1007433 Bijlage 2 Advies van de Participatieraad Zevenaar
Tekst van het document
Datum: Referentie: Onderwerp:
26 januari 2021 prz 002 21 Advies ‘Beleidsplan Inburgering’
Gemeente Zevenaar, het college van Burgemeester en Wethouders, t.a.v. Wethouder H. Winters, c.c. Mevr. R. Boenink (team Maatschappelijke Ontwikkeling) Mevr. A. te Lintelo (team Maatschappelijke Ontwikkeling) Postbus 10, 6900 AA Zevenaar
Geachte heer Winters,
De PRZ staat achter de inhoudelijke lijn van dit nieuwe gemeentelijke inburgeringsbeleid. Het huidige inburgeringssysteem is onvoldoende effectief. Inburgering staat op zichzelf en er zijn onvoldoende prikkels voor maatwerk en kwaliteit. In dit beleidsplan werkt u een drietal ambities uit t.w. 1) Meer inburgeraars hebben werk; 2) Meer inburgeraars doen mee in de maatschappij; 3) De gemeente heeft de regie op de inburgering. Vervolgens wordt iedere ambitie uitgewerkt in termen van doelen en concrete resultaten. Ambitieus en prima. Dit vraagt, zo schatten wij in, om een nogal forse inspanning van de gemeente (en haar netwerkpartners). Een leidend principe voor u is echter ‘We doen (alleen) wat nodig is’. Dit schuurt onzes inziens nogal met deze ambities en haar resultaten. In een eerder advies (over de Beleidsvisie Sociaal Domein, januari 2020) hebben wij voorgesteld om dit principe te herformuleren in ‘We doen (alles) wat (absoluut) nodig is’. Die herformulering lijkt ons hier ook noodzakelijk. Dan over het HOE van dit inburgeringstraject. De regierol gaat terug naar de gemeente en die stelt samen met de inburgeraar een persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) op. De voortgang van deze PIP wordt bewaakt (en bijgestuurd?) door een casusregisseur. Deze casusregisseur heeft ook een coördinerende rol en schakelt andere organisaties (bijv.
sociaal domein, onderwijs, schulden) in als dat nodig is. De casusregisseur als spin in het web, de statushouder vanaf het begin in beeld en samen kijken naar en afspraken maken over het ontwikkelen van zijn of haar mogelijkheden. Een positieve aanpak vinden wij. Bij het onderdeel ‘volgen en leren’ (punt 10, pag.13.) geeft u aan dat ‘… wij volgen per kwartaal een aantal prestatie-indicatoren die ons inzicht geven in het realiseren van de ambities….’ Deze indicatoren vormen onder meer de basis voor het evalueren van de voortang etc. Voor de PRZ is het echter onduidelijk welke prestatie-indicatoren hier worden bedoeld (inhoudelijk) en ook is het onduidelijk of de statushouder in kwestie hiervan op de hoogte is. Dit zouden wij graag nog nader uitgewerkt willen zien. In dit inburgeringstraject heeft de gemeente als regisseur een prominente rol. Maar het blijft in dit plan onduidelijk hoe die rol er nu precies uit gaat zien in de praktijk en wat dat betekent voor de positie en rol van de netwerkpartners. Graag wat meer toelichting uwerzijds.
Tot slot willen we nog opmerken dat deze vorm van inburgering niet alleen in een duidelijke behoefte voorziet, maar ook zeer noodzakelijk is. De huidige situatie van veel statushouders is schrijnend. Alle reden om er voor te zorgen dat dit een succes wordt. De PRZ wil graag regelmatig worden bijgepraat over de voortgang van dit inburgeringsbeleid
In afwachting van uw reactie een vriendelijke groet,
Namens de PRZ,
Peter Donker Voorzitter
Peter van Schijndel Secretaris