CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen 1e ronde P&C Stukken totaal

Ronde Tafel 16 juni 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Overzicht beantwoorde technische vragen11.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

20

48. Hoeveel inwoners hebben in 2026 gebruikgemaakt van E-hulp en welke resultaten worden hiermee behaald? Er zijn in eerste helft 2026 24 modules ingezet bij circa 20 cliënten. De ambassadeurs hebben 1 uur per week gekregen om aan de slag te gaan met Evie (e-healthplatform). De volgende modules zijn het meest ingezet: Opvoedtips, Omgaan met de emoties van je kind, wat is autisme, blij met jezelf en Oefenen met ontspannen. Daarnaast ligt er een voorstel om Evie ook in te zetten tijdens de periode dat mensen op de wachtlijst staan. Bijlage 3, Dashboard Stabiliteitsmonitor P.7, taakstelling in de begroting 49. Taakstelling organisatie: In de tekst staat dat deze taakstelling komt te vervallen maar in de tabel staan nog steeds bedragen genoemd t/m 2029 (circa 2 ton per jaar). Hoe dit te interpreteren? Het invullen (vervallen) van de taakstelling wordt via de 1 e Bestuursrapportage 2026 geëffectueerd. Omdat dit formeel na de Jaarstukken 2025 valt is dit hier alleen beschreven en verder nog niet verwerkt. 50. Taakstelling Kunst en cultuur: Wanneer wordt duidelijk hoe en waar de bezuinigingen gaan vallen? Er wordt gewerkt aan een invulling maar die laat al lange tijd op zich wachten. Kan er een indicatie worden gegeven? De huidige lijn is: -

30.000 euro: Stoppen met uitgeven van de fysieke Uit in Zeist brochure (deze stap is in 2025 al genomen). 70.000 euro: De invulling voor dit deel van de taakstelling omvat het omlaag bijstellen van het programmeringsbudget van Theater FIGI. Opmerking hierbij is dat dit pas per 2027 in kan gaan i.v.m. contractuele afspraken die het theater aangaat met impresariaten en artiesten.

Bij de 2e Bestuursrapportage 2026 zullen wij de raad hier verder over informeren. 51. P.7 Taakstelling in de begroting: Er wordt gesteld over de taakstelling op kunst & cultuur dat ‘Bij de behandeling van de Begroting 2025 is een amendement aangenomen om deze voor 2025 te verlagen naar € 30.000.’ Klopt dit? Of moet dit zijn dat het met 30.000 is verlaagd? In het aangenomen amendement is onderstaande opgenomen: Het voorstel vast te stellen, met dien verstande dat de op pagina 79 van bijlage 0 vermelde taakstelling van € 100.000,- voor kunst en cultuur voor 2025 wordt beperkt tot € 30.000,--. Het klopt dus dat de taakstelling is verlaagd naar € 30.000. Voortgangsrapportage 2025 inzet reserve vluchtelingenopvang 52. P. 16: Wat is de reden dat deze positief wordt gewaardeerd, terwijl de doelen en bijbehorende activiteiten niet zijn gerealiseerd? Blijkt uit de gesprekken met de RSD een optimistisch beeld over het stellen van andere – haalbare – doelstellingen? 21

Ja, er is een optimistisch beeld. Samen met de RSD en Inneraktie hebben we naar een oplossing gezocht. In plaats van het BBL-traject kinderopvang niveau 3 wordt nu ingezet op een breder voorschakeltraject voor 15 kandidaten. Uw raad wordt bij de volgende voortgangsrapportage geïnformeerd over de tussentijdse resultaten.

22

Vragen van Evert Jan van Hasselt (Volt) 9 juni 2026 53. Wat heeft mantelzorg te maken met resultaatgebied 1 "Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen"? De factsheet koppelt mantelzorg aan resultaatgebied 1, omdat het ondersteunen van mantelzorgers eraan bijdraagt dat zij regie kunnen behouden, overbelasting wordt voorkomen en inwoners volwaardig kunnen blijven deelnemen aan de samenleving. Om die reden wordt binnen dit resultaatgebied specifiek gestuurd op de ervaren belasting van mantelzorgers en de inzet van respijtzorg en informele ondersteuning. 54. Zijn er geen andere relevante indicatoren voor resultaatgebied 1 "Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen"? Binnen het sociaal domein zijn veel meer indicatoren denkbaar die raken aan participatie, regie, zelfredzaamheid en gelijke kansen. In de factsheet is echter bewust gekozen voor een beperkt aantal indicatoren die aansluiten bij de beleidsdoelen, de beschikbare data en de wens om de factsheet overzichtelijk en bestuurbaar te houden. In de jaarstukken staat dat de factsheet bedoeld is als “thermometer” voor de ontwikkeling van het sociaal domein en dat de factsheet in 2025 verder is doorontwikkeld in samenwerking met de raadswerkgroep Sturingsinformatie Zeist.

Daarbij is gekeken naar de balans tussen kwalitatieve en kwantitatieve gegevens en naar indicatoren die aansluiten bij de beweging naar de voorkant en de sociale basis. De keuze voor mantelzorg als indicator binnen resultaatgebied 1 hangt samen met het feit dat hiervoor betrouwbare en meerjarige data beschikbaar is via het RIVM en omdat mantelzorgbelasting een relevante indicator is voor participatie, draagkracht en samenredzaamheid binnen de sociale basis. 55. Welke definitie van sociale basis hanteert Gemeente Zeist? (wij zien uiteenlopende definities langskomen variërend van inwoners en inwonersinitiatieven, tot van formele organisaties in zorg en welzijn en alles wat daartussen zit) We hanteren geen harde, juridisch afgebakende definitie, maar kiezen voor een consistente beleidsmatige benadering waarin de sociale basis breed wordt opgevat als het geheel van informele steun, ontmoeting, vrijwillige inzet, algemene voorzieningen en lichte ondersteuning in buurten en wijken. Deze benadering sluit aan bij het Beleidskader Sociale Basis. 56.

Zijn er buiten Welzijn op Recept geen andere relevante indicatoren voor resultaatgebied 2 “In Zeist hebben we een hoge kwaliteit van leven: veerkrachtige inwoners en een sterke sociale basis waar inwoners laagdrempelig een beroep op kunnen doen”? Binnen het sociaal domein zijn veel meer indicatoren denkbaar die raken aan kwaliteit van leven, veerkracht en een sterke laagdrempelig beschikbare sociale basis. In de factsheet is echter bewust gekozen voor een beperkt aantal indicatoren die aansluiten bij de beleidsdoelen, de beschikbare data en de wens om de factsheet overzichtelijk en bestuurbaar te houden. In de jaarstukken staat dat de factsheet bedoeld is als “thermometer” voor de ontwikkeling van het sociaal domein en dat de factsheet in 2025 verder is doorontwikkeld in samenwerking met de raadswerkgroep Sturingsinformatie Zeist. Daarbij is gekeken naar de balans tussen kwalitatieve en kwantitatieve gegevens en naar indicatoren die aansluiten bij de beweging naar de voorkant en de sociale basis.

23

57. Waar is preventie terug te vinden in het Factsheet Jeugd en WMO 2026? Preventie loopt als rode draad door de Factsheet heen en komt op meerdere onderdelen terug. In de managementsamenvatting wordt expliciet gesproken over de “beweging naar de voorkant”, waarbij wordt ingezet op:  het versterken van preventie;  investeren in de sociale basis;  het voorkomen van zwaardere problematiek. Daarnaast is preventie terug te zien in verschillende concrete onderdelen van de factsheet, waaronder:  Welzijn op Recept, dat wordt ingezet als alternatief voor zwaardere zorg en gericht is op vroegtijdige ondersteuning vanuit de sociale basis;  de inzet op vroegsignalering en ondersteuning van mantelzorgers om overbelasting te voorkomen;  het versterken van groepsaanbod en lichte ondersteuning vanuit het CJG en Sociaal Team;  de inzet van eigen ondersteuning door consulenten in plaats van direct verwijzen naar specialistische zorg;  de verschuiving van specialistische begeleiding naar basisbegeleiding binnen de Wmo;  de inzet op collectief, laagdrempelig en normaliserend aanbod voor jeugdigen en gezinnen;  de ambitie om verblijf en specialistische jeugdhulp zoveel mogelijk te voorkomen;  de inzet op de sociale basis en algemene voorzieningen dichtbij huis.

Ook in resultaatgebied 4 komt preventie terug in de doelstelling om de inzet op lichte ondersteuning en sociale basis te versterken, zodat minder instroom ontstaat in duurdere tweedelijnszorg. 58. Kijkt Gemeente Zeist ook naar wat inwonersinitiatieven rondom de thema’s binnen Jeugd en WMO doen? En naar wat de resultaten daarvan zijn? De stukken beschrijven geen afzonderlijke monitoringssystematiek specifiek voor inwonersinitiatieven als aparte categorie binnen Jeugd en Wmo. Wel wordt binnen initiatieven zoals Austerlitz Zorgt en de pilot buurtbudgetten actief gekeken naar de bijdrage van inwonersinitiatieven aan de sociale basis, informele ondersteuning en steun dichtbij huis.

24

RV26.0 30

1e Bestuursrapportage 2026

Vragen van Martine Folkersma (PRO) 8 juni 2026 1. P.46: hier staat dat de stijging van de OZB zo veel mogelijk wordt gekoppeld aan inflatie. Ik kan dat niet terugzien in de cijfers. Noch de opbrengst noch het tarief houden min of meer gelijke tred met de inflatie. Via het raadsvoorstel “Vaststellen tarieven onroerendezaakbelasting (OZB) 2026 (RV25.073)” is hier invulling aan gegeven. Uitgangspunt voor de prijsontwikkeling van onze tarieven is de in de Kadernota vastgestelde indexatie. Deze is zoveel als mogelijk gekoppeld aan de inflatie. Vervolgens hebben we in Zeist de gewoonte hier de waardeontwikkeling op te corrigeren wat leidt tot de uiteindelijke tarieven. Door deze methodiek stijgen onze totale inkomsten jaarlijks met de vastgestelde indexatie, welke in lijn ligt met de inflatie. Tegelijk ontwikkelt het tarief zich op een andere wijze. Wanneer de totale omvang van WOZ-waarden immers hoger is dan het jaar daarvoor, dan is een lager tarief nodig om dezelfde boogde inkomsten te generen. Op deze wijze betalen (huis)eigenaren alleen meer als gevolg van de inflatiecorrectie en worden ze niet aanvullend belast door de waardeontwikkeling van hun woning. 2. Voor wat betreft het tarief (woningen) geldt dat het tarief in 2024 0,06340% was, in 2025 0,0613 en in 2026 0,0571. Een daling dus.

Voor wat betreft de opbrengst was in 2024 (woningen) begroot 9.820 en in 2025, na begrotingswijziging 9.862. Voor niet-woningen was de begrote opbrengst in 2024 7.663 en in 2025 6.700. Hoe kan dit verklaard worden? Zie antwoord onder vraag 1. 3. P.13: op bladzijde 13 van de bestuursrapportage wordt vermeld dat er subsidie wordt verstrekt aan Stichting Leren voor de Toekomst. Hoe groot is dat bedrag en wordt daar ook verantwoording over afgelegd? Stichting Leren voor de Toekomst ontvangt een subsidie van €26.381 per jaar. Dit is een meerjarensubsidie t/m 2027. Daarover dient de stichting conform de voorwaarden van de Algemene Subsidieverordening verantwoording af te leggen. De verantwoording over 2025 hebben wij nog niet ontvangen. Vanwege de hoogte van de subsidie hoeft de stichting geen accountantsverklaring aan te leveren. Verantwoording vindt plaats in de vorm van een financieel en inhoudelijk jaarverslag. Programma 3: Doorpakken voor natuur en klimaat 4. Afval: wordt er bij het verminderen van bijplaatsingen ook geleerd van succesvolle projecten in andere gemeenten? Wij leren graag van succesvolle maatregelen en aanpakken van andere gemeenten op welk terrein dan ook. Wat betreft bijplaatsingen en afval in het algemeen, delen gemeenten onder meer op http://www.vang-hha.nl veel ervaringen.

Op het vlak van het voorkomen en bestrijden van bijplaatsingen zijn ons echter geen maatregelen bekend die langer dan kortstondig succesvol zijn. Bovendien is de problematiek niet op elke bijplaatsingslocatie hetzelfde, onder meer omdat de fysieke omstandigheden en samenstelling van de buurt varieert. Momenteel doen we overigens opnieuw gedragsonderzoek naar mogelijke maatregelen tegen bijplaatsingen bij de L-flat en Geroflat. Alle gemeenten in Nederland tobben al jaren enorm met dit probleem en het gedrag van een deel van de mensen in onze Nederlandse samenleving. Het is een hardnekkig probleem dat voor de gemeenten niet zo maakbaar is als we zouden willen, in de zin van het voorkomen ervan. Wij houden ons van harte aanbevolen voor informatie over succesvolle projecten.

25

Programma 7: Mobiliteit 5. De fietsknelpuntenlijst afronden/alle oplossingen zijn gerealiseerd: lezen we het goed dat alle vermelde knelpunten ook in de praktijk zijn opgelost? U bent via RIB25.102 geïnformeerd over de stand van zaken van de fietsknelpuntenlijst, waarin een uitgebreide toelichting is gegeven op de afhandeling van de knelpunten. In deze brief is tevens aangegeven dat er een UVP Fiets wordt opgesteld die deze knelpuntenlijst vervangt, waarover u via RIB26.010 bent geïnformeerd. 6. Verkeer en wegen: hoeveel duidelijkheid is er momenteel over de planning van de afsluiting van de Spoorwegovergang in Den Dolder? Via RIB26.033 bent u in februari geïnformeerd over de stand van zaken rond het dossier Nieuwe Verbindingen Den Dolder. Daarin is aangegeven dat de verdere uitwerking van de ontwerpen op pauzestand staat wegens onvoldoende financiële middelen om het project te realiseren. Een lobbytraject moet uitsluitsel geven over de financiële haalbaarheid van het project, dit traject kost tijd. Er is nog geen nieuwe informatie ten aanzien van de financiële haalbaarheid en de daaraan gekoppelde planning. 7. Stimuleren verschonen van de mobiliteit/uitbreiding laadpalen: in hoeverre wordt de groei van het aantal laadpalen negatief beïnvloed door de aansluitstop van Stedin per 1 juli 2026? In aanloop naar de aansluitstop zijn er extra aansluitingen bij Stedin aangevraagd.

In totaal zijn er 60 locaties die in het komende jaar gerealiseerd kunnen worden. Hiermee is er tot en met 2027 voldoende capaciteit. Daarnaast is er de mogelijkheid om op de aansluiting van een bestaande laadpaal een extra laadpaal aan te sluiten. 8. Stimuleren deelautogebruik/vertraging door gebrek aan ambtelijke capaciteit: wanneer verwacht de gemeente dit gebrek te hebben weggewerkt? Er staan thans twee vacatures uit voor adviseur mobiliteit. Naar verwachting zijn deze aan het einde van de zomer ingevuld.

26

RV26.0 31

Kadernota 2027

Vragen van Bar Bakker (VVD) 8 juni 2026 In het begrotingscirculaire van de Provincie Utrecht (https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/2026-04/Begrotingscirculaire%202027.pdf) staat: "In de Voorjaarsnota 2025 heeft het Rijk twee aanvullende maatregelen op de Hervormingsagenda aangekondigd; het sturen op het verkorten van de trajectduur (€ 68 miljoen) en het invoeren van een eigen bijdrage in de jeugdzorg (€ 260 miljoen). In het gemeentefonds is vanaf 2028 een financieel voorschot genomen op deze maatregelen. In onze aanvulling op de begrotingscirculaire voor de begroting 2026-2029 hebben we toegestaan dat gemeenten een stelpost opnamen voor deze twee maatregelen, omdat het voldoende aannemelijk is dat de verantwoordelijkheid voor de realisatie van deze maatregelen bij het Rijk ligt. In de begroting 2027-2030 is het wederom toegestaan om deze stelposten op te nemen." 1. Nemen wij deze stelposten wel of niet op? Wat is hier de onderbouwing bij? Voor het gebruik van stelposten volgen wij de voorschriften die de provincie, in haar rol als toezichthouder, ons aanreikt. Bovengenoemde hebben wij budgetneutraal verwerkt in onze begroting, dat wil zeggen dat we de stap terug van de rijksmiddelen hebben opgenomen, met daar tegenover de stelpost met dezelfde omvang.

Andere stelposten die bijvoorbeeld door de VNG worden aangereikt, maar door de toezichthouder worden ontraden hebben wij niet in onze begroting staan.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17086580/2