1038909 Bijlage 2 bij toelichting quickscan natuurtoets
Tekst van het document
2017o
Quickscan natuurtoets
Ontwikkelingen Recreatiepark de Bijland Tolkamer
Recreatiepark De Bijland
Projectnummer: 3207.02 Datum: 25-6-2020 Versie: Definitief
Quickscan natuurtoets Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
Opdrachtgever:
Recreatiepark De Bijland B.V.
Projectnummer:
3207.02
Datum:
25-6-2020
Versie:
Definitief
Projectleider en rapporteur:
Laura Tilleman
Autorisatie:
Jur Metselaar
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
INHOUD
1
INLEIDING .............................................................................................................................................. 3
2
PROJECTGEBIED ..................................................................................................................................... 4 2.1 Situering .................................................................................................................................. 4 2.2 Geplande werkzaamheden ..................................................................................................... 4 2.3 Algemene constateringen ....................................................................................................... 4
3
WERKWIJZE............................................................................................................................................ 6 3.1 Bureauonderzoek .................................................................................................................... 6 3.2 Veldbezoek .............................................................................................................................. 6 3.3 Betrouwbaarheid en geldigheid .............................................................................................. 6
4
BELEIDSKADER ....................................................................................................................................... 7 4.1 Algemeen ................................................................................................................................ 7 4.2 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 7 4.3 Soortbescherming ................................................................................................................... 8 4.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 8
5
RESULTATEN .......................................................................................................................................... 9 5.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 9 5.2 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................. 13 5.3 Vleermuizen .......................................................................................................................... 14 5.4 Vogels .................................................................................................................................... 14 5.5 Reptielen en amfibieën ......................................................................................................... 16 5.6 Overige beschermde diersoorten ......................................................................................... 16 5.7 Vaatplanten ........................................................................................................................... 16 5.8 Samenvatting ........................................................................................................................ 17
6
CONCLUSIE .......................................................................................................................................... 18 6.1 Conclusies soort- en gebiedsbescherming ............................................................................ 18 6.2 Aanvullend onderzoek ..................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
7
LITERATUURLIJST ................................................................................................................................. 20 7.1 Referenties ............................................................................................................................ 20 7.2 Gebruikte websites ............................................................................................................... 21 7.3 Overige geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 21
BIJLAGEN 1. 2.
Effectenindicator Natura 2000-gebied Rijntakken Kernkwaliteiten GNN en GO
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
2
3207.02
Quickscan natuurtoets
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING In opdracht van Recreatiepark De Bijland B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan natuurtoets uitgevoerd aan de Bijland 2a te Tolkamer. Het betreft een aantal gebouwen en een perceel behorende bij recreatiepark de Bijland, ten westen van recreatieplas De Bijland. De beoogde ontwikkeling voorziet in de sloop van een toiletgebouw, bijgebouw en chalet en de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning. Daarnaast wil men twee nieuwe toiletgebouwen plaatsen en 40 camperplaatsen realiseren tussen de parkeerplaats en receptie van het recreatiepark. Het doel van de natuurtoets is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingreep op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Uit deze natuurtoets moet blijken of er nadelige effecten zijn op gebieden met een speciale beschermingsstatus, namelijk: Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Vervolgens worden de mogelijke effecten onderzocht op onder de Wet natuurbescherming beschermde dier- of plantensoorten. Als (nadelige) effecten niet uit te sluiten zijn moet nader onderzoek plaatsvinden, moeten er mitigerende/compenserende maatregelen getroffen worden en/of eventueel een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Deze natuurtoets is gebaseerd op bureauonderzoek en een veldonderzoek.
In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de werkwijze (hoofdstuk 3), het beleidskader (hoofdstuk 4), de resultaten (hoofdstuk 5) en de conclusie (hoofdstuk 6) beschreven.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
3
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
2
PROJECTGEBIED
2.1
Situering Het projectgebied betreft het bestaande recreatiepark De Bijland, gelegen in het recreatiegebied De Bijland, ten noordwesten van de kern van Tolkamer.
Figuur 1. Ligging en begrenzing projectgebied
2.2
Geplande werkzaamheden De beoogde ontwikkeling voorziet in de sloop van een toiletgebouw, bijgebouw en chalet. Op de locatie van het bijgebouw wordt een nieuwe bedrijfswoning gebouwd. In plaats van het toiletgebouw worden er twee prefab toiletgebouwen geplaatst op verschillende percelen die gebruikt worden voor campers. Daarnaast wil men 40 camperplaatsen realiseren tussen de parkeerplaats en receptie van het recreatiepark. De camperplaatsen worden op het gras geplaatst en voornamelijk benut van april tot eind oktober (figuur 2).
2.3
Algemene constateringen Het projectgebied bestaat uit verschillende gebouwen en een grasperceel binnen en aan de rand van recreatiepark de Bijland. Het toiletgebouw en bijgebouw zijn verouderd en al lange tijd buiten gebruik. Het chalet wordt in de huidige situatie bewoond. De percelen waar de camperplaatsen en toiletgebouwen gerealiseerd gaan worden bestaan voornamelijk uit gras (figuur 3). Het voornemen is ook aan de zijde van de recreatieplas campers te plaatsen. Hier zijn in de huidige situatie twee volleybalveldjes aanwezig.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
4
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 2. Locaties van de te slopen gebouwen (geel) en de te realiseren camperplaatsen (oranje)
Figuur 3. Impressie van het projectgebied en te slopen bebouwing. Linksboven de locatie van de camperplaatsen, rechtsboven het bijgebouw. Linksonder het toiletgebouw en rechtsonder het chalet.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
5
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
3
WERKWIJZE
3.1
Bureauonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is onderzoek gedaan naar de ligging van het gebied t.o.v. beschermde natuurgebieden, de voorkomende habitats en de verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en rondom het gebied. De bronnen die hiervoor zijn geraadpleegd zijn te vinden in de literatuurlijst (zie hoofdstuk 7).
3.2
Veldbezoek Het veldbezoek van de quickscan natuurtoets is uitgevoerd op 8 juni 2020 tussen 11:00 en 12:00. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt, droog, circa 16 graden Celsius en stond er een zwakke wind (2 Bft). Er is gekeken naar het terrein en de geschiktheid hiervan voor beschermde planten- en diersoorten. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten, met inbegrip van sporen als braakballen, uitwerpselen, nesten en andere mogelijke verblijfplaatsen.
3.3
Betrouwbaarheid en geldigheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige wet- en regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van het projectgebied voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van deze soorten. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan natuurtoets geldig is voor een periode van maximaal 3 jaar, tenzij de ecologische omstandigheden in deze periode wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, of wanneer inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de natuurtoets opnieuw te onderzoeken.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
6
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
4
BELEIDSKADER
4.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel de natuur te beschermen, te ontwikkelen en de biologische diversiteit te behouden en herstellen. Voor ruimtelijke ingrepen zijn naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) ook hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (soortenbescherming) en hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb van belang. Beschermde gebieden die geen deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk zijn het Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Deze gebieden vallen echter niet onder de Wnb, maar worden op provinciaal niveau beschermd.
4.2
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Het omvat gebieden waarin habitats en soorten beschermd worden die van Europees belang zijn. Per Natura 2000gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten en andere handelingen die negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de habitats en/of de instandhoudingsdoelen van het gebied mogen niet plaatsvinden zonder een vergunning. Dit geldt niet alleen voor projecten en handelingen binnen het Natura 2000-gebied. Ook projecten en handelingen aangrenzend of buiten het gebied kunnen negatieve effecten veroorzaken. Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en heeft als doel deze beter met elkaar en omringende agrarische gebieden te verbinden. In Gelderland zijn deze gebieden bekend als het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het NNN is niet meegenomen in de Wnb; provincies wijzen zelf gebieden aan en dragen de verantwoordelijkheid voor het NNN en zijn behoud en ontwikkeling. In Gelderland zijn de GNN-gebieden aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018ᵃᵇ). Ruimtelijke ingrepen mogen de kenmerken en waarden van het NNN niet schaden. Dit wordt gewaarborgd door het ‘nee, tenzij’-principe.
Dit houdt in dat de voorgenomen ontwikkeling geen doorgang kan vinden als er sprake is van significant negatieve effecten, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De ontwikkeling moet van groot openbaar belang zijn; Er zijn geen reële alternatieven; Negatieve effecten op oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden worden zoveel mogelijk beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd. Groene ontwikkelingszone Om de samenhang van de natuur in het Gelders Natuurnetwerk te beschermen wil de provincie verbindingszones aanleggen in de Groene Ontwikkelingszone. Het bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die vervlochten zijn met het GNN. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in principe niet toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten. Net als de GNN-gebieden is de Groene Ontwikkelingszone aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018ᵃᵇ).
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
7
3207.02
Quickscan natuurtoets
4.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1) Beschermingsregime soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn (Wnb § 3.2) Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3) In bovengenoemde paragrafen uit het Wnb is opgenomen voor welke handelingen een vrijstelling verleend kan worden en zijn verbodspalingen vastgesteld. De verbodsbepalingen houden in dat vogels en andere beschermde soorten niet gedood of opzettelijk gestoord mogen worden en nesten, voortplantings- en rustplaatsen niet beschadigd mogen worden. Verder mogen beschermde planten niet geplukt of vernield worden. Als de werkzaamheden van het project leiden tot het overtreden van deze verbodsbepalingen moet worden nagegaan of een provinciale vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen.
4.4
Houtopstanden Als houtopstanden buiten de bebouwde kom worden geveld kan er een meld- en herbeplantingsplicht gelden. Dergelijke houtopstanden worden in de Wet natuurbescherming omschreven als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die een oppervlakte van 10 are of meer beslaan. Ook wordt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen als houtopstand gerekend. Er zijn een aantal uitzonderingen op de meld- en herbeplantingsplicht (Wnb §4.1).
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
8
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
5
RESULTATEN
5.1
Gebiedsbescherming Natura 2000 Het recreatiepark wordt omringd door Natura 2000-gebied Rijntakken. Het perceel van de camperplaatsen en de te bouwen bedrijfswoning liggen op ongeveer 150 meter ten westen van recreatieplas De Bijland, behorende bij de Rijntakken (figuur 5).
Figuur 5. Ligging projectgebied (rood kader) t.o.v. de Natura 2000-gebieden Rijntakken (gestreept).
Om te bepalen of de voorgenomen ontwikkelingen negatieve effecten hebben op de Rijntakken is de effectenindicator van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit geraadpleegd. Met de effectenindicator kan worden ingezien hoe gevoelig bepaalde habitattypen en planten- en diersoorten zijn voor verschillende soorten verstoringen. In dit onderzoek zijn de storingsfactoren ‘woningbouw’ en ‘landrecreatie’ bekeken. Verstoringen die bij landrecreatie aan bod komen zijn oppervlakteverlies, verontreiniging, optische verstoring, verstoring door geluid/licht en mechanische effecten. Voor woningbouw worden de volgende verstoringen toegevoegd: versnippering, verdroging en verstoring door trilling. De effectenindicatoren voor woningbouw en landrecreatie op Natura 2000-gebied Rijntakken zijn toegevoegd in bijlage 1. De storingsfactoren oppervlakteverlies en versnippering zijn uit te sluiten omdat de werkzaamheden plaatsvinden buiten het Natura 2000-gebied. Verdroging is uit te sluiten omdat de ontwikkelingen geen effect zullen hebben op de waterhuishouding van het gebied. Verontreiniging, optische verstoring en verstoring door geluid en licht zijn niet geheel uit te sluiten door het plaatsen van de camperplaatsen aan de
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
9
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
rand van het gebied. Verstoring door geluid kan ook voorkomen tijdens de bouw van de bedrijfswoning, maar dit is een tijdelijk effect. Verstoring door trilling vindt niet plaats tijdens de bouw, omdat bij de werkzaamheden geen hei- of boorstellingen worden gebruikt. Verstoring door geluid en trilling kan wel plaatsvinden bij de sloop van de gebouwen, maar dit is een tijdelijk effect. Mechanische effecten als golfslag en luchtwervelingen zijn uit te sluiten, maar betreding is eveneens niet uit te sluiten vanwege de camperplaatsen die op kleine afstand van het Natura 2000-gebied komen te liggen. In onderstaande tabel zijn de mogelijke verstoringen per ontwikkeling weergegeven. De verstoringen die mogelijk plaatsvinden zijn allemaal van tijdelijke aard, waardoor er geen significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied verwacht worden. Verstoring Oppervlakteverlies Versnippering Verontreiniging Verdroging Verstoring door geluid
Camperplaatsen Nee Nee Mogelijk (apr-okt) Nee Mogelijk (apr-okt)
Verstoring door licht Verstoring door trilling
Mogelijk (apr-okt) Nee
Optische verstoring Verstoring door mechanische effecten
Mogelijk (apr-okt) Betreding (apr-okt)
Toiletgebouwen Nee Nee Nee Nee Minimaal tijdens sloop (tijdelijk) Nee Minimaal tijdens sloop (tijdelijk) Nee Nee
Bedrijfswoning Nee Nee Nee Nee Minimaal tijdens sloop en bouw (tijdelijk) Nee Minimaal tijdens sloop (tijdelijk) Nee Nee
Gezien de werkzaamheden niet plaatsvinden binnen het Natura 2000-gebied worden effecten op de instandhoudingsdoelen van de Rijntakken niet verwacht. Het is noodzakelijk om voor de werkzaamheden een stikstofberekening uit te voeren, om negatieve effecten door stikstofdepositie uit te sluiten. Natuurnetwerk Nederland en Groene Ontwikkelingszone Alle percelen zijn gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) en de camperplaatsen grenzen direct aan het Gelders Natuurnetwerk (GNN); de Gelderse gebieden van Natuurnetwerk Nederland (figuur 6). Gezien het projectgebied zich binnen de Groene Ontwikkelingszone bevindt moet worden aangetoond dat de kernkwaliteiten niet significant worden aangetast, voordat de ontwikkelingen mogelijk gemaakt kunnen worden. De kernkwaliteiten van het GO en GNN op deze locatie zijn toegevoegd in bijlage 2.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
10
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 6. Ligging deelgebieden (rood kader) t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).
Effecten op kernkwaliteiten die op voorhand zijn uit te sluiten voor alle deelgebieden zijn effecten op de rivier, op het onderdeel zijn van de Gelderse Poort, op de natuurcomplexen Oude Waal, de stroomdalgraslanden, het leefgebied van de steenuil en kamsalamander, de cultuurhistorische waarde en de abiotiek. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van deze gebieden of de ontwikkelingen hebben geen effect op deze kernkwaliteiten. Er worden geen significant negatieve effecten verwacht op weide-, water- en moerasvogels gezien er op de locatie van de werkzaamheden al recreatie plaatsvindt. Significant negatieve effecten op vleermuizen, amfibieën, vissen en bevers zijn uit te sluiten vanwege de kleinschalige ingrepen en de afwezigheid van geschikte (aquatische) leefgebieden binnen het projectgebied. De kernkwaliteiten rust en donkerte moeten behouden worden door verstoring door licht en geluid te beperken bij de camperplaatsen. Anderzijds is dit gebied bestemd voor recreatie, waardoor er geen verslechtering van deze kernkwaliteit wordt verwacht. Een kernkwaliteit die door de realisatie van de camperplaatsen mogelijk afneemt is ruimte. Echter, er is geen sprake van permanente bebouwing en de camperplaatsen zijn voornamelijk in gebruik van april t/m oktober.
Verder zullen niet alle plaatsen bezet zijn deze maanden, het is dus een tijdelijke activiteit en geen permanente afname van ruimte. Daarnaast leveren de camperplaatsen weer een verbetering voor de kernkwaliteit recreatie op. De onbebouwdheid van de uiterwaarde blijft behouden omdat er geen nieuwe constructies worden gebouwd, enkel op plaatsen waar deze al aanwezig waren. De ecosysteemdienst wateropvang en -afvoer wordt eveneens niet aangetast door de werkzaamheden.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
11
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Vervolgens zijn er ook kernkwaliteiten die bevorderd worden door de realisatie van de camperplaatsen en ontwikkelingen op het recreatiepark, namelijk het recreatief gebied in de uiterwaarden en de ecosysteemdienst recreatie. De mogelijke effecten op de kernkwaliteiten zijn in onderstaande tabel per deelgebied weergegeven. Kernkwaliteit
Camperplaatsen
Toiletgebouwen
Bedrijfswoning
Dynamische rivier met geologische en geomorfo-
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Uiterwaarden Boven-Rijn met vooral industri-
Bevorderend voor
Nee
Nee
eel/recreatief landschap: klei- en zandwinningen,
recreatie in het
recreatiegebied
gebied
Natuurcomplexen Oude Waal - Byland, Lobber-
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Waarden voor weidevogels, water- en moerasvo-
Geen verslechte-
Nee
Nee
gels, vleermuizen, amfibieën, vissen en bevers
ring
Leefgebied steenuil en kamsalamander
Nee
Nee
Nee
Plaatselijk kleinschalige landschappen met stran-
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
staatswerken (kades en sluisjes), kleiwinningen Onbebouwdheid van de uiterwaarden (enkele boerderijen en steenfabrieken)
Nee
Nee
Nee
Rust, ruimte en donkerte
Licht en geluid be-
Licht en geluid be-
Licht en geluid be-
perken. Mogelijk
perken. Geen ver-
perken. Geen ver-
beperkte afname
slechtering ruimte
slechtering ruimte
Nee
Nee
Nee
Bevorderend voor
Nee
Nee
logische dynamiek, water-, sediment- en diasporentransport; Onderdeel van Nationaal Landschap Gelderse Poort
densche Waard Parel Bijlanddijk, Helicopterveld: zeer rijk stroomdalgrasland met veel zeldzame soorten en plantengemeenschappen
gen, hagen en singels, knotwilgen en kleine ooibosjes Cultuurhistorische waarden van de uiterwaarden, oude kavelpatronen, doorbraakkolken, water-
ruimte Abiotiek: aardkundige waarden (o.m. reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen), kwel, bodem Ecosysteemdiensten: recreatie, wateropvang en –afvoer
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
recreatie.
12
3207.02
Quickscan natuurtoets
5.2
Buro Ontwerp & Omgeving
Grondgebonden zoogdieren Algemene soorten Er wordt verwacht dat er verschillende algemene grondgebonden zoogdieren kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied. Enkele voorbeelden hiervan zijn de haas, egel en mol. Het is niet uit te sluiten dat deze zoogdieren in het projectgebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor de meeste grondgebonden zoogdieren geldt in Gelderland een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (Wnb artikel 1.11). Strikt beschermde soorten Op basis van verspreidingsgegevens kunnen de volgende strikt beschermde zoogdiersoorten in en om het projectgebied voorkomen: eekhoorn, bever, steenmarter, bunzing en hermelijn. Eekhoorns bouwen nesten in bomen die vooral ‘s winters goed waarneembaar zijn. Het nest is bolvormig en heeft een doorsnede van 30 tot 50 cm. Soms gebruiken ze ook boomholtes, oude kraaien- of eksternesten of grote nestkasten als nestplaats. Nesten van eekhoorns kunnen op die van de ekster lijken, maar zijn te onderscheiden door de aanwezigheid van blaadjes (Zoogdiervereniging, 2020). In het projectgebied werden dergelijke nesten echter niet aangetroffen. Ook zijn geschikte boomholtes, nestkasten en oude kraaien- en eksternesten niet aanwezig.
De aanwezigheid van verblijfplaatsen in het projectgebied kan daarom worden uitgesloten. De bever komt voor langs waterlopen en meren in de omgeving van loof- en gemengde bossen. Sporen die ze in het landschap achterlaten zijn dammen, vraatsporen en burchten. Burchten worden gemaakt op plekken met een stabiel waterniveau, waardoor ze vaak worden aangetroffen langs meren en zijtakken van rivieren en beken. Hier bouwen ze burchten in rietland en bosopslag aan de oevers van water. Waarnemingen van de bever zijn de afgelopen 10 jaar herhaaldelijk gedaan in De Bijland. Tijdens de quickscan werden er in het projectgebied geen sporen van bevers aangetroffen, het is niet waarschijnlijk dat dit gebied onderdeel uitmaakt van de essentiële functionele leefomgeving. De oevers van het projectgebied zijn namelijk geheel onbegroeid en worden door bezoekers van De Bijland gebruikt als recreatiestrand. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke als verblijfplaats. De te slopen bebouwing vormt geen geschikte verblijfplaats voor de steenmarter, aangezien deze geen verblijfsruimte biedt aan de steenmarter en geen geschikte openingen bevatten. De aanwezigheid van een verblijfplaats van de steenmarter kan daarom worden uitgesloten. De bunzing en hermelijn zijn afhankelijk van water in de omgeving en voldoende schuilmogelijkheden (Bouwens, 2017).
Gezien de locatie van de werkzaamheden enerzijds bestaat uit open grasveld zonder schuilmogelijkheden en anderzijds uit bebouwing vormt dit geen geschikte habitat voor de bunzing en hermelijn en kunnen negatieve effecten op deze soorten worden uitgesloten.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
13
3207.02
Quickscan natuurtoets
5.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Vleermuizen Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen in de omgeving van het projectgebied de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, gewone grootoor vleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn (Wnb artikel 3.5). Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Er zijn ook soorten die zowel gebouw- als boombewonend zijn. Vervolgens wordt er onderscheid gemaakt in typen verblijfplaatsen, bijvoorbeeld zomer- en paarverblijven. Er zijn geen geschikte bomen aanwezig die kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuissoorten. Het te slopen toiletgebouw en chalet bevatten geen openingen die toegang bieden tot het gebouw en kunnen daarom uitgesloten worden als verblijfplaats. Het bijgebouw heeft wel een opening in de dakrand, maar deze opening leidt niet tot een spouwmuur of andere geschikte ruimte die kan dienen als verblijfplaats. De aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen kan hierdoor worden uitgesloten. Essentiële foerageergebieden De in Nederland voorkomende vleermuizen leven allemaal van insecten. Ze foerageren daarom op allerlei plekken waar veel vliegende insecten aanwezig zijn.
Enkele voorbeelden van dit soort gebieden zijn windbeschutte plaatsen langs lijnvormige elementen (bijv. sloten, beken en houtwallen), maar ook open plekken in bosgebieden of langs oevers met rietkragen. Bij het verdwijnen van essentiële foerageergebieden gaan de verblijfplaatsen ook verloren. In het projectgebied zijn geen elementen aangetroffen die kunnen bijdragen aan de foerageerfunctie, waardoor negatieve effecten op foerageergebieden van vleermuizen uitgesloten kunnen worden. Vliegroutes Vleermuizen volgen vaak lijnvormige elementen om heen en weer te bewegen tussen de verblijfplaatsen en foerageergebieden. Het behoud van lijnvormige landschapselementen is daarom van groot belang voor de instandhouding van vleermuispopulaties. Verspreid over het recreatiepark zijn enkele bomen(rijen) aanwezig, maar hier vinden geen werkzaamheden plaats. Negatieve effecten op vliegroutes kunnen daardoor worden uitgesloten.
5.4
Vogels Algemene soorten Alle in het wild levende vogelsoorten mogen niet opzettelijk gestoord, gevangen of gedood worden volgens de Vogelrichtlijn (Wnb artikel 3.1). Tevens zijn alle vogelsoorten tijdens het broedseizoen beschermd. Hier geldt dat buiten het broedseizoen gewerkt moet worden om verstoring te voorkomen. Voor de meeste vogels kan worden aangenomen dat het broedseizoen van maart tot en met juli loopt, maar bij enkele soorten begint het seizoen eerder of loopt het langer door. Geldend hierbij is de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende algemene soorten waargenomen: houtduif en witte kwikstaart. In de omgeving werden de roep en zang van de koekoek en tjiftjaf gehoord. Het grasland voor de toekomstige Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
14
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
camperplaatsen vormt geen geschikte nestlocatie. Het betreft een klein oppervlak en er is veel verstoring door recreatie. De bomen die op deze locatie staan en wel potentiële nestlocaties bevatten blijven behouden. De te slopen bebouwing is niet toegankelijk voor vogels en er werden hier geen nesten aangetroffen. Strikt beschermde soorten Van sommige vogelsoorten zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. In de omgeving van het projectgebied kunnen dit zijn: ooievaar, buizerd, havik, sperwer, kerkuil, ransuil, gierzwaluw en huismus. Van deze strikt beschermde soorten kan de gierzwaluw op voorhand worden uitgesloten. Deze soort broedt in Nederland enkel in stenige bebouwing, zoals holtes en spleten in kerkgebouwen en onder dakpannen van woningen. Geschikte gebouwen zijn niet in het projectgebied aanwezig. Ook de havik en sperwer kunnen op voorhand worden uitgesloten. Beide soorten broeden in bosgebieden, parken en houtopslag met voldoende ruimte om zich terug te trekken. Bij voorkeur bevinden nesten zich in naaldbomen. Geen van deze elementen is echter aanwezig in het projectgebied. De ooievaar komt voor in uiterwaarden met hoge waterstanden, zoals het projectgebied. De soort broedt op speciaal voor de soort ontworpen palen en soms op daken of in bomen.
In het projectgebied zijn dit soort nesten niet waargenomen, waardoor negatieve effecten op de ooievaar kunnen worden uitgesloten. De buizerd is een veelvoorkomende roofvogel die in allerlei habitats voorkomt. Hij komt ook voor in boerenlandschap, moerasbossen en weilanden, waardoor het projectgebied een geschikte leefomgeving vormt voor deze soort. De soort bouwt een groot nest en broedt het liefst in hoge bomen en soms ook in struiken. Nesten van de buizerd zijn echter niet aangetroffen in het gebied, waardoor negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. De kerkuil leeft doorgaans in cultuurlandschappen waar ook kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen en bosjes worden aangetroffen. De soort broedt in Nederland in ongeveer 90% van de gevallen in nestkasten die in boerenschuren zijn geplaatst. Soms worden hooizolders gebruikt (BIJ12, 2017a). In het projectgebied is echter geen geschikte nestgelegenheid aanwezig, waardoor negatieve effecten op nestlocaties van kerkuilen kunnen worden uitgesloten. De ransuil leeft in kleinschalige landbouwlandschappen, bosranden, parken en open bosgebieden. De soort broedt meestal in oude nesten van kraaien, eksters en soms in oude nesten van reigers, roofvogels of eekhoorns. Bij voorkeur bevinden deze zich in naaldbomen, maar ook in boomopslag, houtwallen en vrijstaande bomen (Vogelbescherming Nederland, 2020ᵇ).
Nesten van kraaien, eksters, reigers, roofvogels en eekhoorns zijn niet aangetroffen in het projectgebied, waardoor ook nesten van ransuilen kunnen worden uitgesloten. De huismus is een standvogel die gebonden is aan bebouwing en komt voornamelijk voor in dorpen en steden. Tijdens het veldbezoek zijn er op de projectlocatie geen huismussen aangetroffen. Er zijn wel huismussen gehoord in de omgeving. De te slopen bebouwing op de projectlocatie vormt echter geen geschikte broedgelegenheid, omdat invliegopeningen afwezig zijn. De huismus kan daarom als broedvogel in het projectgebied worden uitgesloten. Vervolgens zijn er ook soorten waarvan het nest alleen jaarrond beschermd is als er zwaarwegende ecologische redenen zijn. Dit zijn voornamelijk holenbroeders, maar ook soorten die op of tegen gebouwen aan
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
15
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
nestelen zoals zwarte roodstaart, huiszwaluw en boerenzwaluw. Er zijn enkele exemplaren van de zwarte roodstaart waargenomen in het projectgebied. Daarnaast zijn er tijdens het veldbezoek bezette nesten van de boerenzwaluw aangetroffen bij de receptie, maar gezien hier geen werkzaamheden plaatsvinden zijn negatieve effecten hierop uit te sluiten. In de omgeving van het projectgebied zijn ook voldoende uitwijkmogelijkheden, waardoor er geen ecologisch zwaarwegende redenen zijn om potentiële nesten van deze soorten jaarrond te beschermen.
5.5
Reptielen en amfibieën Algemene soorten Op basis van de openbare verspreidingsgegevens zijn de gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker, meerkikker en kleine watersalamander te verwachten in de omgeving van het projectgebied. Er zijn geen aquatische elementen waargenomen op de locaties van de werkzaamheden, enkel de naastgelegen recreatieplas. Voor de algemene amfibieën geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder geldt wel de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (Wnb artikel 1.11). Strikt beschermde soorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de gladde slang, hazelworm, zandhagedis, poelkikker, kamsalamander en rugstreeppad in de omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. Al deze soorten worden beschermd volgens de Habitatrichtlijn (Wnb artikel 3.10). Van deze strikt beschermde soorten kunnen de gladde slang, hazelworm en zandhagedis op voorhand worden uitgesloten. Deze soorten komen allen voor op zand(- en löss)gronden, waardoor het projectgebied geen geschikt habitat vormt (RAVON, 2020abc). Daarnaast kunnen negatieve effecten op de poelkikker, kamsalamander en rugstreeppad uitgesloten worden door de afwezigheid van aquatische elementen op de locaties van de werkzaamheden.
5.6
Overige beschermde diersoorten Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen, weekdieren, libellen en kevers rondom het projectgebied. Daarnaast vinden er geen werkzaamheden plaats die effect hebben op de recreatieplas en blijft vegetatie op het perceel van de camperplaatsen grotendeels bereikbaar. Negatieve effecten op de overige strikt beschermde soortgroepen zijn daarom uitgesloten.
5.7
Vaatplanten Tijdens het veldbezoek zijn enkel algemene soorten waargenomen zoals paardenbloem, kleine ooievaarsbek, duizendblad, smalle weegbree, klein streepzaad, vijfvingerkruid en muurpeper. Er is één waarneming bekend van een beschermde plant in de omgeving van recreatiepark de Bijland. De grote leeuwenklauw is namelijk waargenomen in 2017. De grote leeuwenklauw bloeit van mei tot en met augustus (FLORON, 2020). Tijdens het veldbezoek in juni is deze soort niet gevonden op de locatie van de waarneming in 2017 en ook niet op de locaties van de werkzaamheden. Hierdoor zijn negatieve effecten op beschermde vaatplanten uit te sluiten.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
16
3207.02
Quickscan natuurtoets
5.8
Buro Ontwerp & Omgeving
Samenvatting Onderstaande tabel geeft de soorten die (mogelijk) aanwezig zijn weer, de effecten waar ze last van hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Soortgroep Grondgebonden zoogdiersoorten
Vleermuizen
Vogels
Reptielen en amfibieën
Overige diersoorten Vaatplanten
Soort(en) Strikt beschermde soorten Algemene soorten Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Verblijfplaatsen boombewonende soorten Foerageergebieden Vliegroutes
Aanwezigheid Nee
Mogelijk effect Nee
Opmerkingen -
Ja
Nee*
-
Nee
Nee
-
Nee
Nee
-
Nee
Nee
-
Nee
Nee
-
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Nee
-
Mogelijk
Verstoring plaatsen
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Nee
-
Mogelijk
Nee*
-
-
Nee
Nee
-
-
Nee
Nee
-
nest-
Werken buiten het vogelbroedseizoen
*Er dient wel rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
17
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
6
CONCLUSIE
6.1
Conclusies soort- en gebiedsbescherming Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van het project op vaste verblijf- en rustplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten (Wnb). Daarnaast zijn de mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden onderzocht. Soortbescherming Er zijn geen vaste rust- of verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten geconstateerd. Er worden geen negatieve effecten op beschermde soorten verwacht. Er is geen nader onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen zonder vergunning van de Wet natuurbescherming worden uitgevoerd. Het kan wel zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene soorten in het projectgebied voorkomen, hierbij moet gelet worden op de algemene zorgplicht (Wnb artikel 1.11). Gebiedsbescherming Omdat de werkzaamheden niet plaatsvinden binnen het Natura 2000-gebied, van tijdelijke aard zijn en zich ruimtelijk beperken, zijn zowel de actuele als de blijvende impact op de geldende instandhoudingsdoelstellingen te verwaarlozen. In dit licht mag verwacht worden dat geen vergunningplicht aan de orde is vanuit de Wet natuurbescherming. De camperplaatsen worden gerealiseerd aan de grens van recreatieplas de Bijland, behorende bij het Natura 2000-gebied. Het terrein wordt hierbij niet verhard en de camperplaatsen zullen voornamelijk met goed weer bezet zijn (van april t/m oktober).
In deze maanden vindt er in de huidige situatie ook dag- en waterrecreatie plaats op deze locatie, bijvoorbeeld op de volleybalvelden. Verstoringen die niet geheel uit te sluiten zijn, zijn betreding, optische verstoring, verstoring door licht, geluid en verontreiniging. Er wordt niet verwacht dat betreding en optische verstoring resulteren in significant negatieve effecten, gezien het gebied niet gedurende het hele jaar bezet is en omdat er in de huidige situatie ook recreatie plaatsvindt aan het water. Verder zijn verstoringen door geluid en licht niet geheel uit te sluiten. Negatieve effecten kunnen worden voorkomen door verstoring door geluid en licht ’s nachts zoveel mogelijk te beperken. Verstoring door licht is voornamelijk van toepassing op vleermuizen. Vaak wordt groen licht gebruikt als natuurvriendelijk licht, maar vleermuizen blijken zowel groen als wit licht te vermijden. Bij gebruik van verlichting in De Bijland wordt aangeraden om te focussen op licht dat de minste verstoring van vleermuizen veroorzaakt. Dit kan het beste met amberkleurig licht. Onderzoek toonde aan dat in volledig donkere gebieden en bij amberkleurig licht geen gedragsveranderingen bij vleermuizen optreden (Zoogdiervereniging, 2011). Daarnaast is verontreiniging door menselijk afval een belangrijk aandachtspunt.
Er moet in het gebied voldoende gelegenheid zijn voor recreanten om hun afval weg te gooien. Een andere manier om deze verstoring tegen te gaan is door afval te rapen rondom de recreatieplas. Voor verstoring door geluid en licht en verontreiniging van de gronden wordt geadviseerd toezicht te houden of handhavend op te treden naar toeristen en recreanten. Door hier aandacht aan te besteden kunnen significante negatieve effecten op het Natura 2000-gebied en de bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen worden uitgesloten.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
18
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Het projectgebied valt geheel binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) en ligt op kleine afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Er worden door de sloop en nieuwbouw geen significante negatieve effecten verwacht op de kernkwaliteiten van de GO en het nabijgelegen GNN. Bij de camperplaatsen zijn negatieve effecten op de kernkwaliteit ‘ruimte’ niet geheel uit te sluiten. Hierbij wordt opgemerkt dat er geen sprake is van permanente bebouwing, het perceel een kleine oppervlakte betreft en niet het gehele jaar bezet zal zijn, waardoor de kwaliteit 'ruimte' niet blijvend verloren gaat. Tegenover dit mogelijk negatieve effect op de kernkwaliteiten staat wel een versterking van de kernkwaliteit ‘uiterwaarden: recreatiegebied’ en ‘ecosysteemdienst: recreatie’. Per saldo wordt verwacht dat de werkzaamheden leiden tot een versterking van de kernkwaliteiten van het GO.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
19
3207.02
Quickscan natuurtoets
7
LITERATUURLIJST
7.1
Referenties
Buro Ontwerp & Omgeving
BIJ12 (2017a). Kennisdocument Kerkuil, Tyto alba, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht, Nederland BIJ12 (2017b). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. ’s-Hertogenbosch, Nederland: Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant FLORON (2020). FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten Aphanes arvensis L., Grote leeuwenklauw. Geraadpleegd op 22 juni 2020 via https://www.verspreidingsatlas.nl/0074# Ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit (2020). Effectenindicator Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 11 juni 2020 via https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1 Provincie Gelderland (2018ᵃ). Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2018ᵇ). Geconsolideerde Omgevingsverordening (december 2018). Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. RAVON (2020a). Gladde slang, Coronella austriaca. Geraadpleegd https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/gladde-slang
op
12
juni
2020
via
RAVON (2020b). Hazelworm, Anguis fragilis. Geraadpleegd op 12 juni 2020 via https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/hazelworm RAVON (2020c). Zandhagedis, Lacerta agilis. Geraadpleegd op 12 juni 2020 via https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/zandhagedis Zoogdiervereniging (2011). Een vleermuisvriendelijke kleur voor vleermuizen. Geraadpleegd op 16 juni 2020 via https://www.zoogdiervereniging.nl/nieuws/2011/een-vleermuisvriendelijke-kleur-voor-verlichting Zoogdiervereniging (2020). Eekhoorn. Geraadpleegd op 16 juni 2020 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
20
3207.02
Quickscan natuurtoets
7.2
Buro Ontwerp & Omgeving
Gebruikte websites www.pdok.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.RAVON.nl
7.3
Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża. Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers.
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
21
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
BIJLAGE 1 Effectenindicator Natura 2000-gebieden Effectenindicator voor activiteit ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebied Rijntakken (Ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit, 2020).
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
22
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Effectenindicator voor activiteit ‘landrecreatie’ op Natura 2000-gebied Rijntakken (Ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit, 2020).
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
23
3207.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
BIJLAGE 2 Kernkwaliteiten GNN en GO
Recreatiepark De Bijland te Tolkamer
24
3207.02