CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen nav Ronde Tafel Adviesrecht jan 22 vs

Ronde Tafel 11 januari 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel RV Adviesrecht Omgevingswet807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke beantwoording vragen na toezeggingen Ronde Tafel Adviesrecht 11 januari 2022 Aan

:

Marcel Fluitman

Van

:

Remco Jutstra, André Steen

Datum :

14 januari 2022

Op dinsdagavond 11 januari 2022 is het RV over het adviesrecht en de participatiekaders bij initiatieven geagendeerd. Er waren een aantal meesprekers. Stukken: https://zeist.raadsinformatie.nl/vergadering/936208/Ronde%20Tafel%20RV%20Adviesrecht%20Omg evingswet%2011-01-2022 Terugkijken van de RT 11 januari: https://www.youtube.com/watch?v=e1MH3KEH5eM Toegezegde schriftelijke beantwoording vragen 1. kunnen de genoemde categorieën 1 en 2 over aantal woningen worden verduidelijkt? Grotere woningbouwprojecten met meer dan 11 of 40 nieuwe woningen volgen als snel de route van een wijziging van het omgevingsplan. In een enkel geval komt het initiatief via de route van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, dan is de regeling van het adviesrecht bepalend of er een bindend advies van de raad nodig is. Bij woningbouwprojecten met meer dan 5 woningen in het buitengebied moet door het college een bindend advies worden gevraagd. Het deel ‘tenzij’ gaat alleen over transformatie van bestaande bebouwing dat ook voldoet aan de woonvisie. Dus niet over nieuwe woningen in nieuwe (hoofd)gebouwen. Deze formulering komt voort uit de voorbereiding met de raadswerkgroep en geeft een nadere duiding van buitenplanse initiatieven waar wel of niet een bindend advies moet worden gevraagd. Iedere grens die wordt gelegd is discutabel.

Bij onduidelijkheid over de bepaling of het bindende advies nodig is, kan het college of de raad altijd nog gebruik maken van het facultatieve deel om met het piepsysteem alsnog een bindend advies van de raad in te winnen. 2. Is het verplicht stellen van participatie gelijk aan bespreking op de omgevingstafel en hoe zit het met wel of geen consent? Bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten geldt dat de aanvrager bij de aanvraag van de vergunning moet laten zien hoe hij belanghebbenden bij de aanvraag heeft betrokken. Dit wordt een indieningsvereiste genoemd. In het raadsvoorstel wordt alleen geregeld dat voor specifiek de buitenplanse initiatieven altijd participatie als indieningsvereiste geldt. De aanvrager mag echter zelf weten op welke manier hij dat heeft gedaan. De wijze van participatie mag wettelijk niet worden voorgeschreven. De gemeente denkt mee in de aanpak en biedt een handreiking in mogelijke vormen. De mogelijkheid van bespreking op een nog op te zetten omgevingstafel vervangt niet de participatie. Het college neemt in de bredere belangenafweging mee hoe de participatie is verlopen. Onder de Omgevingswet is de afstemming tussen initiatiefnemer, gemeente en de belanghebbenden (zoals omwonenden) erop gericht een buitenplans initiatief haalbaar en wenselijk te maken.

Op basis van de uitkomst van het afstemmingsproces maakt de gemeente een zorgvuldige belangenafweging. Bij deze afweging worden de mate van afwijking van bestaande kaders, impact op wijk of buurt of Zeister waarden, het draagvlak bij omwonenden of andere belanghebbenden, het wel of niet hebben van consent en de constructieve argumenten van de betrokkenen tijdens het afstemmingsproces

meegenomen. Soms is de belangenafweging ingewikkeld en in de gevallen dat het college bevoegd gezag is kan zij ertoe besluiten de afweging dan voor te leggen aan de raad. Deze mogelijkheid is uitgewerkt in het facultatieve deel van het adviesrecht. Het wel of niet hebben van consent is dus een onderdeel van de belangenafweging en – wanneer het ontbreekt - op zichzelf nog niet direct een reden om de raad te betrekken. Het is mogelijk dat het college of de raad het initiatief zonder consent of bij gebrek aan draagvlak, alsnog voorlegt voor een bindend advies van de raad door gebruik te maken van het facultatieve deel. Het voorstel richt zich op het adviesrecht en de indieningsvereiste voor participatie bij buitenplanse initiatieven en niet de werkwijze van het college bij wel of geen consent. Participatie bij initiatieven In veruit de meeste gevallen is het college het bevoegd gezag voor het verlenen van de vergunning. De gemeente toetst of het initiatief past in het Omgevingsplan. Daarbij zijn er drie mogelijkheden: 1. Het initiatief past binnen de regels. Gemeente verleent de vergunning, want het past binnen de kaders. 2. Het initiatief past met een binnenplanse afwijking. Zo’n afwijking kennen we nu ook in onze Bestemmingsplannen; instemming onder voorwaarden. Dit heet onder de Omgevingswet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (binnenplanse opa). 3.

Het initiatief past niet. Als de gemeente wil meewerken aan het initiatief, moet ze een vergunning gaan verlenen in afwijking van het omgevingsplan. Zo’n initiatief is dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (buitenplanse opa). Bij mogelijkheid 1 en 2 is participatie voor een initiatiefnemer niet verplicht. Dit zijn activiteiten die binnen de regels van het Omgevingsplan vallen. En bij het vaststellen van het Omgevingsplan zelf heeft al participatie plaatsgevonden. Participatie, bijvoorbeeld in de vorm van goede afstemming met buren, door de initiatiefnemer wordt wel gestimuleerd. Participatie kan wel verplicht zijn als iemand een vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (mogelijkheid 3) aanvraagt. Dat zijn activiteiten die niet in het Omgevingsplan staan. Hierover heeft dus nooit eerder participatie plaatsgevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11022957/1