1075393 Bijlage 12 Aanvullend natuuronderzoek
Tekst van het document
Aanvullend natuuronderzoek Meentsestraat 112 en 114 in Giesbeek
In opdracht van Aannemersbedrijf Ebbers B.V.
Colofon Aanvullend natuuronderzoek Meentsestraat 112 en 114 in Giesbeek
Opdrachtgever Contactpersoon
Aannemersbedrijf Ebbers B.V. Dhr. J. Ebbers
Opdrachtnemer
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel
Rapportnummer Auteur Controle Publicatiedatum: Foto voorblad
2346 S.J.J. Wamelink Ing. R. Boerboom 16 november 2021 Huismus (foto: ing. R. Boerboom)
Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl
Inhoud Colofon ............................................................................................................................... 1 Samenvatting ...................................................................................................................... 3 1
2
3
4
5
6
Inleiding en doel........................................................................................................... 4 1.1
Inleiding ................................................................................................................ 4
1.2
Doel ...................................................................................................................... 4
Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 5 2.1
Gegevens plangebied ........................................................................................... 5
2.2
Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 5
2.3
Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................ 5
2.4
Geplande werkzaamheden ................................................................................... 5
Methodiek aanvullend onderzoek................................................................................. 7 3.1
Gierzwaluw ........................................................................................................... 7
3.2
Huismus ............................................................................................................... 8
3.3
Vleermuizen.......................................................................................................... 8
Resultaten aanvullend onderzoek .............................................................................. 10 4.1
Jaarrond beschermde vogelsoorten .................................................................... 10
4.2
Vleermuizen........................................................................................................ 11
4.3
Steenmarter ........................................................................................................ 12
Wet natuurbescherming ............................................................................................. 13 5.1
Gierzwaluw ......................................................................................................... 13
5.2
Huismus ............................................................................................................. 14
5.3
Gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis ...................................................... 14
5.4
Steenmarter ........................................................................................................ 15
5.5
Overige soorten broedvogels en grondgebonden zoogdieren ............................. 16
Conclusie ................................................................................................................... 17
Bijlage 1
Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 19
Samenvatting Uit gericht onderzoek blijkt dat het slopen van enkele gebouwen aan de Meentsestraat 112 en 114 in Giesbeek geen negatief effect heeft op vaste rust- en verblijfplaatsen van de gierzwaluw, huismus en vleermuizen en (essentieel) functioneel leefgebied van de huismus. Het aanvragen van een ontheffing en het opstellen van een mitigatie- en compensatieplan is niet noodzakelijk. Bij werkzaamheden en activiteiten dient altijd rekening te worden gehouden met broedvogels. De werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden en/of er dient te worden voorkomen dat broedvogels zich lokaal vestigen. Bezette nesten mogen, ongeacht de tijd van het jaar, niet worden verstoord. Voor overige soort(groep)en is het aanvragen van een ontheffing ook niet noodzakelijk, aangezien er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming optreden. Dit zijn de uitkomsten van het onderzoek dat is gehouden naar aanleiding van de plannen om enkele gebouwen aan de Meentsestraat 112 en 114 in Giesbeek te slopen ten behoeve van nieuwbouw. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Daarom is onderzoek noodzakelijk om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van Aannemersbedrijf Ebbers B.V.
Pagina 3
1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling verlangt de huidige wetgeving een gedegen onderzoek naar flora en fauna in verband met de zorgplicht die de Wet natuurbescherming een plannenmaker oplegt. Er zijn plannen om enkele gebouwen aan de Meentsestraat 112 en 114 in Giesbeek te slopen ten behoeve van nieuwbouw. Hiervoor is daarom eerder een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd. De conclusie uit dit onderzoek is dat aanvullend onderzoek naar vaste verblijfplaatsen van de jaarrond beschermde gierzwaluw en huismus en gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk is. De heer Ebbers van Aannemersbedrijf Ebbers B.V. is betrokken bij de plannen en heeft Staring Advies opdracht gegeven voor dit aanvullende onderzoek.
1.2 Doel Ruimtelijke plannen kunnen conflicterend zijn met de Wet natuurbescherming, wanneer er sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten. Het doel van het natuuronderzoek is om te inventariseren of er door de geplande ruimtelijke ontwikkeling sprake is van aantasting van vaste verblijfplaatsen van de jaarrond beschermde gierzwaluw en huismus en gebouwbewonende vleermuizen. Voor overige beschermde soorten is tijdens de quickscan natuurtoets aangetoond dat negatieve effecten op deze soorten op voorhand uit te sluiten zijn, indien met (overige) broedvogels rekening gehouden wordt.
Pagina 4
2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:
Meentsestraat 112 en 114 Giesbeek Zevenaar Gelderland
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bevindt zich in de rand van de bebouwde kom van Giesbeek, in de gemeente Zevenaar (zie figuur 1). Het plangebied wordt begrensd door overige woningen en opstallen met tuinen, de Meentestraat en weilanden. Het plangebied betreft twee erven, te weten: • •
het erf met nummer 112, bestaande uit een loods met omliggende verharding en opslag van materiaal; het erf met nummer 114, bestaande uit een slagerij met woonhuis en schuur.
De winkel van de Slagerij Gebroeders Witjes aan de Meentsetraat 114 is niet meer als zodanig in gebruik, maar in de slagerij zelf wordt nog wel beperkt vlees bewerkt. Het is niet bekend of de woning nog bewoond is. De loods aan de Meentsetraat 112 is in eigendom van Aannemersbedrijf Ebbers B.V. en in gebruik als opslagruimte voor bouwmateriaal. De achterliggende verharde buitenruimte is eveneens in gebruik als opslagplek. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit woningen met tuinen, infrastructuur, weilanden, bosschages en het recreatiegebied Rhederlaag (zie figuur 1 en 2).
2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied zelf. Het onderzoeksgebied, met daarbinnen het plangebied, wordt bepaald door woonhuizen met bijbehorende tuinen, winkels, infrastructuur en weilanden (zie figuur 2).
2.4 Geplande werkzaamheden Er zijn plannen om enkele gebouwen aan de Meentsestraat 112 en 114 in Giesbeek te slopen ten behoeve van de realisatie van enkele woningen.
Pagina 5
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2021).
Figuur 2. Luchtfoto van het onderzoeksgebied (gele stippellijn) met daarbinnen het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2021).
Pagina 6
3 Methodiek aanvullend onderzoek Op basis van de landelijk erkende protocollen voor gericht natuuronderzoek is de onderzoeksintensiteit bepaald. Voor het onderzoek naar jaarrond beschermde gierzwaluw en huismus zijn de Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland, de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus en de kennisdocumenten Huismus en Gierzwaluw van BIJ12 richtinggevend. Voor het vleermuisonderzoek is het Vleermuisprotocol (versie 2017/2021), opgesteld door de Zoogdiervereniging VZZ, in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur, richtinggevend. Voor de steenmarter is geen aanvullend onderzoek voorgesteld. Aangezien deze beschermde soort hier niet is uit te sluiten is er toch gericht onderzoek uitgevoerd. Er is voor de steenmarter (nog) geen provinciaal/landelijk inventarisatieprotocol.
3.1 Gierzwaluw Om de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de gierzwaluw aan te tonen zijn er 3 bezoeken met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen uitgevoerd (zie tabel 1). Deze onderzoeken zijn tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang in de periode 1 juni tot en met 15 juli door twee ecologen uitgevoerd, waarvan minimaal 1 inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig) is uitgevoerd (zie tabel 1). Er is gepost vanaf strategisch gekozen punten waarbij zoveel mogelijk alle laagvliegende (tot 20 meter boven de gebouwen of lager) gierzwaluwen genoteerd zijn. Deze losse exemplaren of groepen zijn vervolgens gevolgd, waarbij er speciaal is gelet op het gedrag (bezoek aan waarschijnlijke nestplaats en vluchtgedrag). Is de vlucht herhaaldelijk over een bepaald dak/gebouw dan is er gepost bij de zijde van het gebouw waar de gierzwaluwen op aanvliegen. Werd er herhaaldelijk geroepen bij het langsvliegen op eenzelfde locatie dan is daar gepost. Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door gierzwaluwen. Ronde
Functie
Datum
07-061 Nestlocaties 2021 18-062 Nestlocaties 2021 09-073 Nestlocaties 2021 Tabel 1. Veldonderzoek gierzwaluw.
Begintijd
Eindtijd
19:45 uur
21:45 uur
20:00 uur
22:00 uur
19:55 uur
21:55 uur
Weersomstandigheden Onbewolkt, droog, 16-15°C, wind 0-1 Bft Onbewolkt, droog, 24-21°C, wind 0-1 Bft Onbewolkt, droog, 19-17°C, wind 0-1 Bft
Pagina 7
3.2 Huismus De huismus is een gebouwbewonende soort waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Deze soort kan het beste tijdens de ochtend geïnventariseerd worden. Dan is de zangactiviteit van mannetjes het hoogst. Er is door één ecoloog geïnventariseerd op territoriaal gedrag, transport van voedsel, transport van nestmateriaal etc. Zo zijn de nestlocaties vastgesteld. Tevens is in beeld gebracht of er (essentiële) elementen van de functionele leefomgeving zich binnen het onderzoeksgebied bevinden. Deze elementen zijn vooral de plekken waar gefoerageerd en geslapen wordt, zoals struiken, hagen, klimop en kruidenrijke vegetaties. Conform de richtlijnen van de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus zijn hiervoor 2 ochtendbezoeken, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen, uitgevoerd in de periode 1 april t/m 20 juni (zie tabel 2). Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door huismussen. Tijdens de veldbezoeken voor de huismus is aanvullend gezocht naar sporen als latrines en/of prooiresten van de steenmarter. Deze niet vrijgestelde soort kan potentieel een vaste verblijfplaats in één van de gebouwen hebben. Ronde
Functie
Datum
Begintijd
Eindtijd
16-0409:00 uur 11:00 uur 2021 21-052 Nestlocaties 08:10 uur 10:15 uur 2021 Tabel 2. Veldonderzoek huismus inclusief sporenonderzoek steenmarter. 1
Nestlocaties
Weersomstandigheden Onbewolkt, droog, 5-6°C, wind 1-2 Bft Licht bewolkt, droog, 13-14°C, wind 3-4 Bft
3.3 Vleermuizen De woningen en het voormalig autobedrijf aan de Bergakkerweg 22 en 28-32 in Nunspeet zijn potentieel geschikt als kraam- zomer- en paarverblijfplaats voor enkele gebouwbewonende soorten als gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis en als (massa)winterverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis. Het vleermuisprotocol (2021) adviseert om bij het vermoeden op vaste rust- en verblijfplaatsen in gebouwen van de te verwachten soorten gericht vleermuisonderzoek uit te voeren middels 3 avond- of ochtendbezoeken in de periode 15 mei – 15 juli en 2 avondbezoeken in de periode 15 augustus – 1 oktober (zie tabel 3). De bezoeken zijn allen te voet uitgevoerd door twee tot drie vleermuisonderzoekers. De veldbezoeken zijn conform de eisen van het vleermuisprotocol 2021 uitgevoerd. Hierbij moet worden opgemerkt dat het onderzoeksgebied iets groter is dan het weergegeven plangebied (zie figuur 2). Dit is gedaan omdat, ook al vinden de werkzaamheden binnen de grenzen van het plangebied plaats, deze werkzaamheden ook verstoring kunnen opleveren voor vleermuizen die zich mogelijk net buiten het plangebied bevinden. Het plangebied is door de aanwezigheid van direct aangrenzende openbare wegen (Meentestraat), parkeerterrein en overige verharding zeer overzichtelijk. Door de onderzoeksintensiteit en toegankelijkheid van het plangebied,
Pagina 8
en de direct aangrenzende openbare wegen en verharding, is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door vleermuizen. Vleermuisprotocol Het vleermuisprotocol wordt daar waar nodig jaarlijks geëvalueerd. De aanpassingen zijn gebaseerd op het oordeel van de deskundigen in het Vleermuisvakberaad. Het protocol wordt daarmee aangepast naar de meest recente wetenschappelijke inzichten. Ingeval de evaluatie geen aanleiding tot aanpassing gaf, is het protocol met ongewijzigde naamgeving gehandhaafd. Dit heeft geleid tot enkele aanpassingen ten opzichte van het vorige vleermuisprotocol (versie 2017). Eén van de wijzigingen in het actuele vleermuisprotocol (2021) is de periode tussen de bezoeken in het kraamseizoen. Deze is van 30 dagen aangepast naar 20 dagen. Bij uitvoering van de veldbezoeken in de kraamperiode (2021) van de te verwachten vleermuissoorten is deze tussenperiode van 20 dagen tussen de beide avondbezoeken aangehouden als minimale eis.
Ronde
Functie
Datum Begintijd Eindtijd Weersomstandigheden
Zomer- en kraamverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Soorten: gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis Avond – nacht (conform vleermuisprotocol 2021) 1
zomer- en kraamverblijfplaatsen
24-052021
21:30 uur
00:00 uur
2
zomer- en kraamverblijfplaatsen
09-072021
21:55 uur
00:30 uur
Bewolkt, droog-motregen (22:10-22:25 uur), 15-12°C, wind 1-2 Bft Onbewolkt, droog, 17-14°C, wind 0-1 Bft
Soorten: gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Nacht – ochtend (conform vleermuisprotocol 2021) 3
zomer- en kraamverblijfplaatsen
13-072021
03:30 uur
05:30 uur
Bewolkt, droog, 16°C, wind 0-1 Bft
Paarverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Soorten: gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis Paarverblijfplaats: avond - nacht (conform vleermuisprotocol 2021) 1
paarverblijfplaatsen
2
paarverblijfplaatsen
20-082021 17-092021
21:45 uur
00:25 uur
20:40 uur
22:45 uur
Zwaar bewolkt, droog, 1513°C, wind 1-2 Bft Bewolkt, droog, 15-13°C, wind 0-1 Bft
Tabel 3. Veldonderzoek vleermuizen.
Pagina 9
4 Resultaten aanvullend onderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veldonderzoek besproken.
4.1
Jaarrond beschermde vogelsoorten
4.1.1 Gierzwaluw Tijdens de avondbezoeken van 7 juni, 18 juni en 9 juli 2021 zijn er alleen enkele hoog boven het plangebied foeragerende/overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Langs dakranden scherende en/of invliegende exemplaren zijn niet in het plangebied vastgesteld. Op 18 juni en 6 juli zijn elders in de bebouwde kom van Giesbeek, waaronder bij de SintMartinuskerk en in de Tulpstraat en Zwalmstraat, enkele ‘laag gierende’ gierzwaluwen waargenomen. Onder dit ‘laag gieren’ verstaan we het in een doelgerichte vlucht over een dak of langs een gevel scheren, waarbij ter hoogte van de (vermoedelijke) verblijfplaats wordt geroepen (“gegierd”). Op basis van dit gedrag kan men aannemen dat deze gierzwaluwen hier ergens een nestlocatie hebben. De vermoedelijke vaste rust- en verblijfplaatsen bij de Sint-Martinuskerk en bij gebouwen aan de Tulpstraat en Zwalmstraat bevinden zich op ruime afstand van het plangebied en niet binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Conclusie Er bevinden zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de gierzwaluw in het plangebied. De geplande werkzaamheden hebben ook geen negatief effect op eventueel aanwezige nestlocaties in de omgeving van het plangebied.
4.1.2 Huismus Tijdens de dagbezoeken van 16 april en 21 mei zijn in het plangebied geen territoriale/zingende mannetjes of nestindicerende waarnemingen van de huismus verricht. Tijdens beide veldbezoeken zijn wel in een direct aan het plangebied grenzende coniferenhaag enkele huismussen waargenomen. Deze haag bevindt zich op het terrein van het woonhuis aan IJsselpad 7. De in de coniferenhaag waargenomen huismussen vertoonde geen nestindicerende gedrag bij één van de gebouwen aan de Meentestraat 112 en 114. Wel is waargenomen dat enkele huismussen kortstondig in het plangebied aan het foerageren waren. In de omgeving van het plangebied zijn tijdens beide veldbezoeken op/bij de volgende locaties territoriale/zingende mannetjes of nestindicerende waarnemingen vastgesteld: • •
Meentestraat 81 en 106 IJsselpad 3a
Het is zeer aannemelijk dat de waargenomen huismussen hun vaste rust- en verblijfplaats (nestlocatie) elders in de omgeving van het plangebied hebben, bijvoorbeeld bij de
Pagina 10
woonhuizen aan IJsselpad 3a en 7 en Meentestraat 81 en 106. Het plangebied wordt incidenteel gebruikt als foerageergebied voor de in de omgeving aanwezige huismussen. Echter de directe omgeving voorziet ruim in voldoende geschikt foerageergebied en rusten slaapplekken in de vorm van gazons, groenperken en beuken- en laurierkershagen. Daarnaast is het plangebied zelf grotendeels bestraat en zijn elementen van de functionele leefomgeving slechts zeer marginaal aanwezig. Conclusie Er bevinden zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) en overige essentiële delen van de functionele leefomgeving (voedsel, dekking, plekken voor stofbaden en drinkwater e.d.) van de huismus in het plangebied. De geplande werkzaamheden hebben ook geen negatief effect op aanwezige nestlocaties in de omgeving van het plangebied.
4.2 Vleermuizen Tijdens het veldonderzoek zijn de volgende vleermuissoorten aangetroffen in, of direct grenzend aan, het plangebied: • •
Gewone dwergvleermuis Rosse vleermuis
4.2.1 Gewone dwergvleermuis Zomer- en kraamverblijfplaatsen Tijdens de avondbezoeken van 24 mei en 9 juli en de ochtendronde van 13 juli is een enkele passerende of kort foeragerende gewone dwergvleermuis in het plangebied vastgesteld. Tijdens de avondbezoeken van 24 mei en 9 juli is een enkele (1-2 exemplaren) gewone dwergvleermuis kort na zonsondergang / start van het onderzoek in het plangebied waargenomen. Dit kan mogelijk duiden op aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats binnen de grenzen van het plangebied of in de directe omgeving. Echter tijdens de avondbezoeken en de ochtendronde zijn geen in- en uitvliegende of langdurig rondzwermende exemplaren in het plangebied vastgesteld. De vaste rust- en verblijfplaatsen bevinden zich buiten het plangebied. Tijdens alle voorjaarsbezoeken zijn er geen verdere waarnemingen verricht van meerdere uit- en/of invliegende dieren die duiden op aanwezigheid van een kraamverblijfplaats binnen of direct grenzend aan het plangebied. Paarverblijfplaatsen Tijdens het paarverblijfplaatsonderzoek op 17 september is één baltsende gewone dwergvleermuis in het plangebied vastgesteld. Betreffende exemplaar vertoonde geen tot marginale binding met het plangebied en verplaatst zich langs de Meentestraat richting Klaverweide. Rond 21:10 uur vloog dit exemplaar voor enkele seconden rond achter de slagerij aan de Meentestraat 114. Zeer
Pagina 11
waarschijnlijk bevindt zich de vaste rust- en verblijfplaats van deze baltsende gewone dwergvleermuis elders in de bebouwden kom van Giesbeek. Foerageergebied Het plangebied is incidenteel in gebruik door een enkele foeragerende gewone dwergvleermuis. Er wordt telkens kort in het plangebied, door maximaal 2 exemplaren gelijktijdig, gefoerageerd. In de directe omgeving van het plangebied, met nabijgelegen tuinen, parken, gazons, openbaar groen en recreatiegebied Rhederlaag, is ruim voldoende (alternatief) geschikt foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis aanwezig. Er is geen sprake van essentieel foerageergebied in het plangebied. Vliegroute Het plangebied is incidenteel in gebruik door een enkele passerende gewone dwergvleermuis. Lijnvormige houtige elementen als een bomenrij en laanbeplanting zijn niet in het plangebied aanwezig. Er is geen sprake van een vliegroute in het plangebied.
4.2.2 Rosse vleermuis Zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen De aanwezigheid van een zomer-, kraam- en/of paarverblijfplaats is, mede door afwezigheid van bomen met geschikte holten, hier uit te sluiten. Foerageergebied Het plangebied is vrijwel geheel verhard en bevindt zich in bebouwd gebied. De aanwezigheid van een (essentieel) foerageergebied is hierdoor uit te sluiten. Vliegroute Tijdens het avondbezoek van 9 juli is één overvliegende rosse vleermuis boven het plangebied vastgesteld. Tijdens overige veldbezoeken zijn verder geen overvliegende rosse vleermuizen waargenomen. Lijnvormige houtige elementen als een bomenrij en laanbeplanting zijn niet in het plangebied aanwezig. De aanwezigheid van een vliegroute is binnen de grenzen van het plangebied uit te sluiten.
4.2.3 Overige vleermuissoorten Tijdens de veldbezoeken zijn naast de aangetroffen vleermuissoorten geen overige soorten, waaronder de eventueel te verwachten laatvlieger en ruige dwergvleermuis, in het plangebied of direct hieraan grenzend vastgesteld. De aanwezigheid van een verblijfplaats van een overige vleermuissoort is hier uit te sluiten.
4.3 Steenmarter Tijdens beide ochtendbezoeken van 16 april en 21 mei en overige veldbezoeken naar gierzwaluw en vleermuizen zijn geen steenmarters, verblijfplaatsen, voetsporen, latrines en/of prooiresten in het plangebied aangetroffen.
Pagina 12
5 Wet natuurbescherming De effecten op aangetroffen beschermde fauna en de wettelijke consequenties zijn ingeschat aan de hand van de geplande werkzaamheden. In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van de strikt beschermde huismus, gierzwaluw, vleermuizen en eventueel steenmarter vastgesteld. Het aanvragen van een ontheffing en het opstellen van een mitigatie- en compensatieplan is niet noodzakelijk.
5.1 Gierzwaluw 5.1.1 Beschermde status De gierzwaluw is strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Hij staat ook vermeld in de Europese Vogelrichtlijn. De nesten van de gierzwaluw zijn het gehele jaar beschermd. Bij werkzaamheden aan gebouwen is er vaak sprake van dat er voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van de gierzwaluw worden weggenomen of dat de functionaliteit daarvan niet behouden kan blijven. Door het toepassen van zorgplicht maatregelen en activiteit specifieke maatregelen is het wellicht mogelijk om negatieve effecten teniet te doen. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer dit niet of in onvoldoende mate het geval is, moet er een ontheffing met de daarbij benodigde maatregelen voor gierzwaluw worden aangevraagd omdat er dan wel sprake is van een overtreding van de verboden als vermeldt in artikel 3.1, lid 1, 2 en 4.
5.1.2 Gebruik van het plangebied Tijdens het gericht veldonderzoek, dat is uitgevoerd conform de Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland, de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus en het Kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12, zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de gierzwaluw aangetroffen binnen het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Effectbeoordeling Aangezien het soortgericht onderzoek naar de gierzwaluw heeft aangetoond dat er zich binnen het plangebied en de invloedssfeer van de werkzaamheden geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van deze soort bevinden, zal er bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden geen sprake zijn van het vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen van de gierzwaluw. Derhalve is een ontheffingsaanvraag ten aanzien van de vaste rust- en verblijfplaatsen niet noodzakelijk.
Pagina 13
5.2 Huismus 5.2.1 Beschermde status De huismus is strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. De nesten van de huismus en het daarbij behorend functioneel leefgebied zijn het gehele jaar beschermd. Bij werkzaamheden aan gebouwen is er vaak sprake van dat er voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van de huismus worden weggenomen of dat de functionaliteit daarvan niet behouden kan blijven. Tevens kan is er in sommige gevallen sprake van het verlies van (essentieel) functioneel leefgebied (zoals foerageergebieden). Door het toepassen van zorgplicht maatregelen en specifieke maatregelen is het wellicht mogelijk om negatieve effecten teniet te doen. Wanneer dit het geval is, is er geen sprake van een overtreding en behoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer dit niet of in onvoldoende mate het geval is, moet er een ontheffing met de daarbij benodigde maatregelen voor huismus worden aangevraagd omdat er dan wel sprake is van een overtreding van de verboden als vermeldt in artikel 3.1, lid 1, 2 en 4.
5.2.2 Gebruik van het plangebied Tijdens het gericht veldonderzoek, dat is uitgevoerd conform de Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland, de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus en het Kennisdocument Huismus van BIJ12, zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de huismus aangetroffen binnen het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Verder zijn er geen (overige) essentiële delen van de functionele leefomgeving (voedsel, dekking, plekken voor stofbaden en drinkwater e.d.) van de, in de directe omgeving aanwezige, huismussen aanwezig. Effectbeoordeling Aangezien het soortgericht onderzoek naar de huismus heeft aangetoond dat er zich binnen het plangebied en de invloedssfeer van de werkzaamheden geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) en geen (overige) essentiële delen van de functionele leefomgeving van deze soort bevinden, zal er bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden geen sprake zijn van het vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen of aantasten van de functionele leefomgeving van de huismus. Derhalve is een ontheffingsaanvraag ten aanzien van de vaste rust- en verblijfplaatsen en/of functionele leefomgeving niet noodzakelijk.
5.3 Gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis 5.3.1 Beschermde status Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Ze staan ook vermeld in de Europese Habitatrichtlijn. Dat wil zeggen dat de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd zijn. Daarnaast zijn essentiële foerageergebieden en
Pagina 14
vliegroutes ook strikt beschermd. Wanneer een vaste rust- en verblijfplaats, vliegroute of essentieel foerageergebied verdwijnt dient hiervoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.
5.3.2 Gebruik van het plangebied Tijdens het gericht veldonderzoek, dat is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (versie 2017/2021), opgesteld door de Zoogdiervereniging VZZ, in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur, zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied of een vliegroute van de vastgestelde vleermuissoorten (gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis) aangetroffen binnen het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Effectbeoordeling Aangezien het soortgericht onderzoek naar vleermuizen heeft aangetoond dat er zich binnen het plangebied en de invloedssfeer van de werkzaamheden geen vaste rust- en verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en vliegroute van de aangetroffen vleermuissoorten bevinden, zal er bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden geen sprake zijn van het vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen of aantasten van een essentieel foerageergebied of vliegroute van vleermuizen. Derhalve is een ontheffingsaanvraag ten aanzien van vaste rust- en verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en vliegroute niet noodzakelijk.
5.4 Steenmarter 5.4.1 Beschermde status De steenmarter is een nationaal beschermde soort en opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Voor deze soort geldt dat het niet is toegestaan om: • •
Individuen opzettelijk te doden of te vangen Vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Dat wil zeggen dat wanneer voortplantingsplaatsen of rustplaatsen worden beschadigd of vernield er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1b. Bij het opzettelijk doden of vangen van steenmarters is er sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1a.
5.4.2 Gebruik van het plangebied Tijdens het gericht veldonderzoek zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter aangetroffen binnen het plangebied. Effectbeoordeling Aangezien het soortgericht onderzoek naar de steenmarter heeft aangetoond dat er zich
Pagina 15
binnen het plangebied geen vaste rust- en verblijfplaatsen bevinden, zal er bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden geen sprake zijn van het vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Derhalve is een ontheffingsaanvraag ten aanzien van vaste rust- en verblijfplaatsen niet noodzakelijk.
5.5 Overige soorten broedvogels en grondgebonden zoogdieren Tijdens het soortgericht onderzoek naar de gierzwaluw, huismus, vleermuizen en steenmarter zijn naast diverse soorten broedvogels ook bosmuis, egel en konijn aangetroffen in het plangebied. Broedvogels Er moet rekening worden gehouden met broedvogels. Tijdens de veldonderzoeken zijn diverse broedvogels in het plangebied waargenomen, die mogelijk nestlocaties hebben binnen het plangebied. Het gaat om kauw, koolmees, merel, Turkse tortel, witte kwikstaart en zwarte roodstaart. Bezette nesten van alle inheemse broedvogels zijn beschermd en een ontheffing voor het verstoren of vernielen van deze nesten is niet mogelijk. Activiteiten moeten daarom bij voorkeur buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden, waarbij voorkomen wordt dat broedvogels zich vestigen in het plangebied. Vogels die buiten het broedseizoen broeden zijn ook beschermd. Werkzaamheden mogen alleen in het broedseizoen plaatsvinden indien er geen broedvogels verstoord worden. Zwarte roodstaart De zwarte roodstaart is een categorie 5 soort. Een categorie 5 soort is enkel beschermd wanneer hiervoor zwaar ecologische redenen voor gelden. Omdat de zwarte roodstaart in gebouwen al snel een broedplaats kan maken is dit niet het geval.
In de omgeving en elders in de bebouwde kom van Giesbeek zijn voor deze soort voldoende alternatieven. Grondgebonden zoogdieren De in het plangebied aangetroffen grondgebonden zoogdiersoorten bosmuis, egel en konijn zijn in de provincie Gelderland vrijgesteld van de verboden als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdelen a en b, bij ruimtelijke ontwikkelingen. Echter voor deze soorten blijft de zorgplicht van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild voorkomende dieren en planten, dus ook niet-beschermde (vrijgestelde) soorten, en hun leefomgeving. Derhalve moet er bij de werkzaamheden rekening gehouden worden met de aanwezigheid van individuen van deze soorten, bijvoorbeeld door bij de werkzaamheden in één richting te werken, werkzaamheden in fases uitvoeren, ruim voor de winterperiode aanwezige beplanting en materiaal (opslag) verwijderen op die plekken waar gewerkt gaat worden en door aangetroffen individuen van beperkt mobiele soorten (zoals egels) te verplaatsen naar een veilige locatie buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
Pagina 16
6 Conclusie Aan de hand van de verkregen resultaten en datgene wat gesteld wordt in de Wet natuurbescherming kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Door de geplande activiteiten verdwijnen geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentiële delen van de functionele leefomgeving van gierzwaluw, huismus, vleermuizen en steenmarter. Het nemen van mitigerende en/of compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Overige broedvogels en grondgebonden zoogdieren Er dient rekening gehouden te worden met broedvogels, door buiten het broedseizoen te werken of de werkzaamheden te starten voor aanvang van het broedseizoen. Voor de in het plangebied voorkomende beschermde zoogdiersoorten bosmuis, egel en konijn is in de provincie Gelderland een vrijstelling van kracht, waardoor een ontheffingsaanvraag niet noodzakelijk is. Wel dient er in het kader van de zorgplicht rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van individuen van deze soorten.
Pagina 17
Bijlagen 1
Resultaten veldonderzoek
Pagina 18
Bijlage 1 Resultaten veldonderzoek Gierzwaluw
= “laag gierende” gierzwaluwen: (vermoedelijke) nestlocatie gierzwaluw = hoog overvliegende gierzwaluwen
Pagina 19
Huismus
= territoriale/zingende mannetjes of nestindicerende waarnemingen = waarneming huismussen in rand plangebied (coniferenhaag bij IJsselpad 7)
Pagina 20
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel T 0314 641 910 info@staringadvies.nl
Pagina 21