CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1013246 Bijlage 1 Nota Grondbeleid gemeente Zevenaar 2021

Raadsvergaderingen 2018-2022 7 juli 2021, gemeente ZevenaarBij agendapunt: HAMERSTUK Z/20/376291 Nota Grondbeleid Gemeente Zevenaar 202112.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Thema’s in het grondbeleid wegen mee bij de uitgifte van gemeentegrond en bij initiatieven van derden Bij de uitgifte van gemeentegrond bepalen we als gemeente de selectiemethode. Ook de opgave binnen het maatschappelijk rendement – op basis van de thema’s in het grondbeleid – bepalen we per locatie en project. We kiezen de beste selectiemethode, rekening houdend met het vooraf geformuleerde gewenste integrale resultaat. Daarbij kijken we naar maatschappelijk en financieel rendement, zowel op korte als lange termijn. Voor iedere locatie of project wordt het rendement getoetst aan de thema’s in het grondbeleid. De weging van de thema’s in het grondbeleid verschillen per project. In het kader van transparantie wordt dit voorafgaand aan een selectieprocedure gecommuniceerd. Selectieprocedures blijken echter soms kostbaar en tijdrovend te zijn. Om te garanderen dat ook kleinere marktpartijen, inwonersgroepen en andere particuliere actoren kunnen meedingen in voor hen interessante projecten zoeken we als gemeente naar innovatieve selectiemethoden (zoals prijsvragen, tenders met innovatieve of uitdagende kaders en nieuwe samenwerkingsvormen). We beoordelen initiatieven van derden, waarbij een ondergrens geldt van meer dan 20 woningen of één hectare bedrijventerrein, met een maatschappelijke kosten-batenanalyse volgens de ‘total-life-cycle’ benadering.

Projecten worden, naast ruimtelijke/ landschappelijke inpasbaarheid, beoordeeld op zowel financieel als maatschappelijk rendement. Op die manier nemen we ook indirecte positieve en negatieve effecten van een ontwikkeling mee in ons waardeoordeel. We hebben daarbij in de eerste plaats een faciliterende rol. Met inachtneming van de hierboven genoemde ondergrenzen is het aan initiatiefnemers zelf om bij aanvragen te vermelden hoe zij de financiële en maatschappelijke aspecten meenemen, zowel op korte als lange termijn (denk hierbij aan duurzaamheidseisen e.d.). We hanteren, afhankelijk van het thema, verschillende rendementen, financiën en (grond)opbrengsten. Bij de uitgifte van gemeentelijke grond hanteren we – grond bestemd voor sociale huur daargelaten – in principe marktconforme functionele grondprijzen. Dit betekent dat gemeente Zevenaar een prijs hanteert zaaknummer Z/20/376291

pagina 22 van 30

die afhankelijk is van functie en gebruik. We denken echter graag mee over de betaalbaarheid van ontwikkelingen, zeker als die vanwege de te verwachten maatschappelijke meerwaarde, bijdragen aan het totale integrale rendement. Voor projecten zetten we altijd het financieel rendement af tegen het maatschappelijk rendement. Dit rendement meten we over de totale levenscyclus van dat wat gerealiseerd wordt. We werpen hiermee een brede blik op gebiedsontwikkelingen, waarbij we ook de effecten op lange termijn meenemen. Denk bijvoorbeeld aan lange termijn toenames in beheer en onderhoud van (openbare) ruimten, de fysieke en mentale gezondheid van inwoners, duurzaamheid, werkgelegenheid of de toekomstige economische levensvatbaarheid van Zevenaar. Het gaat dus niet alleen om het directe economische resultaat in de grondexploitatie. Een mogelijke bijdrage aan het maatschappelijk rendement, bijvoorbeeld door eindgebruikers, nemen we ook mee in de total-life-cycle-benadering. Grotere investeringen voorafgaande aan een ontwikkeling zijn daarom mogelijk wenselijk als daarmee bijvoorbeeld op lange termijn kosten worden bespaard. Voorbeelden zijn investeringen in verduurzaming, klimaatadaptatie of levensloopgeschiktheid. We dragen vanwege onze publiekrechtelijke taak altijd enige verantwoordelijkheid voor het kostenverhaal, en voor het rekenen van leges bij nieuwe ontwikkelingen.

Ten aanzien van het kostenverhaal zijn we gebonden aan wettelijke kaders terwijl voor het innen van leges onze legesverordening leidend is. Denk bijvoorbeeld aan plankosten, planschade en de kosten verbonden aan het verlenen van de omgevingsvergunning. Als we betrokken zijn, sturen we bij een actief grondbeleid op de cashflow, risicomanagement en de grondexploitatie. Bij een faciliterende rol geven we richting via anterieure overeenkomsten met waarborgzekerheden en sturen we, waar gemeentelijke kosten worden gemaakt op het budget. Toepassen van nieuwe regelgeving zoals de Omgevingswet Het gemeentelijke grondbeleid en dat voor gebiedsontwikkeling is onderworpen aan wetgeving zoals de Onteigeningswet, de Wet Voorkeursrecht gemeenten en de afdeling grondexploitatie van de Wro. Ook is in maart 2020 – in aanvulling op de Omgevingswet- de Aanvullingswet Grondeigendom aangenomen. Deze wet vereenvoudigt een deel van de bestaande instrumenten voor grondbeleid en brengt deze samen in het stelsel van het omgevingsrecht. Het gaat daarbij om instrumenten om in te grijpen in het eigendomsrecht van de grond, zoals voorkeursrecht, onteigening, herverkaveling en kavelruil in landelijk gebied. Ook faciliteert het wetsvoorstel (vrijwillige) kavelruil in stedelijk gebied.

Via de Aanvullingswet Grondeigendom worden verder een aantal verbeterpunten aangebracht in de bestaande regeling voor het kostenverhaal, met als doel deze eenvoudiger en flexibeler te maken. We maken de Zevenaarse thema’s in het grondbeleid kenbaar in de nog op te stellen Omgevingsvisie. In het onderliggende Omgevingsplan vertalen we deze thema’s naar een collectief van regels en (open) normen. Om ontwikkelingen te kunnen toetsen aan deze regels en normen introduceren we meetinstrumenten en meetbare opgaven in de Omgevingsvisie. Ook op het gebied van staatssteunbeoordeling, aanbesteding en verslaggevingsregels zijn er wetswijzigingen en/of is er jurisprudentie. In hoeverre we aan de - in deze voorliggende nota genoemde- thema’s meetinstrumenten en/of meetbare opgaven kunnen/willen opnemen, is op dit moment nog niet duidelijk. Dit wordt in het proces rond de Omgevingsvisie verder bekeken. Waar nodig worden de thema’s in het grondbeleid nog aangescherpt, aangevuld en of/aangepast aan de hand van de thema’s in de Omgevingsvisie. De komende tijd moet duidelijk worden hoe de interactie tussen beleid waarin integraal waardedenken centraal staat en geldende regelgeving (zoals het Besluit begroting en verantwoording) verloopt. Wij

zaaknummer Z/20/376291

pagina 23 van 30

moeten helder voor ogen hebben wanneer actieve grondpolitiek overgaat in een grondexploitatie, en wanneer juist sprake is van een strategisch belang voor de gemeente-balans. De Omgevingsvisie wordt in de loop van 2022 aan de raad ter vaststelling voorgelegd.

5 Financiële kaders 5.1 Waardering De commissie Besluit begroting en verantwoording (hierna: BVV) heeft in haar notities “Grondbeleid in begroting en jaarstukken” en “Vastgoed” omschreven hoe gronden gewaardeerd moeten worden, welke kosten geactiveerd mogen worden en hoe tekorten en risico’s afgedekt moeten worden. Leidend daarbij is of de grond in transitie is of gaat, of wat de toekomstige bestemming wordt. In die zin hebben we weinig beleidsvrijheid en zijn we gehouden aan de regelgeving.

5.2 Grondexploitaties Uit de grondexploitatieberekening blijkt of alle investeringen terugverdiend kunnen worden en of er winst wordt verwacht. De eindwaarde van een project staat gelijk aan de opbrengsten minus de kosten gedurende de gehele looptijd. Is de eindwaarde negatief, dan wordt een verliesvoorziening getroffen om het toekomstige verwachte verlies te dekken. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van een grondexploitatie. De commissie BBV schrijft in dat geval voor dat tussentijds winst genomen moet worden conform de ‘percentage of completion’ methode (POC-methode). Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: 1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én 2. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én 3. De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie genomen). Alvorens hiertoe wordt overgegaan worden de projectspecifieke risico’s in kaart gebracht en betrokken bij de deze tussentijdse winstneming.

Deze winstneming wordt met de hoogte van de gekwantificeerde projectspecifieke risico’s gecorrigeerd. Het gaat bij het bepalen van de risico’s uitdrukkelijk niet om de risico’s ten aanzien van (macro) ontwikkelingen voor de totale grondexploitatie zoals verwachtingen op het gebied van economische groei of de vastgoedmarkt in zijn algemeenheid (conjunctuurrisico’s). Het gaat ook niet om risico’s die samenhangen met mogelijke toekomstige programmatische aanpassingen van grondexploitaties waarover de gemeenteraad nog moet besluiten. Bij de start van een nieuwe ontwikkeling, waarbij de gemeente een grondpositie heeft dan wel gaat innemen, wordt de grondexploitatieberekening ter vaststelling voorgelegd aan de raad. Als het verwachte resultaat negatief is zal het voorstel altijd voorzien zijn van een dekkingsvoorstel, en een onderbouwing van het maatschappelijk rendement. Wat onder dit maatschappelijk rendement wordt verstaan, wordt door middel van voorbeelden verduidelijkt in § 3.1. De grondexploitaties worden minimaal één keer per jaar bijgesteld. Dat wil zeggen dat jaarlijks beoordeeld wordt of de verwachte investeringen en opbrengsten van een project gedurende de gehele looptijd juist zaaknummer Z/20/376291

pagina 24 van 30

zijn ingeschat. De grondexploitatieberekening wordt bijgesteld indien zich gedurende het jaar nieuwe feiten voordoen, met substantiële wijzigingen tot gevolg. Noodzakelijk geachte investeringen en opbrengsten worden bij de begroting als benodigd budget voorgelegd aan de gemeenteraad. In voorkomende gevallen worden deze budgetten bijgesteld in tussenrapportages. Bij de jaarrekening wordt een verantwoording van de behaalde resultaten gepresenteerd. We hanteren een uniforme aanpak voor wat betreft risicomanagement bij ruimtelijke projecten. De risico’s worden minimaal één keer per jaar geïnventariseerd middels een kwalitatieve analyse. Waar mogelijk worden de risico’s gereduceerd door het treffen van beheersmaatregelen. De resterende risico’s worden berekend middels een kwantitatieve analyse en vastgelegd. Met deze informatie kan de projectleider de directie en het bestuur juist informeren over de bestaande risico’s binnen projecten. Het risicoprofiel van de grondexploitaties vormt – samen met de andere gemeente-brede risico’s – de noodzakelijke omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt aangevuld met winsten uit grondexploitaties en vrijval uit de verliesvoorzieningen van de grondexploitaties.

Op basis van de Nota reserves en voorzieningen 2018 (vastgesteld op 19-12-2018) worden deze resultaten via resultaatsbestemming toegevoegd aan de Algemene reserve, tenzij hiertoe bij resultaatsbestemming in het kader van de jaarstukken anders wordt besloten. De Algemene reserve is, conform dezelfde Nota reserves en voorzieningen, onder meer bedoeld om risico’s af te dekken. EVENTUELE TEKORTEN VOOR PROJECTEN WORDEN AFGEDEKT VIA EEN VERLIESVOORZIENING OP NETTO CONTANTE WAARDE. WE BRENGEN MINIMAAL ÉÉN KEER PER JAAR DE RISICO’S VOOR RUIMTELIJKE PROJECTEN KWALITATIEF EN KWANTITATIEF IN BEELD, DOOR HET TREFFEN VAN BEHEERSMAATREGELEN EN DOOR DE TOETSING AAN DE WEERSTANDSCAPACITEIT.

5.3 Bevoegdheid college Het college is op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (transacties onroerend goed, sluiten van exploitatieovereenkomsten, publiek-private samenwerkingsovereenkomsten). In artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester (als rechtspersoon) de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigt. Daaronder valt het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen waartoe het college besluit. Het college dient de raad in staat te stellen om zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Met betrekking tot de aan- en verkoop van gronden wordt aansluiting gezocht bij de gemeentelijke mandatenregeling welke periodiek wordt geactualiseerd

5.4 Balansverschuivingen Met veranderingen in de bestemming van grond verandert ook de verantwoording op de balans. De commissie BBV heeft regels opgesteld voor deze zogenoemde balansverschuivingen. Gronden worden te allen tijde verschoven tegen boekwaarde. De boekwaarde is echter niet altijd een-twee-drie te herleiden. In dat geval zijn er regels om de boekwaarde te bepalen. Wanneer een grondexploitatie is afgerond bestaat deze uit bouwrijpe grond en openbaar gebied. De opbrengsten van de bouwkavels dekken in principe de kosten van de inrichting van het openbaar gebied. Daarmee is de boekwaarde van de grondexploitaties het totaal van bouwkavels. Openbaar gebied heeft in deze geen boekwaarde. Het

zaaknummer Z/20/376291

pagina 25 van 30

openbaar gebied wordt wanneer een grondexploitatie klaar is dan ook “om niet” overgedragen en wordt ook niet opgenomen in de materiële vaste activa. Zodra de transitie van de grond zo goed als afgerond is maar nog niet alles is verkocht kan de grondexploitatie worden afgesloten maar de resterende kavels blijven – conform huidige regelgeving- verantwoord onder de voorraden. De waarde van de kavels is dan als volgt: Waarde kavel = Kaveloppervlak (in hectare)* (Totale boekwaarde grondexploitatie (in euro’s) (Totaal onverkochte hectares) Gronden die onder de materiele vaste activa gepresenteerd worden en waarvan besloten is dat zij verkocht gaan worden, verschuiven naar de voorraad.

5.5 Verantwoording en bijsturing via P & C-cyclus Overeenkomstig artikel 9, lid 2 van het BBV provincies en gemeenten dient een paragraaf grondbeleid deel uit te maken van de programmabegroting en het jaarverslag van de gemeente. Transparantie van het grondbeleid is om twee redenen van belang. In de eerste plaats vanwege het financiële belang voor zowel de gemeente als haar partners/ de andere partijen op de grondmarkt en de risico’s en in de tweede plaats vanwege de relatie tot de doelstellingen zoals aangegeven in onze programma’s zoals bijvoorbeeld Wonen, Zorg, Recreatie of Economie. Door hier meer inzicht in te geven wordt duidelijk waarom de gemeente Zevenaar wel of niet actief betrokken is in specifieke situaties. De geprognosticeerde resultaten van de gemeentelijke grondexploitaties worden jaarlijks per 1 januari herzien. Daarna worden deze verwerkt in de Uitvoeringsrapportage grondexploitaties die door de raad worden vastgesteld. De financiële effecten worden verwerkt in de door de raad vastgestelde jaarrekening van het voorafgaande jaar. Voor de verliesgevende grondexploitaties wordt, conform de voorschriften van het BBV, een verliesvoorziening getroffen.

De raad bepaalt uit hoofde van zijn budgetrecht (meestal bij de vaststelling van de jaarrekening) de bestemming van eventueel vrijgevallen verliezen dan wel de dekking van een noodzakelijke aanvulling van de verliesvoorziening. Omdat een verliesvoorziening wordt bepaald op basis van de Netto Contante Waarde van het resultaat van een grondexploitatie (zoals bepaald in de Financiële verordening 2021) heeft de vorming dan wel een vrijval van deze verliesvoorziening een effect op de meerjarenbegroting. Aan deze verliesvoorziening dient immers jaarlijks rente te worden toegevoegd. Deze toevoeging komt ten laste van de begroting. Een vrijval van de verliesvoorziening betekent een lagere toevoeging van rente en heeft dus een gunstig effect op de begroting. De Paragraaf Weerstandsvermogen van de Meerjarenbegroting verschaft inzicht in de verhouding van de grondexploitatie-risico's in relatie tot het gemeentebrede risicoprofiel.

5.6 Bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen Via de Wet ruimtelijke ordening (Wro) – en vanaf 1 januari 2022 via de Omgevingswet – kunnen gemeenten een bijdrage vragen voor bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen aan initiatiefnemers. De Structuurvisie 2025 (vastgesteld op 11 december 2013) en de Omgevingsvisie Rijnwaarden zijn de nieuwe basis voor het in rekening brengen van een (financiële) bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen. Voor het verhalen van de bijdrage voor Bovenwijkse voorzieningen gelden de volgende criteria:  Het exploitatiegebied heeft profijt van de betreffende voorzieningen. zaaknummer Z/20/376291

pagina 26 van 30

 

Er wordt aangetoond dat de voorzieningen toerekenbaar zijn aan het exploitatiegebied (causaliteit). Er wordt aangegeven in welke mate de kosten van de voorzieningen ten laste kunnen worden gebracht van het exploitatiegebied (proportionaliteit).

Om kosten van ruimtelijke ontwikkelingen te verhalen op derden hoeft niet aan de drie hierboven vermelde criteria profijt, causaliteit en proportionaliteit te zijn voldaan. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten wel zijn onderbouwd in de structuurvisie, en de bijdrage moet gebaseerd zijn op een overeenkomst. De commissie BBV beveelt aan om de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan, vast te leggen in de paragraaf grondbeleid, een Nota Grondbeleid of de financiële verordening ex artikel 212 Gw. Om aan deze aanbeveling tegemoet te komen is het college momenteel bezig om een Nota Kostenverhaal op te stellen. In deze nota wordt ook vastgelegd hoe wordt omgegaan met het kostenverhaal indien er sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen.

5.7 Grondprijsbeleid Voor het bepalen van de hoogte van de prijs van bouwgrond hanteren we een functioneel en marktconform grondprijsniveau. De grondprijs is hiermee afhankelijk gesteld van de functie waarvoor een perceel grond door de afnemer wordt aangekocht. Uitgangspunt is verder dat de grond tegen een marktconforme verkoopprijs wordt verkocht, zodat we een reële marktprijs ontvangen en vermeden wordt dat de afnemer van de grond wordt gesubsidieerd. Daarbij spelen ook het voorkomen van (verboden) staatssteun en de gedragsregels uit de Wet Markt en Overheid een belangrijke rol. Voor het bepalen van de hoogte van de grondprijzen worden onderstaande vijf methoden het vaakst toegepast in Nederland: 1 Comparatieve methode Deze methode leidt de waarde van de grond af uit vergelijkbare gerealiseerde transacties. De waarde wordt gecorrigeerd voor eventuele verschillen die zich voordoen met de referentielocatie. Het voordeel van deze methode is de eenvoud en toepasbaarheid, maar het nadeel is dat er vaak een gebrek is aan kwalitatief goed vergelijkingstransacties. De comparatieve methode wordt veelal gebruikt om te verifiëren of bepaling met behulp van een andere methode een acceptabele uitkomst geeft. 2 Kostprijsmethode De kostprijs is een optelling van alle productiekosten die we als gemeente maken (verwerving, bouw- en woonrijp maken en plankosten).

Omdat deze vrijwel nooit een goede afspiegeling is van de marktconforme prijs, wordt deze methode in beginsel niet gehanteerd. Hantering van deze methode wordt gehanteerd om te bepalen of de marktconforme prijs niet onder het kostprijsniveau is gedaald. Daarmee kan dan de afweging worden gemaakt of productie van deze bouwgrond onder het kostprijsniveau wenselijk is. 3 Residuele waardemethode Met deze methode wordt de waarde van de grond afgeleid van de opbrengsten en kosten van de op die bestemming te realiseren ontwikkeling. De residuele grondwaarde is het verschil tussen de commerciële verkoop- of beleggingswaarde van het op de grond te realiseren vastgoed en de bouw- en bijkomende kosten inclusief btw. 4 Grondquote / grondcurve

zaaknummer Z/20/376291

pagina 27 van 30

Met de ervaringen van de residuele methode kan de grondprijs als percentage van de v.o.n.- prijs (vrij op naam prijs) van de projectmatige woningen worden uitgedrukt. Dit percentage kan variëren naarmate de v.o.n. prijs stijgt. Deze genormeerde residuele waardemethode wordt vertaald in een grondcurve. Afspraken over de kwaliteit van het vastgoed blijven noodzakelijk in het contractvorming proces. 5 Vaste vierkantemeterprijs of vaste kavelprijs Hierbij wordt een vast bedrag per m² bouwgrond of kavel gehanteerd. Indien gewenst kan een verschillende m² prijs gehanteerd worden bij verschillende prijscategorieën, locaties of kavelgrootte. Voor sociale huur en koop wordt gewerkt met een vaste kavelprijs welke in de gemeentelijke grondprijsbrief wordt vastgesteld en onderbouwd. De onderbouwing van de grondprijzen vindt u terug in de nota. Deze leggen we jaarlijks door een vertrouwelijke onderbouwing voor aan het college. De in het grondprijsbeleid vastgelegde tarieven worden toegepast in alle overeenkomsten die betrekking hebben op kavels en losse grondstroken. Voor transacties waarvan (een deel van) de levering plaats vindt buiten het tijdvak van het vigerende grondprijsbeleid zal de waardestijging worden gecompenseerd door een in de overeenkomst opgenomen rentebepaling, dan wel door de toepassing van een indexering.

Indien het niet mogelijk blijkt om een specifieke kavel binnen de kaders van het grondprijsbeleid te verkopen, dan wordt dit gemotiveerd ter besluitvorming aan het college voorgelegd. UITGIFTE VAN BOUWGROND DE UITGIFTE VAN BOUWGROND GESCHIEDT – GROND VOOR SOCIALE WONINGBOUW DAARGELATEN – TEGEN MARKTCONFORME GRONDPRIJZEN GEBASEERD OP DE BEOOGDE FUNCTIE VAN DE UIT TE GEVEN BOUWGRONDEN. DE GRONDPRIJZEN ZIJN BEPAALD MET DE RESIDUELE GRONDWAARDEMETHODE EN BETREFFEN BOUWRIJPE GROND. JAARLIJKS GEVEN BURGEMEESTER & WETHOUDERS INZICHT IN DE TE HANTEREN METHODEN EN PRIJZEN IN DE GRONDPRIJZENNOTA, WAARBIJ TEVENS REKENING WORDT GEHOUDEN MET EUROPESE WET- EN REGELGEVING. AFWIJKINGEN VAN HET GRONDPRIJSBELEID ZIJN VOORBEHOUDEN AAN HET COLLEGE MITS DEZE VALLEN BINNEN DE KADERS VAN DE DESBETREFFENDE VASTGESTELDE GRONDEXPLOITATIE.

5.8 Snippergroen- en reststrokenbeleid en verjaring van grondeigendom Voor snippergroen en reststroken verwijzen wij naar het gemeentelijke groenbeleid, met kenmerk Z/19/330403/INT/19/927837. De (vermeende) verjaring van gemeentelijke grondeigendom wordt per casus separaat beoordeeld en behandeld. Verder volgt de gemeente de nieuwste inzichten over verjaring uit de rechtspraak en wetgeving.

zaaknummer Z/20/376291

pagina 28 van 30

Bijlage A: Samenhang beleid In deze bijlage staat een lijst (niet uitputtend) met beleid dat sterk samenhangt met het grondbeleid en/of belangrijke ruimteclaims binnen het Zevenaarse grondgebied.                    

Omgevingsvisie (wordt nog opgesteld) Ambitiedocument Entree Hengelder) Centrumvisie Zevenaar De Zevenaarse economische agenda (nog niet vastgesteld) De economische visie De Liemers Regionale Energie Strategie Arnhem-Nijmegen (nog niet vastgesteld) Integraal Accommodatieplan Nota kostenverhaal (nog niet vastgesteld) Beleidskader vrijetijdseconomie Zevenaar 2030 Woondeal Woonvisie Gelders Eiland Woonvisie Zevenaar (nog niet vastgesteld) Economische Agenda Zevenaar Routekaart Verduurzamen maatschappelijk vastgoed (nog niet vastgesteld) Toets- en afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking (zon en wind) Structuurvisie Zevenaar 2012-2030 Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030 (Intergemeentelijke) Structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort Grondprijsbrief gemeente Zevenaar 2020 (wordt jaarlijks geactualiseerd) Beleidsregels uitgifte groenstroken

zaaknummer Z/20/376291

pagina 29 van 30

Bijlage B: Samenwerking De meest voorkomende vormen van Publiek-Private Samenwerkingsvormen (PPS-constructies) zijn:  PPS – concessiemodel;  PPS – coalitiemodel (bouwclaim);  PPS – alliantiemodel (joint venture). Ad 1 Concessiemodel De gemeente neemt het initiatief, maar betrekt marktpartijen al in een vroeg stadium van de gebiedsontwikkeling. De gemeente regisseert de aanbesteding, en samen met de marktpartijen wordt het projectresultaat bepaald, bijvoorbeeld met het stedenbouwkundig programma van eisen of kwaliteitsnormen voor groen of openbaar gebied. Met het concessiemodel voeren marktpartijen de gebiedsontwikkeling zoveel mogelijk zelf uit. Ad 2 Coalitiemodel (bouwclaim) Al vooraf verdelen de gemeente en ontwikkelaars de werkzaamheden, verantwoordelijkheden, de zeggenschap en de risico’s. Deze verdeling wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst (SOK). Bij de bouwclaim zijn grondposities in eigendom van marktpartijen. Zij dragen deze grondposities over aan de gemeente die op haar beurt de grondexploitatie voert. Overdracht gebeurt vaak tegen lagere prijs dan de actuele marktwaarde. Marktpartijen zijn namelijk doorgaans niet geïnteresseerd in sec de grondexploitatie, voor zover dit überhaupt mogelijk is op basis van de aanbestedingsregels. Met een korting op de marktwaarde ‘kopen’ de marktpartijen ontwikkelrechten ofwel bouwclaims.

Deze rechten hebben betrekking op aantallen te realiseren woningen, op de locatie zelf, en mogelijk ook deels op locaties elders. Ad 3 Alliantiemodel (joint venture) De gemeente en de markt werken gezamenlijk aan de ontwikkeling van voorzieningen, de bouw, exploitatie en beheer. Zij accepteren samen risico’s voor wat betreft kosten en opbrengsten. Werkzaamheden, verantwoordelijkheden, zeggenschap en risico’s worden gelijkmatig gedragen. Ze worden overgedragen aan een losstaande projectorganisatie of joint venture, waar de gemeente en marktpartijen gezamenlijk aan deelnemen. In dit model hebben partijen een gezamenlijk ontwikkelingsbelang.

zaaknummer Z/20/376291

pagina 30 van 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=b7eafb50-00b7-4120-a0ab-07ec9d77fe43