1127509 Bijlage 1. Antennebeleid gemeente Zevenaar
Tekst van het document
Sportterreinen Sportterreinen zijn buitenterreinen waar sportverenigingen actief zijn. Net als bij bedrijventerreinen geldt hier dat het esthetische aspect van minder groot belang is. Voorwaarden voor plaatsing op sportterreinen zijn: • zoveel mogelijk op bestaande bouwwerken of in combinatie met andere functionaliteit (bijvoorbeeld veldverlichting); • vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst (voornamelijk bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie). Bebouwde kom: woonfunctie Binnen de bebouwde kom is het realiseren van vrijstaande zendmasten vanwege de grote zichtbaarheid minder gewenst. Daarom geldt voor locaties met een woonfunctie binnen de bebouwde kom een restrictief beleid. Alleen bij aantoonbaar onvoldoende plaatsingsmogelijkheden voor omgevingsvergunningvrije antenne-installaties op bijvoorbeeld daken wil de gemeente een aanvraag in behandeling nemen. Buitengebied Onder het buitengebied worden de gebieden buiten de bebouwde kom verstaan, ook wel aangeduid als landelijk gebied. Hieronder vallen gebieden met een agrarisch karakter, maar ook natuur- en recreatiegebieden. De gemeente streeft naar een zo gunstig mogelijke landschappelijke inpassing waarbij geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden of natuurwaarden in de directe omgeving.
Antenneinstallaties dienen op zo´n manier en op zo’n locatie gerealiseerd te worden, dat ze de minste verstoring van de horizon opleveren. Voorwaarden voor plaatsing in het buitengebied zijn: • zoveel mogelijk bij reeds gebouwde of gerealiseerde elementen in het gebied. Denk aan wegen, viaducten, hoogspanningsmasten en verkeersportalen maar ook aan agrarische bedrijfscentra en de daar aanwezige hogere bouwwerken, zoals silo’s (bij afwijking dient door de aanvrager aangetoond te worden dat alternatieve plaatsing niet mogelijk is); • een locatie in of aan een bos heeft de voorkeur boven een locatie midden in een open weidegebied (bij afwijking dient door de aanvrager aangetoond te worden dat alternatieve plaatsing niet mogelijk is); • in beschermd natuurgebied dient een grote mate van terughoudendheid te worden betracht bij de plaatsing van nieuwe installaties.
Natuurnetwerk Nederland Voor antenneplaatsing in Natuurnetwerk Nederland gebieden waaronder Natura 2000gebieden geldt terughoudendheid en moeten aanvragen worden afgestemd met de provincie als bevoegd gezag. 3.4
Tijdelijke antenneplaatsing Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij tijdelijke of kortdurende antenneplaatsing gewenst is om de mobiele bereikbaarheid te garanderen. Op basis van jurisprudentie geldt een periode tot 31 dagen in elk geval als kortdurend. Voor langdurige plaatsing vraagt een aanbieder een (tijdelijke) omgevingsvergunning aan. Calamiteiten Als een aanbieder op een locatie tijdelijk geen dekking kan bieden door overmacht, zoals stormschade is kortdurende antenneplaatsing mogelijk na overleg met de gemeente. Evenementen Bij grote evenementen en op feestdagen is kortdurende antenneplaatsing vaak noodzakelijk voor extra netwerkcapaciteit en het waarborgen van 112-bereik. Ruimtelijke herontwikkeling Door ruimtelijke herontwikkeling moet een vergunningvrije antenne-installatie soms verplaatst worden. In afwachting van een geschikte locatie kan een telecomprovider ter overbrugging een tijdelijke omgevingsvergunning aanvragen.
3.5
Criteria bij monumenten en beschermde dorps- of stadsgezichten De gemeente hanteert zoveel mogelijk de leidraad van de Rijksdienst voor cultureel erfgoed Plaatsing van telecommunicatieapparatuur op, in en aan monumentale gebouwen. Het beleid van de gemeente is dat er in principe geen antenne-installaties zichtbaar geplaatst mogen worden op monumenten en dat er in beschermde dorps- of stadsgezichten terughoudendheid wordt betracht bij het plaatsen van zichtbare antennes. Antenne-installaties mogen geen onevenredige of onomkeerbare afbreuk doen aan de waarde van monumentale gebouwen of beschermde gebieden. Plaatsing van een antenne op, aan of bij een monument of cultuurhistorisch gebouw of gebied dient daarom zorgvuldig te worden bekeken met vroegtijdige inbreng van relevante afdelingen en monumenten- en welstandcommissie(s). Uitgangspunten voor deze afstemming staan in hoofdstuk 5. De gemeente stelt bij een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een antenneinstallatie of een small cell op, aan of bij een monument en in rijksbeschermde dorps- of stadsgezichten de volgende voorwaarden: • Blijvende bouwkundige aantasting of (gevolg)schade aan het monument moet worden voorkomen. • De zichtbaarheid van de antenne vanaf de openbare ruimte moet worden geminimaliseerd. • Bliksem- en brandbeveiliging moeten worden aangepast op de nieuwe situatie.
• Restauratie- en onderhoudswerkzaamheden in, aan of op het monument moeten ongehinderd doorgang kunnen vinden.
3.6
Plaatsing small cells op gemeentelijke infrastructuur Voor de plaatsing van small cells zal de gemeente -vanuit haar wettelijke plicht- voldoen aan redelijke verzoeken tot toegang tot haar infrastructuur. Bij een verzoek om medegebruik van onder haar zeggenschap staande publieke infrastructuur ten dienste van de aanleg en exploitatie van small cells hanteert de gemeente de landelijke Leidraad medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells. Op basis van deze leidraad zijn voorwaarden voor medegebruik opgesteld. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 6 van deze beleidsnota.
4
Communicatie en antenneplaatsing
Dit hoofdstuk beschrijft de communicatie-inspanningen die de gemeente zichzelf oplegt bij een aanvraag voor een vergunningplichtige antenne-installatie. 4.1
Uitgangspunten communicatie door de gemeente Bij de plaatsing van antennes heeft de gemeente aandacht voor eventuele zorgen van inwoners over de impact van antennes. Een groot deel van de antenneplaatsingen is omgevingsvergunningvrij, waardoor de gemeente niet betrokken is bij eventuele communicatie over de plaatsing. Tegelijk richten inwoners zich vaak in eerste instantie tot de gemeente als ze worden geconfronteerd met veranderingen in de openbare ruimte, ook bij antenneplaatsing. Zowel ambtenaren, wethouders als raadsleden kunnen aangesproken worden als er een nieuwe antenne-installatie wordt geplaatst. Onbekendheid, geen invloed op besluitvorming en geen direct individueel voordeel kan invloed hebben op de beleving bij antenneplaatsing. Het vooraf betrekken van belanghebbenden kan het draagvlak bevorderen en bijdragen aan een zorgvuldige belangenafweging door de gemeente. Het communicatiebeleid dat de gemeente met betrekking tot antenne-installaties voor ogen heeft, is gebaseerd op het verstrekken van goede informatie en het betrekken van bewoners bij de locatiekeuze van antenneinstallaties. De gemeente streeft per geval -in samenwerking met de initiatiefnemernaar maatwerk in de communicatie. Verder gebruikt en verwijst de gemeente naar de landelijke informatie van de Rijksoverheid (Antennebureau), GGD en het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid.
Vergunningsvrije antennes Voorafgaand aan het plaatsingsplangesprek vormt de gemeente zich een beeld van de beoogde locatie(s) voor antenneplaatsing en de omgeving. •
De gemeente brengt tijdens het plaatsingsplangesprek kennis in over de lokale situatie en aandachtspunten voor de communicatie.
•
De gemeente stimuleert aanbieders via het plaatsingsplangesprek om de omgeving tijdig te informeren over een antenneplaatsing. Voor antenneinstallaties en zendmasten in het buitengebied tussen de 15 meter en 40 meter geldt een participatieplicht en dient het gemeentelijk participatiebeleid gehanteerd te worden.
•
Bij plaatsing van small cells op een woongebouw is afgesproken dat de operators de eigenaar en/of verhuurder informeren waar informatiemateriaal te vinden is voor bewoners. Afhankelijk van de situatie kan de gemeente zelf bijdragen in de informatievoorziening.
•
Bij grootschalige uitrol van small cells en bij plaatsing van antennes en small cells op eigen gemeentelijke infrastructuur maakt de gemeente afspraken met de antenne-eigenaar over de communicatie aan omwonenden en andere belanghebbenden.
•
Na het plaatsingsplangesprek beoordeelt de gemeente of ze in afstemming met aanbieder(s) omwonenden, bedrijven of belangengroepen aanvullend wil informeren en welke praktische communicatieondersteuning de gemeente kan bieden.
Aanvraag omgevingsvergunning Op basis van het vooroverleg bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning vormt de gemeente zich een beeld van de beoogde locatie voor antenneplaatsing en de omgeving.
In het overleg kunnen afspraken worden gemaakt over de gewenste communicatieaanpak en eventuele samenwerking daarbij tussen aanvrager en gemeente. Participatie door de aanvrager van een vergunning voor antenneplaatsing wordt gestimuleerd omdat het betrekken van de omgeving waardevolle inzichten op kan leveren over de beoogde locatie. Daarnaast voorkomt het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden vaak bezwaren later in het traject. Voor het buitengebied is participatie door de initiatiefnemer veelal een verplichting.
4.2
•
De gemeente stimuleert aanbieders om de omgeving te betrekken bij antenneplaatsing (participatie) en denkt mee over de invulling. Daarbij moet aan belanghebbenden vooraf duidelijkheid gegeven worden over de mate van betrokkenheid (verwachtingsmanagement). Voor het buitengebied moet verplicht gebruik gemaakt worden van het gemeentelijk participatiebeleid.
•
De gemeente beoordeelt per aanvraag voor antenneplaatsing of aanvullende communicatie door de gemeente nodig is.
•
Als de gemeente het initiatief neemt om zelf belanghebbenden te betrekken doet ze dat in samenspraak met de initiatiefnemer en zoveel mogelijk voordat een definitieve aanvraag is ingediend. De gemeente geeft daarbij vooraf aan welke trede van de ‘participatieladder’ wordt toegepast, bijvoorbeeld informeren, raadplegen, adviseren of coproduceren.
•
De gemeente beoordeelt per aanvraag voor antenneplaatsing of aanvullende communicatie door de gemeente nodig is. Is een aanvraag ingediend en heeft de gemeente onvoldoende zicht op alle belangen? Dan kan de besluitprocedure met 6 weken verlengd worden om meer informatie te verzamelen.
Participatie De gemeente Zevenaar hecht veel waarde aan het onderwerp participatie. Hiervoor heeft de gemeente participatiebeleid in de vorm van een participatieleidraad opgesteld. Hierin wordt aangegeven op welke manier de gemeente graag ziet dat uitvoering wordt gegeven aan participatie, de omgevingsdialoog. Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag kijkt de gemeente of deze omgevingsdialoog goed is gevoerd. Om dit te beoordelen, zijn in de participatieleidraad diverse vragen opgenomen die beantwoord moeten worden door de aanvrager. De leidraad kan in alle gevallen toegepast worden, maar moet toegepast worden bij de plaatsing van antenneinstallaties en zendmasten tussen de 15 meter en 40 meter.
5
Interne organisatie rondom digitale infrastructuur.
De coördinatie van de aanleg van digitale infrastructuur voor antennes wordt belegd bij de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling. Binnen de afdeling wordt een medewerker aangewezen als vast aanspreekpunt voor interne en externe belanghebbenden. De betreffende contactgegevens worden in ieder geval actief gedeeld met Monet, de vereniging van Nederlandse netwerkoperators. De afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling heeft de volgende taken:
•
Externe afstemming o Aanspreekpunt voor (potentiële) initiatiefnemers van antenneplaatsing. o Opvolgen van afspraken uit het Antenneconvent waaronder: Deelname aan het plaatsingsplangesprek. Registratie contactgegevens bij VNG (antenneconvenant@vng.nl) t.b.v. ‘kennisgeving voorgenomen grootschalige plaatsing small cells’. Inplannen plaatsingsplangesprek. Monet stuurt het Plaatsingsplan standaard naar het algemene e-mailadres van de gemeente t.a.v. het College van Burgemeester en Wethouders (afdeling Ruimtelijke Ordening). o Externe afstemming na vergunningverlening over infrastructurele werkzaamheden.
•
Interne afstemming o Het inrichten van een proces voor verzoeken van medegebruik van gemeentelijke infrastructuur. o Interne afstemming rondom aanvragen voor antenneplaatsing. o Afstemming met gebieds- en wijkcoördinatoren, o.a. over communicatie. o Interne afstemming na vergunningverlening over infrastructurele werkzaamheden. o Interne ontsluiting van relevante data.
•
Afstemming welstand en monumenten o Voor de afstemming rond een aanvraag voor antenneplaatsing op een monument of in een beschermd stads/dorpsgebied voert de afdeling integraal vooroverleg met de aanvrager en betrokken interne afdelingen en externe adviseurs. Dat zijn in elk geval: • afdeling Vergunningen, Toezicht & Handhaving • afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling • afdeling Beheer Openbare Ruimte • een lid van de welstandcommissie
6
Voorwaarden medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor small cells
De gemeente stemt in met een verzoek om medegebruik van onder haar zeggenschap staande publieke infrastructuur ten dienste van de aanleg en exploitatie van draadloze toegangspunten met klein bereik (small cells) als voldaan wordt aan onderstaande voorwaarden. Indienen van een verzoek Wie kan een verzoek indienen? Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten en aanbieders van bijbehorende faciliteiten kunnen een verzoek om medegebruik indienen. Bijvoorbeeld een landelijke telecomprovider (operator) of een beheerder van antenneopstelpunten (tower company). Aanbieders van niet-openbare netwerken zijn uitgesloten. Aanbieders van openbare netwerken en bijbehorende faciliteiten zijn geregistreerd bij de ACM. Correspondentie Een verzoek om medegebruik wordt ingediend via het MOOR/WOW-portaal en het emailadres info@zevenaar.nl. Alle formele correspondentie verloopt via dit portaal of mailadres. Als informatie bedrijfsvertrouwelijk is, moet dat in het verzoek worden aangegeven. Doorlooptijd De indiener van een verzoek ontvangt uiterlijk binnen vier weken een bericht van instemming of een gemotiveerde weigering van de gemeente. Deze termijn kan eenmalig met vier weken worden verlengd, bijvoorbeeld voor onderzoek door de gemeente om de technische geschiktheid te beoordelen.
Wordt er gelijktijdig instemming gevraagd voor graafwerkzaamheden voor de aanleg van kabels? Dan coördineert de gemeente het instemmingsbesluit met het verzoek om medegebruik. Inhoud van het verzoek Het verzoek bevat in elk geval onderstaande punten. Onderbouwing van het verzoek • Bedrijfsnaam van de indiener van het verzoek, contactpersoon en contactgegevens. • Vermelding wat voor aanbieder de indiener van het verzoek is: een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of -dienst, óf een aanbieder van bijbehorende faciliteiten. • Een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of -dienst geeft een beschrijving waarom medegebruik nodig is vanuit netwerktechnisch oogpunt en de gewenste connectiviteit. • Een aanbieder van bijbehorende faciliteiten geeft een onderbouwing waarom medegebruik nodig is vanuit de gewenste connectiviteit inclusief uitleg over de aansluiting op een openbaar communicatienetwerk, bijvoorbeeld het netwerk van een frequentievergunninghouder. • Een toelichting dat plaatsing op bestaande antenne-opstelpunten niet voldoet. • Een toelichting indien het medegebruik nodig is voor het verbinden van een small cell met een backbonenetwerk.
Beschrijving gemeentelijke infrastructuur • Beschrijving van de gemeentelijke infrastructuur waarvoor medegebruik wordt aangevraagd, bij voorkeur aan de hand van de Basisregistratie Grootschalige Topografie. • Aanduiding van de locatie(s) op een geografische kaart of het actuele plaatsingsplan. Technische gegevens small cell(s) • Vermelding van het aantal te plaatsen small cells. • Vermelding van de omvang en het gewicht van de small cell. • Vermelding van de installatieklasse van de small cell.
• • •
Beschrijving van de beoogde manier van bevestiging op de infrastructuur, inclusief beoogde aansluiting op het elektriciteitsnet en het backbonenetwerk. Vermelding overige werkzaamheden die nodig zijn, zoals graven. Vermelding beoogde plaatsingsdatum.
Kabelaanleg • Vermelding of coördinatie nodig is met een beroep op de gedoogplicht voor het aanleggen van kabels in openbare grond. • Vermelding of coördinatie nodig is met een aanvraag voor instemming met graafwerkzaamheden voor het aanleggen van kabels in openbare grond. Voorwaarden voor medegebruik De gemeente toetst de redelijkheid van een verzoek aan de volgende voorwaarden. Inhoudelijke voorwaarden • De infrastructuur staat onder zeggenschap van gemeente. • Het betreft passieve infrastructuur. Denk aan straatmeubilair, verkeersborden, verkeerslichten en gebouwen. • De infrastructuur is technisch geschikt voor het plaatsen van small cells: een small cell mag in ieder geval niet de stabiliteit van de draagconstructie in gevaar brengen en door zijn gewicht of vorm geen structurele versterking van de gebruikte draagconstructie vereisen. Plaatsing gebeurt conform Bouwbesluit 2012 en/of haar rechtsopvolgers onder de Omgevingswet. • De infrastructuur is noodzakelijk voor de verbinding van een small cell(s) met een backbonenetwerk (indien van toepassing). • De infrastructuur wordt niet binnen een jaar verwijderd door de gemeente. Veiligheidseisen • De infrastructuur kan normaal blijven functioneren. • De integriteit en veiligheid van alle reeds aangelegde netwerken of van kritieke nationale infrastructuur is niet in het geding.
• Er is geen risico op ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten wanneer andere diensten via dezelfde infrastructuur worden verstrekt. Procedurele voorwaarden • Afspraken over het medegebruik waaronder een marktconform tarief worden vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst. • In de overeenkomst wordt een datum van ingebruikname van de infrastructuur vastgelegd. • In de overeenkomst worden afspraken vastgelegd over onderhoud, aansprakelijkheid en situaties waarin gemeentelijke plannen de infrastructuur wijzigen. • Eventuele extra (eenmalige) kosten veroorzaakt door medegebruik worden door de medegebruiker betaald. • De overeenkomst laat ruimte voor colocatie of gedeeld gebruik zoals bedoeld in artikel 5a.3 en 5b.1 van de Telecommunicatiewet. Onderwerpen voor afstemming De gemeente bespreekt met de aanbieder de volgende onderwerpen, bij voorkeur in het vooroverleg of anders tijdens de afhandeling van een verzoek. • Geplande en verwachte werkzaamheden, veranderingen en verwijderingen aan infrastructuur door de gemeente die van invloed kunnen zijn op het medegebruik en de bijbehorende infrastructuur. • Invulling van uitvoeringsverordening EU2020/1070 wat betreft visuele inpassing van small cells en mogelijke aansluiting op welstandscriteria.
• Indien door zowel gemeente als aanbieder gewenst: aanpak en afspraken over aanpassing van de infrastructuur voor visuele inpassing en/of technische aansluitingen. • Mogelijkheden aansluiting stroomvoorziening en de manier waarop energiekosten kunnen worden berekend. • Informatie van de aanbieder over de partij die de small cells gaat plaatsen en de beoogde datum van plaatsing. • Procesafspraken over planning en uitvoering van werkzaamheden. • Eventuele afspraken over externe communicatie.
Leges Voor de afhandeling van verzoeken tot medegebruik van infrastructuur voor het plaatsen van small cells vraagt de gemeente een kostendekkende vergoeding. Deze leges worden vastgelegd in de legesverordening.