RV26.043 Bijlage 10 - Actualisatie ecologische quickscan 2025
Tekst van het document
Actualisatie Quickscan Verlengde Slotlaan 69 – 71 Lindenhorst Zeist
Actualisatie Quickscan Verlengde Slotlaan 69 – 71 Lindenhorst Zeist
Opdrachtgever:
Van Wonen Willemsvaart 21 8019 AB Zwolle
Datum:
6 maart 2025
Status:
Concept
Uitvoering:
Foreest Groen Consult B.V. Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T 0314 642221 E-Mail: info@foreestgroenconsult.nl Web: www.foreestgroenconsult.com
Inhoudsopgave 1. 2.
Inleiding .............................................................................................................................. 5 Beschrijving van het plangebied ........................................................................................ 6 2.1 Voorgenomen werkzaamheden ................................................................................. 7 2.2 Beschrijving onderzoek .............................................................................................. 8 2.3 Natura 2000................................................................................................................ 9 2.4 Natuur Netwerk Nederland...................................................................................... 10 3. Resultaten ........................................................................................................................ 11 3.1 Flora .......................................................................................................................... 11 3.2 Zoogdieren ............................................................................................................... 11 3.3 Amfibieën .................................................................................................................
11 3.4 Reptielen .................................................................................................................. 12 3.5 Ongewervelden ........................................................................................................ 12 3.6 Broedvogels .............................................................................................................. 12 3.7 Vissen........................................................................................................................ 12 3.8 Vleermuizen ............................................................................................................. 12 3.8.1 Gebouwen ............................................................................................................ 13 3.8.2 Bomen .................................................................................................................. 15 4. Conclusies ......................................................................................................................... 16 4.1 Flora .......................................................................................................................... 16 4.2 Zoogdieren ...............................................................................................................
16 4.3 Amfibieën ................................................................................................................. 18 4.4 Reptielen .................................................................................................................. 18 4.5 Ongewervelden ........................................................................................................ 19 4.5.1 Vlinders ................................................................................................................. 19 4.5.2 Libellen ................................................................................................................. 20 4.5.3 Overige ongewervelden ....................................................................................... 20 4.6 Broedvogels .............................................................................................................. 20 4.7 Vissen........................................................................................................................ 21 4.8 Vleermuizen ............................................................................................................. 22 4.8.1 Vaste rust- en verblijfplaatsen .............................................................................
22 4.8.2 Foerageergebied .................................................................................................. 22 4.8.3 Vliegroute ............................................................................................................. 23 4.9 Samenvatting............................................................................................................ 23 4.10 Natura 2000.............................................................................................................. 23 4.11 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................... 24 4.12 Houtopstanden......................................................................................................... 24 5. Advies ............................................................................................................................... 25 5.1 Worst case kleine marterachtigen ........................................................................... 25 5.2 Bescherming van soorten ......................................................................................... 25 5.3 Algemeen versterken van de biodiversiteit ............................................................. 25 6. Literatuurlijst ....................................................................................................................
27 6.1 Websites ................................................................................................................... 27 6.2 Verspreidingsatlassen .............................................................................................. 27 6.3 Overig ....................................................................................................................... 27
6.4 Onderzoeken ............................................................................................................ 27 Bijlage 1: Foto’s impressie plangebied ..................................................................................... 28 Bijlage 2: Gegevens NDFF ......................................................................................................... 31
- 4-
1. Inleiding In opdracht van projectontwikkelaar Van Wonen is op vrijdag 21 februari een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd op een perceel van de voormalige jeugdinrichting in Zeist. Van Wonen wil het perceel ontwikkelen naar woningbouw. Hiervoor is in 2019 een quickscan uitgevoerd door Koenders en Partners adviseurs:
Ecologische quickscan met bomen advies, Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv, 1 maart 2019.
Na de quickscan is een nader onderzoek uitgevoerd naar de soortgroep vleermuizen: Nader onderzoek soortgroep vleermuizen de Verlengde Slotlaan 69-71 Complex Lindenhorst Zeist, Foreest Groen Consult, 22 november 2022. Op basis van dit nader onderzoek is een vergunning verleend onder zaaknummer: Z-PU2023-001774 voor verblijven van de gewone dwergvleermuis.
Op verzoek van het bevoegde gezag is aanvullend onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van beschermde reptielen: Nader onderzoek hazelworm & levendbarende hagedis, Lindenhorst Zeist, Foreest Groen Consult, 16 september 2024. Hazelworm en levendbarende hagedis zijn niet aangetroffen.
Deze quickscan is een actualisatie van het verkennende onderzoek uit 2019. Onderzocht is of de woningbouwplannen gevolgen kunnen hebben voor beschermde dier- en plantensoorten. Reden voor deze actualisatie is de wijziging van de omgevingswet in oktober 2024 aangaande vrijgestelde soorten in de provincie Utrecht. Een quickscan is een eerste opname die inzicht geeft in de eventuele aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten. De quickscan bestaat uit een veldbezoek en wordt aangevuld met gegevens uit openbaar toegankelijke bronnen als verspreidingsatlassen en waarneming sites. Op basis van de resultaten kan nader aanvullend onderzoek naar een of meerdere soorten noodzakelijk zijn. Het onderzoek en de rapportage zijn uitgevoerd door J. Heida MSc werkzaam als ecoloog bij Foreest Groen Consult BV.
- 5-
2. Beschrijving van het plangebied Het plangebied betreft een voormalige jeugdinrichting in de wijk Lyceumkwartier. Het is sterk bebost terrein, met een dubbele omheining. Het ligt aan de oostzijde van Zeist aan een straat met veel bomen, grote woningen met ruime tuinen. Het parkeerterrein is verhard en er is verharding rondom de gebouwen. Op het terrein staat 1 groot hoofgebouw met een binnenplein en 3 woongebouwen. Verder staat er nog een kleine dierenschuur en een klein kantoorgebouw. Op het terrein zijn schrale gazons aanwezig, een speelveldje, een tuinkas en een fietsenstalling. De bosranden ogen rommelig met op veel plaatsen pallets, dode takken, bladeren en steenhopen.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied. Het plangebied is met een blauw vlak aangegeven en de nummers van de kadastrale percelen zijn aangeduid (bron: https://topotijdreis.nl/).
- 6-
2.1 Voorgenomen werkzaamheden De herontwikkeling van De Lindenhorst is een project vanuit de zogenoemde 'versnellingsopgave', die bedoeld is om sneller meer betaalbare woningen te creëren in de gemeente Zeist. De herontwikkeling heeft als gevolg dat de gebouwen gesloopt worden om plaats te maken voor nieuwbouw woningen. Hieronder is een schets te zien van de toekomstige situatie. In deze situering worden de interne bosranden en andere bomen zoveel mogelijk behouden.
Afbeelding 2: Schets van het nieuwbouw plan.
- 7-
2.2 Beschrijving onderzoek Datum veldbezoek: Tijd: Temperatuur Windkracht: Omschrijving:
vrijdag 21 februari 2025 12:00 16 ˚C 2 Bft Licht bewolkt en vrij zonnig weer
Het terrein is systematisch nagezocht op soorten. Alle soorten zijn genoteerd. Hierbij is gelet op zowel visuele als auditieve aspecten en wordt indien nodig een verrekijker of zaklamp toegepast. Tijdens het onderzoek zijn foto’s gemaakt van het plangebied, de omgeving en belangrijke waarnemingen. Eventuele verdere identificatie van dierensporen of een plant wordt op kantoor uitgevoerd met behulp van atlassen. Vervolgens zijn verspreidingsatlassen en openbare bronnen nagezocht op eventueel waarnemingen van beschermde soorten die voor de plannen van belang kunnen zijn. De NDFF is geraadpleegd op 28 februari 2025.
- 8-
2.3 Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura2000 gebied. Natura 2000 gebied Oostelijke vechtplassen is het dichtstbijzijnde op 11.5 km afstand. Het dichtstbijzijnde habitat type is van Elzen-Essenbossen, Elzenbroekbossen en Wilgenbossen (91E0). Tabel 1: Natura 2000 gebieden binnen 25 km van het plangebied. De afstand is de minimale afstand tussen het plangebied en het desbetreffende Natura 2000 gebied. HR= habitatrichtlijn, VR= vogelrichtlijngebied. Gebied Oostelijke Vechtplassen Kolland & Overlangbroek Arkemheen Eemmeer & Gooimeer Zuidoever Lingegebied & Diefdijk-Zuid Uiterwaarden Lek Naardermeer Zouweboezem Veluwerandmeren Binnenveld Zouweboezem
Type VR+HR HR VR VR HR HR VR+HR HR VR+HR HR VR+HR
Afstand (km) 11.5 14.1 17.6 19.8 19.8 21.5 21.8 22.9 23.1 23.2 24.1
Habitatrichtlijngebied Vogelrichtlijngebied Habitatrichtlijn- en vogelrichtlijngebied Afbeelding 3: Ligging van het plangebied ten https://natura2000.eea.europa.eu/expertviewer/).
- 9-
Planlocatie
opzichte
van
Natura
2000
gebieden
(bron:
2.4 Natuur Netwerk Nederland Het plangebied ligt niet in delen van het Natuur Netwerk Nederland. Rondom Zeist zijn in alle windrichtingen gebieden aangewezen als Natuur Netwerk Nederland. De kleinste afstand is 500 meter van de planlocatie in de oostelijke richting.
Natuur Netwerk Nederland Afbeelding 4: Ligging van het http://atlasleefomgeving.nl).
plangebied
Planlocatie ten opzichte
- 10-
van
de
NNN
gebieden
(bron:
3. Resultaten 3.1 Flora In het plangebied zijn de volgende plantensoorten aangetroffen: Amerikaanse eik Beuk Bijvoet Bonte dovenetel Douglasspar Engels raaigras Fijn laddermos Fijnspar Gewone esdoorn Gewone melkdistel Gewone taxus Gewoon biggenkruid Gewoon dikkopmos Gewoon haakmos Grove den Hulst Kleine veldkers Liguster Linde Madeliefje Paardenbloem Rododendron Schijnaardbei Tamme kastanje Vingerhoedskruid Zwarte braam
3.2 Zoogdieren In het plangebied zijn (sporen van) de volgende zoogdiersoorten aangetroffen: Bruine rat (holen) Veldmuis (holen)
3.3 Amfibieën In het plangebied zijn geen amfibieën aangetroffen.
- 11-
3.4 Reptielen In het plangebied zijn geen reptielen aangetroffen.
3.5 Ongewervelden In het plangebied zijn de volgende ongewervelden aangetroffen: Aardslak Citroenvlinder Gewone duizendpoot Gewone mestkever Gewone oorworm Kelderpissebed Pyjamazweefvlieg Ruwe pissebed Tuinwolfspin Zwarte wegmier
3.6 Broedvogels In het plangebied zijn de volgende broedvogels aangetroffen: Boomkruiper (bomen) Bosuil (info bewoners en nader onderzoek 2022) Buizerd (overvliegen) Grote bonte specht (bomen) Houtduif (bomen) Kauw (grasveld) Koolmees (bomen) Merel (struiken) Roodborst (struiken) Vink (bomen)
3.7 Vissen In het plangebied zijn geen vissen aangetroffen. Open water ontbreekt.
3.8 Vleermuizen In het plangebied zijn vleermuizen actief. Dit is aangetoond tijdens het nader onderzoek van 2022. Er zijn diverse vleermuisverblijven van de gewone dwergvleermuis aanwezig.
- 12-
3.8.1 Gebouwen 1) Hoofdgebouw Het hoofdgebouw bestaat uit een gemetselde muur met een luchtspouw met daarop een plat dak van dakleer afwerkt met een daktrim. De spouwmuur is toegankelijk doordat er een groot aantal open stootvoegen aanwezig zijn. De kozijnen en deuren zijn grotendeels van kunststof. Op veel plaatsen zijn betimmeringen aanwezig die niet overal goed nauw sluiten op het metselwerk.
Afbeelding 5: Hoofdgebouw en het binnenplein.
2) Woongebouw (3 replica’s) Er staan 3 woongebouwen op het terrein die een vergelijkbare opbouw hebben als het hoofdgebouw. De muren hebben een luchtspouw die toegankelijk is via open stootvoegen. De deuren en kozijnen zijn allemaal van kunststof. Ook hier is sprake van een plat dak. Het dak van de gebouwen zijn afgewerkt met Trespa of volkern platen die een overstek vormen of een geveldeel bedekken. Op sommige plaatsen is de montage niet meer deugdelijk waardoor smalle openingen zijn ontstaan.
Afbeelding 6: Opbouw van de woon eenheden.
- 13-
3) Kantoorgebouw Het kantoorgebouw is volledig bekleed met houten planken en heeft een pannendak. Op diverse plaatsen zijn openingen aanwezig tussen de muur en de bekleding door schade in de gevelbekleding. De dakpannen liggen niet meer overal netjes op de latten waardoor hier ook openingen aanwezig zijn.
Afbeelding 7: Kantoorgebouwtje.
4) Schuurtje Het schuurtje is opgebouwd uit een gemetselde muur waarvan de spouw bereikbaar is via open stootvoegen. Een dakbeschot is afwezig, golfplaten liggen direct op de spanten.
Afbeelding 8: Opbouw van het schuurtje.
- 14-
Overig De overige gebouwen betreffen een tuinkas en een fietsenstalling. Deze zijn niet van belang voor vleermuizen door het ontbreken van holle ruimtes, spouwmuur of een dakbeschot.
Afbeelding 9: Tuinkas en de fietsenstalling.
3.8.2 Bomen Verspreid over het plangebied staan enkele honderden volwassen bomen. Hiervoor is in 2024 een inspectie uitgevoerd:” Beoordeling te kappen bomen de Verlengde Slotlaan 69-71 Complex Lindenhorst Zeist, Foreest Groen Consult, 4 mei 2024”. In deze rapportage zijn geen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig. De bomen vertonen geen holtes en spleten geschikt voor vleermuizen.
- 15-
4. Conclusies De verspreiding gegevens zijn opgevraagd via de Nationale Databank Flora & Fauna. De levering geeft alle waarnemingen van soorten binnen de volgende hokken: 145-455, 145-456 145-457, 146-455, 146-456, 146-457, 147-455, 147-456, 147-457. Een selectie is gemaakt om de beschermde soorten rondom de planlocatie tot 1 km te filteren. De overige soorten tot 5 km worden daarna genoemd. Deze zijn verkregen vanuit de Flora en Fauna verkenner van de NDFF.
4.1 Flora Tijdens de veldinspectie zijn geen beschermde flora aangetroffen. Binnen 1 km van de planlocatie komen de kartuizer anjer en glad biggenkruid voor. Kartuizer anjer geeft de voorkeur aan zanderige grond en akkers. Ook groeit deze naast waterkanten met zanderige bodem, kleigrond of stenen. Glad biggenkruid geeft de voorkeur aan zanderige grond, akkers en stikstofarm grasland in het pioniersstadium. In de wijdere omgeving binnen het 5 km hok komt ook Grote leeuwenklauw voor. Deze soort geeft de voorkeur aan zanderige grond en akkers op kalkhoudende grond. Het terrein betreft een interne bosrand waarin grasveldjes begroeid met vooral mos, verhardingen, gebouwen en een speelplaats aanwezig zijn. De sterke mosgroei duidt op een verzuring van de bodem. Door de verzuring, het dichte bladerdek onder de bomen en de betreding van de verhardingen is dit geen groeiplaats voor beschermde flora. De aanwezigheid is uit te sluiten. Conclusie De Omgevingswet wordt voor de soortgroep flora niet overtreden. Nader onderzoek naar de beschermde flora is niet noodzakelijk.
4.2 Zoogdieren Tijdens de veldinspectie zijn enkele holen van de bruine rat en veldmuis aangetroffen. Deze zaten in de randen van het terrein. Binnen 1 km van de planlocatie komen de volgende soorten voor: das, egel, eekhoorn, ree, vos, bunzing, konijn, bosmuis, huisspitsmuis, veldmuis, rosse woelmuis en boom/steenmarter. In de wijdere omgeving komt ook nog de haas voor. De soorten die niet zijn vrijgesteld worden hieronder besproken. Das Het leefgebied van de das bestaat uit kleinschalig akker- en weideland met vegetatie zoals bosjes, heggen en houtwallen. De das heeft beschutting nodig met weinig verstoring en een groot aanbod aan voedsel. Het terrein is niet geschikt voor de das doordat het door een dubbele omheining niet goed toegankelijk is. Hierbij is de locatie ook te veel verstoord door mensen en te veel ingesloten door bebouwing. Nergens zijn sporen zoals pijpen en wissels van de das aanwezig. Bij alle uitgevoerde onderzoeken zijn eveneens geen sporen aangetroffen. De aanwezigheid van de das is uitgesloten.
- 16-
Eekhoorn Het leefgebied voor eekhoorns bestaat uit bossen, tuinen, parken en houtwallen met voldoende voedsel. De eekhoorn kan gezien de gebiedskenmerken zeker voorkomen op de planlocatie om voedsel te zoeken. Tijdens de bomeninspectie in 2024 en tijdens de quickscan zijn echter geen eekhoorn nesten vastgesteld. Het is uit te sluiten dat de werkzaamheden een verstoring vormen voor de eekhoorn. Bunzing, steenmarter en boommarter Aan de randen van het terrein zijn diverse grote groenblijvende struiken, een dichte strooisel laag van blad, steenhopen en takkenhopen aanwezig. Hier kunnen marterachtigen schuilen. Deze randen blijven echter in de plannen intact. Het binnenterrein is minder toegankelijk door de omheining die in de grond met een betonplaat is ingegraven. Op het terrein staat 1 klein schuurtje (gebouw 4) waar in het verleden hobby dieren zijn gehouden. Dit schuurtje is geïnspecteerd op sporen van marterachtigen en deze zijn niet aangetroffen. Hier is geen dakbeschot aanwezig dus hier kunnen marterachtigen zich ook niet verstoppen. De steenmarter is tijdens alle uitgevoerde werkzaamheden niet waargenomen. De gebouwen zijn behalve de geïnspecteerde schuur ontoegankelijk. De aanwezigheid van de steenmarter kan hierdoor in deze te slopen gebouwen worden uitgesloten.
Het terrein zal hoogstwaarschijnlijk wel behoren tot het leefgebied maar dit leefgebied blijft grotendeels intact. Essentiele onderdelen gaan niet verloren. In de bomen zijn geen holten aanwezig. Hierdoor is ook de aanwezigheid van de boommarter uit te sluiten. De holen van de rat kunnen een verblijfplaats vormen voor de bunzing. De soort is bij alle eerder uitgevoerde onderzoeken niet waargenomen. Het aantal holen is te groot en deze liggen ook nabij de te slopen gebouwen. De aanwezigheid van de bunzing kan niet worden uitgesloten. Om deze reden wordt gewerkt met een ‘worst case’ waarbij wordt uitgegaan van de aanwezigheid van de bunzing. Nader onderzoek is hierdoor niet noodzakelijk. Een vergunning op basis van een worstcase benadering is noodzakelijk en zal worden aangevraagd. Konijn Konijnen prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden. Konijnen komen vooral voor op zandgronden met dekking en korte grazige vegetaties. Konijnen kunnen ook voorkomen in stedelijk gebied. Het plangebied is nagelopen op de aanwezigheid van holen, graafsporen en keutels. Deze zijn hier niet aangetroffen. Het terrein is niet goed toegankelijk voor konijnen doordat er een dubbele omheining aanwezig is. De binnen omheining is tevens verstevigd met een ingegraven betonplaat wat graven verhindert.
Langs het hek is voor de zekerheid gecontroleerd op graafsporen, welke niet zijn aangetroffen. Ook uit navraag bij de bewoners blijken er geen bekende waarnemingen van konijnen te zijn. Dit wordt ook nog eens bevestigd door de uitgevoerde veldonderzoeken. Onderzoek wordt altijd integraal uitgevoerd, alle aangetroffen soorten worden genoteerd. Bij geen van de vleermuisonderzoeken, het plaatsen van tijdelijke voorzieningen, de reptiel onderzoeken en de beoordeling van de bomen is er een waarneming gedaan van een konijn. Bovendien vindt de bouw plaats op de plek van de bestaande bebouwing die wordt gesloopt waarbij de bosranden blijven behouden. Het is uitgesloten dat de bouw zorgt voor verlies van essentieel leefgebied en verblijfsmogelijkheden.
- 17-
Haas De haas komt op 5 km van het plangebied voor. Bij voorkeur leven hazen in kleinschalig grasen bouwland en open veld (akkers en weilanden). Ook komen hazen voor in open bos en heide, maar mijden ze de kernen van dorpen en steden. Het plangebied heeft door de hoeveelheid bos en beschutting een minder stedelijk karakter, maar hier geldt net als het konijn dat het terrein slecht toegankelijk is door de dubbele omheining. Bij de veldinspectie zijn nergens keutels of legers aangetroffen. Ook uit navraag bij de bewoners blijken er geen bekende waarnemingen van hazen te zijn. Dit wordt ook nog eens bevestigd door de uitgevoerde veldonderzoeken. Bij onderzoek wordt altijd integraal onderzoek uitgevoerd, alle soorten worden genoteerd. B Bij geen van de vleermuisonderzoeken, het plaatsen van tijdelijke voorzieningen, de reptiel onderzoeken en de beoordeling van de bomen is er een waarneming gedaan van een haas. Bovendien vindt de bouw plaats op de plek van de bestaande bebouwing die wordt gesloopt waarbij de bosranden blijven behouden. Het is uitgesloten dat de bouw zorgt voor verlies van essentieel leefgebied en verblijfsmogelijkheden. Conclusie De Omgevingswet wordt voor de soortgroep zoogdieren mogelijk overtreden. De bunzing, kan op verschillende plekken schuilen holen. Een vergunning van de omgevingswet voor de bunzing is noodzakelijk.
Door een worstcase benadering toe te passen is nader onderzoek niet noodzakelijk.
4.3 Amfibieën Tijdens de veldinspectie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen. Volgens de verspreidingsgegevens zijn meerdere amfibie soorten binnen 5 km aangetroffen. De soorten binnen 5 km zonder vrijstelling van bescherming bij ruimtelijke ontwikkeling zijn: alpenwatersalamander (<5 km) en poelkikker (<1) km. Voor beschermde amfibieën is het plangebied niet van belang door de afwezigheid van voortplantingswater. De alpenwatersalamander heeft landbiotoop op de Utrechtse heuvelrug in de buurt van zijn waterhabitat en heeft ook een kleine dispersie afstand (<500 meter). De poelkikker kan grotere afstanden overbruggen, maar voor de poelkikker is het gebied door de hoeveelheid schaduw en afwezigheid van schoon water niet geschikt. De aanwezigheid van beschermde amfibieën is uitgesloten. Conclusie De Omgevingswet wordt voor de soortgroep amfibieën niet overtreden. Nader onderzoek naar amfibieën is niet noodzakelijk.
4.4 Reptielen Tijdens de veldinspectie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. De gebiedskenmerken, namelijk de bosranden, rommelhoekjes, steenhopen en strooisel laag van blad en takken maken het in potentie geschikt voor beschermde reptielen. De soorten
- 18-
binnen 1 km van de planlocatie zijn: hazelworm en zandhagedis. Op een grotere afstand van de planlocatie (< 5 km) zijn aanwezig: levendbarende hagedis en ringslang. Voor de ringslang is het plangebied niet van belang omdat deze soort sterk gebonden is aan water. De zandhagedis is sterk gebonden aan duin en heide gebieden, en komt in de omgeving voor op de stuwwallen van Utrecht. De hazelworm en levendbarende hagedis vinden mogelijk wel geschikt habitat in het plangebied. Het onderzoek naar hazelworm en levendbarende hagedis heeft plaatsgevonden: Nader onderzoek hazelworm & levendbarende hagedis, Lindenhorst Zeist, Foreest Groen Consult, 16 september 2024. Tijdens het gerichte onderzoek naar hazelworm en levendbarende hagedis in 2024 zijn deze soorten net aangetroffen. Het is daarom uitgesloten dat deze twee soorten in het plangebied aanwezig zijn. Conclusie De Omgevingswet wordt wat betreft beschermde reptielen niet overtreden. Nader onderzoek is op een eerder moment al uitgevoerd. Aanvullend nader onderzoek naar reptielen is niet noodzakelijk.
4.5 Ongewervelden 4.5.1 Vlinders Tijdens de veldinspectie is alleen een citroenvlinder aangetroffen. Dit is geen beschermde vlindersoort. Voor het voorkomen van vlindersoorten is het van belang dat hun waardplanten op de locatie groeien. Binnen 1 km van de planlocatie zijn geen beschermde vlindersoorten aanwezig. Binnen 5 km zijn de volgende beschermde vlindersoorten aangetroffen: Grote vos en kommavlinder. Grote vos De grote vos is een zwerflustige vlinder die te vinden is in de buurt van (vochtige) open bossen en bosranden. Als waardplant heeft de grote vos vooral iep, populier en wilg. Deze soorten zijn niet aanwezig in het plangebied. De bosranden blijven bovendien behouden, en de takkenhopen en steenhopen zijn geen geschikte overwinteringsplaats. De soort heeft stapels hout nodig. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op de grote vos. Kommavlinder De kommavlinder komt voor op droge schrale graslanden, duinen en gevarieerde heide. Als waardplant gebruikt het meerdere grassoorten. Een lage vegetatie met polletjes gras en hier en daar wat kale grond is benodigd. Door het ontbreken van de juiste grassoorten en het meer gesloten karakter van het plangebied maken dat het geen geschikt leefgebied is voor de kommavlinder. De aanwezigheid is uit te sluiten. Conclusie De Omgevingswet wordt voor de soortgroep vlinders niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
- 19-
4.5.2 Libellen Tijdens de veldinspectie zijn geen beschermde libellen aangetroffen. Binnen 1 km komen geen beschermde libellen voor. De enige libel die voorkomt binnen het 5 km hok is de gevlekte witsnuitlibel. De planlocatie is van geen enkel belang voor deze libel, het ontbreekt aan geschikt aquatisch habitat zoals laagveenmoeras en duinplassen. Conclusie De Omgevingswet wordt voor de soortgroep libellen niet overtreden. Nader onderzoek naar libellen is niet noodzakelijk.
4.5.3 Overige ongewervelden Tijdens de veldinspectie zijn enkele algemene ongewervelden waargenomen. Deze soorten hebben geen beleidsstatus. Binnen het 5 km hok is het vliegend hert aanwezig. Deze soort zet zijn larven af op oude boomstobben en heeft wit rottend eikenhout nodig. Dit is niet aanwezig op de planlocatie. Het vliegend hert heeft geen enkel belang bij het plangebied. Conclusie De Omgevingswet wordt voor de soortgroep overige ongewervelden niet overtreden. Nader onderzoek naar overige ongewervelden is niet noodzakelijk.
4.6 Broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn algemene zangvogels aangetroffen en zijn twee buizerds in de omgeving van het plangebied gezien. De bosuil is ook in de omgeving aanwezig, deze is gehoord tijdens de vleermuis onderzoeken en ook door de bewoners. Bescherming tijdens broedseizoen Alle inheemse vogels zijn in het broedseizoen beschermd, ook veelvoorkomende vogelsoorten. In de groenblijvende struiken zitten mogelijk broedvogels zoals de merel, boomkruiper of vink. In de bomen met klimop begroeid kunnen ook houtduiven broeden. Als deze beplanting of bomen verwijderd moet worden, dient dit te gebeuren buiten het broedseizoen of is vooraf een controle door een ecoloog op broedende vogels noodzakelijk. Bouwers van grote nesten In het voorjaar van 2024 waren 2 nesten aanwezig van waarschijnlijk ekster. Deze nesten zijn niet bewoond door beschermde uilen of roofvogels. Tijdens alle veldonderzoeken, bij de vleermuisonderzoeken en reptielonderzoeken en bomencontrole zijn geen roofvogels waargenomen die een nest bezet houden. De buizerd wordt soms waargenomen boven het plangebied om te foerageren, maar heeft geen nest op de locatie. De bosuil is regelmatig gehoord tijdens het vleermuisonderzoek, maar is niet op de planlocatie zelf aanwezig.
De aanwezigheid van uil- en roofvogels zoals de boomvalk, buizerd, havik, oehoe, ransuil, slechtvalk, sperwer wespendief en zwarte wouw is uitgesloten. Tijdens de veldinspectie waren veel eksters en houtduiven in de boomkronen aanwezig. Indien een boom met ekster
- 20-
of duiven nest verwijderd moet worden, dient dit te gebeuren buiten het broedseizoen (maart – 15 augustus). Holenbroeders en overig gebouw bewonende soorten In de aanwezige bomen zijn geen geschikte holtes aangetroffen voor holenbroeders zoals de koolmees en pimpelmees. De kool- en pimpelmees zijn aangetroffen in de beplanting, maar hebben hun nest vermoedelijk in de tuinen in de omgeving. Op sommige plaatsen is het mogelijk om een broedplaats te vinden zoals bij het dak van het kantoorgebouw of bij openingen in de Trespa beplating van de woongebouwen. Mezen maar ook een soort zoals de spreeuw kan hier broeden. De omgeving van het plangebied is sterk bebost met grote tuinen waardoor ruim voldoende alternatieven aanwezig zijn. Het ongeschikt maken van de gebouwen moet gebeuren buiten het broedseizoen. Huismus De huismus heeft een categorie 2 jaarrond beschermd nest. De gebouwen met platte daken en het schuurtje zonder dakbeschot zijn niet geschikt voor de huismus. Uitzondering hierop is het kantoorgebouw omdat hier een pannendak aanwezig is. Huismussen zijn op de planlocatie niet gehoord of gezien, tijdens geen enkel veldbezoek. Huismussen mijden sterke bosrijke omgeving. OP de planlocatie is geen water aanwezig waardoor één van de essentiële onderdelen van het leefgebied ontbreekt. De aanwezigheid van de huismus is hierdoor uit te sluiten.
Steenuil & Kerkuil De steenuil en kerkuil komen voor in kleinschalig agrarisch landschap. Het plangebied is te sterk bebost en de gebouwen zijn tevens niet geschikt als verblijfplaats. De steenuil en kerkuil hebben geen enkel belang bij het plangebied. De aanwezigheid is uitgesloten. Zwaluwen De huiszwaluw maakt nestkommetjes welke niet zijn aangetroffen. Voor de boerenzwaluw is het plangebied niet geschikt, het is te sterk bebost. Nergens zijn nestkommetjes aanwezig. Voor de gierzwaluw zijn geen geschikte invliegopeningen aanwezig door de constructies met platte daken. Ook het kantoorgebouw heeft geen geschikte aanvliegroute doordat de kopgevels afgewerkt zijn met een houten plank. Voor de gierzwaluw geldt dat dit een soort is die zich niet in de bossen begeeft. Nader onderzoek naar zwaluwen is niet noodzakelijk. Conclusie De Omgevingswet wordt voor de soortgroep broedvogels mogelijk overtreden. Het plangebied is door de vegetatie en broedmogelijkheden in bomen van belang voor algemene broedvogels. Verwijderen van beplanting en bomen moet gebeuren buiten het broedseizoen. In de plannen wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met inpassen van de bestaande beplanting en opstanden in het woningbouwplan.
4.7 Vissen Niet van toepassing. Open water ontbreekt. De soortgroep is zeker niet aanwezig.
- 21-
4.8 Vleermuizen Het onderzoek naar vleermuizen heeft plaatsgevonden in 2022 en hiervoor is ook de nodige mitigatie getroffen. Een ontheffing is verleend onder zaaknummer: Z-PU-2023-001774. Vaste- rust en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis zijn aanwezig, van andere vleermuissoorten is dit uitgesloten. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving de volgende soorten aangetroffen: baardvleermuis, franjestaart, gewone/kleine/ruige dwergvleermuis, gewone grootoor, laatvlieger, rosse vleermuis, vale vleermuis en watervleermuis.
4.8.1 Vaste rust- en verblijfplaatsen Gebouwen Alle gebouwen behalve de fietsenstalling en tuinkas zijn geschikt voor vleermuizen door aanwezigheid van een toegankelijke spouwmuur of ruimte achter betimmeringen. Hier zijn in 2022 dan ook meerder zomer- en paarverblijven aangetroffen van de gewone dwergvleermuis. Bomen De aanwezige bomen hebben geen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Conclusie De vaste- rust en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis zijn in kaart gebracht tijdens het nader onderzoek. Andere soorten hebben geen verblijfplaats op de planlocatie. De situatie is in de tussentijd niet veranderd. Aanvullend nader onderzoek is niet noodzakelijk. Voor de gewone dwergvleermuis is een ontheffing onder zaaknummer: Z-PU2023-001774 verleend.
4.8.2 Foerageergebied Foerageergebieden zijn uitsluitend beschermd als deze een essentieel onderdeel vormen bij een vaste rust- en verblijfplaats. Gezien de kenmerken van het plangebied, een interne bosrand is dit een geschikte plaats om te foerageren. De gewone grootoorvleermuis foerageert ook in het gebied. Bij de woningbouw plannen blijft de structuur van de groene buitenruimte behouden waardoor de gewone grootoorvleermuis hier kan blijven foerageren. Deze soort is lichtschuw, maar foerageert hier ondanks dat er al bestaande verlichting aanwezig is geweest, voor de veiligheid van de toenmalige inrichting. Het bosgebied strekt zich uit over een veel groter gebied dan het plangebied en doordat de interne bosrand behouden blijft, verdwijnt er zeker geen essentieel foerageergebied. Conclusie De Omgevingswet wordt voor wat betreft de foerageergebieden van vleermuizen niet overtreden. Nader onderzoek naar foerageergebied van vleermuizen is niet noodzakelijk.
- 22-
4.8.3 Vliegroute Vliegroutes zijn tijdens het nader onderzoek niet aangetroffen. Vleermuizen bewogen zich diffuus door het plangebied en het beboste gebied strekt zich uit over een veel groter gebied dan het plangebied. Dit zijn geen lijnvormige elementen die foerageergebieden met elkaar verbinden. Conclusie De Omgevingswet wordt voor wat betreft vliegrouten van vleermuizen niet overtreden. Nader onderzoek naar vliegrouten van vleermuizen is niet noodzakelijk.
4.9 Samenvatting Tabel 2: Samenvatting van voorgaande paragrafen, naar welke soorten nader onderzoek noodzakelijk is, de periode en eventuele mitigatie mogelijkheden.
Onderdeel
Overtreding Omgevingswet
Nader onderzoek
Periode
Mitigatie
Flora Zoogdieren
Mogelijk belang voor bunzing.
-
Behoud bosranden met schuilplaatsen en werkprotocol/mitigatieplan opstellen
Amfibieën Reptielen Ongewervelden Broedvogels
Nee Nee Nee Mogelijk
Nee, als worst case benadering wordt toegepast aanname: aanwezig op planlocatie Nee Nee Nee Ja, een controle indien bomen en beplanting in de broedperiode worden gerooid
-
Vissen Vleermuizen
Ja, maar vergunning reeds verleend
-
-
Bomen met nesten en lage vegetatie verwijderen buiten broedseizoen (maart – 15 augustus) of vooraf controle door ecoloog. Werken volgens de verleende vergunning
Deze quickscan actualisatie laat zien dat aanvullende nader onderzoeken niet noodzakelijk zijn. De situatie is in de tussentijd niet veranderd.
4.10 Natura 2000 De mogelijke effecten van sloop en nieuwbouw op Natura 2000 gebieden zijn: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trilling, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Directe effecten Het plangebied ligt buiten Natura 2000 gebieden. Tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied ligt op meer dan 10 km afstand. De verstoring in de
- 23-
gebruiksfase verandert niet ten opzichte van de huidige situatie (bewoning en gesloten bewoning). Aangezien de werkzaamheden zich niet in of nabij het Natura 2000 gebied bevinden zal van oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten geen sprake zijn. Indirecte effecten Stikstof kan wel een invloed hebben. Met het vervallen van de bouwvrijstelling in oktober 2022 zijn stikstofberekeningen voor de bouwfase weer noodzakelijk. Tot een afstand van 25 km tot Natura 2000 gebieden moet het effect van stikstof inzichtelijk worden gemaakt. Een Aerius berekening is noodzakelijk.
4.11 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk. Nederland. De regels van dit netwerk zijn niet van toepassing.
4.12 Houtopstanden In het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig die onder de Omgevingswet beschermd zijn. De bomen op het terrein vallen namelijk binnen de bebouwingscontouren. Voor het kappen van de bomen is wel een gemeentelijke kapvergunning noodzakelijk. Het gebied is met een groene arcering op de zogenaamde ‘groene kaart’ aangegeven.
Afbeelding 11: groene kaart gemeente water/bomen-en-beplanting/groene-kaart).
Zeist (bron:
- 24-
https://www.zeist.nl/afval-groen-en-
5. Advies 5.1 Worst case kleine marterachtigen Door uit te gaan van worst case, hoeft naar de bunzing geen onderzoek worden gedaan. Een vergunning kan direct worden aangevraagd, het is wel noodzakelijk om tijdens de realisatiefase beschermende maatregelen te nemen en indien nodig het leefgebied te versterken.
5.2 Bescherming van soorten Onder de Omgevingswet wordt elk van nature in het wild levende dier of inheemse plant beschermd. Ook diersoorten of diergroepen, die niet in de lijsten van Omgevingswet voorkomen, bezitten deze bescherming. Onder de Omgevingswet is het verplicht om voorzorgsmaatregelen te treffen. Voorwaarde is wel dat het inheemse dieren betreft. Dit is de intrinsieke waarde van het dier of de plant en valt onder de zorgplicht. De intrinsieke waarde is van kracht bij flora-en fauna activiteiten als de werkzaamheden/ actie gevolgen heeft voor minimaal één inheems dier of plant. Nadelige gevolgen op dieren en planten dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen of van afgezien. Direct voorafgaande aan de werkzaamheden dient het plangebied en de directe omgeving gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van dieren. Ook tijdens de werkzaamheden dient met de aanwezigheid van dieren rekening te worden gehouden. Worden dieren aangetroffen dan moeten deze de kans krijgen om zich in veiligheid te brengen, of moet het dier in veiligheid gebracht worden. Worden onverhoopt beschermde diersoorten aangetroffen dan moeten de werkzaamheden worden gestaakt en een passende oplossing worden gezocht.
5.3 Algemeen versterken van de biodiversiteit Met eenvoudige middelen kunnen voor verschillende planten en dieren belangrijke voorzieningen worden gerealiseerd die de kwaliteit van hun leefgebied kunnen verbeteren en hun aantallen kunnen laten groeien. In het gebied zijn vleermuizen actief. Met het uiteindelijke ontwerp van de woningen en buitenruimte kan veel voor deze kwetsbare dieren worden gedaan. Daarbij kan worden gedacht aan een bredere open stootvoeg met toegang tot de spouw of speciale voorzieningen in de spouwmuur (met bijvoorbeeld een griplaag) of het dak. Ook voor vogels zoals de huismus kan met eenvoudige middelen veel worden gedaan voor deze soort, bijvoorbeeld door het afzien van vogelschroten of deze te plaatsen op het 3 e panlat. Zorg wel dat de daken voorzien zijn van hard isolatiemateriaal, zodat de vogels het niet kapot kunnen maken. Nestkasten voor bijvoorbeeld gierzwaluwen kunnen ook worden ingebouwd.
- 25-
Het planten van meer bloemen, eventueel in combinatie met een insectenhotel of insectenburcht, is eenvoudige methode om de aantallen van vlinders en ander insecten te laten groeien. Een variatie aan beplanting zorgt voor een hogere diversiteit aan insectensoorten. Voor zoogdieren kan veel worden gedaan door het creëren van takkenhopen of ‘rommelhoekjes’. Hiernaast kunnen verblijven worden geplaatst voor marters en egels. De dieren geven geen enkele vorm van overlast en dragen bij aan een gezond leefmilieu. Met het uiteindelijke ontwerp en materiaalkeuze kan veel voor deze dieren worden gedaan. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden voor het groen inrichten van de buitenruimte.
- 26-
6. Literatuurlijst 6.1 Websites
www.bij12.nl www.determineren.nederlandsesoorten.nl www.eis-nederland.nl www.maps.google.nl www.provincie-utrecht.nl www.florafaunaverkenner.nl www.natura2000.eea.europa.eu/expertviewer www.ndff.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.topotijdreis.nl www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.zeist.nl/afval-groen-en-water/bomen-en-beplanting/groene-kaart
6.2 Verspreidingsatlassen
Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie Vademecum wilde planten
6.3 Overig
Toetsingskader Bescherming van de haas bij flora- en fauna activiteiten in de provincie, Utrecht, Datum 10 juni 2024, status definitief; Toetsingskader Bescherming van het konijn bij flora- en fauna activiteiten in de provincie Utrecht, Datum 10 juni 2024, status definitief; Kennisdocument Kleine marterachtigen BIJ12, Versie 1.1, juli 2024; Vergunning met zaaknummer: Z-PU-2023-001774.
6.4 Onderzoeken
Ecologische quickscan met bomen advies, Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv, 1 maart 2019. Nader onderzoek soortgroep vleermuizen de Verlengde Slotlaan 69-71 Complex Lindenhorst Zeist, Foreest Groen Consult, 22 november 2022. Nader onderzoek hazelworm & levendbarende hagedis, Lindenhorst Zeist, Foreest Groen Consult, 16 september 2024. Beoordeling te kappen bomen de Verlengde Slotlaan 69-71Complex Lindenhorst Zeist, Foreest Groen Consult, 4 mei 2024.
- 27-
Bijlage 1: Foto’s impressie plangebied
Foto 1: links, vooraanzicht hoofdgebouw. Foto 2: rechts, open stootvoegen bij het hoofdgebouw.
Foto 3: links, struiken langs de oprit. Foto 4: rechts, holletjes veldmuis.
Foto 5: links, struiken en op de achtergrond woongebouw. Foto 6: rechts, rommelhoekjes.
- 28-
Foto 7: links, speelveldje op terrein. Foto 8: rechts, sterke begroeiing van klimop op bomen.
Foto 9: links, woongebouw. Foto 10: rechts, schade bij dakpannen kantoorgebouw.
Foto 11: links, steenhopen. Foto 12: rechts, dichte onder vegetatie en bladlaag.
- 29-
Foto 13: links, het schuurtje heeft ook open stootvoegen. Foto 14: rechts, ruimte achter gevelbekleding van kantoorgebouw.
Foto 15: links, takkenhopen in de bosrand. Foto 16: rechts, Trespa platen sluiten niet goed af.
- 30-
Bijlage 2: Gegevens NDFF
- 31-
Beknopte levering uit de NDFF Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren. Nieuwe gegevens worden dagelijks toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader(veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
Besteldatum
28 februari 2025 15:34
Projectnaam
Verlengde slotlaan 69 t/m 71 Zeist
Projectdoel
Quickscan natuuronderzoek
Inkoopnummer Kilometerhokken
145-455 145-456 145-457 146-455 146-456 146-457 147-455 147-456 147-457
Vragen? Neem contact op met het Serviceteam van de NDFF: Telefoon: 0800 2356333 E-mail: serviceteamNDFF@natuurloket.nl
Beknopte levering HNL-2025-34 Pagina 1 van 6
Beknopte levering HNL-2025-34 Pagina 2 van 6
landzoog‐ dieren
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
Aantal soorten
94
67
Detaillering 0-0.25/0.251-1
95%/4%
93%/6%
145 - 455
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
vleermuizen
broedvogels
wintervogels
amfibieen
reptielen
vissen
dagvlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
Rode-Lijstsoorten Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn Wnb-andere soorten (PROV) Wnb-andere soorten (NL)
Volledigheid onderzoek
niet
niet
niet
niet
niet
niet
niet
niet
niet
niet
niet
niet
goed
goed
niet
niet
niet
Onderzoeksperiode
2005-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
145 - 456
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
reptielen
vissen
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
Rode-Lijstsoorten
10
1
2
5
Vogelrichtlijn
5 43
Habitatrichtlijn
61
5
Wnb-andere soorten (PROV)
1
3
Wnb-andere soorten (NL)
1
8
Aantal soorten
436
45
83
47
6
12
44
66
3
18
59
39
19
4
Detaillering 0-0.25/0.251-1
82%/17%
58%/41%
74%/25%
56%/43%
99%/0%
96%/2%
100%/0%
92%/3%
96%/3%
94%/5%
89%/10%
84%/15%
82%/17%
100%/0%
Volledigheid onderzoek
goed
goed
goed
onbepaald
redelijk
redelijk
goed
slecht
goed
niet
niet
goed
goed
goed
goed
onbepaald
niet
Onderzoeksperiode
2005-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
145 - 457
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
reptielen
vissen
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
Rode-Lijstsoorten
7
2
1
1
1
1
42
42
15
8
Vogelrichtlijn
37
Habitatrichtlijn
4 65
5
Wnb-andere soorten (PROV)
3
Wnb-andere soorten (NL)
8
Aantal soorten
3
351
35
18
79
6
14
37
68
1
1
3
1
1
3
1
24
Beknopte levering HNL-2025-34 Pagina 3 van 6
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
reptielen
Detaillering 0-0.25/0.251-1
81%/18%
73%/26%
65%/34%
68%/31%
99%/0%
82%/12%
100%/0%
94%/1%
60%/40%
100%/0%
Volledigheid onderzoek
goed
goed
redelijk
onbepaald
redelijk
redelijk
goed
slecht
goed
goed
Onderzoeksperiode
2005-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
146 - 455
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
Rode-Lijstsoorten
3
1
3
19
1
1
145 - 457
Vogelrichtlijn
3 39
Habitatrichtlijn
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
74%/25%
70%/29%
79%/20%
87%/12%
100%/0%
niet
goed
goed
goed
goed
onbepaald
niet
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
reptielen
vissen
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
vissen
overige soortgroepen
1 51
3
1
Wnb-andere soorten (PROV)
2
Wnb-andere soorten (NL)
6
1
4
1
Aantal soorten
302
53
57
287
3
10
36
55
5
2
14
12
17
15
5
Detaillering 0-0.25/0.251-1
98%/1%
95%/4%
88%/11%
56%/43%
100%/0%
90%/1%
100%/0%
90%/0%
99%/0%
92%/7%
91%/8%
100%/0%
94%/5%
70%/30%
100%/0%
Volledigheid onderzoek
goed
goed
goed
onbepaald
redelijk
redelijk
goed
slecht
goed
goed
niet
goed
slecht
slecht
goed
onbepaald
niet
Onderzoeksperiode
2005-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
146 - 456
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
reptielen
vissen
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
Rode-Lijstsoorten
4
3
1
2
Vogelrichtlijn
33
Habitatrichtlijn
1 55
4
1
Wnb-andere soorten (PROV)
1
Wnb-andere soorten (NL)
6
1
3
1
Aantal soorten
285
27
23
81
4
6
32
57
3
2
13
12
16
15
3
Detaillering 0-0.25/0.251-1
81%/18%
87%/12%
81%/18%
61%/38%
100%/0%
88%/10%
100%/0%
87%/0%
95%/4%
66%/33%
72%/27%
56%/43%
86%/13%
82%/17%
100%/0%
Volledigheid onderzoek
goed
redelijk
redelijk
onbepaald
redelijk
slecht
goed
slecht
goed
redelijk
niet
goed
slecht
slecht
goed
onbepaald
niet
Onderzoeksperiode
2005-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
146 - 457
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
reptielen
vissen
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
Rode-Lijstsoorten
8
1
2
1
1
4
Vogelrichtlijn
38
1 45
Beknopte levering HNL-2025-34 Pagina 4 van 6
1
146 - 457
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
Habitatrichtlijn
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
4
reptielen
vissen
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
1
Wnb-andere soorten (PROV)
3
Wnb-andere soorten (NL)
9
1
1
1
Aantal soorten
336
25
16
60
4
10
38
48
1
2
21
26
21
11
4
Detaillering 0-0.25/0.251-1
87%/12%
81%/18%
81%/18%
54%/45%
100%/0%
80%/0%
21%/0%
79%/1%
20%/80%
66%/33%
63%/36%
54%/45%
65%/34%
57%/42%
100%/0%
Volledigheid onderzoek
goed
redelijk
redelijk
onbepaald
redelijk
redelijk
goed
slecht
slecht
goed
niet
goed
goed
goed
goed
onbepaald
niet
Onderzoeksperiode
2005-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
147 - 455
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
reptielen
vissen
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
Rode-Lijstsoorten
8
7
2
12
1
Vogelrichtlijn
1 30
1 37
Habitatrichtlijn
1
Wnb-andere soorten (PROV)
1
2
Wnb-andere soorten (NL)
1
5
Aantal soorten
322
119
88
153
5
30
Detaillering 0-0.25/0.251-1
95%/4%
96%/3%
97%/2%
58%/41%
87%/0%
Volledigheid onderzoek
goed
goed
goed
onbepaald
niet
Onderzoeksperiode
2005-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
147 - 456
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
Rode-Lijstsoorten
9
1
3
1
37
3
2
11
10
19
5
1
93%/1%
81%/0%
66%/33%
71%/28%
81%/18%
66%/33%
94%/5%
37%/62%
100%/0%
slecht
goed
slecht
slecht
goed
niet
goed
slecht
slecht
goed
onbepaald
niet
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
reptielen
vissen
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
6
2
Vogelrichtlijn
4 53
Habitatrichtlijn
2
2
56
1
1
Wnb-andere soorten (PROV)
1
5
Wnb-andere soorten (NL)
1
9
Aantal soorten
412
27
7
158
1
11
49
Detaillering 0-0.25/0.251-1
98%/1%
100%/0%
88%/11%
71%/28%
100%/0%
67%/0%
Volledigheid onderzoek
goed
redelijk
slecht
onbepaald
slecht
redelijk
2
3
2
59
4
3
16
44
37
11
8
47%/27%
82%/0%
94%/5%
71%/28%
86%/13%
83%/16%
100%/0%
73%/26%
100%/0%
goed
slecht
goed
goed
goed
goed
slecht
goed
onbepaald
Beknopte levering HNL-2025-34 Pagina 5 van 6
niet
niet
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
reptielen
vissen
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
2005-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
147 - 457
vaatplanten
mossen
korstmossen
paddenstoelen
vleermuizen
landzoog‐ dieren
broedvogels
wintervogels
amfibieen
reptielen
vissen
dagvlinders
macronacht‐ vlinders
micronacht‐ vlinders
libellen
sprinkhanen en krekels
overige soortgroepen
Rode-Lijstsoorten
8
2
11
147 - 456 Onderzoeksperiode
2
Vogelrichtlijn
4 54
Habitatrichtlijn
1
1
53
1
1
Wnb-andere soorten (PROV)
5
1
1
Wnb-andere soorten (NL)
10
2
1
Aantal soorten
309
44
44
191
1
13
49
56
2
3
17
8
2
14
12
Detaillering 0-0.25/0.251-1
95%/4%
95%/5%
95%/4%
72%/27%
100%/0%
84%/0%
84%/8%
84%/0%
100%/0%
86%/14%
95%/4%
100%/0%
100%/0%
96%/3%
100%/0%
Volledigheid onderzoek
goed
goed
goed
onbepaald
slecht
redelijk
goed
slecht
slecht
goed
niet
goed
slecht
slecht
goed
onbepaald
niet
Onderzoeksperiode
2005-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
2015-2025
Beknopte levering HNL-2025-34 Pagina 6 van 6
Toelichting op de tabel Soortgroepen In de gehanteerde indeling is Overige soortgroepen een diverse groep met daarin alle wespen, bijen, mieren, netvleugelige, steenvliegen, kevers, vliegen, muggen, haften, wantsen, cicaden, luizen, schorpioenvliegen en overige insecten, spinnen, mijten, hooiwagens, duizendpoten, miljoenpoten, pissebedden, kakkerlakken, oorwormen, weinigpotigen, vlokreeften, lagere kreeftachtigen, weekdieren, slakken, ringwormen, snoerwormen en wormachtigen zoals bloedzuigers. Ook zeeorganismen als hydroidpoliepen, mosdiertjes, mysisgarnalen, ribkwallen, stekelhuidigen, zakpijpen, zeepissebedden, zeepokken, eendenmossels, krabbezakjes, zeespinnen en grote kreeftachtigen (kreeften, krabben en garnalen) en zeezoogdieren vallen in deze verzamelgroep.
Rode-Lijstsoorten In de tabel staat voor elk kilometerhok per soortgroep vermeld hoeveel soorten op de Rode Lijst staan. Rode Lijsten worden formeel vastgesteld door de Rijksoverheid. De gehanteerde Rode Lijsten zijn: amfibieën bijen broedvogels dagvlinders korstmossen libellen macronachtvlinders micronachtvlinders mossen overige soortgroepen paddenstoelen reptielen sprinkhanen en krekels vaatplanten vissen zoogdieren
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009 Besluit Rode Lijsten 30 april 2018 Besluit Rode Lijsten 30 november 2017 Besluit Rode Lijsten 28 februari 2019 Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015 Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015 geen Rode Lijst geen Rode Lijst Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015 Besluit Rode Lijsten 5 november 20041 Besluit Rode Lijsten 4 september 2009 Besluit Rode Lijsten 4 september 2009 Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015 Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015 Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015 Besluit Rode Lijsten 3 november 2020
Wet Natuurbescherming – soorten van de Vogelrichtlijn Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.1
Wet Natuurbescherming – soorten van de Habitatrichtlijn Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.2
Wet Natuurbescherming – andere beschermde soorten (provinciale lijst) Alle provinciale soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet maar kan op provinciaal niveau worden bijgesteld. Wanneer een hok in meerdere provincies valt wordt de hoogste beschermingscategorie per aangetroffen soort aangehouden.
Het gaat hier om de soortgroepen: bijen, kokerjuffers, steenvliegen, haften, platwormen en land- en zoetwaterweekdieren. 1
Toelichting beknopte levering | februari 2021
Wet Natuurbescherming – andere beschermde soorten (landelijke lijst) Alle landelijk benoemde soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet.
Aantal soorten Het totaal aantal soorten per soortgroep per kilometerhok in de periode zoals aangegeven. Meegenomen zijn alle waarnemingen: • die geheel of gedeeltelijk binnen de selectie liggen; • die zijn gevalideerd en daarbij de classificatie ‘betrouwbaar’ hebben meegekregen; • waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. Indien er een asterisk (*) in het veld staat betekent dit dat een deel van de waarnemingen pas na expliciete toestemming van de bronhouder mag worden uitgeleverd. Het kan dus zijn dat in de standaardlevering niet alle waarnemingen worden geleverd die optellen tot de beknopte levering. Ook kan het zijn dat deze gegevens later worden geleverd.
Volledigheid onderzoek Voor elke soortgroep is een indicatie gegeven hoe volledig een specifiek kilometerhok is onderzocht. Er wordt hierbij gewerkt met een normering in 5 klassen: (1) niet, (2) slecht, (3) redelijk onderzocht, (4) goed onderzocht en (5) onbepaald. De volledigheid van onderzoek wordt geautomatiseerd berekend voor alle soortgroepen, waarbij elk kilometerhok meedraait in een cyclus van berekeningen over geheel Nederland. De doorlooptijd van deze rekencyclus is in de praktijk 2 tot 3 weken voor alle kilometerhokken in Nederland. In de toelichting is per soortgroep aangegeven welke regels hierbij gehanteerd zijn en over welke periode. Download de toelichting
Detaillering Voor elke soortgroep is in de oppervlakteklassen ‘0-0.25 km2’, ‘0.251- 1 km2‘ en ‘groter dan 1 km2‘ bepaald welk aandeel de waarnemingen bezetten. De basis voor deze berekening is het aantal waarnemingen: in de beschouwde periode; dat geheel of gedeeltelijk in het kilometerhok valt; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. Van de drie genoemde klassen worden de resultaten van de eerste twee achter elkaar geplaatst en gescheiden door een slash-teken (/).
Onderzoeksperiode De onderzoeksperiode betreft voor vrijwel alle beschreven soortgroepen de recente 10 afgeronde veldseizoenen. Alleen voor vaatplanten wordt een langere periode gehanteerd. In de loop van het kalenderjaar wordt de beschouwde periode dus steeds iets langer.
Toelichting beknopte levering | februari 2021
Naam soort Soortgroep Alpenwatersalamander Amfibieën Bastaardkikker Amfibieën Bruine kikker Amfibieën Gewone pad Amfibieën Groene kikker (Onb.) Amfibieën Kleine watersalamander Amfibieën Grote vos Dagvlinders Kommavlinder Dagvlinders Vliegend hert Kevers Gevlekte witsnuitlibel Libellen Hazelworm Reptielen Levendbarende hagedis Reptielen Ringslang Reptielen Zandhagedis Reptielen Glad biggenkruid Vaatplanten Grote leeuwenklauw Vaatplanten Kartuizer anjer Vaatplanten Baardvleermuis Vleermuizen Baardvleermuis / Brandts vleermuis Vleermuizen Franjestaart Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Vleermuizen Gewone/Grijze grootoorvleermuis Vleermuizen Gewone grootoorvleermuisVleermuizen Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Vleermuizen Laatvlieger Vleermuizen Rosse vleermuis Vleermuizen Ruige dwergvleermuis Vleermuizen Vale vleermuis Vleermuizen Watervleermuis Vleermuizen Aalscholver Vogels Appelvink Vogels Beflijster Vogels Bergeend Vogels Bijeneter Vogels Blauwe kiekendief Vogels Blauwe reiger Vogels Boerenzwaluw Vogels Bontbekplevier Vogels Bonte strandloper Vogels Bonte vliegenvanger Vogels Boomklever Vogels Boomkruiper Vogels Boomleeuwerik Vogels Boompieper Vogels Boomvalk Vogels Bosruiter Vogels Bosuil Vogels Braamsluiper Vogels Brandgans Vogels Bruine kiekendief Vogels Buizerd Vogels Carolina-eend Vogels Casarca Vogels Dodaars Vogels Draaihals Vogels Duinpieper Vogels Dwergmeeuw Vogels
Ekster Vogels Fazant Vogels Fitis Vogels Fluiter Vogels Fuut Vogels Gaai Vogels Geelgors Vogels Gekraagde roodstaart Vogels Gele kwikstaart Vogels Gierzwaluw Vogels Glanskop Vogels Goudhaan Vogels Goudplevier Vogels
Wetenschappelijke naam Beleidsstatus Afstand (km) Ichthyosaura alpestris WNB - Andere soorten 5 Pelophylax kl. esculentusWNB - Andere soorten 5 Rana temporaria WNB - Andere soorten 1 Bufo bufo WNB - Andere soorten 1 Pelophylax esculentus synklepton WNB - Andere soorten 1 Lissotriton vulgaris WNB - Andere soorten 1 Nymphalis polychloros Rode Lijst: kwetsbaar|WNB - Andere soorten 5 Hesperia comma Rode Lijst: bedreigd|WNB - Andere soorten 5 Lucanus cervus WNB - Andere soorten 5 Leucorrhinia pectoralis Rode Lijst: kwetsbaar|WNB - Habitatrichtlijn 5 Anguis fragilis WNB - Andere soorten 1 Zootoca vivipara Rode Lijst: gevoelig|WNB - Andere soorten 5 Natrix helvetica Rode Lijst: kwetsbaar|WNB - Andere soorten 5 Lacerta agilis Rode Lijst: kwetsbaar|WNB - Habitatrichtlijn 1 Hypochaeris glabra Rode Lijst: bedreigd|WNB - Andere soorten 1 Aphanes arvensis WNB - Andere soorten 5 Dianthus carthusianorum Rode Lijst: bedreigd|WNB - Andere soorten 1 Myotis mystacinus WNB - Habitatrichtlijn 5 Myotis mystacinus/brandtii WNB - Habitatrichtlijn 5 Myotis nattereri WNB - Habitatrichtlijn 5 Pipistrellus pipistrellus WNB - Habitatrichtlijn 1 Plecotus auritus/austriacus WNB - Habitatrichtlijn 1 Plecotus auritus WNB - Habitatrichtlijn 1 Pipistrellus sp. indet.
WNB - Habitatrichtlijn 1 Eptesicus serotinus Rode Lijst: kwetsbaar|WNB - Habitatrichtlijn 1 Nyctalus noctula WNB - Habitatrichtlijn 1 Pipistrellus nathusii WNB - Habitatrichtlijn 1 Myotis myotis WNB - Habitatrichtlijn 5 Myotis daubentonii WNB - Habitatrichtlijn 5 Phalacrocorax carbo WNB - Vogelrichtlijn 5 Coccothraustes coccothraustes WNB - Vogelrichtlijn 1 Turdus torquatus WNB - Vogelrichtlijn 5 Tadorna tadorna WNB - Vogelrichtlijn 5 Merops apiaster WNB - Vogelrichtlijn 5 Circus cyaneus Rode Lijst: gevoelig|WNB - Vogelrichtlijn 5 Ardea cinerea WNB - Vogelrichtlijn 5 Hirundo rustica Rode Lijst: gevoelig|WNB - Vogelrichtlijn 5 Charadrius hiaticula Rode Lijst: kwetsbaar|WNB - Vogelrichtlijn 5 Calidris alpina WNB - Vogelrichtlijn 5 Ficedula hypoleuca WNB - Vogelrichtlijn 1 Sitta europaea WNB - Vogelrichtlijn 1 Certhia brachydactyla WNB - Vogelrichtlijn 1 Lullula arborea WNB - Vogelrichtlijn 5 Anthus trivialis WNB - Vogelrichtlijn 5 Falco subbuteo Rode Lijst: kwetsbaar|WNB - Vogelrichtlijn 5 Tringa glareola WNB - Vogelrichtlijn 5 Strix aluco WNB - Vogelrichtlijn 1 Sylvia curruca WNB - Vogelrichtlijn 5 Branta leucopsis WNB - Vogelrichtlijn 5 Circus aeruginosus WNB - Vogelrichtlijn 5 Buteo buteo WNB - Vogelrichtlijn 1 Aix sponsa WNB - Vogelrichtlijn 5 Tadorna ferruginea WNB - Vogelrichtlijn 5 Tachybaptus ruficollis WNB - Vogelrichtlijn 5 Jynx torquilla Rode Lijst: ernstig