RV26.034 Bijlage 3 Jaarstukken 2025 inclusief controleverklaring
Tekst van het document
Informatievoorziening en ICT In 2025 is de laatste hand gelegd aan de implementatie van het dataplatform en is het platform volledig in gebruik genomen. Ook is het opleidingstraject voor de desbetreffende medewerkers gestart. In samenwerking met de primaire processen zijn in 2025 diverse dashboards naar tevredenheid opgeleverd. Dit geeft de organisatie beter zicht op de (afgehandelde) werkvoorraad en het verloop van de processen en voorziet het management van geaggregeerde stuurinformatie. In 2026 zal deze ontwikkeling worden doorgezet. Voor het verbeteren van de verwerking van de toenemende datastromen en optimalisatie van de processen is in 2025 gestart met robotisering (‘zgn. RPA’, Robotic Process Automation). Voor het gebruik van robots zijn in 2025 richtlijnen opgesteld om standaardisatie, zorgvuldigheid en veiligheid met betrekking tot ontwikkeling en gebruik van robots te borgen. Binnen de processen voor waardebepaling en afhandelen van WOZ-bezwaren zijn robots in gebruik genomen, die voor een aantal taken met succes automatiseren. Daarnaast is een start gemaakt met een inventarisatie van overige processen die voor robotisering in aanmerking komen. In 2025 is vernieuwd beeldmateriaal geleverd (luchtfotografie en 360-graden-panoramafoto's), waarbij extra aandacht is besteed aan het verbeteren van de procedure voor kwaliteitsborging van het aangeleverde materiaal.
Daarnaast zijn bestaande kaartlagen in de geo-applicatie (GIS) verbeterd en zijn nieuwe visualisaties toegevoegd. Buitendienstmedewerkers kunnen nu vooraf de meest efficiënte route geautomatiseerd laten bepalen. Wegens een gebrek aan beschikbare capaciteit en de prioritering van overige doelen, is in 2025 geen start gemaakt met de verdere cloud-integratie van (o.a.) de documenten. De planning is dat dit alsnog zal plaatsvinden in 2026. In 2025 zijn de overeenkomsten van de kernapplicaties met één jaar verlengd conform de eerder vastgelegde bepalingen. Dit betreft de belastingapplicatie, de waarderingsapplicatie en de enterprise servicebus (ESB). Vóór verlenging heeft een korte evaluatie plaatsgevonden of de
Jaarstukken 2025
27
dienstverlening nog passend hiervoor geen aanleiding.
is en
wellicht contractaanpassing behoeft. In
alle
gevallen
was
Ook in 2025 heeft BghU gewerkt aan de verdere verbetering en standaardisatie van de processen. Hierbij zijn de processen van LLBP (Landelijke Lokale Belastingprocessen) leidend geweest en waar nodig aangepast aan de lokale situatie van BghU. Indien van toepassing heeft terugkoppeling aan LLBP plaatsgevonden. De gemeente Rotterdam ontwikkelt de Integrale Bronregistratie Objecten (IBRO) als lokale variant van de Samengestelde Objectenregistratie (SOR). In 2025 heeft een eerste verkennend gesprek plaatsgevonden tussen BghU en gemeente Utrecht in het kader van de kansen die dit traject zou kunnen bieden en de mogelijkheden tot het geven van feedback. In 2026 zal hier verder gevolg aan worden gegeven. Naar aanleiding van de invoering van de Omgevingswet en gevolgen hiervan voor de objectprocessen is in 2025 gestart met een verkenning ten behoeve van portaalfunctionaliteit voor gegevensuitwisseling over objecten (o.a. uitwisseling bouwvergunningen en meetstaten). De advisering hierover en nadere invulling hiervan zal in 2026 plaatsvinden.
Personeel Ondersteunend proces: HRM De ondersteuning op het gebied van HRM wordt grotendeels verzorgd door gemeente Utrecht. De gehele personeels- en salarisadministratie wordt uitgevoerd door gemeente Utrecht. BghU had daarnaast een fulltime HRM-adviseur beschikbaar die vanuit de gemeente Utrecht bij BghU gedetacheerd was. Vanaf 1 januari 2025 is deze adviseur bij BghU in dienst getreden en is dit adviesgedeelte in de SLA met gemeente Utrecht komen te vervallen en opgenomen in de eigen formatie. Onderstaand enkele feiten op het gebied van HRM. Een aantal kengetallen wordt vergeleken met de getallen uit de meest recente landelijke personeelsmonitor van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (2024). Dit om de kengetallen te vergelijken met vergelijkbare organisaties en deze daarmee in de context te kunnen plaatsen. Formatie en bezetting BghU heeft op peildatum 31 december 2025 een personeelsbestand van circa 122,25 FTE (133 medewerkers). Op basis van de loonsom is ongeveer ruimte voor 142,72 FTE wanneer het volledige budget gebruikt wordt voor medewerkers in dienst van BghU. De formatieruimte bestaat uit een aantal openstaande in- en/of externe vacatures en vacatures die momenteel worden ingevuld door externe young potentials die op termijn bij BghU in dienst zullen treden.
Daarnaast wordt een deel van de formatieruimte ingezet als flexibele schil (o.a. inzet extern callcenter). In 2025 zijn 19 nieuwe medewerkers in dienst gekomen. Dit betekent een instroompercentage van 14,29%. Dit ligt lager dan bij de gemeenten (16% in 2024) en bij de WSGO-leden (16% in 2024). In 2025 zijn 17 medewerkers uitdienst getreden. Dit betekent een uitstroompercentage van 12,78%. Dit ligt hoger dan bij de gemeenten (8,9% in 2024) en iets lager dan bij de WSGO-leden (13% in 2024). De verwachting is dat het uitstroompercentage de komende jaren gelijk zal blijven, dan wel iets zal stijgen in verband met de vergrijzing van het personeelsbestand. Samenstelling personeel De verdeling tussen man/vrouw (in aantallen) was op peildatum 31 december 2025 53%/47%. Binnen de gemeenten ligt deze verdeling op 45/55% in 2024 en bij de WSGO-leden op 46%/54% in 2024. Hiermee is de verdeling binnen BghU vergelijkbaar. Op peildatum 31 december 2025 was de gemiddelde leeftijd 47,3 jaar. Dit ligt hoger dan de gemiddelde leeftijd binnen gemeenten (46,5 jaar in 2024) en bij de WSGO-leden (46,8 jaar). De gemiddelde leeftijd is ten opzichte van 2024 bij BghU, gemeenten en WSGO-leden licht gedaald met respectievelijk 0,5/0,3/0,3 jaar. Onderstaande tabel geeft inzicht in de leeftijdsopbouw (percentage van aantal personen):
Jaarstukken 2025
28
BghU 2025
Gemeenten 2024
WSGO-leden 2024
Jonger dan 25 jaar
2%
2%
4%
25-34 jaar
23%
18%
18%
35-44 jaar
14%
22%
20%
45-54 jaar
26%
26%
25%
55-64 jaar
33%
29%
29%
65 jaar en ouder
2%
3%
4%
De naar verhouding sterke mate van vergrijzing van het personeelsbestand betekent, net als bij de gemeenten en WSGO-leden, voor de komende jaren extra uitstroom van personeel. Daarmee verdwijnt ook veel kennis en expertise. Het aantrekken van nieuw personeel, een adequate overdracht van kennis en expertise door op korte termijn vertrekkende medewerkers aan instromende medewerkers zijn dan ook belangrijke aandachtspunten voor de komende jaren. Om meer verjonging aan te brengen zullen wij daarnaast proberen komende jaren meer jongeren (onder de 30 jaar) aan te trekken en het aantal stagiair(e)s uit te breiden. Deze verjonging heeft zich sinds 2023 al ingezet: de leeftijdscategorie 25-34 jaar is gestegen van 4% in 2022 naar 12% in 2023, naar 21% in 2024 en 23% in 2025. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim bedraagt in 2025 6,24%. Het ziekteverzuim is daarmee iets gedaald ten opzichte van het jaar 2024 (6,29%) en ligt lager dan het gemiddelde ziekteverzuim binnen gemeenten en de WSGO-leden (beiden 6,7% in 2024). Daarmee ligt het ziekteverzuimpercentage bij BghU, gemeenten en WSGO-leden nog steeds hoger dan het ziekteverzuimpercentage van heel Nederland (5,2% in 2024). Onderstaande tabel geeft inzicht in het ziekteverzuimpercentage over de afgelopen vijf jaar. Ziekteverzuim%
2021
2022
2023
2024
2025
BghU
8,47%
8,56%
7,45%
6,29%
6,24%
Tot en met 2022 laat het ziekteverzuim een stijgende lijn zien. Dit werd met name veroorzaakt doordat het gemiddeld aantal langdurig zieke medewerkers met niet-werkgerelateerde klachten jaarlijks steeg. Sindsdien is een dalende trend te zien. BghU heeft er, ook in 2025, alles aan gedaan om het verzuim, daar waar beïnvloedbaar, te beperken. Leidinggevenden hebben regelmatig contact met zieke medewerkers en ondernemen de vereiste acties in het kader van Wet Verbetering Poortwachter. Hierbij worden zij geadviseerd en ondersteund door de HRMadviseur. Medewerkers hebben periodiek ook een consult bij de bedrijfsarts. Daar waar nodig worden ook op advies van de arbodienst Zorg van de Zaak interventies ingezet, waaronder psychologische begeleiding, bedrijfsmaatschappelijk werk, arbeidsdeskundige onderzoeken en spoor 2 re-integratietrajecten (trajecten gericht op passende arbeid buiten BghU). Strategische personeelsplanning In 2024/2025 zijn de volgende pijlers van het strategische HR-beleid voor de komende jaren (her)benoemd: opleiding & ontwikkeling, werving & behoud van voldoende gekwalificeerd personeel, instroom van stagiaires, trainees en young potentials, duurzame inzetbaarheid. Er is een vertaalslag gemaakt naar een concreet actieplan. Hier wordt momenteel uitvoering aangegeven.
Traject talent-, team- en leiderschapsontwikkeling We willen er de komende jaren voor zorgen dat BghU een organisatie is (en blijft) met een prettig werkklimaat waar mensen met plezier kunnen (samen)werken en zich met positieve energie dagelijks inzetten om de doelen van hun team en van de organisatie te bereiken. Dit bereiken we mede door medewerkers zoveel mogelijk te laten doen waar zij goed in zijn en door effectiever gebruik te maken van
Jaarstukken 2025
29
de talenten van medewerkers. In 2023 en 2024 hebben alle medewerkers een talententraject gevolgd. Sindsdien wordt ook aan nieuwe medewerkers talentonderzoek en –coaching aangeboden. Opleiding en ontwikkeling algemeen In een steeds veranderende maatschappij en in- en externe ontwikkelingen is het noodzakelijk om wendbaar te blijven. Het continu blijven leren en ontwikkelen is dan ook een belangrijk HR-thema, voor nu en de toekomst. Binnen dit kader wordt veel aandacht besteed aan opleiding en ontwikkeling. In 2024 is het opleidings- en ontwikkelingsplan 2024-2025 vastgesteld. Deze is in februari 2025 geactualiseerd. In dit plan zijn doelen en activiteiten op het gebied van kennis-, competentie- en talentontwikkeling opgenomen. Ook volgt een aantal medewerkers een individuele (beroeps)opleiding om hun kennis te verbreden en/of hun loopbaanmogelijkheden te vergroten. Zo heeft bijvoorbeeld een aantal nieuwe medewerkers een basisopleiding op het gebied van lokale belastingen gevolgd (of gaat deze nog volgen). Ook wordt vakinhoudelijke kennis digitaal uitgewisseld binnen en tussen de procesteams, wordt deelgenomen aan de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en aan de Landelijke Lokale Belastingprocessen (LLBP) en wordt het Nano Learning-programma ‘Bewustwording informatiebeveiliging en Privacy’ gevolgd.
In het vierde kwartaal 2025 is een start gemaakt met het opstellen van een nieuw opleidings- en ontwikkelingsplan voor 2026-2027. Gesprekken functioneren en ontwikkeling Ook dit jaar zijn met alle medewerkers gesprekken gevoerd over functioneren en ontwikkeling. Dit heeft een doorlopend karakter. In deze gesprekken wordt o.a. gesproken over de bijdrage die de medewerker levert (of wilt leveren) aan goede en betrouwbare dienstverlening, over werkplezier, talenten, opleidingsen ontwikkelingsbehoefte etc. Daarnaast staat het de medewerker ook vrij om te allen tijde een gesprek met de leidinggevende aan te gaan als daar behoefte aan is. Risico-inventarisatie en -evaluatie In 2023 is een nieuwe Risico-inventarisatie en -evaluatie uitgevoerd. Het doel hiervan is het in kaart brengen van gevaren en risico’s met betrekking tot de veiligheid, gezondheid en welbevinden van medewerkers als gevolg van het werk en/of de werkomgeving. Vervolgens is een plan van aanpak opgesteld, waarin maatregelen en acties zijn geformuleerd om de risico’s en gevaren te elimineren of te beheersen. Ook is bekeken op welke punten het arbeidsomstandighedenbeleid verbeterd kan worden en op welke wijze. Uiteindelijke doel is het bieden van een veilige en gezonde werkomgeving waar met plezier gewerkt wordt. Sinds 2024 wordt uitvoering aan dit plan gegeven. In 2025 is o.a.
een verdiepend onderzoek afgerond naar Psychosociale arbeidsbelasting. Hierbij valt te denken aan werkdruk en ongewenst gedrag (bijvoorbeeld agressie en discriminatie). Doel is om werkstress en gezondheidsklachten door werk te voorkomen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek is een plan van aanpak Psychosociale arbeidsbelasting opgesteld, waarin concrete maatregelen zijn opgenomen die gericht zijn op het verbeteren van het welzijn en de veiligheid van medewerkers. Hier wordt momenteel uitvoering aangegeven. Daarnaast is in 2025 een Protocol Veilige Publieksdienstverlening opgesteld. Hiermee willen we de veiligheid van medewerkers zoveel mogelijk waarborgen. Het protocol beschrijft hoe te handelen bij norm overschrijdend gedrag in de interactie tussen medewerkers en inwoners/ondernemers/overige belanghebbenden van BghU. Op basis van het protocol is ook een start gemaakt met het maken van afdelingsplannen, waarin afdelingsspecifieke acties worden opgenomen (bijvoorbeeld voor de belastingdeurwaarders bij de afdeling Dienstverlening). Thuiswerkbeleid Daar waar de aard van de werkzaamheden het toelaten kunnen medewerkers deels thuiswerken. Zij worden gefaciliteerd bij het inrichten van een arbowaardige thuiswerkplek.
Basisgedragscode en meldregelingen misstanden, integriteitsschendingen en ongewenst gedrag In december 2024 zijn de basisgedragscode en de meldregelingen geactualiseerd. Medewerkers kunnen voor het melden van ongewenst gedrag, een integriteitsschending en een vermoeden van een misstand sinds 1 januari 2025 terecht bij een extern meldpunt (bij misstanden kan de medewerker ook rechtsreeks het Huis van Klokkenluiders benaderen). Dit om de onafhankelijkheid te waarborgen, de laagdrempeligheid om een melding te doen te vergroten en te zorgen voor één loket waar een melding gedaan kan worden.
Jaarstukken 2025
30
Het meldpunt BghU wordt verzorgd door het Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (verder te noemen CAOP) en is opgezet om te luisteren naar de medewerker (melder) en de melding aan te nemen. Daarna zal de melding, voorzien van een advies, doorgezet worden naar de directeur. Dit vindt plaats in overleg met de melder. De melder kan ook eerst advies vragen aan de vertrouwenspersoon en de melding kan ook via de vertrouwenspersoon gedaan worden. In 2025 zijn geen formele meldingen gedaan bij het externe meldpunt en/of de in- en externe vertrouwenspersoon. Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties De Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) is van toepassing. In juni 2025 is een nieuwe cao vastgesteld. Twee belangrijke punten zijn: • Looptijd is van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027 (24 maanden) • Een structurele salarisstijging van in totaal 6,7% plus 35 euro nominaal De reguliere salarisschalen worden verhoogd met: • 1 april 2025 een loonstijging van 2% • 1 oktober 2025 een loonstijging van 1,85% • 1 januari 2026 het bodem bruto uurloon 16 euro • 1 januari 2026 35 euro nominaal in de salarisschalen • 1 juli 2026 een loonstijging van 1,25% • 1 januari 2027 een loonstijging van 1,6%.
Informatiebeveiliging In 2025 lag de focus van BghU op de komst van BIO2.0, de NIS2/Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de nieuwe DigiD-eisen. Hoewel de inwerkingtreding van de Cbw is uitgesteld naar het tweede kwartaal van 2026, is BghU gestart met het toepassen van de BIO2 –principes en het gestructureerd identificeren en beoordelen van risico's. Daarmee heeft BghU een stap gezet richting verdere professionalisering van de informatiebeveiliging. Daarnaast is er gewerkt aan het verhogen van de bewustwording. Door de inzet van nano-learnings is gestuurd op veilig gedrag en het vergroten van kennis en bewustzijn van cyber- en privacyrisico's. De inrichting en implementatie van een ISMS (Information Security Management Systeem) zijn niet gerealiseerd. Door gebrek aan capaciteit konden processen, rollen en instrumenten hiervoor niet worden opgezet en geborgd. De implementatie staat gepland in 2026.
Archief Voor het archiefbeheer wordt Het Utrechts Archief (HUA) ingezet met advisering en inspectie. In 2025 is een start gemaakt met een door de toezichthouder (Provinciale Staten) gevraagd informatiebeheerplan. BghU heeft hier kennis voor ingehuurd. In dit traject heeft een inventarisatie plaatsgevonden van wat aan archiefmateriaal binnen BghU ligt. Daaruit kwam naar voren dat zo'n 85% van het archiefmateriaal onder het primaire proces valt, dat door het onderliggende Document Management System (DMS) van het zaaksysteem van de belastingapplicatie (GouwIT) kan worden beheerd. Over het beheer van resterende 15% zal in 2026 een besluit worden genomen. Het DMS van de belastingapplicatie vergt nog inrichting, qua metadatering, vernietiging en mogelijkheden tot het aansluiten op een eDepot. Gelijktijdig vindt een inventarisatie plaats van het te vernietigen archiefmateriaal met een geactualiseerde selectielijst. In 2026 zal na optimalisering van het DMS in GouwIT, verder worden geschreven aan een informatiebeheerplan.
Financiën & control In 2025 zijn stappen gezet om de rechtmatigheidsverklaring en het in control framework verder te versterken. Daarnaast is er een project opgestart om de gehele inkoop- en aanbestedingsprocedure samen met de inbedding van de langlopende contracten te borgen. Dit zal na afronding in 2026 zorgdragen voor een stabielere financiële beheersorganisatie, hierdoor zal het in control zijn op rechtmatigheidsaspecten versterken. De implementatie van een nieuwe SAP-applicatie (SAP S4HANA) bij gemeente Utrecht en door
Jaarstukken 2025
31
het vertrek van de Business Controller hebben bovenstaande onderwerpen vertraging opgelopen. Dit heeft extra beslag gelegd op de bestaande formatie.
Jaarstukken 2025
32
1.2.6. Verbonden Partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin BghU zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. BghU kent als zelfstandige organisatie geen verbonden partijen. BghU voert haar taken uit voor de volgende deelnemende gemeenten en voor het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. BghU is voor deze deelnemers een verbonden partij door het bestuurlijke en financiële belang.
Gemeente Bunnik
Gemeente De Bilt
Gemeente Houten
Gemeente Lopik
Gemeente Nieuwegein
Gemeente Stichtse Vecht
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Gemeente Zeist
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Jaarstukken 2025
33
1.2.7. Grondbeleid Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. BghU heeft geen invloed op het grondbeleid van haar deelnemers. Om deze reden is de paragraaf Grondbeleid niet van toepassing.
Jaarstukken 2025
34
1.2.8. Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is in werking getreden met ingang van 1 mei 2022. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. BghU streeft de volgende doelstellingen voor de Woo na: • Transparantie van BghU verder te optimaliseren door publicatie via de website van BghU. • De website van BghU digitaal optimaal toegankelijk te houden voor het indienen van een Wooverzoek en andere reacties van burgers die geen relatie hebben met de Woo beter door te geleiden. In oktober 2016 is artikel 15 van de Wob zodanig gewijzigd dat paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (de bepaling over de dwangsom) niet langer van toepassing is op besluiten op grond van de Wob en op beslissingen op bezwaar tegen besluiten op grond van de Wob. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal Wob-verzoeken bij BghU wordt ingediend, sinds 2017 drastisch gedaald is naar nagenoeg nihil. De bepaling over de dwangsom niet tijdig beslissen is ook niet in de Woo overgenomen, wat een verklaring kan zijn voor het lage aantal Woo-verzoeken tussen 2022-2024.
In het voorjaar van 2025 (rondom de bezwaartermijn van de WOZ-beschikking) is door burgers meer gebruik gemaakt van het middel Woo-verzoek (ongeveer 30 stuks). Daarnaast heeft er ook een enkele burger bezwaar gemaakt tegen een Woo-besluit. Er is geen aanwijsbare reden waarom het aantal Woo-verzoeken in 2025 is toegenomen.
Jaarstukken 2025
35
2. Jaarrekening Na afloop van ieder boekjaar stelt BghU een jaarrekening op. In de jaarrekening zetten we (conform BBVartikel 24 lid 3) de financiële resultaten op een rij. De vastgestelde begroting vergelijken we met de in het boekjaar gerealiseerde resultaten en gedurende het jaar vastgestelde begrotingswijzingen. Deze jaarrekening bevat de realisatiecijfers die betrekking hebben op het boekjaar 2025. Het boekjaar en kalenderjaar lopen parallel aan elkaar. De jaarrekening BghU kent de volgende opbouw: • • • • • • •
In onderdeel 2.1 staat de Staat van Baten en Lasten. In onderdeel 2.2 staat de Balans. In onderdeel 2.3 zet BghU de gehanteerde waarderingsgrondslagen uiteen. In onderdeel 2.4 volgt een toelichting op de staat van baten en lasten. In onderdeel 2.5 licht BghU de balans toe. In onderdeel 2.6 Wet Normering Topinkomens In onderdeel 2.7 staat het Taakveldenoverzicht
Jaarstukken 2025
36
2.1 Staat van Baten en Lasten De tabel hieronder bevat de Staat van Baten en Lasten over 2025 op functioneel niveau. Op de volgende pagina staat de staat van baten en lasten op programmaniveau. De balans ultimo 2025 volgt daarna. Staat van Baten en Lasten 2025 Bedra gen i n euro's
Realisatie 2024
Rente en afschrijving Personele lasten (incl. inhuur)
€ €
€ 14.438.858 €
95.700 € 12.480.643 €
98.900 € 14.948.982 €
98.900 € 15.038.252 €
Lasten personeel in dienst
€
10.389.447 €
12.286.586 €
13.191.914 €
11.264.003 €
1.927.911
Inhuurlasten
€
4.049.411 €
194.057 €
1.757.068 €
3.774.249 €
-2.017.181
Materiële lasten
62.629
Nominale Actuele Realisatie 2025 begroting 2025 begroting 2025
Afwijking -89.270
€
7.882.500 €
6.751.061 €
7.178.470 €
7.115.841 €
ICT-Transitie naar SAAS eenmalig
€
244.000 €
-
-
-
ICT-contractkosten jaarlijkse volume
€
2.228.887 €
2.060.807 €
2.248.130 €
2.325.399 €
Bedrijfsvoeringskosten
€
4.201.487 €
3.890.254 €
4.130.340 €
4.203.143 €
-72.803
Proceskostenvergoeding WOZ
€
1.208.126 €
800.000 €
800.000 €
587.299 €
212.701
Onvoorzien Totale lasten
€ €
€ 22.321.358 €
5.000 € 19.332.404 €
5.000 € 22.231.352 €
0 € 22.252.993 €
5.000 -21.641
Invorderingsbaten Overig Totale baten
€ € €
2.067.400 € 645.630 € 2.713.030 €
1.450.000 € 55.000 € 1.505.000 €
2.200.000 € 453.200 € 2.653.200 €
3.680.873 € 471.170 € 4.152.042 €
-1.480.873 -17.970 -1.498.842
Te dekken bedragen
€
19.608.328 €
17.827.404 €
19.578.152 €
18.100.950 €
1.477.202
Deelnemersbijdrage
€
18.100.137 €
17.740.404 €
19.486.152 €
19.502.166 €
-16.014
Resultaat voor bestemming
€
-1.508.191 €
-87.000 €
-92.000 €
1.401.216 €
-1.493.216
Onttrekking reserves Dotatie reserves
€ €
1.996.946 € 460.000 €
87.000 € €
92.000 € €
92.000 € €
Resultaat
€
28.755 €
-
-
1.493.216 €
€
€
€
€
€
-77.269
-1.493.216
Conform het besluit van het bestuur d.d. 2 april 2025 is het resultaat over 2024 zijnde € 28.755 als volgt bestemd: het bedrag van € 28.755 is toegevoegd aan de bestemmingsreserve Huisvesting. De reserve ‘Dekking kapitaallasten vaste activa’ zijnde € 460.000 is voor een bedrag van € 92.000 vrijgevallen ter dekking van de in 2025 daarvoor gemaakte kosten. De reserve 'Huisvesting' is niet gemuteerd in 2025. Aan het project 'Plan van Aanpak dienstverlening BghU' zijn in 2025 € 1.239.741 aan kosten gemaakt.
Jaarstukken 2025
37
Lasten Overhead Databeheer Waardebepaling Klantcontact Innen Totale lasten Baten Deelnemersbijdragen Invorderingsbaten Overig Totale baten Saldo lasten en baten Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat
Initiele begroting 2025 € 8.194.476
Actuele begroting 2025 € 10.240.381
€ 2.425.194
€ 3.235.054
€ 3.331.599
€ 4.872.278
€ 3.923.262
€ 3.791.495
€ 1.494.063
€ 1.900.977
€ 1.948.469
€ 2.346.392
€ 2.931.678
€ 2.924.764
€ 19.332.404
€ 22.231.352
€ 22.252.993
-€ 17.740.404
-€ 19.486.152
-€ 19.502.166
-€ 1.450.000
-€ 2.200.000
-€ 3.680.873
Realisatie 2025 € 10.256.665
-€ 55.000
-€ 453.200
-€ 471.170
-€ 19.245.404
-€ 22.139.352
-€ 23.654.208
€ 87.000
€ 92.000
-€ 1.401.216
€ 87.000
€ 92.000
€ 92.000
€0
€0
-€ 1.493.216
Jaarstukken 2025
38
2.2 Balans Balans voor resultaatsbestemming
31-12-2025
31-12-2024
ACTIVA Vaste activa Materiële Vaste Activa (investeringen met economisch nut)
€ 368.000
€ 460.000
Vlottende activa Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar
€ 8.957.708
€ 9.246.797
Openbare lichamen
€ 4.377.115
€ 758.448
Uitzettingen in schatkist
€ 1.527.843
€ 6.184.545
Overige vorderingen
€ 3.052.750
€ 2.303.804
Liquide middelen Overlopende activa Totaal activa
€0
€0
€ 128.539
€ 128.853
€ 9.454.247
€ 9.835.650
€ 480.870
€ 480.870
PASSIVA Eigen vermogen Saldo Algemene reserve Saldo Bestemmingsreserve
€ 396.755
€ 460.000
€ 1.493.216
€ 28.755
€ 429.122
€ 377.838
€ 429.122
€ 377.838
€ 1.015.347
€ 701.184
Overlopende passiva
€ 5.638.937
€ 7.787.004
Totaal Passiva
€ 9.454.247
€ 9.835.650
Te bestemmen resultaat Vaste passiva Voorzieningen Verplichtingen en verliezen
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar (overige vorderingen)
Jaarstukken 2025
39
2.3 Waarderingsgrondslagen De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Onderstaand een korte toelichting op de waarderingsgrondslag per balansonderdeel. Materiële vaste activa (investeringen met economisch nut) Materiële vaste activa waardeert BghU tegen aanschafwaarde, waarbij BghU de aanschafwaarde vermindert met afschrijvingen, investeringssubsidies en investeringsbijdragen van derden (indien van toepassing). De jaarlijkse afschrijvingen berekenen we conform de lineaire afschrijvingsmethode en op basis van de verwachte economische levensduur (netto-methode). Hiervoor gebruikt BghU de afschrijvingstermijnen zoals beschreven in de Nota Investeringsbeleid BghU 2022-2025. Voor activa die BghU gedurende het begrotingsjaar in gebruik neemt, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop. Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar waardeert BghU tegen nominale waarde onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen wegens verwachte oninbaarheid. BghU hanteert de statische methode van vaststelling van deze voorziening. Onder uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar worden ook de uitzettingen in de schatkist van het Rijk gepresenteerd.
Liquide middelen In de balans neemt BghU onder de liquide middelen de banksaldi van de bankrekeningen die op naam van BghU staan op. Onder de liquide middelen worden ook kruisposten verantwoord. Er is geen sprake van kasgeld. Liquide middelen waardeert BghU tegen nominale waarde. Overlopende activa Overlopende activa waardeert BghU tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserve voor de investering in de ICT en het resultaat (voor bestemming) volgend uit de staat van baten en lasten. Voorzieningen BghU kent risicovoorzieningen, die worden gewaardeerd tegen nominale waarde op basis van de risicoschatting per balansdatum. De voorziening wordt in het volgende boekjaar gebruikt om lasten te dekken. Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar De netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 waardeert BghU tegen nominale waarde. Overlopende passiva Overlopende passiva waardeert BghU tegen nominale waarde. Resultaatbepaling BghU stelt haar jaarrekening op conform het principe van het 'stelsel van baten en lasten'. De baten en lasten rekent BghU toe aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten worden opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico’s worden, voor zover zij hun oorsprong vinden in het desbetreffende begrotingsjaar, in acht genomen.
Jaarstukken 2025
40
Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet. • De financiële rechtmatigheid het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals in de bestuursvergadering van 10 december 2025 is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O-criterium is de nota M&O-beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde € 445.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Jaarstukken 2025
41
2.4 Toelichting op de Staat van Baten en Lasten In dit hoofdstuk wordt de Staat van Baten en Lasten toegelicht. Onder hoofdstuk 2.1 Staat van Baten en Lasten 2025 is beknopt weergegeven onder welke programmatische onderdelen de resultaten van 2025 zijn verwerkt. Dit hoofdstuk bevat een uitgebreidere analyse van de staat van baten en lasten over 2025. Algemeen Het resultaat 2025 bedraagt € 1.493.216. Dit is als volgt opgebouwd; op personele lasten is € 89.270 meer uitgegeven. Aan materiële lasten is € 62.629 minder besteed. Op onvoorziene posten is € 5.000 minder uitgegeven. De invorderingsbaten zijn € 1.480.873 hoger en de overige baten zijn € 17.970 hoger. De deelnemersbijdragen zijn € 16.014 hoger. De mutaties van de reserves bedragen € 92.000. In onderstaande paragraaf wordt er per onderdeel een verdere toelichting gegeven.
2.4.1 Toelichting op Staat van Baten en Lasten per kostencategorie Rente en afschrijving In 2024 is er vanuit de ICT-transitie SAAS geïnvesteerd in nieuwe hardware voor kantoor- en thuiswerkplekken. Conform de Nota Investeringsbeleid BghU 2022-2025 wordt er voor activa die gedurende het begrotingsjaar in gebruik is genomen, afgeschreven vanaf 1 januari van het jaar erop. De rente- en afschrijvingskosten met betrekking tot machines, apparaten en installaties zijn in 2025 met € 98.900 conform de begroting. Personele lasten inclusief inhuur
Personele lasten incl. inhuur Lasten personeel in dienst Inhuurlasten Totaal personele kosten Begroot Resultaat
2025 € 11.264.003 € 3.774.249 € 15.038.252 € 14.948.982 -€ 89.270
2024 € 10.389.447 € 4.049.411 € 14.438.858 € 13.086.004 -€ 1.352.854
Het grootste deel van de personele lasten bestaat uit personeel in loondienst. Een deel van de loonsom wordt jaarlijks beschikbaar gehouden voor het inhuren van personeel rondom piekbelastingen. De personele lasten waren begroot op € 14.948.982. De werkelijke kosten zijn € 15.038.252 waardoor er een negatief resultaat van € 89.270 is gerealiseerd. Dit resultaat is te verklaren doordat er veel inhuur op formatieruimte heeft plaatsgevonden. Eind 2025 en begin 2026 zijn een deel van deze functies inmiddels ingevuld door personeel in dienst.
Jaarstukken 2025
42
Materiële lasten In de materiële lasten is een voordeel van € 62.629 gerealiseerd. De belangrijkste afwijkingen zijn in onderstaande tabel toegelicht. Onderwerp Resultaat Realisatie Actuele begr. Materiele last € 62.629 € 7.115.841 € 7.178.470 Toelichting Struc Incid
ICT Transitie SAAS
€0
€0
ICT Contractkosten
-€ 77.269
€ 2.325.399
€ 2.248.130
Bedrijfsvoering
-€ 72.803
€ 4.203.143
Hogere kosten i.v.m. € 4.130.340 organisatieadvies welke niet Incid zijn begroot (€ 86.000).
€ 587.299
Lagere kosten doordat er per 1 januari 2025 sprake is van € 800.000 een lagere Incid proceskostenvergoeding per gegrond verklaard bezwaar.
Proceskosten
€ 212.701
€ 0 Project is in 2024 afgerond.
Incid
Kosten ontwerp en realisatie Incid nieuwe website (€ 48.000).
Onvoorzien De post onvoorzien kan gebruikt worden voor tegenvallers in de bedrijfsvoering. Voor 2025 is het budget € 5.000. Er zijn in 2025 geen posten specifiek als onvoorzien gelabeld. Invorderingsbaten Bij de invorderingsbaten is sprake van een voordeel van ruim € 1.480.000 (structureel € 800.000 en incidenteel € 680.000). Dit is te verklaren door de inhaalslag op de dwanginvordering buiten ons werkgebied welke na de aanbesteding externe deurwaarder in februari 2025 is opgestart. Ook zijn er in 2025 veel extra aanslagen opgelegd, met name door het inhalen van de achterstanden vanuit het Plan van Aanpak dienstverlening BghU. Deze extra aanslagen zorgen voor extra invorderingsacties en daarmee ook de invorderingsbaten. Overige baten De overige baten zijn ongeveer € 18.000 hoger dan begroot. Dit is grotendeels te verklaren door hogere renteopbrengsten dan begroot (€ 13.000). Deelnemersbijdrage De deelnemersbijdrage 2025 is gerealiseerd conform de vastgestelde verdeling over de deelnemers. Doordat het pluspakket Diftar Gemeente Utrechtse Heuvelrug (€ 30.000) niet was begroot en door een na verrekening van het pluspakket Parkeren Gemeente Utrecht (-/- € 14.000) is er een voordeel van ongeveer € 16.000 gerealiseerd.
Reserves Conform de besluitvorming in de bestuursvergadering van 2 juli 2025, waarin de tweede begrotingswijziging 2025 is vastgesteld, is de volgende bestemmingsreserve gemuteerd. De reserve ‘Dekking kapitaallasten vaste activa’ zijnde € 460.000 is voor € 92.000 vrijgevallen ter dekking van de kapitaallasten vaste activa in 2025.
Jaarstukken 2025
43
2.5 Toelichting op de balans In deze paragraaf worden de diverse balansrekeningen kort toegelicht. De toelichting begint met een toelichting op de activazijde van de balans en eindigt met een toelichting op de passivazijde van de balans. Eventuele opvallende mutaties en wijzigingen ten opzichte van het voorgaande jaar, worden hier ook benoemd.
2.5.1 Toelichting activa Vaste Activa Materiële Vaste Activa In 2024 is er vanuit de ICT-transitie SAAS geïnvesteerd in nieuwe hardware voor kantoor- en thuiswerkplekken. Conform de Nota Investeringsbeleid BghU 2022-2025 wordt er voor activa die gedurende het begrotingsjaar in gebruik is genomen, afgeschreven vanaf 1 januari van het jaar erop. Materiële Vaste Activa (investeringen met een economisch nut) Machines, apparaten en installaties Totaal
Boekwaarde 01-01-2025
Des-/ investeringen
Afschrijvingen
€0 €0
€ 92.000 € 92.000
€ 460.000 € 460.000
Bijdragen van Afwaarderingen derden €0 €0
€0 €0
Boekwaarde 31-12-2025 € 368.000 € 368.000
Vlottende Activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Het grootste deel van deze post wordt gevormd door vorderingen op openbare lichamen. Daarnaast bestaat de post uit middelen die in de schatkist van het Rijk staan. De post overige vorderingen zijn hoofdzakelijk nog te ontvangen invorderingsbaten, vervolgingskosten die BghU tot ultimo 2025 in rekening heeft gebracht bij belastingplichtigen en nog verwacht te ontvangen in de komende jaren. Aangezien het invorderingstraject wordt uitgevoerd door BghU, komen de opbrengsten (vervolgingskosten) ook toe aan BghU conform afspraken vastgelegd in het Uitvoeringsprotocol. Het openstaand saldo te ontvangen invorderingsbaten bedroeg per 31-12-2025 bruto € 4,3 miljoen euro (exact een jaar geleden was dat saldo bruto € 3,3 miljoen). De verwachting is dat 1,3 miljoen euro niet geïnd zal kunnen worden (per 31-12-2024: € 1,0 miljoen). Dat is hoger dan de situatie per 31-12-2024: dit is te verklaren door de inhaalslag op de dwanginvordering buiten ons werkgebied welke na de aanbesteding externe deurwaarder in februari 2025 is opgestart. Ook zijn er in 2025 veel extra aanslagen opgelegd, met name door het inhalen van de achterstanden vanuit het Plan van Aanpak dienstverlening BghU. Deze extra aanslagen zorgen voor extra invorderingsacties en daarmee ook hogere invorderingsbaten.
Uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar Openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks Schatkist Overige vorderingen Totaal
31-12-2025 € 4.377.115 € 1.527.843 € 3.052.750 € 8.957.708
31-12-2024 € 758.448 € 6.184.545 € 2.303.804 € 9.246.797
Schatkistbankieren Alle decentrale overheden zijn verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist. Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden hun liquide middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën. Daarbij wordt een drempelbedrag (een bedrag dat een organisatie buiten de schatkist mag houden) gehanteerd. De drempel is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen met een minimum van € 1 miljoen. Voor BghU geldt het minimumbedrag van €1 miljoen als drempel. Dit drempelbedrag is ook van toepassing op de belastingopbrengsten die binnenkomen op de bankrekening van BghU en die BghU na ontvangst via een (ongeveer) tweewekelijkse cyclus afdraagt aan haar deelnemers.
Jaarstukken 2025
44
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) Verslagjaar (1)
(2) (3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1) (1) Berekening drempelbedrag
Drempelbedrag
1000 Kwartaal 1
Kwartaal 2
-
-
38
-
1.000 -
1.000 -
962 -
1.000 -
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
19.332 19.332
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag Drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
1000
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
-
-
3.499
-
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
90 -
91 -
92 38
92 -
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bedraagt € 0. Dagelijks wordt het geld dat op rekening van BghU staat afgeroomd naar de schatkist van het Rijk. Overlopende activa Het saldo van € 128.539 betreft overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen.
Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen Totaal
Jaarstukken 2025
31-12-2025 € 128.539 € 128.539
31-12-2024 € 128.853 € 128.853
45
2.5.2 Toelichting passiva Eigen Vermogen Het eigen vermogen bestaat ultimo 2025 uit een algemene reserve, bestemmingsreserve en het nog te bestemmen resultaat. Van het vastgestelde resultaat 2024, zijnde € 28.755 is er € 28.755 toegevoegd aan de bestemmingsreserve Huisvesting. Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit en is de uiterste buffer voor het opvangen van de financiële gevolgen van optredende risico's. De noodzakelijke hoogte van de algemene reserve wordt jaarlijks bepaald op basis van de geactualiseerde risicoberekening. Voor een uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement. Verloop algemene reserve vanaf 2019 Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2019
€
346.411
€
-
€
-
€
346.411
2020
€
346.411
€
91.459
€
-
€
437.870
2021
€
437.870
€
-
€
332.000
€
105.870
2022
€
105.870
€
275.000
€
-
€
380.870
2023
€
380.870
€
100.000
€
-
€
480.870
2024
€
480.870
€
-
€
-
€
480.870
2025
€
480.870
€
-
€
-
€
480.870
Bestemmingsreserve Bestemmingsreserve Dekking kapitaallasten vaste activa Saldo begin begro t ingsjaar
Jaar
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2024
€
-
€
460.000
€
-
€
460.000
2025
€
460.000
€
-
€
92.000
€
368.000
Vanuit de aanvraag investeringskrediet (€ 435.000) en aanvraag uitbereiding investeringskrediet (€ 25.000) is er in 2024 een bedrag van € 460.000 van de reserve ICT-Transitie SAAS onttrokken ter dekking van de kapitaallasten vaste activa. Conform de Nota Investeringsbeleid BghU 2022-2025 wordt er voor de activa die gedurende het begrotingsjaar in gebruik is genomen, afgeschreven vanaf 1 januari van het jaar erop.
Bestemmingsreserve Huisvesting Saldo begin begrot ingsjaar
Jaar 2025
€
-
Toevoegingen €
28.755
Saldo eind begrot ingsjaar
Ont t rekkingen €
-
€
28.755
Het Bestuur heeft op 2 april 2025 besloten deze reserve te vormen voor de nog niet gerealiseerde verbouwing.
Jaarstukken 2025
46
Totale verloop bestemmingsreserves 2025 Saldo begin begro t ingsjaar
Reserve
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
Dekking kapitaallasten vaste activa
€
460.000
€
-
€
92.000
€
Huisvesting
€
-
€
28.755
€
-
€
28.755
To t aal
€
460.000
€
28.755
€
92.000
€
396.755
Ont t rekkingen
Vrijval begro t ingsjaar
Saldo eind begro t ingsjaar (31-12-2025)
368.000
Vaste Passiva Voorzieningen Eind 2025 heeft BghU vier voorzieningen. Saldo begin begro t ingsjaar (01-01-2025)
To evo egingen
Vo o rzieningen uit ho o fde van verplicht ingen en verliezen Proceskostenvergoeding
€
-
€
74.563
€
-
€
-
€
Verlofsparen
€
85.800
€
1.671
€
-
€
-
€
87.471
Bovenw ettelijk verlof
€
253.543
€
13.545
€
-
€
-
€
267.088
38.494
€
-
€
38.494
€
-
€
-
377.837
€
89.779
€
38.494
€
-
€
429.122
Regeling Vervroegd Uittreden € To t aal Vo o rzieningen
€
74.563
Voorziening uit hoofde van verplichtingen en verliezen Proceskostenvergoeding BghU kende tot 2020 een regelmatig patroon voor het verwerken van WOZ-bezwaren, waarbij een gemiddeld percentage van deze bezwaren ook leidt tot een proceskostenvergoeding. Aan het eind van het jaar stond tot kalenderjaar 2020 over het algemeen 3% van de totale bezwaarlast nog open. In de kalenderjaren daarna was dat hoger en is daarvoor een risicovoorziening gevormd. Vooral in kalenderjaar 2023 heeft BghU te kampen gehad met een grote instroom aan bezwaarschriften (vooral vanuit NCNPbedrijven) wat een landelijke ontwikkeling was. Dat had voornamelijk te maken met de waardeontwikkeling van woningen. Eind 2024 staat vast dat er minder dan 3% van de totale bezwaarlast NCNP nog open staat. Zodoende is de risicovoorziening per 31-12-2024 volledig afgebouwd. Voor 2025 wordt het gemiddelde percentage van 3% waarboven een voorziening gevormd wordt niet meer gehanteerd, waardoor de absolute inschatting als voorziening is opgenomen. Verloopoverzicht risicovoorziening proceskostenvergoeding Jaar
Saldo begin begro t ingsjaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
2020
€
-
€
259.350
€
-
€
-
€
259.350
2021
€
259.350
€
201.976
€
259.350
€
-
€
201.976
2022
€
201.976
€
161.716
€
201.976
€
-
€
161.716
2023
€
161.716
€
1.050.000
€
161.716
€
-
€
1.050.000
2024
€
1.050.000
€
-
€
1.050.000
€
-
€
-
2025
€
€
74.563
€
€
-
€
74.563
-
-
Saldo eind begro t ingsjaar
Vrijval
Voorziening verlofsparen en Restant bovenwettelijk verlof In de CAO is bepaald dat het vanaf 2022 mogelijk is om verlof te sparen. De hoeveelheid verlofuren loopt hierdoor behoorlijk op. Op deze wijze bouwt de medewerker een recht op die in een keer opgenomen kan worden. De BBV stelt dat hiervoor een voorziening moet worden opgenomen om op termijn eventuele problemen in de formatie op te kunnen vangen die door de afwezigheid van deze medewerker ontstaat. Tevens stelt de BBV dat vanuit het surplus van bovenwettelijk verlof een voorziening moet worden gecreëerd. Op basis van de verlofstanden per 31 december 2025 is een toerekening voor deze voorziening gemaakt.
Jaarstukken 2025
47
Verloopoverzicht voorziening Verlofsparen Jaar
Saldo begin begro t ingsjaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
2022
€
-
€
56.228
€
-
€
-
€
56.228
2023
€
56.228
€
8.572
€
-
€
-
€
64.800
2024
€
64.800
€
21.000
€
-
€
-
€
85.800
2025
€
85.800
€
1.671
€
-
€
-
€
87.471
Saldo eind begro t ingsjaar
Vrijval
Verloopoverzicht voorziening Bovenwettelijk verlof Jaar
Saldo begin begro t ingsjaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
Saldo eind begro t ingsjaar
2022
€
-
€
118.210
€
-
€
-
€
118.210
2023
€
118.210
€
80.506
€
-
€
-
€
198.716
2024
€
198.716
€
54.827
€
-
€
-
€
253.543
2025
€
253.543
€
13.545
€
-
€
-
€
267.088
Vrijval
Verloopoverzicht voorziening Regeling Vervroegd Uittreden Jaar
Saldo begin begro t ingsjaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
2023
€
-
€
15.617
€
-
€
-
€
15.617
2024
€
15.617
€
38.494
€
15.617
€
-
€
38.494
2025
€
38.494
€
-
€
38.494
€
-
€
-
Saldo eind begro t ingsjaar
Vrijval
In de CAO is bepaald dat werknemers kunnen deelnemen aan de RVU mits er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deelname aan de RVU duurt maximaal twee jaar. De BBV schrijft voor dat er een voorziening moet worden getroffen voor iedere medewerker die per 1 januari van het nieuwe jaar met pensioen gaat. De hoogte van de voorziening betreft de vergoeding die betreffende medewerkers ontvangen.
Vlottende passiva Specificatie Vlottende Schulden Specificatie netto vlottende schulden Waarvan privaat Waarvan publiek Netto vlottende schulden totaal Specificatie overlopende passiva Af te dragen saldo aan deelnemers Te betalen premies en loonheffing Te betalen omzetbelasting Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen Overlopende passiva totaal
31-12-2025
31-12-2024
€ 413.005 € 602.342 € 1.015.347
€ 701.184 €0 € 701.184
€ 3.967.971 € 779.021 € 8.785
€ 6.257.826 € 761.872 € 21.849
€ 883.160
€ 745.457
€ 5.638.937
€ 7.787.004
Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden betreffen het crediteurensaldo, ofwel het saldo van de reeds ontvangen facturen voor ontvangen goederen of diensten, die nog niet betaald zijn op 31 december 2025. Overlopende passiva Het grootste deel van deze post wordt gevormd door per 31 december 2025 openstaande afdrachten aan onze deelnemers. Daarnaast bestaat de post overlopende passiva aan openstaande premies en loonheffing, omzetbelasting en om te verwachten lasten die betrekking hebben op het boekjaar 2025, maar die door externe partijen nog niet in rekening zijn gebracht dan wel aan externe partijen zijn betaald.
Jaarstukken 2025
48
2.5.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Onderstaande 8 verplichtingen zijn overeenkomsten die BghU is aangegaan en die niet zichtbaar zijn op de balans per 31 december 2025: •
Kantoorruimte: BghU maakt sinds 6 oktober 2014 gebruik van de helft van de 15e en de gehele 16e etage in de Zuidtoren van het Stadskantoor gelegen aan het Stadsplateau 1 te Utrecht. Dit gebruik is op 19 april 2016 geformaliseerd met het vestigen van een afgeleid recht, te weten een onder-erfpachtrecht en een onder-opstalrecht. BghU betaalt hiervoor een jaarlijkse retributie. De retributie bedraagt in 2025 € 586.813. Voor 2026 bedraagt de verplichting € 606.030 voor de kantoorruimte en € 25.069 voor de parkeerplaatsen. De looptijd van deze overeenkomst is 10 jaar. Na afloop van het contract is BghU bevoegd het recht op te zeggen. Gekoppeld aan dit pandrecht, is een bedrag van bijna € 439.000 voor de facilitaire dienstverlening die hoort bij deze specifieke huisvesting.
•
Leaseverplichting vervoersmiddelen: Momenteel beschikt BghU over 8 leaseauto's, waarbij variërende contractduren zijn afgesproken. Deze 8 leaseauto's zijn onderdeel van BghU. De verplichting die hieraan meerjarig is gekoppeld, is afhankelijk van de keuze die medewerkers maken om al dan niet in een auto te blijven rijden voor het werk. Op maandbasis gaat het om een bedrag van rond de € 4.500 aan leaseverplichtingen.
•
Leaseverplichting kopieerapparatuur: BghU heeft een leasecontract afgesloten ten behoeve van de kopieerapparatuur die op het kantoor te Utrecht aanwezig is. Dit contract is ingegaan per 1 september 2023 en heeft een looptijd van 4 jaar met verlengingsmogelijkheid.
•
Overeenkomst telefonie en infrastructuur: BghU heeft sinds 1 april 2024 een overeenkomst voor de telefonie en infrastructuur afgesloten. Deze overeenkomst heeft een looptijd van 3 jaar met verlengingsmogelijkheid. De jaarlijkse last bedraagt € 35.665.
•
SAAS-contracten: Kernapplicatie
Leverancier
Belastingen/frontoffice
Gouw IT
Waarderen
In productie
Looptijd
November 2022
tot 1-3-2026
XXLNC
Mei 2022
tot 1-6-2026
BAG-Geo
XXLNC
Oktober 2022
tot 1-9-2026
Enterprise Service Bus
Enable-U
November 2022
tot 31-12-2026
Jaarstukken 2025
49
2.5.4 Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt de begrotingsrechtsmatigheid een belangrijk toetsingscriterium. Getoetst wordt of het budgetrecht van bestuur van BghU is gerespecteerd. De Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV dient hierbij als handvat. Omschrijving
Actuele begroting 2025
BghU Totale lasten
€ 22.231.352
€ 22.252.993
€ 21.641
€ 21.641
€0
BghU Totale baten
-€ 22.139.352
-€ 23.654.208
-€ 1.514.856
€0
-€ 1.514.856
-€ 92.000
-€ 92.000
€0
€0
€0
€0
-€ 1.493.216
-€ 1.493.216
€ 21.641
-€ 1.514.856
BghU Reserve mutaties Totaal
Realisatie 2025
Verschil
Onrechtmatig (maar wel acceptabel)
Rechtmatig (tijdig gemeld)
De baten zijn hoger dan geraamd. Dit heeft voornamelijk te maken door hogere invorderingsbaten. De gerealiseerde lasten zijn vrijwel gelijk aan de begrote uitgaven. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar de toelichting op de baten en lasten onder hoofdstuk 2.4.
Jaarstukken 2025
50
2.6 Detailtoelichting Wet Normering topinkomens De WNT is van toepassing op BghU. Het voor BghU toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 €246.000 het algemeen bezoldigingsmaximum. BghU heeft in 2025 één leidinggevende topfunctionaris gehad, die voldeed aan de normen van de WNT. 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. Gegevens 2025 Bedragen x € 1
M. Vrisou van Eck
Functiegegevens
Directeur BghU
Aanvang en einde functievervulling in 2024
01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
139.655
Beloningen betaalbaar op termijn
22.965
Subtotaal
162.620
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
246.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
Bezoldiging
N.v.t.
162.620
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
Jaarstukken 2025
N.v.t.
51
Gegevens 2024 Bedragen x € 1
M. Vrisou van Eck
Functiegegevens
Directeur BghU
Aanvang en einde functievervulling in 2023
01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
135.707
Beloningen betaalbaar op termijn
22.750
Subtotaal
158.457
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
233.000
Bezoldiging
158.457
Jaarstukken 2025
52
Tabel 1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder Naam functionaris Deelnemers Functie BghU Duur dienstverband
Beloning 2024
Dhr. J.C.H. Haan
Dijkgraaf hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (voorzitter bestuur BghU)
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
Mevr. N.M. van Zoelen
Hoogheemraad hoogheemraadschap
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
De Stichtse Rijnlanden Mevr. H.S. de Groot
Wethouder Bunnik
gemeente
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t
n.v.t.
Dhr. G.J. Spelt
Wethouder gemeente Lopik
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
Mevr. E. Eggengoor
Wethouder Nieuwegein
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
Dhr. D.M.P.G. Smolenaers
Wethouder gemeente
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
gemeente
De Bilt Dhr. D. Vermeulen
Wethouder Houten
gemeente
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
Dhr. R. Jorg
Wethouder gemeente Utrechtse Heuvelrug
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
Mevr. S.E. Schilderman
Wethouder Utrecht
gemeente
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
Dhr. W.J. van Dijk
Wethouder gemeente Zeist
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
Dhr. H.C. van den Akker
Wethouder Stichtse Vecht
Onbezoldigd bestuurslid
n.v.t.
n.v.t.
gemeente
Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen. Er zijn in 2025 geen uitkeringen verstrekt wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
Jaarstukken 2025
53
2.7 Realisatie per taakveld Overhead Bedrag Baten en lasten
€
9.797.258
Doorberekening Overhead
€
-9.797.258
Totaal te verdelen over taakvelden
€
Percentage aandeel in overhead obv FTE
Databeheer Verdeling
Waardebepaling
Bedrag €
3.331.599
€ €
3.789.795
3.138.212
€
6.469.811
€
Taakveldomschrijving
Klantcontact Verdeling
Toerekening
Verdeling
Totaal
-766.171 € 18.100.950
2.363.090
€
1.947.236
€ 2.348.719 €
6.152.885
€
3.895.706
€
24,0%
19,9%
Toerekening
Bedrag
€
1.948.469
Waardebepaling
Bedrag
Innen
Bedrag €
24,1%
Databeheer Taakveld
Bedrag €
32,0%
-
Verdeling
Bedrag
Klantcontact Toerekening
100,0% -
1.582.548 € 18.100.950
Innen
Bedrag
Toerekening
Bedrag
Totaal
Taakveld
0.2
Burgerzaken
0,00% €
Taakveld
0.61
OZB woningen
22,56% €
1.459.505
92,82% €
5.711.244
Taakveld
0.62
OZB niet-woningen
3,07% €
198.318
7,18% €
441.641
1,42% €
55.359
1,41% €
22.271 €
717.588
Taakveld
0.63
Parkeerbelasting
4,59% €
296.770
24,97% €
972.603
25,62% €
405.420 €
1.674.793
Taakveld
0.64
Overige belastingen
28,80% €
1.863.108
41,03% €
1.598.280
40,69% €
643.906 €
4.105.294
Taakveld
1.1
Crsisib. & Brandweer
0,00% €
-
0,00% €
-
0,00% €
-
Taakveld
1.2
Openbare Orde
0,01% €
451
0,05% €
1.816
0,05% €
724 €
2.991
Taakveld
2.1
Verkeer en vervoer
0,01% €
473
0,02% €
664
0,02% €
268 €
1.406
Taakveld
2.2
Parkeren
0,00% €
254
0,01% €
352
0,01% €
142 €
747
Taakveld
2.3
Recreatieve havens
0,00% €
-
0,00% €
20
0,00% €
8 €
27
Taakveld
3.3
Bedrijfsloket en regel.
0,03% €
1.673
0,07% €
2.596
0,07% €
1.104 €
5.373
Taakveld
3.4
Economische promotie
0,18% €
11.560
0,25% €
9.773
0,25% €
3.946 €
25.279
Taakveld
7.2
Riolering
23,56% €
1.524.396
10,73% €
417.968
10,63% €
168.178 €
2.110.543
Taakveld
7.3
Afval
15,71% €
1.016.618
10,80% €
420.576
10,69% €
169.224 €
1.606.418
Taakveld
7.5
Begraafplaatsen & Crem.
0,08% €
5.480
0,20% €
7.617
0,20% €
3.115 €
16.212
Taakveld
8.3
Wonen en Bouwen
1,41% €
91.203
0,24% €
9.480
0,24% €
3.846 €
104.530
100,00% €
6.469.811
100,00% €
3.895.706
100,00% €
Totaal
-
100,00% €
6.152.885
Jaarstukken 2025
0,00% €
12
0,00% €
5 €
16
10,23% €
398.591
10,14% €
160.392 €
7.729.732
€
-
1.582.548 € 18.100.950
54
2.8 EMU-Saldo Omschrijving
2025
2026
2027
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
€ 1.401.216
€
-92.000
€
-92.000
2. Mutatie (im)materiële vaste activa [1]
€
-92.000
€
-92.000
€
-92.000
3. Mutatie voorzieningen [2]
€
51.285
€
-
€
-
4. Mutatie voorraden
€
-
€
-
€
-
5. Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verkoop (im)materiële vaste activa
€
-
€
-
€
-
Berekend EMU saldo
€ 1.544.501 €
-
€
-
Berekening EMU-saldo = post 1 - 2 + 3 - 4 - 5
Toelichtingen: [1] Investeringsuitgaven minus afschrijvingen minus bijdragen van derden plus inkomsten uit desinvesteringen. [2] Dotaties aan voorzieningen minus onttrekkingen aan voorzieningen.
Jaarstukken 2025
55
2.9 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid van de directie De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings‐, voorwaarden‐, en misbruik‐ en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht de directie toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings‐, voorwaarden‐, en misbruik‐ en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet‐ en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het bestuur op 10 december 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet‐ en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten en is daarmee vastgesteld op € 445.000. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV.
Bevinding De directie stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 21.641 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 445.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties is volgend de directie overigens een bedrag van € 21.641 acceptabel op basis van de door het bestuur vastgesteld afspraken.
Jaarstukken 2025
56
3. Overige gegevens 3.1.
Controleverklaring accountant
Jaarstukken 2025
57
Jufferenwal 30 8011 LE ZWOLLE telefoon (088) 236 9600 e-mail Audit@flynth.nl
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 Oordeel Wij hebben de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) te Utrecht gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van zowel de baten en lasten over 2025 als van de activa en passiva van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) op 31 december 2025 alsmede van de financiële rechtmatigheid over 2025 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de begroting en de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader dat bij besluit van 10 december 2025 door het bestuur is vastgesteld. De jaarrekening bestaat uit: 1. het overzicht van baten en lasten over 2025; 2. de balans per 31 december 2025; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen; 4.
de rechtmatigheidsverantwoording over 2025; 5. de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het bestuur op 8 oktober 2025 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'. Wij zijn onafhankelijk van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Flynth Audit B.V. is lid van BKR International. Bankrekeningnummer IBAN NL67 RABO 0106 6642 20 - BIC: RABONL2U. Handelsregister 09063021. www.flynth.nl. Dienstverlening vindt plaats onder algemene voorwaarden, op aanvraag verkrijgbaar en gedeponeerd bij de KvK in Arnhem.