, in andere gevallen tot vergaande compenserende maatregelen. Ditzelfde geldt voor de stikstofdepositie als gevolg van een ontwikkeling op natuurgebieden in de omgeving. Flora en Fauna In de Wet natuurbescherming is de bescherming van bepaalde, in het wild voorkomende, diersoorten en plantensoorten geregeld. In de wet is bepaald dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde soorten verboden zijn. Ook ruimtelijke ontwikkelingen kunnen in het kader van de wet Natuurbescherming schadelijk zijn.
Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het bouwen of slopen van bouwwerken, aanpassingen in de gevel, maar ook het kappen van bomen en verandering van de natuurlijke indeling van een stuk grond. Hiertoe is het van belang dat er in eerste instantie een verkennend onderzoek wordt uitgevoerd. Hierbij worden de aanwezige natuurkundige waarden in kaart gebracht en wordt er gekeken of de ontwikkeling eventueel schadelijk kan zijn. Het kan zijn dat voordat er ontheffing wordt verleend nog aanvullende maatregelen moeten worden genomen om eventuele schade aan de beschermde soorten te voorkomen of te verzachten.
Stikstofdepositie Naast de soortenbescherming kennen we in Nederland ook de gebiedsbescherming. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen (extern) effect hebben op nabijgelegen natuurgebieden. De gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet vindt plaats via de Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden). De regel is dat deze niet mogen verslechteren als gevolg van een ontwikkeling. Het algehele doel is de verbetering van deze gebieden. Veel van de natuurgebieden in Nederland zijn gevoelig voor Stikstof, daarom wordt de uitstoot van en de gevolgen/toename van stikstof op een natuurgebied als uitgangspunt genomen.
Geluid In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs alle wegen geluidzones (met uitzondering van woonerven en 30 km/h-wegen). Wanneer binnen deze zones nieuwe geluidsgevoelige bebouwing of functies mogelijk worden gemaakt, dient door middel van een akoestisch onderzoek te worden aangetoond dat er geen hinder wordt ondervonden in het kader van geluid. Het kan zijn dat er maatregelen moeten worden getroffen waardoor kan worden voldaan aan de gestelde eisen ten aanzien van geluid in de Wet geluidhinder.
Bedrijf- en Milieuzonering Voor bepaalde bedrijfsfuncties (zoals bijvoorbeeld zwaardere industrie en intensieve veeteelt) zijn er rondom deze bedrijven zones gecreëerd waarbinnen geen gevoelige functies mogelijk kunnen worden gemaakt. Deze zonering zorgt ervoor dat functies die niet in elkaars nabijheid passen elkaar niet kunnen belemmeren. In sommige gevallen kan het voorkomen dat er een ontwikkeling gewenst is die binnen deze zonering valt en niet gepast is. Er kan dan onderzocht worden in welke hoedanigheid deze functies elkaar in de weg zitten en of er toch kan worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.
Externe Veiligheid Het kan voorkomen dat in de nabijheid van een planlocatie instellingen of transportaders zijn gelegen waarbij gevaarlijke stoffen worden gebruikt of getransporteerd. Wanneer in de nabijheid van zo'n instelling of transportader een gevoelig functie wordt mogelijk gemaakt voor een bestemmingswijziging of een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat er kan worden gegarandeerd dat er geen belemmeringen zijn in het kader van de veiligheid van de aanwezige personen als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling. Dit kan onder meer worden gedaan door onderzoek te doen naar de impact van de ontwikkeling ten aanzien van het plaats- en groep gebonden risico.
Molenbiotoop Het begrip molenbiotoop wordt gebruikt om de omgeving waarin een molen functioneert aan te duiden. Een molenbiotoop kent een aantal elementen, waarbij echter steeds de open ruimte en de vrije toegankelijkheid een grote rol spelen. Een windmolen kan immers niet functioneren zonder een vrije windtoevoer. De molenbiotoop is het gebied rondom een historische of monumentale molen met een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen. Om preciezer te kunnen bepalen of de windvang wordt belemmerd is door de Vereniging De Hollandsche Molen in 1982 de biotoopformule ontwikkeld. Deze formule wordt gebruikt om te bepalen hoe hoog obstakels rondom een molen mag zijn.
A
Bizetstraat B C
Vincent van Goghstraat
Werf D
Van Beethovenstraat E Legenda Groen = Oranje =
onderzoek niet noodzakelijk onderzoek noodzakelijk
planschade
molenbiotoop
bodem
archeologie en erfgoed
mer/MER
Flora en fauna
Water
EV
geluid
omgevingsfactoren Vestersbos
bedrijf en milieuzonering
Welke onderzoeken zijn noodzakelijk
Geluid vanuit school op omgeving nvt
Van Beethovenlaan
spoor, ringbaan zuid en geluid vanuit School op omgeving Geluid vanuit school op omgeving spoor en betuweroute nvt
Werf
geluid EV
Vincent van Goghstraat
Bedrijventerrein zuidspoor
Bizetstraat
Vestersbos
aandachtspunten omgevingsfactoren per locatie Bedrijf en milieuzonering
spoor en geluid vanuit School op omgeving Geluid vanuit school op omgeving spoor en betuweroute nvt
behoudens opvangen en berging als behoudens opvangen en berging als Naast opvangen en berging alsgevolg behoudens opvangen en berging als met gevolg van eigen ontwikkeling geen gevolg van eigen ontwikkeling geen van eigen ontwikkeling is op deze gevolg van eigen ontwikkeling geen aanvullende zaken aanvullende zaken locatie een bergbezinkbassin aanwezig aanvullende zaken
Water
omgeving heeft te maken waterprobleem is aandachtspunt
Flora en Faun mer/MER
twee aandachtsgebieden: a. twee aandachtsgebieden: a. Soortenbescherming (denk aan plant twee aandachtsgebieden: a. twee aandachtsgebieden: a. twee aandachtsgebieden: a. Soortenbescherming (denk aan plant en en diersoorten) b. Soortenbescherming (denk aan plant en Soortenbescherming (denk aan plant en Soortenbescherming (denk aan plant en diersoorten) b. gebiedsbescherming gebiedsbescherming (hier valt diersoorten) b. gebiedsbescherming (hier diersoorten) b. gebiedsbescherming diersoorten) b. gebiedsbescherming (hier valt formeel stikstof onder) formeel stikstof onder) valt formeel stikstof onder) (hier valt formeel stikstof onder) (hier valt formeel stikstof onder) pm pm pm pm pm
archeologie en erfgoed
middelhoge archeologsche waarde, uit reeds uitgevoerd onderzoek blijkt dat met name diepliggende lagen >2m voor bodemingrepen groter dan 2.500 oor bodemingrepen groter dan 500 m² en voor bodemingrepen groter dan 2.500 voor bodemingrepen groter dan 2.500 interessant zijn. m² en dieper dan 0,5m dieper dan 0,5m m² en dieper dan 0,5m m² en dieper dan 0,5m
bodem
gelet op locatie en gebruik is historisch gelet op locatie en gebruik is historisch gelet op locatie en gebruik is historisch gelet op locatie en gebruik is historisch gelet op locatie en gebruik is historisch onderzoek noodzakelijk en mogelijk onderzoek noodzakelijk en mogelijk onderzoek noodzakelijk en mogelijk onderzoek noodzakelijk en mogelijk onderzoek noodzakelijk en mogelijk verkennend booronderzoek verkennend booronderzoek verkennend booronderzoek verkennend booronderzoek verkennend booronderzoek
molenbiotoop
Molenbiotoop is opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Dit is betreft echter een oude systematiek. Op grond van provinciale verordening zal hier ook aan moeten worden getoetst. Er geldt een zone van 400 meter rondom de molen nvt
planschade
Geldt in alle gevallen waarbij de Geldt in alle gevallen waarbij de Geldt in alle gevallen waarbij de Geldt in alle gevallen waarbij de Geldt in alle gevallen waarbij de planologische situatie veranderd. Het planologische situatie veranderd. Het planologische situatie veranderd. Het planologische situatie veranderd. Het planologische situatie veranderd. Het gaat hierbij om het verschil tussen de gaat hierbij om het verschil tussen de gaat hierbij om het verschil tussen de gaat hierbij om het verschil tussen de gaat hierbij om het verschil tussen de maximale mogelijkheden in het oude maximalel mogelijkheden in het oude maximale mogelijkheden in het oude maximale mogelijkheden in het oude maximale mogelijkheden in het oude plan en die zelfde mogelijkheden in et plan en die zelfde mogelijkheden in et plan en die zelfde mogelijkheden in et plan en die zelfde mogelijkheden in et plan en die zelfde mogelijkheden in et nieuwe plan. nieuwe plan. nieuwe plan. nieuwe plan. nieuwe plan.
nvt
Molenbiotoop is opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Dit is betreft echter een oude systematiek. Op grond van provinciale verodening zal hier ook aan moeten worden getoetst. Er geldt een zone van 400 meter rondom de molen nvt