CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1098033 Bijlage 9 Archeologisch booronderzoek

Raadsvergaderingen 2022-2026 21 september 2022, gemeente ZevenaarBij agendapunt: HAMERSTUK Z/22/420217 ‎Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Prins Clauslaan te Giesbeek8.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek, gemeente Zevenaar

Opdrachtgever Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 • 6824 MB Arnhem Dhr. Jurian Heerink, Adviseur ruimte en milieu 06 - 16 41 18 52 J.Heerink@ontwerpenomgeving.nl Projectnummer 202858 Kenmerk HAMA/DIR/EKU/202858

Eindredactie/kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Paraaf

Datum

09-11-2021

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Colofon Opdrachtgever

Buro Ontwerp & Omgeving

Project

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek

Projectnummer

192420

Titel

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie plangebied Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek, gemeente Zevenaar

Datum en versie

09-11-2021, versie 1.3 (concept)

Redactie

Drs. E.E.A. van der Kuijl, R.de Graaf (dtp, GIS) en D. Woolschot MSc

Eindredactie

Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector, KNA materiaalspecialist)

Afbeelding voorzijde:

Satellietfoto van het plangebied. (pdok.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

2 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Inhoud 1

2

3

4.

Inleiding .......................................................................................................................................... 4 1.1

Inleiding en onderzoekskader ............................................................................................... 4

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ................................................................... 5

1.3

Werkwijze .............................................................................................................................. 5

1.4

Beleidskaders ........................................................................................................................ 6

1.5

Administratieve gegevens ..................................................................................................... 8

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel ....................................................................................... 9 2.1

Landschapsgenese ............................................................................................................... 9

2.2

Historische ontwikkeling plangebied ................................................................................... 11

2.3

Bouwdossieronderzoek ....................................................................................................... 14

2.4

Archeologische waarden ..................................................................................................... 14

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................................... 16

Resultaten booronderzoek ............................................................................................................ 19 3.1

Werkwijze Booronderzoek................................................................................................... 19

3.2

Resultaten ........................................................................................................................... 19

Conclusie en aanbeveling ............................................................................................................. 22 4.1

Conclusie ............................................................................................................................ 22

4.2

Selectieadvies ..................................................................................................................... 22

4.3

Voorbehoud......................................................................................................................... 22

Gebruikte Bronnen................................................................................................................................ 24 Literatuur .......................................................................................................................................... 24 Websites ........................................................................................................................................... 24 BIJLAGEN ............................................................................................................................................ 25

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

3 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

1

Inleiding 1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd conform de BRL SIKB 4002 en een verkennend booronderzoek conform de BRL SIKB 4003 in verband met de herontwikkeling van vier wooncomplexen aan de Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) in Giesbeek, gemeente Zevenaar (zie Afbeelding 1). De ontwikkeling is in het onderzoeksstadium en is daardoor nog niet in detail bekend. Een schetsontwerp spreekt van de ontwikkeling van 14 woningen in vier clusters van 3-4 woningen verdeeld over het plangebied (zie bijlage 1). Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 4.360 m². De bodemingrepen veroorzaken bodemverstoringen die op het moment van rapporteren nog niet bekend zijn, maar normaliter worden de funderingen vorstvrij gerealiseerd op een diepte van meer dan 0,80 m-mv.

Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied in het rode kader (pdok.nl).

Het plangebied ligt volgens het bestemmingsplan ‘Archeologie’1 en het bestemmingsplan ‘Kernen Lathum, Angerlo en Goesbeek’2 in een zone met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Op de ‘Loketkaart Archeologie Gemeente Zevenaar’3 ligt het in een zone met een ‘Hoge archeologische verwachting’. Voor bodemingrepen groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m-mv dient een rapport te worden overlegd, waarin de archeologische waarden van de gronden van het plangebied in voldoende mate is vastgesteld.4 Op basis van de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA en BRL SIKB 4002 conform bureauonderzoek uitgevoerd. Een bouwdossieronderzoek is tevens uitgevoerd om de verstoring van de eerdere en huidige bebouwing vast te stellen. Het bevoegd gezag, de gemeente Zevenaar en haar adviseur van de ODRA (dhr. J. Habraken), zullen de resultaten van het onderzoek toetsen.

1

https://www.ruimtelijkeplannen.nl https://www.ruimtelijkeplannen.nl 3 In bestand LOKETKAART zevenaar.pdf 4 NL.IMRO.0299.BP99ARCHEOLOGIE-VA01 artikel 3.2.1. lid b en artikel 3.2.3. 2

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

4 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. Om deze doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld5: 1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied? 2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? 4. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het plangebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? 5. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het plangebied? 6.

Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het plangebied? 7. Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? 8. Wat is de aard (mobilia [materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden], immobilia, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? 9. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek (prospectiekenmerken, geografisch en stratigrafisch)? 10. Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Licht beargumenteerd toe met verwijzing naar de verschillende KNA-leidraden.

1.3

Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01); 2. beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); 3. beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); 4. beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); 5. het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); 6. het opstellen van het standaardrapport (LS06) Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; • geomorfologisch, geologisch, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; • loketkaart archeologie en bestemmingsplan Archeologie; • Relevante archeologische rapporten en publicaties.

5

Habraken, 2014

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

5 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

1.4

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.

Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing.

De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.”

Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma6. Zij wil bewerkstelligen: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s • Versterken van de maatschappelijke rol van musea • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen. Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs • Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie In de programmaperiode 2017-2020 gaat de provincie voor archeologie aan de slag met: • Archeologische en cultuurhistorische Waardenkaarten van gemeenten toegankelijk maken voor een breder publiek;

6

www.gelderland.nl/bestanden/Documenten/Gelderland/Bestuur-enorganisatie/beleidsplannen/Beleid_Cultuur_Erfgoed.pdf

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

6 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

• • •

Actualisatie Kennisagenda Archeologie van Gelderland en samen met gemeenten implementatie van de Erfgoedwet; Programmatische samenwerking door een netwerk van alle relevante partijen; De uitvoering van projecten als de Vliegende startprojecten, Kennisagenda archeologie, Landgoederen en buitenplaatsen, Landgoed Sevenaer.

De archeoregio laat zich op het regionale niveau van Oost-Gelderland onderverdelen in vijf subgebieden op basis van de geomorfologische gesteldheid7: • het plateau van Winterswijk (subregio 1) • het stuwwallandschap van Montferland (subregio 2) • het vlakke midden, het centrale dekzandlandschap (subregio 3) • het stuwwal- en dekzandlandschap van het stroomgebied van de Berkel (subregio 4) • het rivierenlandschap van de Oer-Rijn, de Oude IJssel en IJssel (subregio 5) Het plangebied ligt in subregio 5 en daarmee is de provincie medebepalend voor het beleid.

Gemeentelijk beleid Gemeente Zevenaar beschikt over een eigen archeologiebeleid. Er is een archeologische beleidskaart uit 20098 die gebruikt is als toetsingskader voor de archeologische verwachting. Het archeologisch beleid is opgenomen in de bestemmingsplannen als dubbelbestemming. Het plangebied ligt volgens het bestemmingsplan ‘Archeologie’9 en het bestemmingsplan ‘Kernen Lathum, Angerlo en Goesbeek’10 in een zone met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Op de ‘Loketkaart Archeologie Gemeente Zevenaar’11 ligt het in een zone met een ‘Hoge archeologische verwachting’. Voor bodemingrepen groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m-mv dient een rapport te worden overlegd, waarin de archeologische waarden van de gronden van het plangebied in voldoende mate is vastgesteld.12

7

www.gelderland.nl/4/Home/Kennisagenda-archeologieOostGelderland.html In bestand loketkaart Zevenaar.pdf 9 https://www.ruimtelijkeplannen.nl 10 https://www.ruimtelijkeplannen.nl 11 In bestand loketkaart zevenaar.pdf 12 NL.IMRO.0299.BP99ARCHEOLOGIE-VA01 artikel 3.2.1. lid b en artikel 3.2.3. 8

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

7 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

1.5

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Uitvoerder, Beheer en plaats documentatie Bevoegd gezag Toetsing namens bevoegd gezag Provincie, Gemeente, Plaats Adres en Toponiem x, y coördinaten

Hoogte centrumcoördinaat Kadastrale gegevens

Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem Gemeente Zevenaar Adviseur van de ODRA (dhr. J. Habraken) Gelderland, Zevenaar, Giesbeek Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) NO 201.7360, 445.055 NW 201.660 , 445.106 ZO 201.713 , 445.997 ZW 201.650 , 445.076 Centrum 201.705 , 445.038 9,50-9,65 m+NAP Kadastrale gemeente Bahr en Lathum, Sectie E, Perceel 988, 989, 990, 991, 2932 (deels)

Onderzoekmeldingsnr.

4876722100

Oppervlakte plangebied Oppervlakte onderzoeksgebied Huidig grondgebruik Toekomstig grondgebruik Geomorfologie Bodemtype Grondwatertrap

4.360 m2 4.360 m2 Bebouwing, erf, gras Bebouwing, erf, gras 3B44 Stroomrug Rn47C Kalkloze poldervaaggronden; zware klei VI Ec2 rivierklei van de Formatie van Echteld op grofzandige afzettingen van de Formatie van Kreftenheye Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd m.u.v. actieve fase Stroomrug IJssel van 200-1200 nC.

Geologie Periode

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

8 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

2

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel 2.1

Landschapsgenese Het plangebied ligt in de fysisch geografische regio ‘het Rivierengebied’ in de IJsselvallei. Op de Geologische Kaart van Nederland ligt het in een gebied met rivierkleien en zand van de Formatie van Echteld met inschakelingen van de Formatie van Nieuwkoop (Hollandveen) op de Formatie van Kreftenheye (Ec2).13 Het plangebied ligt op de stroomgordel van de Gelderse IJssel die actief is geweest van 250 nC. tot 1200 nC.14 Volgens de zandbanenkaart van de Provincie Gelderland ligt binnen het plangebied de zandige deklaag binnen 1,0 m-mv (code 18).15 Het pleistocene zand bevindt zich in het noordwestelijk deel tussen de 1,0 - 2,0 m-mv (zanddieptecode 21) en in het zuidoostelijk deel tussen de 2,0 - 3,0 m-mv (zanddieptecode 22).16 In de Atlas van de uiterwaarden van het Rivierengebied is het plangebied vanwege de ligging buiten de uiterwaarden, niet gekarteerd.17 Op de Geomorfologische kaart van Archis318 (zie Afbeelding 2) is het plangebied gekarteerd als Stroomrug (3B44). Meer naar het zuiden liggen een Restgeul en een Terrasrestrug.

Stroomrug

Restgeul

Terrasrestrug

Afbeelding 2: Geomorfologische kaart met het plangebied in het rode kader (Archis 3)

Het plangebied is op de bodemkaart19 gelegen in een zone met kalkloze poldervaaggronden van zware klei (Rn47C, zie Afbeelding 3). Meer naar het noorden liggen kalkloze ooivaaggronden van lichte zavel (Rd10C).

13

Geologische kaart van Nederland Cohen & Stouthamer, 2012 15 https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers 16 https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers 17 Cohen, 2014 Bijlage G 18 Archis3 19 Archis3 14

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

9 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Rd10C

Rn47C

Afbeelding 3: Bodemkaart met de situering van het plangebied binnen het rode kader (Archis 3)

Het plangebied heeft op de grondwaterkaart31 grondwatertrap V, met een gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) van minder dan 40 cm-mv en een gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) van meer dan 120 cm-mv. Op de hoogtekaart20 ligt het centrum van het plangebied op een hoogte van 9,65 m+NAP. Binnen het plangebied is de hoogte overal redelijk uniform met centimeters hoogteverschil tussen de verschillende delen met een verschil tussen 9,50-9,65 m-mv. Er is geen specifiek hoger of lager deel aan te merken. Hierdoor is op de hoogtekaart geen verschil te zien omdat ze valt in eenzelfde kleurcategorie. Daarom is de hoogtekaart niet afgebeeld. In het plangebied is bij het bodemloket en bij de provincie geen milieukundige melding bekend.21 Om een beeld te krijgen van de gedetailleerde opbouw van de bodem ter plaatse is gekeken in het Dinoloket.22 In de zuidwesthoek van het plangebied is in 1969 boring B40E0846 gezet tot 3,90 m-mv. De boring ligt in het gebied waar op de zandbanenkaart het pleistocene zand zich tussen de 2,03,0 m-mv bevindt. De boring ligt met een hoogte van 8,90 m+NAP, zo’n 75 cm lager dan het plangebied nu is gelegen. Waarschijnlijk is deze boring voorafgaan aan de realisatie van de bebouwing gezet en is daarna het plangebied 75 cm opgehoogd. Het RD-coördinaat van de boring is 201.677, 445.013. De bodem bestaat vanaf maaiveld tot 1,00 m-mv uit sterk zandige klei.

Daaronder is klei aanwezig tot een diepte van 1,45 m-mv. Beide lagen behoren tot de Formatie van Echteld. Het sterk grindige, zwak siltige matig grove zand van de Formatie van Kreftenheye bevindt zich vanaf 1,45 m-mv tot boordiepte op 3,90 m-mv. Hiermee is de informatie van de zandbanenkaart niet bevestigd. De pleistocene ondergrond bevindt zich in het plangebied beneden de 1,45 m-mv. Er wordt bovenop de natuurlijke bodem een antropogene ophoging van ca. 75 cm verwacht.

20

http://ahn.maps.arcgis.com/ www.bodemloket.nl/ nr. GE170501115 22 www.dinoloket.nl 21

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

10 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

2.2

Historische ontwikkeling plangebied Het plangebied ligt vanaf de eerste historische kaarten, waaronder de Hottingeratlas, het kadastrale minuutplan van 1811-1832, de Topografische Militaire kaarten van 1830-1850 en 1850-1860 (TMK), het Bonneblad en de Topografische kaarten tot 1951 in het agrarisch buitengebied en is in gebruik als bouwland (zie Afbeelding 4 voor 1866). In het noordelijk en zuidelijk deel liggen twee sloten vanaf de eerste topografische kaarten tot 1955. In 1955 is er een weg ten zuiden van het plangebied aangelegd (zie Afbeelding 5 voor 1955). Vanaf de topografische kaart van 1962 tot de kaart van 1970 is er in het zuidwestelijk deel een woning gerealiseerd (zie Afbeelding 5 voor 1962). De rest van het gebied blijft in agrarisch gebruik. De sloten zijn ook nog aanwezig, waarbij de zuidelijke watergang breder is dan de noordelijke sloot. De zuidelijk gelegen woning is op de kaart van 1970 niet meer aanwezig en het plangebied is agrarisch in gebruik. Wel is er een schuur in het noordelijk deel gerealiseerd. De zuidelijke watergang is gedempt en is er een rondweg net buiten het plangebied aangelegd (zie Afbeelding 7). In 1978 is de bebouwing gerealiseerd, die nu herontwikkeld gaat worden (zie Afbeelding 8).

Afbeelding 4 Situatie in 1866 met de ligging van het plangebied in het rode kader (topotijdreis.nl).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

11 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Afbeelding 5: Situatie in 1955 met het plangebied in het rode kader (topotijdreis.nl).

Afbeelding 6: Situatie in 1962 met het plangebied in het rode kader (topotijdreis.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

12 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Afbeelding 7: Situatie in 1970 met het plangebied in het rode kader (topotijdreis.nl)

Afbeelding 8: Situatie in 1978 met het plangebied in het rode kader (topotijdreis.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

13 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Op grond van het uitgevoerde cartografisch onderzoek blijkt dat het plangebied pas op de topografische kaarten van 1962, 1970 en 1978 bebouwd is geraakt. Ondergrondse bouwhistorische waarden zijn niet te verwachten in het plangebied. Op de Indicatieve Kaart voor Militair Erfgoed23 ligt het plangebied in het gebied van de IJsselstellung. Dit is een Duitse stelling die in '44/'45 is aangelegd om een omtrekkende beweging van de Westwall tegen te houden van de Geallieerden. Naast het gebouwde erfgoed zoals bunkers en tankversperringen kunnen archeologische resten worden verwacht zoals de resten van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken e.d. Echter door de bebouwing in 1978 zijn mogelijk aanwezige relicten al aangetroffen en geruimd. Er is echter geen informatie bij de opdrachtgever hierover bekend. Bij het Gelders Archief zijn voor het plangebied geen relevante gegevens voorhanden. 24 Op de aanwezige luchtfoto’s zijn geen archeologische sporen waargenomen. 25 In het verliesregister zijn geen vliegtuigcrashes in de omgeving geregistreerd.26

2.3

Bouwdossieronderzoek Bij het bouwdossierarchief van de gemeente Zevenaar zijn de oude bouwvergunningen opgevraagd. Er is door mevr. S. Bogaard één bouwdossier ter beschikking gesteld van de bebouwing die aanwezig is op de kaart van 1978. Er zijn niet meer dossiers van dit adres voorhanden. Uit het bouwdossier dat is vergund op 22 juni 1977 is op te maken dat de bouw uit vier complexen bestaan met dezelfde opbouw van drie woningen. De fundering van elk complex is aangelegd op 77 cmmv waarbij het bouwcunet geheel is uitgegraven. Voor alle complexen samen bedraagt de totale oppervlakte van het bouwcunet 1.127,50 m² (281,88 m² per complex). Er zijn geen kelders aangelegd. In de buitenruimte is voor elk complex een terras met een looppad aangelegd van ca. 20 m² per woning. De totale oppervlakte van deze inrichting is ca. 240 m². De verstoringsdiepte hiervan is niet aangegeven. Van de bebouwing die op de topografische kaarten van 1962 en 1970 is aangegeven, zijn geen gegevens uit bouwdossiers bekend. De verstoring onder deze gebouwen kan dan ook niet op voorhand worden vastgesteld.

2.4

Archeologische waarden In Archis3 zijn meldingen van archeologische onderzoeken en vondsten geregistreerd. Binnen een straal van 250 meter rond het plangebied in dezelfde gemorfologische eenheid (stroomrug) zijn de volgende meldingen geregistreerd (zie Afbeelding 9).

23

www.ikme.nl www.geldersarchief.nl 25 www. maps.google.nl en http://www.bing.com/maps, Airborne museum, Dotkadata, Platform Bodemonderzoek Tweede Wereldoorlog, Beeldbank WOII, Defensie en Aircraft research group Achterhoek, http://www.ikme.nl 26 https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ 24

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

14 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

2141294100

2099483100

4556715100 4616736100

en

2481592100

Afbeelding 9: Meldingen in Archis3 met plangebied in het rode kader (Archis3)

Het plangebied is onderdeel van een archeologisch bureauonderzoek met onderzoeksnummer 2481592100 van Transect uit 2015 naar de Stroomlijn Fase 3 / Perceel 5. Het rapport, waarvan de opsteller en de naam niet bekend is, is in Archis3 en Dans-easy niet digitaal beschikbaar en opgevraagd bij het bevoegde gezag. Verwacht mag echter worden dat omdat het onderzoeksgebied loopt van Kampen naar Arnhem ze geen informatie over het plangebied zelf geeft. Tevens is het plangebied gelegen binnen een bureauonderzoek uit 2017 met onderzoeknummer 455671510027 en een archeologische begeleiding met onderzoeksnummer 4616736100 28 voor de voorgenomen vervanging van het rioolsysteem binnen dit deel van Giesbeek. Het bureauonderzoek geeft een (middel)hoge archeologische verwachting voor het gehele plangebied voor de periode midden Romeinse tijd tot en met de Nieuwe tijd. De archeologische begeleiding is in 2018 in Archis3 geregistreerd maar nog niet gerapporteerd. Het rapport waarvan de opsteller en de naam niet bekend is, is opgevraagd bij het bevoegde gezag. Geconcludeerd kan worden dat deze onderzoeken in de straten t.b.v. vervanging van de riolering zijn uitgevoerd en geen referentie kunnen zijn voor het plangebied zelf omdat door de eerdere aanleg van riolering bodemverstoring tot een verwachte van onder het archeologische niveau dat zich op 1,45 m-mv bevindt, is opgetreden.

Circa 150 meter westelijk van het plangebied is aan de Hoefjes 2-12 in 2005 door Synthegra een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met onderzoeksnummer 2099483100 uitgevoerd.29 Het plangebied is gelegen op een oeverwal van de IJssel. De bodem is op de bouwvoor na, intact en archeologische relevante bodemlagen bevinden zich op een diepte tussen maaiveld en 1,50 m-mv. Er zijn in de boringen geen archeologische indicatoren aangetroffen. Geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven voor de ontwikkeling. 75 meter ten noorden van het plangebied is in 2007 door RAAP een bureau- en veldonderzoek met onderzoeksnummer 2141294100 uitgevoerd.30 Het rapport is in Archis3 en Dans-easy niet digitaal beschikbaar, de opsteller en de naam van het rapport is wel in Archis3 geregistreerd. Dit rapport is opgevraagd bij het bevoegde gezag. Verwacht mag echter worden er geen extra informatie over het plangebied zelf wordt aangedragen, dan die al bekend is door het hierboven genoemde onderzoek met nummer 2099483100. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen vondstmeldingen geregistreerd.

27

Mierlo, et al. 2019 in bestand: 08205205-afm-1551710242148-2017.22 XCK00117_rapportage_BOenIVO_riolering_Giesbeek_D1.0.pdf 28 Niet digitaal aanwezig, opgevraagd bij het bevoegde gezag 29 Helmich, 2005 30 Goosens, 2007: Niet digitaal aanwezig, opgevraagd bij het bevoegde gezag

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

15 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bodemkundige kenmerken en de bekende cultuurhistorische- en archeologische waarden in de omgeving van het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. 1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied? Het plangebied is gelegen op de stroomrug van de IJssel die actief is geweest van 250 nC tot 1.200 nC. De bodem in het plangebied bestaat uit kalkloze poldervaaggronden van zware klei. 2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? Uit geologische boringen in het plangebied is bekend dat het door de rivier afgezette grove pleistocene zand van de Formatie van Kreftenheye op een diepte vanaf ca. 1,45 m-mv aanwezig is. Op dit pakket heeft zich een ca. 1,45 meter dik pakket met jonge rivierklei en beddingzand gevormd met daarop een jonge bouwvoor.

Er is een hoge kans op het aantreffen van archeologische vondsten uit de periode Neolithicum tot de Middeleeuwen in de top van de oever- of beddingafzettingen, mits deze niet verspoeld zijn door de IJssel. Vondsten uit de periode Volle Middeleeuwen bevinden zich, al dan niet in situ in de bovenste antropogene ophooglagen en de kleilagen van de Formatie van Echteld. 3.

Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest?

Historische kaarten geven aan dat het plangebied pas in 1955 en 1970 beperkt bebouwd is geweest en grotendeels in 1978 bebouwd is geraakt met de huidige bebouwing. 4. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het plangebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Op basis van deze datering kunnen vindplaatsen uit de periode vanaf de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen worden verwacht, mits sprake is van oever- en of beddingafzetitngen. Eventuele oudere vindplaatsen kunnen eveneens worden verwacht. Dit wordt echter niet ondersteund door meldingen in Archis3 in de directe omgeving en/of de Archeologische Loketkaart. De kans is groot dat de stroomgordel oudere afzettingen heeft geërodeerd. 5. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het plangebied?

laterale

verplaatsing,

Het plangebied is gelegen op de stroomrug van de IJssel die actief is geweest van 250 nC tot 1.200 nC. Zie verder vraag 1 en 2. 6. Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het plangebied? Het plangebied is tot de algehele inrichting en bebouwing in 1978 agrarisch in gebruik geweest. Op grond van een dinoboring in de omgeving wordt verwacht dat de ondergrond bestaat uit een 75 cm dikke subrecente bouwvoor op kom- en beddingafzettingen van de IJssel. De top van het pleistocene pakket wordt op 2,20 m-mv verwacht. 7. Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? Door de aanwezigheid van de stroomrug van de IJssel in de ondiepe ondergrond is het plangebied geschikt voor bewoning en landgebruik door landbouwende samenlevingen vanaf de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. De agrarische bewerking door de jaren heen en de inrichting van het erf en de bebouwing van 1955, 1970 en 1978 voor de huidige bebouwing hebben waarschijnlijk voor een beperkte bodemverstoring gezorgd.

Uit het bouwdossieronderzoek is te concluderen dat de verstoringsdiepte door de fundering

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

16 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

77 cm-mv bedraagt over een oppervlakte van het bouwcunet 1.127,50 m². In de buitenruimte is door terrassen met een looppaden een verstoringsoppervlakte van ca. 240 m² ontstaan. De verstoringsdiepte hiervan is niet aangegeven. Normaliter bedraagt de verstoringsdiepte door de inrichting en agrarische bewerking zo’n 50 cm-mv. Van de bebouwing die op de kaarten van 1962 en 1970 zijn aangegeven zijn geen gegevens uit het bouwarchief bekend. De verstoring onder deze gebouwen kan dan ook niet worden vastgesteld. Normaliter bedraagt de bodemverstoring door bebouwing ca. 0,80 m-mv. 8. Wat is de aard (materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? Verwacht wordt dat de vondstverspreiding van alle materiaalsoorten hoog zal zijn voor de periode Volle Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Voor de periode Paleolithicum-Bronstijd geldt een lage vondstdichtheid door de eroderende werking van de IJssel. Vondstmateriaal kan bestaan uit aardewerkfragmenten, verbrande leem, bewerkt en onbewerkt vuursteen, houtskoolfragmenten, bouwmateriaal, slakmateriaal en fosfaten. 9.

Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek?

Vondstmateriaal kan door bewerking aan de oppervlakte zijn gebracht of als dit niet het geval is zal het vondstmateriaal aangetroffen worden vanaf maaiveld tot in de top van de oeverwal van de IJssel. De gespecificeerde verwachting staat aangeven in Tabel 2 hieronder. Indien er archeologische vindplaatsen (cultuurlagen of vondstlagen) aanwezig zijn in het plangebied, dan worden deze direct onder de huidige subrecente bouwvoor aangetroffen vanaf ca. 0,75 m-mv en hieronder in de jonge rivierkleiafzettingen tot 2,20 m-mv en in de top van het de rivieroeverwal op 2,20 m-mv, mits sprake is van oever- en beddingafzettingen. Organische resten en bot zullen door de overwegend natte en zuurstofarme bodemomstandigheden goed zijn geconserveerd. Andere typen indicatoren zoals aardewerk en houtskool zijn waarschijnlijk ook goed geconserveerd. Er is naar verwachting geen aantoonbaar geografisch onderscheid in dichtheid van sporen en vondsten binnen het plangebied.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

17 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Tabel 2: Gespecificeerde Archeologische verwachting plangebied Periode

Verwachting

Tweede wereldoorlog

Laag

Nieuwe Tijd- Volle Middeleeuwen

Hoog

Volle Middeleeuwen

Hoog

Romeinse TijdMiddeleeuwen

Laag

Paleolithicum-MesolithicumLaag Neolithicum-IJzertijd(verspoeld) Bronstijd

Verwachte vindplaatstypen

Verwachte grondlaag (diepte)

bunkers en tankversperringen kunnen archeologische resten worden verwacht zoals de resten van gevechts- en In de bouwvoor en in de waarnemingsposities voor infanterie, antropogene ophoging tot opstellingen voor geschut, loopgraven, ca. 75 cm-mv mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken e.d In de bouwvoor en in de sporen van agrarische activiteiten, antropogene ophoging tot losse fragmenten aardewerk ca. 75 cm-mv Onder de antropogene sporen van agrarische activiteiten, ophoging vanaf 75 cm-mvlosse fragmenten aardewerk 2,20 m-mv Actieve stroomgordel van de IJssel

n.v.t.

Huisplaatsen, urnengrafvelden, infrastructuur, strooivondsten Vuursteenvindplaatsen, jachtkampen, strooivondsten

In de top van de Formatie van Kreftenheye, dieper dan 2,20 m-mv

10. Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). De geplande verstoringdiepte voor het plangebied is nog onbekend maar mag voor een vorstvrije fundering op zo’n 80 cm-mv verwacht worden. Dit is niet dieper dan de mogelijk bestaande verstoring binnen de bebouwing, maar dieper dan de mogelijk bestaande verstoring buiten de bebouwing. Omdat er archeologische waarden worden verwacht direct onder de bouwvoor zal de ontwikkeling archeologisch relevante niveaus verstoren bij de graafwerkzaamheden. Omdat verwacht mag worden dat buiten de huidige bebouwing de bodem vanaf 50 cm-mv intact zal zijn en de ontwikkelingen dieper gaan dan deze verstoring dient inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) conform de BRL 4003 te worden uitgevoerd. Het doel van de verkennende boringen is het vaststellen van de mate van intactheid van de bodemopbouw en het bepalen van de bodemsamenstelling. In relatie tot de omvang van het plangebied dienen conform de gemeentelijke richtlijnen minimaal 5 verkennende boringen te worden gezet op basis waarvan een advies kan worden uitgebracht. De boorkern zal versneden en verbrokkeld worden om te kunnen controleren op aanwezigheid van archeologische indicatoren.

Doel van het verkennend booronderzoek is de toetsing van de mate van intactheid van de bodemopbouw en bij een intacte bodem het vaststellen van archeologische vindplaatsen. Voordat het booronderzoek kan worden uitgevoerd dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

18 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

3

Resultaten booronderzoek 3.1

Werkwijze Booronderzoek Het verkennend booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03 en het vooraf opgestelde Plan van Aanpak. In het totaal zijn op 6 november 2021 zes (6) grondboringen buiten de bestaande bebouwing en verharding en kabels en leidingen op de onderzoekslocatie gezet door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) met ondersteuning van J.F.M. Rohling (veldmedewerkster). Boring 7 kon vanwege de aanwezigheid van veel kabels en leidingen niet gezet worden. De boringen zijn regelmatig verspreid over het onderzoeksgebied met behulp van een verspringend driehoeksgrid en zijn doorgezet tot minimaal 25 centimeter in de C-horizont. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met GPS. Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Het kalkgehalte van de bodem is gecontroleerd met behulp van HCl. Alle afzonderlijke bodemlagen zijn gezeefd (bij zand en zavel) en versneden en verbrokkeld (bij klei) en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.

3.2

Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar bijlage 4. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in bijlage 5. Een kaart met daarop de diepteligging van de Chorizont is bijgevoegd in bijlage 6. In bijlage 7 zijn de overzichtsfoto’s opgenomen van het plangebied. De bodemopbouw in het plangebied is tamelijk uniform. Onder een subrecent geroerde laag met puin, is een pakket jonge rivierklei aanwezig (Formatie van Echteld). Dit matig gerijpte tot gerijpte kleipakket klei gaat geleidelijk over in siltig fijn beddingzand van de stroomgordel van de IJssel (Formatie van Echteld). Alleen in boring 2 komt het beddingzand dichter onder de oppervlakte voor en zijn ook de afdekkende lagen zandiger. Tabel 3: Bodemopbouw in het onderzoeksgebied (boring 1)

Diepte (cm – mv)

Samenstelling

0-10 10-150

Gras Grijsbruin gevlekte, zwak zandige klei met baksteenpuin en industrieel slakmateriaal Grijsbruine, roestige, zwak zandige klei Grijze, matig gerijpte klei met roestvlekken Grijs, sterk siltig, fijn zand

150-190 190-210 210-240

Interpretatie Ap1; bouwvoor/geroerd pakket

C1; oeverafzettingen (jonge rivierklei, Formatie van Echteld) C2; komklei (jonge rivierklei, Formatie van Echteld) C3; beddingafzettingen (Formatie van Echteld)

Archeologie Tijdens het booronderzoek zijn alle zandige lagen gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 mm en alle afzonderlijke kleilagen versneden en verbrokkeld. Hierbij zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.31

31

Het opsporen van vondstmateriaal was niet primair het doel van het verkennend booronderzoek.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

19 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Op grond van de onderzoeksresultaten kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: Beantwoording onderzoeksvragen •

Wat is de bodemopbouw en intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?

Binnen het plangebied is in boring 1, 3, 4, 5 en 6 onder de subrecente bouwvoor/geroerde laag sprake van overwegend kalkloze jonge rivierklei. Deze rivierklei bestaat uit een pakket zwak zandige klei (oeverafzettingen) op komklei. In de komklei komen soms veenbrokjes (verslagen Hollandveen) voor. De overgang naar de zandige klei vindt plaats op minimaal 80 cm-mv (boring 4) en op maximaal 150 cm-mv (boring 1). De overgang naar de onderliggende komklei is in alle gevallen geleidelijk. De top van de komklei is op minimaal 140 cm-mv (boring 3) en maximaal 190 cm-mv (boring 5) aangetroffen. In boring 6 is tussen 200 en 205 cm-mv in de komklei een vegetatiehorizont aangetroffen, bestaande uit donkerbruine, venige klei. Onder komklei of onder de vegetatiehorizont in boring 6 is een pakket matig tot sterk siltig fijn zand aangetroffen dat is geïnterpreteerd als beddingzand. De top hiervan is op minimaal 120 cm-mv (boring 2) en maximaal 220 cm-mv (boring 5) aanwezig. Alle bovengenoemde afzettingen zijn door de IJssel afgezet en worden tot de Formatie van Echteld gerekend. Boring 2 laat een iets afwijkend bodemprofiel zien. De geroerde lagen (Ap1-, Ap2- en Ap3-horizont) reiken hier tot 120 cm-mv. Intacte jonge rivierkleiafzettingen ontbreken. Onder de geroerde lagen komt het beddingzand van de Formatie van Echteld voor.

Dit zand zit hier aanzienlijk hoger dan in de rest van het plangebied. Ook in boring 3 ligt de top van het zand hoger, namelijk op 160 cm-mv, terwijl dit in de andere boringen op meer dan 200 cm-mv voorkomt. Waarschijnlijk gaat het hier om (micro)reliëf in het natuurlijke beddinglandschap, waarbij er ter plaatse van boring 2 en 3 een noord-zuid georiënteerde verhoging in het landschap aanwezig was. •

Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan?

Hoewel het opsporen van archeologische vindplaatsen niet het primaire doel is van verkennend bodemonderzoek, zijn alle relevante bodemlagen geïnspecteerd op archeologische indicatoren. Er zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen behalve industriële slak, modern betonpuin en modern baksteenpuin dat in de subrecente bouwvoor/geroerde laag aanwezig is. •

Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan?

Zie tevens het antwoord op bovenstaande vragen. De aangetroffen bouwvoor/geroerde laag kan op basis van de bijmenging aan submoderne materialen gedateerd worden in de 20 e eeuw. Andere aanwijzingen voor menselijk handelen in het verleden ontbreken. Er zijn alleen natuurlijke afzettingen aangetroffen. De aangetroffen vegetatiehorizont in boring 6 is erg dun en is vrij kort na het ontstaan overstroomd met een kleidek, waardoor deze niet als archeologisch relevant kan worden geduid. •

In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen?

Op basis van het bureauonderzoek werd verwacht dat het plangebied op een stroomrug van de IJssel zou liggen, waarin poldervaaggronden ontstaan zijn. Daaronder werd grof rivierzand van de Formatie van Kreftenheye verwacht. Het booronderzoek heeft aangetoond dat er inderdaad sprake is van stroomrugafzettingen (oeverafzettingen op komklei op beddingafzettingen) van de Formatie van Echteld waarin een poldervaaggrond ontwikkeld is. Het onderliggende zand is echter niet grof, maar heeft een fijne korrelgrootte. Het zand is daarom geïnterpreteerd als beddingzand van de Formatie van Echteld. Dat betekent dat binnen de maximale boordiepte van 250 cm-mv geen pleistocene afzettingen aangetroffen zijn. De hoge archeologische verwachting voor de Volle Middeleeuwen en Nieuwe tijd kan worden bijgesteld naar laag, met als indicatie verstoord. De lage verwachting voor de oudere perioden kan gehandhaafd blijven, omdat er geen aanwijzingen zijn aangetroffen voor menselijk handelen in het verleden (archeologische indicatoren, bodemvorming of cultuurlagen).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

20 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Afbeelding 10: Boring 2 met achtereenvolgens (v.l.n.r. en van boven naar onder) de bouwvoor/geroerde lagen, rivierklei en helemaal onderin (rechts op de foto) de zandige beddingafzettingen

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

21 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

4. Conclusie en aanbeveling 4.1 Conclusie Bureauonderzoek Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied gelegen is op de stroomrug van de IJssel die actief is geweest van 250 nC tot 1.200 nC. Er geldt door de eroderende werking van de IJssel een lage trefkans op archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Bronstijd. Voor de periode van de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen geldt er een hoge verwachting. De periode van de Tweede Wereldoorlog heeft een lage verwachting. De bouw en inrichting van het erf heeft voor een bodemverstoring van ca. 0,50 tot 0,77 m-mv gezorgd. Onder de subrecente bouwvoor is waarschijnlijk sprake van komafzettingen. Booronderzoek Binnen het plangebied is in boring 1, 3, 4, 5 en 6 onder de subrecente bouwvoor/geroerde laag sprake van overwegend kalkloze jonge rivierklei. Deze rivierklei bestaat uit een pakket zwak zandige klei (oeverafzettingen) op komklei. In de komklei komen soms veenbrokjes voor. De overgang naar de zandige klei vindt plaats op minimaal 80 cm-mv (boring 4) en op maximaal 150 cm-mv (boring 1). De overgang naar de onderliggende komklei is in alle gevallen geleidelijk. De top van de komklei is op minimaal 140 cm-mv (boring 3) en maximaal 190 cm-mv (boring 5) aangetroffen. In boring 6 is tussen 200 en 205 cm-mv in de komklei een vegetatiehorizont aangetroffen, bestaande uit donkerbruine, venige klei.

Onder komklei of onder de vegetatiehorizont in boring 6 is een pakket matig tot sterk siltig fijn zand aangetroffen dat is geïnterpreteerd als beddingzand. De top hiervan is op minimaal 120 cm-mv (boring 2) en maximaal 220 cm-mv (boring 5) aanwezig. Alle bovengenoemde afzettingen zijn door de IJssel afgezet en worden tot de Formatie van Echteld gerekend. Boring 2 laat een iets afwijkend bodemprofiel zien. De geroerde lagen (Ap1-, Ap2- en Ap3-horizont) reiken hier tot 120 cm-mv. Intacte jonge rivierkleiafzettingen ontbreken. Onder de geroerde lagen komt het beddingzand van de Formatie van Echteld voor. Dit zand zit hier aanzienlijk hoger dan in de rest van het plangebied. Ook in boring 3 ligt de top van het zand hoger, namelijk op 160 cm-mv, terwijl dit in de andere boringen op meer dan 200 cm-mv voorkomt. Waarschijnlijk gaat het hier om (micro)reliëf in het natuurlijke landschap, waarbij er ter plaatse van boring 2 en 3 een noord-zuid georiënteerde verhoging in het landschap aanwezig was.

4.2 Selectieadvies Op basis van de resultaten van het booronderzoek acht Hamaland Advies de kans gering dat er met de toekomstige bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan. Wij adviseren daarom om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen.

4.3 Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Het bevoegd gezag, de gemeente Zevenaar en haar adviseur van de ODRA (dhr. J. Habraken) zullen de resultaten van het onderzoek toetsen voordat vervolgstappen/graafwerkzaamheden kunnen worden ondernomen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Ook wordt geadviseerd om de

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

22 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

verantwoordelijk ambtenaar voor de gemeente Zevenaar en haar adviseur van de ODRA (dhr. J. Habraken) hierover direct te informeren.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

23 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Gebruikte Bronnen Literatuur Bakker, H. de & Schelling J., 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland: De fysisch-geografische regio’s. Assen Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land: inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen. Helmich, C. 2005. Inventariserend Veldonderzoek d.m.n. boringen, Hoefjes 2-12 te Giesbeek, Synthegrarapport 175247. Mierlo, M. van, et.al 2019. Archeologisch onderzoek deellocatie Giesbeek, gemeente Zevenaar, Greenhouse Advies, rapportnr. 2017.22 Niet digitaal aanwezige literatuur, opgevraagd bij het bevoegde gezag: Goossens BA, E. 2007. Plangebied Binnenweg en Meentsestraat te Giesbeek 2007, RAAP-Rapport N 1998

Websites http://zoeken.cultureelerfgoed.nl; Archis3 voor informatie over waarnemingen, vondsten, onderzoeken, Bonneblad, geomorfologie, bodem, grondwater, coördinaten, https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ voor doen van melding http://ahn.maps.arcgis.com/ voor hoogte- informatie www.dans.easy.nl voor Archeologische rapporten www.pdok.nl voor databestanden tbv GIS-kaarten https://www.ruimtelijkeplannen.nl voor bestemmingsplangegevens https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens voor informatie over ondergrondse boringen www.gelderland.nl voor Cultuur en Erfgoed programma, kaarten en kennisagenda http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp voor grondwatertrappen https://www.bodemloket.nl/ voor milieukundige informatie www.ikme.nl voor WOII informatie https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ voor vliegtuigcrashes WOII

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

24 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

BIJLAGEN

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06 -54.3603933

25 van 41

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Bijlage 1: Plangebied

Afbeelding 11: Schetsontwerp met het plangebied binnen het gekleurde kader (opdrachtgever in bestand: 3172.01_Schetsboek_Prins Clauslaan_04-06-2020.pdf)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Bijlage 2: Overzicht van geologische en archeologische perioden

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Bijlage 3: Bouwdossiergegevens bestaande bebouwing plangebied

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Afbeelding 12: Funderingsdiepte van 0,77 m-mv van de woningen in het plangebied (bouwvergunning 1977, gemeente Zevenaar)

Afbeelding 13: Verstoringsoppervlakte van in totaal 1.127,50 m² voor de 12 woningen en 240 m² voor terras (bouwvergunning 1977, gemeente Zevenaar)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Bijlage 4: Boorpuntenkaart en RD-coordinaten van de boringen

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Boring 1 2 3 4 5 6 7

X-Coördinaat 201.664 201.695 201.688 201.709 201.706 201.730 201.714

Y-Coördinaat 445.081 445.082 445.068 445.058 445.025 445.049 445.005

Maaiveldhoogte 9,59 m+NAP 9,61 m+NAP 9,77 m+NAP 9,65 m+NAP 9,55 m+NAP 9,70 m+NAP

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

opmerking

Boring is niet gezet ivm de kabels&leidingen

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Bijlage 5: Boorlegenda en boorstaten (separaat bijgevoegd)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Bijlage 6: Top-C-kaart

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

Bijlage 7: Overzichtsfoto’s plangebied tijdens het booronderzoek

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

Project : BO Prins Clauslaan 4 t/m 24 (even nrs.) te Giesbeek Kenmerk: HAMA/DIR/PCG/202858

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-54.3603933

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=774d9700-1e95-43e5-9282-4c1da46f2466