CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.044 WA-Hoeve NZOV Regels

Raad 9 juli 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan WA Hoeve, Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld en beeldkwaliteit WA-Hoeve, Den Dolder11.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

10.3.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 10.3.1 is vereist voor werken of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren of konden

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

29

worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

30

Artikel 11

Waarde - Ecologie

11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en herstel van de ecologische waarden van het aldaar voorkomende Natuurnetwerk Nederland. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Toegestane bouwwerken In afwijking van het elders in deze regels bepaalde met betrekking tot het bouwen, mogen op en in de gronden als bedoeld in lid 11.1 geen bouwwerken worden gebouwd. 11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1 Vergunningplicht Het is verboden om op de voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld, anders dan normaal spit- en ploegwerk, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet; c. het ophogen en egaliseren van gronden, waaronder het aanleggen van geluid- en andere wallen; d. het aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; e. het verlagen van het grondwaterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; g.

het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; h. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden (inclusief diepploegen, ontginnen en het aanleggen van drainage) dieper dan 0,3 meter onder maaiveld; i. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; j. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, bomen, struiken en heesters. 11.3.2 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.3.1 wordt slechts verleend indien de in lid 11.1 genoemde waarden niet worden aangetast als gevolg van deze werken of werkzaamheden, dan wel de direct of indirect te verwachten gevolgen daarvan. 11.3.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 11.3.1 is vereist voor werken of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c. waarvoor voldaan is aan het bepaalde in artikel 7.3.2.

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

31

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

32

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

33

Artikel 13

Algemene bouwregels

13.1 Bestaande afwijkingen a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de maatvoering en situering van gebouwen gelden de bouwregels, zoals die onder de bestemmingen en in dit artikel zijn voorgeschreven, dan wel de bestaande overschrijding daarvan, zoals deze op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, of kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen; b. Het bepaalde onder a geldt niet voor bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; c. In geval van herbouw is het bepaalde onder a uitsluitend van toepassing indien herbouw op dezelfde plaats geschiedt. 13.2 Onderkeldering van gebouwen Voor het bouwen onder een gebouw gelden de volgende regels: a. de bouwdiepte mag maximaal 4 meter bedragen; b. de ondergrondse bebouwing of halfverdiepte bebouwing mag uitsluitend onder het gebouw worden gerealiseerd, met uitzondering van ingangspartijen en voorzieningen voor de toetreding van daglicht; c. de bouwhoogte van keermuren ten behoeve van ingangspartijen mag niet meer dan 1.20 meter bedragen; d. de voorzieningen voor de toetreding van daglicht mogen maximaal 1 meter uit de gevel worden gebouwd.

13.3 Aangrenzende terreinen Het is verboden enig terrein of bouwperceel zodanig te bebouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, bouwvlak of bouwperceel een toestand zou ontstaan, die aldaar niet meer met de regels van dit plan zou overeenstemmen, of voorzover er reeds aldaar een afwijking van de regels bestaat, zodanig te bebouwen, dat deze afwijking zou worden vergroot.

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

34

Artikel 14 14.1

Algemene gebruiksregels

Parkeren

14.1.1 Parkeergelegenheid a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, mag niet worden gebouwd wanneer voor dit bouwwerk op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. De omgevingsvergunning voor het bouwen kan alleen worden verleend als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals opgenomen in de 'Parkeerbeleidsnota Zeist' (d.d. 3 mei 2004). Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging. c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien; of 3. indien is aangetoond dat het voldoen aan die bepalingen niet meer noodzakelijk is. Met dien verstande dat de omgevingsvergunning voor het afwijken uitsluitend wordt verleend indien de verwachte effecten inzichtelijk zijn gemaakt is aangetoond op welke wijze de hinder voor de directe omgeving geminimaliseerd wordt. d.

Gerealiseerde parkeervoorzieningen mogen niet zodanig worden gewijzigd, dat hierdoor niet meer voldoende parkeergelegenheid aanwezig is, zoals opgenomen in de 'Parkeerbeleidsnota Zeist' (d.d. 3 mei 2004). Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging. 14.1.2 Laad- en losruimte a. Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die behoefte. Deze bepaling geldt niet: 1. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; 2. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien. b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende laad- en losgelegenheid wordt voorzien: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en losruimte wordt voorzien.

14.2 Aanvuling gebruiksverbod Onder het gebruiken als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt tevens verstaan het in gebruik geven of laten gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. 14.3 Vormen van verboden gebruik (onbebouwd) Als een verboden gebruik, als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voorzover het betreft parkeren en overigens voorzover dat noodzakelijk is in verband

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

35

met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. als opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden; d. voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie. 14.4 Vormen van verboden gebruik (gebouwen) Als een verboden gebruik, als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval beschouwd het gebruik: a. van gebouwen voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen als detailhandel, met uitzondering van het verkopen of ten verkoop aanbieden van: 1. goederen, waarvan de verkoop deel uitmaakt van de normale dienstverlening behorende bij het op hetzelfde perceel uitgeoefende bedrijf; 2. agrarische producten afkomstig van en geteeld op het ter plaatse aanwezige agrarisch bedrijf; b. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen, voor permanente bewoning; c. van gebouwen ten behoeve van het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie.

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

36

Artikel 15

Algemene aanduidingsregels

15.1 luchtvaartverkeerzone - 45m Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 45m' mag de bouwhoogte van bebouwing of de hoogte van beplanting niet meer dan 45 meter bedragen. 15.2 milieuzone - trillingen Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - trillingen' mogen gebouwen ten behoeve van gevoelige functies slechts worden gebouwd voor zover daarbij wordt voorzien in het nemen van maatregelen tegen trillingshinder, die ervoor zorgen dat voldaan wordt aan de grens- en richtwaarden uit de SBR-B richtlijn.

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

37

Artikel 16

Algemene afwijkingsregels

16.1 Bevoegdheid tot het afwijken Het bevoegd gezag is bevoegd af te wijken van de regels van het plan, ten behoeve van: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, waarvan de oppervlakte niet meer dan 30 m² en de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen; b. het bouwen van andere bouwwerken binnen 1 meter uit de grens van de bestemming 'Verkeer', voor het weren van voorwerpen die de verkeersveiligheid in gevaar kunnen brengen, verkeersregeling, verkeersgeleiding, wegaanduiding of verlichting, mits de landschappelijke en/of natuurwaarden daardoor niet onevenredig worden aangetast; c. het aanpassen van de ligging van bouw- en aanduidingsgrenzen voor zover noodzakelijk ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer dan 1 meter bedragen; d. het aanpassen van de ligging van bestemmingsgrenzen voor zover noodzakelijk ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer dan 10 meter bedragen; e. het afwijken van de in de regels voorgeschreven maten, afmetingen, percentages, behoudens de afstanden tot aan voorste en zijdelingse bouwperceelgrenzen, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; f.

het bouwen van masten en bijbehorende installaties voor telecommunicatie, al of niet op of aan gebouwen of andere bouwwerken, tot vanaf peil een bouwhoogte van 40 meter, waarbij als voorwaarde kan worden gesteld dat gebruik dient te worden gemaakt van bestaande masten voor telecommunicatie of andere bestaande hoge objecten, zoals hoge gebouwen, lichtmasten of hoogspanningsmasten, indien deze aanwezig zijn binnen een redelijke afstand van de gevraagde locatie. 16.2 Voorwaarden waaronder kan worden afgeweken Er kan niet worden afgeweken als bedoeld in artikel 16.1, indien de bouw- en gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen percelen in onevenredige mate worden beperkt en/of indien ter plaatse aanwezige waarden op onevenredige wijze worden of kunnen worden aangetast.

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

38

Artikel 17

Algemene wijzigingsregels

17.1 Algemene wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen te wijzigen zodanig, dat: a. de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot.

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

39

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

40

Hoofdstuk 4

Artikel 18

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

18.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 18.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Lid 18.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 18.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 18.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het lid 18.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 18.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

41

Artikel 19

Slotregel

19.1 Citeertitel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld.

Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16972447/1