CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.053 RV+RB rv Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Zeist 2026

Raad 9 juli 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 20263.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Voorstel van Opsteller Zaak/stuknummer Datum voorstel

De fractievoorzitters Raadsgriffie (F.J.A. Meijer-de Leeuw) 1036781 / RV26.053 15 juni 2026

Ontvangst griffie Ronde Tafel Debat Raadsvergadering

n.v.t. n.v.t n.v.t. 7 en 9 juli 2026

Onderwerp Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Zeist 2026

Doel van het voorstel Zorgen voor actuele regelgeving.

Voorgesteld besluit 1. De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Zeist 2026 vast te stellen conform ontwerpbesluit RV26.053 en daarmee de Verordening rechtspositie wethouders, raadsen commissieleden gemeente Zeist 2019 in te trekken. Besluit raad Unaniem aangenomen (32 voor / 0 tegen)

Inhoud (korte samenvatting) Voorgesteld wordt een nieuwe Verordening rechtspositie raads- en commissieleden vast te stellen, onder meer vanwege enkele wijzigingen in landelijke regelgeving. Daarnaast is het aantreden van een nieuwe gemeenteraad een logisch moment om alle verordeningen en reglementen van de gemeenteraad tegen het licht te houden en opnieuw vast te stellen. De nieuwe verordening vervangt de versie uit 2019 en is gebaseerd op de meest recente modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG). VERDIEPING Inleiding De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden regelt een aantal financiële en praktische voorzieningen voor raads- en commissieleden. Denk aan vergoedingen voor scholing, de beschikbaarstelling van ICT-middelen en de wijze waarop onkosten kunnen worden gedeclareerd. De verordening vormt een uitwerking van landelijke regelgeving en vult die aan waar landelijke wet- en regelgeving de gemeenteraad ruimte geeft om eigen keuzes te maken. Wat in hogere regelgeving al dwingend is vastgelegd, hoeft en mag de gemeente niet opnieuw regelen. De landelijke regelgeving, zoals het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de bijbehorende Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers, wordt jaarlijks door het Rijk geactualiseerd.

Er worden dan onder meer bedragen geïndexeerd en inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd. Daarnaast zijn er in de afgelopen periode enkele circulaires van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties verschenen die invloed hebben op de bepalingen over scholing, informatie- en communicatievoorzieningen en de declaratie van onkosten. De VNG heeft deze wijzigingen verwerkt in haar modelverordening (zie VNG Ledenbrief 25/062) en adviseert gemeenten de eigen verordening daarop aan te passen. ARGUMENTEN (VOOR EN TEGEN) 1.1. Het is van belang lokale regelgeving actueel te houden

Pagina 1 van 3

De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Zeist 2019 bevat enkele bepalingen die niet meer aansluiten op de geldende hogere regelgeving. Vaststelling van een nieuwe verordening zorgt voor actuele regelgeving. In het voorstel is de meest recente VNG-modelregeling als basis gehanteerd. 1.2. Het vastleggen van een maximale vergoeding voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing geeft duidelijkheid. Raads- en commissieleden kunnen de griffier vragen om een vergoeding van de kosten voor deelname aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing. Op dit moment is hiervoor geen maximum bedrag vastgesteld. Het voorstel is om dat wel te doen en het maximum te stellen op € 750,- per jaar per lid. Hiermee wordt een gelijk financieel kader vastgesteld voor alle raads- en commissieleden en kan het jaarlijkse budget van de raad vooraf beter worden ingeschat. 1.3. Het huidige artikel over reiskosten woon-werkverkeer mist een wettelijke grondslag De huidige verordening bevat een artikel dat raads- en commissieleden een vaste maandelijkse vergoeding toekent voor woon-werkverkeer. Voorgesteld wordt dit artikel te schrappen, omdat het geen wettelijke grondslag heeft.

Artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers regelt de reiskosten van raads- en commissieleden uitputtend: vergoed worden werkelijk gemaakte kosten voor vergaderingen en functie gerelateerde reizen (geen vaste woonwerkvergoeding). Die bestaat wel voor burgemeesters en wethouders (artikel 3.6 Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers), vanwege hun voltijdse ambt, maar niet voor raadsleden. Artikel 99 Gemeentewet biedt de raad geen bevoegdheid om buiten deze kaders een aanvullende vergoeding in te stellen. Het schrappen van dit artikel heeft geen gevolgen voor de bestaande aanspraken op reiskostenvergoeding: die blijven bestaan op grond van de landelijke regelgeving. 1.4. Niet alle modelbepalingen zijn overgenomen De VNG-modelverordening bevat een aantal bepalingen, waarvan voorgesteld wordt ze niet over te nemen: -

Het is mogelijk om tot maximaal 20% van de raadsvergoeding te berekenen naar het aantal bijgewoonde vergaderingen. Deze bepaling is bedoeld voor zogenoemde ‘spookraadsleden’. Deze situatie doet zich in onze raad niet voor. Bovendien wegen de administratieve lasten van de uitvoering niet op tegen het betrekkelijk geringe bedrag dat hiermee in mindering kan worden gebracht.

-

Raadsleden die lid zijn van een onderzoekscommissie of ‘zware’ commissie waarbij zij structureel veel extra tijd kwijt zijn bovenop hun reguliere raadswerk, kunnen een extra toelage krijgen. Dergelijke commissies doen zich in Zeist zelden voor en vergen elk een eigen politieke afweging. Voorgesteld wordt hierover geen bepaling niet op te nemen. Op het moment dat de raad besluit een onderzoekscommissie of andere ‘zware’ commissie in te stellen, kan hij bij dat besluit tevens de hoogte van de toelage vaststellen.

-

Aan commissieleden, zijnde niet-raadsleden, kan een hogere vergoeding worden gegeven voor het bijwonen van commissievergaderingen als er sprake is van bijzondere beroepsmatige deskundigheid of een zwaardere taak. Omdat er geen sprake is van een vaste samenstelling van de raadscommissies (Ronde Tafel en Debat), wordt voorgesteld deze bepaling niet op te nemen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft in een circulaire van 1 maart 2022 bekend gemaakt dat het onder voorwaarden mogelijk wordt dat raads- en commissieleden de aan hen beschikbaar gestelde ICT-middelen kunnen behouden. Het overnemen van een ICTmiddel is geen recht van raads- en commissieleden. Het college dat het ICT-middel heeft verstrekt, kan besluiten deze mogelijkheid niet te bieden. In het kader van informatieveiligheid en gegevensbescherming ICT middelen is besloten dat de door het college ter beschikking gestelde ICT-middelen niet mogen worden overgenomen.

-

TOELICHTING Pagina 2 van 5

Participatie Niet van toepassing op dit voorstel. Financiële toelichting Het vaststellen van deze verordening heeft geen financiële gevolgen. De wijzigingen zijn grotendeels verduidelijkend van aard. De kosten voor eventuele scholingsvergoedingen passen binnen de bestaande budgetten in de Programmabegroting. Juridische aspecten De verordening is gebaseerd op de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de daarop gebaseerde Regeling Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Duurzame aspecten Niet van toepassing op dit voorstel. Samenhang met andere projecten Niet van toepassing op dit voorstel. VERDERE PROCES Planning en uitvoering Na vaststelling van de verordening zal deze worden bekendgemaakt in het elektronisch Gemeenteblad. Communicatie Zoals voorgeschreven in artikel 147a Gemeentewet is het college in de gelegenheid gesteld eventuele wensen en bedenkingen bij het voorstel in te dienen, voordat de raad een besluit neemt. Zodra de reactie van het college is ontvangen, zal deze als bijlage worden toegevoegd bij dit raadsvoorstel. Evaluatie Als landelijke wetgeving aanleiding geeft de verordening aan te passen en/of er wensen tot wijziging vanuit de gemeenteraad komen, zal worden bekeken of de verordening moet worden gewijzigd. BIJLAGEN 1.

Ontwerpverordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Zeist 2026 (voorgestelde wijzigingen ten opzichte van huidige verordening zijn geel gearceerd). 2. VNG Ledenbrief Lbr. 25-062 – Wijziging Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden en Model Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder (9 december 2025 a. Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden b. Toelichting Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Namens de fractievoorzitters, de griffier,

drs. E.M.H. Lemaier

Pagina 3 van 5

RAADSBESLUIT

Behoort bij raadsvoorstel Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Zeist 2026 Nummer: RV26.053 De raad van de gemeente Zeist; Gelezen het voorstel van de fractievoorzitters van 15 juni 2026; Gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, 97, 98 en 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; BESLUIT: De volgende verordening vast te stellen:

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Zeist 2026 Artikel 1 Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. raadslid: lid van de gemeenteraad. c. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. Artikel 2 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij de griffier. 2. Bij dit verzoek worden documenten met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald. 3. De maximale vergoeding voor de scholing bedraagt € 750,00 per jaar per raads- of commissielid. 4. De griffier beslist namens de raad op de aanvraag op basis van de ingediende bewijsstukken.

Als de griffier dit nodig acht beslissen de fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen op basis van meerderheid van stemmen. Artikel 3 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert uiterlijk twee weken na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. 3. Overname van de informatie- en communicatiemiddelen is niet mogelijk. Pagina 1 van 5

RAADSBESLUIT

Artikel 4 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 5 Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering van de commissie. Artikel 6 Betaling en declaratie van onkosten 1.

Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur; b. betaling vooruit uit eigen middelen; 2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen drie maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel 7 Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Zeist 2019 wordt ingetrokken. Artikel 8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking. Artikel 9 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Zeist 2026.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 7 juli en voortgezet op 9 juli 2026, De raad voornoemd,

Pagina 2 van 5

drs. E.M.H. Lemaier, griffier

drs. J. Langenacker, voorzitter

Pagina 3 van 5

Toelichting verordening Algemeen In de wet en nadere regelgeving zijn alle belangrijke onderwerpen over de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers opgeschreven. In de Gemeentewet staat dat de precieze afspraken over de rechten en plichten en de financiële afspraken van raads- en commissieleden moet worden opgeschreven bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Die precieze uitwerking staat in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de regels over (onkosten)vergoedingen verder opgeschreven. Hoofdlijnen gemeentelijke verordening In deze verordening staan alleen regels over de rechtspositie van raadsleden en commissieleden, zijnde niet raadsleden in het geval zij niet al hiertoe worden verplicht door hogere wet- en regelgeving. Dit volgt uit de Gemeentewet het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018) over de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers is er opnieuw een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd.

De reden hiervan is het voorkomen van politieke discussies over voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om door middel van een verordening af te wijken. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke verordening. Indien een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdragers te regelen, zijn een aantal regels van belang. In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat ’buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, de leden van de raad en/of door de raad ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente ontvangen. Deze verordening vormt een (verdere) uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen. De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Raads- en commissieleden zijn niet in dienst van de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever.

Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raadsen commissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964, maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raads- en commissieleden kiezen voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor het fictief werknemerschap, het zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een opting-in verklaring bij de Belastingdienst. Als de raads- en commissieleden en de gemeente niet kiezen voor het fictief werknemerschap, dan moeten de onkostenvergoedingen en raadsvergoeding als inkomsten worden gezien en mogen de (beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het raads- of commissielid moeten opgeven in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige werkzaamheden. De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de raads- en commissieleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze verordening aan de Belastingdienst door te geven middels een formulier IB-47.

Omdat raads- en commissieleden persoonlijk worden gekozen, worden zij niet gezien als (fiscaal) ondernemer. Daarom hoeft er geen VARverklaring of/Modelovereenkomst ZZP overgelegd te worden aan de gemeente. De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) geldt niet voor raads- en commissieleden.

Pagina 4 van 5

Artikel 1. Definitiebepalingen Dit artikel spreekt grotendeels voor zich. Artikel 2. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Voor raads- en commissieleden is duidelijk bepaald dat de kosten voor scholing die niet-partijpolitiek is, zoals deelname aan congressen en opleidingen, door de gemeente kunnen worden betaald. Scholing die wel partijpolitiek is, wordt niet door de gemeente vergoed. Of scholing partijpolitiek is, hangt af van de inhoud van die scholing. Dat betekent dat wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij dit dus niet automatisch partijpolitieke scholing is. Om scholingskosten vergoed te krijgen, moet duidelijk worden uitgelegd dat het gaat om scholing die nodig is voor het werk. Scholing is nodig voor het werk als het bedoeld is om vakkennis en vaardigheden te leren of bij te houden die je voor je functie nodig hebt. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als het helemaal of voor een deel het doel heeft om diegene op te leiden in de ideeën en standpunten van die partij. De gemeente kan ook dit soort scholing zelf geven of regelen. De kosten daarvan worden ook door de gemeente betaald.

Uit paragraaf 3.1 van de circulaire Wijzigingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten blijkt dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering aan de hand van de centrale kaders uit het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Er kan ook mandaat worden verleend aan een commissie van de gemeenteraad om te toetsen of scholingsverzoeken binnen het kader vallen. 1 Die commissie moet dan wel een formele commissie zijn in de zin van de Gemeentewet. In het geval van een informele commissie, kan de gemeente het beste de modelbepaling volgen waarin die commissie enkel als adviesgevend orgaan is benoemd. Het College en de Raad zijn niet bevoegd om uitzonderingen of beperkingen op te leggen aan individuele verzoeken op de centraal gestelde kaders. Als de aanvraag binnen de kaders valt, wordt het uitgevoerd. Op grond van artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, tweede lid kan de gemeenteraad regels maken over de scholing van raadsleden. Deze regels kunnen bijvoorbeeld in een scholingsplan staan. In dit plan kunnen procedureregels voor individuele aanvragen om scholing worden opgenomen en ook regels over de hoogte van de tegemoetkoming.

Dit plan kan vervolgens als handvat of hulpmiddel worden gebruikt bij de beoordeling van deze individuele scholingsaanvragen. Het Rechtspositiebesluit is op twee onderdelen aangevuld. Ten eerste moeten de prijs en kwaliteit van de scholing in verhouding tot elkaar staan. Zo blijven de kosten redelijk. Daarnaast mogen de kosten niet al op een andere manier worden vergoed. Verder is in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, derde lid een koppeling gemaakt met artikel 3.1.7 en 3.2.9. De gemeente betaalt, als daar een goede reden voor is, de reis- en verblijfskosten die nodig zijn voor de scholing. Artikel 3. Informatie- en communicatievoorzieningen Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid, wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Ook commissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 3.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone een computer en de daarbij behorende (internet)abonnementen. Er mag slechts één computer verstrekt worden. Een computer is een desktop, laptop, tablet- of minicomputer. Een smartphone is niet te kwalificeren als computer.

De gemeente verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke ambtsdrager, omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente. Hiervoor wordt een redelijk termijn afgesproken in de verordening. De gemeente draagt zorg voor het schonen van dit ICT-middel en het al dan niet 1

Toelichting bij artikel 3.3.3 van het Rechtspositiebesluit. Pagina 5 van 5

beschikbaar stellen voor hergebruik Als hergebruik niet aan de orde is, kan de gemeente ambtsdragers de mogelijkheid bieden het ICT-middel over te nemen. Dit overnemen is geen recht van de ambtsdrager, maar het gevolg van een keuze van de gemeente. In dit geval is er geen bereidheid het ICT-middel af te stoten. Artikel 4. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt. Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.

Artikel 5 Betaling vaste vergoedingen Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen betaald worden aan raads- en commissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, biedt dit artikel uitkomst. De vergoeding voor commissieleden wordt maandelijks uitbetaald op basis van het aantal vergaderingen dat het commissielid in die maand heeft bijgewoond. De vergoeding geldt uitsluitend voor vergaderingen van commissies als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet. In Zeist zijn dit de Ronde Tafel, het Debat en de auditcommissie. Artikel 6 Betaling en declaratie van onkosten Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald worden aan raads- en commissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kunnen deze artikelen uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente. Het verdient aanbeveling dat het college een formulier vaststelt waarmee raads- en commissieleden gemaakte onkosten kunnen verantwoorden. Raads- en commissieleden declareren in beginsel hun onkosten bij de griffier.

Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. Artikel 7 Intrekking oude verordening & artikel 8 Inwerkingtreding & artikel 9 Citeertitel Deze artikelen spreken voor zich.

Pagina 6 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17204531/2