1168109 Bijlage 12. Bijlage 9 - Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Babberich Sleeg 23
28 6.
Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? Door het gebruik als bouwland is waarschijnlijk een bouwvoor ontwikkeld. Onder de bebouwing is de bodem waarschijnlijk omgewerkt.
7.
Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? Bij bouwwerkzaamheden in de 20e eeuw kunnen eventuele archeologische resten zijn vergraven.
8.
Wat is de aard (materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit de periode van jager-verzamelaars en, indien een dekzandkop aanwezig is, landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. In het begin van het Holoceen is (een deel van) het plangebied waarschijnlijk bedekt met komafzettingen. Uit het Mesolithicum en jongere periodes worden in dit deel daarom alleen eventuele resten verwacht gerelateerd aan de jacht, visvangst, rituelen. Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit het Paleolithicum kunnen worden beschouwd als kleine vlakelementen. De complextypen uit de perioden daarna tot en met de Vroege Middeleeuwen worden beschouwd als losse vondsten en puntelementen. Archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd kunnen worden beschouwd als lijnelementen (wegen, percelering) en vlakelementen (nederzetting, bouwvoor).
9.
Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek? Archeologische resten uit het Paleolithicum kenmerken zich door een spreiding van artefacten (vuursteen). Archeologische resten uit het Mesolithicum tot en met de Nieuwe tijd kenmerken zich door losse vondsten. Archeologische resten gerelateerd aan bewoning op een eventuele dekzandkop kenmerken zich door een archeologische laag.
10.
Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Licht beargumenteerd toe met verwijzing naar de verschillende KNA-leidraden. Een archeologische laag kan effectief worden opgespoord aan de hand van methode D1 van de leidraad voor karterend booronderzoek.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
29
4.2
Conclusie Booronderzoek 11.
Wat is de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), diepteligging en ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied? De Pleistocene afzettingen bestaan uit grijs zwak siltig matig fijn tot matig grof zand met enkele grindkorrels. De top van het pakket ligt tussen 160 en 200 cm -mv (1004 en 954 cm NAP). De Pleistocene afzettingen zijn afgedekt door komafzettingen van de Oude Rijn – Pannerden beddinggordel. De afzettingen bestaan uit kalkloze zwak tot matig siltige klei. De top van het pakket ligt tussen 50 en 65 cm -mv (1107 en 1104 cm NAP). Hierop liggen oeverafzettingen van zwak tot matig zandige klei. In de oeverafzettingen heeft zich een bouwvoor ontwikkeld. Hierdoor is de kleur grijs tot donker bruin-grijs en is het materiaal kalkloos. De Holocene rivierafzettingen zijn afgezet in de periode dat de beddinggordel actief was, vanaf de IJzertijd tot en met de bedijking in de 11e of 12e eeuw.
12.
Wat is de aard (kleur, textuur, samenstelling), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke en eventueel antropogene bodemhorizonten (akkerlagen en overige ‘verstoringslagen’, bemestingslagen e.d.), ter plaatse van het onderzoeksgebied? De bovenste 50 tot 65 cm is omgewerkt waarvan de top 25 tot 40 cm een donkerbruin-grijze kleur heeft door het hoge humusgehalte. De textuur is zwak tot matig zandig. In het pakket zijn fragmenten baksteen en (modern) aardewerk aangetroffen, net als plastic en fragmenten beton of cement.
13.
Wat is de aard, dikte en omvang van eventueel ter plaatse van het onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? In het plangebied is onder het verharde oppervlak (klinkers) een laag cunetzand aanwezig van ongeveer 15 cm dik. Dit is vermoedelijk aangelegd tegelijkertijd met de bouw van de woning en bedrijfsgebouwen in 1967.
14.
Indien er afdekkende lagen voorkomen; wat is de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur, samenstelling), gaafheid en dikte van het onderliggende afgedekte bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen? Het bodemprofiel onder de verhardingen is vergelijkbaar met de rest van het profiel. De bodem is hier tevens tot 60 cm -mv omgewerkt alleen is de bodem donkerder en grijzer van kleur als gevolg van de reducerende omstandigheden die ontstaan zijn door de verhardingen.
15.
Wat is de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen? Recente artefacten zijn tot een diepte van 60 cm -mv waargenomen.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
30 16.
Tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring en wat is de ouderdom van deze verstoring? De bodem is verstoord tot maximaal 65 cm -mv. Op basis van de aangetroffen aardewerkfragmenten is de verstoring te dateren in 18e tot en met 20e eeuw.
Eindoordeel: 17.
Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? In het plangebied kunnen archeologische resten van 18e en 19e eeuwse bebouwing aanwezig zijn. Ter hoogte van de 18e eeuwse bebouwing wordt de bodem verstoord bij de realisatie van de nieuwbouwplannen (fig. 38). Hier kunnen archeologische resten worden verstoord. b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden? Aanbevolen wordt om op de locatie van de 18e eeuwse bebouwing, inclusief bufferzone van 10 m daaromheen, graafwerkzaamheden te vermijden (fig. 39).
18.
Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt? Indien het niet mogelijk is om graafwerkzaamheden in deze zone te vermijden, dan wordt aanbevolen een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om archeologische resten op te sporen en te waarderen.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
31
5
Advies In het plangebied is de bovenste 50 tot 65 cm van de bodem verstoord. Hieronder liggen komafzettingen. Vermoedelijk is het plangebied tot en met de Vroege Middeleeuwen te nat geweest voor bewoning. De kans is daarom klein dat archeologische resten uit deze periode aanwezig zullen zijn. In het zuiden van het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn gerelateerd aan bebouwing uit de 18e en 19e eeuw. Door de voorgenomen ontwikkeling kunnen in het zuidoosten van het plangebied archeologische resten gerelateerd aan de 18e eeuwse bebouwing verstoord worden. Daarom adviseert Bureau voor Archeologie om in deze zone graafwerkzaamheden te vermijden en indien dit niet mogelijk is, een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Bureau voor Archeologie adviseert verder om de rest van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Zevenaar.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
32
6
Literatuur Actueel Hoogtebestand Nederland. 2018. ‘AHN3’. Digitale Hoogtekaart. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. Alterra. 2014. ‘Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, digitale en landsdekkende versie’. Wageningen. Asmussen, P. 1994. ‘Archeologische begeleiding Betuweroute. Deel C: waardering van de vindplaatsen’. RAAP-rapport 86. Amsterdam: RAAP Archeologisch Adviesbureau. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-xgv7bjy. Berendsen, H.J.A., en Esther Stouthamer. 2011. De vorming van het land: inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen: Koninklijke Van Gorcum. Bosch, J.H.A. 2008. ‘Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2’. 2008-U-R0881/A. Deltares-rapport. Brunings, C., N. van Straalen, J. Engelman, J. Subrier, en F.W. Conrad. 1790. ‘Kaart van de Rhynstroom, van boven de stad Emmerik tot beneden de stad Arnhem, 29 maart 1790’. https://proxy.archieven.nl/0/4DFE872893FE4302847FD4A6EAF40D65. Cohen, K. M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, en A. H. Geurts. 2012. ‘Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta’. Dept. Physical Geography. Utrecht University. http://persistent-identifier.nl/? identifier=urn:nbn:nl:ui:13-nqjn-zl. Cohen, K.M. 2009. Zand in banen: zanddiepte-kaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel.
Utrecht; Arnhem: Universiteit Utrecht] ; Provincie Gelderland]. De Boer, G.H. 2019. ‘Groot-Holthuizen te Zevenaar (gemeente Zevenaar) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek’. ADC Rapport 4984. ADC. Dinoloket. 2014. ‘Ondergrondgegevens | DINOloket’. http://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens. Google Street View. ‘Street View’. https://maps.google.nl/. Guionneau. 1733. ‘De Lymers Amts Carten’. Signatuur: 0214 ORA Zevenaar en de Lymers 2764. Gelders Archief. https://www.geldersarchief.nl/bronnen/archieven? mivast=37&mizig=284&miadt=37&miaet=1&micode=0214&minr=4269137 7&miview=ldt. Habraken, J. 2017. ‘Handboek archeologisch onderzoek Regio Arnhem. Eisen en kaders voor onderzoek en beoordeling van rapporten.’ derde druk. ‘HISGIS Gelderland’. 2019. https://hisgis.nl/projecten/gelderland/. Holl, J. 2018. ‘Zevenaar-Oost, deelgebieden B, C en D te Zevenaar, gemeente Zevenaar Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek’. ADC Rapport 4426. ADC ArcheoProjecten. Kadaster. 1811. ‘Kadastrale Minuten’. 1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/. ———. 2013. ‘BAG-Viewer’. http://bagviewer.geodan.nl/index.html. Kadaster, en PDOK. 2014. ‘AHN2 en 3 - WCS service’. http://nationaalgeoregister.nl. Koeman, S.M., en D. Hagens. 2010. ‘Bureauonderzoek Spoorlijn Zevenaar Duitse grens’.
Synthegra Archeologie Rapport S100275. Synthegra BV. Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
33 Louwe, E., en M.M. Janssens. 2011. ‘Archeologisch onderzoek plangebied 3e spoor op het tracé Zevenaar - Duitse grens’. Vestigia rapport V923. Vestigia BV. Maas, G.J., W.M. van der Meij, S.P.J. van Delft, en A.H. Heidema. 2019. ‘Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart Nederland 1:50.000 (2019), achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand’. Wageningen: Wageningen Environmental Research. http://legendageomorfologie.wur.nl/. Meyer, H. 1722. ‘Geometrische Delineation der königl. Landerijen in den sogenandten ... Babbergerbroekschen Zehend gehörige Landerijen in der ... Lymers und in Sevenarschen .. gelegen, 1722’. Gelders Archief. https://proxy.archieven.nl/0/9F2E7A05E38A4BCE986707ED4B8C6E49. de Mulder, E.J.F. 2003. ‘De ondergrond van Nederland’. Wolters-Noordhoff. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut. Pons, L.J. 1953. ‘De bodemgesteldheid van een gedeelte van de Lijmers (het binnendijkse land van de gem. Westervoort, Duiven (ged.) en Zevenaar (ged.))’. Stiboka. https://library.wur.nl/WebQuery/edepot/415604. Provincie Gelderland. ‘Bodemverontreinigingen’. http://ags.prvgld.nl/GLD.Atlas/(S(2qcxtt450onmj5vxfjwvjl55))/Default.aspx ?applicatie=Bodemverontreinigingen. RAF. 1940. ‘Wageningen UR GeoPortal: RAF aerial photographs’. 1945.
http://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf. Rensink, E., H.J.T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken, en B.I. Smit. 2015. ‘Archeologische Landschappenkaart van Nederland. Methodiek en kaartbeeld’. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. https://doi.org/10.17026/dans-xf6-ywnd. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2016. ‘Kaart van verdedigingswerken, alle linies en stellingen’. https://landschapinnederland.nl/bronnen-enkaarten/militaire-landschapskaart. ———. 2017. ‘Rijksmonumentenregister’. Cultureelerfgoed.nl. https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister. ———. 2021. ‘Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Data Archiving and Networking Services. ‘e-depot voor de Nederlandse archeologie’. http://www.edna.nl. Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu. ‘Bodemloket’. http://www.bodemloket.nl/. ‘Ruimtelijkeplannen.nl’. 2014. Geraadpleegd augustus 12. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen? tabFilter=ACTUEEL. Schorn, E.A. 2021. ‘Bureauonderzoek Zonneveld De Sleeg Sleeg te Babberich Gemeente Zevenaar’. KSP-rapport 19424. KSP Archeologie. van der Sijs, N. 2010. ‘Etymologiebank’. http://www.etymologiebank.nl. SIKB. 2018. ‘BRL 4000: Beoordelingsrichtlijn Archeologie, versie 4.1’. SIKB.
https://www.sikb.nl/doc/BRL4000/BRL%20SIKB%204000%20Archeologie %20versie%204_1.pdf. Stichting RAAP. 2017. ‘Indicatieve Kaart Militaire Waarden (IKME)’. december 22. Wilbers, A. 2006. ‘Inventariseren veldonderzoek verkennende fase GrootHolthuizen, Zevenaar’. Becker & Van de Graaf-rapport 01540206/17151. Becker & Van de Graaf. ———. 2008. ‘De Braak West, Zevenaar Gemeente Zevenaar’. Becker & Van de Graaf-rapport 06060807/26578. Becker & Van de Graaf. Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
34 Willemse, N.W., J.G.M. Verhagen, en F. de Roode. 2009. ‘Gemeente Zevenaar : een archeologische beleidsadvieskaart : delen I, II en III’. Zevenaar: RAAP Archeologisch Adviesbureau.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
35
Figuren
Figuur 2: Luchtfoto actueel.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
36
Figuur 3: Topografische kaart.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
37
Figuur 4: Loketkaart archeologie gemeente Zevenaar (Willemse, Verhagen, en De Roode 2009).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
38
Figuur 5: Archeologische beleidskaart gemeente Zevenaar (Willemse, Verhagen, en De Roode 2009).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
39
Figuur 6: Nieuwe situatie.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
40
Figuur 7: Bouwjaren (Kadaster 2013).
Figuur 8: Foto van het plangebied, genomen vanuit het zuiden en kijkend naar het noorden (Google Street View).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
41
Figuur 9: Bestemmingsplan buitengebied Zevenaar Noord 2018 (‘Ruimtelijkeplannen.nl’ 2014).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
42
Figuur 10: Beddinggordels Laat Glaciaal - Vroeg Holoceen.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
43
Figuur 11: Zanddieptekaart provincie Gelderland (Cohen 2009).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
44
Figuur 12: Beddinggordels Holoceen (Cohen e.a. 2012).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
45
Figuur 13: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
46
Figuur 14: Bodemkaart (Alterra 2014).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
47
Figuur 15: Boorprofielen uit DINOloket (Dinoloket 2014).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
48
Figuur 16: Zanddieptekaart uit 1953 (Pons 1953).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
49
Figuur 17: Bodemkaart uit 1953 (Pons 1953).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
50
Figuur 18: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
51
Figuur 19: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). Hoogtewaarden zijn in meters ten opzichte van NAP.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
52
Figuur 20: Geometrische Delineation der königl. Landerijen in den sogenandten Babbergerbroekschen Zehend gehörige Landerijen in der Lymers und in Sevenarschen gelegen, 1722 (Meyer 1722).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
53
Figuur 21: De Lymers amts carten (fol. 17), 1733-1734 (Guionneau 1733).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
54
Figuur 22: Kaart van de Rhynstroom, van boven de stad Emmerik tot beneden de stad Arnhem, 1790 (Brunings e.a. 1790). Het plangebied ligt mogelijk in het blauwe vierkant.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
55
Figuur 23: Kadastrale minuut 1811-1832, gemeente Oud Zevenaar, sectie C, blad 2 (Kadaster 1811; ‘HISGIS Gelderland’ 2019). Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
56
Figuur 24: Topografisch militaire kaart 1850.
Figuur 25: 513-1681-ZEVENAAR-1866.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
57
Figuur 26: 513-1683-ZEVENAAR-1898.
Figuur 27: 513-1686-ZEVENAAR-1915.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
58
Figuur 28: 513-1687-ZEVENAAR-1931.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
59
Figuur 29: RAF luchtfoto, genomen 24 december 1944 (RAF 1940-1945). De tankgrachten liggen binnen de rode rechthoek.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
60
Figuur 30: 40G-1957-Zevenaar.
Figuur 31: 40G-1966-Zevenaar.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
61
Figuur 32: 40G-1977-Zevenaar.
Figuur 33: 40G-1986-Zevenaar.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
62
Figuur 34: Archeologische terreinen (rood), vondstlocaties (geel) en zaken (blauw) uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
63
Figuur 35: Boorpuntenkaart met de locatie van de nieuwe bebouwing (rode onderbroken lijn).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
Figuur 36: Schematische weergave van de boorprofielen.
65
Figuur 37: Detailfoto van boorprofiel 5 (160 tot 180 cm -mv).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
66
Figuur 38: Geplande bebouwing (blauwe contour) en ligging 18e eeuwse bebouwing (bruine contour) met 10 m foutmarge (bruin onderbroken lijn).
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
67
Legenda
toelichting Indien mogelijk, graafwerkzaamheden vermijden, anders proefsleuvenonderzoek.
Vrijgave voor de voorgenomen ontwikkeling.
Figuur 39: Advieskaart.
Bureau voor Archeologie Rapport 1101
Babberich Sleeg 23
Bijlage 1: Boorbeschrijvingen nr.
grens (cm - grond mv)
bijmenging
mediaan kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
overig
boven onder 1
grondwaterstand tijdens boring: 150 (cm - mv) beschrijver: C. de Jong 0
35 klei
matig zandig; zwak grindig; sterk humeus
donker-bruin-grijs kalkloos
35
50 klei
zwak humeus; zwak zandig
grijs-bruin
kalkloos
50
85 klei
matig siltig
grijs-bruin
kalkloos spoor roestvlekken
basis geleidelijk
85
135 klei
matig siltig
oranje-bruin
kalkloos veel mangaanconcreties
basis geleidelijk
135
160 klei
matig siltig
oranje
kalkloos
basis geleidelijk
160
165 klei
matig siltig
blauw-grijs
kalkloos
slap; basis scherp
165
170 klei
sterk humeus; zwak siltig
zwart
kalkloos
basis scherp
170
200 gyttja
zwak kleiig
wit
kalkrijk
kalkgyttja; basis scherp; weinig plantenresten
200
230 zand
zwak siltig
matig fijn grijs
kalkrijk
grotendeels uit guts gelopen; zand matig afgerond; zeer grote spreiding
2
bouwvoor; plastic; basis geleidelijk
spoor baksteen
spoor donker-gele vlekken; omgewerkte grond; basis geleidelijk
grondwaterstand tijdens boring: 180 (cm - mv) beschrijver: C. de Jong 0
20 klei
sterk humeus; matig zandig; zwak grindig
grijs-bruin
kalkloos
bouwvoor; basis geleidelijk
20
65 klei
zwak humeus; zwak zandig
grijs-bruin
kalkloos spoor roestvlekken
spoor donker-gele vlekken; omgewerkte grond; basis geleidelijk
65
90 klei
matig siltig
grijs-bruin
kalkloos spoor roestvlekken
basis scherp
90
140 klei
matig siltig
oranje-bruin
kalkloos veel mangaanconcreties
basis geleidelijk
140
150 klei
matig siltig
oranje
kalkloos veel roestvlekken
basis geleidelijk
nr.
grens (cm - grond mv)
bijmenging
mediaan kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
overig
boven onder 150
165 klei
matig siltig
oranje
kalkloos veel roestvlekken
basis scherp
165
170 klei
zwak siltig
licht-grijs
kalkloos
basis scherp; weinig plantenresten; aan de basis humeus
170
200 zand
zwak siltig; zwak matig fijn grijs grindig
kalkloos
uit guts gelopen; zand matig afgerond; matig grote spreiding
3
grondwaterstand tijdens boring: 145 (cm - mv) beschrijver: C. de Jong 0
5 klinker
klinker
5
20 zand
zwak siltig
20
60 klei
60
matig grof
donker-geel
kalkloos
cunet; zand matig afgerond; matig kleine spreiding; basis scherp
sterk humeus; matig zandig
donker-grijs
kalkloos
90 klei
matig siltig
donker-grijs
kalkloos spoor roestvlekken
basis geleidelijk
90
145 klei
matig siltig
grijs
kalkloos weinig mangaanconcreties
basis geleidelijk
145
175 klei
matig siltig
oranje
kalkloos veel roestvlekken
basis geleidelijk
175
180 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
basis scherp
180
185 gyttja
zwak kleiig
wit
kalkrijk
kalkgyttja; basis scherp; weinig plantenresten
185
200 zand
zwak siltig
matig fijn grijs
kalkrijk
zand matig afgerond; matig grote spreiding
veel baksteen
4
top baksteenlaag bsp doorheen steen of beton groot; basis geleidelijk
grondwaterstand tijdens boring: 145 (cm - mv) beschrijver: C. de Jong 0
25 klei
matig zandig; zwak grindig; sterk humeus
donker-bruin-grijs kalkloos
spoor beton of cement aardewerk fragment, rood, dun aardewerkfragmenten 2mm, geen magering, hard, 0,5 cm groot; bouwvoor; basis geleidelijk
25
60 klei
zwak humeus; zwak zandig
grijs-bruin
kalkloos
weinig baksteen
60
70 klei
zwak zandig
licht-grijs-bruin
kalkloos spoor roestvlekken
basis geleidelijk
70
125 klei
matig siltig
oranje-bruin
kalkloos weinig ijzerconcreties
basis scherp
125
140 klei
matig siltig
oranje
kalkloos
basis geleidelijk
140
150 klei
zwak siltig
blauw-grijs
kalkloos
slap; basis scherp
spoor grijze vlekken; omgewerkte grond; basis geleidelijk
nr.
grens (cm - grond mv)
bijmenging
mediaan kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
overig
boven onder 150
160 gyttja
zwak kleiig
wit
kalkrijk
kalkgyttja; basis scherp; aan de top humeus
160
240 zand
zwak siltig
matig fijn grijs
kalkrijk
zand matig afgerond; zeer grote spreiding
5
grondwaterstand tijdens boring: 160 (cm - mv) beschrijver: C. de Jong 0
40 klei
matig zandig; zwak grindig; sterk humeus
donker-bruin-grijs kalkloos
spoor baksteen
40
60 klei
zwak humeus; zwak zandig
bruin-grijs
kalkloos spoor roestvlekken
spoor aardewerkfragment wit industrieel; basis aardewerkfragmenten geleidelijk; omgewerkte grond
60
100 klei
matig siltig
oranje-bruin
kalkloos weinig roestvlekken
basis geleidelijk
100
130 klei
matig siltig
bruin-grijs
kalkloos weinig mangaanconcreties
basis geleidelijk
130
165 klei
matig siltig
oranje
kalkloos veel roestvlekken
basis geleidelijk
165
170 klei
zwak siltig
blauw-grijs
kalkloos
basis scherp
170
175 gyttja
zwak kleiig
wit
kalkrijk
kalkgyttja; basis scherp; spoor plantenresten; aan de top humeus
175
200 zand
zwak siltig
grijs
kalkrijk
zand matig afgerond; matig grote spreiding
Coördinaten van de boringen: nr.
X (m RD)
Y (m RD)
Z (cm NAP)
1
205143
436262
1154
2
205176
436269
1170
3
205155
436249
1165
4
205123
436242
1164
5
205174
436223
1167
matig grof
baksteenspikkels rood beton puin; basis scherp