CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

VRG26.002 Schriftelijke vragen (NDZ en Seyst.Nu) Hoogte van bouwleges in Zeist

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 26 februari 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen436 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nummer vraag Datum vraag Datum beantwoording college Datum raad

: : : :

VRG26.002 10 december 2025

Zaaknummer:

FORMULIER (BEANTWOORDING) SCHRIFTELIJKE VRAGEN op grond van artikel 39 RvO Beantwoording

:

Vragensteller

:

Onderwerp Portefeuillehouder

: :

Schriftelijk Jan Bredius (NieuwDemocratischZeist) en Hanny Roelofsen (Seyst.nu) Schriftelijke vragen Hoogte van bouwleges in Zeist

In de recente beantwoording van onze schriftelijke vragen over de hoogte van de bouwleges in Zeist, waarvoor dank, verbindt het college deze structureel aan het beleid om de OZB zo laag mogelijk te houden. Opvallend is dat de OZB in de oorspronkelijke vragen door ons niet is genoemd, maar door het college zelf in de beantwoording nadrukkelijk wordt betrokken. Hoewel ook wij het belang van een lage OZB onderschrijven, roept deze manier van beantwoorden vragen op. Door steeds te verwijzen naar de OZB ontstaat de indruk dat kritiek op de hoogte en onderbouwing van de bouwleges automatisch zou neerkomen op een pleidooi voor een hogere OZB. Daarmee wordt het debat versmald tot een schijntegenstelling, terwijl andere beleidskeuzes en mogelijke alternatieven buiten beschouwing blijven. Onze fracties hebben de behoefte aan helderheid over de politieke keuzes die ten grondslag liggen aan de relatief hoge bouwleges in Zeist, de mate waarin deze positie expliciet is gewogen en vastgesteld door de raad, en de vraag of andere opties zijn onderzocht om de bouwleges te matigen zonder afbreuk te doen aan het uitgangspunt van een lage OZB.

Tegen deze achtergrond stellen wij het college de volgende vervolgvragen: Vraag 1) Waarom kiest het college er herhaaldelijk voor om vragen over bouwleges te beantwoorden door te verwijzen naar de lage OZB, terwijl dit twee afzonderlijke instrumenten zijn? Vraag 2) Beschouwt het college de OZB expliciet als een politiek afruilmiddel om hoge bouwleges te rechtvaardigen? Vraag 3) Erkent het college dat hiermee de indruk ontstaat dat de raad “moet kiezen” tussen lage OZB óf betaalbare bouwleges, en dat andere beleidsopties buiten beeld blijven?

Vraag 4) Het college stelt dat hoge bouwleges het gevolg zijn van “bewuste beleidskeuzes”. Welke concrete raadsbesluiten liggen hieraan ten grondslag? Vraag 5) Is er ooit expliciet door de raad besloten dat Zeist bewust tot de duurste gemeenten van Nederland mag behoren op het gebied van bouwleges? Vraag 6) Acht het college deze positie, top 3 duurste gemeenten, politiek wenselijk, en zo ja, waarom? Vraag 7) Waarom beperkt het college de beleidsruimte tot slechts twee opties: a) hoge leges of hogere OZB, terwijl andere gemeenten aantoonbaar lagere leges én een vergelijkbare OZB kennen? Vraag 8) Heeft het college onderzocht of efficiëntere organisatie, lagere overhead of andere procesinrichting kunnen leiden tot lagere leges zonder OZB-verhoging? Zo nee, waarom niet? Jan Bredius (NDZ) Hanny Roelofsen (Seyst.nu)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16376113/2