1138303 Bijlage 4 TOE Aanvullend onderzoek huismus
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek ecologie Wethouder Jan Tieckenstraat 23-25 Angerlo Aanvullend onderzoek naar huismus in het kader van de Wet natuurbescherming
Colofon Status:
Definitief
Project:
2021-1107
Datum:
4 mei 2022
Samensteller:
ir. L. Davids
Collegiale toets:
ing. G. Fairhurst
Opdrachtgever:
Buro SRO Oost B.V.
Contactpersoon:
J. Jentink
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
4
1.3
Beschrijving plangebied
5
1.4
Voorgenomen werkzaamheden
5
1.5
Mogelijk aanwezige soorten
5
1.6
Kader Wet natuurbescherming
6
2 Methode onderzoek
7
2.1
Theoretisch kader
7
2.2
Praktische uitvoering
7
2.3
Veldbezoeken
8
2.4
Specifieke omstandigheden
8
3 Resultaten
9
3.1
Huismus
9
3.2
Overige soorten
11
4 Conclusie
12
4.1
Huismus
12
4.2
Overige soorten
12
4.3
Samenvatting
12
4.4
Vervolgstappen
12
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aan de Wethouder Jan Tieckenstraat 23-25 te Angerlo is een bedrijfsperceel met twee bedrijfswoningen en twee bedrijfspanden gesitueerd (figuur 1.1) . De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bedrijfspanden te slopen ten behoeve van de realisatie van negen woningen.
Figuur 1.1
Het plangebied is gelegen aan de Wethouder Jan Tieckenstraat 23-25 te Angerlo.
Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) is een quickscan Wnb uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Davids, 2021). Op basis van de quickscan Wnb kon de aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels (huismus) niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor de huismus dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Buro SRO Oost B.V. heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.
1.2
Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn huismussen aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken huismussen gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied jaarrond beschermde nestlocaties of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde nestlocaties of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?
4
1.3
Beschrijving plangebied Het plangebied betreft een bedrijfsperceel met twee bedrijfswoningen en twee bedrijfspanden te Angerlo (figuur 1.1). De bedrijfswoningen blijven behouden in de beoogde situatie. De bedrijfspanden zijn opgetrokken uit gemetselde muren waarvan deels met spouw en daken bestaande uit golfplaten waarvan deels met dakbeschot (figuur 1.2). Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Davids, 2021).
Figuur 1.2 De te slopen bebouwing binnen het plangebied betreffen twee bedrijfspanden.
1.4
Voorgenomen werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om de twee bedrijfspanden in het plangebied te slopen ten behoeve van de realisatie van negen woningen. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • slopen van bedrijfspanden: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
1.5
Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Davids, 2021) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties aanwezig zijn (tabel 1.1). Tabel 1.1
Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Davids, 2021).
Soortgroep
Onderzoek nodig
Bescherming Wnb
Mogelijke functie plangebied
Ja
Art. 3.1
Nestlocaties en leefgebied
Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4) Huismus Vogels (Algemeen en cat. 5)
5
1.6
Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de huismus valt onder de Vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.1 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Per 2023 zal de Omgevingswet in werking treden. Binnen de Omgevingswet blijft de Vogelrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats.
Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.
6
2 Methode onderzoek 2.1
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten. Tabel 2.1
Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten.
Soort Huismus
Cat. 5 vogels Algemene broedvogels
Type Nest
Nest
Periode
Omschrijving
1 april t/m 15 mei
2 veldbezoeken, idealiter in de ochtend. Inventariseren van baltsende mannetjes, nestbezoeken en het gebruik van leefgebied. De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.
2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd.
Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële nestlocaties.
7
Tijdens het aanvullend onderzoek huismus wordt met name gebruik gemaakt van strategische looproutes waarbij alle potentiële nesten gedurende het veldbezoek visueel, met behulp van een verrekijker, gecontroleerd worden. Hierbij wordt specifiek gelet op de aanwezigheid van baltsende mannetjes, het gebruik van het leefgebied en het in/uit vliegen bij de nestlocaties. Voor huismus geldt dat strategische punten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten, dus per datum, per loopronde en per moment. Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke nesten te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit te sluiten. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt.
Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden. Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten op die momenten binnen het onderzoeksgebied.
2.3 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2
Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.
Veldbezoek
Functie
Huismus 1
Nest + leefgebied
Huismus 2
Nest + leefgebied
Aantal
Datum
Zon
Tijd
Weersomstandigheden
1
04-04-2022
07.11
06.40-08.40
8/8, miezer, 4 Bft, 4˚C
1
26-04-2022
06.15
06.45-08.45
6/8, droog,
pers.
3 Bft, 7˚C
2.4 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.
8
3 Resultaten 3.1
Huismus Gedurende het veldonderzoek zijn slechts enkele huismussen (circa 5) waargenomen. De enkele huismussen zijn verspreid waargenomen nabij groenstructuren, buiten het plangebied. Gezien de enkele waarnemingen is er sprake van een kleine populatie in de omgeving van het onderzoeksgebied (klein < 10 paar). Gedurende het onderzoek zijn 2 nesten van de huismus vastgesteld. Beide nesten bevonden zich buiten het plangebied. De exacte vindplaats van de huismusnesten zijn weergeven in tabel 3.1. Het waargenomen functionele leefgebied van huismussen is verspreid aanwezig rondom het plangebied. Op deze plaats zijn een afwisseling van inheems groen en enkele grote bomen, groenblijvende struiken en stofplekken en voedsel aanwezig. In figuur 3.1 wordt weergeven welke delen van het onderzoeksgebied veelvuldig door huismussen worden gebruikt om te rusten, foerageren en als dekking tegen predatoren. Het gedefinieerde functioneel leefgebied is mogelijk van essentieel belang voor het functioneren van nestlocaties van huismussen. Ten gevolge van de beoogde ingreep wordt dit functioneel leefgebied niet weggenomen. Tabel 3.1
Locaties van de aangetroffen huismusnesten.
Woonblok
Aantal nesten
Plangebied
Omschrijving
Dorpsstraat 41
1
Buiten
Via dakvoet aan voorzijde
Wethouder Jan Tieckenstraat 28
1
Buiten
Via dakvoet aan voorzijde
9
Figuur 3.1 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van huismus en algemene broedvogels.
10
3.2 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: boerenzwaluw, houtduif, kauw, koolmees, merel, roodborst, tjiftjaf, vink en zwarte kraai. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. In enkele gevallen zijn nesten of verblijfplaatsen van deze soorten waargenomen. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3.1. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is geen sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen.
11
4 Conclusie 4.1
Huismus In april 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in het plangebied aan de Wethouder Jan Tieckenstraat 23-25 te Angerlo. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat er geen nesten van huismus aanwezig zijn binnen het plangebied. Tevens maakt het plangebied geen onderdeel uit van het functioneel leefgebied en is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk.
4.2 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot huismus. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn geen nesten van cat 5. vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.
4.3 Samenvatting Tabel 4.1
Samenvatting van de aangetroffen nestlocaties in het onderzoeksgebied.
Soort
Type
Aantal wegnemen
Aantal behouden
Bescherming Wnb
Ontheffing nodig
Huismus
Nest
0
2
Art. 3.1
Nee
Nesten broedvogels en cat. 5 vogels
Kauw
0
1
Art. 3.1
Nee
4.4 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is geen ontheffing Wnb nodig (tabel 4.1). Er gelden in het kader van de Wnb geen verdere vervolgstappen.
12
Bronvermelding Davids, L., 2021. Quickscan Wnb aan de Wethouder Jan Tieckenstraat 23-25 te Angerlo. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg.
Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus)
13
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 14