RV26.031 Bijlage 1 Kadernota 2027
Tekst van het document
Gemeente Zeist
Kadernota 2027
Inhoudsopgave 1. Leeswijzer..............................................................................................................................2 2. Inleiding.................................................................................................................................3 3. Financieel beeld.................................................................................................................... 4 3.1 Meerjarenperspectief..........................................................................................................4 3.1.1 Beschikbare middelen..................................................................................................4 3.1.2 1e Bestuursrapportage 2026.........................................................................................4 3.1.3 Structureel begrotingssaldo.........................................................................................5 3.2 Financiële doorkijk Begroting 2027.....................................................................................6 3.2.1 Ontwikkelingen gemeentefonds..................................................................................6 3.2.2 Proces Begroting 2027..................................................................................................7 3.3 Inventarisatie
RIOZ..............................................................................................................8 3.4 Uitgangspunten Begroting 2027........................................................................................10 A. Prijsindex.........................................................................................................................10 B. Loonindex........................................................................................................................10 C. Overhead.........................................................................................................................10 D. Rekenrente..................................................................................................................... 11 E. Tariefontwikkeling...........................................................................................................11 F. Rioolrecht........................................................................................................................ 11 G. Afvalstoffenheffing..........................................................................................................12 3.5 Cashflow............................................................................................................................13
1 Kadernota 2027
1. Leeswijzer De opbouw van dit document is als volgt:
Kadernota 2027 1. Leeswijzer
2. Inleiding
3. Financieel beeld 2027-2029
3.1 Meerjarenperspectief
3.2 Doorkijk begroting 2027
3.3 Inventarisatie RIOZ
3.4 Uitgangspunten Begroting 2027
3.5 Cashflow
Na deze inleiding en leeswijzer geven wij u in Hoofdstuk 3 inzicht in het financiële beeld voor de jaren 2027 tot en met 2030. Dit meerjarenperspectief is voornamelijk opgebouwd uit de beschikbare middelen, een berekening van het financiële vertrekpunt van deze Kadernota. Vervolgens wordt stilgestaan bij het structureel begrotingssaldo. De gepresenteerde cijfers komen grotendeels overeen met de in de RIB Meerjarenperspectief 2027-2028 (RIB26.058) gedeelde cijfers. Aanvullend geven we in onderdeel 3.2 van deze Kadernota - informerend - een doorkijk naar de Begroting 2027 waarin onder andere aandacht wordt besteed aan ontwikkelingen die nog niet financieel in ons meerjarenperspectief zijn opgenomen en (lopende) investeringen. In onderdeel 3.3 is een overzicht gepresenteerd van het verloop van de Reserve Integrale Ontwikkeling Zeist (RIOZ). Het financiële beeld van de toekomst is afhankelijk van diverse uitgangspunten, waaronder de prijsen loonindex en de tarieven. Deze cijfers zijn de basis voor berekeningen in de Begroting 2027 en daarom moeten deze door de gemeenteraad vastgesteld worden. In Paragraaf 3.4 worden deze uitgangspunten behandeld. Tot slot wordt in onderdeel 3.5 aandacht besteed aan de cashflow. De cashflow is een belangrijk onderdeel als het gaat om de financiële positie van de gemeente.
Wanneer de cashflow negatief wordt, zal de gemeente vreemd vermogen aan moeten trekken, wat tot een toename van de rentekosten leidt.
2 Kadernota 2027
2. Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2027. Als gevolg van het samenvallen van het opstellen van deze Kadernota, de gemeenteraadsverkiezingen en de daaropvolgende formatie ontvangt u deze Kadernota in een andere vorm dan gebruikelijk. Omwille van de parallelle processen vanuit de gemeenteraadsverkiezingen is in deze Kadernota geen inventarisatie opgenomen rondom de wettelijke & overige ontwikkelingen en de wensen nieuw beleid. Alle financiële knelpunten waarin we, conform de financiële O’s (Onuitstelbaar, Onontkomelijk, Onvoorzien), geen keuze hebben, verlopen via de 1e Bestuursrapportage 2026. Overige knelpunten en ambities lopen dit jaar via de integrale afweging van de Begroting 2027. Het vertrekpunt voor deze Kadernota – de beschikbare middelen – laat voor ieder jaar een tekort zien in het begrotingssaldo, waarbij het tekort voornamelijk vanaf 2028 toeneemt. Dit is het gevolg van de effecten van de meicirculaire 2025 waarbij tot en met 2027 het Rijk met extra middelen voor de Jeugdzorg komt. Vanaf 2028 doen alle gemeenten een stap terug tenzij het Rijk hierover alsnog anders besluit. Onderdeel (Bedragen x € 1.000) Saldo Kadernota 2026 3.1.3 Correctie Structureel/Incidenteel Voorlopig structureel saldo
€ € €
2027 -1.786 845 -941
2028 € -4.861 € 421 € -4.440
2029 € -4.567 € 421 € -4.145
2030 € -4.436 € 421 € -4.015
Route richting de Begroting 2027 In deze Kadernota komen diverse bouwstenen richting de Begroting 2027 aan bod. We staan stil bij het huidige meerjarenperspectief en geven duiding aan de diverse onderdelen die hier nog invloed op kunnen hebben. Voorbeelden zijn het gemeentefonds en de uitkomsten van de 1e bestuursrapportage, maar ook andere knelpunten als bijvoorbeeld de uitdagingen in de openbare ruimte. Het meerjarenperspectief zoals deze nu voorligt geeft noodzaak tot het treffen van structureel financiële maatregelen om onze financiële positie op peil te houden. Om bij de Begroting 2027 uiteindelijk tot een sluitend meerjarenperspectief te komen zullen we aan de hand van onze stabiliteitscriteria de afwegingen ter besluitvorming aanbieden. In Paragraaf 3.2 wordt dit proces richting de Begroting 2027 verder beschreven. Daarbij geldt dat voor nieuwe ambities in het huidige meerjarenperspectief dan ook geen ruimte is en dat dit alleen gecreëerd kan worden door “oud-voornieuw” waarbij lopende ambities en activiteiten bijgesteld worden waarmee ruimte ontstaat voor nieuwe ambities. Een andere mogelijkheid is het inzetten van bijvoorbeeld de Reserve Integrale Ontwikkeling Zeist (RIOZ). In deze Kadernota wordt hier, in paragraaf 3.3 een overzicht van gepresenteerd.
3 Kadernota 2027
3. Financieel beeld 3.1 Meerjarenperspectief Onderstaande tabel geeft inzicht in het huidige financiële beeld van de aankomende 4 jaar. In dit meerjarenperspectief zijn alle vastgestelde ontwikkelingen verzameld om het vertrekpunt richting de Begroting 2027 vast te leggen. Onderdeel (Bedragen x € 1.000) 3.1.1 Beschikbare middelen 3.1.2 Bestuursrapportage I 2026 Saldo Kadernota 2026 3.1.3 Correctie Structureel/Incidenteel Voorlopig structureel saldo
€ € € € €
2027 -455 -1.331 -1.786 845 -941
€ € € € €
2028 -3.703 -1.158 -4.861 421 -4.440
2029 € -3.404 € -1.163 € -4.567 € 421 € -4.145
€ € € € €
2030 -3.180 -1.256 -4.436 421 -4.015
Het meerjarenperspectief laat voor alle jaren een nadelig beeld zien. In 2028 zijn de effecten van het ‘uitgestelde ravijnjaar’ zichtbaar waardoor het begrotingssaldo een stap achteruit doet. Dit is het gevolg van gelijkblijvende kosten, met daartegen over dalende inkomsten vanuit het Rijk (gemeentefonds). 2029 laat een vergelijkbaar beeld zien. Het jaar 2030 is licht positiever als gevolg van schommelingen in het gemeentefonds. De oorsprong hiervan zit al in de ‘beschikbare middelen’ en wordt versterkt door de effecten van de 1e Bestuursrapportage 2026. In de komende paragrafen behandelen we alle onderdelen van het meerjarenperspectief zoals hierboven weergegeven. 3.1.1 Beschikbare middelen Binnen de beschikbare middelen laat het begrotingssaldo voor alle jaren een negatief beeld zien. In deze saldo’s zijn de effecten van de september- en decembercirculaire verwerkt waarover de raad reeds is geïnformeerd (RIB 25.114 & RIB 26.021). De saldo’s zijn bijgewerkt tot en met de financiële effecten van de technische begrotingswijziging van maart 2026 (RV26.009). Onderdeel (Bedragen x € 1.000) Begrotingssaldo primitief Begrotingsmutaties 2026 Structurele effecten 2e Berap 2025 Saldo begroting na besluitvorming Septembercirculaire 2025 Decembercirculaire 2025 Overige besluiten Beschikbare middelen
2027 2.946 -1.371 -661 914 -481 -1.055 167 -455
€ € € € € € € €
2028 € 1.483 € -2.887 € -938 € -2.342 € -633 € -895 € 167 € -3.703
2029 € 3.287 € -4.356 € -1.189 € -2.258 € -604 € -709 € 167 € -3.404
€ € € € € € € €
2030 3.587 -4.845 -1.189 -2.447 -202 -698 167 -3.180
3.1.2 1e Bestuursrapportage 2026 De aangeboden 1e Bestuursrapportage 2026 beschrijft effecten die impact hebben op de jaren 2026 tot en met 2030. Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Alle aanmeldingen in de 1 e Bestuursrapportage 2026 zijn getoetst aan de 3 O’s van de gemeentefinanciën (Onvoorzien/Onoplosbaar, Onuitstelbaar en Onontkoombaar). Voor een toelichting op deze cijfers wordt naar de 1e Bestuursrapportage 2026 zelf verwezen. Onderdeel (Bedragen x € 1.000) Structurele effecten 1e Berap 2026 Meldingen IAC/Heroverweging/Beleidskeuzes
Bestuursrapportage I 2026
€ € €
2027 -1.031 -300 -1.331
2028 € -1.158 € € -1.158
2029 € -1.163 € € -1.163
2030 € -1.256 € € -1.256
4 Kadernota 2027
3.1.3 Structureel begrotingssaldo Net als afgelopen jaren kijken we niet alleen naar het begrotingssaldo, als onder “beschikbare middelen” in de tabel hierboven gepresenteerd, maar kijken we ook naar ons structureel saldo. Dit is het saldo waar alle incidentele effecten uit zijn gehaald om tot de structurele basis te komen. Dit saldo is ook hetgeen waar de provincie, in haar rol als financieel toezichthouder, ons op beoordeelt. Voor deze beoordeling is van belang dat dit saldo structureel in evenwicht is. Het 1e (of laatste) begrotingsjaar zijn daarin het belangrijkste en één van deze twee moet minimaal sluitend zijn. Onderstaand zijn de totalen van dit effect weergegeven. Onderdeel (Bedragen x € 1.000) Saldo Kadernota 2026 3.1.3 Correctie Structureel/Incidenteel Voorlopig structureel saldo
€ € €
2027 -1.786 845 -941
2028 € -4.861 € 421 € -4.440
2029 € -4.567 € 421 € -4.145
2030 € -4.436 € 421 € -4.015
Deze (voordelige) correctie is voornamelijk het gevolg van jaarlijkse dotaties conform het vastgestelde beleid aan diverse reserves. Ondanks dat wij dit ieder jaar doen wordt dit formeel als incidenteel gezien.
5 Kadernota 2027
3.2 Financiële doorkijk Begroting 2027 Belangrijk om te vermelden is dat alle genoemde bedragen alleen de reeds door de raad vastgestelde bedragen zijn. Recente ontwikkelingen en toekomstige tegenvallers zijn hier niet in meegenomen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de ontwikkelingen rondom de rioolinfrastructuur en het ombuigen van de SFI/VIS methodiek binnen Beheer Openbare Ruimte (BOR), waarover u reeds bent geïnformeerd via RIB26.025. Ook mogelijke toekomstige financiële effecten vanuit de Gebiedsvisie Markt e.o. (RV25.063), Gebiedsvisie Driebergen-Zeist (RV25.041) en Visie Dierenwelzijn (RV25.058) zitten hier, afgezien van de reeds toegekende middelen, nog niet in. Ook zijn er mogelijk onderdelen vanuit het huidige Uitvoeringsprogramma Coalitieakkoord (UVP) waarvan het wenselijk is dat deze na 2026 (structureel) doorlopen, wanneer hiervan sprake zal zijn zal het college hiervoor bij de Begroting 2027 een voorstel voor doen. Wanneer dit gaat spelen zullen deze onderdelen dan ook een extra claim leggen op het hierboven gepresenteerde meerjarenperspectief. Onderstaand schetsen we indicatief - via de stelpost ‘nog niet begrote gevolgen’ – een weergave van het mogelijke financiële effect van bovenstaande ontwikkelingen op het meerjarenperspectief.
Onderdeel (Bedragen x € 1.000) 3.1.1 Beschikbare middelen 3.1.2 Bestuursrapportage I 2026 3.1.3 Correctie Structureel/Incidenteel Voorlopig structureel saldo Stelpost nog niet begrote gevolgen Bijgesteld structureel saldo
€ € € € € €
2027 -455 -1.331 845 -941 -2.000 -2.941
€ € € € € €
2028 -3.703 -1.158 421 -4.440 -3.000 -7.440
2029 € -3.404 € -1.163 € 421 € -4.145 € -3.000 € -7.145
€ € € € € €
2030 -3.180 -1.256 421 -4.015 -3.500 -7.515
3.2.1 Ontwikkelingen gemeentefonds Naast bovenstaande ontwikkelingen heeft de ontwikkeling van het gemeentefonds ook een grote invloed op ons meerjarenperspectief. De voorjaarsnota vanuit het Rijk laat voor de komende jaren geen grote verschillen zien voor de gemeenten. Momenteel wordt er landelijk nog gesproken over de herverdeling van het gemeentefonds, hetgeen mogelijk tot een bijstelling voor de eerste jaren zou kunnen leiden. In de meicirculaire 2026, welke als belangrijke bouwsteen voor de Begroting 2027 geldt, zal hier mogelijk meer duidelijkheid in komen. Op 19 mei 2026 heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hun begrotingsadvies naar alle gemeenten verzonden. In dit advies beschrijven ze onder andere de laatste ontwikkelingen rondom de afspraken met het kabinet ten aanzien van de uitkomsten van de Commissie-Van Ark. Via de meicirculaire 2025 hebben alle gemeenten een eerste deel van de compensatie voor de stijgende kosten van de jeugdzorg ontvangen. Op dit moment stopt deze compensatie echter nog na 2027. Vanuit hier is dan ook het gesprek opgestart om ‘deel 2’ van de compensatie op tafel te houden. In het Overhedenoverleg van 13 april jl. heeft het kabinet de gemaakte afspraken herbevestigd. Het ligt daarom voor de hand dat in de Voorjaarsnota 2027 (gedeeltelijk) compensatie zal volgen indien de kostenstijging zich voortzet.
Bij de Begroting 2027 zullen wij aangeven hoe wij als Gemeente Zeist met deze vooruitzichten om zullen gaan.
6 Kadernota 2027
3.2.2 Proces Begroting 2027 In bovenstaande paragrafen is de onzekerheid van ons meerjarenperspectief uiteengezet. De uitkomsten van de meicirculaire bepalen (voornamelijk) hoe de aanloop naar de Begroting 2027 er uit zal gaan zien. Wanneer de uitkomsten van de meicirculaire meevallen verkleint dit de bovengenoemde opgave. Daarnaast moeten in de komende maanden (financiële) maatregelen worden opgesteld voor besluitvorming bij de Begroting 2027. Ook de afgelopen jaren hebben we met soortgelijk processen te maken gehad. Voorbeelden hiervan zijn de heroverwegingen (Begroting 2021) en de IAC voorstellen (Kadernota 2022). Om de begroting sluitend te maken zijn we bij de Begroting 2024 en Begroting 2025 vervolgens met financieel technische maatregelen gekomen en zijn er daarnaast ook enkele beleidskeuzes vastgesteld om de laatste, noodzakelijke stap te zetten. Bij de Begroting 2026 heeft het zwaartepunt op de beleidskeuzes gezeten omdat de mogelijkheden voor financieel technische maatregelen door eerdere keuzes beperkter zijn geworden. Deze volgordelijkheid vindt zijn oorsprong in de nota stabiliteitscriteria 2021-2024 (RIB 20.170). Hierin zijn spelregels opgenomen hoe tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. Deze spelregels bestaan uit een aantal stappen die in onderstaande volgorde genomen moeten worden: 1) We nemen, waar mogelijk, financieel technische maatregelen.
2) Door verdere innovatie gaan we na of efficiency mogelijk is (hier staat veelal eerst een incidentele investering tegenover) 3) We gaan beleid heroverwegen. 4) We schrappen formatie als: a. er taken geschrapt worden, b. efficiency wordt doorgevoerd, c. werkzaamheden worden ondergebracht in samenwerkingsverbanden, d. taken worden uitbesteed. 5) De laatste stap om tot een sluitend meerjarenperspectief te komen is lastenverzwaring. De komende maanden zal het college, richting de Begroting 2027, in lijn met deze uitgangspunten en doormiddel van het “Programma Duurzaam Begrotingsevenwicht” toewerken naar een structureel sluitende meerjarenbegroting.
7 Kadernota 2027
3.3 Inventarisatie RIOZ In Zeist hebben wij de “Reserve Integrale Ontwikkeling Zeist” (RIOZ). Doel van deze reserve is dienen als spaarpot voor toekomstige voorzieningen en ambities. Het gaat daarbij om investeringen die aansluiten op reeds vastgestelde visies. Eind 2023 / begin 2024 is de inzet samen met de raad geëvalueerd (24RV002) met als belangrijkste conclusies: A. De reserve heeft zijn waarde binnen de organisatie, zowel het bestuur als de ambtelijke organisatie staan achter de reserve. Voor ieder goed idee kan er geld opzij worden gezet. B. Het proces van het inzetten van RIOZ-gelden is ‘verwaterd’. Het gebruik van de reserve is in de loop van de jaren afgenomen en sinds 2 jaar is deze steeds minder via het reguliere P&C proces ingezet. C. De storting aan de RIOZ gebeurt bij de jaarrekening, het proces voor wat betreft voeding uit andere zaken (Berap’s en RV’s) dient te worden aangescherpt. D. Uw raad besluit over de storting aan- en onttrekking van de reserve, echter wordt zij hier niet actief gestimuleerd om aan het stuur te komen van de reserve. E. De huidige tijd biedt de ruimte voor een actualisatie van de kaders: a) Zo is participatie een belangrijk onderdeel, door uw raad beter in stelling te brengen (volksvertegenwoordiger), wordt een eerste stap gezet richting het beter betrekken van de samenleving.
b) Het zou niet over de verdeling ‘groen’, ‘rood’ en ‘sociaal’ moeten gaan, maar veel meer over de maatschappelijke meerwaarde, uw raad is hierin vrij om met elkaar te bepalen wat aan deze kwalificatie voldoet. Zolang het maar mogelijk is om het geld incidenteel in te zetten. Dit heeft geleid tot onderstaand model:
8 Kadernota 2027
Onderdeel van de uitkomsten is het gesprek bij de Kadernota over het toekomstig verloop van deze reserve. Onderstaand is weergeven wat het (begrootte) verloop is voor de komende jaren: 2023 6.591.210 €
Realisatie 2024 11.224.085 €
Stand 1 januari Vermeerderingen
€
Jaarlijkse dotatie (indexatie)
€
169.052 €
-
€
Resultaat Jaarstukken (voorgaande jaar)
€
4.657.243 €
-
€
Afrekening Coronagelden (reserve Corona)
€
-
€
-
Vrijval Weerstandsvermogen (JR '25)
€
-
€
Totaal Vermeerderingen Verminderingen
€
4.826.295 €
Correctie afrekening coronagelden
€
Uitkomsten burgerberaad jaarwisseling
€
Dekking incidentele middelen UVP
2025 8.169.085 €
Begroting 2027 2028 9.011.772 € 7.614.772 €
2029 7.614.772
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
287.002 €
-
€
-
€
-
€
-
-
€
-
€
-
€
-
€
-
-
€
5.991.357 €
5.096.426 €
-
€
-
€
-
100.000 €
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
93.420 €
200.000 €
200.000 €
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
1.977.000 €
1.449.369 €
€
-
€
-
€
-
Onderzoek slavernijverleden
€
-
€
-
€
100.000 €
-
€
-
€
-
€
-
Project voor-L-kaar
€
-
€
285.000 €
293.000 €
-
€
-
€
-
€
-
The Passion
€
-
€
400.000 €
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Bijdrage Saestum
€
-
€
193.000 €
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Sociale aanpak centrum
€
-
€
-
€
150.000 €
150.000 €
-
€
-
€
-
80 jaar bevrijding
€
-
€
-
€
100.000 €
-
-
€
-
€
-
Tijdelijke formatie Samen Leven
€
-
€
-
€
208.503 €
247.000 €
247.000 €
-
€
-
Regiodeal (Vervolg Vollenhove Vooruit)
€
-
€
-
€
-
€
1.000.000
€
1.000.000 €
-
€
-
Dorpshuis Den Dolder
€
-
€
-
€
-
€
2.300.000
€
-
€
-
€
-
Parkeerproblematiek Beauforthuis (motie)
€
-
€
-
€
-
€
200.000 €
-
€
-
€
-
Vernieuwing Boswerf
€
-
€
-
€
-
€
790.000 €
-
€
-
€
-
Sportonderzoek
€
-
€
-
€
-
€
40.000 €
-
€
-
€
-
Openbare toiletten
€
-
€
-
€
-
€
465.225 €
-
€
-
€
-
Blikkenburg-West Freerunning
€
-
€
-
€
-
€
50.000 €
-
€
-
€
-
Blikkenburg-West Dynamische verlichting
€
-
€
-
€
-
€
30.000 €
-
€
-
€
-
Drinkwater sportparken Dijnselburg en Noordweg
€
-
€
-
€
-
€
20.000 €
-
€
-
€
-
Verduurzamingsonderzoek zwembad Dijnselburg
€
-
€
-
€
-
€
100.000 €
-
€
-
€
-
Doorontwikkeling gemeentehuis
€
-
€
-
€
-
€
857.000 €
-
€
-
€
-
Horeca Stewards
€
-
€
-
€
-
€
60.000 €
-
€
-
€
-
Verbeteren leefbaarheid delen Zeist West
€
-
€
-
€
-
€
150.000 €
150.000 €
-
€
-
Evenement Jaarwisseling (RV26.011)
€
-
€
-
€
-
€
265.000 €
-
-
€
Totaal Verminderingen Stand 31 december
€ €
2.500.872 € 11.659.570 €
7.744.225 € 9.011.772 €
193.420 € 11.224.085 €
3.055.000 € 8.169.085 €
-
2026 11.659.570 €
5.704.355
€
5.096.426
1.020.000
€
€
1.397.000 € 7.614.772 €
€ 7.614.772 €
-
7.614.772
Kijkend naar de toekomst is er in het RIOZ nog een bedrag van € 7,6 mln. in deze reserve onbestemd. Hiermee zijn deze middelen, binnen de kaders van deze reserve, beschikbaar als incidentele dekking van ambities. Bij de berekening van dit onbestemde gedeelte is er rekening gehouden met de dotatie van de vrijval van het weerstandsvermogen welke via de Jaarstukken 2025 geëffectueerd zal worden. Dit is in lijn met het effect van de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2025-2028 (RV25.013).
9 Kadernota 2027
3.4 Uitgangspunten Begroting 2027 Het financiële beeld van de toekomst is deels afhankelijk van diverse uitgangspunten. Met deze uitgangspunten gaan wij rekenen in de Begroting 2027 en daarom moeten deze door de gemeenteraad vastgesteld worden. In deze paragraaf staat beschreven welke uitgangspunten zijn gehanteerd en worden deze toegelicht: A. B. C. D. E. F. G. H.
Prijsindex Loonindex Overhead Rekenrente Tariefontwikkeling Rioolrecht Afvalstoffenheffing Markttarieven
A. Prijsindex De indexering van het Rijk wordt gebaseerd op basis van ontwikkelingen van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Het BBP is een maat voor de omvang van de economie en gelijk aan de totale toegevoegde waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten. Op basis van het “Centraal Economisch Plan (CEP) 2026” van het Centraal Planbureau (CPB) van maart 2026 komt de raming van het BBP voor 2027 uit op 2,5%. We verwachten dat de Algemene uitkering ook in 2027 met 2,5% wordt geïndexeerd. Voorgesteld wordt dan ook de prijsindex voor 2027 vast te stellen op 2,5%. Bovengenoemde prijsindex is niet van toepassing op bepaalde kostensoorten: 1. Kapitaallasten 2. Overeenkomsten met betrekking tot jeugdhulp en Wmo waar de OVA (overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling) van toepassing is. 3. Gemeenschappelijke regelingen 4. Lonen (zie b) B. Loonindex Met ingang van 2025 berekenen we de loonkosten met een indexering op basis van laatst bekende CAO ontwikkelingen, in combinatie met de prognose van de loonvoet voor de sector overheid zoals gepresenteerd in het “Centraal Economisch Plan (CEP) 2026” van het Centraal Planbureau (CPB) van maart 2026. De huidige CAO is geldig tot en met 31 maart 2027. Per 1 januari 2027 zullen de lonen, conform CAO, met 1,6% stijgen.
De prognose van de loonvoet voor de sector overheid zoals gepresenteerd in de CEP 2026 komt voor 2027 uit op 4,2%. Gemiddeld komt hiermee de voorgestelde loonindex uit op 3,55% voor 2027. C. Overhead In het kader van een robuust gemeentelijk financieel beleid worden de lasten van de overhead op een éénduidige, transparante wijze en met een vast percentage doorbelast in de berekening externe tarieven en de grondexploitaties. De sleutel voor het berekenen van het percentage is ‘directe salariskosten’ en het percentage wordt jaarlijks geactualiseerd bij het opstellen van de programmabegroting. De financiële uitwerking volgt bij het opstellen van de Begroting 2027. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de tarieven.
10 Kadernota 2027
D. Rekenrente In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat niet mag worden gewerkt met een vooraf gekozen rekenrente, maar dat de berekende omslagrente moet worden gehanteerd. Deze omslagrente wordt berekend door de werkelijk betaalde (minus ontvangen) rente op onze leningen toe te rekenen aan de taakvelden, door het rentebedrag te delen door de boekwaarde van de vaste activa en de voorraden uit de vlottende activa. Alleen als voor investeringen specifieke leningen zijn aangetrokken (partiële financiering), mag de rente van deze financiering ook worden gebruikt voor de berekening van de rentelasten van deze investering. In gemeente Zeist werken we niet met partiële financiering. Bij het opstellen van de Begroting 2026 was al bekend dat we te maken krijgen met een financieringstekort. De financieringsbehoefte blijft de komende periode groot. Het investeringsvolume stijgt flink, met name voor onderwijshuisvesting. Op basis van de geprognotiseerde balans 2026 is de omslagrente 2027 berekend. Hierbij is rekening gehouden met enerzijds aan te trekken financiering en anderzijds stijgt de omvang van de materiele vaste activa flink. Dit geeft een omslagrente van 1,0%. We werken hierbij met een bandbreedte van 0,5%. Dit zal in de primitieve Begroting 2027 worden verwerkt waarbij ook de hiervoor opgenomen stelpost ter dekking zal worden ingezet. E.
Tariefontwikkeling Op basis van de hierboven voorgestelde prijsindex van 2,5% zullen ook de gemeentelijke tarieven in beginsel met 2,5% worden aangepast. Dit geldt voor de volgende tarieven: - Toeristenbelasting - Precariobelasting - Leges (indien niet wettelijk bepaald en indien niet 100% kostendekkend) - Privaatrechtelijke tarieven - OZB De hoogte van de reclamebelasting voor 2027 wordt bepaald in samenspraak met de Stichting Centrummanagement. Vooralsnog wordt hier geen bijzondere tariefontwikkeling verwacht. Een aantal gemeentelijke tarieven wordt berekend vanuit het (wettelijk verplichte) uitgangspunt 100% kostendekkendheid. Bij het opstellen van de Begroting 2027 zullen deze tarieven opnieuw worden berekend op basis van de actuele kostenontwikkeling. Deze kosten kunnen zich anders ontwikkelen dan de geprognosticeerde 2,5 %. Bijvoorbeeld kapitaallasten en loonkosten worden in de gemeentelijke begroting zo exact mogelijk berekend. Voor de tarieven van de afvalstoffenheffing is de kostenontwikkeling bij de RMN bepalend (100% kostendekkendheid). Daarnaast spelen de hierboven vermelde wijzingen omtrent de rekenrente hierin ook een rol. Op het moment van opstellen van deze Kadernota zijn niet alle gegevens bekend om hier een goede doorrekening van te kunnen maken.
De volgende tarieven worden herrekend bij de Begroting 2027 en kunnen dus afwijken van de index van 2,5 %: - Rioolrecht - Afvalstoffenheffing - Markttarieven - Legestarieven met 100% kostendekkendheid - Begraaf- en crematierechten - Parkeerbelasting F. Rioolrecht De hoogte van de rioolheffing wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het geldende rioleringsplan. Het huidige GRP waar dit in geborgd ligt, loopt echter af eind 2026. In 2028 komt er een opvolger van het GRP. In de tijd die daartussen ligt hebben wij wel te maken met een investeringsopgave wat betreft het rioolonderhoud. Daar komt bij dat de lasten van beheer en onderhoud van het rioolstelsel mee stijgen als gevolg van inflatie en toegenomen loonkosten. Derhalve stellen we voor om de heffing ook in 2027 te indexeren, uitgaande van de correctie in de Kadernota (2,5%).
11 Kadernota 2027
G. Afvalstoffenheffing De kosten van inzameling en verwerking van huishoudelijk afval worden in Zeist in rekening gebracht via een afvalstoffenheffing, waarbij het tarief afhangt van de omvang van het huishouden. De opbrengst van de afvalstoffenheffing behoort niet tot de algemene middelen, maar moet worden gebruikt om de kosten te dekken van de afvalinzameling en -verwerking. Het uitgangspunt hierbij is dat de tarieven voor 100% kostendekkend zijn. De kosten van afvalinzameling blijven stijgen. De RMN berekent deze kosten door aan gemeenten. Op dit moment is de conceptbegroting 2027 van RMN nog in behandeling en heeft nog geen verkenning plaatsgevonden voor het tarief afvalstoffenheffing 2027. In de begroting 2027 zal inzichtelijk worden wat de exacte tarief-ontwikkeling zal worden.
12 Kadernota 2027
3.5 Cashflow Zoals gebruikelijk informeren wij u bij de Kadernota / Bestuursrapportage ook over de cashflow. Daarbij wordt ingegaan op het verwachte financieringssaldo in de komende periode. Financieringssaldo Het financieringssaldo daalt naar een oplopend negatief saldo de komende jaren. In de vorige Kadernota en begroting hebben we hier al over gerapporteerd. De onderstaande tabel geeft de geactualiseerde prognose weer op basis van de cijfers uit het 1e kwartaal 2026. Afgelopen jaar zijn diverse leningen aangetrokken waardoor het financieringssaldo minder negatief is op de stand van eind 2026. Het verloop van het financieringssaldo is niet veel gewijzigd ten opzichte van de versie uit de Kadernota 2026. De investeringen op het gebied van onderwijshuisvesting zijn in beeld en veroorzaken grotendeels dit negatieve saldo. Vooralsnog zijn er geen grote vertragingen ontstaan in de planning. We inventariseren dit elk kwartaal en passen dan de liquiditeitsplanning aan. Van het financieringstekort mag tot een bedrag van ca. € 20 mln. gefinancierd worden met kort geld (kasgeldleningen). Dit is normaliter financieel (qua rentelast) ook het meest aantrekkelijk. Komt het saldo boven de kasgeldlimiet (zie hierna) en gaat de liquiditeitsbehoefte inderdaad langer duren, dan moet worden overgegaan tot het aantrekken van een langlopende lening.
Zoals het er nu uitziet is er in 2027 weer nieuwe langlopende financiering nodig. Financieringspositie x € 1.000 Kadernota
2026 -2.265
2027 -59.896
2028 -123.661
2029 -152.753
2030 -145.861
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) als norm gesteld voor het maximumbedrag waarmee de gemeente haar activiteiten met kortlopend geld (< 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet voor onze gemeente bedraagt op basis van het begrotingstotaal van de Begroting 2026, € 20,5 miljoen. Renterisiconorm De renterisiconorm geeft het kader aan voor de spreiding van looptijden in de (langlopende) leningenportefeuille. De norm houdt in dat het bedrag dat nodig is voor de verplichte aflossingen en de renteherzieningen in een jaar niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal (inclusief reservemutaties). De renterisiconorm is op basis van de Begroting 2026 ongeveer € 48,2 miljoen. Renteherzieningen komen overigens in onze leningenportefeuille niet voor. Vanuit de leningenportefeuille bedraagt de aflossing in 2026 € 3,2 miljoen. De ruimte onder de renterisiconorm komt daarmee uit op € 45 miljoen. Ontwikkelingen Met het oplopen van het negatief financieringssaldo en het aantrekken van nieuwe geldleningen wijzigt onze financiële positie. De solvabiliteit neemt af. Dit is ook te zien in onze kengetallen. Hiernaast daalt onze structurele exploitatieruimte waardoor er ook minder ruimte is om leningen af te lossen.
Komende periode werken we aan een investeringsoverzicht welke inzichtelijk maakt wat de gevolgen zijn voor het financieringssaldo. Een investeringsplafond lijkt nodig om onze financiële positie niet verder te laten verslechteren. We zullen dit verder uitwerken in de Begroting 2027 en, via de auditcommissie, met voorstellen komen.
13 Kadernota 2027