CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.043 Bijlage 13 - Plan van aanpak gewone dwergvleermuis

Raad 9 juli 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Wijziging Omgevingsplan Zeist (Verlengde Slotlaan 71)16.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2 Zie ook de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, deze is beschikbaar via:

http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wpcontent/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 3 van 18

De jaarrond beschermde soorten zijn in vijf verschillende categorieën ingedeeld: buiten het broedseizoen in gebruik (categorie 1), koloniebroeders (categorie 2), honkvast (categorie 3), jaarlijks hetzelfde nest (categorie 4) en indien ecologisch gezien noodzakelijk (categorie 5) 3. 3.2

Boombeoordeling Algemeen Voor de gemeente Zeist gelden in het kort de volgende regels voor het kappen van bomen 4: Voor het vellen van gemeentelijke bomen en bomen in de zogenoemde ‘Groene gebieden’ is een vergunning nodig, tenzij het gaat om: ƒ een dode boom; ƒ bomen die op 1,30 hoogte een omtrek hebben van minder dan 80 centimeter; ƒ dunning bosbeheer; ƒ het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan bomen met achterstallig onderhoud; ƒ de volgende boomsoorten: R berken R wilgen en populieren die niet geknot zijn R sub coniferen met een stamomtrek van minder dan 1,50 meter (gemeten op een hoogte van 1,30 meter) die behoren tot de soorten: x Chamaecyparis (schijncypres) x xCupressocyparis (leylandcypres) x Platycladus (Japanse levensboom) x Thuja (levensboom) x Thujopsis (Hiba cypres) Bij meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. Specifiek In onderstaande figuur is een uitsnede van de Groene Kaart weergegeven. Uit deze kaart blijkt dat het plangebied in een ‘Groen gebied’ ligt5. Voor het vellen van bomen in het plangebied is dus een vergunning nodig, zoals hierboven beschreven staat.

Figuur 2 – uitsnede van de Groene kaart met daarop het plangebied (rode lijn).

3 Deze categorieën van jaarrond beschermde vogelsoorten zijn overgenomen uit de Flora- en faunawet: http://www.vogelsendewet.nl/download/Bijlage_Aangepaste_lijst_jaarrond_beschermde_vogelnesten.pdf 4 5

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Zeist/413756/413756_1.html https://www.zeist.nl/inwoner/afval-bomen-en-milieu/bomen/

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 4 van 18

3.3 Criteria behoudenswaardige bomen Bomen of boomgroepen die in het algemeen tot de behoudenswaardige bomen worden gerekend zijn: monumentale houtopstanden, bijzondere houtopstanden en structurele houtopstanden. Voor het aanwijzen van monumentale houtopstanden zijn de volgende criteria opgesteld door de bomenstichting 6. x De boom moet een minimale leeftijd van 80 jaar hebben. x De boom dient voldoende gezond te zijn en een levensverwachting te hebben van minimaal 10 jaar. De boom moet verder voldoen aan één van de volgende criteria:  is beeldbepalend voor de omgeving;  is cultuurhistorisch waardevol: standplaats is een belangrijk plek in de (lokale) geschiedenis;  is dendrologisch waardevol: zeldzame soort of variëteit;  is natuurwetenschappelijk of ecologisch waardevol: is het een moederboom, herbergt de boom bijzondere planten en/of dieren;  heeft zeldzaamheidswaarde: omvang, hoogte, ouderdom of anderszins opvallend in provinciaal of landelijk perspectief. Bijzondere en structurele houtopstanden zijn bomen die vanwege hun standplaats of gevormde structuur (bijvoorbeeld lanen) opvallen. Vaak voldoen deze bomen aan criteria 3 voor monumentale bomen en verkeren ze in goede of redelijke staat, maar hebben ze nog niet de benodigde leeftijd van 80 jaar.

De bomen die door ons zijn aangewezen als behoudens-waardig zijn nog geen monumentale bomen (volgens de criteria van de bomenstichting), maar zijn bomen die de potentie hebben om uit te groeien tot monumentale bomen. Hierbij is voornamelijk gelet op de standplaats en de conditie van de boom. In onderstaande rapportage zijn ook een aantal bomen opgenomen die door hun standplaats in de huidige situatie niet, maar wellicht in een nieuwe situatie wel kunnen uitgroeien tot monumentale bomen.

6

https://www.bomenstichting.nl/monumentale-bomen/monumentale-bomen.html

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 5 van 18

4

VOORONDERZOEK De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) bevat op soortniveau informatie van waarnemingen die ingevoerd zijn op websites zoals www.waarneming.nl en www.telmee.nl alsmede verspreidingsgegevens van gegevens beherende instanties zoals SOVON, RAVON en FLORON. Via www.quickscanhulp.nl kan op projectniveau data uit de NDFF worden verkregen. Zodoende wordt een eerste indruk verkregen van soorten die in het plangebied of de omgeving hiervan aanwezig zijn. Ten behoeve van de inschatting of bepaalde beschermde soorten in het plangebied aanwezig kunnen zijn, worden in onderstaande tabel soorten opgesomd waarvan waarnemingen zijn aangegeven binnen een straal van 5 kilometer om het plangebied 7. In het overzicht worden alleen Bijlage A+B- en HR+B&B -soorten weergegeven en vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 van de Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten 8. De waargenomen beschermde soorten zijn in onderstaand overzicht per soortgroep vermeld.

Flora HR+B&B Bijlage B Dennenorchis, dreps, knolspirea, korensla, naakte lathyrus, schubvaren en wilde averuit Zoogdieren HR+B&B Aardmuis*, boommarter, bosmuis*, das, dwergmuis*, dwergspitsmuis*, eekhoorn, egel*, haas*, hermelijn*, huisspitsmuis*, konijn*, ree*, rosse woelmuis*, steenmarter, tweekleurige bosspitsmuis*, veldmuis*, vos*, wezel* en woelrat* Bijlage A Vleermuizen HR+B&B Baardvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, vale vleermuis en watervleermuis Vogels Categorie 1 Steenuil Categorie 2 Gierzwaluw, huismus en roek Categorie 3 Grote gele kwikstaart, kerkuil, ooievaar, slechtvalk en oehoe Categorie 4 Boomvalk en buizerd, havik, ransuil, sperwer, wespendief en zwarte wouw Amfibieën HR+B&B Heikikker, kamsalamander, poelkikker en vroedmeesterpad Bijlage A Alpenwatersalamander, bastaardkikker*, bruine kikker*, gewone pad*, kleine watersalamander* en meerkikker* Reptielen HR+B&B Zandhagedis en muurhagedis Bijlage A Adder, hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang Vissen HR+B&B Bijlage A Overige fauna HR+B&B Gevlekte witsnuitlibel Bijlage A Beekrombout, kommavlinder en grote vos * vrijgestelde soorten

Bij het eventueel ontbreken van waarnemingen van een soort in het vooronderzoek geldt het volgende: dit kan betekenen dat de soort niet aanwezig is, maar ook dat nog geen onderzoek is gedaan. Tevens kunnen gegevens in het bronnenonderzoek verouderd zijn, aangezien waarnemingen van beschermde soorten slechts drie jaar geldig zijn. Het vooronderzoek kan 7 © NDFF - quickscanhulp.nl, geraadpleegd in januari 2019 8 http://www.vogelsendewet.nl/download/Bijlage_Aangepaste_lijst_jaarrond_beschermde_vogelnesten.pdf

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 6 van 18

derhalve enkel worden gebruikt om een indruk van het plangebied en de omgeving te verkrijgen voorafgaand aan het veldbezoek.

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 7 van 18

5

VELDONDERZOEK Op 18 januari 2019 is een veldinventarisatie uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie is het plangebied geobserveerd en doorkruist om een goed beeld te kunnen vormen van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna. De veldinventarisatie is uitgevoerd door een deskundige 9 van Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv.

5.1 Omstandigheden In onderstaand overzicht zijn de datum en omstandigheden zoals tijdens het locatiebezoek weergegeven. Datum

Activiteit(en)

Weersomstandigheden* Uitvoerende(n)

Min. temp -4 °C Max. temp 5 °C Veldbezoek quickscan en 18 januari 2019 Z3 bomeninventarisatie Helder 0,0 mm neerslag * Dag gegevens van weerstation de Bilt (bron: www.knmi.nl)

J.I. Andringa, MSc A.J.M. Stikvoort

Opmerkingen

-

5.2 Foto’s plangebied In bijlage 1 is een overzichtstekening van het plangebied weergegeven, hieronder wordt middels enkele foto’s een indruk gegeven van het plangebied.

Foto 1: De gebouwen op binnenterrein staat in bosrijk gebied.

Foto 2: In alle gebouwen zijn open stootvoegen aanwezig. De voegen zijn geschikt als invliegopeningen voor vleermuizen.

9 Deskundig conform de eisen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland/het Ministerie van Economische Zaken, te

raadplegen via https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 8 van 18

6

RESULTATEN QUICKSCAN

6.1 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het NNN of een (gemeentelijke) verbindingszone. In het gebied zijn geen lijnvormige structuren aanwezig die dienen als ecologische verbinding tussen gebieden. Effecten van een herontwikkeling van het plangebied op de beschermde gebieden zijn gezien de afstand tot deze gebieden niet te verwachten. 6.2 Soortbescherming Tijdens het locatiebezoek zijn de aanwezige soorten geïnventariseerd. Gedurende de inventarisatie zijn er geen beschermde planten of dieren aangetroffen. Per soortgroep zijn hieronder de waarnemingen en verwachtingen op basis van de habitatkenmerken en het bronnenonderzoek weergegeven. Flora Algemeen

In het plangebied zijn alleen algemene plantensoorten aangetroffen zoals de braam en het fluitenkruid. Uit het vooronderzoek kwamen een aantal beschermde flora naar voren die in de omgeving van het plangebied voorkomen. De aanwezigheid van deze soorten uit het vooronderzoek kunnen echter worden uitgesloten door het ontbreken van het benodigde biotoop en substraat.

De bodem is te voedsel- en stikstofrijk voor beschermde soorten zoals de dennenorchis, knolspirea, korensla, schubvaren en wilde averuit. De beschermde dreps en naakte lathyrus zijn voornamelijk te vinden op open plekken met lichte gronden, een biotoop dat niet aanwezig is in het plangebied. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage B Geen Nader onderzoek? Nee Zoogdieren Algemeen

Het plangebied is plaatselijk geschikt voor beschermde kleine zoogdieren, zoals verschillende muizensoorten, het konijn en de egel. Deze soorten zijn in de provincie Utrecht echter vrijgesteld van ontheffing. Uit het vooronderzoek kwamen een aantal beschermde soorten naar voren die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Het betreft de boommarter, steenmarter, das en eekhoorn. In het plangebied zijn geen sporen van de das aangetroffen en daarnaast is het gehele gebied omheind met een groot hek. Bij het hek en in het bosgebied zijn geen graafsporen aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van de das. In de bebouwing en in de bomen zijn geen holtes aangetroffen die door de boom- of steenmarter als verblijfplaats kunnen worden gebruikt. Daarbij zijn er ook geen sporen van marters aangetroffen in het plangebied. Het plangebied wordt mogelijk wel gebruikt door de eekhoorn. In het gebied zijn enkele aangevreten dennenappels aangetroffen en een medewerkster ziet regelmatig eekhoorns op het hek. Echter zijn er bij een grondige inspectie van de bomen geen mogelijke verblijfplaatsen voor de

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 9 van 18

eekhoorn aangetroffen. Hierdoor is nader onderzoek naar verblijfplaatsen van eekhoorns niet benodigd. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee Vleermuizen Algemeen

Het plangebied is beoordeeld op basis van de biotoopkenmerken en het bronnenonderzoek. Bij alle gebouwen (bijlage 1 gebouwen A t/m F) zijn rondom openstoot voegen en spouwmuren aanwezig. Deze open stootvoegen zijn geschikt als invliegopeningen voor vleermuizen en geven toegang tot de spouwmuur. Spouwmuren worden door vleermuizen graag als verblijfplaats gebruikt. Daarnaast zijn er in die gebouwen ook kieren bij de boeiborden aanwezig, waardoor er achter de boeiborden mogelijk ook verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden. In gebouw G zitten invliegopeningen bij de dakpannen en het dak is daarmee ook geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. In de bomen zijn geen holtes of scheuren geconstateerd die door vleermuizen als verblijfplaats kunnen worden gebruikt. Het bosgebied wordt mogelijk wel als foerageergebied en vliegroute gebruikt. Echter zal dit gezien de omgeving niet om essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes gaan.

In het gebied is een nader onderzoek naar verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen benodigd. Verwachte beschermde soorten HR+B&B Verwacht: gebouw bewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Nader onderzoek? Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten. Vogels Algemeen

Tijdens de inventarisatie zijn in het plangebied enkele vogels aangetroffen, die mogelijk ook in het plangebied broeden. Dit betreffen voornamelijk algemene vogelsoorten zoals de grote bonte specht, roodborst, koolmees, ekster, zwarte kraai en houtduif. In een van de bomen op het binnenterrein is een eksternest aanwezig, te zien aan de het ‘dakje’ op het nest en de eksters die in de buurt van het nest aanwezig waren. Doordat de eksters veelvuldig in de omgeving van het nest aanwezig zijn en het nest nog intact is, betreft het geen verlaten nest dat mogelijk door roofvogels als nestlocatie wordt gebruikt. In het plangebied zijn geen huismussen waargenomen en de daken van de bebouwing zijn niet geschikt voor huismussen. Ook zijn er geen geschikte openingen voor gierzwaluwen waargenomen. Vaste verblijfplaatsen van de huismus en gierzwaluw kunnen hierdoor worden uitgesloten. De bomen zijn zorgvuldig geïnspecteerd op de aanwezigheid van nestlocaties. In de bomen zijn geen nesten of holtes gevonden die geschikt zijn voor roofvogels of uilen. Een van de medewerkers vertelde dat er regelmatig een (bos)uil zit in een van de bomen bij de parkeerplaats. Echter zijn er geen geschikte nestlocaties en geen sporen gevonden in de omgeving van deze boom. De

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 10 van 18

aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten kan worden uitgesloten. Waargenomen en verwachte beschermde soorten Categorie 1 Geen Categorie 2 Geen Categorie 3 Geen Categorie 4 Geen Nader onderzoek? Nee Reptielen Algemeen

Uit het vooronderzoek bleek dat de zandhagedis, muurhagedis, adder, hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang in de omgeving (<5 km) van het plangebied voorkomen. Het voorkomen van de zandhagedis kan worden uitgesloten door het ontbreken van duin- of heidegebieden. Ook het voorkomen van de muurhagedis kan worden uitgesloten door het ontbreken van steen- of rotsachtige plekken. Het plangebied is te droog voor de adder en de ringslang, die alleen bij water of in waterrijke gebieden voorkomen.

In het gebied zijn wel voldoende schuilmogelijkheden aanwezig voor de hazelworm en levendbarende hagedis. In het bos zijn meerdere houtstapels en bladerhopen aanwezig. De aanwezigheid van deze twee soorten kan echter ook worden uitgesloten, omdat het gebied te droog is voor deze soorten en door het ontbreken van open (zand) plekken en heidegebieden in de omgeving. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee Amfibieën Algemeen

Tijdens de inventarisatie zijn geen amfibieën aangetroffen. Door het ontbreken van een watergang die kan dienen als een geschikt als leefen voortplantingsgebied kan worden uitgesloten dat beschermde of zeldzame soorten het gebied zullen gebruiken. Doordat het gebied erg droog is worden ook andere amfibieën niet verwacht. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee Vissen Algemeen

Gezien het ontbreken van watergangen in het plangebied kan de aanwezigheid van beschermde vissen worden uitgesloten. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee Overige fauna Algemeen

Tijdens de inventarisatie zijn geen insectensoorten waargenomen. Gezien de ligging van het plangebied en het ontbreken van soort specifieke waardplanten en wateroppervlaktes kunnen beschermde insectensoorten zoals de gevlekte witsnuitlibel, beekrombout, kommavlinder en grote vos in het plangebied worden uitgesloten. Waargenomen en verwachte beschermde soorten Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 11 van 18

HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 12 van 18

7

BOMENADVIES

7.1

Algemeen Het aanwezige bomenbestand is globaal beoordeeld. In bijlage 1 is een tekening opgenomen waarop de bomen en boomstructuren zijn weergegeven. Hierbij is de soort en een (gemiddelde) diameter aangegeven. Bij het vastleggen van de aanwezige bomen en boomstructuren is rekening gehouden met de begrenzing van het plangebied en de verdeling volgens de Groene kaart van de gemeente Zeist. In totaal staan naar verwachting circa 320 bomen in het plangebied. Het betreft voornamelijk grove dennen en Amerikaanse eiken. Van de 320 bomen zal ongeveer 90% kapvergunning plichtig zijn volgens de regels van de Bomenverordening Zeist 2016. De leeftijd van het bosgebied wordt geschat op 80 jaar. Tussen 1930 en 1950 zijn in heel Nederland grote gebieden beplant met grove dennen en dit perceel is vermoedelijk ook in deze periode beplant met grove dennen. Over het algemeen is de staat van de bomen goed, al varieert de conditie in met name de wat grotere boomstructuren van matig tot goed.De grove dennen in het gebied zijn volwassen en volgroeit. Doordat de bomen volgroeit]LMQ en richting het einde van de levenscyclus gaan, zullen op termijn een aantal (grote) bomen dood gaan en omvallen bij harde wind. Tijdens de inventarisatie was dit in het bos al te zien.

Doordat de bomen zijn volgroeit krijgt de ondergroei in het bos, dat bestaat uit struiken en meerstammige Amerikaanse eiken, weinig licht en niet de kans om te groeien. Hierdoor is het bos erg open van structuur. Indien de grove dennen verdwijnen, zullen de Amerikaanse eiken de kans krijgen om te groeien. Echter zullen de meerstammige eiken niet uitgroeien tot een mooi bos. De volgroeide grove dennen zijn voor insecten en daarmee ook vogels wel een belangrijke voedselbron en EHODQJULMNleefgebied.

7.2

Vellen In totaal zijn er 1 dode grove dennen en één dode Amerikaanse eik aangetroffen. Deze bomen staan allemaal in de buitenste ring. De bomen rondom de gebouwen zijn tijdens een eerder bezoek geïnventariseerd (zie bijlage 2) en op dit moment zijn er in de binnenring geen dode bomen meer aanwezig. De locatie van de aangetroffen dode bomen in de buitenring is weergegeven in bijlage 3. De algehele lijst met dode bomen is weergegeven in bijlage 4. Geadviseerd wordt om de dode bomen te vellen. Tijdens de inventarisatie zijn de dode bomen gemarkeerd met verf. Het betreft bomen waarbij de bast gedeeltelijk of volledig heeft losgelaten. Een aantal van deze bomen zijn al omgewaaid en de kans is groot dat andere dode bomen ook zullen omwaaien. De dode bomen leveren geen gevaar op voor de omgeving. Het verwijderen van deze dode bomen geeft de omliggende gezonde bomen echter de ruimte om te groeien en zal een positief effect hebben op de conditie van de omliggende bomen. In het bosgebied is over het algemeen een dunningsachterstand aanwezig. Een dunning van de bomen (niet alleen de dode bomen) zal ervoor zorgen dat de overige bomen meer ruimte krijgen om te groeien, wat de conditie van de overblijvende bomen in het bos zal bevorderen. Geadviseerd wordt om deze dunning uit te voeren.

7.3

Behoudenswaardige bomen In het plangebied is bij de ingang van het object een Lindelaan aanwezig. De laan bestaat uit 12 bomen (waarvan één buiten het hek) met een gemiddelde diameter op borsthoogte van 35 cm. De Lindes verkeren over het algemeen in redelijke tot goede staat. Het advies is om, indien mogelijk, deze laan bij herontwikkeling van de locatie in te passen, aangezien de lindes de mogelijkheid hebben om uit te groeien tot monumentale bomen. Het eventuele verplanten van de lindes ten bate van een eventuele nieuwe weg wordt gezien de grote en leeftijd van de lindes afgeraden.

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 13 van 18

Aan de linkerkant van het plangebied staan 7 grote Douglas sparren in goede conditie. Het betreft 2 alleenstaande bomen met een diameter van 71 en 58 cm en een groep van 5 bomen met een diameter tussen de 40-60 cm. Door hun locatie zullen de bomen niet kunnen uitgroeien tot monumentale bomen, maar door de grootte en de conditie van deze bomen zijn deze bomen wel aangemerkt als behoudenswaardige bomen. Geadviseerd wordt om indien mogelijk bij de herontwikkeling van het plangebied meer in het zicht te laten komen, waardoor ze dan eventueel wel kunnen uitgroeien tot monumentale bomen.

Foto 3: Boom 11 (voorgrond) en 12a en b. Deze dode bomen zijn recentelijk omgewaaid en leunen op gezonde bomen. Het verwijderen van deze bomen geeft de andere bomen de ruimte om te groeien.

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

Foto 4: De lindelaan bij het ingang van het plangebied.

1 maart 2019 pagina 14 van 18

8

CONCLUSIES

8.1 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het NNN (voorheen EHS) of een ecologische verbindingszone binnen het NNN. Gezien de afstand tot deze gebieden zijn effecten op de dichtstbijzijnde deel van het NNN niet aannemelijk. Het is dus niet nodig een procedure in verband met gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming of in het kader van provinciale regelingen voor het NNN te starten. 8.2 Soortbescherming In onderstaand overzicht zijn de resultaten en conclusies van het onderzoek samengevat. Vervolgstappen worden in het volgende hoofdstuk uitgelegd. Soortgroep

Beschermde soorten verwacht?

Regime Wnb

Ontheffing plichtig?

Vervolgonderzoek?

Flora

Nee

-

-

Nee

Zoogdieren

Nee

-

-

Vleermuizen

Ja

HR+B&B

Ja

Nee of met goedgekeurde gedragscode Ja

Jaarrond beschermde vogels Broedvogels*

Nee

-

-

Nee

Ja

Vogels

Niet mogelijk

Broedvogelcontrole*

Reptielen

Nee

-

-

Nee

Amfibieën

Nee

-

-

Nee

Vissen

Nee

-

-

Nee

Overige fauna

Nee

-

-

Nee

In dit overzicht staan de soortgroepen waarvan vermoed wordt dat ze in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn, door welk regime van de Wet natuurbescherming (Wnb) de (verwachte) soorten beschermd worden, of voor deze soorten een ontheffing op de Wnb moet worden aangevraagd als werkzaamheden uitgevoerd gaan worden en of nader onderzoek nodig is om een ontheffing te kunnen krijgen. * Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het beschadigen of vernielen van nesten waarop vogels aan het broeden zijn. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met een broedvogelcontrole vastgesteld te worden dat broedgevallen afwezig zijn, of werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te starten. In gemeentelijke regelgeving kan vastgelegd zijn dat niet gekapt mag worden in het broedseizoen.

Op basis van deze quickscan wordt geconcludeerd dat beschermde soorten uit de soortgroepen opnoemen vleermuizen mogelijk een vaste verblijfplaats hebben in het plangebied. Ten behoeve van een (eventuele) ontheffing op de Wet natuurbescherming is nader onderzoek benodigd. Aangezien nader onderzoek benodigd is, is deze quickscan niet voldoende ter onderbouwing van een eventuele aanvraag voor een ontheffing op de Wet natuurbescherming. Tevens is nader onderzoek benodigd ten behoeve van een eventuele goede ruimtelijke onderbouwing, of voor een ontheffing tijdelijke natuur (indien het plangebied minstens een jaar braak komt te liggen). Deze quickscan is wel geschikt om te dienen als basis voor een natuurrapportage in het kader van BREEAM-NL, dit staat echter los van de noodzaak tot nader onderzoek en/of een ontheffing.

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 15 van 18

8.3

Bomen In het plangebied zijn circa 320 bomen aanwezig, die in redelijk tot goede conditie verkeren. Het betreft voornamelijk grove dennen en Amerikaanse eiken. In het plangebied zijn 18 dode bomen aanwezig. Deze bomen vormen geen gevaar, maar het verwijderen van deze bomen geeft de overige bomen de ruimte om te groeien en zal de conditie van de bomen in de omgeving bevorderen. Geadviseerd wordt om deze dode bomen te vellen. In het plangebied zijn een Lindelaan en 7 grote Douglas sparren aanwezig. Deze bomen verkeren in een goede conditie en geadviseerd wordt om indien mogelijk deze bomen te behouden.

8.4 Vervolg Op basis van de conclusies wordt vervolgonderzoek naar de soortgroep vleermuizen geadviseerd. Er dient nader onderzoek plaats te vinden om te bepalen welke functie het plangebied heeft voor de beschermde soorten. Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv kan (een bepaling van) het benodigde nader onderzoek, een eventuele ontheffingsaanvraag en de benodigde tijdelijke verblijfplaatsen voor u verzorgen, uitvoeren en coördineren. In bijlage 5 staan Factsheets met betrekking tot de soortgroepen die mogelijk aanwezig zijn in het plangebied. Hierin is per soortgroep informatie opgenomen over de verschillende beschermingsregimes, de vereisten die gesteld worden aan nader onderzoek en compenserende maatregelen en de doorlooptijden waar rekening mee moet worden gehouden. In deze bijlage is ook een Factsheet over het ontheffingstraject opgenomen. 8.5 Mitigatie en zorgplicht Bij buitenwerkzaamheden dient in alle gevallen rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van flora en fauna. Naast de regelingen omtrent (streng) beschermde soorten, is in de Wet natuurbescherming ook een algehele zorgplicht opgenomen. De zorgplicht geldt te allen tijde en voor alle flora en fauna, ongeacht eventuele beschermingsstatus en verkregen ontheffingen.

De zorgplicht stelt dat ‘iedereen, indien redelijkerwijs mogelijk, voldoende zorg in acht moet nemen voor alle planten en dieren en hun leefomgeving’. Onderdeel hiervan is het zo veel mogelijk vermijden en beperken van schade aan de te beschermen natuurwaarden (mitigatie), waardoor de noodzaak tot compenserende maatregelen zoveel mogelijk wordt verkleind. De volgende maatregelen worden in het kader van mitigatie en zorgplicht aangeraden: ƒ Werkzaamheden vanaf één kant aanvangen. ƒ Indien kappen of rooien van bomen, heggen en struiken nodig is, moet dit voorafgaand aan overige werkzaamheden en buiten het vogelbroedseizoen (indicatie: half maart tot half juli) gedaan worden.  Anders moet voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied en directe omgeving gecontroleerd worden op broedende vogels. ƒ De werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang plaats laten vinden. ƒ Het gebruik van licht op het terrein na zonsondergang zo veel mogelijk beperken.  Indien het gebruik van licht na zonsondergang onvermijdelijk is: gebruik maken van gerichte lichtbronnen (afschermen aan de boven- en achterzijde). ƒ Het ontstaan van plassen zoveel mogelijk tegengaan, om ervoor te zorgen dat amfibieën en reptielen het plangebied niet koloniseren.  Eventueel op een naastgelegen locatie ondiepe plassen creëren zodat juist deze plassen gekoloniseerd worden.

ƒ Tijdens de werkzaamheden alert zijn op de aanwezigheid van (beschermde) dieren op het terrein en deze de ruimte en tijd geven om te vluchten.  Indien nodig de dieren voorzichtig van het terrein verjagen. Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 16 van 18

ƒ Waar nodig de hulp van een deskundige inschakelen. ƒ Indien het beschermde soorten betreft, altijd het advies van een deskundige inwinnen.

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 17 van 18

9

VERANTWOORDING EN GELDIGHEID

9.1 Verantwoording Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het uitgevoerde onderzoek. Dit document is gebaseerd op een grote mate van kennis en ervaring binnen Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het veldwerk is uitgevoerd, is Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv niet verantwoordelijk voor eventuele afwijkingen en voor de eventuele gevolgen daarvan. Het is niet toegestaan dit document zonder schriftelijke toestemming van Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv anders dan in zijn geheel (met inbegrip van bijlagen) te reproduceren. 9.1 Geldigheidsduur In het kader van de Wet natuurbescherming mogen onderzoeksgegevens van beschermde soorten maximaal 3 jaar oud zijn. Hierbij is een voorwaarde dat weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dergelijke veranderingen wel plaats hebben gevonden, moeten de gegevens recenter zijn.

Ecologische quickscan Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist Projectnummer 190018

1 maart 2019 pagina 18 van 18

BIJLAGE 1

OVERZICHTSTEKENING

BIJLAGE 2

RAPPORTAGE BOMENINVENTARISATIE BINNENRING

BIJLAGE 3

OVERZICHTSTEKENING BOMEN

BIJLAGE 4

BOMENLIJST

Nr.

Soort

Dbh (cm)

Conditie

Gebreken en opmerkingen

Advies

01

Amerikaanse eik

28

Matig

Grote wond, vermoedelijk door blikseminslag, meerdere uitvliegopeningen insecten

02

Grove den

21

Dood

Geeft de komende 2 jaar geen problemen, over 2 jaar controleren Vellen

03

Grove den

22

Dood

Vellen

04

Grove den

22

Dood

Vellen

05

Grove den

28

Dood

Vellen

06

Grove den

26

Dood

Vellen

07

Grove den

18

Dood

Vellen

08

Grove den

30

Dood

Vellen

09

Grove den

47

Dood

Vellen

10

Grove den

40

Dood

Boom is omgewaaid

Vellen

11

Grove den

25

Dood

Boom is omgewaaid

Vellen

12a

Amerikaanse eik

50

Dood

Boom is door boom 12b omgewaaid

Vellen

12b

Grove den

35

Dood

Boom is omgewaaid

Vellen

13

Grove den

23

Dood

Vellen

14

Grove den

40

Dood

Vellen

15

Grove den

41

Dood

Vellen

16

Grove den

20

Dood

Vellen

17

Grove den

12

Dood

Vellen

18

Grove den

39

Dood

Vellen

BIJLAGE 5

FACTSHEETS VERVOLGTRAJECT

FACTSHEET NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK Om vast te stellen of bij werkzaamheden effecten zullen optreden op beschermde flora en fauna, dient nader onderzoek te worden uitgevoerd. In de rapportage wordt aangegeven naar welke soort(groep)en nader onderzoek dient plaats te vinden. Met nader onderzoek wordt op soortniveau in kaart gebracht of en waar beschermde diersoorten of hun vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn in het plangebied. Zo kan bepaald worden of ten behoeve van de geplande werkzaamheden een ontheffing op de Wet natuurbescherming benodigd is. Voor onze nadere ecologische onderzoeken maken wij voor zover beschikbaar gebruik van de kennisdocumenten die door BIJ12 in overleg met betrokken organisaties zijn opgesteld. Hierin staan onder andere voorschriften voor het aantal bezoeken dat minimaal dient plaats te vinden en in welke periode het onderzoek uitgevoerd kan worden. Indien onderzoek dient te worden gedaan naar soorten waarvan geen kennisdocument beschikbaar is, wordt het onderzoek (indien mogelijk) gebaseerd op kennisdocumenten van vergelijkbare soorten en diverse onderzoeksprotocollen van bijvoorbeeld de Gegevensautoriteit Natuur en soortdeskundigen. Het onderzoek wordt altijd uitgevoerd door ecologen met voldoende deskundigheid 10 voor de betreffende soort.

De (diverse vormen van) nadere onderzoeken, met inbegrip van doorlooptijden van onderzoek en enkele consequenties van de noodzaak tot een ontheffing, worden in de Factsheet(s) per soortgroep toegelicht.

10 Deskundig conform de eisen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland/het Ministerie van Economische Zaken, te

raadplegen via https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige

FACTSHEET SOORTGROEP VLEERMUIZEN In het plangebied zijn locaties aangetroffen die geschikt zijn als vaste verblijfplaats of essentiële leefomgeving (foerageerhabitat of vliegroute) voor vleermuizen. Alle vleermuizensoorten zijn als extra te beschermen opgenomen in Annex IV van de Habitatrichtlijn en daardoor ook in de Wet natuurbescherming. Het is daarmee verboden om de functionaliteit van vaste verblijfplaatsen of essentiële leefomgeving aan te tasten. Hierbij valt te denken aan vernietigen of beschadigen, maar ook aan (tijdelijk) verstoren. Voordat de werkzaamheden in het plangebied uitgevoerd kunnen worden, dient duidelijk te zijn of (en welke) locaties gebruikt worden door vleermuizen als vaste verblijfplaats of essentiële leefomgeving. Vleermuizen gebruiken gedurende het jaar verschillende typen verblijven met elk hun eigen functie (zomerverblijven, winterverblijven, paarverblijven en kraamkolonies). Binnen een type verblijf gebruiken vleermuispopulaties een vaste cyclus van meerdere, dicht bij elkaar gelegen, verblijven waartussen ze regelmatig verhuizen. Vleermuizen zijn erg trouw aan verblijfplaatsen en gebruiken deze meestal elk jaar opnieuw. Verder zijn vleermuizen afhankelijk van voldoende aanbod van foerageerhabitat in de (wijde) omgeving van de verblijfplaats. Tussen de vaste verblijfplaatsen en het foerageerhabitat gebruiken vleermuizen vaste vliegroutes.

Zowel essentieel foerageerhabitat als belangrijke vliegroutes zijn beschermde leefomgeving van vleermuizen. Een verblijfplaats functioneert alleen als foerageergebieden in de omgeving onder alle condities voldoende voedsel bieden. Hoe essentieel een foerageergebied is voor een bepaalde verblijfplaats, is afhankelijk van: ඵ het type verblijfplaats; ඵ het aantal dieren, het aantal kolonies, of het percentage van de kolonie (minimaal 5 tot 10%) dat afhankelijk is van het foerageergebied; ඵ de kwaliteit van het foerageergebied; ඵ de afstand tot de verblijfplaats. Per soort verschillen de eisen die aan een foerageergebied worden gesteld, zoals de afstand tussen de verblijfplaats en het foerageergebied: over het algemeen binnen 3 tot 5 km van de verblijfplaats, tot maximaal circa 10 km. Geadviseerd wordt om nader onderzoek naar vleermuizen uit te (laten) voeren conform de meest recente versie van het “Vleermuisprotocol” van het Netwerk Groene Bureaus in samenwerking met de Gegevensautoriteit Natuur en Zoogdiervereniging. Dit protocol vormt de basis voor de diverse kennisdocumenten voor vleermuissoorten 11. Het protocol schrijft een minimaal aantal locatiebezoeken in een bepaalde periode voor om zo optimaal mogelijk het plangebied te kunnen onderzoeken op de functies die het kan hebben voor vleermuizen.

In de meeste gevallen dient onderzoek te worden gedaan naar de functies zomer-, kraam- en paarverblijf, vaak in combinatie met vliegroutes en/of foerageergebied. Dergelijk onderzoek dient plaats te vinden middels minimaal 4 locatiebezoeken verspreid over de periode april tot en met oktober. Het benodigde aantal bezoeken is sterk afhankelijk van de verwachte soorten en de omvang en overzichtelijkheid van het plangebied en is daardoor vaak hoger dan 4. Het is goed te beseffen dat een nader onderzoek naar vleermuizen dus minimaal zeven maanden tot wel meer dan twaalf maanden in beslag neemt. Dit is afhankelijk van wanneer het onderzoek gestart kan worden (bij voorkeur in april of begin mei) en van de te verwachten functies en soorten in het plangebied. Indien daadwerkelijk vaste verblijfplaatsen of essentiële leefomgevingen van vleermuizen aangetroffen worden die beïnvloed worden door de werkzaamheden, dient een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de tijd 11 Zie voor een overzicht van de beschikbare kennisdocumenten: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-

landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wet-natuurbescherming/

die benodigd is voor het aanvragen van de ontheffing en de behandeltijd bij het bevoegd gezag (zie Factsheet Ontheffing). Wanneer vaste verblijfplaatsen of essentiële leefomgevingen worden aangetast in hun functionaliteit, dienen compenserende maatregelen te worden getroffen. In de praktijk betekent dit vaak het realiseren van nieuwe (tijdelijke) verblijfplaatsen voor vleermuizen. De compensatie voor verblijfplaatsen en essentiële leefomgevingen van vleermuizen is per project maatwerk. Kort samengevat moet dit op basis van beschikbare kennisdocumenten voldoen aan de volgende vereisten: ඵ Voor elke verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis en/of vergelijkbare soorten (zoals de laatvlieger) die zijn functionaliteit (tijdelijk) verliest, moeten minimaal vier alternatieve verblijfplaatsen worden aangeboden. Bij het aanbieden van vervangende verblijfplaatsen dient rekening te worden gehouden met een gewenningsperiode van 1 tot circa 6 maanden (waarbij alleen de maanden van april tot en met oktober meetellen), afhankelijk van de vleermuissoort en het type verblijfplaats. ඵ Voor elke verblijfplaats van de rosse vleermuis, watervleermuis en/of vergelijkbare soorten die zijn functionaliteit (tijdelijk) verliest, moeten minimaal tien alternatieve verblijfplaatsen worden aangeboden.

De gewenningsperiode is afhankelijk van het type verblijfplaats en kan oplopen tot 6 maanden (indien juist gepland). ඵ Vervangende vliegroutes moeten nabij of parallel aan de originele vliegroute worden aangeboden en minimaal 3 (bij gebruik van schermen) of 5 (bij gebruik van bomen) meter hoog zijn waarbij bomen maximaal 7 meter van elkaar geplant mogen zijn. De gewenningsperiode is afhankelijk van het gebruik van bomen of schermen en kan oplopen tot 3 jaar (in een uiterst geval zelfs tot 5 jaar). ඵ Vervangend foerageergebied moet nabij het originele foerageergebied worden gecreëerd en zijn afgestemd op de habitatkwaliteiten van het originele foerageergebied. Ook moet het foerageergebied via een (bestaande) vliegroute verbonden zijn met het netwerk aan verblijfplaatsen van de kolonie. De gewenningsperiode voor alternatief foerageergebied kan oplopen tot 3 jaar. ඵ In alle gevallen dient bij uitvoering van de werkzaamheden rekening te worden gehouden met de kwetsbare periodes voor de betreffende functie(s) van de verblijfplaats(en) en leefomgeving. U kunt vertraging van de werkzaamheden door de aanwezigheid van vleermuizen voorkomen door tijdig onderzoek uit te (laten) voeren en op tijd te compenseren.

De benodigde tijd (zie ook bovenstaande) vanaf de start van nader onderzoek tot de start van de werkzaamheden kan in het geval van aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen al snel oplopen tot meer dan 2 jaar, afhankelijk van de aangetroffen functies. Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv kan het nader vleermuisonderzoek, de eventuele ontheffingsaanvraag en indien nodig het aanbieden van tijdelijke verblijfplaatsen voor u coördineren.

FACTSHEET ONTHEFFING Na afronding van de nadere ecologische onderzoeken moet wellicht een ontheffing op de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. De aanvraag kan als zelfstandige aanvraag bij de provincie worden ingediend, of als onderdeel van een omgevingsvergunning. De doorlooptijd van de behandeling van een zelfstandige aanvraag varieert sterk per provincie van circa 8 tot 26 weken. Bij een omgevingsvergunning geldt de uitgebreide toetsingsperiode van 26 weken. Om het ontheffingstraject te bespoedigen is het vaak mogelijk om vooroverleg plaats te laten vinden met de provincie. De mogelijkheid tot het verkrijgen van een ontheffing hangt sterk af van de aanwezige beschermde soorten. Voor enkele zwaar beschermde soorten (waaronder vleermuizen) geldt dat voor ruimtelijke ingrepen alleen een ontheffing verleend wordt, indien er geen alternatief beschikbaar is en een wettelijk belang uit de Habitatrichtlijn van toepassing is: ඵ de bescherming van flora en fauna; ඵ de veiligheid van het luchtverkeer; ඵ de volksgezondheid of openbare veiligheid; ඵ dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.

12 Indien alle bovenstaande wettelijke belangen afwezig zijn, is het niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor de betreffende soorten of jaarrond beschermde vogelnestlocaties. Indien wel een wettelijk belang van toepassing is, kan de procedure van het aanvragen van een ontheffing bespoedigd worden door (naast degelijk ecologisch onderzoek): ඵ een goede beschrijving van het wettelijk belang dat van toepassing is; ඵ een goede alternatievenafweging; ඵ waarborging van de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige beschermde soorten; ඵ behoud van functionaliteit van de verblijfplaats van de beschermde soorten. Het proces dat aan een aanvraag van een ontheffing voorafgaat is dus maatwerk, dat afhankelijk is van de beschermde soorten die worden aangetroffen tijdens de nadere ecologische onderzoeken en de functie die het plangebied heeft voor de betreffende soorten. Bij aanwezigheid van Bijlage A+B-soorten is het soms mogelijk om werk uit te voeren conform een goedgekeurde gedragscode, zonder dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming benodigd is. Welke werkzaamheden bij welke soorten uitgevoerd mogen worden, staat in de specifieke gedragscode vermeld. Een voorwaarde voor werken met een dergelijke gedragscode is dat bekend moet zijn welke beschermde soorten aanwezig zijn.

Zonder een ontheffing op de Wet natuurbescherming of goedgekeurde gedragscode kan alleen worden gewerkt indien de beschermde rust-, verblijf- of groeiplaatsen (en bijbehorende essentiële leefomgeving) onbeschadigd en bruikbaar blijven tijdens én na de werkzaamheden. Bij de werkzaamheden dient dan specifiek rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de beschermde soorten. De werkzaamheden dienen tevens in het voorstadium en bij de uitvoering te worden begeleid door een ecoloog. Nesten en verblijfplaatsen moeten hierbij gespaard blijven en de soorten mogen niet verstoord worden.

12 Voor vogels kan conform de Vogelrichtlijn slechts ontheffing worden aangevraagd voor de drie eerstgenoemde belangen.

Bijlage 3: Nader onderzoek

- 35 -

Nader onderzoek soortgroep vleermuizen de Verlengde Slotlaan 69-71 Complex Lindenhorst Zeist

Nader onderzoek soortgroep vleermuizen de Verlengde Slotlaan 69-71 Complex Lindenhorst Zeist

Opdrachtgever:

VanWonen Willemsvaart 21 8019 AB Zwolle

Datum:

22 november 2022

Status: Uitvoering:

Definitief Foreest Groen Consult B.V. Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T 0314 642221 E-Mail: info@foreestgroenconsult.nl Web: www.foreestgroenconsult.nl

Inhoudsopgave

1

INLEIDING ............................................................................................................................................... 4

2

METHODE VAN ONDERZOEK ................................................................................................................... 5 2.1 2.2 2.3

3

BESCHRIJVING ONDERZOEKSGEBIED ................................................................................................................... 5 ONDERZOEKSTEAM ........................................................................................................................................ 5 OMSCHRIJVING ONDERZOEK EN DATA............................................................................................................ 6

RESULTATEN VLEERMUIZEN .................................................................................................................... 8 3.1 ONDERZOEK VASTE RUST- EN VERBLIJFPLAATSEN .................................................................................................. 8 3.1.1 Onderzoek kraamverblijven............................................................................................................. 8 3.1.2 Onderzoek zomerverblijven ............................................................................................................. 8 3.1.3 Onderzoek paarverblijven ............................................................................................................. 10 3.1.4 Onderzoek massawinter verblijf .................................................................................................... 11 3.2 ONDERZOEK FOERAGEERGEBIED ................................................................................................................. 11 3.3 ONDERZOEK VLIEGROUTE .............................................................................................................................. 13 3.4 MEERVLEERMUIS ......................................................................................................................................... 13

4

CONCLUSIES .......................................................................................................................................... 14 4.1 4.2 4.3 4.4

5

VERBLIJFPLAATSEN ....................................................................................................................................... 14 MASSAWINTERVERBLIJF ................................................................................................................................ 14 FOERAGEERGEBIED....................................................................................................................................... 14 VLIEGROUTE ............................................................................................................................................... 15

ADVIES .................................................................................................................................................. 16 5.1 5.2

INTRINSIEKE WAARDE ............................................................................................................................... 16 AANVRAGEN ONTHEFFING ........................................................................................................................ 16

-3-

1

Inleiding

In opdracht van VanWonen is een nader onderzoek uitgevoerd naar de beschermde soortgroep “vleermuizen” op de het jeugdzorg complex Pluryn (de Lindenhorst) in Zeist aan de Verlengde Slotlaan 69-71. De reden voor dit nader onderzoek is dat er een complete herontwikkeling van het terrein zal plaatsvinden. De herontwikkeling houdt in dat het complex wordt afgebroken. De nieuwe bestemming is de bouw van een woonwijk en zal verwacht in 2025 worden opgeleverd. Op 18 januari 2019 is door Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd: “Ecologische quickscan bomenadvies Jeugdzorginstelling De Lindenhorst Verlengde Slotlaan 69/71 te Zeist”. Uit deze quickscan kwam naar voren dat de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen niet uit te sluiten is. De plannen van de opdrachtgever hebben dus mogelijk nadelige gevolgen voor de soortgroep vleermuizen. Het onderzoek dient om vast te stellen of de herontwikkeling van het terrein mogelijk leidt tot een overtreding van de Wet Natuurbescherming. Voor de soortgroep “vleermuizen” is in 2022 daarom een nader onderzoek uitgevoerd om te bepalen of de uitvoerder ontheffing plichtig is. Het nader onderzoek en de rapportage zijn uitgevoerd door Foreest Groen Consult in samenwerking met Buro Ontwerp en Omgeving. De verslagleging is uitgevoerd door J. Heida MSc.

werkzaam bij Foreest Groen Consult.

-4-

2

Methode van onderzoek

2.1 Beschrijving onderzoeksgebied Het dubbel omheinde complex is gelegen in een bosrijke omgeving in de bebouwde kom van Zeist. In de binnen omheining staan drie woongebouwen, schuurtje en een groter hoofdgebouw met open binnenplaats. Binnen het hekwerk zijn parkeerplaatsen aanwezig. Het onderzoeksgebied is opgedeeld in zeven clusters genummerd van 19 tot en met 25.

Afbeelding 1: Overzicht van het onderzoeksgebied met de clusters aangegeven in de blauwe kaders.

2.2 Onderzoeksteam Foreest Groen Consult:

Buro Ontwerp en Omgeving:

L. Bakker MSc A. Dietzsch MSc J. Heida MSc H. de Lange BSc J. de Rijk MSc

W. Adriaens BSc I. Bouwknegt BSc M. Corporaal BSc J. van Dijk BSc M. Hendriksen BSc D.Lukkezen MSc J. Metselaar BSc M. Meyboom BSc S. Vroom MSc T. Werner BSc

-5-

2.3 Omschrijving onderzoek en data De zeven clusters zijn elk vijf keer onderzocht. Voor het onderzoek is het geldende vleermuisprotocol 2022 gevolgd. Om een goed inzicht te krijgen in de actuele situatie zijn een voorjaarsonderzoek en baltsonderzoek uitgevoerd waarbij meerdere bezoeken per onderzoek zijn afgelegd. Gegevens van de bezoeken zijn vastgelegd en te vinden in onderstaande tabellen. Voorjaarsonderzoek ronde 1 ochtend Data en duur bezoeken: Cluster 19 20 21 22 23 24 25

Datum 24-05-2022 24-05-2022 24-05-2022 24-05-2022 24-05-2022 24-05-2022 24-05-2022

Onderzoeker J. de Rijk J. Metselaar J. van Dijk T. Werner M. Hendriksen M. Corporaal J. Heida

Omstandigheden 14 °C, ZW3 en bewolking 8/8 14 °C, ZW3 en bewolking 8/8 14 °C, ZW3 en bewolking 8/8 14 °C, ZW3 en bewolking 8/8 14 °C, ZW3 en bewolking 8/8 14 °C, ZW3 en bewolking 8/8 14 °C, ZW3 en bewolking 8/8

Tijdstip 02:30 - 05:30 02:30 - 05:30 02:30 - 05:30 02:30 - 05:30 02:30 - 05:30 02:30 - 05:30 02:30 - 05:30

Voorjaarsonderzoek ronde 2 avond Data en duur bezoeken: Cluster 19 20 21 22 23 24 25

Datum 14-06-2022 14-06-2022 14-06-2022 14-06-2022 14-06-2022 14-06-2022 14-06-2022

Onderzoeker J. de Rijk L. Bakker S. Vroom J. Metselaar D. Lukkezen J. Heida M. Meyboom

Omstandigheden 20 - 16 °C, NO1 en bewolking 0/8 20 - 16 °C, NO1 en bewolking 0/8 20 - 16 °C, NO1 en bewolking 0/8 20 - 16 °C, NO1 en bewolking 0/8 20 - 16 °C, NO1 en bewolking 0/8 20 - 16 °C, NO1 en bewolking 0/8 20 - 16 °C, NO1 en bewolking 0/8

Tijdstip 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00

Voorjaarsonderzoek ronde 3 avond Data en duur bezoeken: Cluster 19 20 21 22 23 24 25

Datum 05-07-2022 05-07-2022 05-07-2022 05-07-2022 05-07-2022 05-07-2022 05-07-2022

Onderzoeker J. de Rijk L. Bakker S. Vroom J. Metselaar D. Lukkezen J. Heida M. Meyboom

Omstandigheden 15 - 13 °C, W2 en bewolking 1/8 - 0/8 15 - 13 °C, W2 en bewolking 1/8 - 0/8 15 - 13 °C, W2 en bewolking 1/8 - 0/8 15 - 13 °C, W2 en bewolking 1/8 - 0/8 15 - 13 °C, W2 en bewolking 1/8 - 0/8 15 - 13 °C, W2 en bewolking 1/8 - 0/8 15 - 13 °C, W2 en bewolking 1/8 - 0/8

-6-

Tijdstip 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00 22:00 - 00:00

Baltsonderzoek ronde 1 nacht Data en duur bezoeken: Bezoek 19 20 21 22 23 24 25

Datum 25-08-2022 25-08-2022 25-08-2022 25-08-2022 16-08-2022 16-08-2022 25-08-2022

Onderzoeker L. Bakker J. de Rijk J. van Dijk S. Vroom D. Lukkezen J. Metselaar J. Heida

Omstandigheden 22 °C, NNO2, en bewolking 2/8 22 °C, NNO2, en bewolking 2/8 22 °C, NNO2, en bewolking 2/8 22 °C, NNO2, en bewolking 2/8 19 °C, ZZO1 en bewolking 6/8 - 2/8 19 °C, ZZO1 en bewolking 6/8 - 2/8 22 °C, NNO2, en bewolking 2/8

Tijdstip 00:00 - 02:00 00:00 - 02:00 00:00 - 02:00 00:00 - 02:00 00:00 - 02:00 00:00 - 02:00 00:00 - 02:00

Baltsonderzoek ronde 2 nacht Data en duur bezoeken: Bezoek 19 20 21 22 23 24 25

Datum 05-09-2022 05-09-2022 05-09-2022 05-09-2022 05-09-2022 05-09-2022 05-09-2022

Onderzoeker J. Heida A. Dietzsch J. van Dijk Jur D. Lukkezen W. Adriens M. Meyboom

Omstandigheden 20-19 °C, NW2-ZW2 8/8 na 01:15 matige neerslag 20-19 °C, NW2-ZW2 8/8 na 01:15 matige neerslag 20-19 °C, NW2-ZW2 8/8 na 01:15 matige neerslag 20-19 °C, NW2-ZW2 8/8 na 01:15 matige neerslag 20-19 °C, NW2-ZW2 8/8 na 01:15 matige neerslag 20-19 °C, NW2-ZW2 8/8 na 01:15 matige neerslag 20-19 °C, NW2-ZW2 8/8 na 01:15 matige neerslag

Tijdstip 23:30 - 01:15 23:30 - 01:15 23:30 - 01:15 23:30 - 01:15 23:30 - 01:15 23:30 - 01:15 23:30 - 01:15

Eenmaal is er een discrepantie met de normen die volgens het vleermuisprotocol aan het weer worden gesteld. Bij het laatste baltsonderzoek werd 15 minuten eerder gestopt in verband met meer dan de toegestane hoeveelheid regen. Deze discrepantie met het protocol heeft geen significante invloed gehad op het inventariseren van rust- en verblijfplaatsen omdat dit tijdens het eerste bezoek duidelijk werd. Tijdens het eerste baltsonderzoek op 16 augustus 2022 konden door een jeugdzorg gerelateerd incident, slechts twee onderzoekers het terrein betreden. Daarom zijn de vijf andere clusters op 25 augustus 2022 onderzocht. Het onderzoek gebeurt op zicht en met behulp van een batdetector, een Petterson D240 en een Batlogger M. De batlogger is de dag na het onderzoek uitgelezen met het programma BatExplorer van Elektron. Vervolgens zijn de opgeslagen gegevens verwerkt.

-7-

3

Resultaten Vleermuizen

3.1 Onderzoek vaste rust- en verblijfplaatsen Tijdens het onderzoek is aangetoond dat verschillende vleermuissoorten aanwezig zijn in de directe omgeving. Naast gewone dwergvleermuizen die binding vertoonden met het wooncomplex, zijn er een of meer foeragerende laatvliegers en ruige dwergvleermuizen gezien. Verder zijn overvliegende rosse vleermuis en eenmalig passerende gewone grootoorvleermuis waargenomen.

3.1.1 Onderzoek kraamverblijven Tijdens de veldbezoeken zijn er geen locaties aangetroffen die als kraamverblijf dienen.

3.1.2 Onderzoek zomerverblijven Binnen de gebouwcomplexen zijn meerdere zomerverblijven aangetroffen. Vijf van deze geïdentificeerde verblijven zitten in het hoofdgebouw. De overige twee verblijven zijn aangetroffen in de kleinere woongebouwtjes. Het ging hier uitsluitend om invliegende of uitvliegende gewone dwergvleermuizen. Nummer

Cluster

Soort

Aantal individuen

Locatie(s)

1

22

1

Stootvoeg onder de metalen dakrand

2

23

1

Links van nokvorst onder de dakrand

3

24

1

4

24

1

Onder de dakrand van het hogere westelijke gebouw Uitgevlogen vanuit dakrand

5

25

3

Onder dakrand, binnenplaats

6

25

1

Onder dakrand, binnenplaats

7

23

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis

1

onder de gevelbetimmering

-8-

Afbeelding 2, visualisatie van de aangetroffen dieren, tijdens het onderzoek in het voorjaar. Een gele ster staat voor zomerverblijf van een gewone dwergvleermuis.

Afbeelding 3, invliegopeningen

-9-

Afbeelding 4, invliegopeningen(vervolg)

3.1.3 Onderzoek paarverblijven Op verschillende plekken zijn er gedurende de nacht baltsroepen gedetecteerd van de gewone dwergvleermuis. In totaal zijn er drie baltsterritoria en twee paarverblijven gelokaliseerd. Van een baltsterritorium wordt verwacht dat het bijbehorende paarverblijf samenvalt met het eerder aangetroffen zomerverblijf. Nummer

Cluster

Soort

Aantal individuen

Locatie(s)

1 2 3 4

20/22 23 24 24

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis

1 1 1 1

Noordwestzijde, woongebouwtje Noordelijke zijde hoofdgebouw Zuidelijke zijde hoofdgebouw Hoek, dakrand

- 10 -

Afbeelding 5, visualisatie van de aangetroffen dieren, tijdens het onderzoek in het najaar. Geel gewone dwergvleermuis: een omlijnd gebied is een benadering van een baltsterritorium. Hartje is paarverblijf.

3.1.4 Onderzoek massawinter verblijf Tijdens de veldbezoeken zijn er geen locaties aangetroffen die als massawinterverblijf dienen. Zwermende vleermuizen zijn niet waargenomen.

3.2 Onderzoek foerageergebied Tijdens de onderzoeken zijn op het terrein zijn veel bomen te vinden waar gewone dwergvleermuizen foerageren in en langs de boomkronen. Aangetroffen zijn foeragerende laatvliegers en gewone dwergvleermuizen. De laatvlieger betrof telkens één individu. De gewone dwergvleermuis was met 3-4 individuen op het terrein aan het foerageren.

- 11 -

Afbeelding 5, visualisatie van de aangetroffen foeragerende en overvliegende vleermuizen Geel: gewone dwergvleermuis; Groen: laatvlieger; Maroon rood: rosse vleermuis; Donker blauw: ruige dwergvleermuis; Paars: gewone grootoorvleermuis.

Gewone dwergvleermuis Deze soort was vooral aan het foerageren tussen de bomen en langs de gebouwen. Elke avond van onderzoek is deze soort foeragerend aangetroffen. Ruige dwergvleermuis Deze soort is enkele keren waargenomen bij het foerageren en deels passeren van de locatie. Laatvlieger Deze soort was vooral aan het foerageren tussen de bomen en langs de gebouwen daarbij maakte de soort de kenmerkende langere jachtrondes waarbij met enige regelmaat het dier opnieuw al foeragerend passeerde Elke avond van onderzoek is deze soort aangetroffen.

- 12 -

Rosse vleermuis De rosse vleermuis is alleen waargenomen bij het passeren van de locatie. Foeragerende dieren zijn niet aangetroffen. Gewone grootoorvleermuis De gewone grootoorvleermuis is twee keer (op 24 mei 2022 en 5 juli 2022) waargenomen bij het passeren van de locatie. Het dier had verder geen binding met de locatie. Foeragerende dieren zijn niet aangetroffen.

3.3 Onderzoek vliegroute Vliegroutes op dit terrein zijn niet vastgesteld tijdens het veldonderzoek.

3.4 Meervleermuis In de quickscan was de meervleermuis vermeld als een mogelijke soort die aanwezig kon zijn. Bij de uitgevoerde onderzoeken in het voorjaar zijn geen meervleermuizen waargenomen door de zeven onderzoekers die gelijktijdig op de locatie aanwezig waren. Dit geldt ook voor de onderzoeken in het najaar. Ook in het najaar is deze soort niet aangetroffen.

- 13 -

4

Conclusies

4.1 Verblijfplaatsen Het slopen van de gebouwen en de herontwikkeling leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Door de sloop gaan 7 unieke zomerverblijven verloren van de gewone dwergvleermuis. Zes verblijven zijn van een enkel exemplaar en één verblijf van een kleine groep van vier individuen. De drie baltsterritoria en twee paarverblijven leiden tot vier paarverblijven binnen het plangebied voor de gewone dwergvleermuis. Een paarverblijf valt samen met een eerder aangetroffen zomerverblijf. Hierdoor gaan door de ontwikkeling 10 unieke verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis verloren. Verblijfplaatsen van de meervleermuis zijn niet aangetroffen. De soort is op geen enkele moment waargenomen waardoor de aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Een ontheffing aanvraag voor de Wet natuurbescherming voor de verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis is noodzakelijk.

4.2 Massawinterverblijf Bij de uitgevoerde onderzoeken zijn geen zwermende vleermuizen aangetroffen. De gebouwen fungeren niet als massa winterverblijf voor de gewone dwergvleermuis. Het slopen van de gebouwen en de herontwikkeling leiden niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het foerageergebied van vleermuizen.

4.3 Foerageergebied Het terrein is onderdeel van het foerageergebied voor de vleermuizen. In het gebied foerageren gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Voor deze drie soorten is het plangebied onderdeel van een groter foerageergebied. Het gebied is zeker niet als essentieel aan te merken. De dieren foerageren namelijk onder veel verschillende omstandigheden en in een veel grotere omgeving. Sloop en herbouw heeft op het foerageergedrag van deze soorten geen invloed. De rosse vleermuis is vooral overvliegend aangetroffen. Normaliter foerageert deze soort boven grotere open gebieden die op grote afstand van de vaste verblijfplaats liggen. Grotere openingen in bossen zoals op de planlocatie worden incidenteel gebruikt. Dit gebied is voor deze soort niet essentieel. Sloop en herbouw heeft op het foerageergedrag van deze soort geen invloed.

- 14 -

De gewone grootoorvleermuis heeft geen binding met het gebied. De soort is op twee avonden slechts één keer waargenomen bij het passeren van de locatie. Het slopen van de gebouwen en de herontwikkeling leiden niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het foerageergebied van vleermuizen.

4.4 Vliegroute Op het terrein zijn geen vliegrouten van vleermuizen vastgesteld. Het plangebied bevindt zich in een bosomgeving waardoor geen sprake is van lijnvormige beplantingen of andere geleidende elementen die dienst kunnen doen als vliegroute. De vleermuizen die aanwezig zijn vinden overal de beschutting die zij zoeken om een gebied te passeren. Dit wijzigt niet op het moment dat de panden worden gesloopt. Hierdoor is het uitgesloten dat een essentiële vliegroute van vleermuizen verloren gaat. Het slopen van de gebouwen en de herontwikkeling leiden niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft vliegrouten van vleermuizen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16975282/1