1082722 Plan voor versterking natuur en landschap
Tekst van het document
Plan voor versterking van natuur- en landschapswaarden Recreatiepark de Bijland
Colofon Plan voor versterking van natuur- en landschapswaarden Recreatiepark de Bijland
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
Projectnummer en versie: 3930 versie 1.0 Ligging plangebied: Bijland 2, Tolkamer Auteur: Ing. P. Leemreise
Recreatiepark De Bijland
Status: definitief Rapportdatum: 12-1-2022
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het plangebied .......................................................................................... 3
2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 3 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 Hoofdstuk 3
Voorgenomen plannen ......................................................................................................... 4
Hoofdstuk 4
Plan voor versterking natuur- en landschapswaarden............................................................. 5
4.1 Analyse ..................................................................................................................................................... 5 4.2 Wat zegt het beleid? ................................................................................................................................ 5 4.3 Bouwstenen voor het plan ....................................................................................................................... 6 4.4 Verbeelding .............................................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 5
Inrichting en beheer .............................................................................................................. 9
5.1 Inrichting .................................................................................................................................................. 9 5.2 Beheer ...................................................................................................................................................... 9
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING In recreatiegebied De Bijland bij Tolkamer ligt het gelijknamige recreatiepark. Om het bestaande recreatiepark toekomstbestendig te houden is de initiatiefnemer voornemens om een kwaliteitsimpuls te geven aan het park. Het initiatief voorziet in het verruimen van de maximaal toegestane maat van stacaravans, het deels vervangen en verplaatsen van een sanitairgebouw, de sloop van een bestaande bedrijfswoning en een bijgebouw en de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning. Verder wordt een deel van het terrein toegankelijk gemaakt voor maximaal 40 kampeermiddelen. Concreet houdt dit in: • Vergroting oppervlakte stacaravans van 55 –> 75 m2 • aantal nieuwe kampeermiddelenplaatsen: 40 stuks • Verplaatsen woning naar locatie bijgebouw (afname bebouwd oppervlak van 195m2 naar 150m2): • vervanging 1 toiletunit van 60 m2 -> 2 toiletunits van beide ca 30/35 m2 Initiatiefnemer heeft Natuurbank Overijssel gevraagd een concreet advies op te stellen voor de landschappelijke inpassing van de camperplekken en het versterken van de landschappelijke en ecologische waarde van het gebied. In voorliggend rapport wordt dit advies gepresenteerd. Naast een verbeelding van het wenselijke eindbeeld, wordt tevens ingegaan op het wenselijke beheer.
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED
2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied omvat Recreatiepark De Bijland en maakt voor een klein deel onderdeel uit van recreatiegebied De Bijland. Het ligt in het buitengebied, net ten noorden van de Rijn, 1,5 kilometer ten westen van Tolkamer. Op onderstaande topografische kaart wordt de ligging van het plangebied weergegeven.
Ligging van het plangebied (rode cirkel).
3
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een recreatiepark met verblijfsaccommodaties en trekkersplekken. Het gaat aan de oostzijde over in grasland, strand en open water van recreatieplas De Bijland. Aan de zuidzijde ligt een verharde parkeerplaats. Het grenst aan de noordzijde aan natuurgebied Eendenkolk en aan de westzijde aan een steenfabriek. De trekkersplekken bestaan uit grasland dat intensief beheerd wordt. De ligweides aan de oostzijde worden iets minder intensief beheerd.
Begrenzing van het plangebied.
HOOFDSTUK 3
VOORGENOMEN PLANNEN
Het vergroting van de percelen voor stacaravans en de bedrijfswoning leidt niet tot een duidelijk zichtbare wijziging van de inrichting van het plangebied. Ook neemt de totale oppervlakte van toiletunits slechts met maximaal 10m2 toe. In de afgelopen jaren is het aantal vaste staplaatsen afgenomen (van 255 naar 230 in de afgelopen 7-8 jaar). De stacaravans staan op eigen grond. Hierdoor is een afname van het aantal bezoekers en verkeersbewegingen ingezet. Het toevoegen van 40 kampeermiddelenplaatsen zal wel leiden tot een zichtbare wijziging van de buitenruimte. Deze kampeermiddelenplaatsen zijn voorzien in de zuidoosthoek van het plangebied. Om de 40 kampeermiddelenplaatsen mogelijk te maken, wordt een bestaand fietspad iets verlegd. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van de locatie voor de kampeermiddelenplaatsen aangeduid op de luchtfoto.
Verbeelding van de nieuwe kampeermiddelenplaatsen. 4
HOOFDSTUK 4
PLAN VOOR VERSTERKING NATUUR- EN LANDSCHAPSWAARDEN
4.1 Analyse Het plangebied vormt een bestaand recreatiepark en bestaat uit bebouwing, opgaande bomen, struweel, hakhoutsingel, paden, grasland en strand. Het recreatiepark is reeds voorzien van een gemengde hakhoutsingel en verspreid over het terrein staan solitaire bomen. Vanwege de functie van een groot deel van het grasland als ligweide, ontbreken hier kansen voor de aanleg van nieuwe beplanting. Het grasland ten noordoosten van het recreatiepark wordt doorgaans niet gebruikt door recreanten als ligweide. Hier liggen mogelijkheden voor versterken van de natuurwaarden van het perceel. Aan de noordzijde van de kampeermiddelenplaatsen is landschappelijke inpassing voorzien. De aanwezige verhoging aan westzijde maakt aanplant niet logisch. Verder staan verspreid in de houtsingels her en der niet-inheemse struiken. Deze zouden verwijderd kunnen worden en vervangen kunnen worden door inheemse beplanting. Tenslotte kunnen natuurwaarden versterkt worden door in de algemeenheid zo min mogelijk kunstlicht toe te passen. Bestaande verlichting kan vervangen worden door ledlampen, al dan niet met kap over lichtverstrooiing tegen te gaan en door te kiezen voor lage verlichting. 4.2 Wat zegt het beleid? Het plangebied behoort tot de Groene Ontwikkelingszone (verder GO genoemd). De provincie heeft voor dit deel van de GO kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen vastgesteld.
Het plangebied ligt in deelgebied 149: Rijnwaardense uiterwaarden. Voor dit deelgebied zijn de volgende kernkwaliteiten natuur en landschap vastgesteld: • • • • • • • • • • • • •
Dynamische rivier met geologische en geomorfologische dynamiek, water-, sediment- en diasporentransport; ecologisch kerngebied (Natura 2000-gebied) én verbinding tussen MiddenEuropa en de Noordzeekust Onderdeel van Nationaal Landschap Gelderse Poort Uiterwaarden Boven-Rijn met vooral industrieel/recreatief landschap: klei- en zandwinningen, recreatiegebied Natuurcomplexen Oude Waal - Byland, Lobberdensche Waard Parel Bijlanddijk, Helicopterveld: zeer rijk stroomdalgrasland met veel zeldzame soorten en plantengemeenschappen Waarden voor weidevogels, water- en moerasvogels, vleermuizen, amfibieën, vissen en bevers Leefgebied steenuil Leefgebied kamsalamander Plaatselijk kleinschalige landschappen met strangen, hagen en singels, knotwilgen en kleine ooibosjes Cultuurhistorische waarden van de uiterwaarden, oude kavelpatronen, doorbraakkolken, waterstaatswerken (kades en sluisjes), kleiwinningen Onbebouwdheid van de uiterwaarden (enkele boerderijen en steenfabrieken) Rust, ruimte en duisternis Abiotiek: aardkundige waarden (o.m. reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen), kwel, bodem
Voor het deelgebied zijn de volgende ontwikkelingsdoelen vastgesteld: • • • • •
Ontwikkeling stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden ontwikkeling water- en oeverhabitats ontwikkeling hard- en zachthoutooibossen Ontwikkeling moerassen, ruigteranden en laag gelegen bloemrijke graslanden Ontwikkeling populaties van water-, oever- en moerasvogels Ontwikkelen biotopen voor vlinders, reptielen, amfibieën, w.o. kamsalamander en vissen Ontwikkeling populatie bevers (en otters) 5
• •
Ontwikkeling coulissenlandschap met strangen, knotwilgenrijen en meidoornhagen (evenwijdig aan de stroom) met lokaal doorzichten op de rivier, dorpen en steden Behoud reliëf oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen
Bruikbare ontwikkelingsdoelen: Wanneer we kijken naar de inrichting van het plangebied en de abiotische omstandigheden, dan lijkt het mogelijk onderstaande ontwikkelingsdoelen toe te passen in het ontwerp: • Ontwikkeling stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden
4.3 Bouwstenen voor het plan Op basis van een eenvoudige landschapsecologische analyse zijn de volgende elementen geselecteerd als bruikbare maatregel voor versterking van natuur- en landschapswaarden. 1. Toepassen led verlichting, bij voorkeur laag bij de grond; 2. Wijzigen beheer grasland in bloem- en faunarijk grasland. Beheer afgestemd op stroomdalgrasland (1,3 ha); 3. Omzoming locatie kampeermiddelenplaatsen aan de zuidzijde door gemengde struweelhaag; 4. Verwijderen exoten in de reeds bestaande hakhoutsingel rondom recreatiepark; 5. Versterken medegebruik dieren door aanbieden verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen;
Toelichting Ad 2. Stroomdalgrasland (1,3 ha) Droog stroomdalgrasland (oeverwal of rivierduingrasland) is zeer kenmerkend voor het rivierengebied. Oppervlak en kwaliteit zijn echter sterk achteruitgegaan. Het heeft grote prioriteit bij het natuurherstel langs de grote rivieren. Stroomdalgrasland had in 1996 een oppervlak van 500 ha, maar de laatste decennia is het oppervlak aanzienlijk afgenomen, waardoor deze graslanden nu sterk bedreigd zijn. Droge stroomdalgraslanden kwamen vóór 1960 vrijwel overal langs de grote rivieren voor. Soorten van voedselarme, schrale bodem zijn geleidelijk vervangen door soorten van voedselrijkere standplaatsen. Veel belangrijke kensoorten komen tegenwoordig minder voor dan vroeger. Geomorfologische processen en het ontstaan van oeverwallen en rivierduintjes zijn doorslaggevend voor de aanwezigheid van stroomdalgrasland. Deze vegetatie groeit op de hogere delen van hoogtegradiënten met daaraan gerelateerde verschillen in overstroming en sedimentatie. Lager gelegen en dus langer overstroomde delen zijn natter, de bodem bestaat uit fijner materiaal (meer klei en zavel en minder zand), er is meer organisch materiaal en de bodem is voedselrijker (hogere CEC en meer stikstof, fosfor, kalium, magnesium en natrium). Stroomdalgraslanden verdragen slechts enkele dagen overstroming in het groeiseizoen.
Stroomdalgraslandplanten stellen hoge eisen aan hun milieu wat betreft vocht (voorkeur voor droog tot zeer droog), zuurgraad (matig zuur tot basisch), voedselrijkdom (matig) en bodemtype (zand of zavel). Begrazing is een goede beheervorm als de vegetaties goed ontwikkeld zijn. Ze variëren wat in de mate van overstroming, wat van belang is voor de aanvoer van bufferstoffen. Ook verstuiving van zand zorgt voor verhoging van de buffercapaciteit. Het is onduidelijk of de abiotische omstandigheden geschikt zijn voor de ontwikkeling van kenmerkend stroomdalgrasland met karakteristieke plantensoorten. Gelet op de ligging nabij een recreatieplas is begrazing geen geschikte beheersvorm. Indien de kenmerkende vegetatie van stroomdalgrasland niet ontwikkeld kan worden, wordt gestreefd naar een bloem- en faunarijke grazige vegetatie die middels hooilandbeheer beheerd wordt. De in het perceel aanwezige bomen blijven behouden.
6
Ad 3. Gemengde struweelhaag Struweelhagen zijn karakteristieke landschapselementen in het uiterwaardenlandschap. Ze bestaan veelal uit een gemengde aanplant van meidoorn, sleedoorn en eventueel aangevuld met Gelderse roos en hondsroos.
Gemengde struweelhaag.
4.4 Verbeelding Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven.
Overzichtstekening met extensief grasland en gemengde struweelhaag.
7
Detailuitsnede van het extensief grasland (beoogd doeltype betreft stroomdalgrasland).
Detailuitsnede van de kampeermiddelenplaats met struweelhaag (beoogd doeltype betreft stroomdalgrasland).
8
HOOFDSTUK 5
INRICHTING EN BEHEER
5.1 Inrichting Stroomdalgrasland Om snel tot een soortenrijke vegetatie te komen, wordt het perceel kort gemaaid en gefreesd en vervolgens doorgezaaid met een grasmengsel van gewoon struisgras, grote vossestaart, gewoon reukgras, bevertjes, kamgras, schapengras en rood zwenkgras. Maximaal 10% gewoon graszaad mag verwerkt worden. Struweelhaag Er wordt een struweelhaag aangelegd, bestaande uit soorten zonder doorns i.v.m. de veiligheid van bezoekers. De haag bestaat uit wilde liguster, veldesdoorn, lijsterbes, vuilboom, rode kornoelje en Gelderse roos. De haag bestaat uit twee rijen beplanting op 0,5 meter afstand. De haag bestaat uit drie stuks plantsoen per meter haag. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen in de maat 80-120 cm. Vleermuiskast Platte vleermuiskasten worden aan de buitenzijde van een gebouw geplaatst op minimaal 3 meter hoogte. De hangplek wordt niet fel beschenen door een lamp.
5.2 Beheer
Stroomdalgrasland Het grasland wordt jaarlijks één maal gemaaid waarbij het maaisel afgevoerd wordt. Jaarlijks wordt 25-30% van de oppervlakte niet gemaaid. Dit deel van de vegetatie gaat als overjarige vegetatie de winter in. Het grasland wordt niet bemest en er worden geen herbiciden of pesticiden toegepast. Ook worden geen mollen bestreden in het perceel. Struweelhaag De struweelhaag wordt beheerd als hakhoutsingel. Dat wil zeggen dat de beplanting cyclisch afgezet wordt. Takhout mag verwerkt worden in het element. In de struweelhaag worden geen niet-inheemse planten aangeplant (zoals laurier). Vleermuiskast Geen beheer vereist.
9