1114562 Bijlage 5. Quicksscan flora en fauna
Tekst van het document
2022
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo
R.J.H. Schröder Ecologisch Adviesbureau Schröder 16-3-2022
Rapportnummer 2202
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo Inventarisatie beschermde soorten
Rapportnummer 2202
R.J.H. Schröder 16 maart 2022
Opdrachtgever: Familie Hartjes Dorpsstraat 72 6986 AN Angerlo
Ecologisch Adviesbureau Schröder Droppersweg 1 7108 BL Winterswijk-Woold Tel: (0543)-564336 E-mail: ecoadvies@planet.nl I: www.ecologischadviesbureauschroder.nl
Colofon © 2022 Ecologisch Adviesbureau Schröder, Winterswijk-Woold Tekst en samenstelling:
R.J.H. Schröder (Ecologisch Adviesbureau Schröder).
In opdracht van:
Familie Hartjes.
Contactpersoon:
E. Hartjes.
Veldwerk:
R.J.H. Schröder.
Foto’s omslag en rapport:
R.J.H. Schröder.
Rechten:
De inhoud van dit rapport (in het geheel of in delen) mag, behoudens de familie Hartjes uit Angerlo en de WIK Adviesgroep in Beltrum, zonder schriftelijke toestemming van Ecologisch Adviesbureau Schröder, niet door fotokopie, druk of andere middelen worden gereproduceerd.
Bronvermelding:
Citaten uit dit rapport zijn toegestaan met volledige bronvermelding: Schröder, 2022. Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo.
Wijze van citeren:
Schröder, R.J.H., 2022. Quickscan café Halfweg Beltrum. Rapport 2022 Ecologisch Adviesbureau Schröder, Winterswijk-Woold.
Ecologisch Adviesbureau Schröder is aangesloten bij het Samenwerkingsverband Ecologie
Inhoud
1. Inleiding
1
2. Onderzoek
3
2.1 Methode 2.2 Resultaten
3 3
3. Wettelijke consequenties
6
4. Literatuur
8
Bijlagen
9
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo
1. Inleiding Aan de Dorpstraat nummer 72 te Angerlo (gemeente Zevenaar) is op 13 januari 2022 een bezoek gebracht ten behoeve van een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze quickscan is noodzakelijk in verband met het voornemen van de familie Hartjes om een aanbouw van 25m2 te realiseren. De gemeente Zevenaar verlangt een dergelijk onderzoek omdat de woning een gemeentelijk monument betreft en de bestemming verandert van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’. In bijlage 1 is een tekening opgenomen van de aanbouw en in figuur 1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1. Ligging Dorpstraat 72 Angerlo/gemeente Zevenaar (bron: ©
Maps);
te
realiseren
aanbouw is in blauw weergegeven.
Het plangebied bestaat uit een erf (deels verhard) met een tweetal schuren, gazon, siertuin en een klein weilandje met enkele solitaire bomen (peer, walnoot en zomereik). Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Middels deze wet wordt een groot aantal plant- en diersoorten (soortenbescherming) en gebieden (gebiedenbescherming) beschermd. Als er plannen zijn om bepaalde (ruimtelijke) handelingen uit te voeren of wijzigingen aan te brengen in het bestemmingsplan, zal er onderzocht moeten worden of deze plannen, of onderdelen hiervan, nadelige effecten kunnen hebben op aanwezige, of mogelijk aanwezige, beschermde flora, fauna of gebieden. In bijlage 3 is een samenvatting van de Wnb opgenomen. 1
1. Inleiding | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo
Daarom heeft de WIK Adviesgroep uit Beltrum Ecologisch Adviesbureau Schröder (EAS) gevraagd om voor het plangebied een dergelijke natuurtoets uit te voeren. De natuurtoets is uitgevoerd in de vorm van een quickscan; een verkennend onderzoek dat in een kort tijdsbestek kan worden uitgevoerd. Aldus worden planologische procedures niet vertraagd. Het doel van de quickscan is om te kunnen beoordelen of door de geplande werkzaamheden schade kan ontstaan aan populaties van beschermde soorten en hoe deze schade beperkt of gecompenseerd kan worden. Tijdens de uitvoering van de natuurtoets wordt de eventuele en mogelijke aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten van het plangebied vastgesteld op basis van een veldbezoek. Indien beschermde soorten worden vastgesteld, wordt bekeken hoe de te ontwikkelen plannen in overeenstemming gebracht kunnen worden met de Wet natuurbescherming. Om een goede impressie van het plangebied te krijgen zijn in bijlage 2 foto’s opgenomen.
2
1. Inleiding | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo
2. Onderzoek 2.1 Methode Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een dagbezoek en een literatuuronderzoek. Het veldbezoek is uitgevoerd op 13 januari 2022 (3° Celsius, windkracht 1 Bft., 8/8 bewolkt en droog). Er is in het plangebied gezocht naar de mogelijkheden voor beschermde soorten en bedreigde soorten van de Rode lijst. Er is speciaal gelet op de juridisch zwaarder beschermde soorten die op erven potentieel zijn te verwachten, zoals nesten en/of vaste verblijfplaatsen van huismus en vleermuizen. Het literatuuronderzoek heeft zich in hoofdzaak gericht op de periode 2012-2021 (10 jaar) op het plangebied en haar (directe) omgeving. Alleen die soorten worden besproken die potentieel in het plangebied te verwachten zijn.
2.2 Resultaten Hieronder worden de bevindingen per soortgroep uiteengezet. Amfibieën en reptielen Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën en reptielen waargenomen en gezien het moment van veldbezoek (winter) redelijkerwijze ook niet te verwachten. Literatuuronderzoek Uit de literatuur is het voorkomen van enkele algemene amfibieën bekend geworden van de (nabije) omgeving van het plangebied. Het gaat om bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Zij zijn beschermd via artikel 3.10 van de Wnb. Uit de ruime omgeving zijn ringslangen bekend geworden uit de periode 1995-2005 (Spitzen-van der Sluijs et al., 2007). Juridisch zwaar beschermde soorten amfibieën en reptielen die in het plangebied potentieel kunnen voorkomen zijn niet uit het plangebied en haar (ruime) omgeving bekend geworden. Geschiktheid plangebied Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater (bijv. vijver) is het plangebied ongeschikt als voortplantingsplaats voor amfibieën of foerageergebied voor ringslang. Ook kan redelijkerwijze worden aangenomen dat het plangebied geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen herbergt voor amfibieën.
3
2. Onderzoek | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo
Broedvogels Veldbezoek Tijdens het bezoek van 13 januari 2022 werden de volgende vogels vastgesteld: 1. Koolmees 2. Merel 3. Pimpelmees 4. Roodborst Op het erf van Dorpstraat 68 is daarnaast nog huismus vastgesteld. Nesten van huismussen zijn jaarrond beschermd (categorie 2). Tussen het erf van Dorpstraat 60 en 66 hangt een steenuilennestkast in een boom ter plaatse van een hoogstamboomgaard. Volgens de familie Hartjes is deze regelmatig bezet. De steenuil heeft eveneens jaarrond beschermde nesten (categorie 1). Literatuuronderzoek Categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermde nesten Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn uit de periode 2012-2021 middels het literatuuronderzoek de volgende soorten met jaarrond beschermde nesten uit de categorie 1 t/m 4 bekend geworden: huismus en steenuil. Genoemd zijn uitsluitend die broedvogels die potentieel ook daadwerkelijk in het plangebied tot broeden kunnen komen (i.c. gebouwbewonende soorten). Van de steenuil zijn meerdere waarnemingen bekend geworden van diverse erven in en in de directe omgeving van het plangebied. Geschiktheid plangebied Categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermde nesten Potentieel vormt de bebouwing op de erven geschikt broedhabitat voor huismus. Zij verblijven in de winter vaak op de erven waar ze het komend broedseizoen gaan broeden en/of op de erven in de nabije omgeving.
Het is dus aannemelijk dat zij in of in de omgeving van het plangebied tot broeden komen. De ruimte tussen de dakpannen en het dakbeschot van de Dorpstraat 72 ter hoogte van de geplande aanbouw is echter niet bereikbaar voor huismussen omdat alle openingen destijds zijn dichtgemaakt. Dit geldt zowel voor de directe omgeving van de dakgoten als ook de kielgoot. Daarom kan redelijkerwijze worden gesteld dat het potentieel geschikte broedhabitat tussen het dakbeschot en de dakpannen niet voor huismussen bereikbaar zijn. De 2 schuren in het plangebied zijn potentieel ook geschikt als broedplaats voor steenuil (hoewel waarnemingen uit de literatuur hiervan ontbreken). Zoals hierboven reeds genoemd is het dak van het gemeentelijke monument niet voor vogels bereikbaar. Daarom kan redelijkerwijze worden gesteld dat het potentieel geschikte broedhabitat tussen het dakbeschot en de dakpannen niet voor steenuilen bereikbaar zijn. Vleermuizen Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op de aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen.
4
2. Onderzoek | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo
Literatuuronderzoek Uit het literatuuronderzoek blijkt dat er in de kilometer- en uurhokken in en rondom het plangebied de volgende vleermuizen bekend zijn: 1. Franjestaart 2. Gewone dwergvleermuis 3. Laatvlieger 4. Rosse vleermuis 5. Watervleermuis Geschiktheid plangebied De bebouwing in het plangebied kan potentieel geschikte rust- en/of verblijfplaatsen herbergen voor vleermuizen. Zoals reeds bij de huismus vermeld, is de ruimte tussen de dakpannen en het dakbeschot van de Dorpstraat 72 ter hoogte van de geplande aanbouw niet bereikbaar voor vleermuizen omdat alle openingen destijds zijn dichtgemaakt. Dit geldt zowel voor de directe omgeving van de dakgoten als ook de kielgoot. Daarom kan redelijkerwijze worden gesteld dat de potentieel geschikte rust- en/of verblijfplaatsen tussen het dakbeschot en de dakpannen niet voor vleermuizen bereikbaar zijn. Het plangebied is potentieel geschikt als foerageergebied voor vleermuizen (m.n. de solitaire bomen in het weilandje). Vanwege het ontbreken van laanbeplanting langs de Dorpstraat, is deze ongeschikt als vliegroute voor vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren of aanwijzingen daartoe vastgesteld. Literatuuronderzoek Het plangebied biedt geen leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Er is daarom naar deze soortgroep geen literatuuronderzoek uitgevoerd.
Geschiktheid plangebied Het plangebied biedt geen leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Vaatplanten, insecten, vissen en overige ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten, insecten, vissen of overige ongewervelden aangetroffen binnen de begrenzing van het plangebied. Gezien het ontbreken van leefgebied voor soorten van deze biologische groepen, zijn hiervan redelijkerwijze geen beschermde soorten te verwachten.
5
| Ecologisch Adviesbureau Schröder
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo
3. Wettelijke consequenties Wet natuurbescherming Amfibieën en reptielen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën of reptielen aangetroffen omdat zij in januari in winterslaap zijn. Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater is het plangebied ongeschikt als voortplantingsplaats voor amfibieën of foerageergebied voor ringslang. Ook kan redelijkerwijze worden aangenomen dat het plangebied geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen herbergt voor amfibieën. Deze soortgroepen vormen daarom in het kader van de Wnb geen belemmering voor de geplande ontwikkeling. Broedvogels Soorten met jaarrond beschermde nesten (cat. 1 t/m 4) Van de groep van broedvogels uit de categorie van jaarrond beschermde nesten is het plangebied potentieel geschikt voor een tweetal soorten met jaarrond beschermde nesten. Het betreft: huismus en steenuil.
CONCLUSIE 1. De onderzochte soortgroepen vormen i.k.v. de Wnb geen belemmering voor de geplande ontwikkeling. 2. EAS raadt aan om de beukenhaag en beide knotbomen t.p. van de te realiseren aanbouw z.s.m. te laten controleren door een erkend ecoloog. Bij het niet aantreffen van nesten in aanbouw of bezette nesten, raadt zij aan deze groenstructuren z.s.m. te rooien om te voorkomen dat zich alsnog broedvogels gaan vestigen. Indien er wel broedvogels aangetroffen worden, dan dienen de bouwwerkzaamheden tot na het broedseizoen te worden uitgesteld.
Huismus en steenuil Potentieel vormt de het gemeentelijke monument geschikt broedhabitat voor huismus en steenuil. Omdat de ruimte tussen het dakbeschot en de dakpannen niet bereikbaar is voor beide vogelsoorten, kan redelijkerwijze worden aangenomen dat zij er niet tot broeden komen. De huismus en steenuil vormen daarom in het kader van de Wnb geen belemmering voor de geplande ontwikkeling. Algemeen Alle vogels in Nederland (behalve exoten) zijn beschermd middels de Wet natuurbescherming. Voor deze groep kan in de meeste gevallen geen ontheffing worden aangevraagd. In de praktijk betekent dit dat verstoren, verontrusten, doden en dergelijke niet is toegestaan. Voor vogels geldt dat deze tijdens de broedperiode het meest gevoelig zijn voor verstoring. In de overige periode zijn zij flexibeler en is de kans op nadelige effecten door werkzaamheden voor de individuen aanzienlijk minder. Hierdoor is het noodzakelijk met de werkzaamheden te starten ruim buiten het broedseizoen. Globaal kan worden gezegd dat het broedseizoen voor vogels ligt tussen 1 maart en 31 juli. Formeel is het (bewoonde) nest van een broedvogel beschermd. De broedperiode is dus een indicatie. Ook daarbuiten zijn nesten van broedvogels beschermd.
6
3. Wettelijke consequenties | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo
In het plangebied vormen vooral de beukenhaag en beide knotbomen potentieel geschikt broedhabitat voor soorten als heggenmus, meren en vink. Mogelijk is het gewenst of noodzakelijk om de beukenhaag en beide knotbomen ter plaatse van de te realiseren aanbouw te verwijderen. EAS raadt in dat geval aan om deze groenstructuren door een erkend ecoloog te laten onderzoeken op de aanwezigheid van nesten in aanbouw of bezette nesten. Indien deze worden aangetroffen dan dient de bouw tot na het broedseizoen te worden uitgesteld. Indien geen nesten aanwezig zijn, wordt aangeraden deze groenstructuren direct te verwijderen en zo te voorkomen dat vogels hierin alsnog een nest bouwen. Vleermuizen Verblijfplaatsen Het gemeentelijke monument kan potentieel geschikte rust- en/of verblijfplaatsen herbergen voor vleermuizen. Omdat de ruimte tussen het dakbeschot en de dakpannen niet bereikbaar is voor vleermuizen, kan redelijkerwijze worden aangenomen dat de potentieel geschikte rust- en/of verblijfplaatsen tussen het dakbeschot en de dakpannen niet voor vleermuizen bereikbaar zijn. Deze soortgroep vormt daarom in het kader van de Wnb geen belemmering voor de geplande ontwikkeling. Foerageergebied Het plangebied is potentieel geschikt als foerageergebied voor vleermuizen (m.n. de solitaire bomen in het weilandje).
Omdat daarin geen verandering wordt aangebracht vormt Deze soortgroep daarom in het kader van de Wnb geen belemmering voor de geplande ontwikkeling. Vliegroutes Vanwege het ontbreken van laanbeplanting langs de Dorpstraat, is deze ongeschikt als vliegroute voor vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied biedt geen leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Deze soortgroep daarom in het kader van de Wnb geen belemmering voor de geplande ontwikkeling. Vaatplanten, insecten, vissen en overige ongewervelden Gezien het ontbreken van leefgebied voor soorten van deze biologische groepen, zijn hiervan redelijkerwijze geen beschermde soorten te verwachten. Deze soortgroepen vormen daarom in het kader van de Wnb geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
7
3. Wettelijke consequenties | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo
4. Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk en J.B.M Thissen (red.), 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Groen, N., R. van Harxen en P. Stroeken, 2002. Steenuil Athene noctua. pp. 276-277 in: SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002, Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. - Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Spitzen - van der Sluis, A.M., G.W. Willink, R. Creemers, F.G.W.A. Ottburg, R.J. de Boer, P.M.L. Pfaff, W.W. de Wild, D.J. Stronks, R.J.H. Schröder, M.T. de Vos, D.M. Soes, P. Frigge en R.P.J.H. Struijk, 2007. Atlas reptielen en amfibieën in Gelderland. 1985-2005. Stichting RAVON, Nijmegen. Internet www.BIJ12.nl www.natuurloket.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-economische-zaken-en-klimaat www.telmee.nl www.vogelbescherming.nl www.waarneming.nl www.zoogdieratlas.nl
8
4. Literatuur | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Quickscan Dorpstraat 72 Angerlo
Bijlagen 1. Tekening aanbouw 2. Gebiedsimpressie 3. Toelichting Wet natuurbescherming
9
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 1. Tekening aanbouw (bron: DijkhofBouw, 2021)
1
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 2. Gebiedsimpressie.
1
2
3
1
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 2. Gebiedsimpressie.
4
5
6
2
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 2. Gebiedsimpressie.
7
8
9
3
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 2. Gebiedsimpressie.
10
11
12
4
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 2. Gebiedsimpressie.
1. Dorpstraat 72 met locatie voor aanbouw. 2. Detail muur en onderzijde dakgoot. 3. Idem. 4. Kielgoot. 5. Foto vanaf locatie aanbouw richting zuiden gemaakt. 6. Zuidoostelijke schuur. 7. Weilandje. 8. Gazon met trekker zuidzijde erf. 9. Gemeentelijk monument. 10. Overzijde Dorpstraat 72. 11. Idem andere richting. 12. Dorpstraat 68.
5
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 3. Toelichting Wet natuurbescherming.
Soortenbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wet is de soortgerichte implementatie van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn en vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Hoofdstuk 3 van de Wet Natuurbescherming regelt de bescherming van flora en fauna op soortniveau. Activiteiten waarbij schade wordt gedaan aan beschermde dieren of planten zijn in principe verboden, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het “nee, tenzij”-principe). Het is dan ook altijd zaak om, waar mogelijk, activiteiten uit te voeren zonder schade aan beschermde dieren en planten aan te brengen. De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. In de wet is dan ook een zorgplicht opgenomen waarin van iedereen wordt geacht voldoende zorg' in acht nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten (niet alleen de beschermde) en hun leefomgeving. Dit is vastgelegd in Artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming.
Naast de aandacht voor beschermde soorten geldt voor alle in het wild levende dieren en planten een zorgplicht. Deze is vastgelegd in Artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming: 1. 2.
Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Voor de in deze rapportage gemaakte toetsing zijn met name de onderstaande artikelen met verbodsbepalingen van toepassing: • Artikel 3.1 • Artikel 3.5 en 3.8 lid 5 • Artikel 3.10 § 3.1 - Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
1
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 3. Toelichting Wet natuurbescherming.
§ 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.8 - lid 5 Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. Zij is nodig: i. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ii. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; iii. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; iv. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of v. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; c.
Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten - nationaal Artikel 3.10 2. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
2
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 3. Toelichting Wet natuurbescherming.
3.
Artikel 3.8 (ontheffingen voor soorten genoemd in Artikelen 3.5 Red.), met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g.
in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.
4.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Ontheffing en Vrijstellingsregeling Wanneer beschermde soorten, zoals bedoeld onder Artikel 3.1, 3.5 en 3.10, voorkomen in een gebied dienen er maatregelen getroffen te worden om behoud van de lokale populatie, bescherming van individuen en de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen te garanderen. Hiervoor dienen mitigerende en mogelijk compenserende maatregelen getroffen te worden. Om zeker te zijn of de maatregelen voldoende zijn, dienen ze vooraf beoordeeld te worden door het bevoegd gezag. Met dit besluit kan aangetoond worden dat de initiatiefnemer zich houdt aan de bepalingen in de Wet Natuurbescherming. Het besluit heeft de initiatiefnemer bijvoorbeeld nodig als iemand bezwaar maakt tegen het project of vraagt om handhaving van de Wet Natuurbescherming. Indien vaste verblijfplaatsen worden beschadigd of weggehaald of behoud van de lokale populatie dan wel bescherming van de aanwezige individuen niet voldoende kan worden gegarandeerd, dienen compenserende maatregelen te worden uitgevoerd én dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal dit de betreffende provincie zijn. Voor deze soorten geldt echter dat alleen ontheffing wordt verleend op grond van een wettelijk belang genoemd in de betreffende Artikelen.
Elke provincie heeft een soortenlijst gepubliceerd waarin soorten, zoals bedoeld in Artikel 3.10, in die betreffende provincie zijn vrijgesteld voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud. Vogels Verblijfplaatsen van broedvogels zijn door de Wet Natuurbescherming beschermd. Tijdens werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen van vogels. De Wet Natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval is. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van artikel 3.1. Voor deze soorten is geen ontheffing nodig voor werkzaamheden buiten het broedseizoen. Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken, zijn jaarrond beschermd. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest.
3
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 3. Toelichting Wet natuurbescherming.
Deze groep is opgedeeld in enkele categorieën waarop de verbodsbepalingen van artikel 3.1 lid 2 jaarrond van kracht zijn: 1. 2.
3.
4.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Het betreft de vogelsoorten: • Boomvalk • Buizerd • Gierzwaluw • Grote gele kwikstaart • Havik • Huismus • Kerkuil • Oehoe • Ooievaar • Ransuil • Roek • Slechtvalk • Sperwer • Steenuil • Wespendief • Zwarte wouw
(Falco subbuteo) (Buteo buteo) (Apus apus) (Motacilla cinerea) (Accipiter gentilis) (Passer domesticus) (Tyto alba) (Bubo bubo) (Ciconia ciconia) (Asio otus) (Corvus frugilegus) (Falco peregrinus) (Accipiter nisus) (Athene noctua) (Pernis apivorus) (Milvus migrans).
Er zijn ook vogelnesten die worden aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet strikt beschermd. 5.
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Wanneer een jaarrond beschermd nest wordt aangetroffen, dan dient altijd een omgevingscheck uitgevoerd te worden. Een deskundige dient te onderzoeken of er voor de soort in de omgeving voldoende plekken en materiaal aanwezig zijn om zelf een vervangende locatie te vinden en een vervangend nest te maken. Indien dit niet mogelijk is, dient een vervangende nestlocatie aangeboden te worden. Wanneer dit ook niet mogelijk blijkt, dient een ontheffing aangevraagd te worden. Ontheffing kan alleen verkregen worden op grond van een wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn. Wettelijke belangen zijn: • • •
4
Bescherming van flora en fauna; Veiligheid van het luchtverkeer; Volksgezondheid of openbare veiligheid.
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Bijlage 3. Toelichting Wet natuurbescherming.
Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet Natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Voorwaarde is wel dat gewerkt dient te worden volgens een door de minister vastgestelde gedragscode. Hierbij is het van belang dat de gedragscode op de juiste wijze is geïmplementeerd in de organisatie of in het totaalplan van de werkzaamheden. Voor meer informatie over de toepassing van de Wet Natuurbescherming: zie de brochure van het ministerie van Economische Zaken: ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ - 3 december 2016. Gebiedenbescherming Het onderdeel ‘Gebiedenbescherming’ in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van specifieke natuurgebieden.
Voor activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde natuur, is een vergunning nodig. De bepalingen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn in de Wet natuurbescherming verwerkt. De volgende gebieden zijn aangewezen en beschermd op grond van de Wet natuurbescherming: • Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). • Wetlands. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie (EU). Zij is opgezet door de EU om de rijke natuur en biodiversiteit in Europa te beschermen. Via de Natuurbeschermingswet 1967 werden natuurgebieden beschermd door het aanwijzen van Staats- en Beschermde Natuurmonumenten. In de Natuurbeschermingswet 1998 is het onderscheid tussen Staats- en Beschermde Natuurmonumenten vervallen en zijn genoemd als Beschermde Natuurmonumenten. In de Wet natuurbescherming komen Beschermde Natuurmonumenten te vervallen. Deze vallen vrijwel altijd binnen Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland. Wetlands worden wereldwijd beschermd onder de Ramsarconventie en AEWA-verdrag. De Ramsarconventie (1975) is een internationale overeenkomst inzake watergebieden (draslanden) die van internationale betekenis zijn, in het bijzonder als woongebied voor watervogels.
Het doel van deze conventie is het behoud en het oordeelkundig gebruik van alle watergebieden door middel van plaatselijke, regionale en nationale acties en internationale samenwerking, als bijdrage tot het tot stand komen van een duurzame ontwikkeling in de gehele wereld. De Afrikaans-Euraziatische overeenkomst over watervogels (AEWA) is het meest omvangrijke verdrag dat valt onder de Convention on the Conservation of Migratory Species of Wild Animals (CMS). Het verdrag regelt de bescherming van 255 trekkende vogelsoorten die geheel of gedeeltelijk afhankelijk zijn van moerasgebieden (wetlands).
5
Bijlagen | Ecologisch Adviesbureau Schröder
Ecologisch Adviesbureau Schröder
Droppersweg 1 7108 BL Winterswijk-Woold Tel: 06-10858730 of 0543-564336 E-mail : ecoadvies@planet.nl Internet: www.ecologischadviesbureauschroder.nl