CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1165439 Bijlage 12. Bijlage 8 bij toelichting Quickscan natuurtoets

Raadsvergaderingen 2022-2026 1 november 2023, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/22/437578 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar5.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuurtoets

Ontwikkeling Nieuwe Steeg 9 Zevenaar

Hurenkamp Architecten

Projectnummer: 3435.01 Datum: 08-10-2021

Quickscan natuurtoets Ontwikkeling Nieuwe Steeg 9 Zevenaar

Opdrachtgever:

Hurenkamp Architecten

Projectnummer:

3435.01

Datum:

08-10-2021

Projectleider en rapporteur:

Jur Metselaar

Autorisatie:

Laura Tilleman

Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

INHOUD

Pagina

1

INLEIDING .............................................................................................................................................. 3

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ................................................................................................ 4 2.1 Beschrijving projectgebied ...................................................................................................... 4 2.2 Algemene constateringen ....................................................................................................... 5 2.3 Geplande werkzaamheden ..................................................................................................... 5

3

WERKWIJZE............................................................................................................................................ 6 3.1 Bureauonderzoek .................................................................................................................... 6 3.2 Veldbezoek .............................................................................................................................. 6 3.3 Betrouwbaarheid .................................................................................................................... 6

4

BELEIDSKADER ....................................................................................................................................... 7 4.1 Algemeen ................................................................................................................................ 7 4.2 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 7 4.3 Soortbescherming ................................................................................................................... 8 4.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 8

5

RESULTATEN .......................................................................................................................................... 9 5.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 9 5.2 Soortbescherming ................................................................................................................. 10 5.3 Samenvatting ........................................................................................................................ 16

6

CONCLUSIE .......................................................................................................................................... 17 6.1 Conclusies gebieds- en soortbescherming ............................................................................ 17

7

LITERATUURLIJST ................................................................................................................................. 19 7.1 Referenties ............................................................................................................................ 19 7.2 Gebruikte websites ............................................................................................................... 20 7.3 Overige geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 20

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

2

3435.01

Quickscan natuurtoets

1

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING In opdracht van Hurenkamp Architecten is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan natuurtoets uitgevoerd aan de Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar. Het initiatief voorziet in de uitbreiding van de werkplaatslocatie van Waterschap Rijn & IJssel met een nieuwe kapschuur en een verhard terrein met een depot. Binnen de bestaande contouren van de werkplaats zullen ook wadi's en aanplanting worden gerealiseerd. Tot slot wordt aan de voorzijde van de werkplaatslocatie een nieuwe parkeerplaats aangelegd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken zullen een aantal essen worden gekapt. Het doel van de natuurtoets is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en dier- en plantensoorten. Uit deze natuurtoets moet blijken of er nadelige effecten zijn op gebieden met een speciale beschermingsstatus, namelijk: Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Vervolgens worden de mogelijke effecten onderzocht op onder de Wet natuurbescherming beschermde dier- en plantensoorten. Als (nadelige) effecten niet uit te sluiten zijn moet nader onderzoek plaatsvinden, moeten er mitigerende/compenserende maatregelen getroffen worden en/of eventueel een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Deze natuurtoets is gebaseerd op bureauonderzoek en een veldonderzoek.

In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de werkwijze (hoofdstuk 3), het beleidskader (hoofdstuk 4), de resultaten (hoofdstuk 5) en de conclusie (hoofdstuk 6) beschreven.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

3

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN

2.1

Beschrijving projectgebied Het projectgebied ligt aan de Nieuwe Steeg vlak buiten de kern van Zevenaar en op minder dan 100 meter afstand van de A12. De locatie heeft een oppervlak van circa 5.000 m2 en kent een drietal bedrijfsgebouwen in de vorm van een werkplaats, een schuur en een kapschuur. Verder is op het terrein een aantal opslagvakken aanwezig, alsmede verhardingen. Parallel aan de oostelijke rand van het projectgebied loopt de Hengelder Leigraaf en in het noordoosten van het projectgebied bevind zich een houtsingel. De directe omgeving kan worden omschreven als een landelijk gebied met weilanden, enkele agrarische bedrijven en bomenrijen. Op de navolgende afbeelding is de begrenzing van het projectgebied weergegeven.

Figuur 1: Begrenzing van het projectgebied aan de Nieuwe Steeg (rood kader).

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

4

3435.01

Quickscan natuurtoets

2.2

Buro Ontwerp & Omgeving

Algemene constateringen De locatie bestaat uit een werkplaats, een schuur en een kapschuur met de bijbehorende opslagvakken en verharding. Het terrein wordt langs meerdere zijden omzoomd door essen en platanen. De houtsingel in het noordoosten van het projectgebied bestaat uit essen, zomereiken en lage begroeiing als meidoorn, braam en wilde kardinaalsmuts. Figuur 2 geeft een sfeerimpressie van het projectgebied.

Figuur 2: De huidige noordrand van het terrein met zicht op de houtsingel die parallel aan de Hengelder Leigraaf loopt (linksboven). Werkmateriaal in het noorden waar in de toekomst een kapschuur zal komen (rechtsboven). Grasveld met enkele bomen waar de toekomstige parkeerplaats wordt gerealiseerd (linksonder). Een rij essen in het westen van het terrein (rechtsonder).

2.3

Geplande werkzaamheden Het initiatief voorziet in de uitbreiding van de werkplaatslocatie van Waterschap Rijn & IJssel met een nieuwe kapschuur, een verhard terrein met een depot en een parkeerplaats. Om de ontwikkeling mogelijk te maken zullen een aantal essen worden gekapt. Naar verwachting zal het gaan om twee essen in het zuiden en acht essen in het westen van het projectgebied.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

5

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

3

WERKWIJZE

3.1

Bureauonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is onderzoek gedaan naar de ligging van het gebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden, de voorkomende habitats en de verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en rondom het gebied. De bronnen die hiervoor zijn geraadpleegd zijn te vinden in de literatuurlijst (zie hoofdstuk 7).

3.2

Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd op 4 oktober 2021 en vond plaats van 12:00 tot 13:00. Tijdens het veldbezoek was het zonnig, stond er een zwakke wind (Z2) en was het 14 graden Celsius. Er is gekeken naar het terrein en de geschiktheid hiervan voor beschermde plant- en diersoorten. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten, met inbegrip van sporen als braakballen, holen, nesten en andere mogelijke verblijfplaatsen.

3.3

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige wet- en regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van het projectgebied voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van deze soorten. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan natuurtoets geldig is voor een periode van maximaal drie jaar, tenzij de ecologische omstandigheden in deze periode wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, of wanneer inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de natuurtoets opnieuw te onderzoeken.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

6

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

4

BELEIDSKADER

4.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel de natuur te beschermen, te ontwikkelen en de biologische diversiteit te behouden en herstellen. Voor ruimtelijke ingrepen zijn naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) ook hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (soortenbescherming) en hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb van belang. Beschermde gebieden die geen deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk zijn het Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Deze gebieden vallen echter niet onder de Wnb, maar worden op provinciaal niveau beschermd.

4.2

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Dit zijn gebieden waarin habitats en soorten beschermd worden die van Europees belang zijn. Per Natura 2000-gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten en andere handelingen die negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de habitats en/of de instandhoudingsdoelen van het gebied mogen niet plaatsvinden zonder een vergunning. Dit geldt niet alleen voor projecten en handelingen binnen het Natura 2000-gebied. Ook projecten en handelingen aangrenzend of buiten het gebied kunnen negatieve effecten veroorzaken. Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en heeft als doel deze beter met elkaar en omringende agrarische gebieden te verbinden. In Gelderland zijn deze gebieden bekend als het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het NNN is niet meegenomen in de Wnb; provincies wijzen zelf gebieden aan en dragen de verantwoordelijkheid voor het NNN en zijn behoud en ontwikkeling. In Gelderland zijn de GNN-gebieden aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018ᵃᵇ). Ruimtelijke ingrepen mogen de kenmerken en waarden van het NNN niet schaden.

Dit wordt gewaarborgd door het ‘nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat de voorgenomen ontwikkeling geen doorgang kan vinden als er sprake is van significant negatieve effecten, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De ontwikkeling moet van groot openbaar belang zijn; Er zijn geen reële alternatieven; Negatieve effecten op oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden worden zoveel mogelijk beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd. Groene ontwikkelingszone Om de samenhang van de natuur in het Gelders Natuurnetwerk te beschermen wil de provincie verbindingszones aanleggen in de Groene Ontwikkelingszone. Het bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die vervlochten zijn met het GNN. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in principe niet toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten. Net als de GNN-gebieden is de Groene Ontwikkelingszone aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018ᵃᵇ).

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

7

3435.01

Quickscan natuurtoets

4.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1) Beschermingsregime soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn (Wnb § 3.2) Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3) In bovengenoemde paragrafen uit het Wnb zijn verbodspalingen vastgesteld en is vastgesteld voor welke handelingen een vrijstelling verleend kan worden. De verbodsbepalingen houden in dat vogels en andere beschermde soorten niet gedood of opzettelijk gestoord mogen worden en nesten, voortplantings- en rustplaatsen niet beschadigd mogen worden. Verder mogen beschermde planten niet geplukt of vernield worden. Als de werkzaamheden van het project leiden tot het overtreden van deze verbodsbepalingen moet worden nagegaan of een provinciale vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen.

4.4

Houtopstanden Als houtopstanden buiten de bebouwde kom worden geveld kan er een meld- en herbeplantingsplicht gelden. Dergelijke houtopstanden worden in de Wet natuurbescherming omschreven als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die een oppervlakte van 10 are of meer beslaan. Ook wordt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen als houtopstand gerekend (Wnb §4.1).

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

8

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

5

RESULTATEN

5.1

Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van 2,8 kilometer en betreft de ‘Rijntakken’. Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand zijn ‘NSG Unterer Niederrhein’ (ca. 4,5 km), ‘Rhein-Fischschutzzonen zwischen Emmerich und Bad Honnef’ (ca. 8,5 km), ‘NSG Salmorth’ (ca. 8,7 km) en ‘Veluwe’ (ca. 8,8 km).

Figuur 4. Ligging projectgebied (pijl) t.o.v. de Natura 2000-gebieden (groen gearceerde gebieden).

Gezien de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen directe negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat vijf Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand van het projectgebied liggen vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen in de realisatiefase van het project. De tijdelijke emissie in de realisatiefase is vanaf 1 juli 2021 echter vrijgesteld volgens de Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en kan daardoor vanaf 1 juli 2021 zonder vergunning plaatsvinden (Rijksoverheid, 2021). De vrijstelling heeft echter geen betrekking op de gebruiksfase, maar doordat de ontwikkeling niet resulteert in een toename van het aantal verkeersbewegingen zal er in de gebruiksfase geen toename van stikstofdepositie plaatsvinden. Een AERIUS-berekening kan om die reden achterwege worden gelaten.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

9

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 500 meter afstand van gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en circa 2,5 kilometer van het Gelders Natuurnetwerk (GO) (figuur 5). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van het NNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast.

Figuur 5. Ligging projectgebied (rood vlak en pijl) t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).

Houtopstanden Om de ontwikkeling mogelijk te maken zullen enkele essen worden gekapt. Deze bomen vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. De te kappen bomen bevinden zich weliswaar buiten de begrenzing van de bebouwde kom bevinden, maar het betreft rijbeplanting waar minder dan twintig bomen zullen worden gekapt. De handelingen kunnen worden uitgevoerd onder de gedragscode Wet natuurbescherming voor waterschappen (Unie van Waterschappen, 2019). 5.2

Soortbescherming Vleermuizen Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen in de omgeving van het projectgebied de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb).

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

10

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Ook zijn er soorten die zowel gebouw- als boombewonend zijn. Gebouwbewonende soorten maken doorgaans gebruik van spouwruimtes, spleten en vergelijkbare ruimtes in gebouwen. Indien de nieuwe kapschuur tegen de bestaande kapschuur wordt aangebouwd zal dit voor gebouwbewonende vleermuizen geen negatief effect opleveren. De bestaande kapschuur is namelijk van metaal en bestaat uit slechts een enkele laag. Hierdoor zijn er geen geschikte verblijfruimtes aanwezig voor gebouwbewonende vleermuizen en kunnen negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden worden uitgesloten. Om de ontwikkeling mogelijk te maken zullen een aantal essen worden gekapt. Deze zijn daarom geïnspecteerd op de aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen. Deze werden echter niet aangetroffen waardoor negatieve effecten op boombewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Vliegroutes Vleermuizen volgen vaak lijnvormige elementen om heen en weer te bewegen tussen de verblijfplaatsen en foerageergebieden. Het behoud van lijnvormige landschapselementen is daarom van groot belang voor de instandhouding van vleermuispopulaties.

Met de kap van een aantal essen worden echter geen kwetsbare verbindingen aangetast, deze zijn namelijk niet essentieel voor het behoud van potentiële vliegroutes. Omdat vleermuizen voldoende gelegenheid houden om door het landschap te navigeren kunnen negatieve effecten op vliegroutes worden uitgesloten. Foerageergebieden De in Nederland voorkomende vleermuizen leven allemaal van insecten. Ze foerageren daarom op allerlei plekken waar veel vliegende insecten aanwezig zijn. Enkele voorbeelden van dit soort gebieden zijn windbeschutte plaatsen langs sloten, beken en houtwallen, maar ook open plekken in bosgebieden of langs oevers met rietkragen. Bij het verdwijnen van essentiële foerageergebieden gaan de verblijfplaatsen ook verloren. Met de kap van een aantal essen zijn er echter geen negatieve effecten op essentiële foerageergebieden te verwachten. Grondgebonden zoogdieren Algemene soorten Verschillende algemene grondgebonden zoogdieren kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied, bijvoorbeeld de huismuis en egel. Het is niet uit te sluiten dat deze zoogdieren in het projectgebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor de meeste grondgebonden zoogdieren geldt in Gelderland een vrijstelling van de Wet natuurbescherming.

Verder moet wel de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb) in acht worden genomen, waarbij handelingen die nadelige effecten hebben achterwege gelaten moeten worden. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of beperken.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

11

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Strikt beschermde soorten Op basis van verspreidingsgegevens kunnen de bever, boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, das, waterspitsmuis en eekhoorn in de omgeving van het projectgebied voorkomen. De bever valt onder de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb) en de overige soorten zijn nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb). Met uitzondering van de eekhoorn kunnen negatieve effecten op deze soorten echter op voorhand worden uitgesloten. Er worden namelijk geen beekoevers aangetast en de houtsingel in het noordoosten van het projectgebied blijft intact. Voor de boommarter bieden de te kappen essen onvoldoende dekking. Eekhoorns bouwen bolvormige nesten in bomen. Deze hebben een doorsnede van 30 tot 50 cm en zijn vooral ‘s winters goed waarneembaar. Soms gebruiken ze ook boomholtes, oude kraaien- of eksternesten of grote nestkasten als nestplaats. Nesten van eekhoorns kunnen op die van de ekster lijken, maar zijn te onderscheiden aan de aanwezigheid van blaadjes (Zoogdiervereniging, 2021). Het projectgebied wordt omzoomd door bomenrijen met essen en platanen en in het noordoosten van het projectgebied bevindt zich een houtsingel. Als gevolg van de werkzaamheden worden een aantal vrijstaande essen gekapt. In geen van de aanwezige bomen werden boomnesten of potentiële holen van eekhoorns aangetroffen waardoor negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.

Vogels Algemene soorten Verschillende algemene vogelsoorten kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied, zoals de tijdens het veldbezoek waargenomen houtduif, witte kwikstaart, graspieper (overvliegend), tjiftjaf, roodborst, vink en kneu (overvliegend). Alle in het wild levende vogelsoorten mogen niet opzettelijk gestoord, gevangen of gedood worden volgens de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wnb). Tevens zijn alle vogelsoorten tijdens het broedseizoen beschermd. Omdat niet kan worden uitgesloten dat algemene vogels het volgende broedseizoen zullen nestelen in het projectgebied, geldt dat buiten het broedseizoen moet worden gewerkt om verstoring te voorkomen. Voor de meeste vogels kan worden aangenomen dat het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 juli loopt, maar bij enkele soorten begint het seizoen eerder of loopt het langer door. Geldend hierbij is de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Strikt beschermde soorten Van sommige vogelsoorten zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. In het buitengebied van Zevenaar kunnen dit de ooievaar, buizerd, sperwer, boomvalk, kerkuil, ransuil, steenuil, roek en huismus zijn. De ooievaar komt voor in uiterwaarden en extensief beheerde weilanden met hoge waterstanden. De soort broedt op speciaal voor de soort ontworpen palen en soms op daken of in bomen (Vogelbescherming Nederland, 2021b).

In het projectgebied zijn dit soort nesten niet waargenomen, waardoor negatieve effecten op de ooievaar kunnen worden uitgesloten. De buizerd is een veelvoorkomende roofvogel die in allerlei habitats voorkomt, waaronder kleinschalige landbouwlandschappen en bosgebieden (BIJ12, 2017a). De houtsingel in het noordoosten van het projectgebied vormt een potentieel geschikte nestomgeving. Deze houtsingel blijft echter behouden en als gevolg van de werkzaamheden zullen alleen een aantal vrijstaande essen worden gekapt. In geen van de aanwezige bomen werden horsten van de buizerd aangetroffen waardoor negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

12

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

De sperwer broedt voornamelijk in jonge dichte naaldbossen en halfopen landschappen, maar kan ook in laanbomen, geïsoleerde bosjes en parken broeden (Vogelbescherming Nederland, 2021d). De houtsingel in het noordoosten van het projectgebied vormt een potentieel geschikte nestomgeving en er werd hier één nest in een zomereik aangetroffen die eventueel door de sperwer kan worden gebruikt. Deze houtsingel blijft echter behouden en als gevolg van de werkzaamheden zullen alleen een aantal vrijstaande essen worden gekapt. Negatieve effecten op de sperwer kunnen daarom worden uitgesloten. De boomvalk jaagt in open en halfopen landschap zoals parklandschappen, heiden of boerenland. Ze broeden in verschillende typen bos, maar geven de voorkeur aan halfopen bos of bosranden (Vogelbescherming Nederland, 2021a). De houtsingel in het noordoosten van het projectgebied vormt een potentieel geschikte nestomgeving en er werd hier één nest in een zomereik aangetroffen die eventueel door de boomvalk kan worden gebruikt. Deze houtsingel blijft echter behouden en als gevolg van de werkzaamheden zullen alleen een aantal vrijstaande essen worden gekapt. Negatieve effecten op de boomvalk kunnen daarom worden uitgesloten. De kerkuil leeft doorgaans in cultuurlandschappen waar ook kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen en bosjes worden aangetroffen.

De soort broedt in Nederland in ongeveer 90% van de gevallen in nestkasten die in boerenschuren zijn geplaatst (BIJ12, 2017c). Indien de nieuwe kapschuur tegen de bestaande kapschuur wordt aangebouwd zal dit voor de kerkuil geen negatief effect opleveren. De bestaande kapschuur is namelijk van metaal en biedt geen geschikte nestplaatsen. Ook werden hier geen sporen aangetroffen. Negatieve effecten op de jaarrond beschermde nesten van de kerkuil kunnen daarom worden uitgesloten. Ook is er geen sprake van een negatief effect op het leefgebied van de kerkuil. De houtsingel blijft namelijk intact en de werkzaamheden vinden plaats op de bestaande verharding en een intensief beheerd grasland. De steenuil is een soort die voorkomt in kleinschalige cultuurlandschappen. Steenuilen broeden meestal in boomholten, nestkasten of nauwe ruimtes in gebouwen, bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en het beschot. De steenuil is een zeer honkvaste soort die jaarrond gebruikt maakt van het nest (BIJ12, 2017e). Indien de nieuwe kapschuur tegen de bestaande kapschuur wordt aangebouwd zal dit voor de steenuil geen negatief effect opleveren. De bestaande kapschuur is namelijk van metaal en biedt geen geschikte nestplaatsen. Ook werden hier geen sporen aangetroffen. Negatieve effecten op de jaarrond beschermde nesten van de steenuil kunnen daarom worden uitgesloten.

Ook is er geen sprake van een negatief effect op het leefgebied van de steenuil. De houtsingel blijft namelijk intact en de werkzaamheden vinden plaats op de bestaande verharding en een intensief beheerd grasland. De ransuil leeft in kleinschalige landbouwlandschappen, bosranden, parken en open bosgebieden. De soort broedt meestal in oude nesten van kraaien, eksters en soms in oude nesten van reigers, roofvogels of eekhoorns. Bij voorkeur bevinden deze zich in naaldbomen, maar ook in boomopslag, houtwallen en vrijstaande bomen (Vogelbescherming Nederland, 2021c). De houtsingel in het noordoosten van het projectgebied vormt een potentieel geschikte nestomgeving en er werd hier één nest in een zomereik aangetroffen die eventueel door de ransuil kan worden gebruikt. Deze houtsingel blijft echter behouden en als gevolg van de werkzaamheden zullen alleen een aantal vrijstaande essen worden gekapt. Negatieve effecten op de ransuil kunnen daarom worden uitgesloten.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

13

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

De roek is veelal een koloniebroeder die van oorsprong voorkomt in vochtige gras- en bouwlanden met verspreid staande boomgroepen. De nesten worden gebouwd in hoogopgaande bomen (BIJ12, 2017d). De houtsingel in het noordoosten van het projectgebied vormt een potentieel geschikte nestomgeving en er werd hier één nest in een zomereik aangetroffen die eventueel door de roek kan worden gebruikt. Deze houtsingel blijft echter behouden en als gevolg van de werkzaamheden zullen alleen een aantal vrijstaande essen worden gekapt. Negatieve effecten op de roek kunnen daarom worden uitgesloten. De huismus is een standvogel die gebonden is aan bebouwing en komt voornamelijk voor in dorpen en steden. De huismus broedt onder dakpannen en diverse andere ruimtes van gebouwen en is afhankelijk van bosschages in de buurt van de nestplaatsen (BIJ12, 2017b). Indien de nieuwe kapschuur tegen de bestaande kapschuur wordt aangebouwd zal dit voor de huismus geen negatief effect opleveren. De bestaande kapschuur is namelijk van metaal en biedt daardoor geen geschikte nestgelegenheid. Negatieve effecten op de jaarrond beschermde nesten van de huismus kunnen daarom worden uitgesloten. Naast strikt beschermde soorten, staan er ook soorten in de Wet natuurbescherming beschreven waarvan het nest alleen jaarrond beschermd is als er zwaarwegende ecologische redenen zijn.

Dit zijn voornamelijk holenbroeders, maar ook soorten die op of tegen gebouwen aan nestelen zoals de tijdens het veldbezoek waargenomen koolmees, raaf en zwarte roodstaart. De waarneming van de raaf betrof een incidentele waarneming van een overvliegend exemplaar. Broedlocaties van deze soort zijn in de directe omgeving van het projectgebied niet te verwachten. Voor de andere soorten geldt dat er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn, waardoor er geen ecologisch zwaarwegende redenen zijn om potentiële nesten van deze soorten jaarrond te beschermen. Reptielen en amfibieën Algemene soorten Op basis van openbare verspreidingsgegevens zijn verschillende algemene amfibieën in en rondom het projectgebied te verwachten, bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker. Voor de algemene soorten geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder geldt wel de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb), waarbij handelingen die nadelige effecten hebben achterwege gelaten moeten worden. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of beperken. Strikt beschermde soorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de kamsalamander, rugstreeppad, poelkikker en ringslang in de omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. Negatieve effecten op deze soorten kunnen echter op voorhand worden uitgesloten.

In het projectgebied is geen voortplantingswater voor de kamsalamander, rugstreeppad en poelkikker aanwezig en voor de ringslang ontbreekt het aan broeihopen.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

14

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Vlinders Uit de openbare verspreidingsgegevens blijkt dat de grote vos, grote weerschijnvlinder en teunisbloempijlstaart eventueel te verwachten zijn in de omgeving van het projectgebied. Van deze soorten wordt de teunisbloempijlstaart beschermd volgens de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb) en de overige soorten zijn nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb). Waardplanten van de grote vos zijn verschillende soorten iepen en in mindere mate in enkele wilgensoorten, pruim en zoete kers. Waardplanten van de grote weerschijnvlinder zijn de boswilg en in mindere mate de grauwe wilg. De teunisbloempijlstaart gebruikt vooral de (middelste) teunisbloem als waardplant, maar ook het (harig) wilgenroosje, basterdwederik en grote kattenstaart worden gebruikt om eitjes op af te zetten. Geen van de genoemde waardplanten werd echter aangetroffen waardoor negatieve effecten op strikt beschermde vlinders kunnen worden uitgesloten. Overige beschermde diersoorten In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van het strikt beschermde grote modderkruiper en gevlekte witsnuitlibel. Aangezien er zich geen aquatische elementen in het projectgebied bevinden zijn negatieve effecten op deze soorten uitgesloten.

Vaatplanten Op basis van openbare verspreidingsgegevens blijkt dat de strikt beschermde groot spiegelklokje, kleine wolfsmelk en grote leeuwenklauw in de omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. Deze soorten zijn nationaal beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het groot spiegelklokje, de kleine wolfsmelk en de grote leeuwenklauw stellen hoge eisen stellen aan hun leefomgeving en hebben daardoor vaak een geïsoleerd voorkomen. Omdat de werkzaamheden plaatsvinden op reeds bestaande verharding en intensief beheerd grasland kunnen negatieve effecten op de strikt beschermde vaatplanten worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek werden alleen de volgende algemene plantensoorten waargenomen, namelijk bitterzoet, draadereprijs, es, gewone braam, grote brandnetel, grote weegbree, hazelaar, hondsdraf, hopklaver, hulst, madeliefje, meidoorn, paardenbloem, robertskruid, scherpe boterbloem, sleedoorn, vlinderstruik, wilde kardinaalsmuts en zomereik. Voor deze soorten geldt geen ontheffingsplicht.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

15

3435.01

Quickscan natuurtoets

5.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Samenvatting Onderstaande tabel geeft de soorten weer die (mogelijk) aanwezig zijn, de effecten waar ze last van hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Soortgroep Vleermuizen

Soort(en) Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Verblijfplaatsen boombewonende soorten Vliegroutes

Aanwezigheid Nee

Mogelijk effect Nee

Opmerkingen -

Nee

Nee

-

Nee

Nee

-

Foerageergebieden

Nee

Nee

-

Grondgebonden zoogdiersoorten

Strikt beschermde soorten Algemene soorten

Nee

Nee

-

Mogelijk

Nee*

-

Vogels

Strikt soorten

Mogelijk

Nee

-

Algemene soorten

Ja

Werken buiten het vogelbroedseizoen

Strikt beschermde soorten Algemene soorten

Nee

Verstoring of verdwijnen nestplaatsen Nee

Mogelijk

Nee*

-

Strikt beschermde Nee Nee soorten Overige dier- Strikt beschermde Nee Nee soorten soorten Vaatplanten Strikt beschermde Nee Nee soorten *Er dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.

-

Reptielen en amfibieën

beschermde

Vlinders

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

16

-

-

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

6

CONCLUSIE

6.1

Conclusies gebieds- en soortbescherming Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van het project op vaste verblijf- en rustplaatsen van beschermde plant- en diersoorten (Wnb). Daarnaast zijn de mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden onderzocht. Deze worden in dit hoofdstuk verder toegelicht. Gebiedsbescherming Het projectgebied valt buiten het Natura 2000-netwerk. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de ‘Rijntakken’ en is gelegen op circa 2,8 kilometer ten noorden van het projectgebied. Gezien de kleinschaligheid van de ingreep en de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen directe negatieve effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat vijf Natura 2000gebieden op minder dan 10 km afstand van het projectgebied liggen vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen in de realisatiefase van het project.

De tijdelijke emissie in de realisatiefase is vanaf 1 juli 2021 echter vrijgesteld volgens de Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en kan daardoor vanaf 1 juli 2021 zonder vergunning plaatsvinden (Rijksoverheid, 2021). De vrijstelling heeft echter geen betrekking op de gebruiksfase, maar doordat de ontwikkeling niet resulteert in een toename van het aantal verkeersbewegingen zal er in de gebruiksfase geen toename van stikstofdepositie plaatsvinden. Een AERIUS-berekening kan om die reden achterwege worden gelaten. Het projectgebied ligt op circa 500 meter afstand van gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en circa 2,5 kilometer van het Gelders Natuurnetwerk (GO) (figuur 5). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van het NNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Houtopstanden Om de ontwikkeling mogelijk te maken zullen enkele essen worden gekapt. Deze bomen vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. De te kappen bomen bevinden zich weliswaar buiten de begrenzing van de bebouwde kom bevinden, maar het betreft rijbeplanting waar minder dan twintig bomen zullen worden gekapt.

De handelingen kunnen worden uitgevoerd onder de gedragscode Wet natuurbescherming voor waterschappen (Unie van Waterschappen, 2019). Soortbescherming Naar aanleiding van de quickscan kan worden geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zullen zijn op strikt beschermde plant- en diersoorten. Er is daarom geen nader ecologisch onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder een ontheffing van de Wet natuurbescherming.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

17

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Algemene diersoorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten op het perceel voorkomen. Hierbij moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb), waarbij handelingen die nadelige effecten hebben achterwege gelaten moeten worden. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of beperken. Daarnaast moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

18

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

7

LITERATUURLIJST

7.1

Referenties BIJ12 (2017a). Kennisdocument Buizerd, Buteo buteo, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Kerkuil, Tyto alba, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017d). Kennisdocument Roek, Corvus frugilegus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017e). Kennisdocument Steenuil, Athene noctua, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. Provincie Gelderland (2018ᵃ). Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2018ᵇ). Geconsolideerde Omgevingsverordening (december 2018). Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Rijksoverheid (2021). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). Geraadpleegd op 9 september 2021 via https://wetten.overheid.nl/BWBR0044970/202107-01 Unie van Waterschappen (2019). Gedragscode Wet natuurbescherming voor waterschappen. Geraadpleegd op 8 oktober 2021 via https://www.uvw.nl/wp-content/uploads/2019/01/Gedragscode-Wetnatuurbescherming-voor-waterschappen-2019.pdf Vogelbescherming Nederland (2021ᵃ). Boomvalk. Geraadpleegd op 4 oktober 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomvalk Vogelbescherming Nederland (2021b).

Ooievaar. Geraadpleegd op 4 oktober 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ooievaar Vogelbescherming Nederland (2021c). Ransuil. Geraadpleegd op 4 oktober 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ransuil Vogelbescherming Nederland (2021d). Sperwer. Geraadpleegd op 4 oktober 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sperwer Zoogdiervereniging (2021). Eekhoorn. Geraadpleegd op 5 oktober 2021 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

19

3435.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

7.2

Gebruikte websites www.floron.nl www.pdok.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl

7.3

Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża. Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström, D. (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Tolman, T. & Lewington, R. (2008). Collins Butterfly Guide: The Most Complete Guide to the Butterflies of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.

Nieuwe Steeg 9 te Zevenaar

20

3435.01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=dc30331d-e6b6-48a7-872f-360730362076