CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1082721 Effectbeoordeling N2000

Commissie Ruimte 25 mei 2022, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/21/394121 Vastellen Bestemmingsplan Bijland2.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kwaliteitsverbetering en aanleg en exploitatie kampeermiddelenplaatsen recreatiepark Bijland

Toetsing van mogelijke effecten van op Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Kwaliteitsverbetering en aanleg en exploitatie kampeermiddelenplaatsen recreatiepark Bijland

Toetsing van mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Feniks Consult B.V.

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 3930A versie 1.0 Ligging plangebied: Recreatiepark Bijland, gemeente Tolkamer Auteur: Ing. P. Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 18-01-2022 Veldwerk uitgevoerd door: Ing. P. Leemreise

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 3

1.2 Doel .......................................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2

Wettelijk kader ......................................................................................................................... 6

Wet natuurbescherming; Natura 2000 .......................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3

Natura 2000-gebieden ............................................................................................................. 7

3.1 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................................. 7 3.2 Vaststellen invloedzone ........................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 4

Natura 2000-gebied Rijntakken................................................................................................ 9

4.1 Gebiedsbeschrijving ................................................................................................................................. 9 4.2 Begrenzing en oppervlakte....................................................................................................................... 9 4.3 Doelstelling ............................................................................................................................................. 10 Hoofdstuk 5

Effectenbeoordeling ............................................................................................................... 12

5.1 Afbakening ............................................................................................................................................. 12 5.2 Stikstof.................................................................................................................................................... 12 5.3 Kwalificerende soorten .......................................................................................................................... 12 5.4 Cumulatie ............................................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 6

Conclusie ................................................................................................................................ 14

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding In recreatiegebied De Bijland bij Tolkamer ligt het gelijknamige recreatiepark. Om het bestaande recreatiepark toekomstbestendig te houden is de initiatiefnemer voornemens om een kwaliteitsimpuls te geven aan het park. Het initiatief voorziet in het verruimen van de maximaal toegestane maat van stacaravans, het deels vervangen en verplaatsen van een sanitairgebouw, de sloop van een bestaande bedrijfswoning en een bijgebouw en de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning. Verder wordt een deel van het terrein toegankelijk gemaakt voor maximaal 40 kampeermiddelen (campers). Om voldoende plek te creëren voor deze 40 kampeermiddelen (campers) wordt een bestaand fietspad iets verlegd. Concreet houdt dit in: • Vergroting oppervlakte stacaravans van 55 –> 75 m2 • aantal nieuwe kampeermiddelenplaatsen: 40 stuks • Verplaatsen woning naar locatie bijgebouw (afname bebouwd oppervlak van 195m2 naar 150m2): • vervanging 1 toiletunit van 60 m2 -> 2 toiletunits van beide ca 30/35 m2 Het plangebied omvat Recreatiepark De Bijland en maakt voor een klein deel onderdeel uit van recreatiegebied De Bijland. Het ligt in het buitengebied, net ten noorden van de Rijn, 1,5 kilometer ten westen van Tolkamer. Op onderstaande topografische kaart wordt de ligging van het plangebied weergegeven.

Ligging van het plangebied (rode cirkel).

Het plangebied vormt een recreatiepark met verblijfsaccommodaties en trekkersplekken. Het gaat aan de oostzijde over in grasland, strand en open water van recreatieplas De Bijland. Aan de zuidzijde ligt een verharde parkeerplaats. Het grenst aan de noordzijde aan natuurgebied Eendenkolk. De trekkersplekken bestaan uit gazon dat intensief beheerd wordt. De ligweides aan de oostzijde worden iets minder intensief beheerd.

3

Begrenzing van het plangebied.

Op onderstaande afbeelding wordt de nieuwe locatie voor de kampeermiddelen weergegeven.

Verbeelding van de nieuwe kampeermiddelenplaatsen.

Omdat het plangebied grenst aan een Natura 2000-gebied en tijdens de aanlegfase en gebruiksfase mogelijk sprake is van negatieve effecten op Natura 2000-gebied, is gevraagd om aan de hand van een ecologische beoordeling te toetsen of het voorgenomen project significante gevolgen kan hebben voor het betreffende Natura 2000-gebied Rijntakken. Voorliggend rapport bevat de ecologische beoordeling voor alle mogelijke verstoringseffecten, veroorzaakt tijdens de ontwikkel- en gebruiksfase, inclusief stikstofdepositie, in het kader van Natura 2000.

4

Op bovenstaande luchtfoto worden de te slopen gebouwen en de te bouwen toiletgebouwen weergegeven (gele lijn).

1.2 Doel Doel van voorliggende toetsing is om te bepalen of het voorgenomen project significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is voor het voorgenomen project een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming noodzakelijk. Wanneer uit de ecologische beoordeling blijkt dat significante gevolgen op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten, dan kan het voorgenomen project worden uitgevoerd zonder vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming. De volgende ontwikkelingen worden getoetst: • Toename kampeermiddelenplaatsen; De overige voorgenomen activiteiten op het recreatiepark leiden niet tot een toename van het aantal bezoekers en hebben daarom geen effect op het naastgelegen Natura 2000-gebied.

5

HOOFDSTUK 2

WETTELIJK KADER

Wet natuurbescherming; Natura 2000 De bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Projecten of plannen die significante gevolgen kunnen voor deze beschermde gebieden, zijn in beginsel (zonder vergunning) niet toegestaan. De verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden staan in artikel 2.7, eerste en tweede lid, Wet natuurbescherming:

Artikel 2.7 1.

Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid.

2. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.

Kern van de Natura 2000 toetsing zijn de instandhoudingsdoelstellingen die per Natura 2000-gebied zijn geformuleerd. Een project of plan mag er niet toe leiden dat de instandhoudingsdoelstellingen niet meer gehaald (kunnen) worden. Dan is sprake van significante gevolgen. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets, waarin wordt getoetst of significante gevolgen voor Natura 2000-gebied op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming.

6

HOOFDSTUK 3

NATURA 2000-GEBIEDEN

3.1 Natura 2000-gebieden Het projectgebied is gelegen langs rand van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Negenhonderd meter ten zuiden van het projectgebied ligt het Natura 2000-gebied Rhein-Fischschutzzonen zwichen Emmerich und Bad Honnef, en direct daarnaast liggen de Natura 2000-gebieden Vogelschutzgebied ‘unterer Niederrhein’ en ‘NSG Salmorth nur Teilfläche’.

Begrenzing Natura 2000-gebied ter plaatse van het projectgebied (gele lijn). Bron: Aerius Calculator.

Het plangebied is alleen zichtbaar vanuit een deel van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Dit betreft het deel van het Natura 2000-gebied Rijntakken dat aangewezen is als Vogelrichtlijngebied en direct ten oosten van het recreatiepark ligt. Vanwege de inpassing van het park d.m.v. een hakhoutsingel is het projectgebied niet zichtbaar vanuit het Natura 2000-gebied Rijntakken, dat aangewezen is als Habitatrichtlijngebied en Vogelrichtlijngebied. Omdat het project niet zichtbaar is, en gebruikers van de nieuwe voorziening fysiek gescheiden zijn van voorgenoemd deel van het Natura 2000-gebied Rijntakken, beperkt deze effectbeoordeling zich tot het deel van het Natura 2000-gebied Rijntakken, direct ten oosten van het projectgebied. Bij de beoordeling van het effect, als gevolg van de emissie van stikstof, wordt het gehele Natura 2000-gebied bekeken.

3.2 Vaststellen invloedzone Het Natura 2000-gebied te oosten van het projectgebied bestaat uit open water. Verstoringseffecten zoals optische verstoring, licht en geluid vormt mogelijk een negatief effect 350 à 400 meter. Op onderstaande afbeelding wordt de invloedzone van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied Rijntakken weergegeven voor de verstoringseffecten licht, geluid en optische verstoring. Er is gaan sprake van andere verstoringseffecten. Het aspect stikstof heeft een eigen invloedzone.

7

Vaststellen van de invloedzone als gevolg van de voorgenomen activiteiten (ontwikkel- en gebruiksfase). De invloedzone wordt met rode kleur aangeduid.

8

HOOFDSTUK 4

NATURA 2000-GEBIED RIJNTAKKEN

4.1 Gebiedsbeschrijving Het projectgebied grenst aan deelgebied ‘Gelderse Poort’, onderdeel van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Het deelgebied Gelderse Poort is het begin van de Rijndelta, de Rijn stroomt hier door een stuwwal Nederland binnen. Het is een rivierenlandschap met veel gradiënten tussen de Duitse grens en de steden Arnhem en Nijmegen. Het gebied ontstond rond 10.000 voor Christus toen de Rijn een loop koos ten zuiden van het Montferland en de stuwwal tussen Montferland en Nijmegen doorbrak. Delen van het gebied, waaronder het Rijnstrangengebied, ontvangen vanuit de restanten van de stuwwal kwelwater. Het gebied maakt deel uit van het grensoverschrijdende gebied Gelderse Poort. Het vormt, met de IJssel, een ecologische verbinding tussen natuurgebieden in Duitsland, de Randmeren en de moerasgebieden van Noordwest Overijssel en Friesland en de Neder-Rijn en Waal een verbinding tussen deze Duitse gebieden en de delta. De rivier vormt een dynamisch systeem, een samenspel tussen natuurlijke processen en menselijk ingrijpen. Het rivierenlandschap bestaat uit hoogdynamische gebieden in het winterbed van de rivier en laagdynamische moerasachtige strangen binnendijks. In perioden met hoge afvoer moet al het Rijnwater via de vertakkingen in Rijn, via Pannerdens Kanaal en Waal worden afgevoerd.

Met name in perioden met hoog water vindt erosie en sedimentatie plaats en 'vormt' de rivier het landschap. In de uiterwaarden bevinden zich gevarieerde natuurgebieden als de Bemmelse Waard, de Gendtse Waard, de Oude Waal en de Millingerwaard (langs de Waal), en de Lobberdense Waard en de Huissense Waarden (langs de Rijn). In de splitsing van Rijn en Waal ligt de Klompenwaard. De uiterwaarden zijn breed, er komen, zandafzettingen op de oever en uitgravingen tot (diep) water voor. Ze bestaan grotendeels uit open water, moerassen, ruigten, wilgenbos en diverse typen grasland. Op hooggelegen stroomruggen en oeverwallen komen stroomdalgraslanden, glanshaverhooilanden en lokaal ook hardhoutooibossen voor. Binnendijks liggen de Oude Rijnstrangen ten oosten van het Pannerdensch Kanaal die bestaan uit een complex van gedeeltelijk verlande stroombeddingen en meanderrichels van de Rijn. In het reliëfrijke landschap liggen graslanden, akkers, (moeras)bosjes, moerassen, rietvelden en open water. Het gemaal Kandia, gebouwd in 1968, verminderde de doorstroming en verlaagde het waterpeil. De sedimentatie van slib nam daardoor toe. De fluctuatie in waterstanden nam daardoor sterk af en sommige strangen vielen droog. Een ander binnendijksgebied is Groenlanden ten oosten van Nijmegen met een soortgelijke variatie in vegetatiestructuren en dalende grondwaterpeilen.

Het binnendijkse polderlandschap bestaat voornamelijk uit graslanden, akkers, kleine waterlopen, rietlanden en moerasbos; ook hier bevinden zich enkele oude rivierlopen en tichelterreinen. 4.2 Begrenzing en oppervlakte De totale oppervlakte van het Natura 2000-gebied Rijntakken bedraagt 23.047 hectare. Daarvan bestaat 8356 hectare uit Habitatrichtlijn gebied en 23.047 hectare uit Vogelrichtlijngebied. Het projectgebied grenst aan de oostzijde aan Vogelrichtlijngebied en grenst aan de overige zijden aan Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijngebied.

9

Ligging van Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijngebied in Natura 2000-gebied Rijntakken.

4.3 Doelstelling Binnen de invloedzone ontbreken Habitatrichtlijntypes. Acht van de elf kwalificerende Habitatrichtlijnsoorten zijn gebonden aan water (vissen) en de inrichting maken de invloedzone tot een ongeschikt leefgebied van kwalificerende soorten als bever en kamsalamander. Alleen de meervleermuis benut de Bijlandplas en ook het deel van de Bijlandplas in de invloedzone tot foerageergebied tijdens de voorjaars- en najaarstrek. Vanwege het ontbreken van kraamkolonies in de omgeving, foerageren meervleermuizen niet in de invloedzone tijdens de zomerperiode (bron: NDFF). Het aangrenzende Natura 2000-gebied vormt een ongeschikte habitat voor kwalificerende broedvogels. De Bijlandplas heeft een zandstrand en oevers zonder beplanting. Ook ontbreekt nestgelegenheid voor oeverzwaluwen. Gelet op de landschappelijke karakteristieken, vormt de Bijlandplas in potentie een geschikte slaapplaats voor eenden en ganzen. Aangezien de Bijlandplas een watersportcentrum heeft, en er gedurende het hele jaar watersport beoefend wordt, is de geschiktheid van de plas als slaapplaats overdag beperkt. Mogelijk benutten ganzen de plas als slaapplaats tijdens de donkere uren van de dag, gedurende de wintermaanden.

10

Kwalificerende niet-broedvogels voor Natura 2000-gebied Rijntakken.

11

HOOFDSTUK 5

EFFECTENBEOORDELING

5.1 Afbakening De volgende activiteiten worden onderscheiden tijdens de aanlegfase: • Uitvoering grondverzet bij fietspad; • Slopen bebouwing; • Uitbreiden oppervlakte standplaatsen; • Bouwen toiletgebouwtjes (30-35m2); De volgende activiteiten worden onderscheiden tijdens de gebruiksfase: • Toename verkeer als gevolg van kampeermiddelenplaatsen; • Gebruik kampeermiddelenplaatsen; • Gebruiken toiletvoorzieningen; • Toename zwemmers in de Bijlandplas • Toename recreatie op de oever van de Bijlandplas

5.2 Stikstof Er is een stikstofberekening uitgevoerd1 waarbij gekeken is naar het effect van de voorgenomen activiteiten tijdens de gebruiksfase. Uit de uitgevoerde effectbeoordeling stikstofdepositie blijkt dat de voorgenomen ontwikkelingen aan Recreatiepark De Bijland te Tolkamer zowel in de realisatiefase (de bouw) als in de gebruiksfase geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr oplevert. Aangezien er geen stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitats kunnen de werkzaamheden zonder Wnb-vergunning worden uitgevoerd. De stikstofberekening is gepubliceerd in een apart rapport.

5.3 Kwalificerende soorten Meervleermuis De Nationale Databank Flora & Fauna (NDFF) bevestigt de aanwezigheid van de meervleermuis binnen de invloedzone van het projectgebied. Er zijn alleen waarnemingen bekend van 23-08-2003. Overige waarnemingen ontbreken in de NDFF. Meervleermuizen zijn actief vanaf de schemer tot de volgende ochtend en benutten het gebied in voorjaar en late zomer tijdens de trek tussen zomer- en winterverblijfplaats. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten vindt er geen toename plaats van het verstoringseffect ‘licht’ in het leefgebied van meervleermuizen. Nieuwe kampeermiddelen staan op minimaal 125 meter afstand van de rand van het open water en tussen de camperplaatsen en open water staat beplanting. Ongeacht de aanwezigheid van beplanting, is de verlichting die kampeerders gebruiken zeer beperkt van aard. Het bestaat uit sfeerverlichting op een tafel of binnen- en buitenverlichting van de camper. Indien nieuwe openbare verlichting wordt aangebracht ter plekke van de kampeermiddelenplaats, dient deze dusdanig afgeschermd te worden, zodat geen directe verlichting op open water plaats vindt. Overige verstoringseffecten zoals geluid of optische verstoring hebben geen negatief effect op de functie van de Bijlandplas als foerageergebied voor de meervleermuis.

Overige niet-broedvogels Het projectgebied vormt een verblijfsrecreatieterrein en grenst aan een recreatieplas De Bijland. In het projectgebied ligt een kleine haven. Camperaars hebben doorgans geen boot bij zich. Als gevolg van de 1

Memo effectbeoordeling stikstofdepositie. Buro ontwerp en omgeving, d.d. 17-6-2020. Zie: b_NL.IMRO.0299.BP00RECRPARKBYLANDON01_tb3.pdf (ruimtelijkeplannen.nl) 12

toename van camperaars, neemt het aantal watersporters in De Bijland niet toe. Wel leidt een toename van het aantal bezoekers van het Recreatiepark tot een toename van het aantal strandbezoekers. Camperaars die het stand bezoeken, zullen dat hoofdzakelijk in voorjaar, zomer en nazomer doen, niet in de periode waarin niet-broedvogels de Bijlandplas mogelijk benutten als slaapplaats. Tevens benutten ganzen een slaapplaats uitsluitend tijdens de schemering en donkere uren van de dag. Dat zullen niet de momenten zijn, waarop recreanten doorgaans aanwezig zijn op het strand. Er zijn geen andere negatieve effecten op kwalificerende niet-broedvogels. Daar komt bij dat de Bijlandplas dusdanig groot is, dat ganzen meer naar het midden van de plas kunnen gaan om te slapen. Uit de NDFF blijkt overigens dat de plas incidenteel gebruikt wordt als slaapplaats door kolganzen (maximaal 8.000 exx. In 1981) en rietganzen (4.000 in 1972). Sinds de aanwijzing van Natura 2000-gebied Rijntakken wordt de Bijland niet meer gebruikt als vaste slaapplaats voor kwalificerende niet-broedvogels. Althans, zo blijkt uit de NDFF. Werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden, hebben geen significant negatief effect op kwalificerende soorten. Daarvoor zijn de werkzaamheden te tijdelijk van aard en is het verstoringseffect te gering.

5.4 Cumulatie Er zijn geen reeds vergunde maar nog niet uitgevoerde projecten bekend die gelijktijdig met de aanleg en/of het gebruik van het voorgenomen project worden uitgevoerd en die een overlap hebben qua beïnvloedingsgebied met de voorgenomen activiteit. Van een significant effect door cumulatie met eventuele andere projecten is dan ook geen sprake.

13

HOOFDSTUK 6

CONCLUSIE De voorgenomen activiteiten leiden met zekerheid niet tot significantie gevolgen voor het nabij gelegen Natura 2000-gebied Rijntakken of andere omliggende Natura 2000-gebieden. Er vinden geen werkzaamheden plaats in Natura 2000-gebied. Ook vindt geen aantasting plaats van omgevingsfactoren die van belang zijn voor kwalificerende habitatsoorten en niet-broedvogels. Geschikt broedhabitat voor kwalificerende broedvogels ontbreekt in de invloedzone. Er zijn geen mitigerende maatregelen nodig om significante gevolgen op voorhand met zekerheid te kunnen uitsluiten. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling is niet aan de orde. De ontwikkeling is niet in strijd is met de bepalingen uit artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming en kunnen derhalve zonder Wnb vergunning worden uitgevoerd.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=d84e7c6a-e3cf-45eb-ab54-fdbc1007a217