RV26.044 WA-Hoeve NZOV Regels Bijlage 4 Woonvisie Zeist 2016 - 2020
Tekst van het document
Maar het kan ook gaan om fysieke aanpassingen, zoals renovatieprojecten van corporaties, nieuwbouwprojecten en ingrepen in de openbare ruimte. Als laatste bestaat de mogelijkheid om bij sociale huurwoningen (in beperkte mate) te sturen op toewijzing. Dit laatste is mogelijk als er grote aantoonbare knelpunten ontstaan, zoals overlast en criminaliteit. Doorlopend zijn we in gesprek met partijen op wijkniveau, binnen de wijkteams (gericht op schoon, heel en veilig) en binnen het sociaal team en CJG (gericht op zorg en welzijn). Maar ook in ons overleg met de woningcorporaties is de leefbaarheid in de wijken een belangrijk onderwerp. We maken met hen (en de huurders) jaarlijks prestatieafspraken waar concrete projecten en knelpunten onderdeel van uit maken.
20
8. Voortgang en evaluatie De woonvisie heeft een looptijd van minimaal vijf jaar (2016-2020). Na vijf jaar, of eerder als dit noodzakelijk wordt geacht, evalueren we de visie. Op basis van deze evaluatie zal de visie aangepast of vernieuwd worden. Bij deze evaluatie zullen we een woningmarktonderzoek laten uitvoeren en afstemming zoeken met de diverse stakeholders. Daarnaast is de woonvisie geen statisch document, maar zullen we op diverse onderwerpen in de komende jaren meer verdieping aanbrengen. Denk aan bijvoorbeeld gerichte samenwerkingsafspraken over wonen en zorg, concrete woningbouwprojecten voor bepaalde doelgroepen en regionale afspraken over woningtoewijzing. De kaders van deze woonvisie zijn hierbij uiteraard leidend. Jaarlijks publiceren we een aantal documenten op het gebied van wonen: - Een jaarlijks overzicht van de woningbouwprojecten in de gemeente. Hieraan koppelen we ook een woningbouwmonitor, met informatie over de actuele situatie op de woningmarkt; - Een jaarlijkse uitvraag een woningcorporaties voor de prestatieafspraken, op basis van de evaluatie van de prestatieafspraken het jaar ervoor; - Prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties. De planning en samenwerking met woningcorporaties en huurderorganisaties is beschreven in een aparte tabel, die is toegevoegd aan het hoofdstuk sociale huur.
Rol van de samenleving Bij elk hoofdstuk hebben we apart gesproken over de rol van partijen. Maar naast deze partijen, hechten we veel belang aan het betrekken van de samenleving. Bijv. bij nieuwbouwprojecten, oplossingen voor wonen en zorg, starterswoningen en het maken van beleidskeuzes. Hier is echter geen blauwdruk voor te geven. Per onderdeel bekijken we, ook met andere partijen, hoe we hier vorm aan geven. Zo hebben bij een nieuwbouwproject buurtbewoners een direct belang als het gaat om behoud van groen, verkeer, etc. Maar ook woningzoekenden hebben hier een belang, bijvoorbeeld omdat zij een betaalbare woning nodig hebben. Daarom is naast het betrekken van inwoners ook het afwegen van diverse belangen een belangrijke taak. Daarnaast denken we graag mee bij initiatieven van inwoners gericht op wonen of in combinatie met bijvoorbeeld zorg. Hierbij zien we ook onze rol als verbinder met andere partijen, zoals woningcorporaties en zorginstellingen.
Met corporaties maken we prestatieafspraken over o.a. renovatie, zoals hier bij Flat 40 in Nijenheim.
21
Begrippenlijst Aftoppingsgrenzen: De maximale grenzen om volledige huurtoeslag te ontvangen. Zie ook passend toewijzen. In 2016 is de 1e aftoppingsgrens €586,68 euro (voor alleenstaanden) en de 2e aftoppingsgrens €628,76 euro (voor 2 en meerpersoonshuishoudens). Blijverslening: Instrument van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) gericht op woningeigenaren. Zij kunnen door de lening woningaanpassingen in hun woning financieren waardoor is in staat worden gesteld om langer thuis te blijven wonen. EPC norm: Energie Prestatie Coëfficiënt. Een maat om de energiezuinigheid van een gebouw te beoordelen. DAEB en niet DAEB: DAEB staat voor diensten van algemeen economisch belang. Dit zijn activiteiten van corporaties die tot hun kerntaak behoren, zoals bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen, bepaald maatschappelijk vastgoed en beperkt uitvoeren van leefbaarheidstaken. Taken die hier niet onder vallen (niet-DAEB) zijn o.a. het bouwen van koopwoningen en verhuur van middeldure huurwoningen. Domotica-voorzieningen: Toepassing van elektronische voorzieningen in en rond de woning, in dit geval gericht op personen met een functiebeperking. Denk aan alarmering, deuropeners, etc. Maar ook het regelen van de temperatuur op afstand en één knop voor alle verlichting of elektrische apparaten.
Extramuralisering: Streven om buiten de muren van een intramurale instelling (waar iemand opgenomen wordt) gelijkwaardige zorg te bieden, bijv. in de eigen woning (met thuiszorg). GONS: Gebiedsontwikkeling Nieuwe Stijl. Een werkwijze om in overleg met de omgeving en stakeholders te komen tot een invulling van een bepaalde locatie. Laatste kansbeleid: Beleid om mensen die uit hun sociale huurwoning worden gezet vanwege overlast of huurachterstand, een laatste kans te bieden. Vaak is dit een eenmalige toewijzing voor een woning met harde afspraken om herhaling van eerdere problemen te voorkomen. Liberalisatiegrens: De maximale huurprijs waarop huurtoeslag mogelijk is, in 2016 is dit €710,68 per maand. Mantelzorgwoningen: Woningen waarbij de mogelijkheid bestaat voor het inwonen van zorgvragers of zorgverleners zodat mantelzorg mogelijk is. Denk hierbij aan een extra woon-slaapkamer en sanitaire voorziening op de begane grond of het (al dan niet tijdelijk) toevoegen van extra woonruimte in de tuin. Middeninkomens: Huishoudens met een inkomen tussen €34.911 en €45.000 die niet langer in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, maar vaak een te laag inkomen hebben om in de vrije sector een geschikte woning te vinden. Passend toewijzen: Per 1 januari moeten woningcorporaties huurwoningen passend toewijzen.
Dit betekent dat huishoudens die recht hebben op huurtoeslag (zie primaire doelgroep), een woning mogen huren van maximaal €576,- / €629,- (afhankelijk van de huishoudensgrootte en leeftijd). Corporaties moeten bij 95% van de toewijzingen aan lage inkomens hieraan voldoen. Primaire doelgroep: Huishoudens met een inkomen van maximaal €30.000, die recht hebben op huurtoeslag. In 2016 is dit voor 1-persoonshuishoudens en alleenstaande AOW-ers €22.100 euro, voor 2- of meerpersoonshuishoudens €30.000 euro en voor overige AOW-ers €30.500 euro. RDWI: Regionale Sociale Dienst Werk en Inkomen (Kromme Rijn / Heuvelrug). Scheefwoners: Mensen met een inkomen vanaf €34.911 die in een sociale huurwoning wonen. 22
Sociale huur: Alle huurwoningen met een huurprijs tot €710,68 per maand (prijspeil 2016). Statushouders: Mensen die als vluchteling naar Nederland zijn gekomen en een verblijfstatus hebben ontvangen. Vaak verblijven ze nog in asielzoekerscentra en moeten ze uitstromen naar reguliere woonruimte, vaak een sociale huurwoning. Gemeente Zeist is verplicht om jaarlijks een aantal statushouders te huisvesten. Deze taakstelling wordt door het rijk bepaald op basis van het aantal inwoners. Tiny Houses: Kleine zelfstandige woningen, meestal van maximaal 50 m2. Voorbeelden zijn woningen in verplaatsbare units (wooncontainers) of binnen bestaande (kantoor)panden. Vrije sector huur: Huurwoningen met een huurprijs vanaf €710,68 per maand (prijspeil 2016) VVE: Vereniging van Eigenaren, vooral georganiseerd voor gezamenlijk beheer en eigendom van koopappartementen. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning Woonkeur Keurmerk: Keurmerk om te toetsen of een de woning voldoende levensloopbestendig is, denk hierbij een draaicirkels voor rolstoelen, geen drempels tussen verblijfsruimten, etc. Woonlasten: Kosten direct gelinkt aan de woning, zoals huur of hypotheek, eventuele servicekosten, kosten voor energie (water, elektra en gas) en lokale heffingen van gemeente en waterschap.
De EPC-norm bij nieuwbouw is 0,4%. Dit betekent voor nieuwbouwwoningen zoals hier bij het project Plantanenhof dat de woningen goed geïsoleerd worden.
23