0928882 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing.cleaned
Tekst van het document
Soortenbescherming Het plangebied beslaat slechts de molen, lichte omringende begroeiing en een grasveld. Dit is hetzelfde voor omliggende percelen en de groenstrook. In het voorstadium van het project is er een veldonderzoek uitgevoerd en is er getoetst aan artikel 3 van de Wet Natuurbescherming. Hierbij is gekeken of er beschermde soorten of sporen hiervan in de zin van de Vogelrichtlijn, habitatrichtlijn of andere soorten aanwezig zijn binnen het plangebied.
2 Het toetsingskader voor het onderdeel stikstof was tot voor kort het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Op 29 mei jl. is het PAS door de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:1603) vernietigd. Dit betekent dat voor projecten en plannen met toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden niet meer kan worden teruggevallen op het PAS als basis voor toestemming voor activiteiten. Het Rijk en provincies werken op dit moment aan een oplossing voor deze impasse. 31
Er geen enkele soorten of sporen hiervan aangetroffen en het projectgebied bevindt zich niet in, of in de buurt van, een speciale beschermingszone als bedoeld in de Vogel- en/of Habitatrichtlijn of in de buurt van de ecologische hoofdstructuur of andere natuurbeschermingsgebieden. Door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen worden (matig en streng) beschermde soorten niet verwacht in het plangebied. Uit voorzorg is in 2019 een quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd door het onafhankelijke ecologische adviesbureau Eco Tierra. Het onderzoek heeft zich met name op de soortenbescherming en niet op het gebiedsbeschermingsdeel van de wet (Natura2000) gericht. De quickscan is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft op 19 augustus 2019 plaatsgevonden. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten, jaarrond beschermde nesten van vogels of beschermde verblijfplaatsen van Habitatrichtlijnsoorten of niet vrijgestelde soorten waargenomen. Tevens zijn er geen exemplaren van dergelijke soorten waargenomen. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor vleermuizen of vogels. Er wordt mogelijk door algemeen voorkomende vogelsoorten gebroed binnen het plangebied.
Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de onderzochte situatie geen procedurele gevolgen zijn ten gevolge van de voorgenomen ingrepen. → Nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; → Een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing.
Voor het gehele rapport wordt verwezen naar bijlage 3.
5.4 Verkeer Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied wordt momenteel ontsloten via de weg aan de Lentemorgen. Het plangebied ligt in een 30 kilometerzone. Thans grenzen de bibliotheek, sporthal de Lentemorgen, een bedrijven verzamelgebouw, het Liemers college en het Lentebad, allen met eigen parkeergelegenheid, direct aan de weg van de Lentemorgen. Daarnaast grenzen er 10 woningen direct aan de weg van de Lentemorgen met eigen parkeergelegenheid aan de achterzijde. Er grenzen vier aansluitende wegen op de weg van de Lentemorgen voor het bereiken van de omringende woonwijken. Verkeer Met de ontwikkeling neemt het aantal verkeersbewegingen per etmaal zeer licht toe. Het plan betreft slechts de realisatie van één vrijstaande woning in de rest bebouwde kom van Zevenaar een matig stedelijk gebied. De extra verkeersbewegingen van de woningen zal op basis van kerncijfers van de CROW (publicatie 317) zullen circa 12 bedragen. Gezien het feit dat de Lentemorgen een 30 kilometerzone is en er een goede doorstroom van
32
het verkeer plaat vindt worden er geen problemen verwacht omtrent de verwerking van deze verkeersbewegingen. Parkeren Als gevolg van de ontwikkeling van de nieuwe woning zal de parkeerbehoefte in het plangebied toenemen. Voor een vrijstaande woning wordt uitgegaan van 2 extra parkeerplaatsen (kerncijfers CROW). Bij de woning zullen 2 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Daarnaast is er voldoende ruimte in het plangebied om deze extra parkeerbehoefte op te vangen. Het plan is dan ook uitvoerbaar met betrekking tot de aspecten verkeer en parkeren.
5.5 Kabels en leidingen In de voorbereidings- en planfase is een KLIC-melding gedaan, waarbij de in de ondergrond aanwezig kabels en leidingen in beeld zijn gebracht. Met aanwezige leidingen wordt rekening gehouden.
33
Bron: Kadaster
5.6 Cultuurhistorie en archeologie In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische
34
gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. De aandacht voor cultuurhistorie is ook wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 3.1.6 onder 2 van dit Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Archeologie Het groeiende besef dat de toenemende ruimtelijke ontwikkelingen en de bodemingrepen die daarmee gepaard gaan op termijn het bodemarchief vernietigen, heeft in 1992 geleid tot de Conventie van Valletta (Verdrag van Malta).
In dit Europese verdrag is vastgelegd dat het archeologisch erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter beschermd moet worden. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. In Nederland is het verdrag van Malta geïmplementeerd met de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Deze wet is op 1 september 2007 van kracht geworden. Door middel van de Wamz is de omgang met het bodemarchief verankerd in onder andere de Monumentenwet 1988 en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op basis hiervan zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veiliggesteld kunnen worden en / of het initiatief aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente en dit moet bij vaststelling van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) meegenomen worden. Gemeente Zevenaar Cultuurhistorie Cultuurhistorisch erfgoed in Zevenaar van 2030 Cultuurhistorie leeft. De inwoners van de gemeente zijn trots op hun verleden en de overblijfselen daarvan.
Veel van deze overblijfselen zijn als bijzondere plekken te herkennen en te beleven in het landschap. Dit komt omdat de karakteristieken van het cultuurlandschap bewaard, beschermd en versterkt zijn. De karakteristieke oude structuren van wegen, dijken, waterwegen, verkavelingen zijn samen met veelal oude lintbebouwing en hagepaden dragers van het landschap. De monumenten zijn herkenbare typeringen van een bepaalde tijd en zijn in goede staat van onderhoud. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden alle karakteristieken meegewogen,
35
waardoor ook het nieuwe herkenbaar is als typisch van deze streek, regio of plek. Met de toegenomen diversiteit, neemt ook de kwaliteit in de leefomgeving toe Hoofddoelen cultuurhistorie Om de beschreven geambieerde toekomstige situatie voor Zevenaar te bereiken zijn de volgende hoofddoelen van beleid geformuleerd. Deze sluiten (in de uitwerking) aan bij de algemene Kernopgaven: verbinden, diversiteit en kwaliteit: a) Beschermen, bewaren en versterken van de monumenten Concreet moeten op het gebied van cultuurhistorie het aantal elementen met een beschermde monumentenstatus uitgebreid worden. •
Er wordt gewerkt aan uitbreiding van de monumentenlijst met na-oorlogse objecten uit de wederopbouw. Onderzocht wordt wat hierbij beschermd moet blijven.
•
Met het afronden van een inventarisatie van wederopbouwobjecten en de plaatsing van dergelijke objecten op de monumentenlijst is de lijst nog niet compleet. In de toekomst worden ook weer nieuwe behoudens waardige gebouwen gebouwd. Met het loslaten van de eis dat gebouwen minstens 50 jaar oud moeten zijn voordat zij een monumenten status krijgen, is het mogelijk om al in een vroeg stadium de jonge karakteristieke gebouwen te inventariseren en te beschermen.
•
Het inventariseren en uiteindelijk beschermen van groene elementen, zoals parken,verkavelingen, hagen, bomenrijen en dergelijke draagt bij aan de beleving van het cultuurlandschap.
•
Ook het instrument van beschermde stads- & dorpsgezichten zal bijdragen aan een versterking van de cultuurhistorie.
•
Verder wordt nagedacht over de herbestemming van grote karakteristieke beeldbepalende objecten: behoud door ontwikkeling. Voor het behoud van met name grotere objecten is het van levensbelang dat zij een functie hebben om verval en sloop te voorkomen. Zevenaar zet in op het BAT-terrein. Herbestemming van oude gebouwen heeft meerdere voordelen: erfgoed blijft bewaard, het is duurzaam en het heeft een recreatieve waarde.
•
Het spreekt voor zich dat een duidelijk vergunning- en subsidiebeleid onontbeerlijk is.
b) Monumenten altijd als onderdeel van hun omgeving beschouwen Bij voorkeur moeten beeldbepalende en monumentale objecten / elementen versterkt worden in hun ruimtelijke setting. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden zij gezien als kansen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteiten en zijn daarbij niet los te zien van de omgeving. Het leidt tot een duurzamer plan en een prettige verblijfsruimte. Het leidt ook tot een grotere diversiteit en herkenbaarheid van plekken/ruimtes. c) Ontwikkelen van een cultuurhistorische waardenkaart Cultuurhistorie heeft inmiddels een volwaardige plaats gekregen binnen ruimtelijke ontwikkelingen. Een historische waardenkaart, met een inventarisatie van de cultuurhistorische structuren en elementen, is voor een
36
goede afweging een noodzaak. Het vergroot de consistentie binnen de afwegingen. Het vergemakkelijkt ook de afweging. Maar het zal wellicht ook leiden tot een versterking van bestaande grotere structuren, zoals landgoed zones, dijken, wegen, verkavelingspatronen. Cultuurhistorie vormt een volwaardige plek bij de ontwikkeling van het landschap. In het verleden zijn veel elementen en oude routes verloren gegaan. Bij veranderingen in het landschap vormt de cultuurhistorie een belangrijke pijler bij de ontwikkeling van gebieden. Oude historische elementen en structuren moeten weer herkenbaar worden gemaakt. Deze vormen verbindende schakels tussen de verschillende landschapstypen en legt een belangrijke relatie met recreatie. De door de provincie ontwikkelde “relicten en kansenkaart” voor de Rijnstrangen en het gebied ten zuiden en ten oosten van Zevenaar is een van de uitgangspunten bij het ontwikkelen van een cultuurhistorische waardenkaart voor de gemeente Zevenaar. d) Cultuurhistorie versterkt recreatie en toerisme en vice versa Hierbij valt te denken aan bezoeken aan landgoederen, wandel en fietstochten over oude dijken en door historische dorpjes, uitkijkend over de uiterwaarden, met een rustpunt bij een kolk. Te denken valt ook aan een ommetje Panoven. Cultuurhistorie versterkt recreatie en toerisme.
Recreatie en toerisme zijn een stimulans in het behouden en versterken van het cultuurlandschap. e) Zevenaar staat positief tegenover ontwikkelingsplannen die bijdragen aan het behoud, het herstel en de beleving van het archeologisch en cultureel erfgoed De gemeente zal duurzame initiatieven van ondernemers ondersteunen. Beheer van bijvoorbeeld het heggenlandschap rondom Angerlo of het kleinschaliger landschap van Oud-Zevenaar en Ooy worden ondersteund en voor zover mogelijk verbeterd.
37
Bron: Structuurvisie gemeente Zevenaar 2030
Planspecifiek De molen is een gemeentelijk monument en wordt in dit plan versterkt in zijn ruimtelijke setting. Door van de molen een eengezinswoning te maken, krijgt de molen een nieuwe functie en daarmee een nieuwe toekomst. De molen is door haar vorm een unieke verschijning en zal door het plan (nog) mooier in het straatbeeld passen. De kernopgaven: ‘Bewaren, beschermen, versterken”, komen in dit plan, volledig tot hun recht.
38
Archeologie Het plangebied bevindt zich in een gebied met de archeologische aanduiding specifieke vorm van waarde – middelmatige archeologische verwachting. Dit betekent dat indien de bodemingreep van het bouwplan groter is dan 500 vierkante meter en dieper dan 0,5 archeologisch onderzoek noodzakelijk is.
Bron: https://0299.ropubliceer.nl/index.asp?plannen=kaart
Gebied
Oppervlak
Diepte
specifieke vorm van waarde - vastgestelde hoge archeologische waarde (swr-vhaw) *
30
0,3
specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting (swr-hav)
200
0,5
specifieke vorm van waarde - middelmatige archeologische verwachting (swr-mav)
500
0,5
specifieke vorm van waarde - lage archeologische verwachting (swr-lav)
2.500
0,5
specifieke vorm van waarde - onbekende archeologische verwachting (swr-oav)
2.500
0,5
specifieke vorm van waarde - oppervlaktewater (swr-ow)
2.500
0,5
39
Planspecifiek
In het projectplan wordt geen bouwplan van meer dan 500 vierkante meter en dieper dan 0,5 meter gerealiseerd en worden derhalve geen van dit soort grondwerkzaamheden verricht. Om deze reden is een onderzoek naar archeologische waarden niet noodzakelijk. Gemeente Zevenaar staat positief tegenover ontwikkelingsplannen die bijdragen aan het behoud, het herstel en de beleving van het archeologisch en cultureel erfgoed zoals de molen.
40
5.7 Economische uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is bepaald dat in de toelichting op het bestemmingsplan in ieder geval ‘de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan’ moeten zijn opgenomen. Dit volgt uit artikel 3.1.6 Bro. Het gaat daarbij over de financiële uitvoerbaarheid, waaronder planschade de vraag of voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om het plan te realiseren, maar ook over economische uitvoerbaarheid, of het plan in de planperiode gerealiseerd kan worden. Planspecifiek Het plan wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemers. De gemeente heeft aangegeven dat er een overeenkomst vrijwaring planschade ondertekend dient te worden, zodat mogelijke planschadeclaims niet voor risico van de gemeente komen.
41
Bijlage 1: Historische informatie
42
43
44
Originele tekening gekregen van de heer Goldewijk
45
46
47
Bijlage 2: Stikstofberekening restauratie/aanbouw molen t.p.v. Lentemorgen 122, Zevenaar
Bijlage 3: Lentemorgen 122 te Zevenaar - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming
48