CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1006886 Raadsvoorstel en raadsbesluit Tussenevaluatie Armoede & schuldenbeleid 2019 - 2022

Raadsvergaderingen 2018-2022 24 maart 2021, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/21/380418 Tussenevaluatie Armoede & schuldenbeleid 2019 - 20221.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z04A6302A 2B* Raadsvoorstel Onderwerp Zaaknummer Documentnummer Portefeuillehouder Portefeuille Behandelend ambtenaar/afdeling Telefoon E-mail

Tussenevaluatie Armoede & schuldenbeleid 2019 - 2022 Z/21/380418 INT/21/1006886 Belinda Elfrink minimabeleid en schuldhulpverlening Roos Koopmans / Maatschappelijke Ontwikkeling 06-57096155 r.koopmans@zevenaar.nl

1. Samenvatting In februari 2019 heeft u het Armoede & schuldenbeleid 2019 - 2022 vastgesteld. De tussenevaluatie wat betreft het behalen van de doelstellingen leggen wij graag aan u voor. In lijn met de PDCA-cyclus, zoals benoemd in de Beleidsvisie Sociaal Domein gemeente Zevenaar 2020-2023, hebben wij kritisch gekeken naar de geformuleerde ambities, doelstellingen en resultaten. Met specifiek oog voor de meetbaarheid van de doelstellingen. Hier zijn een aantal voorstellen tot wijzingen uit voortgekomen die wij u graag ter vaststelling voorleggen. Doel hiervan is een betere meetbaarheid van de betreffende doelstellingen ten behoeve van de ondersteuning van onze inwoners op het gebied van armoede en schulden. 2. Raadsvoorstel Wij stellen u voor om: 1. Kennis te nemen van de stand van zaken van de uitvoering en het behalen van de doelstellingen zoals geformuleerd in het Armoede & schuldenbeleid 2019 - 2022. 2. De voorgestelde wijzigingen in formulering van doelstellingen vast te stellen, te weten; a. “Op 1 januari 2023 is het aantal inwoners dat gebruik maakt van inkomensondersteunende maatregelen met 10% gestegen ten opzichte van 1 januari 2018.” b. “Vanaf 1 januari 2023 hebben we van 30% van onze inwoners boven de 75 jaar in kaart welke behoefte zij hebben aan (extra) ondersteuning.” c.

“Op 1 januari 2023 maakt 10% van de inwoners die in de begeleiding voor schuldhulpverlening zitten gebruik van instrumenten die bijdragen aan de vergroting van hun financiële zelfredzaamheid.” d. “Op 1 januari 2023 is het aantal inwoners dat ten opzichte van 31 december 2019 onder bewind staat met 10% gedaald.” 3. Op basis van nieuwe inzichten en adviezen te beslissen over het voorstel tot afzien van ophogen van de inkomensgrens voor de ‘bijdrage en compensatieregeling voor chronisch zieken en gehandicapten’ naar 140%. 3. Waarom naar de raad In februari 2019 heeft u de Beleidsnota armoede & schulden 2019 – 2022 vastgesteld. Aan u is de toezegging gedaan deze beleidsnota op de helft van de looptijd te evalueren. Hierbij leggen wij de tussenevaluatie aan u voor ter kennisneming over de stand van zaken als mede ter vaststelling van de voorgestelde wijzigingen in lijn met de PDCA-cyclus.

4. Doelstelling en beoogd resultaat Er zijn op de helft van de looptijd van de beleidsnota al behoorlijk wat resultaten behaald. Dit is te lezen in de tussenevaluatie die als bijlage is toegevoegd. Het beoogd resultaat van de tussenevaluatie is een duidelijk overzicht van de huidige stand van zaken van de uitvoering en het behalen van de doelstellingen. Tevens beogen wij met deze tussenevaluatie, onder voorbehoud van uw vaststelling, een aanscherping van een aantal doelstellingen ten behoeve van de meetbaarheid. Het Armoede & schuldenbeleid 2019 2022 is de eerste beleidsnota geweest die in de nieuwe opzet is geschreven. Van de uitvoering en de evaluatie leren wij dus veel. Wij schaven bij waar nodig. Bijsturing is ook van belang in het licht van de coronacrisis. De invloed van corona is nog niet zichtbaar in aantal hulpvragen binnen het minimabeleid en schuldhulpverlening, maar het voelt als de ‘stilte voor de storm’. Dit is in lijn met het landelijke beeld en gevoel dat hierover bestaat. In het herstelplan is hier aandacht voor middels het beschikbaar stellen van onder andere extra middelen voor schuldhulpverlening aan ondernemers. 5. Argumenten en alternatieven Argumenten De wijzigingen die wij u als beslispunten ter vaststelling voorleggen, zullen per voorgestelde herformuleerde doelstelling worden beargumenteerd. 2.1.

De hergeformuleerde doelstelling vaststellen: “Op 1 januari 2023 is het aantal inwoners dat gebruik maakt van inkomensondersteunende maatregelen met 10% gestegen ten opzichte van 1 januari 2018.” De oorspronkelijk vastgestelde doelstelling luidt: “Op 1 januari 2022 maakt 10% van onze inwoners die in aanmerking komen voor de inkomensondersteunende maatregelen hiervan meer gebruik dan op 1 januari 2017.” De doelgroep die wordt aangeduid met ‘inwoners die in aanmerking komen voor…’ verandert regelmatig. Dat maakt deze doelstelling moeilijk meetbaar. Daarbij is de looptijd van de beleidsnota tot en met 2022, wat maakt dat we dat jaar graag meenemen in de meting tijdens de eindevaluatie. De kern van de doelstelling, het bewerkstelligen van een stijging in het gebruik van inkomensondersteunende maatregelen, blijft gehandhaafd in de herformuleerde doelstelling. 2.2.

De hergeformuleerde doelstelling vaststellen: “Vanaf 1 januari 2023 hebben we van 30% van onze inwoners boven de 75 jaar in kaart welke behoefte zij hebben aan (extra) ondersteuning.” Gezien het feit dat de beleidsnota een looptijd heeft tot en met 2022 is het voorstel om de ‘vanaf’ datum in deze doelstelling aan te passen van ‘vanaf 1 januari 2022’ naar ‘vanaf 1 januari 2023’. Verder blijft de door u vastgestelde doelstelling gehandhaafd. 2.3.

De hergeformuleerde doelstelling vaststellen: “Op 1 januari 2023 maakt 10% van de inwoners die in de begeleiding voor schuldhulpverlening zitten gebruik van instrumenten die bijdragen aan de vergroting van hun financiële zelfredzaamheid.” Deze oorspronkelijke vastgestelde doelstelling luidt: “Op 1 januari 2022 geven de inwoners die in de begeleiding voor schuldhulpverlening zitten een rapportcijfers 7 voor de financiële zelfredzaamheid waarover zij beschikken.” Deze doelstelling is niet gericht op het meten van verbetering, maar laat een momentopname zien van de mate van financiële zelfredzaamheid van inwoners op 1 januari 2022. Het voorstel is dan ook om te streven naar een daadwerkelijke mate van gebruik van de instrumenten die we tijdens de looptijd van de beleidsnota implementeren. Daarbij is het voorstel om de datum van eindmeting aan te passen naar 1 januari 2023, omdat deze beleidsnota tot en met 2022 van kracht is.

zaaknummer Z/21/380418

pagina 2 van 5

2.4.

De herformuleerde doelstelling vaststellen: “Op 1 januari 2023 is het aantal inwoners dat ten opzichte van 31 december 2019 onder bewind staat met 10% gedaald.” Gezien het feit dat de beleidsnota een looptijd heeft tot en met 2022 is het voorstel om de einddatum in deze doelstelling aan te passen naar 1 januari 2023. Verder blijft de door u vastgestelde doelstelling gehandhaafd. 3. Na verhoging van de inkomensgrens voor de collectieve zorgverzekering pakket 3 per 1 januari 2020 zien wij af van verhoging van de inkomensgrens voor de ‘bijdrage en compensatie regeling’. De inkomensgrens voor de collectieve zorgverzekering pakket 3 is verhoogd naar 140% per 1 januari 2020. Het afzien van verhoging van de inkomensgrens voor de ‘bijdrage en compensatie regeling’ van 120% naar 140% leggen wij u ter besluitvorming voor. Het al dan niet overgaan tot verhoging dient te worden bezien in het licht van de Beleidsvisie Sociaal Domein met leidende principes dat in het voorjaar van 2020 door de Gemeenteraad is vastgesteld. Advies is om af te zien van de verhoging van de ‘bijdrage en compensatie regeling’. Argumenten voor behoud van de inkomensgrens van 120% zijn: a. Aan het leidende principe ‘we doen wat nodig is’ is met de ophoging van de collectieve zorgverzekering pakket 3 voldaan.

Hiermee wordt reeds tegemoet gekomen aan vergoeding van meerkosten voor de doelgroep chronisch zieken en gehandicapten. b. De huidige bijdrageregeling is een financieel extraatje van €250,- zonder dat bekend is of er daadwerkelijk meerkosten gemaakt zijn. De vraag is of dit nog past bij het leidende principe ‘we doen wat nodig is’. Om deze reden hebben veel gemeenten deze regeling al afgeschaft. c. De compensatieregeling betreft een kleine vergoeding voor inwoners die niet collectief verzekerd zijn via de gemeente en hun eigen risico verbruikt hebben. Het alternatief is het gebruik van de gemeentelijke collectieve zorgverzekering pakket 3, waarin het eigen risico is meeverzekerd en waarvan de inkomensgrens reeds op 140% is vastgesteld per 1 januari 2020. d. Beide regelingen zijn bestemd voor de minima en dan is 140% erg ruim. Tevens zijn de middelen voor ophoging niet beschikbaar vanuit het minimabeleid. Alternatieven Alternatief is om niet mee te gaan in de voorgestelde herformuleringen. Hiermee blijft het oorspronkelijke Armoede & schuldenbeleid 2019 - 2022 gehandhaafd, maar wordt de PDCA-cyclus passend bij de gekozen opzet die bij vaststelling van de beleidsnota voor het eerst werd toegepast niet goed gehanteerd. Tevens blijft de meetbaarheid van een aantal doelstellingen een risico voor de eindevaluatie. 6.

Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? Eindverantwoording vindt plaats in het eerste kwartaal van 2023, na afloop van de looptijd van het Armoede & schuldenbeleid 2019 - 2022. 7. Klimaat en duurzaamheid n.v.t 8. Communicatie N.v.t. 9. Kosten, baten en dekking n.v.t.

zaaknummer Z/21/380418

pagina 3 van 5

10. Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: Volgorde 1. 2. 3.

Documentnummer INT/21/1008569 INT/21/1008445 INT/21/1008422

Naam Tussenevaluatie Armoede & schuldenbeleid 2019 – 2022 Evaluatie Bestuurlijke opdracht RSD 2019 Armoede & schuldenbeleid 2019 – 2022 CONCEPT 2021

Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen

zaaknummer Z/21/380418

De burgemeester Lucien van Riswijk

pagina 4 van 5

Raadsbesluit Onderwerp Zaaknummer Documentnummer

Tussenevaluatie Armoede & schuldenbeleid 2019 – 2022 Z/21/380418 INT/21/1006886

De raad van de gemeente Zevenaar; overwegende dat ; de Beleidsnota armoede & schulden 2019 – 2022 op de helft van de looptijd geëvalueerd dient te worden en bijgestuurd waar nodig ; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar: besluit: 1. Kennis te nemen van de stand van zaken van de uitvoer en het behalen van de doelstellingen zoals geformuleerd in het Armoede & schuldenbeleid 2019 - 2022. 2. De voorgestelde wijzigingen in formulering van doelstellingen vast te stellen, te weten; a. “Op 1 januari 2023 is het aantal inwoners dat gebruik maakt van inkomensondersteunende maatregelen met 10% gestegen ten opzichte van 1 januari 2018.” b. “Vanaf 1 januari 2023 hebben we van 30% van onze inwoners boven de 75 jaar in kaart welke behoefte zij hebben aan (extra) ondersteuning.” c. “Op 1 januari 2023 maakt 10% van de inwoners die in de begeleiding voor schuldhulpverlening zitten gebruik van instrumenten die bijdragen aan de vergroting van hun financiële zelfredzaamheid.” d. “Op 1 januari 2023 is het aantal inwoners dat ten opzichte van 31 december 2019 onder bewind staat met 10% gedaald.” 3. Op basis van nieuwe inzichten en adviezen te beslissen over het voorstel tot afzien van ophogen van de inkomensgrens voor de ‘bijdrage en compensatieregeling voor chronisch zieken en gehandicapten’ naar 140%.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 24 maart 2021 De griffier W. van der Vlies

zaaknummer Z/21/380418

De burgemeester L.J.E.M. van Riswijk

pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=41531d97-5fbe-46fd-9da0-ff7f879bf0be