CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1173133 Bijlage 7. Bijlage 3 Toelichting - Quickscan water

Commissie Ruimte 13 september 2023, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/23/441230 Vaststelling bestemmingsplan Dorpsstraat 71-85, Angerlo10.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan water Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

Gemeente Zevenaar

Projectnummer: 3152.03 Datum: 14 december 2022 Versie: definitief

Quickscan water

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

Gemeente Zevenaar

Opdrachtgever:

Plavei

Projectnummer:

3152.03

Datum:

14 december 2022

Versie:

Definitief, versie 2

Projectleider en rapporteur:

Ing. M. Teusink

Autorisatie:

Ing. S. Dekkers

Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

Inhoud 1 1.1 1.2 1.3

INLEIDING ............................................................................................................. 4 Aanleiding .............................................................................................................. 4 Doel van de Quickscan .......................................................................................... 4 Opbouw van de Quickscan .................................................................................... 5

2.1 2.2 2.3

PLANGEBIED ......................................................................................................... 6 Ligging plangebied ................................................................................................. 6 Huidige situatie ..................................................................................................... 7 Toekomstige situatie ............................................................................................. 7

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

GEBIEDKENMERKEN ............................................................................................. 9 Algemeen .............................................................................................................. 9 Maaiveldhoogte .................................................................................................... 9 Bodemopbouw .................................................................................................... 10 Infiltratiecapaciteit bodem .................................................................................. 11 Grondwater ......................................................................................................... 13 Oppervlaktewater ............................................................................................... 15 Hemelwater ......................................................................................................... 15 Kabels en leidingen ............................................................................................. 16 Beleidsuitgangspunten ........................................................................................ 16

4.1 4.2 4.3

WATERHUISHOUDKUNDIGE CONSEQUENTIES EN UITGANGSPUNTEN ............. 17 Algemeen ............................................................................................................ 17 Uitgangspunten ................................................................................................... 17 Bergingsopgave ................................................................................................... 17

5.1 5.2 5.3

CONCLUSIE, AANDACHTSPUNTEN EN VERVOLG ................................................ 19 Conclusie ............................................................................................................. 19 Aandachtspunten ................................................................................................ 19 Vervolg ................................................................................................................ 19

2

3

4

5

BIJLAGEN Bijlage 1: Grondwatergegevens Bijlage 2: Watertoets Bijlage 3: Beleidsuitgangspunten

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

2

3152.03

Quickscan water

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

Buro Ontwerp & Omgeving

3

3152.03

Quickscan water

1

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING In opdracht van Plavei is door Buro Ontwerp & Omgeving een Quickscan water opgesteld voor het zuidelijk deel van ‘Kolkwijk fase 3’ te Angerlo.

1.1 Aanleiding De aanleiding tot het opstellen van de Quickscan water is de voorgenomen realisatie van het zuidelijk deel van fase 3 van de woonwijk Kolkwijk . Het plangebied valt onder de werking van het bestemmingsplan ‘Kernen Lathum, Angerlo en Giesbeek’, vastgesteld op 20 april 2011, en is bestemd als ‘Wonen’ en ‘Tuin’. In het plangebied zijn vier bouwvlakken aanwezig waar uitsluitend twee-onder-één-kapwoningen zijn toegestaan. Het beoogde plan is daarom in strijd met het bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. De Quickscan water dient als onderbouwing voor het aspect water bij het bestemmingsplan en geeft uitgangspunten voor de toekomstige inrichting voor hemelwater, huishoudelijk afvalwater, grondwater en oppervlaktewater. 1.2 Doel van de Quickscan In bestemmingsplannen moet worden aangetoond dat de waterhuishouding ter plaatse niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen. Om de gevolgen in kaart te brengen, dient het instrument de Watertoets worden uitgevoerd. Naar aanleiding van de Watertoets, geeft het waterschap, in samenwerking met de gemeente, advies en uitgangspunten met betrekking op de waterhuishouding. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van het rijk, provincies en gemeenten.

Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Voor dit plan is op 27 januari 2022 de digitale watertoets doorlopen. Uit de toets blijkt dat de normale watertoetsprocedure gevolgd moet worden. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waterschap Rijn en IJssel. De Quickscan water is gebaseerd op de bij Buro Ontwerp & Omgeving bekende gegevens. Voor het opstellen deze Quickscan is geen geohydrologisch veldonderzoek verricht. Om die reden kan het zijn dat de aannames ten aanzien van de waterhuishouding in het gebied afwijken van de werkelijke situatie ter plaatse. Mocht naar aanleiding van de Quickscan blijken dat bepaalde waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden, dan kan het nodig zijn om een

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

4

3152.03

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

geohydrologisch onderzoek uit te voeren. In een dergelijk onderzoek wordt de lokale waterhuishoudkundige situatie nauwkeuriger bepaald en worden de eventueel benodigde maatregelen uitgewerkt tot een advies. 1.3 Opbouw van de Quickscan In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de ligging van het plangebied, de huidige situatie binnen het plangebied en de situatie binnen het plangebied nadat de ontwikkeling is gerealiseerd. In hoofdstuk 3 volgen de gebiedskenmerken van het plangebied en de omgeving. De gebiedskenmerken hebben invloed op het functioneren van het watersysteem ter plaatse en geven inzicht in de (on)mogelijkheden van eventuele waterhuishoudkundige maatregelen. De resultaten uit de hoofdstukken 2 en 3 leiden tot de waterhuishoudkundige consequenties en uitgangspunten voor het initiatief welke in hoofdstuk 4 zijn beschreven. Het vijfde en laatste hoofdstuk bevat de conclusies voor de haalbaarheid van het ruimtelijke plan met betrekking tot het aspect water.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

5

3152.03

Quickscan water

2

Buro Ontwerp & Omgeving

PLANGEBIED

2.1 Ligging plangebied Het projectgebied is gelegen aan de Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven ) te Angerlo. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan agrarische grond. Aan de westzijde grenst het aan woonpercelen, aan de zuidzijde aan de Dorpsstraat en aan de oostzijde grenst het plangebied aan een woonpercelen en een grasveld. Het projectgebied maakt deel uit van het kadastrale perceel gemeente Angerlo, sectie K, nr. 636 en heeft een oppervlakte van circa 6.850 m2. In afbeelding 1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 1: Situering plangebied

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

6

3152.03

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

2.2 Huidige situatie In de huidige situatie is de locatie bebouwd met vier twee-onder-één-kapwoningen met bijbehorende bergingen/schuurtjes en achtertuinen. In tabel 1 is een globaal overzicht van het verhard en onverhard oppervlak voor de huidige situatie van het plangebied opgenomen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de Basisregistratie grootschalige Topografie (BGT) en een recente luchtfoto aangevuld met een locatiebezoek. Er is geen terreinmeting uitgevoerd. Er is een inschatting gemaakt van de hoeveelheid aanwezige terreinverharding. Tabel 1

Overzicht verhard en onverhard oppervlak bestaande situatie plangebied

Huidige situatie Bebouwd oppervlak woningen en schuurtjes Terreinverharding totaal verhard Onverhard totaal onverhard

Oppervlakte (in m2) totaal Circa 676 Circa 480 Circa 1.156 Circa 5.694 Circa 5.694

2.3 Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens ter plaatse van onderhavige locatie 20 woningen en 36 parkeervakken te realiseren. Het ontwerp is in afbeelding 2 weergegeven. Onderhavige locatie betreft alleen het zuidelijk, blauw omlijnde gedeelte.

Afbeelding 2: Toekomstige inrichting plangebied

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

7

3152.03

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

In onderstaande tabel is een overzicht van het verwachtte verhard en onverhard oppervlak voor de toekomstige inrichting van het plangebied opgenomen. Hierbij is uitgegaan van 3.760 m2 aan uitgeefbare grond. Tabel 2

Overzicht verhard en onverhard oppervlak toekomstige situatie plangebied

Toekomstige situatie Dak oppervlak bebouwing Parkeren (36 x 12,5 m2) Uitgeefbare gronden minus dakoppervlak bebouwing *(A) Terreinverharding / infrastructuur Subtotaal verhard Uitgeefbare gronden minus dakoppervlak bebouwing *(A) Groen Subtotaal onverhard

Globaal verwachtte oppervlakte (in m2) 1.200 450 1.280 1.290 4.220 1.280 1.350 2.630

Totaal oppervlak plangebied *(A)

6.850

omdat de inrichting van de uitgeefbare gronden niet geheel bekend is, is als uitgangspunt opgenomen dat het dakoppervlak van de bebouwing (zonder schuurtjes/garages) volledig wordt meegenomen bij de verharding en 50% van het overig particuliere terrein wordt voorzien van verharding (dak schuur en bestrating).

Ten opzichte van de huidige situatie neemt het verhard oppervlak in de nieuwe situatie met circa 3.000 m2 toe.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

8

3152.03

Quickscan water

3

Buro Ontwerp & Omgeving

GEBIEDKENMERKEN

3.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de omgevingskenmerken van het plangebied besproken die invloed hebben op het functioneren van het watersysteem ter plaatse. Dit betreft de beschrijving van de maaiveldhoogten, bodemopbouw, geohydrologische situatie, grondwaterstanden, oppervlaktewater en de riolering. 3.2 Maaiveldhoogte Voor het bepalen van de maaiveldhoogtes is onder andere gebruik gemaakt van de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN3, www.ahn.nl). In afbeelding 3 is de ligging van het plangebied op de AHN opgenomen. Uit de AHN blijkt dat het noordelijk deel van de locatie een hoogte heeft van circa 9,8 m +NAP. Dit loopt op tot circa 10,8 m +NAP in de zuidwesthoek en tot circa 10,9 m +NAP in de zuidoosthoek van de onderzoekslocatie.

9,8 m +NAP

9,8 m +NAP 10,2 m +NAP

10,5 m +NAP

10,8 m +NAP 10,9 m +NAP

Afbeelding 3:

Hoogteligging (Bron: www.ahn.nl)

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

9

3152.03

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

De dorpsstraat ligt, ter hoogte van het plangebied op 10,3 tot 10,6 m +NAP. De Waterlelie heeft bij de aansluiting met de Dorpsstraat een hoogte van circa 10,8 m +NAP en aan de noordkant van het plangebied een hoogte van circa 10 m +NAP. Opgemerkt dient te worden dat de genoemde hoogtes een indicatie betreffen. Aanbevolen wordt voor de verdere uitwerking een (digitale) terreinmeting te laten verrichten waarbij tevens de beoogde aansluitingen op de bestaande infrastructuur worden ingemeten. 3.3 Bodemopbouw De bodemopbouw is van belang omdat de textuur en samenstelling van de bodem bepaalt hoe makkelijk water kan infiltreren en hoe goed de bodem water vasthoudt. Bodemkaart Volgens de Bodemkaart van Nederland betreft de bodem van het zuidwestelijk deel van het plangebied een ‘Vorstvaaggrond’, die is opgebouwd uit lemig, fijn zand. Het noordoostelijk deel van het plangebied betreft een kalkloze poldervaaggrond, die is opgebouwd uit zware zavel en lichte klei. Dinoloket Voor het bepalen van de regionale bodemopbouw is gebruik gemaakt van het DINO-loket. Tabel 3 geeft de globale bodemopbouw binnen het plangebied weer. Tabel 3

Bodemopbouw (Dinoloket)

m-mv 0 – 2,1

Formatie Holocene afzettingen, complexe eenheid

2,1 – 12,0

Formatie van Kreftenheye, derde zandige eenheid

12,0 – 13,0

Formatie van Kreftenheye, Laagpakket van Zutphen, eerste kleiige eenheid Formatie van Kreftenheye, vierde zandige eenheid

13,0 – 36,7

Beschrijving Formatie Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei en met weinig veen, fijn, midden en grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Bodemonderzoek Uit uitgevoerde bodemonderzoeken, medio begin 2022, op de onderzoekslocatie (verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem, Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo, Buro Ontwerp en Omgeving, 3152.03) blijkt dat de bodem tot maximaal 2,5 m-mv voornamelijk uit matig grof, zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus zand bestaat. Plaat-

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

10

3152.03

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

selijk is de bovengrond zwak grindig. De diepere ondergrond is plaatselijk niet humeus en bevat plaatselijk sporen roest. Twee boringen op het noordoostelijk deel van de onderzoekslocatie bevatten vanaf 1,5 m-mv matig siltige klei. Ten noorden en ten oosten van het plangebied is in 2009 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Verkennend bodemonderzoek project kolkwijk Angerlo, CSO, 09B008.R006.ES.GL, d.d. 09-10-2009). De bovengrond bestaat over het algemeen uit zwak tot matig zandige, zwak humeuze klei. Plaatselijk ontbreekt de kleilaag in de bovengrond of is heel dun. Hier is dan sprake van matig fijn, matig siltig, plaatselijk kleiig zand dat plaatselijk humeus is. De ondergrond bestaat over het algemeen tot circa 1,4 m-mv uit matig tot sterk siltig klei. In de diepere ondergrond is matig fijn, plaatselijk kleiig zand aanwezig. Aan de zuidkant ontbreekt de klei en is sprake van matig fijn, zwak tot matig siltig zand waarvan de bovengrond plaatselijk humeus is en de diepere ondergrond laagjes klei bevat.

3.4 Infiltratiecapaciteit bodem In het plangebied is de doorlatendheid van de bodem ter plaatse niet gemeten. Op basis van de bodemopbouw kan een grove schatting gemaakt worden van de doorlatendheid van de bodem, zie tabel 4.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

11

3152.03

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

Tabel 4 geeft de hydrologische bodemopbouw van diverse grondsoorten weer, wanneer de bodem humeus is, is de doorlatendheid significant lager. Tevens is in tabel 4 de classificatie van de doorlatendheid zoals weergegeven in het Cultuutechnisch Vandemecum opgenomen. Tabel 4

K-waarden grondsoorten

Grondsoort

Doorlaatfactor max [m/dag]

Zwak siltig klei Matig tot sterk siltig klei Sterk siltig klei Zwak zandige tot sterk zandige klei Kleiig en uiterst fijn zand

Doorlaatfactor min [m/dag] <0,0001 0,0001 0,001 0,01 0,1

Zeer fijn tot matig fijn zand Matig grof tot zeer grof zand Uiterst grof zand en grind Kalkzandsteen

1,0 10 100 0,5

10 100 1000 5,0

Kleiig veen Veen

0,005 0,1

0,1 1,0

Classificatie Zeer slecht doorlatend

0,001 0,01 0,1 1,0

Slecht doorlatend 0,1-0,5: matig doorlatend 0,5 -1,0: vrij goed doorlatend Goed doorlatend Zeer goed doorlatend 0,5 -1,0: vrij goed doorlatend 1,0-5,0: goed doorlatend Slecht doorlatend 0,1-0,5: matig doorlatend 0,5 -1,0: vrij goed doorlatend

Bodemlagen met een minimale doorlatendheid van 1,0 m/dag worden geschikt geacht voor infiltratie van hemelwater. Op basis van de bodemopbouw uit het bodemonderzoek wordt over het algemeen niet verwacht dat de bodem onder de huidige omstandigheden geschikt is voor infiltratie. De bodem kan middels grondverbetering, ophoging en drainage mogelijk wel geschikt worden gemaakt voor infiltratie.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

12

3152.03

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

3.5 Grondwater Grondwaterstromingsrichting Via de website www.grondwatertools.nl is onderstaande afbeelding gecreëerd. Hieruit blijkt dat het grondwater een verwachte stijghoogte heeft van circa 8 m +NAP. Op basis van de isohypsen stroom het grondwater globaal in noordnoordwestelijke richting.

Afbeelding 4:

Isohypsen (Bron: www.grondwatertool.nl)

Grondwaterstanden De grondwaterstand fluctueert echter gedurende het jaar. In de winter worden vaak de hoogste grondwaterstanden gemeten en de laagste standen worden in de zomer gemeten. De jaarlijkse variatie van de grondwaterstand op een locatie kan worden gekarakteriseerd door de gemiddeld hoogste (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Met de GHG kan worden bepaald of er binnen een plangebied mogelijkheden zijn voor infiltratie/waterberging. Daarnaast heeft de GHG invloed op het gebruik van het plangebied. Er dient afhankelijk van het gebruik een minimale afstand aanwezig te zijn tussen het maaiveldniveau en de GHG. Deze ontwateringsdiepte moet voldoende zijn om problemen met bijvoorbeeld draagkracht en natte kruipruimtes te voorkomen. In Dinoloket zijn geen peilbuizen binnen het plangebied aanwezig. Ten westen van het plangebied is één monitoringspeilbuis aanwezig welke is geraadpleegd, zie afbeelding 5.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

13

3152.03

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

Afbeelding 5:

peilbuis (Bron: www.diniloket.nl)

De gegevens van de monitoringspeilbuis zijn opgenomen in tabel 5 en in bijlage 1. Tabel 5

Grondwatergegevens Dinoloket

Locatie en peilbuis

Westkant plangebied B40E1502

Filterstelling m-mv

3,99 – 4,99

Meetperiode

2012 - 2020

Maaiveldhoogte m +NAP

11,36

Gemiddelde grondwaterstand m-mv m +NAP 3,36 8,0

GHG

m-mv 3,11

GLG

m+NAP 8,25

m-mv 3,46

m+NAP 7,9

Tijdens de uitvoering van bodemonderzoek in maart 2009 zijn, ten noorden en oosten van de onderzoekslocatie, grondwaterstanden variërend van 1,42 tot 3,06 m-mv gemeten. In het rapport zijn de grondwaterstanden niet per peilbuis weergegeven. Tijdens het recent uitgevoerde bodemonderzoek is het grondwater op 26 januari 2022 gepeild op 2,56 m-mv. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in boringen ter plaatse van het plangebied plaatselijk roestwaarnemingen gedaan vanaf 1,5 m-mv. Dit duidt erop dat deze lagen afwisselend nat en droog zijn en hiermee dat sprake is van een schommelende grondwaterstand. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er te weinig gegevens zijn om de GHG en GLG op de locatie vast te stellen. Indien een beter beeld van de huidige grondwaterstanden gewenst is, wordt geadviseerd om minimaal een jaar grondwatermonitoring uit te voeren binnen het plangebied zelf.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

14

3152.03

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

Grondwateronttrekking Nabij het plangebied bevinden zich geen waterwingebieden. Het plangebied bevindt zich niet in een intrekgebied of boringsvrije zone. 3.6 Oppervlaktewater Voor het bepalen van de aanwezige watergangen op de planlocatie en in de directe omgeving is de leggerkaart van het Waterschap Rijn en IJssel geraadpleegd. Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Circa 85 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich een watergang welke via de Didamse Wetering afwatert naar de Oude IJssel.

Afbeelding 6:

legger Waterschap Rijn en IJssel

3.7 Hemelwater Het water van de daken van de woningen en een aantal schuurtjes wordt afgevoerd naar de gemengde riolering onder de Dorpsstraat. Hemelwater van het overig deel infiltreert in de bodem.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

15

3152.03

Quickscan water

Buro Ontwerp & Omgeving

3.8 Kabels en leidingen Riolering Binnen het plangebied is geen riolering aanwezig. In de Dorpsstraat bevindt zich een gemengd riool (PVC). Ter plaatse van de Waterlelie is een DWA riool aanwezig met een buisdiameter van 250 mm. Deze sluit via een gemaal en overdrukriolering (HDPE diameter 50 mm) aan op het riool in de Dorpsstraat. Overige kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn diverse huisaansluitingen aanwezig, zie afbeelding 7.

Afbeelding 7. Situering kabels en leidingen (KLIC))

3.9 Beleidsuitgangspunten De beleidsuitgangspunten van de verschillende overheidslagen met betrekking tot het aspect water zijn weergegeven in bijlage 3. Deze uitgangspunten worden gebruikt om in hoofdstuk 4 de waterhuishoudkundige consequenties in beeld te brengen en waterhuishoudkundige uitgangspunten voor de ontwikkeling te formuleren.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

16

3152.03

Quickscan water

4

Buro Ontwerp & Omgeving

WATERHUISHOUDKUNDIGE CONSEQUENTIES EN UITGANGSPUNTEN

4.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de consequenties van de voorgenomen ontwikkeling voor de waterhuishouding behandeld. Daarnaast wordt ingegaan op de waterhuishoudkundige uitgangspunten voor de ontwikkeling. Om inzicht te krijgen welke aspecten een rol spelen binnen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling is de digitale watertoets van Waterschap Rijn en IJssel ingevuld. De resultaten en de samenvatting zijn opgenomen in bijlage 2. 4.2 Uitgangspunten In onderstaande tabel worden de uitgangspunten die van toepassing zijn op de waterhuishouding in het plangebied weergegeven. Tabel 6

Uitgangspunten

Maaiveldhoogte Infiltratiecapaciteit

GHG en GLG

Bergingseis* *

Uitgangspunt eenheid 9,8-10,9 m +NAP Op basis van de bodemopbouw uit het bodemonderzoek wordt niet verwacht dat de bodem onder de huidige omstandigheden geschikt is voor infiltratie. De bodem kan middels grondverbetering, ophoging en drainage mogelijk wel geschikt worden gemaakt voor infiltratie. Er zijn te weinig gegevens om de GHG en GLG op de locatie vast te stellen. Indien een beter beeld van de huidige grondwaterstanden gewenst is, wordt geadviseerd om minimaal een jaar grondwatermonitoring uit te voeren binnen het plangebied zelf. 80 mm/m²

Bron Onderhavige analyse Onderhavige analyse

Onderhavige analyse

Waterschap en gemeente De afvoer van het regenwater (HWA) van dak en terreinverharding dient in eerste instantie op eigen terrein te worden verwerkt. De berekening van de benodigde volumeberging dient te worden uitgegaan van 80 mm x verhardoppervlak (dak + verharding). De afvoer van overtollig regenwater (bij een stortbui) uit de berging en infiltratievoorziening dient bovengronds zichtbaar te worden afgevoerd naar openbaar terrein (straat). In dit geval zal het overtollig water afstromen richting wadi.

4.3 Bergingsopgave In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (HWA) niet meer aangesloten worden op het vuilwater (DWA). Het water dient binnen de plangrenzen te worden verwerkt conform de uitgangspunten van de waterbeheerder. Het water van de toekomstige dak- en terreinverharding dient in eerste instantie op eigen terrein te worden verwerkt. Op basis van het toekomstig verhard oppervlak binnen het plangebied is een doorvertaling gemaakt naar de bergingsopgave, zie tabel 7. Hierbij is uitgegaan van de uitgangspunten in bijlage 3 en paragraaf 4.2.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

17

3152.03

Quickscan water

Tabel 7

Buro Ontwerp & Omgeving

Benodigde berging Statische berging op eigen percelen

Statische berging openbaar terrein

Statische berging openbaar terrein met waterdoorlatende parkeerplaatsen* verhardoppervlak 2.480 m2 1.740 m2 1.515 m2 3 2 80 mm bergingsopgave 198,4 m 139,2 m 121,2 m2 * Wanneer gebruik wordt gemaakt van waterdoorlatende verharding ter plaatse van de parkeerplaatsen mag, afhankelijk van de doorlatendheid van het materiaal, een percentage oppervlak als onverhard worden gerekend. In onderhavige situatie is uitgegaan van grasbetonstenen waarbij 50% als onverhard mag worden beschouwd. Hierdoor verminderd de bergingsopgave .

De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor het realiseren van de noodzakelijke waterberging die aangelegd moet worden. Hoe deze bergingscapaciteit wordt geborgd dient echter in de nadere planvorming verder uitgewerkt te worden. Dit is ook afhankelijk van het definitieve ontwerp.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

18

3152.03

Quickscan water

5

Buro Ontwerp & Omgeving

CONCLUSIE, AANDACHTSPUNTEN EN VERVOLG

5.1 Conclusie Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat bij toepassing van de gestelde uitgangspunten, er met de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied geen negatieve gevolgen zijn te verwachten voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.2 Aandachtspunten Ter plaatse van het plangebied is geen geohydrologisch veldonderzoek verricht. Op basis van de bodemopbouw uit uitgevoerde bodemonderzoeken wordt niet verwacht dat de bodem over het algemeen en onder de huidige omstandigheden geschikt is voor infiltratie. De bodem kan middels grondverbetering, ophoging en drainage mogelijk wel geschikt worden gemaakt voor infiltratie. Uit de Quickscan kan worden geconcludeerd dat er te weinig gegevens zijn om de GHG en GLG op de locatie vast te stellen. Indien een beter beeld van de huidige grondwaterstanden gewenst is, wordt geadviseerd om minimaal een jaar grondwatermonitoring uit te voeren binnen het plangebied zelf. Tevens wordt aanbevolen voor de verdere uitwerking een terreinmeting te laten verrichten waarbij tevens de beoogde aansluitingen op de bestaande infrastructuur worden ingemeten. 5.3 Vervolg De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor het realiseren van de noodzakelijke waterberging die aangelegd moet worden.

Hoe deze bergingscapaciteit wordt geborgd dient echter in de nadere planvorming verder uitgewerkt te worden. Er is volgens de digitale watertoets een gangbare procedure nodig vanwege de toename van het oppervlak van het plangebied. Voor het gebied zijn er diverse aandachtspunten voor de voorgenomen ontwikkeling en dient er afstemming plaats te vinden met Gemeente Zevenaar en Waterschap Rijn en IJssel.

Dorpsstraat 71 t/m 85 (oneven) te Angerlo

19

3152.03

Bijlagen

Bijlage 1 Grondwaterstanden

GHG Gemiddelde GLG

Bijlage 2 Watertoets

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 27-01-2022

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

normale procedure

2.

Advies plan is onderdeel van een groter plan

3.

Advies klimaatadaptie

4.

Advies afvalwaterketen

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

27-01-2022, 14:33

P agina 1 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? nee

2.

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? ja

3.

Is er in of rondom het plangebied wel eens s prake (gewees t) van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee

4.

Ligt in of nabij het plangebied een watergang? nee

5.

Ligt in of nabij het plangebied een waterkering? nee

6.

Ligt in of nabij het plangebied natte landnatuur? nee

7.

Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een mas terplan/ s tedenbouwkundige vis ie? ja

8.

Wordt water aangelegd, gedempt of aangepas t? nee

9.

Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waters chap mogelijk gemaakt? nee

10.

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 1500m2? ja

27-01-2022, 14:33

P agina 2 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 11.

Bedraagt het vers chil tus s en de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? nee

12.

Is de afs tand tus s en de gemiddeld hoogs te grondwaters tand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 100cm? nee

13.

Wordt regenwater ges cheiden van het afvalwater afgevoerd? ja

14.

Worden bedrijfs matige activiteiten uitgevoerd? nee

15.

Worden er materialen gebruikt waardoor het afs tromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee

16.

ligt in het plangebied een bes chermd watererfgoed? nee

17.

ligt het plangebied in een grondwaterbes chermings gebied in Overijs s el nee

18.

ligt het plangebied in een grondwaterbes chermings gebied in Gelderland nee

19.

Ligt het plangebied nabij een rioolwaterzuivering? nee

20.

Ligt het plangebied nabij een rioolgemaal? nee

21.

Ligt in of nabij het plangebied een pers leiding? nee

27-01-2022, 14:33

P agina 3 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 22.

Ligt in of nabiji het plangebied een rioolwaterovers tort? nee

23.

Ligt in of nabij het plangebied een beperkingengebied voor drainage? nee

27-01-2022, 14:33

P agina 4 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

normale procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waters chaps belangen raakt.

Wat moet ik doen? Gebruik als tublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om een advies aan te vragen bij het waters chap. Hiervoor is een eenmalige regis tratie benodigd. In een s tartoverleg kan gezamenlijk bepaald worden welke wateras pecten een rol s pelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan ook betekenen dat er een waterhuis houdkundig plan, een geohydrologis ch onderzoek of een uitgebreide analys e van het huidige waters ys teem noodzakelijk is . Gezamenlijk wordt er invulling gegeven aan de wateras pecten. Als er overeens temming is over de inhoud van de waterparagraaf kan u de teks t opnemen in de toelichting van het ruimtelijk plan. Onder het kopje Achtergrond hebben wij onze uitgangs punten toegevoegd. U kunt ook contact opnemen via info@wrij.nl of met onze advis eurs : Marieke Brouwer-te Molder (m.brouwer@wrij.nl) voor de gemeenten: Deventer, Rijs s en-Holten, Hof van Twente, Haaks bergen, Z utphen, Lochem, Berkelland, Winters wijk. Jan van der Schoot (j.vanders choot@wrij.nl) voor de gemeenten: Does burg, Bronckhors t, Oos t Gelre, Oude IJs s els treek, Doetinchem, Aalten. Henk Meulenveld (h.meulenveld@wrij.nl) voor de gemeenten: Arnhem, Rozendaal, Rheden, Wes tervoort, Duiven, Z evenaar, Montferland.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie Water in ruimtelijke plannen; uitgangs punten van waters chap Rijn en IJs s el 5-3-2021 Over dit document In 2015 is de beleids notitie Water Raakt! bes tuurlijk vas tges teld. De waters chappen Vechts tromen (WVS), Drents Overijs s els e Delta (WDOD) en Rijn en IJs s el (WRIJ) hebben in Water Raakt! bes chreven wat hun vis ie is ten aanzien van s tedelijk waterbeheer. In deze uitgangs puntennotitie wordt dit uitgewerkt tot concrete uitgangs punten voor de weging van het waterbelang bij ruimtelijke plannen (watertoets ). Ook de uitgangs punten voor waterbeheer in het landelijk gebied zijn hierin opgenomen. Doelgroep en toepas s ing De uitgangs punten in dit document vormen het vertrekpunt voor het overleg tus s en waters chap en initiatiefnemer en/of gemeente over de gewens te ruimtelijke ontwikkelingen en hun effect op het waters ys teem. Lees wijzer Per thema wordt bes chreven welke uitgangs punten het waters chap hanteert in de weging van het waterbelang bij ruimtelijke plannen (Watertoets ). 1.

Doel

27-01-2022, 14:33

P agina 5 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 2.

Uitgangs punten

3.

Vragen voor de bepaling van de weging van het waterbelang

4.

Welke ontwikkelingen voorzien we de komende jaren ?

Ontwikkelingen / vervolg Bij het ops tellen van deze notitie is waar mogelijk rekening gehouden met de aankomende invoering van de Omgevings wet. 1.

Samenwerken aan ruimte voor water In dit hoofds tuk gaan we in op de bedoeling van de weging van het waterbelang en hoe we dat vormgeven.

1.1. Doel Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water, dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Es s entieel is dat het as pect water vanaf de s tart van de ontwikkeling van een ruimtelijk plan goed aan de orde komt. Elke ruimtelijke ontwikkeling biedt de kans om de wateras pecten integraal mee te nemen, zodat de doels tellingen van het plan optimaal gerealis eerd kunnen worden, zonder dat dit nadelen heeft voor de omgeving, zoals verdroging of wateroverlas t. De Watertoets is één van de ins trumenten om dit te bereiken. De watertoets is het middel om de afweging van waterbelangen in ruimtelijke plannen en bes luiten te waarborgen. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk s tadium van de planvorming met elkaar in ges prek brengt. In het gezamenlijk ges prek kan ook onderzocht worden of er kans en zijn om andere maats chappelijke doelen mee te koppelen. Het waters chap wil s amen met gemeenten werken aan een gezamenlijke vis ie op water. Ook bewoners en andere belanghebbenden kunnen meewerken aan de uitwerking hiervan. We advis eren in de omgevings vis ie en omgevings plannen in de waterparagraaf een s taps gewijze benadering van het huidige en toekoms tige waters ys teem op te nemen. Deze bes taat uit de volgende s tappen: 1.

Oms chrijf het huidig waters ys teem

2.

Oms chrijf de vis ie op het waters ys teem in het plangebied. Houdt hierbij rekening klimaatontwikkeling en benut uitkoms ten uit s tres s tes ten voor wateroverlas t, droogte, hitte en overs troming.

3.

Oms chrijf de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op het waters ys teem

4.

Oms chrijf welke maatregelen worden genomen om met de gevolgen om te gaan. Hierbij geldt als uitgangs punt, dat de ontwikkeling waterneutraal en klimaatrobuus t is .

1.2. Weging van het waterbelang (watertoets ) Een goed ges prek tus s en initiatiefnemer, gemeente en waters chap over de kans en en aandachts punten van water in een plangebied in de s tartfas e van de planvorming maakt een integrale aanpak mogelijk. Met behulp van de watertoets kan eenvoudig worden bepaald welke wateras pecten van belang zijn. Naarmate er een groter waterbelang is , zal een uitgebreidere procedure van de watertoets moeten worden doorlopen. We maken onders cheid in de volgende drie res ultaten van de watertoets : 1.

Plan raakt geen wateras pecten: geen wateradvies van Waters chap nodig

2.

Korte procedure: plan pas t binnen uitgangs punten van het waters chap, per omgaande pos itief wateradvies .

3.

Normale procedure: afs temming met initiatiefnemer om tot maatwerk te komen. Opties in beeld brengen en keuzes motiveren.

1.3. Welke ontwikkelingen voorzien we de komende jaren? De implementatie van de Omgevings wet zal veel veranderen. De gemeenten moeten de wateras pecten in hun 27-01-2022, 14:33

P agina 6 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets omgevings vis ies opnemen, en het overleg met de waters chappen s peelt hierin een belangrijke rol. Goede afs temming vanaf het begin van het planproces is belangrijk voor het s tellen van lokale prioriteiten, lokale s turing en duidelijkheid voor initiatiefnemers . De waters chappen kunnen een eigen vis ie ops tellen en de aan water gebonden waarden vas tleggen. 2.

Beheer en onderhoud (en inrichting) Het waters chap is verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van oppervlaktewater.

2.1. Doel Het beheer en onderhoud van het waters ys teem is erop gericht om de waterhuis houding op orde te houden of te verbeteren. Het gaat bij watergangen zowel om waterkwantiteit en -kwaliteit, als om beeldkwaliteit en waterbeleving. Het reguliere onderhoud bes taat voornamelijk uit het maaien van de water- en oevervegetatie. 2.2. Uitgangs punten Het beheer en onderhoud van het waters ys teem dient met het reguliere onderhouds materieel van het waters chap (of zijn aannemers ) mogelijk te zijn. In s ituaties waar de ruimte beperkt is , bijvoorbeeld bij s tedelijke herontwikkeling, is vroegtijdige afs temming met het waters chap nodig om te komen tot maatwerk. In de Legger zijn kern- en bes chermings zones vas tgelegd, waarin de breedte van onderhouds s troken is opgenomen. De onderhouds s troken dienen vrij gehouden te worden van obs takels . De beheervorm en -frequentie wordt afges temd op de functie die aan de watergang is toegekend. Hierbij wordt ook rekening gehouden met recreatief medegebruik en natuurwaarden. Dit wordt in een s treefbeeld voor het onderhoud vas tgelegd. Met name in s tedelijk gebied wordt daarbij ook afges temd met de gemeentelijke onderhouds diens ten. Ook kunnen afs praken gemaakt worden over onderhoud door andere partijen. 2.3.

Vragen voor de weging van het waterbelang • Overweegt u water aan te leggen of te dempen, of aan te pas s en? • Ligt in of nabij het plangebied een watergang? NB. Bij wijzigingen aan het waters ys teem en werkzaamheden in de kern- en bes chermings zone is de Keur van het waters chap van toepas s ing en gelden algemene regels of een vergunningplicht. 3.

Waterveiligheid en waterkeringen Het waters chap bes chermt zijn inwoners tegen overs tromingen

3.1. Doel Met de aanleg en ins tandhouding van waterkeringen bes chermen we inwoners tegen overs tromingen door rivieren. Primaire en regionale waterkeringen hebben een functie voor de waterveiligheid, overige keringen en kades voor het beperken van wateroverlas t. Met de benadering van meerlaags e veiligheid waarborgen we niet alleen het veiligheids niveau van de dijken, maar bevorderen we ook het vers tandig gebruik van de ruimte die bes chermd wordt door waterkeringen. We willen de gevolgen van overs tromingen beperken door een pas s ende ruimtelijke inrichting en calamiteitenbes trijding. 3.2. Uitgangs punten Het winterbed van rivieren en waterkeringen met bijbehorende bes chermings zones hebben als primaire functie het bieden van veiligheid tegen overs tromingen. Ontwikkelingen in deze gebieden zijn enkel toeges taan, als ze het functioneren ervan niet belemmeren. Z o mag de s terkte van een waterkering niet aangetas t worden en het onderhoud aan de waterkering niet belemmerd worden. Bij werkzaamheden in de keurzone van de waterkering dient in overleg met het waters chap een watervergunning aangevraagd te worden. We s taan open voor robuus te oplos s ingen waarin de veiligheid is geïntegreerd in 27-01-2022, 14:33

P agina 7 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets het ontwerp, bijvoorbeeld multifunctionele waterkeringen. Z o kunnen we vers chillende ruimtelijke opgaven combineren. Het werken aan meerlaags e veiligheid is maatwerk. We advis eren gemeenten en ontwikkelaars om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig vorm te geven dat de gevolgen van een overs troming en wateroverlas t beperkt blijven. Dit betekent o.a. dat bij voorkeur niet gebouwd wordt in laaggelegen gebieden; dat kwets bare functies en vitale infras tructuur aangelegd worden boven het niveau waarop het water kan komen in geval van een overs troming. 3.3. Vragen voor de weging van het waterbelang • Ligt in of nabij het plangebied een waterkering (primaire waterkering, regionale waterkering, overige kering of kade) ? • Ligt het plangebied in winterbed van een rivier of een overs tromings gevoelig gebied? 3.4. Welke ontwikkelingen voorzien we de komende jaren ? Primaire keringen worden in de periode 2017 – 2023 voor de eers te keer beoordeeld op bas is van de nieuwe normen. We verwachten dat veel keringen niet voldoen aan de nieuwe normen en vers terkt moeten worden. Dit betekent dat het profiel kan wijzigen en bes chermings zones aangepas t (lees verbreed) kunnen worden. 4.

Klimaatadaptatie Het waters chap anticipeert s amen met de gemeente op klimaatverandering

4.1. Doel Het waters ys teem zo inrichten, dat het beter bes tand is tegen de effecten van de verwachte klimaatverandering, zoals zwaardere buien en langere droge perioden. Bevorderen om bewus te keuzes te maken om ris ico’s te beperken of accepteren. De klimaatverandering heeft betrekking op onze taken voor waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Om inzicht te krijgen in de kwets baarheid voor weers extremen brengen alle gemeenten, waters chappen, provincies en het Rijk s amen met de betrokkenen in hun gebied de kwets baarheid voor weers extremen in beeld met een s tres s tes t, voor zover dat nog niet is gebeurd. De s tres s tes ten worden vervolgens iedere zes jaar herhaald. In de gemeentelijke s tres s tes ten worden de volgende effecten van klimaatverandering in beeld gebracht: wateroverlas t (door zowel hoos buien als langdurige regen), hittes tres s , droogte en overs tromingen. Het waters chap advis eert en onders teunt gemeenten bij de s tres s tes ten. 4.2. Uitgangs punten Een ruimtelijk plan is in principe waterneutraal, dus veroorzaakt geen wijziging van waterpeilen of aan-/afvoer van water. Een toename in het verharde oppervlak res ulteert in een vers nelde afvoer van hemelwater. Door vers nelde afvoer van hemelwater wordt het waters ys teem zwaarder belas t en het waterbezwaar op benedens trooms e gebieden afgewenteld.

Ook is er geen aanvulling van het grondwater. Om vers nelde afvoer tegen te gaan hanteren we bij ruimtelijke plannen de trits vas thouden-bergen-afvoeren. Dit betekent dat hemelwater zoveel mogelijk wordt vas tgehouden op de plek waar het valt. Hiervandaan kan het infiltreren in de bodem of vertraagd worden afgevoerd naar het waters ys teem. In ruimtelijke plannen met een toename van verharding zijn infiltratie- of waterbergende voorzieningen nodig om het plan waterneutraal te maken. Uitgangs punten voor het ontwerp van infiltratie- en waterbergings voorzieningen zijn: In landelijk gebied is een regenbui T=10+10% maatgevend. De hoeveelheid neers lag die valt in deze bui moet in het plangebied worden geborgen, waarna dit kan infiltreren of vertraagd wordt afgevoerd. In bebouwd is een regenbui T=100+10% maatgevend voor de dimens ionering 27-01-2022, 14:33

P agina 8 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets van de waterhuis houdkundige voorzieningen. Hierbij mag het waterpeil vanuit het oppervlaktewater tot aan s traatpeil s tijgen, waarbij geen waters chade aan bouwwerken, hoofdinfras tructuur en s poorwegen mag onts taan. Een uitgebreidere toelichting op de uitgangs punten en de berekening van de bergings opgave is te lezen in de bijlage Uitgangs punten voor waterneutraal bouwen. Bij ontwikkelingen met een toename van verharding groter dan 1500 m2 kan het waters chap vragen om waterhuis houdkundig plan, dat aantoont dat de wijze van berging effectief is , en dat er geen effecten zijn op het omliggende gebied. Daarnaas t vraagt in s tedelijk gebied ook de interactie met riolering om bijzondere aandacht. Verder advis eren we om bewus t te zijn van de gevolgen van (kortdurende) extreme buien met een intens iteit van 60 – 150 mm/uur. Bij deze buien kan niet al het water verwerkt worden door de riolering en zal water op s traat kunnen onts taan. Het ontwerp van een wijk bepaalt waar het water naar toe kan s tromen en waar s chade onts taat. Door middel van een s tres s tes t kan een beeld gevormd worden van de robuus theid en klimaatbes tendigheid van het s ys teem. We s treven naar afkoppeling van bes taand verhard oppervlak van het riools tels el.

Z o ontlas ten we het riools tels el en de rioolwaterzuiveringen en verminderen we de kans op vervuilende overs torten van het gemengd riool. Bij afkoppeling van bes taand verhard oppervlak moet minimaal 20 mm hemelwater in een infiltratievoorziening geborgen worden. Als de overlaat van het hemelwaterriools tels el op dezelfde watergang loos t als voorheen de gemengde overs tort, dan is geen extra berging noodzakelijk. Als de overlaat loos t op een andere watergang, dan zal bui T=100+10% vertraagd afgevoerd moeten worden. Bij voorkeur worden natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, regionale waterbergings gebieden en overs tromings vlaktes niet bebouwd. In waterbergings gebieden zijn ontwikkelingen enkel toeges taan, als ze het functioneren van het waterbergings gebied niet belemmeren. 4.3. Vragen voor de weging van het waterbelang • Heeft het plan uitbreiding van het verhard oppervlak met meer dan 1500 m2 tot gevolg ? • Bevindt het plan zich in een laaggelegen gebied of beekdal ? • Is er in of rondom het gebied wel eens s prake (gewees t) van wateroverlas t? • Is het plangebied gevoelig voor hittes tres s ? • Onts taat s chade aan bouwwerken als enkele uren 30 cm water op s traat s taat? 4.4.

Welke ontwikkelingen voorzien we? Wanneer met de s tres s tes ten de kwets bare plekken voor weers extremen in kaart zijn gebracht, zal gewerkt gaan worden aan een aanpak om te komen tot een meer waterrobuus te en klimaatbes tendige inrichting. Hiervoor zal een s amenwerking tus s en de vers chillende overheden en betrokkenen in het gebied nodig zijn. 5.

Waterkwaliteit (Schoon water) Waters chappen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater

5.1. Doel De kwaliteit van het oppervlaktewater op orde brengen en houden. Hiervoor zijn afs praken vas tgelegd in de Kaderrichtlijn Water (KRW). De waters chappen hebben voor alle wateren in hun beheers gebied aangegeven wat de ecologis che doels tellingen zijn. Voor de chemis che kwaliteit zijn normen vas tgelegd door de EU. Nieuwe ontwikkelingen mogen geen vers lechtering van de waterkwaliteit tot gevolg hebben en de doels tellingen vanuit de KRW niet belemmeren. De oppervlaktewaterkwaliteit kan een ris ico vormen voor de volks gezondheid. Bij ontwikkelingen in s tedelijk gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke kwets baarheid van de waterkwaliteit voor droge perioden. Met name ondiepe, 27-01-2022, 14:33

P agina 9 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets kleine, s tagnante en geïs oleerde wateren, zoals retentievijvers , en moeras achtige waters ys temen, kunnen gevoelig zijn voor blauwalg en botulis me. 5.2. Uitgangs punten Schoon hemelwater wordt, waar mogelijk, binnen het plangebied in de bodem geïnfiltreerd. Wanneer vanuit het plangebied hemelwater op het oppervlaktewater wordt geloos d, mag de waterkwaliteit van het ontvangende water niet vers lechteren. Wanneer functies mogelijk gemaakt worden die een negatieve invloed op de waterkwaliteit kunnen hebben, worden deze benoemd. Ook wordt bes chreven welke maatregelen worden genomen om de kwaliteit van het water te waarborgen en mogelijk in de toekoms t te verbeteren. Voorbeelden van maatregelen die getroffen kunnen worden, zijn: een bodempas s age in een berm of wadi of filtering d.m.v. een helofytenfilter, chemis ch filter of mechanis ch filter. In s tedelijk gebied s treven we naar een inrichting van het waters ys teem waarbij ook in droge perioden de waterkwaliteit op orde blijft. Bij voorkeur wordt hemelwater geborgen in droogvallende voorzieningen, zoals wadi’s . Wanneer toch gekozen wordt voor aanleg van oppervlaktewater, zoals retentievijvers , dient in het ontwerp rekening gehouden te worden met voldoende volume, waterdiepte en ververs ing van het water, zodat de kans op blauwalg en botulis me zo klein mogelijk is .

Bij een recreatieve bes temming moet de waterkwaliteit te waarborgen zijn. 5.3. Vragen voor de weging van het waterbelang • Is in of nabij het plangebied oppervlaktewater aanwezig of gepland ? • Bevindt het plan zich in een gebied met s peciale functie (zoals KRW, EVZ , N2000, natte landnatuur, zwemwater) ? 6.

Afvalwaterketen Waters chappen en gemeenten zijn s amen verantwoordelijk voor het goed functioneren van de afvalwaterketen.

6.1. Doel Wij s treven naar een doelmatige werking van de gehele afvalwaterketen. Hemelwater wordt niet afgevoerd naar de afvalwaterzuivering, zodat de efficiëntie van de waterzuivering wordt vergroot en het aantal rioolovers torten op het oppervlaktewater wordt teruggedrongen. Een toename van afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) riools tels el, de rioolgemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiverings ins tallatie (rwzi) dienen de toename te kunnen verwerken, zonder daarmee het milieu zwaarder te belas ten. 6.2. Uitgangs punten Bij nieuwe ontwikkelingen wordt hemelwater in het plangebied geïnfiltreerd of geborgen en vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater. Bes taande verharding wordt waar mogelijk afgekoppeld van de riolering. De gemeente communiceert over afgekoppelde gebieden en hieraan verbonden beperkingen voor particulieren. Bij een toename van het afvalwater controleert het waters chap of deze mogelijk is binnen de bes taande capaciteit van de rwzi. Pers leidingen blijven bereikbaar voor beheer en onderhoud en in calamiteitenfas e. Bebouwing en/of beplanting binnen de belangens trook van de pers leiding is daarom niet toeges taan. In de milieuzonering van de rwzi’s en rioolgemalen worden geen hindergevoelige functies mogelijk gemaakt.

Andere geldende voorwaarden zijn bes chreven in de Beleids regels zuiverings technis che werken. 6.3. Vragen voor de weging van het waterbelang • Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? • Ligt in of nabij het plangebied een rwzi/ rioolgemaal/ pers leiding/ gemengde overs tort? • Wordt regenwater afgevoerd naar de afvalwaterzuivering? • Worden bedrijfs matige activiteiten uitgevoerd? • Z ijn er kans en voor het afkoppelen van bes taand verhard oppervlak? 6.4. Welke ontwikkelingen voorzien we? Er onts taan juridis ch mogelijkheden voor decentrale zuivering. Vooruitlopend op nieuwe regels is decentrale zuivering in de vorm van pilots bes preekbaar. Voor lozing op de bodem moet initiatiefnemer 27-01-2022, 14:33

P agina 10 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets afs praken maken met gemeente. Voor lozing op oppervlaktewater met het waters chap. 7.

Grondwaterbeheer Nieuwe ontwikkelingen ondervinden geen grondwateroverlas t en veroorzaken dit ook niet.

7.1. Doel We s treven naar doelmatig waterbeheer dat optimaal de functies en het huidige gebruik onders teunt. Nieuwe functies s luiten aan bij het gewens t grond- en oppervlaktewaterregime. Hiermee willen we s tructurele overlas t door te hoog grondwater voorkómen en verdroging door te laag grondwater tegengaan. 7.2. Uitgangs punten Bij grondwaterbeheer in s tedelijk gebied zijn particulieren, gemeente, provincie en waters chap betrokken, met elk hun eigen verantwoordelijkheden. Het peilbeheer en onderhoud van het waters ys teem is gericht op het handhaven van het gewens t grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR). Voor het groots te deel van het beheergebied is deze gewens te s ituatie gelijk aan de actuele s ituatie. In een aantal gebieden is er een doels telling bijvoorbeeld om de verdroging van natuur te verminderen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn ten mins te grondwaterneutraal. Dit betekent dat ze niet mogen leiden tot wijziging van de grondwaters tand. We advis eren niet te bouwen in gebieden met een hoge grondwaters tand of kwel, of de bouwwijze hierop aan te pas s en. In zettings gevoelige gebieden wordt rekening gehouden met de bodemges teldheid en de relatief hoge grondwaters tanden. Ook als s lecht doorlatende lagen in het plangebied voorkomen, worden maatregelen genomen om grondwateroverlas t te voorkomen. Aangepas te bouwwijzen zijn o.a.

extra ophogen of kruipruimteloos en waterdicht bouwen. Om de bes taande grondwaters tanden op peil te houden worden in nieuwe ruimtelijke plannen voldoende maatregelen genomen om neers lag in de bodem te infiltreren of in andere voorzieningen vas t te houden of te bergen. Als ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling bes taande watergangen moeten worden gedempt worden maatregelen genomen om wateroverlas t als gevolg van de demping tegen te gaan. Nieuwe functies mogen geen negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het grondwater. We advis eren in nieuwe bebouwing en verharding geen uitlogende en milieubelas tende materialen te gebruiken. 7.3. Vragen voor de weging van het waterbelang Z ie ook vragen in 5.3 • Bevindt het plan zich in een kwelgebied ? • Is afs tand tus s en GHG en bovenkant vloer kleiner dan 100 cm? • Ligt het plan in bes chermings zone of intrekgebied van een (drink)wateronttrekking? • Is in het plangebied s prake van s lecht doorlatende lagen in de ondergrond? 8.

Recreatie en beleving Water beïnvloedt de beleving van de openbare ruimte.

8.1. Doel Z ichtbaar en beleefbaar water draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. We s treven naar een aantrekkelijk, herkenbaar en leefbaar waters ys teem. Recreanten gebruiken het oppervlaktewater en de waterkeringen om te wandelen, te varen, te zwemmen, te vis s en en te s chaats en. We s timuleren dit gebruik waar mogelijk en s temmen het waar nodig af op de belangen van anderen. We bes chermen cultuurhis toris che objecten die een link hebben met water(beheers ing) door behoud en ontwikkeling. 8.2. Uitgangs punten Het waters chap s telt zich pos itief op bij initiatieven van anderen voor inrichting en gebruik en denkt mee over kans en en mogelijkheden. We s tellen waar mogelijk onze eigendommen open voor recreatief medegebruik, zoals 27-01-2022, 14:33

P agina 11 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets wandelen, vis s en en kanoën. We verlenen medewerking aan evenementen op en langs het water, zolang dit veilig is en niet ten kos te gaat van het functioneren van het waters ys teem. Ook wegen we de belangen van aanliggende functies zoals natuur, landbouw, wonen zorgvuldig af. We s timuleren om vooral in de aangewezen provinciale zwemwateren te zwemmen. Z wemmen in ander oppervlaktewater is , op eigen ris ico, wel toeges taan, maar er is geen toezicht op zwemwaterkwaliteit en veiligheid. Op de webs ite www.zwemwater.nl is informatie te vinden over de waterkwaliteit en veiligheid van zwemwater. 8.3. Vragen voor de bepaling van de Watertoets procedure Z ie ook vragen in 5.3 • Wordt recreatief medegebruik van wateren en oevers mogelijk gemaakt? • Z ijn er cultuurhis toris che waterobjecten in het plangebied aanwezig? 9.

Financiering Het waters chap financiert waar een bijdrage wordt geleverd aan realis atie van waterdoelen

9.1. Doel Waterbeheer in de s tad is een gezamenlijk maats chappelijk belang; en s amenwerking is een voorwaarde. Wij nodigen onze partners en inwoners daarom uit tot s amenwerken. Waar waterdoelen met extra maats chappelijk rendement gerealis eerd kunnen worden, maken wij een bes tuurlijke afweging over een eventuele financiële bijdrage. 9.2. Uitgangs punten Voor ruimtelijke plannen is in Nederland het kos tenveroorzakings begins el van toepas s ing. Dit betekent dat de kos ten voor waterhuis houdkundige maatregelen als gevolg van een ruimtelijk plan, voor rekening komen van de initiatiefnemer van dat plan. Wij vragen initiatiefnemers om bij ruimtelijke plannen en initiatieven aandacht te hebben voor de mogelijkheden tot (bijdragen aan) de realis atie van waterdoels tellingen zoals die in de vorige hoofds tukken zijn bes chreven. In het bijzonder vraagt het anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering aandacht in ruimtelijke plannen. Biedt het initiatief kans en voor het oplos s en van bes taande knelpunten in de waterhuis houding? Voor het realis eren van waterdoelen met extra maats chappelijk rendement is mogelijk medefinanciering vanuit het waters chap bes chikbaar. We overwegen herziening van ons inves terings programma en exploitatieprogramma, als dit interes s ant of noodzakelijk is om aan te s luiten op externe initiatieven.

Hierbij is het van belang voor een gezamenlijke aanpak te kiezen (gezamenlijk = gemeente, waters chap en belanghebbenden). Deze gezamenlijke aanpak kan bes taan uit: 1.

Op elkaar afs temmen van agenda’s en programma’s , benutten van elkaars momentum, formuleren van gezamenlijk doelen;

2.

Ops tellen van integrale onderzoeken, analys es en plannen;

3.

gezamenlijke financiering;

4.

gezamenlijke realis atie van (her)inrichting;

5.

gezamenlijke afs praken over beheer en onderhoud.

Bijlage Richtlijnen s tedelijke waterberging van drie waters chappen: Rijn en IJs s el, Vechts tromen en Drents Overijs s els e Delta De waters chappen Rijn en IJs s el, Vechts tromen en Drents Overijs s els e Delta hebben een aantal gezamenlijke richtlijnen opges teld hoe we met s tedelijke waterberging om willen gaan en in het bijzonder voor nieuwe s tedelijke gebieden, waar onverhard gebied (deels ) verhard gebied wordt. Voor het bepalen van de hoeveelheid s tedelijke waterberging voor nieuw s tedelijk gebied, wordt uitgegaan van onders taande ontwerpuitgangs punten: • De T=100 27-01-2022, 14:33

P agina 12 van 16

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets neers laggebeurtenis is maatgevend voor de toets ing van een (nieuw) s tedelijk gebied. We hebben hierbij afges proken dat het waterpeil vanuit het oppervlaktewater bij deze gebeurtenis tot aan s traatpeil mag s tijgen; • We hanteren de laats t bes chikbare klimaats tatis tiek. En bij nieuwe gegevens pas s en we de nieuwe s tatis tiek toe (dit geldt voor elke KNMI-update en/of afgeleide publicaties van de Stowa); • De maatgevende afvoer die we hanteren voor s tedelijk gebied is 0,8 l/s /ha. Dit is de afvoer die gemiddeld 1 à 2 dagen per jaar optreedt. De toeges tane afvoer voor een T=100 s ituatie bedraagt 2 x de maatgevende afvoer (1,6 l/s /s ha); • We houden rekening met 3 mm berging op s traat/dak/etc. • We houden rekening met klimaatverandering. Hierbij is er voor gekozen om te rekenen met 10 % toes lag in de neers laghoeveelheid t.o.v. de huidige geldende neers lags tatis tiek (Stowa rapport 2015 -10a). Deze s cenario’s laten een toename in de hoeveelheden zien die gemiddeld tus s en 0% en 17% ligt. Het aantal mm (of m3) benodigde waterberging wordt als volgt berekend: • De gebruikte bui voor het bepalen van de compens atie heeft een herhalings tijd van 1 keer per 100 jaar, met 10% toes lag voor klimaatverandering.

De landelijke afvoer vanaf onverhard gebied waar bij de berekening voor het bepalen van de compens atie wordt uitgegaan, is 20,8 l/s /ha; • De maatgevende buiduur is afhankelijk van de landelijke afvoer (berekend via de regenduurlijn). Met de regenduurlijn is bepaald hoe lang het duurt tot de hoeveelheid water in de bergings voorziening weer afneemt (op dat moment is de maximale capaciteit van de waterberging nodig). Bij een gebeurtenis van T100+10% en een landelijke afvoer van 20,8 l/s /ha is de maatgevende buiduur 48 uur; • De totale neers laghoeveelheid bij de maatgevende buiduur van de bui is 111 mm (zie Tabel 1); • De toeges tane afvoer vanaf het toegenomen verhard gebied naar het oppervlaktewater bij de maatgevende bui van T=100+10% is 1,6 l/s /ha. Dit is 28 mm bij de maatgevende buiduur van 48 uur; • Dit komt neer op 80 mm waterberging voor het gebied dat toegenomen is in verhard oppervlak; • Het aantal mm × oppervlak toename verharding = aantal m3 berging. De benodigde compens atie d.m.v. waterberging neemt dus evenredig toe met een toename in het oppervlak extra verharding. In Tabel 1 zijn de bovens taande uitgangs punten op een rij gezet.

Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging Neers lags tatis tiek Nieuwe s tatis tiek (Stowa rapport 2015 – 10a) Klimaats cenario Huidig klimaat +10% Afvoer (l/s /ha) T=1 0,8 Afvoer (l/s /ha) T=100 1,6 Maatgevende buiduur (uur) 48 Totale neers laghoeveelheid (mm) 111 Afvoer via oppervlaktewater (mm) 28 Berging dak/s traat/etc (mm) 3 Benodigde berging (mm) 80 Hiernaas t vinden wij dat er een hydraulis che s tudie van het oppervlaktewaters ys teem uitgevoerd dient te worden om hiermee aan te tonen dat de wijze van berging effectief is en geen (negatieve) neveneffecten heeft op het omliggende gebied. Ook vraagt de interactie met riolering om bijzondere aandacht. Bij het ontwerp van de riolering is het van belang om rekening te houden met peils tijging in de berging (oppervlaktewater). Verder is het van belang om ook in het ontwerp rekening te houden met (kortdurende) extreme gebeurtenis s en (in de range van 60 – 150 mm/uur). Het ontwerp van een wijk bepaalt of en waar het water naar toe kan s tromen en waar s chade onts taat, omdat dergelijke intens iteiten niet (volledig) verwerkt kunnen worden door de riolering. Wij s chrijven deze toets niet voor, maar bevelen aan om hier aandacht aan te bes teden. Dit geeft een beeld van de robuus theid en klimaatbes tendigheid van het s ys teem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=d1ba9055-9c99-4ada-8d66-664d8b5971e1