1173288 Bijlage 10. TOE Bijlage 4 Onderzoek Geluid
Tekst van het document
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Status Versie Rapport Datum
definitief 007 M.2017.0357.02.R004 17 januari 2022
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Colofon Opdrachtgever
K3Delta Postbus 200 6660 AE Elst
Contactpersoon opdrachtgever
de heer H. Hooijer H.Hooijer@K3.nl
Project Betreft Uw kenmerk
Zandwinning Rhederlaag Akoestisch onderzoek --
Rapport Datum Versie Status
M.2017.0357.02.R004 17 januari 2022 007 definitief
Uitgevoerd door
DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Lavendelheide 2 9202 PD Drachten Postbus 671 9200 AR Drachten
Contactpersoon
H. (Haico) Duin MSc 088 346 78 82 hdu@dgmr.nl
Auteur
H. (Haico) Duin MSc 088 346 78 82 hdu@dgmr.nl
Projectadviseur
ing. A.G. (Gerard) van Kempen 088 346 78 05 gke@dgmr.nl
2e lezer/secr.
GKE|OZU
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
2
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Inhoud 1. Inleiding
4
2. Bedrijfskenmerken 2.1 Situering 2.2 Bedrijfsomschrijving 2.3 Representatieve bedrijfssituatie 2.4 Relevante Incidentele bedrijfssituatie 2.5 Regelmatige afwijking
5 5 5 7 9 10
3. Kader 3.1 Vergunningsplicht 3.2 Systematiek 3.3 Ligging referentiepunten 3.4 Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 3.5 Geluidbeleid gemeente Zevenaar 3.6 Maximale geluidsniveaus 3.7 Indirecte hinder 3.8 Wetgeving Beste Beschikbare technieken 3.9 Informatiedocumenten
11 11 11 11 12 14 16 16 17 18
4. Akoestische modellering 4.1 Onderzoeksmethode 4.2 Geluidsbronvermogens 4.3 Maximale geluidsniveaus 4.4 Akoestisch rekenmodel
20 20 21 21 22
5. Resultaten 5.1 Handreiking - Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus 5.2 Geluidbeleid - Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus 5.3 Maximale geluidsniveaus 5.4 Incidentele bedrijfssituatie 5.5 Indirecte hinder 5.6 Stijging waterspiegel
23 23 24 24 25 25 26
6. Conclusies en aanbevelingen
27
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Begrippenlijst Afschrift vergunning Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten LAr,LT Rekenresultaten LAmax Rekenresultaten indirecte hinder
3
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
1. Inleiding K3Delta is van plan een veranderingsvergunning aan te vragen voor de zandwinning in het gebied Rhederlaag. Het bedrijf beschikt over een vergunning (kenmerk 2009-018783/MPM18654 van 14 maart 2011). Deze vergunning staat onder meer de winning van twee miljoen ton zand en grind per jaar toe. Na de start van de zandwinning in 2014 is door omwonenden aangegeven dat zij hinder van de zandwinning ondervinden. K3Delta is vervolgens een traject gestart in samenspraak met de betrokken overheden en de omwonenden. Na intensief overleg is er een aangepast en breed gedragen inrichtingsplan tot stand gekomen. Voor de uitvoering en de realisatie van dit plan wordt er alleen nog op een tweetal locaties tijdelijk zand gewonnen in het Rhederlaag. Het betreft de Kop van Wenting en een deel van de noordoever ten zuiden van camping De Veerstal. Hierbij is sprake van de afvoer van (gedurende vier jaar) maximaal 1.100.000 m3 zand. De bedrijfsactiviteiten zijn daarmee kleiner dan nu vergund. Voor deze aangepaste activiteiten wordt een veranderingsvergunning aangevraagd. Dit rapport is onderdeel van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aspect geluid. DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. heeft hiervoor akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de langtijdgemiddelde en maximale geluidsniveaus in de omgeving van de zandwinlocaties Rhederlaag.
Het onderzoek is ingesteld in het kader van de veranderingsaanvraag om omgevingsvergunning voor het aspect milieu van de inrichting krachtens artikel 2.1 lid 1 sub e sub 20 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het doel van het onderzoek is vaststellen van de geluidsemissie van de gevraagde activiteiten naar de omgeving. Hierbij gaat het om de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidsniveaus als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai van 1999 (HMRI). Achterin dit rapport treft u een begrippenlijst aan van veel voorkomende aspecten bij akoestische onderzoeken. Dit rapport bevat alleen die informatie, die nodig is om de akoestische aspecten van het betreffende bedrijf te beoordelen. Achtergrondinformatie over rekenmodellen, geluidsbronvermogens, meetapparatuur, gedetailleerde rekenresultaten en literatuur treft u aan in de bijlagen. k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
4
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
2. Bedrijfskenmerken 2.1 Situering K3Delta is van plan zand te gaan winnen op twee locaties in het gebied Rhederlaag. Hierbij gaat het om de stukken ‘Noordoever’ en ‘Kop van Wenting’. K3Delta beschikt eveneens over een loskade aan de Rivierweg 2. De locaties waar de activiteiten plaatsvinden bevinden zich in de gemeente Zevenaar. Aan de noordzijde grenst het gebied aan de naastgelegen gemeente Rheden.
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
In de omgeving van de inrichting bevinden zich vier maatgevende geluidsgevoelige locaties: het dorp Rheden, het Riverparc, de woningen van Lathum en de woningen van Giesbeek. In figuur 1 zijn de locaties met de omgeving weergegeven.
figuur 1: ligging werkzaamheden K3Delta in de omgeving
2.2 Bedrijfsomschrijving K3Delta is een bedrijf dat zich onder andere bezighoudt met het winnen van zand, grind en klei. Het bedrijf gaat bij de twee locaties in totaal (gedurende vier jaar) circa 1.100.000 m3 zand winnen en afvoeren. Hierbij gaat eerst droge winning plaatsvinden waarbij K3Delta de toplaag afgraaft en dit in naastgelegen gebieden toepast. Daarna vindt de natte winning plaats met behulp van zandzuigers waarbij een deel van het zand naar de loskade wordt verscheept. In figuur 2 ziet u een plattegrond van de inrichting.
5
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
figuur 2: plattegrond van de gebieden met werkzaamheden van K3Delta bij Rhederlaag
6
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Gelijktijdig aan de zandwinning vindt herinrichting van de zandwinlocaties plaats waarbij rekening gehouden wordt met de huidige recreatieve bestemming van het gebied. Dit betreft bijvoorbeeld de realisatie van diverse kleinere baaien ten behoeve van toekomstige recreatie en de aanleg van een grote baai waaraan camperstandplaatsen worden gerealiseerd. In figuur 3 is een impressie van deze eindsituatie weergegeven.
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
figuur 3: impressie inrichting na afronding zandwin werkzaamheden
2.3 Representatieve bedrijfssituatie De representatieve bedrijfssituatie (RBS) betreft die situatie waarbij de voor de geluidsproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Hiermee wordt bedoeld een bedrijfssituatie, waarin de inrichting maximaal in werking is, in een situatie die regelmatig (in elk geval vaker dan één keer per maand, ofwel vaker dan twaalf keer per jaar) voorkomt. De beschrijving van de representatieve bedrijfssituatie beperkt zich in het kader van dit onderzoek tot de voor de geluidsimmissie relevante activiteiten, installaties en werkzaamheden (geluidsbronnen) met hun bedrijfsduur die binnen de grens van de inrichting aanwezig en in werking zijn. Bij het vaststellen van de representatieve bedrijfssituatie gaan we uit van de maatgevende dag-, avond- en nachtperiode. De gehanteerde gegevens over de representatieve bedrijfssituatie zijn verstrekt en geaccordeerd door K3Delta. Het gehele proces van de zandwinning bij de Noordoever en de kop van Wenting duurt maximaal 4 jaar. De zandwinning vindt plaats van 07:00 tot 19:00 uur. De werkzaamheden op de loskade vinden plaats conform de huidige vergunning. Voor de zandwinning zijn meerdere verschillende bedrijfssituaties te onderscheiden. Deze worden hieronder beschouwd.
7
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
RBS 1&2: Droge winning “Noordoever” & Droge winning “Kop van Wenting” K3Delta start bij Rhederlaag met droge winning van de bovengrond. K3Delta graaft de eerste meters grond af met behulp van een rupskraan, een kleine shovel en drie dumpers. Voor de kop van Wenting laden de dumpers de bovengrond in een schip dat de bovengrond naar het nieuwe eiland brengt. Een kraanschip zal ter plaatse de bovengrond lossen. Per dag zijn er 4 transporten van een schip. Om het schip te laden vinden er 12 transportbewegingen van dumpers per uur plaats. Voor de Noordoever brengen de dumpers de bovengrond naar de naastgelegen gebieden, zoals aangegeven in figuur 2 – onderdelen toplaag toepassen. Hierbij vinden er 12 transportbewegingen per uur plaats. De droge winning van beide gebieden vindt niet gelijktijdig plaats en duurt enkele weken tot enkele maanden. RBS 3: Natte winning Zandwinning Zodra de droge winning is afgerond, gaat K3Delta met behulp van zandzuigers zand winnen onder het waterpeil, de zogenaamde natte winning. Hierbij gebruikt K3Delta een combinatie van een zandzuiger met een ponton of een zelf zuigend schip. De zandzuiger zuigt het zand van de bodem en ligt op een afstand van minimaal 20 meter van de oever. Het winnen van het zand gebeurt zodanig dat tegelijkertijd het gebied heringericht wordt.
Deze herinrichting produceert geen extra geluid ten opzichte van de normale zandwinning. Na de zandwinning vinden geen werkzaamheden plaats voor de herinrichting die onderdeel zijn van de inrichting. Een drijvende leiding transporteert het zand van de zandzuiger naar de ponton waar classificatie van het zand plaatsvindt. Per locatie wordt er gebruik gemaakt van één ponton. Voor de Kop van Wenting is dit het ponton Juliana, voor de Noordoever het ponton Maxima of het zelfzuigende schip Argus. De pontons bevinden zich tijdens het zandwinningsproces op één locatie. Het zelfzuigende schip Argus vaart in buurt van de zandwinning waarbij hij eveneens minimaal 20 meter uit de kant blijft. Op de pontons vindt verlading van het zand naar schepen plaats. Zodra een schip vol geladen is, vaart deze of naar de loskade of naar derden via de IJssel.
De schepen vervoeren circa 22% van het zand naar de loskade waar op- en overslag plaatsvindt. De overige hoeveelheid zand vervoeren de schepen via IJssel direct naar derden. De schepen varen met een snelheid van 9 km/uur. Loskade De activiteiten bij de loskade blijven in de nieuwe situatie gelijk aan de reeds vergunde situatie. Hierbij lossen de schepen afkomstig van de pontons een deel van het zand bij de loskade. Naast het lossen van deze schepen worden er ook schepen geladen bij deze kade. Tijdens het laden en lossen van de schepen staat de aandrijfmotor uit. Een aggregaat die zorgt voor de stroomvoorziening op de schepen is dan wel in bedrijf.
8
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
De verladingpontons laden het zand middels transportbanden in aangemeerde schepen. Aan de pontons kunnen één of meerdere schepen aangemeerd liggen, waarbij de scheepsmotoren tijdens het laden niet in bedrijf zijn. Per dag vertrekken er maximaal drie volgeladen schepen per ponton en komen er drie lege schepen per ponton terug.
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Een grijperkraan zorgt voor overslag van materiaal van en naar de schepen. Op de loskade is een shovel in de dagperiode in gebruik voor het verplaatsen van materiaal. Naast de shovel gebruikt K3Delta ook een transportband met generator. Maximaal 150 vrachtwagens per dag vervoeren materiaal van en naar de loskade. Een deel van de vrachtwagens brengt materiaal naar de loskade waarbij ze bij de kade het materiaal in schepen storten. Deze schepen varen vervolgens over het meer naar de ontsluiting met de IJssel. Dagelijks komen er 20 personenauto’s en bestelbusjes bij de loskade. Tabel 1: geeft per representatieve bedrijfssituatie een overzicht van de activiteiten. Hiermee bedoelen we alle relevante stationaire en mobiele geluidsbronnen en de bijbehorende bedrijfstijden voor de zandwinning van K3Delta bij Rhederlaag. De gegeven Id’s corresponderen met de nummering zoals gebruikt bij het opstellen van het rekenmodel. tabel 1: representatieve bedrijfssituatie (uren of percentage van de betreffende periode in bedrijf)
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Omschrijving
Avondperiode 19.00 - 23.00 uur
Nachtperiode 23.00 - 07.00 uur
RBS 1&2: Droge winning Noordoever & Droge winning Kop van Wenting Rupskraan 002 12 uur Shovel 005 12 uur Dumpers M01 144 x 2 bewegingen Kraanschip maken nieuw eiland 015 12 uur Zandschip kop van Wenting - Eiland M07 4 x 2 bewegingen
------
------
RBS 3: Natte winning Zandzuigers (1 van 2) Pontons (1 van 2) Transportleiding (1 van 2) Schip naar loskade (1 per ponton) Schip naar afnemer (2 per ponton) Argus zandzuigen Vaarbewegingen Argus Activiteiten loskade Schepen van loskade naar de afnemer Aggregaat stroomvoorziening schepen loskade Grijperkraan Vrachtwagens op de laadsteiger Shovel Transportband met generator Personenauto’s en busjes Vrachtwagens loskade
id.
Dagperiode 07.00 - 19.00 uur
001 003-004 L01-L05 M04 M04 009 M03
12 uur 12 uur 12 uur 1 x 2 bewegingen 2 x 2 bewegingen 12 uur 4 bewegingen
--------
--------
M04 011
2 x 2 bewegingen 12 uur
---
---
010 012 006 L06, 013 - 014 M06 M05
12 uur 1.25 uur 9 uur 12 uur 40 bewegingen 150 x 1 beweging
--
--
-1 uur ---
-1 uur ---
2.4 Relevante Incidentele bedrijfssituatie Activiteiten of combinaties van activiteiten die incidenteel voorkomen, behoren tot de incidentele bedrijfssituaties (IBS). Het begrip ‘incidenteel’ vertalen we in dit kader naar een situatie die verspreid over het jaar niet vaker dan twaalfmaal optreedt. Bij de zandwinning Rhederlaag van K3Delta treden akoestisch relevante incidentele bedrijfssituaties op. Hierbij gaat het om het incidenteel overwerken waarbij de inrichting het gehele etmaal in bedrijf is. Dit komt maximaal 12 keer paar jaar voor.
9
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
2.5 Regelmatige afwijking Met een beperkte frequentie, maar meer dan twaalfmaal per jaar, vindt voor deze bedrijfssituatie meer geluidsemissie plaats dan onder representatieve omstandigheden. Dit noemt men de regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie (RABS). Bij de zandwinning Rhederlaag van K3Delta treden geen akoestisch relevante regelmatige afwijkingen plaats.
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
10
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
3. Kader In dit hoofdstuk zijn de toetsingskaders voor de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus, de maximale geluidsniveaus en de equivalente geluidsniveaus als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van de inrichting opgenomen. 3.1 Vergunningsplicht Het bedrijf valt onder cat. 11 onder 11.1h van het Besluit Omgevingsrecht, bijlage 1 onderdeel C en is op grond hiervan vergunningplichtig. 3.2 Systematiek Dit rapport is onderdeel van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aspect geluid. De activiteiten voor natte winning van K3Delta bij Rhederlaag zijn reeds vergund, de locatie van de activiteiten verandert echter ten opzichte van de vergunde situatie. Het gaat hierdoor om een verandering van de inrichting met een wijziging van de geluidsuitstraling. K3Delta blijft voor de natte winning gebruik maken van het vergunde en/of bestaand materieel. Voor de gevraagde activiteit droge winning wordt gebruik gemaakt van bestaand materieel. De huidige milieuvergunning (kenmerk 2009-018783/MPM18654) is verleend op 14 maart 2011 voor de zandwinning Rhederlaag en de loskade. In de voorschriften van de vergunning zijn geluidwaarden opgenomen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de representatieve bedrijfssituatie, het maximale geluidsniveau en langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de incidentele bedrijfssituatie.
In bijlage 2 is een afschrift van deze vergunning voor het aspect geluid opgenomen. De geluidwaarden in de geluidsvoorschriften zijn vastgelegd bij geluidsgevoelige bestemmingen in de omgeving. In de nieuwe situatie verschuift een deel van de activiteiten van de zandwinning waardoor de geluidsbelasting op de omgeving veranderd. De ligging van de referentiepunten en de toegekende getalswaarden is door deze verandering niet meer representatief. Daarom zijn deze referentiepunten in dit rapport opnieuw gekozen.
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Voor de beoordeling van de geluidsbelasting op deze referentiepunten sluiten we aan bij de waarden en systematiek uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (verder: Handreiking), het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar en de hierboven benoemde vigerende vergunningsvoorschriften. 3.3 Ligging referentiepunten In het onderzoek beschouwen we de geluidsbelasting vanwege de activiteiten van K3Delta Rhederlaag op diverse referentiepunten in de omgeving. Hierbij maken we onderscheid tussen de volgende onderdelen: • Rheden • Giesbeek • Riverparc • Camping De Mars • Camping De Veerstal • Losse woningen: ∙ Rhedense Veerweg 70 en 78 ∙ Havikerwaard 45 ∙ Woningen rondom de loskade nabij Lathum 11
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Het onderstaande figuur toont de ligging van de verschillende referentiepunten.
figuur 4: Ligging referentiepunten
De twee campings: De Mars en De Veerstal zijn geen geluidsgevoelige bestemmingen. Wel kunnen op deze locaties gedurende langere tijd mensen verblijven. Om deze reden vindt in het onderzoek geen formele toetsing plaats op deze referentiepunten aan grenswaarden, maar is de geluidsbelasting op de campings alleen inzichtelijk gemaakt.
3.4.1 Richtwaarden De richtwaarden zijn afhankelijk van de aard van de woonomgeving. Van de verschillende groepen referentiewaarden is daarom de aard van de woonomgeving bepaald conform tabel 4 uit de handreiking. 12
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
3.4 Handreiking industrielawaai en vergunningverlening De Handreiking beschrijft de redenatielijn die in het geval van vergunningverlening of herziening van een vergunning gevolgd kan worden. De Handreiking schrijft voor bestaande inrichtingen voor dat bij herziening van de vergunning opnieuw aan de richtwaarden getoetst dient te worden en wel in de navolgende volgorde: 1 Opnieuw toetsen aan de richtwaarden volgens tabel 4 uit de Handreiking (tabel 4 geeft richtwaarden aan de hand van de aard van de woonomgeving). 2 Overschrijding van de richtwaarden is mogelijk tot het referentieniveau van het omgevingsgeluid. 3 Overschrijding van het referentieniveau van het omgevingsgeluid tot een maximum etmaalwaarde van 55 dB(A) is in sommige gevallen toelaatbaar op grond van een bestuurlijk afwegingsproces waarbij de geluidbestrijdingskosten een belangrijke rol spelen.
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Het woongebied Rheden en de woningen ten oosten van Lathum zijn te karakteriseren als ‘woonwijk in de stad’ in verband met de ligging van verkeerswegen (A348 en de N338) in de directe nabijheid. Het woongebied Giesbeek is te karakteriseren als ‘rustige woonwijk, weinig verkeer’, vanwege de bedrijvigheid van de aanwezige recreatiebedrijven en diens verkeersaantrekkende werking. Het woongebied Riverparc is te karakteriseren als ‘landelijk gebied’ vanwege de afwezigheid van wegverkeer en bedrijvigheid. De vrijstaande woningen in het buitengebied zijn tot slot te karakteriseren als ‘woningen in een landelijke omgeving’. De onderstaande tabel toont tabel 4 van de Handreiking en daarmee de richtwaarden per gebiedstype die gehanteerd worden als toetsing. tabel 2: tabel 4 uit de Handreiking Aard van de woonomgeving Landelijke omgeving Rustige woonwijk, weinig verkeer Woonwijk in de stad
Aanbevolen richtwaarden in de woonomgeving in dB(A) Dag Avond Nacht 40 35 30 45 40 35 50 45 40
3.4.2 Referentieniveau Conform de systematiek uit de Handreiking is bij vergunningverlening, indien niet voldaan wordt aan de richtwaarden, inzicht in het referentieniveau van het omgevingsgeluid nodig. Er zijn geen gegevens over het referentieniveau van het omgevingsgeluid bekend. Voor de woningen binnen de invloedssfeer van een weg is het referentieniveau bepaald op basis van de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer. Voor de overige woningen is een inschatting gemaakt van het omgevingsgeluid aan de hand van de karakterisering van het gebied op grond van expert judgement. Rond het gebied liggen twee relevante wegen: de A348 en de N338. Voor deze wegen is door de provincie Gelderland de geluidsemissie in kaart gebracht. Figuur 4 toont de geluidsbelasting van deze wegen op de omgeving. Hieruit blijkt dat het omgevingsniveau afkomstig van het wegverkeerslawaai bij een aantal beoordelingspunten tussen 55 dB(A) en 60 dB(A) ligt.
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Daarnaast kunnen referentieniveaus bepaald worden aan de hand van de karakterisering van het gebied. Het gebied rond woningen in de dorpen en woongebieden kan gezien worden als een rustige woonwijk in de stad. Gebieden met deze karakterisering hebben doorgaans een referentieniveau van 45 dB(A) etmaalwaarde. Het gebied rond de individuele woningen kan gezien worden als landelijk gebied. Gezien de korte afstand van deze woningen tot de omliggende dorpen, bedrijven en wegen wordt een referentieniveau van niet meer dan 40 dB(A) etmaalwaarde verwacht. Volgens de Handreiking en vaste jurisprudentie is in deze situatie een referentieniveau van 40 dB(A) van toepassing.
13
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
figuur 5: geluidsbelasting in de dagperiode (dB(A)) van de wegen A348 en N338 Gemodelleerd met gegevens van provincie Gelderland – teljaar 2019 https://www.gelderland.nl/GeldersVerkeer (28-08-2020)
3.5 Geluidbeleid gemeente Zevenaar De locatie waar de activiteiten plaatsvinden bevindt zich aan de noordzijde van de gemeente Zevenaar. De IJssel vormt de gemeentegrens, waardoor een deel van het onderzoeksgebied in de gemeente Rheden valt. Voor de woningen in deze gebieden is het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar niet van toepassing.
De gemeente Zevenaar hanteert in haar geluidbeleid een gebiedsgerichte aanpak. Het grondgebied is onderverdeeld in verschillende gebiedstypen en per gebiedstype is met behulp van de geluidklassen een ambitieniveau en een bovengrens bepaald die van toepassing zijn op de verschillende activiteiten. De indeling van de geluidsklassen is getoond in het onderstaande figuur.
14
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
De gemeente Zevenaar beschikt over geluidbeleid vastgesteld in 2008 (versie 2 van februari 2009). Hieronder geven we een beknopte samenvatting van de voor het onderzoek relevante onderdelen uit het geluidbeleid.
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
figuur 6: indeling geluidsklassen - figuur 5.1 uit de nota geluidbeleid.
Aan de hand van de gebiedstypen is voor de verschillende referentiepunten het bijbehorende ambitieniveau en bovengrens bepaald. In de onderstaande tabel hebben we deze geluidsklassen vertaald naar een kwantitatieve bovengrens die we gebruiken voor de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de activiteiten van K3Delta. tabel 3: grenswaarden bij de referentiepunten op basis van de geluidsklassen Referentiepunt Giesbeek
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Riverparc
Gebiedstype De woonwijken in Zevenaar en in de dorpen De woonwijken in Zevenaar en in de dorpen
Ambitiniveau Redelijk 50 dB(A) rustig Redelijk 50 dB(A) rustig
Bovengrens Redelijk 50 dB(A) rustig Redelijk 50 dB(A) rustig
Woningen rondom de loskade nabij Lathum
Buitengebied
Rustig
45 dB(A)
Rustig
45 dB(A)
Rhedense Veerweg 70 en 78
Uiterwaarden en buitengebied met recreatiefunctie
Rustig
45 dB(A)
Rustig
45 dB(A)
Aanvullend op de beoordeling bij de geluidsgevoelige objecten beschouwt het geluidbeleid ook uiterwaarden met natuurfunctie (Vogelrichtlijn- en stiltegebieden). In deze gebieden wordt aanvullend op eventuele woonfuncties de functie van het gebied beschermd. De werkzaamheden van K3Delta bij Rhederlaag vinden plaats in een vogelrichtlijngebied waarop dit deel van het geluidbeleid van toepassing is. De aanvraag waar dit akoestisch onderzoek onderdeel van is, gaat om een verandering van de inrichting met een wijziging van de locatie van geluidsuitstraling. K3Delta gaat hierbij geen ander of aanvullend materieel gebruiken dat een andere geluidsemissie naar het vogelrichtlijngebied heeft. Hierom wordt de geluidsbelasting op het gehele vogelrichtlijngebied als onveranderd beschouwd ten opzichte van de vergunde situatie. Dit aspect wordt daarom niet verder uitgewerkt. Voor bedrijven in het buitengebied is vastgesteld dat er een aangepaste periodedefinitie van toepassing is. Deze aangepaste periodedefinitie is daarbij overgenomen uit het Besluit landbouw milieubeheer en omvat de volgende perioden: • dagperiode van 06:00 tot 19:00 uur • avondperiode van 19:00 tot 22:00 uur • nachtperiode van 22:00 tot 06:00 uur 15
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
De werkzaamheden van K3Delta bij Rhederlaag vinden plaats in het buitengebied. Voor de toetsing van de geluidsbelasting aan het geluidbeleid worden daarom deze aangepaste periodedefinities gehanteerd. Als beleidsuitspraak is opgenomen dat voor alle bedrijven in het buitengebied de ambitiewaarde van het gebied geldt op 50 m van de inrichtingsgrens in het geval er geen geluidsgevoelige bestemmingen van derden op kortere afstand zijn gelegen. De kortste afstand van de werkzaamheden van K3Delta tot een geluidsgevoelige bestemming bedraagt meer dan 50 meter. Dit was ook van toepassing in de vergunde situatie. De situatie is voor dit aspect daarom niet veranderd ten opzichte van de vergunde situatie. Dit aspect wordt daarom niet verder inzichtelijk gemaakt. Als beleidsuitspraak is opgenomen dat voor het buitengebied geldt dat de gemeente aansluiting zoekt bij het referentieniveau van het omgevingsgeluid. Als het wegverkeerslawaai bepalend is voor het referentieniveau, en als het niveau van het wegverkeer min 10 dB hoger is dan de ambitiewaarde van het gebied, geldt het niveau min 10 dB als bovengrens. Voor de referentiepunten waar dit geldt en waar getoetst moet worden aan de bovengrens worden bij de beoordeling de referentieniveaus gehanteerd zoals gedefinieerd in 3.4.2.
3.6 Maximale geluidsniveaus Als richtwaarde voor de maximale geluidsniveaus wordt vaak het langtijdgemiddeld geluidsniveau + 10 dB aangehouden. Wanneer hier niet aan kan worden voldaan, bevelen wij sterk aan dat het maximale geluidsniveau niet meer bedraagt dan 70/65/60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avonden nachtperiode. Grenswaarden voor het maximale geluidsniveau van 70, 65 en 60 dB(A) in onderscheidenlijk de dag-, avond- en nachtperiode zijn volgens vaste jurisprudentie van de ABRvS in redelijkheid toereikend te achten om geluidhinder te voorkomen dan wel in voldoende mate te beperken (ABRvS 21 juli 2010, nr. 200908139/1/M2 (Oss)). In specifieke situaties kan bevoegd gezag voor de dag- en nachtperiode nog 5 dB meer toestaan. Het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar bevat ook eisen over de maximale geluidsniveaus. Deze zijn vergelijkbaar met de wettelijke normen. We beschouwen daarom ook de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus +10 dB en de daaropvolgende normen van 70/65/60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode.
Indirecte hinder is relevant wanneer deze kan worden toegerekend aan het in werking zijn van de inrichting. Dit is het geval zolang het verkeer van en naar het bedrijf nog niet is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Verkeer van en naar de inrichting is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als het qua snelheid, rij-, rem- en stopgedrag niet meer te onderscheiden is van het overige verkeer.
16
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
3.7 Indirecte hinder De indirecte hinder toetsen wij aan de Circulaire van 29 februari 1996, “Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting: beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer”. Kort samengevat komt dit neer op een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde met een ontheffingsmogelijkheid tot 65 dB(A) etmaalwaarde. Indien sprake is van de ontheffingsmogelijkheid, is het nodig aan te tonen dat het binnenniveau voldoet aan 35 dB(A) etmaalwaarde.
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
In het kader van indirecte hinder beschouwen wij alleen naar langtijdgemiddeld geluidsniveaus. Maximale geluidsniveaus worden conform de circulaire ‘Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer' van 29 februari 1996 niet getoetst. Bij K3Delta is de indirecte hinder inzichtelijk gemaakt voor het weg- en watertransport. Bij het wegtransport gaat het hierbij om vervoersbewegingen van en naar de loskade. De vervoersbewegingen behorende tot de loskade zijn beschouwd tot aan de rotondes op de Rivierweg N338 oostelijk en westelijk van de inrichting. Het transport over het water is op de Lathumse Plas, de Gieseplas en de Valeplas tot aan de verbinding met de IJssel meegenomen als onderdeel van de representatieve bedrijfssituatie en dus beschouwd als directe hinder. Op de IJssel zijn de vaarbewegingen opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 3.8 Wetgeving Beste Beschikbare technieken Voor bedrijven die vallen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het nodig ten minste de Beste Beschikbare Technieken (BBT) toe te passen. Dit is opgenomen in art. 2.14 onderdeel c lid 1 Wabo. Dit artikel geeft invulling aan de Europese Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies (Richtlijn Industriële Emissies (RIE) ook wel IPPC-richtlijn genoemd).
Het doel van deze richtlijn is het beperken van emissies door het toepassen van BBT.
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
De RIE is daarom geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving. De richtlijn omvat een integratie van de IPPC-Richtlijn met zes andere richtlijnen voor grote stookinstallaties, afvalverbranding, oplosmiddelen en de titaandioxide-industrie. Door het opnemen van de richtlijn in de Wabo is deze niet alleen van toepassing op bedrijven die beschikken over IPPC-installaties (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging), maar is ook op alle bedrijven die vallen onder de Wabo. In artikel 1.1, lid 1, van de Wabo is het begrip Beste Beschikbare Technieken overeenkomstig de IPPC-richtlijn gedefinieerd: “voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die – kosten en baten in aanmerking genomen – economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld;” Deze definitie
betekent concreet: • ‘Beste’: het meest doeltreffend voor het bereiken van een hoog algemeen niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel. • ‘Beschikbare’: op zodanige schaal ontwikkelt dat de betrokken technieken, kosten en baten in aanmerking genomen, economisch en technisch haalbaar in de betrokken industriële context kunnen worden toegepast, onafhankelijk van de vraag of die technieken al dan niet op het grondgebied van de betrokken lidstaat worden toegepast of geproduceerd, mits zij voor de exploitant op redelijke voorwaarden toegankelijk zijn. • ‘Technieken’: zowel de toegepaste technieken als de wijze waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld.
17
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Voor zover door het verbinden van voorschriften aan de vergunning de nadelige gevolgen voor het milieu niet voorkomen kunnen worden, worden aan de vergunningvoorschriften verbonden, krachtens art. 2.14 Wabo, die de grootst mogelijke bescherming bieden tegen die gevolgen, tenzij dat technisch en/of economisch redelijkerwijs niet kan worden verlangd. De invulling van het begrip ‘Beste Beschikbare Technieken’ dient met betrekking tot geluid naar de omgeving een weloverwogen mix van de volgende aspecten te zijn: • Toepassing van maatregelen die in de betreffende bedrijfstak of branche gebruikelijk zijn: dit is een algemeen geaccepteerde basis voor toe te passen maatregelen binnen alle branches. Dit betekent dat specifiek lawaaiige apparatuur wordt voorzien van technische maatregelen die de geluidsemissie acceptabel maken. ∙ Veelal speelt hierbij ook de eis voor het geluid op de arbeidsplaatsen een belangrijke rol. Het toepassen van de genoemde aspecten wordt binnen de branche alleen gedaan wanneer hiertoe de noodzaak aanwezig is. • Toepassing van maatregelen volgens de stand van de techniek: dit omvat een integrale reductie van het brongeluid. Veel installatiedelen zijn uit te voeren in geluidsarme versies, dan wel van aanvullende maatregelen te voorzien. Aan deze benadering hangt een nadrukkelijk financieel nadeel.
Het volledig toepassen van deze benadering leidt vaak tot zeer grote meerkosten en is zeker niet gebruikelijk in deze branche noch in andere branches. Voor het geluid naar de omgeving moet er een evenwicht zijn tussen de meerkosten en de te behalen reductie bij de geluidsgevoelige bestemmingen. • Toepassing van maatregelen op basis van de optredende geluidsbelasting: in het geval van hoge geluidsniveaus bij geluidsgevoelige bestemmingen zullen Beste Beschikbare Technieken meer vergaand moeten zijn. 3.9 Informatiedocumenten In artikel 9.2 Ministeriële Regeling Omgevingsrecht (MOR) zijn documenten aangewezen waarmee bij de bepaling van de voor de inrichting in aanmerking komende Beste Beschikbare Technieken rekening gehouden moet te worden. Dit betreffen documenten waarmee in ieder geval rekening gehouden moet worden indien het IPPC-installaties betreft. Daarnaast betreffen het documenten waarmee rekening gehouden wordt, indien ze betrekking hebben op onderdelen van de inrichting of activiteiten binnen de inrichting (IPPC-installaties kunnen ook onderdelen van installaties of activiteiten binnen de inrichting zijn).
Naast deze aangewezen documenten wordt voor de beoordeling van de in aanmerking komende Beste Beschikbare Technieken gebruik gemaakt van overige gepubliceerde informatie (onder andere infomil, Facilitaire Organisatie Industrie, EMIS-VITOetc.), branche-informatie, fabrieks- en leveranciersgegevens en bureauervaring. Bij K3Delta zijn geen IPPC-installaties aanwezig. Aangezien de bestaande activiteiten reeds vergund zijn en aan het vergunde en in te zetten materieel geen belangrijke wijzigingen plaatsvinden, beperkt deze paragraaf zich enkel tot de wijzigingen van de inrichting. 18
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Bij IPPC-installaties betreft het ‘vastgestelde Europese informatiedocumenten over BBT’ en bij onderdelen van of activiteiten binnen de inrichting ‘Nederlandse informatiedocumenten over BBT’. Deze informatiedocumenten zijn opgenomen in de bijlage van het bovengenoemde besluit. De Europese informatiedocumenten betreffen de BAT-referentiedocumenten, ook wel Bref’s genoemd.
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Bij het verlenen van de milieuvergunning met kenmerk 2009-018783/MPM18654 heeft er al een toetsing aan de BBT plaatsgevonden. In dit akoestische onderzoek is daarom voor het aspect BBT alleen gekeken naar de veranderingen ten opzichte van de vigerende vergunning. Ten opzichte van de vigerende vergunning is de droge winning toegevoegd en is er gebruik gemaakt van ander ponton (Maxima). Deze installaties die gebruikt gaan worden voor de zandwinning is geluidsarm doorgevoerd en voldoet aan de stand der techniek. Hiermee voldoet K3Delta aan de Beste Beschikbare Technieken. Ten aanzien van de wijzingen hebben wij de volgende aspecten getoetst aan de 'Beste Beschikbare Technieken', te weten: • Droge winning: de kraan, shovel en dumpers zijn bestaand materieel van K3Delta. Dit bestaande materieel voldeed bij de aanschaf aan de stand der techniek en kan daardoor als Beste Beschikbare Techniek beschouwd worden. • Vrachtwagens: het gehanteerde geluidsvermogen voor vrachtwagens van 102 dB(A) mag als standaardwaarde worden gezien, representatief voor het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark. Dit wordt geïnterpreteerd als de Beste Beschikbare Technieken. • Bedrijfstijden: de laad- en losactiviteiten vinden in de dagperiode plaats. In de nachtperiode vinden geen laad- en losactiviteiten plaats.
• Terreinindeling: het terreinoppervlak van de tijdelijke toevoerwegen is zodanig afgewerkt dat geluidspieken veroorzaakt door oneffenheden in de ondergrond worden voorkomen. • Onderhoudscontract: voor alle installaties is een contract voor preventief onderhoud afgesloten. Hiermee wordt geluidhinder door slijtage of verstopping van filters e.d. voorkomen. • Inspecties: De technische dienst beschikt over een onderhoudssysteem waarin een planning is opgenomen voor preventief onderhoud. • Vervanging installaties: bij vervanging worden installaties gekozen conform de stand der techniek, waardoor de geluidsuitstraling naar de omgeving beperkt wordt.
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Met de aanwezige en geplande installaties, het huidige en toekomstig materieel en de werkwijze geeft het bedrijf invulling aan BBT.
19
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
4. Akoestische modellering Dit hoofdstuk beschrijft op welke wijze wij het akoestisch onderzoek uitvoerden, welke geluidsbronvermogens wij hierbij hanteerden en hoe het rekenmodel is ingericht. 4.1 Onderzoeksmethode We maken onderscheid tussen: • De geluidsproductie van de geluidsbron (emissie). • De geluidsoverdracht van de bron naar de ontvanger (overdracht). • Het geluid dat de ontvanger bereikt (immissie). Conform de HRMI hebben wij de keuze uit de volgende onderzoeksmethoden: • Direct meten van de geluidsimmissie (methode II.1). • Extra- of interpolatie van metingen nabij het immissiepunt met behulp van rekencorrecties (methode II.1). • Berekenen van de geluidsimmissie met behulp van een overdrachtsmodel uit gemeten of verkregen emissieniveaus (geluidbronvermogens) (methode II.8). In dit onderzoek hebben we ervoor gekozen om de geluidsimmissie te berekenen met een overdrachtsmodel gebaseerd op geluidsbronvermogens. De redenen hiervoor zijn dat: • Het een prognose onderzoek betreft en de inrichting nog niet in bedrijf is. • De representatieve bedrijfssituatie wisselend is. • Stoorlawaai van andere bedrijven/verkeerswegen aanwezig is. • De nauwkeurigheid van het onderzoek dit vereist. De activiteiten in het gebied Rhederlaag vinden verspreid plaats over een groot gebied en zijn onder te verdelen in diverse bedrijfssituaties.
De beoordelingspunten zijn gekozen bij woningen rondom het water en bij camping De Veerstal en camping De Mars. De maatgevende geluidsimmissie bij de beoordelingspunten is afhankelijk van de locatie van de werkzaamheden. De verschillende bedrijfssituaties zijn daarom gemodelleerd op enkele maatgevende locaties in het werkgebied.
De maximale geluidsniveaus zijn in totaal in kaart gebracht waarbij enkel de maatgevende maximale geluidsniveaus op de maatgevende locaties zijn gemodelleerd. De activiteiten aan de loskade zijn onveranderd ten opzichte van de vergunde situatie en alleen aan de hand van digitale kaartinformatie geactualiseerd.
20
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
In hoofdstuk 2 zijn de gevraagde bedrijfssituaties opgedeeld in drie representatieve bedrijfssituaties die voor langere tijd plaatsvinden. Per beoordelingspunt is de maatgevende geluidsbelasting per representatieve bedrijfssituatie bepaald. De maatgevende voorkomende geluidsbelasting is vervolgens getoetst aan de vigerende vergunning en de richtwaarden uit de Handreiking.
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
4.2 Geluidsbronvermogens K3Delta beschikt over uitgebreide akoestische gegevens van haar materieel. De gehanteerde geluidsbronvermogens voor de verschillende activiteiten, installaties en werkzaamheden zijn verstrekt door K3Delta. Voor de pontons en zandzuigers is hierbij uitgegaan van de maatgevende installaties zodat al het materieel overal inzetbaar is. Zandzuiger De Steeg is hierbij een uitzondering. Om de geluidsimissie bij het Riverparc zoveel mogelijk te beperken mag deze alleen met de meest geluidsarme kant, de voorkant, richting het Riverparc liggen. Tabel 4 geeft een overzicht van alle gehanteerde geluidsbronvermogens met hun herkomst. tabel 4: gehanteerde geluidsbronvermogens Omschrijving
Lwr in dB(A)
Herkomst
Rupskraan Shovel Dumpers (1 van 3) Kraanschip Zandschip
106 106 108 106 108
K3Delta K3Delta K3Delta K3Delta K3Delta
RBS 3 Zandzuiger maximaal (De Steeg bakboord)
111
K3Delta
Zuidzuiger richting Riverparc (De Steeg voorkant) Ponton Maxima Ponton Juliana
106 104 113
K3Delta K3Delta K3Delta
Zelfzuigend schip Argus Transportleiding (1 van 2) Schepen
105 64 per meter 108
K3Delta K3Delta K3Delta
Loskade Aggregaat stroomvoorziening schip loskade
97
K3Delta
Grijperkraan Shovel Transportband
106 106 83 per meter
K3Delta K3Delta K3Delta
Aandrijving transportband
98
K3Delta
Generator transportband Vrachtwagen kiepen Personenauto’s en busjes Vrachtwagens voor afvoer van loskade
92 103 93 102
K3Delta K3Delta DGMR-meetarchief DGMR-meetarchief
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
RBS 1 en 2
De volledige invoergegevens van het rekenmodel treft u aan in bijlage 3. 4.3 Maximale geluidsniveaus De maximale geluidsniveaus zijn ook afkomstig uit de geluidsgegevens van het materieel van K3Delta. Voor installaties met een continu geluid liggen de maximale geluidsniveaus doorgaans 6 dB boven het langtijdgemiddeld geluidsniveau en treedt op bij het opstarten of aftoeren van de installatie. Voor personenwagens en bestelauto’s bedraagt het maximale geluidsniveau 99 dB(A) als gevolg van het sluiten van portieren. Van rijdende en manoeuvrerende vrachtwagens bedraagt het maximale geluidsniveau 110 dB(A) en treden op bij het manoeuvreren of bij het afblazen van pneumatische remmen.
21
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
4.4 Akoestisch rekenmodel De geluidsoverdracht van geluidsbronnen naar beoordelingspunten is berekend met het DGMR-softwarepakket Geomilieu V4.30. Deze versie is gebruikt omdat een revisievergunning wordt aangevraagd en de geluidssituatie in zijn geheel opnieuw beoordeeld wordt. In dit akoestisch model zijn alle relevant en afschermende objecten meegenomen, evenals alle geluidsbronnen van het bedrijf. De akoestisch reflecterende bodemgebieden zijn ingevoerd, voor het overige oppervlak is gerekend met een absorberende bodem. Het hoogteprofiel van de omgeving is aan de hand van de AHN ingevoerd. Hierbij is uitgegaan voor één uniform waterpeil. Omdat het waterpeil in de meren kan veranderen is het effect van een stijging van 2 meter ten opzichte van de basis bepaald. De beoordelingspunten liggen op 1.5 meter in de dagperiode en op 5.0 meter in de avond- en nachtperiode ten opzichte van het vloerpeil. De reflectie in de achterliggende gevel wordt niet meegenomen (invallend geluidsniveau). Voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn twee rekenmodellen opgesteld. Voor de beoordeling aan de handreiking en vergunning is gerekend met de standaard periode definities. Voor de beoordeling aan het geluidbeleid is een kopiemodel doorgerekend met de aangepaste periodedefinities uit het geluidbeleid.
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
22
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
5. Resultaten De resultaten zijn weergegeven in langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus in de representatieve bedrijfssituatie (paragraaf 5.1), de maximale geluidsniveaus (paragraaf 5.2), de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus in de incidentele bedrijfssituatie (paragraaf 5.3) en de indirecte hinder (paragraaf 5.4). In de volgende paragrafen zetten wij dit nader uiteen. 5.1 Handreiking - Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus De maatgevende berekende geluidsniveaus op de beoordelingspunten in de drie representatieve bedrijfssituaties zijn berekend volgens de onderzoeksmethode. Hieronder treft u in tabel 5 de maatgevende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bij de maatgevende beoordelingspunten. Dit zijn de resultaten in de dagperiode. Voor het toetsingskader zijn de richtwaarden en de toetswaarden bij vergelijkbare locaties uit de onderliggende vergunning gehanteerd. Bijlage 4 bevat de gedetailleerde berekeningsresultaten. tabel 5: langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie in de dagperiode(waarden in dB(A)) Locatie Rheden Giesbeek Riverparc Woningen rondom de loskade nabij Lathum Rhedense Veerweg 70 Rhedense Veerweg 78 Camping Veerstal Camping De Mars
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus (dB(A)) RBS RBS 2 RBS 3 Maatgev 1 end 42 31 39 42 38 38 43 43 37 36 40 40 40 40 40 40 33 33 53 39
42 53 39 39
43 50 51 40
Kaders
Over-/onderschrijding Richtwaarde
39 42-50 -42-43
Richtwaarde 50 45 40 50
Toe/afname t.o.v. vergunning +3 -7 tot +1 --3 tot -2
50 ----
40 ----
-7 ----
3 ----
Vergunning
43 53 53 40
-8 -2 0 -10
De loskade kan ook in de avond- en nachtperiode in bedrijf zijn. Tabel 6 toont de resultaten van deze bedrijfssituatie bij de maatgevende woningen aan de Bandijk in Lathum. tabel 6: langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie in de avond- en nachtperiode(waarden in dB(A))
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Locatie Bandijk 35 Bandijk 39
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus Avond Nacht 36 33 34 31
Vergunning Avond 45 45
Nacht 45 45
Toe-/afname t.o.v. vergunning Avond -9 -11
Nacht -12 -14
Uit tabel 5 zijn over de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus de volgende conclusies te trekken: • De geluidsbelasting bij de woningen nabij Lathum voldoen aan de geluidwaarden uit de geldende vergunning en aan de richtwaarde. • De geluidsbelasting bij de woningen in Giebeek, Rheden en het Riverparc voldoen aan de gestelde richtwaarden. • De geluidsbelasting bij de woning aan de Rhedense Veerweg 70 voldoet aan de geldende vergunning • De woning aan de Rhedense Veerweg 78 betreft een bedrijfswoning. De geluidsbelasting is voor een bedrijfswoning aanvaardbaar. • Bij de Camping de Veerstal is een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van maximaal 53 dB(A) bepaald. Dit kan als aanvaardbaar geacht worden gezien het niet-permanente verblijf op deze locaties. 23
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
•
Bij de Camping de Mars is een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van maximaal 39 dB(A) bepaald. Dit kan als aanvaardbaar geacht worden gezien het niet-permanente verblijf op deze locaties.
Tabel 6 laat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zien als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie in de avond- en nachtperiode. De geluidsemissie in deze periodes is afkomstig van de activiteiten bij de loskade. Hierbij wordt voldaan aan de geluidvoorschriften uit de geldende vergunning. 5.2 Geluidbeleid - Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus De maatgevende berekende geluidsniveaus op de beoordelingspunten in de drie representatieve bedrijfssituaties zijn berekend met de aangepaste periodedefinitie volgens de onderzoeksmethode. Hieronder treft u in tabel 7 de maatgevende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bij de maatgevende beoordelingspunten. Dit zijn de resultaten in de dagperiode. Voor het toetsingskader zijn de richtwaarden en de toetswaarden bij vergelijkbare locaties uit de onderliggende vergunning gehanteerd. Bijlage 4 bevat de gedetailleerde berekeningsresultaten. tabel 7: langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie in de dagperiode(waarden in dB(A)) Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus (dB(A)) RBS 1 RBS 2 RBS 3 Maatgevend
Locatie Giesbeek Riverparc Rhedense Veerweg 70 Rhedense Veerweg 78 Woningen rondom de loskade nabij Lathum
32 37 33 33 40
36 35 42 53 40
38 39 43 50 40
Kaders Ambitiewaarde
38 39 43 53 40
50 50 45 nvt 45
Over/onderschrijding -12 -11 -2 nvt -5
De loskade kan ook in de avond- en nachtperiode in bedrijf zijn. Tabel 8 toont de resultaten van deze bedrijfssituatie bij de maatgevende woningen aan de Bandijk in Lathum. tabel 8: langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie in de avond- en nachtperiode(waarden in dB(A)) Locatie Bandijk 35 Bandijk 39
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Avond Nacht 36 33 34 31
Ambitiewaarde Avond 40 40
Nacht 35 35
Toe-/afname t.o.v. ambitiewaarde Avond -4 -6
Nacht -2 -4
5.3 Maximale geluidsniveaus De maatgevende berekende maximale geluidsniveaus LAmax als gevolg van maatgevende piekbronnen treft u aan in tabel 9, inclusief een vergelijking met de toetsingswaarden. De toetsing/beoordeling is in de laatste drie kolommen weergegeven. De gedetailleerde berekeningsresultaten vindt u in bijlage 5. tabel 9: maximale geluidsniveaus (waarden in dB(A)) Beoordelingspunt
Woningen Rheden Woningen Giesbeek
24
maximale geluidsniveaus dag avond nacht 1,5 5,0 m 5,0 m 48 25 25 47 21 21
dag 1,5 70 70
toetsingswaarden avond nacht 5,0 m 5,0 m 65 60 65 60
dag 1,5 ja ja
voldoet avond 5,0 m ja ja
nacht 5,0 m ja ja
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
In tabel 7 en tabel 8 is inzichtelijk gemaakt dat bij alle referentiepunten die zich bevinden in de gemeente Zevenaar wordt voldaan aan de gestelde ambitiewaarden uit het geluidbeleid.
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Beoordelingspunt Woningen Riverparc Woningen Lathum Rhedense veerweg 70 Rhedense Veerweg 78 Camping De Veerstal* Camping De Mars*
maximale geluidsniveaus 58 34 34 46 46 46 48 <20 <20 60 <20 <20 59 <20 <20 55 34 34
70 70 70 ----
toetsingswaarden 65 60 65 60 65 60 -------
ja ja ja ----
voldoet ja ja ja ----
ja ja ja ----
* Bij de camping is voor alle periodes gerekend op 1.5 meter hoogte
Tabel 9 geeft weer dat de maximale geluidsniveaus van K3Delta aan de toetsingswaarden voldoen. 5.4 Incidentele bedrijfssituatie Incidenteel (maximaal 12 keer per jaar) wordt er bij K3Delta overgewerkt waarbij gedurende het gehele etmaal gewerkt kan worden. In deze incidentele situatie verandert de geluidsuitstraling naar de omgeving alleen in de avond- en nachtperiode aangezien de zandwinning in de dagperiode al maximaal in bedrijf is. De geluidsemissie in de avond- en nachtperiode wordt hierbij gelijk aan de geluidsemissie in de representatieve bedrijfssituatie in de dagperiode. In de avond- en nachtperiode verschilt wel de beoordelingshoogte, waardoor de waarden in die periode hoger uit kunnen komen. Tabel 10 en 11 laten de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus en de maximale geluidsniveaus in de incidentele bedrijfssituatie zien. tabel 10: langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus als gevolg van de incidentele bedrijfssituatie (waarden in dB(A)) Locatie Woningen Rheden Woningen Giesbeek Woningen Riverparc Woningen Lathum Rhedense veerweg 70 Rhedense Veerweg 78 Camping De Veerstal* Camping De Mars*
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus (dB(A)) Dag Avond 1,5 5,0 m 43 44 43 45 40 42 40 48 43 46 53 56 53 53 40 40
Nacht 5,0 m 44 45 42 48 46 56 53 40
* Bij de camping is voor alle periodes gerekend op 1.5 meter hoogte
tabel 11: maximale geluidsniveaus (waarden in dB(A))
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Beoordelingspunt
Woningen Rheden Woningen Giesbeek Woningen Riverparc Woningen Lathum Rhedense veerweg 70 Rhedense Veerweg 78 Camping De Veerstal* Camping De Mars*
Dag 1,5 48 47 58 46 48 60 59 55
Maximale geluidsniveaus Avond 5,0 m 48 49 59 55 50 62 59 55
Nacht 5,0 m 48 49 59 55 50 62 59 55
* Bij de camping is voor alle periodes gerekend op 1.5 meter hoogte
5.5 Indirecte hinder De equivalente geluidsniveaus door de verkeersaantrekkende werking van de inrichting, treft u aan in tabel 12. Indien sprake is van een overschrijding of toename ten opzichte van de toetsingswaarden, dan is dit in de laatste kolom weergegeven. De gedetailleerde berekeningsresultaten zijn opgenomen in bijlage 6.
25
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
tabel 12: equivalente geluidsniveaus als gevolg van de indirecte hinder (waarden in dB(A)) Beoordelingspunt Bandijk 39 Bandijk 9
Equivalent geluidsniveau Dag 45 38
Toetsingswaarden Dag 50 50
Voldoet Dag Ja Ja
Uit tabel 12 volgt, dat de equivalente geluidsniveaus vanwege indirecte hinder voldoen aan de toetswaarden. 5.6 Stijging waterspiegel Een deel van de activiteiten van K3Delta vindt plaats op het water. De bronhoogte is hierdoor afhankelijk van het waterpeil, waarbij voor dit onderzoek een standaardhoogte van 7 meter boven NAP is gehanteerd als representatieve waterhoogte. Een verandering van de waterspiegel kan de geluidsimmissie bij de beoordelingspunten veranderen, waarbij een daling van de waterspiegel de geluidsimmissie verlaagd en een stijging van de waterspiegel de geluidsimmissie verhoogt. In verband met veiligheid zal de winning niet in bedrijf zijn met hoog water. De geluidsoverdracht van het bron- en overdrachtsgebied vindt plaats over water. Water is akoestisch reflecterend. Deze aspecten zorgen ervoor dat veranderingen van de waterspiegel niet leidt tot een andere geluidsbelasting bij de beoordelingspunten.
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
26
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
6. Conclusies en aanbevelingen In dit rapport treft u een beschrijving aan van het akoestisch onderzoek bij K3Delta voor de zandwinning bij Rhederlaag. Het gaat hierbij om de verplaatsing van de zandwinning. Doel van dit onderzoek is het vaststellen van de geluidsbelasting op de omgeving en het toetsen aan de betreffende geluidsvoorschriften. Daarbij gaat het om de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidsniveaus als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie en de incidentele bedrijfssituatie. Daarnaast is de indirecte hinder als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van het bedrijf beschouwd. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op alle beoordelingspunten, voldoet aan de vergunde waarden op vergelijkbare punten en/of aan de richtwaarden voor het desbetreffende gebied. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op alle beoordelingspunten vallend in de gemeente Zevenaar voldoet aan de ambitiewaarden gesteld in de nota geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. Maximale geluidsniveaus Het maximale geluidsniveau op de beoordelingspunten bedraagt ten hoogste 60 dB(A) in de dagperiode. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde norm.
Incidentele bedrijfssituatie De geluidsbelasting veroorzaakt door de incidentele bedrijfssituatie waarbij gedurende het gehele etmaal werkzaamheden plaatsvinden veroorzaakt over het gehele etmaal een constant langtijdsgemiddeld geluidsniveau die gelijk is aan het langtijdgemiddelde geluidsniveau in de representatieve bedrijfssituatie gedurende de dagperiode. Door de beoordelingssystematiek vindt een toename van de geluidsbelasting gedurende de avond- en nachtperiode ten opzichte van de geluidsbelasting in het toetsingskader plaats. Dit kan door het incidentele karakter als acceptabel beschouwd worden.
k:\doc\m\2017\035702\m2017035702r004v7.docx 17-01-2022
Indirecte hinder Het equivalente geluidsniveau op de referentiepunten bedraagt ten hoogste 50 dB(A) in de dagperiode. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde toetsingskader. Beste Beschikbare Technieken Met de aanwezige en geplande installaties, het huidige en toekomstig materieel en de werkwijze geeft het bedrijf invulling aan Beste Beschikbare Technieken. Hiermee wordt een hoog niveau van bescherming van het milieu gerealiseerd, zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Uit het bovenstaande blijkt dat vrijwel alle onderzochte geluidsaspecten ten gevolge van de gevraagde activiteiten van K3Delta vergunbaar zijn.
ing. A.G. (Gerard) van Kempen DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. 27
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Bijlage 1 Titel
Begrippenlijst
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Begrippenlijst Begrip/Terminologie Activiteitenbesluit milieubeheer
Notatie Abm
Afwijkende bedrijfssituatie
RABS
Avondperiode
A-weging
(A)
BBT-conclusies Bedrijfstijdcorrectieterm
Cb [dB]
Bedrijfstoestand Bedrijventerrein Beoordelingshoogte Beoordelingspunt
Ho [m]
Beste Beschikbare Technieken
BBT
BREF Calamiteuze maximale geluidniveaus
LAmax [dB(A)]
Dagperiode
dB
dB(A) Equivalent geluidsniveau
LAeq [dB(A)]
Etmaalwaarde
Letmaal [dB(A)]
Geluidsbelasting
Lden
Geluidsbelasting vanwege een industrieterrein
Bi [dB(A)]
Geluidsbudget
[dB(A)/m2]
Omschrijving Het Activiteitenbesluit bevat algemene milieuregels voor bedrijven waarvoor geen vergunningsplicht geldt. Regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie welke meer dan twaalfmaal per jaar voor kan komen en meestal plaatsvindt op een vast dagdeel in de week of in een periode Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau over de avondperiode (19.00-23.00 uur), vermeerderd met 5 dB, vaak beoordeeld op 5 m boven maaiveld (ofwel Lavond +5). Filter op het geluid in dB om te corrigeren voor de gevoeligheid van het menselijk oor. Europees vastgestelde conclusies waaraan installaties moeten voldoen zodat er sprake is van BBT. Correctieterm voor de werkelijke bedrijfstijd van een geluidsbron ten opzichte van de totale tijd van de betreffende etmaalperiode. Toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen. Terrein, niet zijnde een industrieterrein, waaraan een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen. De hoogte van het beoordelingspunt boven maaiveld. Het punt waar het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt bepaald en getoetst aan (eventuele) grenswaarden. Meest doeltreffende technieken en werkwijzen voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu die technisch en economisch haalbaar zijn. Een achtergronddocument ter verduidelijking van de BBTconclusies.
Maximale geluidsniveaus die duidelijk niet inherent zijn aan de bedrijfsactiviteiten en die optreden bij ongewenste, niet voorzienbare bedrijfssituaties en hooguit enkele malen per jaar voorkomen. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau over de dagperiode (07.00-19.00 uur) vaak beoordeeld op 1,5 m boven maaiveld (Ldag). Geluidssterkte drukt men uit in dB (decibels). De decibel is een logaritmische grootheid, een verdubbeling van het geluidsniveau leidt niet tot een verdubbeling van het aantal decibels, maar tot een toename van 3 dB. A-gewogen decibel (A-weging betreft een correctiefactor voor het menselijke oor). Het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid (T). De etmaalwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege een bedrijf/inrichting is de hoogste van de volgende drie waarden: Ldag Lavond Lnacht Lday-evening-night. Een jaargemiddelde equivalente geluidsmaat bestaande uit een energetische sommatie van Ldag, Lavond +5 dB en Lnacht +10 dB waarbij iedere periode wordt gewogen voor het aantal uren in die periode. Etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau (L Ar,LT) in dB(A) op een bepaalde plaats afkomstig van een bepaalde bron of brongroep of inrichting(en) gelegen op een zoneringsplichtig industrieterrein.
Gereserveerde geluidsruimte voor de verdeling van beschikbare ruimte op een geluidgezoneerd industrieterrein.
Akoestisch onderzoek zandwinning Rhederlaag
Begrip/Terminologie Geluidsruimteregeling
Notatie
Gemengd gebied
Gestandaardiseerd immissieniveau
Li [dB(A)]
Gevel (uitwendige scheidingsconstructie) Gevoelig object
Grenswaarde
LAeq [dB(A)]
Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (1999)
HMRI
Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening
Hogere waarde I-kwadraat Immissiepunt Immissierelevante bronsterkte
Lwr [dB(A)]
Impulsachtig geluid
Incidentele bedrijfssituatie Indirecte hinder
Industrieterrein
Infrageluid Inherente maximale geluidsniveaus
Invallend geluidsniveau
LAmax [dB(A)]
Omschrijving Geluidbeheersingssystematiek voor een industrieterrein zoals vastgelegd in een bestemmingsplan. Een gebied waarin direct naast woningen ander functies zoals winkels, horeca en (kleine) bedrijven voorkomen. Ook: gebied direct langs hoofdinfrastructuur. Het equivalent geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. Een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. Woningen en gebouwen die op grond van art. 1 Wgh worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen: onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. Op een beoordelingspunt nader te definiëren maximaal toelaatbaar geacht geluidsniveau (beoordelingsniveau of geluidsbelasting). De HMRI beschrijft de methodiek waarmee de geluidsuitstraling naar de omgeving van inrichtingen moet worden gemeten en berekend. Een hulpmiddel voor overheden bij het voorkomen en beperken van hinderdoor industrielawaai in het kader van de vergunningverlening en (in sommige gevallen) het stellen van nadere eisen op grond van de AMvB's ex artikel 8.40 Wet milieubeheer.