1133230 Bijlage 12. Quickscan natuurtoets
Tekst van het document
Quickscan natuurtoets
Herontwikkeling Pastoor Slingerstraat Giesbeek
Woningcoöperatie Plavei
Projectnummer: 3214.02 Datum: 08-07-2020 Actualisatie: 15-02-2022
Quickscan natuurtoets Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
Opdrachtgever:
Woningcoöperatie Plavei
Projectnummer:
3214.02
Datum:
08-07-2020
Actualisatie:
15-02-2022
Projectleider en rapporteur:
Laura Tilleman
Autorisatie:
Jur Metselaar
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING ................................................................................................................................ 3
2
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ................................................................................. 4 2.1 Beschrijving projectgebied ......................................................................................... 4 2.2 Geplande werkzaamheden ........................................................................................ 5
3
WERKWIJZE ............................................................................................................................. 6 3.1 Bureauonderzoek ....................................................................................................... 6 3.2 Veldbezoek ................................................................................................................. 6 3.3 Betrouwbaarheid ....................................................................................................... 6
4
BELEIDSKADER ......................................................................................................................... 7 4.1 Algemeen ................................................................................................................... 7 4.2 Gebiedsbescherming .................................................................................................. 7 4.3 Soortbescherming ...................................................................................................... 8 4.4 Houtopstanden .......................................................................................................... 8
5
RESULTATEN ............................................................................................................................ 9 5.1 Gebiedsbescherming .................................................................................................. 9 5.2 Soortbescherming .................................................................................................... 10 5.3 Samenvatting ........................................................................................................... 15
6
CONCLUSIE ............................................................................................................................ 16 6.1 Conclusies gebieds- en soortbescherming ............................................................... 16
7
LITERATUURLIJST ................................................................................................................... 18 7.1 Referenties ............................................................................................................... 18 7.2 Gebruikte websites .................................................................................................. 18 7.3 Overige geraadpleegde bronnen ............................................................................. 19
BIJLAGE 1: MEMO BOOMHOLTE-ONDERZOEK ............................................................................. 20
BIJLAGEN 1.
MEMO BOOMHOLTE-ONDERZOEK
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
2
3214.02
Quickscan natuurtoets
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING In opdracht van Woningcoöperatie Plavei is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan natuurtoets uitgevoerd op het perceel tussen de Tuinstraat en de Pastoor Slingerstraat in Giesbeek. Het gebied bestaat uit een onbebouwd perceel dat aan de noordzijde grenst aan de Sint-Martinuskerk. De ontwikkeling op deze locatie bestaat uit het realiseren van maximaal acht woningen. Het doel van de natuurtoets is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingreep op beschermde dier- en plantensoorten en gebieden. Uit deze natuurtoets moet blijken of er nadelige effecten zijn op gebieden met een speciale beschermingsstatus, namelijk: Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Vervolgens worden de mogelijke effecten onderzocht op onder de Wet natuurbescherming beschermde dier- of plantensoorten. Als (nadelige) effecten niet uit te sluiten zijn moet nader onderzoek plaatsvinden, moeten er mitigerende/compenserende maatregelen getroffen worden en/of eventueel een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Deze natuurtoets is gebaseerd op bureauonderzoek en een veldonderzoek. In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de werkwijze (hoofdstuk 3), het beleidskader (hoofdstuk 4), de resultaten (hoofdstuk 5) en de conclusie (hoofdstuk 6) beschreven.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
3
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
2
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN
2.1
Beschrijving projectgebied Het projectgebied bestaat uit een onbebouwd perceel van circa 1.700 m² tussen de Tuinstraat en de Pastoor Slingerstraat en is gelegen aan de rand van de kern van Giesbeek. De directe omgeving van het projectgebied kan getypeerd worden als een woonmilieu binnen de bebouwde kom met enkele kleine bedrijven, een kerkgebouw en een begraafplaats (figuur 1). Het perceel bestaat uit gras en kruiden en in de linkerhoek van het perceel staan twee gewone esdoorns (figuur 2).
Figuur 1. Ligging projectgebied aan de Pastoor Slingerstraat (rood kader).
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
4
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 2. Afbeelding van de oostelijke zijde van het projectgebied met de twee esdoorns op de voorgrond.
2.2
Geplande werkzaamheden De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de nieuwbouw van maximaal acht grondgebonden woningen met bijbehorende tuingronden.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
5
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
3
WERKWIJZE
3.1
Bureauonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is onderzoek gedaan naar de ligging van het gebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden, de voorkomende habitats en de verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en rondom het gebied. De bronnen die hiervoor zijn geraadpleegd zijn te vinden in de literatuurlijst (zie hoofdstuk 7).
3.2
Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd op 29 juni 2020 en vond plaats van 9:30 tot 10:00. Tijdens het veldbezoek was het zonnig, er stond een matige wind (4 Bft.) en was het 17 graden Celsius. Er is gekeken naar het terrein en de geschiktheid hiervan voor beschermde plant- en diersoorten. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten, met inbegrip van sporen als braakballen, uitwerpselen, nesten en andere mogelijke verblijfplaatsen.
3.3
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige wet- en regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van het projectgebied voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van deze soorten. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan natuurtoets geldig is voor een periode van maximaal drie jaar, tenzij de ecologische omstandigheden in deze periode wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, of wanneer inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de natuurtoets opnieuw te onderzoeken.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
6
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
4
BELEIDSKADER
4.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel de natuur te beschermen, te ontwikkelen en de biologische diversiteit te behouden en herstellen. Voor ruimtelijke ingrepen zijn naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) ook hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (soortenbescherming) en hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb van belang. Beschermde gebieden die geen deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk zijn het Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Deze gebieden vallen echter niet onder de Wnb, maar worden op provinciaal niveau beschermd.
4.2
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Dit zijn gebieden waarin habitats en soorten beschermd worden die van Europees belang zijn. Per Natura 2000-gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten en andere handelingen die negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de habitats en/of de instandhoudingsdoelen van het gebied mogen niet plaatsvinden zonder een vergunning. Dit geldt niet alleen voor projecten en handelingen binnen het Natura 2000-gebied. Ook projecten en handelingen aangrenzend of buiten het gebied kunnen negatieve effecten veroorzaken. Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en heeft als doel deze beter met elkaar en omringende agrarische gebieden te verbinden. In Gelderland zijn deze gebieden bekend als het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het NNN is niet meegenomen in de Wnb; provincies wijzen zelf gebieden aan en dragen de verantwoordelijkheid voor het NNN en zijn behoud en ontwikkeling. In Gelderland zijn de GNN-gebieden aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2022). Ruimtelijke ingrepen mogen de kenmerken en waarden van het NNN niet schaden.
Dit wordt gewaarborgd door het ‘nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat de voorgenomen ontwikkeling geen doorgang kan vinden als er sprake is van significant negatieve effecten, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De ontwikkeling moet van groot openbaar belang zijn; Er zijn geen reële alternatieven; Negatieve effecten op oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden worden zoveel mogelijk beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd. Groene ontwikkelingszone Om de samenhang van de natuur in het Gelders Natuurnetwerk te beschermen wil de provincie verbindingszones aanleggen in de Groene Ontwikkelingszone. Het bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die vervlochten zijn met het GNN. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in principe niet toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten. Net als de GNN-gebieden is de Groene Ontwikkelingszone aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2022).
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
7
3214.02
Quickscan natuurtoets
4.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1) Beschermingsregime soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn (Wnb § 3.2) Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3) In bovengenoemde paragrafen uit het Wnb zijn verbodspalingen vastgesteld en is vastgesteld voor welke handelingen een vrijstelling verleend kan worden. De verbodsbepalingen houden in dat vogels en andere beschermde soorten niet gedood of opzettelijk gestoord mogen worden en nesten, voortplantings- en rustplaatsen niet beschadigd mogen worden. Verder mogen beschermde planten niet geplukt of vernield worden. Als de werkzaamheden van het project leiden tot het overtreden van deze verbodsbepalingen moet worden nagegaan of een provinciale vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen.
4.4
Houtopstanden Als houtopstanden buiten de bebouwde kom worden geveld kan er een meld- en herbeplantingsplicht gelden. Dergelijke houtopstanden worden in de Wet natuurbescherming omschreven als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die een oppervlakte van 10 are of meer beslaan. Ook wordt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen als houtopstand gerekend. Er zijn een aantal uitzonderingen op de meld- en herbeplantingsplicht (Wnb §4.1).
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
8
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
5
RESULTATEN
5.1
Gebiedsbescherming Natura 2000 In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft de Rijntakken dat op een afstand van 350 meter van het projectgebied ligt. Het enige andere Natura 2000-gebied op minder dan 10 km afstand is de Veluwe (ca. 2,75 km). Op de navolgende kaart is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 3. Ligging projectgebied (pijl) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden (groen gearceerd).
Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. De woningbouw vindt namelijk plaats in een bestaande woonwijk. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat twee Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand van het projectgebied liggen vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen van dit Natura 2000-gebied. De tijdelijke emissie in de realisatiefase is vanaf 1 juli 2021 echter vrijgesteld volgens de Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en kan daardoor vanaf 1 juli 2021 zonder vergunning plaatsvinden (Rijksoverheid, 2021). De vrijstelling heeft echter geen betrekking op de gebruiksfase. Aangezien er in de toekomstige situatie sprake zal zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen vindt er in de gebruiksfase een toename van stikstofemissie plaats. Om de effecten van de stikstofuitstoot op nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken wordt geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te laten voeren.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
9
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 710 meter afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 330 meter van de Groene Ontwikkelingszone (GO) (figuur 4). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast.
Figuur 4. Ligging projectgebied (pijl) t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).
Houtopstanden De bomen in het projectgebied vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Er zijn twee gewone esdoorns in het projectgebied aanwezig en deze bevinden zich binnen de bebouwde kom. Hiervoor geldt geen meldings- en herplantplicht. Daarnaast staan ze niet op de monumentale bomenlijst van de gemeente Zevenaar.
5.2
Soortbescherming Vleermuizen Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen in de omgeving van het projectgebied de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis, franjestaart en watervleermuis. Alle vleermuissoorten zijn op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boom bewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouw bewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Er zijn ook soorten die zowel gebouw- als boom bewonend zijn. Vervolgens wordt er onderscheid gemaakt in typen verblijfplaatsen, bijvoorbeeld zomer- en paarverblijven.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
10
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Tijdens het veldbezoek werden in het projectgebied twee gewone esdoorns aangetroffen met verschillende holen (figuur 8). Op 13 december 2021 is met behulp van een endoscoopcamera onderzocht of de aanwezige holen geschikt zijn. Dit blijkt inderdaad het geval. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat er verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aanwezig zijn (zie bijlage I).
Figuur 8. De twee esdoorns in de linkerhoek van het perceel (links) met enkele holtes (rechts).
Gebouwbewonende soorten maken doorgaans gebruik van spouwruimtes, spleten en vergelijkbare ruimtes in gebouwen. Er zijn in het projectgebied geen gebouwen aanwezig. Hierdoor is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen uit te sluiten. Vliegroutes Vleermuizen volgen vaak lijnvormige elementen om heen en weer te bewegen tussen de verblijfplaatsen en foerageergebieden. Het behoud van lijnvormige landschapselementen is daarom van groot belang voor de instandhouding van vleermuispopulaties. Omdat er geen lijnvormige landschapselementen worden aangetast met de voorgenomen ontwikkelingen kunnen negatieve effecten op vliegroutes worden uitgesloten. Foerageergebieden De in Nederland voorkomende vleermuizen leven allemaal van insecten. Ze foerageren daarom op allerlei plekken waar veel vliegende insecten aanwezig zijn. Enkele voorbeelden van dit soort gebieden zijn windbeschutte plaatsen langs lijnvormige elementen (bijv. sloten, beken en houtwallen), maar ook open plekken in bosgebieden of langs oevers met rietkragen. Bij het verdwijnen van essentiële foerageergebieden gaan de verblijfplaatsen ook verloren. Het projectgebied heeft enkele bomen en een beukenhaag die kunnen bijdragen aan de foerageerfunctie. Gezien de geringe hoeveelheid bomen kunnen deze echter niet aangemerkt worden als essentieel.
Negatieve effecten op essentiële foerageergebieden kunnen daarom worden uitgesloten.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
11
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Grondgebonden zoogdieren Algemene soorten Er wordt verwacht dat er verschillende algemene grondgebonden zoogdieren kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied. Enkele voorbeelden hiervan zijn de egel en huisspitsmuis. Het is niet uit te sluiten dat deze zoogdieren in het projectgebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor de meeste grondgebonden zoogdieren geldt in Gelderland een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Strikt beschermde soorten Op basis van verspreidingsgegevens kunnen de nationaal beschermde steenmarter, wezel, hermelijn, bunzing, das en eekhoorn in de omgeving van het projectgebied voorkomen (Wnb artikel 3.10). Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke als verblijfplaats. Er zijn geen gebouwen aanwezig op het perceel, waardoor de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats kan worden uitgesloten. De bunzing, hermelijn en wezel zijn kleine marterachtigen die in kleinschalige cultuurlandschappen voorkomen. Daarnaast zijn de bunzing en hermelijn afhankelijk van water in de omgeving en voldoende schuilmogelijkheden (Bouwens, 2017).
De wezel heeft ook schuilmogelijkheden nodig in zijn leefgebied, maar kan op drogere plekken dan de hermelijn voorkomen (Zoogdiervereniging, 2020a). Er is een haag aanwezig aan de noordzijde van het perceel, maar gezien de ligging binnen de bebouwde kom worden hier geen vaste rust- en verblijfplaatsen verwacht. Negatieve effecten op de kleine marterachtigen kunnen worden uitgesloten. De das komt voor in de buitengebieden rondom Giesbeek. Dassen leven in burchten die zich meestal bevinden bij bosranden of hellingen. Verder moet er in de buurt gras- of akkerland en water aanwezig zijn (Zoogdiervereniging 2020b). Er zijn geen sporen waargenomen van dassen of burchten bij het projectgebied en deze worden ook niet binnen de bebouwde kom aangetroffen. Negatieve effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen van de soort kunnen daarom worden uitgesloten. Eekhoorns bouwen nesten in bomen die vooral ‘s winters goed waarneembaar zijn. Het nest is bolvormig en heeft een doorsnede van 30 tot 50 cm. Soms gebruiken ze ook boomholtes, oude kraaien- of eksternesten of grote nestkasten als nestplaats. Nesten van eekhoorns kunnen op die van de ekster lijken, maar zijn te onderscheiden aan de aanwezigheid van blaadjes (Zoogdiervereniging, 2020c). In het projectgebied werden dergelijke nesten echter niet aangetroffen.
Ook zijn geschikte boomholtes, nestkasten en oude kraaien- en eksternesten niet aanwezig. De aanwezigheid van verblijfplaatsen in het projectgebied kan daarom worden uitgesloten.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
12
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Vogels Algemene soorten Conform de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wnb) is het verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van in het wild levende vogelsoorten te vernielen of te beschadigen, of nesten van deze vogels weg te nemen. Tevens zijn alle vogelsoorten tijdens het broedseizoen beschermd. Voor de meeste vogels kan worden aangenomen dat het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 juli (indicatief broedseizoen) loopt, maar bij enkele soorten begint het seizoen eerder of loopt het langer door. Dichter bij het indicatieve broedseizoen is de kans op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten groter. Op het moment dat sprake is van een nest dat in gebruik is, zijn werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of verstoring hiervan verboden. Hierop is geen uitzondering en er is ook geen ontheffing mogelijk. Er wordt daarom geadviseerd om werkzaamheden waarbij nesten in struiken en bomen op de naastgelegen terreinen verstoord kunnen worden, (ruim) buiten het indicatieve broedseizoen uit te voeren. Strikt beschermde soorten Van sommige vogelsoorten zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Binnen de bebouwde kom van Giesbeek kunnen dit de volgende soorten zijn: sperwer, slechtvalk, ransuil, gierzwaluw, roek en huismus. Deze soorten nestelen in hoogopgaande bomen, dichte houtopstanden en in/op bebouwing.
Gezien het projectgebied enkel uit een grasperceel bestaat met slechts twee vrijstaande kleine tot middelgrote esdoorns kunnen negatieve effecten op deze soorten op voorhand worden uitgesloten. Naast strikt beschermde soorten, staan er ook soorten in de Wet natuurbescherming beschreven waarvan het nest alleen jaarrond beschermd is als er zwaarwegende ecologische redenen zijn. Dit zijn voornamelijk holenbroeders, maar ook soorten die op of tegen gebouwen aan nestelen. Het projectgebied biedt nestgelegenheid voor enkele soorten uit deze categorie. In de directe omgeving zijn echter voldoende uitwijkmogelijkheden waardoor de lokale staat van instandhouding niet in gevaar komt. Er zijn daarom geen ecologisch zwaarwegende redenen om potentiële nesten van deze soorten jaarrond te beschermen. Reptielen en amfibieën Algemene soorten Op basis van de openbare verspreidingsgegevens zijn diverse algemene amfibieënsoorten te verwachten in de omgeving van het projectgebied. Op de locatie zijn echter geen aquatische elementen aanwezig. Voor de algemene soorten geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder geldt wel de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
13
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Strikt beschermde soorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de gladde slang, ringslang, hazelworm, zandhagedis, levendbarende hagedis, poelkikker, kamsalamander en rugstreeppad in de omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. Al deze soorten worden nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb) of op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Van deze strikt beschermde soorten kunnen de gladde slang, hazelworm en zandhagedis op voorhand worden uitgesloten. Deze soorten komen allen voor op zand- en lössgronden, waardoor het projectgebied geen geschikte habitat vormt (RAVON, 2020abc). De levendbarende hagedis komt voornamelijk voor op heide en hoogveen en is daarnaast een waterminnende soort. Het projectgebied vormt daarom geen geschikt leefgebied (RAVON, 2020d). Daarnaast kunnen negatieve effecten op de ringslang, poelkikker, kamsalamander en rugstreeppad uitgesloten worden door de afwezigheid van aquatische elementen op de locaties van de werkzaamheden. Het betreft een grasperceel binnen de bebouwde kom. Overige beschermde diersoorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de kleine ijsvogelvlinder, sleedoornpage en teunisbloempijlstaart eventueel te verwachten zijn in het gebied.
Hiervan zijn de kleine ijsvogelvlinder en sleedoornpage nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb) en wordt de teunisbloempijlstaart op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). De kleine ijsvogelvlinder gebruikt wilde kamperfoelie als waardplant en komt voornamelijk voor rondom gemengde bossen en loofbossen. De sleedoornpage gebruikt sleedoorn als waardplant en komt voor rond sleedoornstruwelen, houtwallen en bosranden. Verder gebruikt de teunisbloempijlstaart het (harig) wilgenroosje, (middelste) teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart als waardplant. De soort komt daarom voor in vochtige bossen, bosranden en warme open plekken. Er zijn echter geen waarnemingen van deze soorten bekend rondom de kern van Giesbeek. Daarnaast vormt het projectgebied geen ideale omgeving. Er zijn geen waardplanten aangetroffen van de kleine ijsvogelvlinder en de sleedoornpage. Wel is er een middelste teunisbloem aangetroffen die als waardplant kan dienen voor de teunisbloempijlstaart. Ter plaatse is daarom gekeken of er rupsen of eitjes aanwezig zijn op de plant. Rupsen kunnen worden aangetroffen tussen juni en september, maar deze werden niet geconstateerd. Eitjes konden eveneens niet worden vastgesteld. Negatieve effecten op beschermde dagvlinders kunnen daarom worden uitgesloten.
Verder zijn er geen waarnemingen bekend van beschermde kevers rondom het projectgebied en er zijn geen aquatische elementen aanwezig in het projectgebied, waardoor het ongeschikt is voor vissen, weekdieren en libellen. Negatieve effecten op overige beschermde soorten kunnen daardoor worden uitgesloten. Vaatplanten en mossen Op basis van de openbare verspreidingsgegevens zijn eventueel het glad biggenkruid, de grote leeuwenklauw en korensla te verwachten in de omgeving van het projectgebied. Deze soorten zijn nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb). De korensla is een erg zeldzame soort die alleen voorkomt op natuurlijk beheerde akkers met wintergraan. Deze soorten werden tijdens het veldbezoek niet waargenomen, waardoor negatieve effecten uitgesloten kunnen worden. Verder zijn in het gebied de volgende algemene soorten waargenomen: echte kamille, melganzenvoet, bijvoet, jakobskruidkruid, middelste teunisbloem, kompassla en zachte ooievaarsbek.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
14
3214.02
Quickscan natuurtoets
5.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Samenvatting Onderstaande tabel geeft de soorten die (mogelijk) aanwezig zijn weer, de effecten waar ze last van hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Soortgroep Vleermuizen
Soort(en) Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Verblijfplaatsen boombewonende soorten
Aanwezigheid Nee
Mogelijk effect Nee
Opmerkingen -
Mogelijk
Verstoring verblijfplaatsen
Foerageergebieden
Nee
Nee
Nader onderzoek nodig indien de bomen worden gekapt -
Vliegroutes
Nee
Nee
-
Grondgebonden zoogdiersoorten
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Nee
-
Mogelijk
Nee*
-
Vogels
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Nee
-
Mogelijk
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Verstoring plaatsen Nee
Mogelijk
Nee*
-
Strikt beschermde Nee Nee soorten Overige dier- Strikt beschermde Nee Nee soorten soorten Vaatplanten Strikt beschermde Nee Nee en mossen soorten * Er dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
-
Reptielen en amfibieën
Vlinders
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
15
nest-
Werken buiten het vogelbroedseizoen -
-
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
6
CONCLUSIE
6.1
Conclusies gebieds- en soortbescherming Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden en de effecten van het project op vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten (Wnb). Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden. Aangezien het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 350 meter afstand ligt zijn negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten uitgesloten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. De tijdelijke emissie in de realisatiefase is vanaf 1 juli 2021 echter vrijgesteld volgens de Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en kan daardoor vanaf 1 juli 2021 zonder vergunning plaatsvinden (Rijksoverheid, 2021). De vrijstelling heeft geen betrekking op de gebruiksfase. Aangezien er in de toekomstige situatie sprake zal zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen vindt er in de gebruiksfase een toename van stikstofemissie plaats. Om de effecten van de stikstofuitstoot op nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken wordt geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te laten voeren.
Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 710 meter afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 330 meter van de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Houtopstanden De bomen in het projectgebied vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Er zijn twee gewone esdoorns in het projectgebied aanwezig en deze bevinden zich binnen de bebouwde kom. Hiervoor geldt geen meldings- en herplantplicht. Daarnaast staan ze niet op de monumentale bomenlijst van de gemeente Zevenaar. Soortbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het projectgebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
16
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Vleermuizen Tijdens het veldbezoek werden in het projectgebied twee gewone esdoorns aangetroffen met verschillende holen. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat er verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aanwezig zijn. Alle vleermuissoorten zijn beschermd volgens artikel 3.5 van de Wnb. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te storen, vangen of doden en hun vaste verblijf- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Alleen als de initiatiefnemer de bomen behoudt zullen de werkzaamheden geen direct effect hebben op verblijfplaatsen van eventueel aanwezige vleermuizen. Met het oog op verstoring wordt wel geadviseerd om de werkzaamheden buiten de kwetsbare periode te laten plaatsvinden. Het aanbrengen van straatverlichting kan overigens wel een negatief effect hebben. Indien het niet mogelijk is om vleermuisvriendelijke (amberkleurige) straatverlichting of géén straatverlichting te gebruiken is nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen noodzakelijk. Daarnaast is nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen noodzakelijk als de bomen gekapt worden. Zie bijlage I. Algemene soorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten in het projectgebied voorkomen. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden moet de zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb).
Handelingen die nadelige effecten hebben moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
17
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
7
LITERATUURLIJST
7.1
Referenties Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. ’s-Hertogenbosch, Nederland: Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant De Vlinderstichting (2020). Teunisbloempijlstaart, Proserpinus Proserpina. Geraadpleegd op 7 juli 2020 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/teunisbloempijlstaart Provincie Gelderland (2018). Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2022). Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022). Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. RAVON (2020a). Gladde slang, Coronella austriaca. Geraadpleegd https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/gladde-slang
op
30
juni
2020
via
RAVON (2020b). Hazelworm, Anguis fragilis. Geraadpleegd op 30 juni 2020 via https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/hazelworm RAVON (2020c). Zandhagedis, Lacerta agilis. Geraadpleegd op 30 juni 2020 via https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/zandhagedis RAVON (2020d). Levendbarende Hagedis, Zootoca vivipara. Geraadpleegd op 30 juni 2020 via https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/levendbarende-hagedis Rijksoverheid (2021). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). ’s-Gravenhage, Nederland: Rijksoverheid. Zoogdiervereniging (2020ᵃ). Wezel. Geraadpleegd op 30 juni 2020 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/wezel Zoogdiervereniging (2020ᵃ). Das. Geraadpleegd op 2 juli 2020 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/das Zoogdiervereniging (2020c). Eekhoorn. Geraadpleegd op 30 juni 2020 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn
7.2
Gebruikte websites www.pdok.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
18
3214.02
Quickscan natuurtoets
7.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża. Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
19
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
BIJLAGE I: MEMO BOOMHOLTE-ONDERZOEK Aan:
Woningcoöperatie Plavei
Datum:
14-12-2021
Projectnr.:
3214.03
Betreft:
Memo boomholte-onderzoek Ontwikkeling Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
Inleiding In opdracht van Woningcoöperatie Plavei is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan natuurtoets uitgevoerd op het perceel tussen de Tuinstraat en de Pastoor Slingerstraat in Giesbeek. Het gebied bestaat uit een onbebouwd perceel, dat aan de noordzijde grenst aan de Sint-Martinuskerk. De ontwikkeling op deze locatie bestaat uit het realiseren van maximaal acht woningen. Tijdens het veldbezoek werden in het projectgebied twee gewone esdoorns aangetroffen met verschillende holen. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat er verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aanwezig zijn. Om dit nader te onderzoeken is op 13 december 2021 een aanvullend boomholte-onderzoek uitgevoerd met een endoscoopcamera. Het onderzoek is uitgevoerd door ecologen Jur Metselaar en Laura Tilleman van Buro Ontwerp & Omgeving. De uitkomsten van dit aanvullende onderzoek zijn opgenomen in deze memo. Resultaten Er zijn in totaal zeven holen geconstateerd en gecontroleerd met behulp van een endoscoopcamera. In de oostelijke boom werden drie holtes vastgesteld, deze bevonden zich allen aan de zijde van de weg. Deze holen waren allen vochtig, beschimmeld en ondiep en daardoor ongeschikt voor vleermuizen. In de westelijke boom werden vier holen vastgesteld waarvan één zich bevond aan de zijde van de weg en drie aan de oostelijke zijde.
Van deze holen waren er minimaal twee geschikt om te dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. Hierdoor is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen niet uit te sluiten. Alle vleermuissoorten zijn beschermd volgens artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te storen, vangen of doden en hun vaste verblijf- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Aangezien het kappen van de bomen mogelijk leidt tot het vernielen van vaste verblijfplaatsen en is nader onderzoek naar boombewonende vleermuizen benodigd.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
20
3214.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Nader onderzoek Omdat onderzoek moet worden gedaan naar boombewonende vleermuizen worden de onderzoeksmethode van de rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis aangehouden, waarbij ook andere vleermuissoorten aangetoond kunnen worden. Dit houdt in dat er in de periode 15 mei t/m 15 september de volgende onderzoeken moeten worden uitgevoerd: Kraamverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden in juni; Zomerverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij één onderzoeksronde gecombineerd kan worden uitgevoerd met een onderzoek naar kraamverblijven; Paarverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 aug – 15 sep) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden rond middernacht.
Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
21
3214.02