RV26.051 Bijlage 1 - Ontwerpverordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2026 (wijzigingen gearceerd)
Tekst van het document
Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2006 2026 Paragraaf 1: Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - ambtelijke bijstand: bijstand, verleend door onder het gezag van het college werkzame ambtenaren; - bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning niet zijnde een verzoek om informatie; - fractieondersteuner: persoon die werkzaamheden verricht ter ondersteuning van een fractie en daarvoor een vrijwilligersvergoeding ontvangt als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964; Paragraaf 2. Verzoeken om informatie of Ambtelijke bijstand Artikel 1 1. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om: a. feitelijke informatie van geringe omvang; b. inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn. c. bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand. 2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt door de griffier, een medewerker van de griffie of op verzoek van de griffier door een ambtenaar gegeven. 3. Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist. 4.
De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. Artikel 2 1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris ambtelijke bijstand tenzij één van de weigeringsgronden van artikel 5 van toepassing is. 2. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. 3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. Artikel 3 Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek. Artikel 4 1. Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand, doet hij via de griffier hiervan mededeling aan de secretaris. 2. Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester.
De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak. Artikel 5a Bijstand wordt geweigerd indien: 1. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; 2. dit het belang van de gemeente kan schaden; 3. de gevraagde bijstand een dusdanig groot beslag legt op de ambtelijke capaciteit dat de uitvoering van de aan de productgroep of een onderdeel daarvan opgedragen werkzaamheden in het gedrang komt. Artikel 5b De secretaris houdt een register van de verleende ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c bij, waarin per verzoek om bijstand aan de reguliere ambtelijke organisatie wordt opgenomen: a. welk raadslid om bijstand heeft verzocht; b. over welk onderwerp om bijstand is verzocht; c. welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;
d. hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost; e. de reden waarom een verzoek is geweigerd. Artikel 6 De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het college desgewenst een afschrift van het verzoek uit het register. Artikel 7 Indien het college of leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid. Artikel 2. Verzoek om informatie 1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om feitelijke informatie van geringe omvang of om inzage in of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat. 2. De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, verzoekt de griffier de secretaris één of meer ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk de resterende informatie zo spoedig mogelijk verstrekken. Artikel 3. Verzoek om bijstand 1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand. 2. De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd.
Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt hij de secretaris om een of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen. 3. De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als: a. naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden b. dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden c. het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd. 4. Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek. Artikel 4. Geschil over verleende ambtelijke bijstand 1. Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, kan de griffier verzoeken hierover in overleg te treden met de secretaris. 2.
Als overleg met de secretaris niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek. Artikel 5. Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand Als het college of een of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid. Paragraaf 2 3: Fractieondersteuning Artikel 8 6. Recht op financiële bijdrage 1. De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van orde, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie. 1. De raad verstrekt een in de raad vertegenwoordigde fractie voor de duur van de zittingsperiode een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie. 2. Deze financiële bijdrage bestaat jaarlijks uit een basisbedrag vast deel van € 1.500,- per voor elke fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag en een variabel deel van € 75,- 100,- per raadszetel van de fractie.
en een bedrag gelijk aan de wettelijke maximale vrijwilligersvergoeding per fractie-ondersteuner met een maximum van twee fractieondersteuners per fractie. 3. De bijdrage, bedoeld in het tweede lid, wordt verhoogd met een bedrag van € 2.200,- per fractieondersteuner per jaar,-, met een maximum van twee fractieondersteuners per fractie, mits de fractievoorzitter de fractieondersteuner schriftelijk heeft aangemeld bij de griffier. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de maximale vrijwilligersvergoeding als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
4. In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt de bijdrage berekend voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt de bijdrage berekend voor de overige maanden van dat jaar. In een jaar waarin raadsleden aftreden na reguliere raadsverkiezingen of op grond van artikel 56d of 56e van de Wet Algemene regels herindeling, verstrekt de raad, in afwijking van het eerste, tweede en derde lid: a. een financiële bijdrage over de periode van januari tot en met de maand van aftreden; b. een financiële bijdrage over de resterende maanden van dat jaar. Deze financiële bijdragen bestaan uit 1/12e deel van de bedragen, bedoeld in het tweede en derde lid, vermenigvuldigd met het aantal maanden dat de desbetreffende periode omvat. 5. De Algemene subsidieverordening is niet van toepassing. Artikel 9 7. Besteding financiële bijdrage 1. De financiële bijdrage wordt uitsluitend besteed aan ondersteuning die ertoe strekt de Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol van de fractie te versterken. 2. De financiële bijdrage wordt in ieder geval niet mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: a. uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen; b.
betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie; c. giften; d. uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen; a. betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst; b. giften, leningen, beleggingen en voorschotten c. uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege, inclusief uitgaven in verband met verkiezingsactiviteiten. Artikel 10 8. Uitbetaling financiële bijdrage 1. De bijdrage voor fractieondersteuning wordt op declaratiebasis uitbetaald. 2. De declaraties worden door de fractievoorzitter ingediend bij de griffier, die optreedt als budgethouder namens de raad. 3.
Indien de griffier van mening is dat de besteding niet in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 9 7 van deze verordening, legt hij de declaratie voor aan het presidium fractievoorzittersoverleg. Het presidium fractievoorzittersoverleg beslist of de declaratie zal worden uitbetaald. De griffier en deelt dit besluit mee aan de betreffende fractie. Artikel 11 1. Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen verandert, wijzigt de bijdrage a. bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt. b. bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt. 2. Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8, tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie – na aftrek van reeds betaalde declaraties - verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden. Artikel 9. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie 1.
Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, toebedeeld aan de nieuw gevormde fractie of aan de fractie waarbij aangesloten wordt. 2. Als zich een situatie als bedoeld in het eerste lid voordoet, wordt de financiële bijdrage voor het lopende jaar naar evenredigheid herberekend met ingang van de maand volgend op de maand waarin de splitsing plaatsvindt. 3. Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad. Artikel 12 Vervallen (betrof reservering van in enig jaar niet bestede middelen)
Artikel 10. Reserve 1. De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie voor het kunnen verlenen van een aanvullende financiële bijdrage ten behoeve van die fractie in het volgende jaar. 2. Een reserve is in elk jaar niet groter dan 30% van de financiële bijdrage, waarop de fractie in het voorgaande kalenderjaar recht had op grond van artikel 6. 3. De opgebouwde reserve vervalt als er verkiezingen hebben plaatsgevonden. Artikel 13 11 Verantwoording 1. De griffier verstrekt binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de raad een overzicht van de uitgekeerde bedragen per fractie. Artikel 14 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2006 Paragraaf 4. Slotbepalingen Artikel 12. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2006 wordt ingetrokken. 2. De Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2006 blijft van toepassing ten aanzien van de op basis van die verordening verleende financiële bijdragen en de verantwoording, controle, vaststelling en afrekening van die financiële bijdragen. Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Zeist 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, drs. J. Langenacker De griffier, drs. E.M.H. Lemaier NB. In het raadsvoorstel is een volledig nieuwe toelichting bij de verordening toegevoegd.