RV26.029 Bijlage 2. Factsheet Jeugd en WMO 2026
Tekst van het document
Factsheet Jeugd en WMO Maart 2026
In deze presentatie Overkoepelende doelen en visie Management samenvatting Resultaatgebied 1 Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving
Resultaatgebied 2 In Zeist hebben we een hoge kwaliteit van leven
2
Factsheet Jeugd en WMO 2026
Resultaatgebied 3 Tijdige en kwalitatief goede zorg dichtbij huis - WMO - WMO: cliëntervaringsonderzoek - Jeugd - Jeugd: cliëntervaringsonderzoek
Resultaatgebied 4 Balans in inzet en budgetten
Factsheet Jeugd en WMO maart 2026
De beweging naar de voorkant
Overkoepelende doelen en visie Waar doen we het voor?
Aanvullende zorg
Basiszorg
Sociale basis
Denkkader sturing sociaal domein 3
Factsheet Jeugd en WMO
Resultaatgebieden 1. Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen. 2. In Zeist hebben we een hoge kwaliteit van leven: veerkrachtige inwoners en een sterke sociale basis waar inwoners laagdrempelig een beroep op kunnen doen. 3. Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan dichtbij huis beschikbaar. 4. Balans tussen inzet sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg binnen de budgettaire kaders.
Factsheet Jeugd en WMO - Management samenvatting Overkoepelende opgave – beweging naar de voorkant We versterken preventie, investeren in de sociale basis en voorkomen zwaardere problematiek. Deze beweging sluit aan op diverse recent vastgestelde beleidskaders, zoals: • het Beleidskader Sociale Basis (2023), • de Gemeentelijke Visie Sociaal Domein Zeist (2025), • de Regionale inkoopkoers Jeugd en Wmo: Versterken van het gewone leven (2025) en • het Beleidskader Jeugd Zeist 2026–2030 (2026).
1. Inwoners doen volwaardig mee Daling overbelasting mantelzorgers (21% in 2024). Gerichte inzet op respijtzorg, vroegsignalering en ondersteuning in wijken.
3. Tijdige en goede zorg dichtbij Wmo: groei cliënten, verschuiving naar lichtere begeleiding. Jeugd: meer eigen ondersteuning via CJG, minder lichte trajecten, daling ambulante GGZ.
2. Sterke sociale basis
4. Balans inzet en budgetten
Sterke groei Welzijn op Recept (210→300+). Alternatief voor zwaardere zorg; samenwerking Sociaal Team, CJG en eerstelijns zorg.
80% gebruikt lichte ondersteuning; grootste deel budget naar zware zorg. Doelen: –20% instroom in tweedelijnszorg in 2027, –50% in 2030.
4
Factsheet Jeugd en WMO
Resultaatgebied 1:
Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen.
5
Resultaatgebied 1: Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen.
Resultaatgebied 1 Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen Ontwikkeling mantelzorgers over tijd
% mantelzorgers voelt zicht overbelast
16%
35
14%
30
12%
25
10% 8%
Mantelzorger
6%
20
Zeist
15
Regio Utrecht
4%
10
2%
5 0
0% 2020
2022
2024
2020
Gegevens mantelzorg komen uit OpenInfo.nl, wordt aangeleverd door het RIVM en gaan over de jaren 2020, 2022, en 2024.
6
Resultaatgebied 1: Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen.
2022
2024
Resultaatgebied 1
Mantelzorg Ontwikkeling In 2024 voelt 21% van de mantelzorgers in Zeist zich overbelast (2022: 29%). Dit is een duidelijke daling, terwijl de regio juist een stijging laat zien. Wat hebben we gedaan? Verdere uitbreiding respijtzorg, o.a. doorontwikkeling van het logeerhuis. Samenwerking met Stichting Zorgoppas structureel ingebed. Steunpunt mantelzorg heeft respijtaanbod verder geordend en zichtbaar gemaakt.
7
Extra aandacht in communicatie en bij professionals voor vroegtijdig signaleren van overbelasting.
Wat gaan we nog extra doen? Doorontwikkeling respijtzorgketen met meer flexibele vormen. Versterken van informele ondersteuning rondom mantelzorgers via sociale basis. Gerichte acties op buurten waar overbelasting hoger is (o.b.v. 2024-data).
Resultaatgebied 1: Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen.
21% van de mantelzorgers in Zeist voelt zich overbelast
8
Resultaatgebied 1: Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen.
Resultaatgebied 1
Mantelzorg
Op wijk en buurtniveau zien we relatief kleine verschillen in het aantal mantelzorgers, waarbij Huis ter Heide Zuid met 17,4% het grootste aantal mantelzorgers kent en Mooi Zeist met 10,3% het laagste scoort. Meer percentages per buurt staan hier. De buurten waarin de meeste ouderen wonen kennen vaak een iets hoger percentage dat mantelzorg geeft.
Gegevens mantelzorg en de kaart komen uit buurtatlas.vzinfo.nl, wordt aangeleverd door het RIVM.
9
Resultaatgebied 1: Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen.
Resultaatgebied 2:
In Zeist hebben we een hoge kwaliteit van leven: veerkrachtige inwoners en een sterke sociale basis waar inwoners laagdrempelig een beroep op kunnen doen. 10 Resultaatgebied 2: In Zeist hebben we een hoge kwaliteit van leven: veerkrachtige inwoners en een sterke sociale basis waar inwoners laagdrempelig een beroep op kunnen doen.
Resultaatgebied 2 In Zeist hebben we een hoge kwaliteit van leven: veerkrachtige inwoners en een sterke sociale basis waar inwoners laagdrempelig een beroep op kunnen doen Welzijn op recept: cliënt verdeling per wijk
Welzijn op Recept: Verhouding casussen doorverwezen door
Oost 2023
BeD, Den Dolder, HtH
Huisarts 2023
Centrum
2024
West
MeanderOmnium 2024
Overig Regionale Sociale Dienst
2025
Sociaal Team/Centrum voor Jeugd en Gezin
2025
Noord 0
50
100
150
0
50
100
150
200
250
300
350
De gegevens over Welzijn op Recept komen uit periodieke rapportages van Meander Omnium.
11 Resultaatgebied 2: In Zeist hebben we een hoge kwaliteit van leven: veerkrachtige inwoners en een sterke sociale basis waar inwoners laagdrempelig een beroep op kunnen doen.
Resultaatgebied 2
Welzijn op recept (WOR) Ontwikkeling & cijfers Sterke en voortdurende groei: van 210 (2023) naar meer dan 300 recepten in 2025. Hoogste instroom in Noord, West en Centrum, passend bij hogere eenzaamheid en lagere ervaren gezondheid in deze buurten. Toename verwijzingen vanuit Sociaal Team en CJG, naast eerstelijnszorg (huisartsen, GGZ, RSD). WOR wordt steeds vaker ingezet als alternatief voor zwaardere zorg.
Wat hebben we gedaan? Verdere opschaling en profilering van WOR binnen alle eerstelijnspartners. Intensieve samenwerking met Sociaal Team, CJG en huisartsen → betere matching tussen vraag en aanbod. Versterking van wijkgericht werken, waardoor Centrum in 2025 de sterkste groei laat zien. Doorontwikkeling van groepsactiviteiten en lichte interventies.
Waarom WOR toeneemt Beter samenspel tussen eerstelijnszorg en sociale basis. Professionals herkennen steeds eerder dat welzijnsinterventies passender kunnen zijn. Bewustere inzet van groepsaanbod en lichte ondersteuning, aansluitend bij normaliseren.
Wat gaat we nog extra doen? Uitbreiding van de wijkgerichte preventieve aanpak (met name in Noord, West en Centrum). Versterking van het netwerk rondom welzijnscoaches voor snellere inzet bij beginnende problematiek. Verbetering van monitoring om effect van WOR en duurzame inzet te volgen.
12 Resultaatgebied 2: In Zeist hebben we een hoge kwaliteit van leven: veerkrachtige inwoners en een sterke sociale basis waar inwoners laagdrempelig een beroep op kunnen doen.
Resultaatgebied 3: WMO Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar.
13 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Resultaatgebied 3: WMO Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar WMO: Aantal unieke cliënten met een actieve beschikking 5000
WMO: Aantal cliënten per wijk 1400
4800
1200
4600
Den Dolder en omgeving
1000
4400 4200
Zeist Centrum
800
Zeist Noord
4000 3800
600
Zeist Oost
3600
400
Zeist West
200
Overig
3400 3200 3000
0 2022
2023
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over geïndiceerde zorg.
14 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
2024
2025
Resultaatgebied 3: WMO
WMO: Unieke cliënten met een actieve beschikking
WMO: Aantal cliënten per wijk
Deze grafiek toont het aantal cliënten met een beschikking voor de regiotaxi-pas, huishoudelijke ondersteuning, individuele begeleiding of dagbesteding. De groei van het aantal cliënten zet door. De groei wordt met name veroorzaakt door het aantal inwoners dat gebruik maakt van huishoudelijke ondersteuning en van individuele begeleiding. Zie hiervoor de grafiek aantallen cliënten per hulpvorm.
In de verdeling van het aantal cliënten per wijk is te zien dat de groei van het aantal cliënten vooral plaatsvindt in de wijken Centrum en West. In deze wijken komt de groei vooral door de inzet van huishoudelijke ondersteuning. De stijging was in die wijken ook groot vergeleken met andere wijken. Het aantal cliënten blijft het hoogst in de wijken Centrum, Noord en West. Naast vergrijzing komt in deze wijken relatief vaak complexe problematiek voor, waardoor hulp en ondersteuning nodig is bij het zelfstandig wonen en leven.
15 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Resultaatgebied 3: WMO WMO: Verdeling naar leeftijdscategorie 3500 3145 3139
3000
2500 2024 2000
2025
De meeste cliënten die een WMO-voorziening gebruiken zijn 65 jaar of ouder. Vaak gaat het dan om huishoudelijke ondersteuning, dagbesteding, een vervoersvoorziening zoals een pas voor de regiotaxi of een scootmobiel, of een woningaanpassing zoals een traplift. Deze voorzieningen maken het mogelijk om langer zelfstandig te blijven wonen. In de leeftijdscategorie van 18 t/m 64 jaar wordt vooral ambulante begeleiding ingezet. Bijvoorbeeld bij mensen met een licht verstandelijke beperking, of mensen met psychische problemen die ondersteuning nodig hebben bij het zelfstandig wonen.
1500
960 993
1000 701 731 500
245 259 56
64
0 0-14
15-24
25-44
45-64
65 en ouder
In de categorie tot 18 jaar gaat het om voorzieningen zoals rolstoelen, driewielfietsen of woningaanpassingen voor kinderen met een beperking. De verdeling over de leeftijdscategorieën past bij de samenstelling van de bevolking van Zeist. De groei van het aantal cliënten is het grootst in de leeftijdscategorieën 25-44 jaar en 45-64 jaar. Deze groei komt bijna volledig door de inzet van begeleiding.
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over geïndiceerde zorg.
16 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Resultaatgebied 3: WMO WMO: Aantallen clíënten per hulpvorm
WMO: Aantal cliënten per productcategorie De meeste cliënten hebben een pas voor de regiotaxi of huishoudelijke ondersteuning. Dit hangt sterk samen met het aantal ouderen in Zeist en de wens om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Het zijn laagdrempelige voorzieningen die dat mogelijk maken en die vaak voor een langere periode worden ingezet.
WMO: Aantallen clienten per hulpvorm 2500
2000 Begeleiding
Het aantal inwoners dat gebruik maakt van huishoudelijke 1500 ondersteuning blijft gestaag groeien, passend bij de demografische ontwikkelingen. Ook het gebruik van individuele begeleiding is na een periode van stabilisatie in 2024 weer licht gestegen. De stijging komt 1000 vooral door de gestegen inzet van basis begeleiding – het aantal cliënten nam gemiddeld per jaar toe met 110. 500
Dagbesteding Hulp bij het huishouden Rolstoelen Vervoersdiensten Vervoersvoorzieningen Woonvoorzieningen
0
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over geïndiceerde zorg.
17 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Resultaatgebied 3: WMO WMO: Regiotaxi
WMO: Aantal cliënten in wonen, rollen en vervoer
In 2025 zien we een licht dalende lijn in het aantal gebruikers van het Wmo-vervoer. In 2025 zijn er 285 afgegeven. Het totaal aantal gereden kilometers stagneert en neemt wat af ten opzichte van 2024. De kwaliteit van het geboden vervoer is nog niet op het gewenste niveau. Connexxion heeft een blijvend tekort aan chauffeurs en de stiptheid is niet voldoende. Daarmee hebben bewoners minder vertrouwen in de regiotaxi. Ze maken meer gebruik van vrijwilligersvervoer zoals de Belbus en Automaatje. Gebruikers van Wmo-vervoer stappen over naar Automaatje, die 7410 ritten heeft gereden in 2025 uitgevoerd door 40 vrijwilligers. Daarmee zien we een lichte daling in het aantal gereden kilometers Wmo-vervoer ten opzichte van 2024. Er is in 2025 onderzoek gedaan naar de gebruikers van het Wmo-vervoer. De resultaten laten zien dat er een kleine groep van ongeveer 80 veelgebruikers is die jaarlijks het maximaal aantal te vergoeden kilometers per pashouder inzetten. Inmiddels is de verordening aangepast, waarmee het aantal in te zetten kilometers met Wmokorting teruggebracht is van 2400 naar 1500. We bieden een overbruggingsperiode aan, waarmee we maatwerk kunnen aanbieden.
Bij de aantallen in de categorieën rollen, vervoer en wonen gaat het om nieuwe beschikkingen in dat jaar. Het gaat om rolstoelen (rollen), scootmobielen, driewielfietsen en andere vervoersvoorzieningen (vervoer) en diverse soorten woningaanpassingen, waaronder trapliften, drempelhulpen en elektrische deuropeners, maar ook grotere woningaanpassingen (wonen). De nieuwe toekenningen binnen deze categorieën laten over een heel jaar een redelijk stabiel beeld zien. Het aantal vervoersvoorzieningen groeit langzaam door. Door de invoering van het besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), en de aangescherpte regels voor brandveiligheid, is er met een aanvraag van een vervoersvoorziening, vaker een woningaanpassing in de vorm van een scootmobielstalling, een drempelhulp of een deuraanpassing nodig. Door de inzet van deze voorzieningen blijven mensen mobiel en daardoor zelfstandig. In de categorie 'wonen' zien we ook het effect van vergrijzing en langer thuis wonen; het aantal (grote) woningaanpassingen neemt toe.
18 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Resultaatgebied 3: WMO WMO: Verhouding cliënten in begeleiding Na een periode van stabilisatie van het aantal cliënten in 2024, is het aantal cliënten in 2025 weer gestegen. Tegelijkertijd zien we binnen de begeleiding een verdere verschuiving van specialistische begeleiding naar basis begeleiding. Dit is een minder intensieve vorm van begeleiding. Deze ontwikkeling hangt samen met de werkwijze van het Sociaal Team, waarin steeds meer de nadruk wordt gelegd op de inzet van de sociale basis en het afschalen van zorg.
Begeleiding individueel basis
Begeleiding individueel specialistisch
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40%
Welzijn op recept wordt bijvoorbeeld steeds vaker als passende oplossing gezien, omdat dit past bij het zo zelfstandig mogelijk meedoen in de maatschappij.
30% 20% 10% 0% 2022
19 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
2023
2024
2025
Sociaal Team
Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar
20 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Resultaatgebied 3: WMO Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar Cliënten met ondersteuning
WMO: aantal ondersteuningsprocessen In 2025 is er actief ingezet om meer eigen ondersteuning te bieden vanuit de consulenten Sociaal Team. Dit wordt sinds 2024 goed geregistreerd. We zien dat in 2025 het bieden van eigen ondersteuning door het Sociaal Team verder toeneemt. Dit past binnen de beweging die in het Sociaal Domein is ingezet, waarin er meer gebruik wordt gemaakt van het aanbod uit de sociale basis en waarbij het Sociaal Team en Centrum voor Jeugd en Gezin meer eigen ondersteuning bieden. Ook de inzet van de e-health module EVIE is in 2025 gestart en wordt altijd onder begeleiding van een consulent afgegeven.
500 400
395
404
2024
2025
300 200 100 0
WMO: aantal zorg- en overlastmeldingen Er is gedurende het jaar 2025 een stijging van het aantal zorg –en overlastmeldingen die opgepakt zijn vanuit het Sociaal Team. Dit kan verklaard worden door betere registratie vanuit de politie en woningbouwcoöperaties. Ook wordt er goed samengewerkt tussen de verschillende instanties waardoor de meldingsbereidheid toeneemt. Een andere reden is dat de wachttijden binnen de GGZ lang zijn en er daarnaast bezuinigingen in de GGZ plaatsvinden. Inwoners zijn hierdoor langer in afwachting van passende hulp binnen de GGZ, waardoor de kans op escalaties en overlast toeneemt. Naast een toename van het aantal meldingen, zien we een toename van de complexiteit van de meldingen.
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over de werkzaamheden van het Sociaal Team. 21 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Resultaatgebied 3: WMO WMO: Doorlooptijden Tijd op wachtlijst Als een inwoner zich meldt met een hulpvraag bij het Sociaal Team, geldt er een wachttijd voordat een consulent gekoppeld is aan de hulpvraag van de inwoner. Per wijk is de wachtlijst verschillend in aantallen cliënten. Het merendeel van de aanmeldingen wordt binnen 4 weken opgepakt.
Tijd tot plan van aanpak verstuurd wordt Zodra er een koppeling is tussen consulent en inwoner, wordt de vraagverheldering gestart waarin er een brede uitvraag wordt gedaan naar de situatie. Op basis daarvan wordt er een plan van aanpak opgesteld. De doorlooptijd om te komen tot een plan van aanpak is afhankelijk van verschillende factoren, bijvoorbeeld de beschikbaarheid van de inwoner of het ontvangen van relevante informatie.
Tijd tot start geïndiceerde zorg Op het moment dat hulp vanuit de 2e lijn de best passende oplossing is, wordt er een beschikking opgesteld en naar een zorgaanbieder gestuurd. Afhankelijk van het soort hulp, geldt een (beperkte) wachttijd voordat er een zorgaanbieder gestart is met de desbetreffende hulp. Door de krapte op de arbeidsmarkt bestaat er met name bij de inzet van huishoudelijke ondersteuning een langere wachttijd. In de tussentijd blijft de consulent betrokken voor vragen en waar mogelijk start ondersteuning vanuit de sociale basis. Als de consulent zelf ondersteuning biedt, kan deze direct starten, dus dan is er geen sprake van een wachttijd. Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over de werkzaamheden van het Sociaal Team.
Tijd op wachtlijst voor nieuwe cliënten 0-4 weken 4-12 weken 12-20 weken 20+ weken 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Tijd tot plan van aanpak verstuurd wordt 0-6 weken 6-12 weken 12+ weken 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Tijd tot start geïndiceerde zorg
0-8 weken 8-16 weken 16+ weken 0%
22 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
20%
40%
60%
80%
100%
WMO cliëntervaringsonderzoek 23 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Resultaatgebied 3: WMO
WMO: Ervaring met Sociaal Team Ruim drie kwart van de respondenten die reguliere ondersteuning vanuit de Wmo ontvangt, heeft in 2025 contact gehad met het Sociaal Team. In 2024 was dit 55%. Van de mensen die individuele begeleiding kregen vanuit de Wmo had 72% contact met het Sociaal Team. Het gesprek dat zij hadden met een medewerker van het Sociaal Team wordt (zeer) positief beoordeeld. Er wordt naar het verhaal van de cliënt geluisterd (94%) en mensen durven hun mening te geven tijdens het gesprek (94%).
Ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag 2024
6% 2% 9%
54%
29%
2025
8%
49%
31%
5% 7%
Ik werd snel geholpen door het Sociaal Team 2024 3%4% 8%
52%
33%
2025 2%5% 5%
56%
32%
Door het gesprek ben ik een stap dichter bij een antwoord op mijn hulpvraag 1% 2024 2% 7% 2025 4% 9% 2% Helemaal niet mee eens Mee eens
Deze gegevens zijn de uitkomsten van cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd in opdracht van Zeist en gaan over de zorg in 2024 en 2025. 24 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
51% 56% Niet mee eens Helemaal mee eens
32% 35% Niet eens/niet oneens Weet ik niet
Resultaatgebied 3: WMO 8.1 Dagbesteding in een groep 2024: 8,3
WMO: ervaring met Ondersteuning
8.3 Hulpmiddelen 2024: 8,2
7.7 Hulp bij het huishouden 2024: 7,8
Van de respondenten die hulp (ondersteuning) ontvangen vanuit de Wmo, ontvangt bijna drie kwart hulp bij het huishouden (73%). Van hen is 76% het er (helemaal) mee eens dat ze de ondersteuning snel kregen. Ondanks de personeelstekorten waarmee zorgaanbieders te maken hebben, lukt het om de ondersteuning redelijk snel in te zetten. Alle vormen van ondersteuning sluiten goed aan bij wat cliënten nodig hebben en helpt ze verder. De verschillende vormen van ondersteuning scoren een ruime voldoende. De resultaten zijn vergelijkbaar met die van vorig jaar.
Deze gegevens zijn de uitkomsten van cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd in opdracht van Zeist en gaan over de zorg in 2023, 2024 en 2025. 25 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Resultaatgebied 3: WMO WMO: cliëntervaringsonderzoek begeleiding Om meer zicht te krijgen op het effect van de individuele begeleiding, is een aparte vragenlijst gestuurd naar cliënten die individuele begeleiding kregen in 2025. Over het algemeen zijn respondenten erg tevreden over de begeleiders. De begeleiding zelf wordt ook goed gewaardeerd en heeft een positieve invloed op de cliënten. Ondanks dat ook in 2025 meer is ingezet op afschaling van gespecialiseerde begeleiding naar reguliere begeleiding (minder intensieve vorm van begeleiding), sluit de begeleiding goed aan op wat mensen nodig hebben en helpt het ze verder. “We hadden een paar specifieke doelen geplaatst voor mijn verbetering, en we hebben daar langzaam hand aan gewerkt. Daarnaast hielp mijn persoonlijke begeleider met wat problemen oplossen”. 2024 De begeleiding sluit goed aan bij wat ik nodig heb
7%
4%
11%
2025 De begeleiding sluit goed aan bij wat ik nodig heb 2% 2% 6% 2024 Door de begeleiding kan ik me beter zelf redden 0%
37%
41%
40%
50%
13%
2025 Door de begeleiding kan ik me beter zelf redden 2%3%
57%
19%
45%
2024 Door de begeleiding kan ik beter omgaan met de situatie 1%
12%
53%
2025 Door de begeleiding kan ik beter omgaan met de situatie 2% 5%
13%
46%
2024 Door de begeleiding vraag ik vaker hulp aan mensen om me heen 3%
20%
2025 Door de begeleiding vraag ik vaker hulp aan mensen om me heen
17%
4%
31% 29% 34%
32% 20%
Helemaal niet mee eens Mee eens
26 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
24%
34% 41%
Niet mee eens Helemaal mee eens
11% 18% Niet eens/niet oneens Weet ik niet
Resultaatgebied 3: Jeugd Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar
27 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
Resultaatgebied 3: Jeugd Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar Jeugd: Aantal unieke cliënten met een actieve beschikking 1850 1800
Jeugd: Aantal cliënten per wijk 700 600
Den Dolder en omgeving
500
Zeist Centrum
1650
400
Zeist Noord
1600
300
1750 1700
1550
Zeist Oost
200
Zeist West
1500 1450 1400
100 Overig 0 2022
2023
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over geïndiceerde zorg.
28 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
2024
2025
Resultaatgebied 3: Jeugd
Jeugd: Aantal unieke cliënten met een actieve beschikking
Jeugd: Aantal Cliënten per Wijk
Het aantal jeugdigen met jeugdhulp is ten opzichte van voorgaand jaar gedaald. Deze daling is het sterkst te zien bij lichte trajecten waar vooral huisartsen verwijzer zijn.
Het lage aantal in de categorie ‘overig’ komt door de wijze van registreren. Soms is het adres onbekend, of woont de jeugdige buiten Zeist, bijvoorbeeld op een geheime locatie terwijl Zeist wel verantwoordelijk is. De aantallen cliënten per wijk blijven verder redelijk stabiel. De verschillen tussen de wijken sluiten aan bij zowel het aantal inwoners als de specifieke samenstelling van de wijk
In maart ’25 is het project Doorontwikkeling CJG/ST gestart. Het doel is dat ouders en jeugdigen sneller en beter passende ondersteuning krijgen, waardoor minder vaak jeugdhulp nodig is. Consulenten bieden hierbij actiever zélf kortdurende ondersteuning, individueel, systemisch of in groepsvorm. Ook maken we maximaal gebruik van het voorliggende aanbod waar inwoners zonder verwijzing terechtkunnen. Zo voorkomen we onnodige specialistische inzet en sluiten we beter aan bij de visie van normaliseren en vroegtijdig ondersteunen. Het realiseren van deze verandering kost tijd. Daarom wordt er blijvend gewerkt aan het versterken van de eerstelijns ondersteuning die consulenten bieden, onder andere door het verder ontwikkelen en uitbreiden van groepsaanbod.
29 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
Resultaatgebied 3: Jeugd Gecertificeerde instelling
Jeugd: Aantallen cliënten per verwijzer Het aandeel verwijzingen door huisartsen is licht afgenomen, terwijl het aandeel verwijzingen vanuit het CJG juist iets is toegenomen. Dit past bij de gemaakte afspraken met huisartsen om, waar mogelijk, rechtstreeks naar het CJG door te verwijzen. Binnen Jeugd4Zeist is afgesproken dat huisartsenpraktijken, het CJG, de JGZ en welzijnsorganisaties de sociale basis beter benutten. Het voorliggende veld wordt steeds verder versterkt, maar het kost tijd om deze beweging volledig te realiseren.
2022
CJG Huisarts
2023
Jeugdarts 2024
Medisch specialist Rechter, Officier van Justitie, functionaris Justitiële jeugdinrichting
2025
0
500
1000
1500
In de nieuwe inkoopafspraken met aanbieders ligt de nadruk sterker op groepsaanbod, zodat meer ouders en kinderen collectief worden ondersteund en kunnen profiteren van herkenning, uitwisseling en normalisering.
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over geïndiceerde zorg.
30 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
2000
2500
3000
Resultaatgebied 3: Jeugd Jeugd: Aantal cliënten binnen “Ambulant”
Jeugd: Aantal cliënten per productcategorie 1800
900
1600
800
1400
Ambulant
1200 1000 800
Landelijk ingekocht Veiligheid (SAVE)
600 400 200 0
Verblijf
700
Begeleiding
600
Behandeling
500 400
Crisis Ambulant Dyslexie
300 200 100
GGZ Ambulant Groep
0
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed, voor verblijfszorg aangevuld met periodieke rapportages Verblijfsvierkant en YEPH. Alle gegevens betreffen geïndiceerde zorg. De categorie “Kindergeneeskunde” is niet meegenomen in deze cijfers: door lange administratieve verwerkingstijd bij ziekenhuizen is er geen bijgewerkt inzicht in cliëntaantallen. Om een vertekend beeld te voorkomen, is deze categorie daarom weggelaten. 31 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
Resultaatgebied 3: Jeugd Jeugd: Aantal cliënten per productcategorie Er is een lichte daling zichtbaar in het aantal cliënten dat ambulante jeugdhulp ontvangt. Deze afname komt vooral door een daling binnen de categorie ggz-ambulant. Andere vormen van ambulante hulp blijven ongeveer stabiel. De afname op ggz-ambulant kan verklaard worden doordat huisartsen iets minder verwijzen en in plaats daarvan ouders naar het CJG doorsturen. Bovendien wordt het voorliggende veld beter benut of worden ouders geholpen met een advies aan de telefoon, zonder dat een aanmelding nodig is. Hierdoor zijn minder verwijzingen naar ambulante jeugdhulp nodig. Tegelijkertijd blijft de toestroom bij het CJG hoog, waardoor het een grote uitdaging is om het totale aantal verwijzingen omlaag te brengen.
Jeugd: aantal cliënten binnen ambulant De ambulante- en GGZ jeugdhulp is verreweg de meest gebruikte vorm van jeugdhulp. Genoemde stijgingen kunnen verklaard worden vanuit de intentie om kinderen meer te helpen in de thuissituatie en niet in verblijf. Maar ook maatschappelijke ontwikkelingen spelen een grote rol in de hulpvragen. Denk aan: prestatiedruk binnen het onderwijs, emotie- en angstproblemen, scheidingproblematiek, kleinere netwerken rond een gezin en de invloed van social media. Er wordt in 2026 verder gewerkt aan een (preventief- en) collectief aanbod vanuit de sociale basis en CJG dat laagdrempelig, normaliserend en duurzaam is en recht doet aan de uitdagingen waar gezinnen en jeugdigen tegenaan lopen.
32 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
Resultaatgebied 3: Jeugd Jeugd: Verdeling naar leeftijdscategorie Deze grafiek laat het totaal aantal jeugdigen zien met ambulante jeugdhulp en het deel wat een vorm krijgt van jeugdhulp met verblijf. Zowel in het landelijke als lokale beeld is te zien dat de groep kinderen tussen de 9-17 jaar de meeste jeugdhulp ontvangt. Een sterke stijging wordt zichtbaar zodra kinderen de schoolse leeftijd bereiken. Het aantal meisjes met jeugdhulp stijgt sterk tussen de 13-17 jaar. Bij de jongens is deze stijging opvallend tussen de 8-12 jaar. Dit komt overeen met het landelijke beeld, waarin we zien dat jongens in deze leeftijd een piek laten zien van jeugdhulp, vanwege gedragsvraagstukken. Bij meisjes zien we die piek in problemen rondom stress en angst. Bij jeugdigen boven de 18 jaar is er sprake van verlengde jeugdwet. Deze wordt ingezet onder bepaalde voorwaarden en bouwt zo snel als mogelijk af. Voor jeugdigen die verblijven in pleeggezinnen geldt de leeftijdsgrens van 21 jaar en bij uitzondering tot 23 jaar. Uitzonderingen boven de 23 jaar zijn bijvoorbeeld vanuit een jeugdreclasseringsmaatregel of bij hulp voor een ongeboren kind.
900 808 800 700 626 600 Unieke cliënten 500
457
Cliënten verblijf
400 300 200
178
100 21
23
28
36
0-4
5-8
9-12
13-17
37
15
4
0 18-23
24 en ouder
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed, voor verblijfszorg aangevuld met periodieke rapportages Verblijfsvierkant en YEPH. Alle gegevens betreffen geïndiceerde zorg.
33 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
0
Resultaatgebied 3: Jeugd Jeugd: Etmalen verblijf
Jeugd: Ontwikkeling verblijfszorg De cijfers laten een vrij stabiel beeld zien in het aantal etmalen in residentiële verblijfsvoorzieningen. Wel zien we een kleine afname van het aantal etmalen in pleeggezinnen en een toename van het aantal etmalen in gezinshuizen. De lichte afname van het aantal etmalen pleegzorg is lastig te duiden omdat deze dia het totaal van de pleegzorg laat zien; inclusief weekend- en deeltijdpleegzorg. Het aantal kinderen dat in pleegzorg zit kan dus mogelijk gestegen zijn.
20000 18000 16000 14000 12000 Pleegzorg 10000
Gezinshuiszorg
8000
Residentieel Essentiele functies
6000
4000 2000 0 2024
Er is over het geheel een lichte afname van jongeren in verblijf (van 238 naar 230). De aantallen etmalen in gezinshuizen zijn gestegen. Dit past in de landelijke trend van zorgen voor nabij- en kleinschalig wonen voor kinderen die niet meer thuis kunnen wonen. We zijn nog in afwachting van meer data uit het jaarverslag vanuit het knooppunt. Dat is gereed in april 2025. Binnen de essentiële functies (top specialistische vormen van verblijf) zien we een lage bezetting en een afname van gebruik in etmalen ten opzichte van 2023. De inspanningen van de gemeente en jeugdhulpaanbieders blijven gericht op het voorkomen van verblijf.
2025
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed, voor verblijfszorg aangevuld met periodieke rapportages Verblijfsvierkant en YEPH. Alle gegevens betreffen geïndiceerde zorg.
34 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
Verzuim Ontwikkeling in verzuim Relatief verzuim Leerlingen zijn wel ingeschreven, maar missen lessen of komen regelmatig te laat. Bij meer dan 16 uur verzuim in vier weken moet de school dit melden. Op dit onderdeel is een sterke daling zichtbaar, wat erop wijst dat minder leerlingen ongeoorloofd lessen missen. Luxe verzuim Dit betreft leerlingen die zonder toestemming buiten de schoolvakanties op vakantie gaan. Scholen zijn verplicht dit te melden bij de leerplichtambtenaar. Op dit punt is juist een lichte stijging te zien, wat betekent dat er iets vaker ongeoorloofde vakanties worden geregistreerd. Absoluut verzuim Hier gaat het om leerlingen die niet zijn ingeschreven bij een onderwijsinstelling zonder vrijstelling. Leerplicht controleert dit wekelijks via DUO en start direct een onderzoek bij een ontbrekende inschrijving. Dit type verzuim is licht gedaald, wat aangeeft dat meer jongeren correct zijn ingeschreven. VO-verzuim (18+) Dit betreft verzuim van leerlingen van 18 jaar en ouder, die zelf verantwoordelijk zijn voor hun schooldeelname. Scholen signaleren en melden dit verzuim waar nodig. Ook hier is een lichte daling zichtbaar, wat duidt op verbeterde aanwezigheid onder deze groep. 35
Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Schoolverzuim 400 350 300 250 200 150
100 50 0 Relatief verzuim
Luxe verzuim 2022/2023
Absouluut verzuim VO (18+) Verzuim
2023/2024
2024/2025
Thuiszitters Ontwikkelingen thuiszitters Landelijke definitie: Als een jongere langer dan vier weken thuis zit, zonder geldige reden en zonder dat er een hulptraject is gestart, dan wordt deze aangemeld als thuiszitter bij het samenwerkingsverband. In Zeist zien we het aantal thuiszitters de afgelopen periode licht stijgen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de landelijke trend. Er is onvoldoende dekkend aanbod, waardoor leerlingen tussen wal en schip vallen en te maken hebben met lange wachtlijsten in de hulpverlening. De huidige definitie geeft geen volledig beeld van de werkelijkheid: in de praktijk zitten meer kinderen thuis dan wordt geregistreerd, wat vraagt om meer urgentie. De gesprekken hierover met scholen worden gevoerd om goed zicht krijgen op wat deze groep nodig heeft van onderwijs en hulpverlening. Om vervolgens beter aan te kunnen sluiten. Regionaal zijn we daarom bezig met een herdefiniëring van deze definitie, waarbij schoolaanwezigheid centraal staat en vormen van afwezigheid actief worden gemonitord, zodat eerder kan worden gesignaleerd en sneller kan worden ingegrepen. Dit vraagt om een bredere focus op zowel ongeoorloofd als geoorloofd verzuim en een beweging van reactief naar proactief handelen, met bijpassende aanpassingen in de interne schoolstructuren. 36
Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Aantal thuiszitters 12 10 8 6 4 2 0 2022/2023
2023/2024
2024/2025
Centrum Jeugd en Gezin Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar
37 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
Resultaatgebied 3: Jeugd Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar Cliënten met ondersteuning
Jeugd: aantal ondersteuningsprocessen In 2025 is er volgens verwachting een toename te zien op het bieden van eigen ondersteuning door het CJG. Dit past binnen de beweging die in het Sociaal Domein is ingezet, waarin er meer gebruik wordt gemaakt van het aanbod uit de sociale basis en waarbij het Sociaal Team en CJG meer eigen ondersteuning bieden. De verwachting is dat de stijging zich de komende jaren voortzet waardoor de begeleiding vanuit de zorgaanbieders zal afnemen. We streven ernaar om het eigen aanbod van het CJG samen met het aanbod binnen de sociale basis in Zeist, voldoende toereikend te maken voor de inwoners en gezinnen in Zeist.
300 250
266 207
200 150
100 50 0 2024
2025
Jeugd: aantal zorg- en overlastmeldingen Het totaal aantal zorg- en overlastmeldingen is vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van vorig jaar. Wel zien we een duidelijke toename in de complexiteit van deze meldingen. Daardoor vraagt de afhandeling meer tijd en inzet van het CJG dan in voorgaande jaren. Een belangrijke oorzaak is dat binnen het preventieve kader nauwelijks nog gebruik kan worden gemaakt van Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instellingen. Hierdoor ligt meer verantwoordelijkheid bij het CJG om complexe situaties zelfstandig te begeleiden en te monitoren.
38 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over de werkzaamheden van het CJG
Resultaatgebied 3: Jeugd Jeugd: Tijdlijn zorg in dagen Tijd op wachtlijst voor nieuwe cliënten
Tijd op de wachtlijst Wanneer een inwoner zich voor het eerst meldt bij het CJG, bespreekt het aanmeldteam na een zorgvuldige uitvraag welke ondersteuning passend is: kort advies, directe doorverwijzing naar het wijkteam of begeleiding binnen de sociale basis. Staat iemand op de wachtlijst van een wijk, dan wacht ruim 50% van de cliënten 0 tot 4 weken, 15% wacht 4 tot 12 weken en 30% wacht langer dan 12 weken. De wachttijden verschillen per wijk en zijn afhankelijk van de aard en complexiteit van de hulpvraag.
0-4 weken 4-12 weken 12-20 weken 20+ weken 0%
Tijd tot plan van aanpak Zodra er een koppeling is gemaakt tussen de consulent en de ouders en/of het kind, start de fase van vraagverheldering. In deze fase wordt een brede uitvraag gedaan naar de situatie en de ondersteuningsbehoeften. Op basis van deze verkenning wordt samen met betrokkenen een plan van aanpak opgesteld. De doorlooptijd om te komen tot een plan van aanpak kan verschillen. Deze is afhankelijk van diverse factoren, zoals: de beschikbaarheid van ouders en kind, complexiteit van de hulpvraag, mate van medewerking van alle betrokkenen of het tijdig ontvangen van relevante informatie van derden.
40%
60%
80%
100%
Tijd tot plan van aanpak verstuurd wordt 0-6 weken 6-12 weken 12+ weken 0%
Tijd tot start geïndiceerde zorg Wanneer hulp vanuit de tweede lijn de best passende oplossing blijkt te zijn, wordt samen met ouders en/of het kind een geschikte aanbieder gekozen. Vervolgens stelt de consulent de beschikking op, die naar de aanbieder wordt gestuurd. Met instemming van ouders en/of het kind wordt ook het plan van aanpak gedeeld met de aanbieder; dit plan vormt de basis voor de gevraagde ondersteuning. Bij de keuze voor een aanbieder houdt de consulent altijd rekening met de wachttijden. In de meeste gevallen, bijna 70%, kan een aanbieder worden gevonden met een acceptabele wachttijd. Bij complexere of zeer specifieke hulpvragen kan de wachttijd langer zijn: 8 tot 16 weken voor circa 20% van de cliënten en langer dan 16 weken voor circa 10% van de cliënten.
20%
20%
40%
60%
80%
100%
Tijd tot start geïndiceerde zorg 0-8 weken 8-16 weken 16+ weken
0%
Deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over de werkzaamheden van het CJG 39 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
20%
40%
60%
80%
100%
Jeugd cliëntervaringsonderzoek 40 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Wmo).
Resultaatgebied 3: Jeugd Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar Jeugd: cliëntervaringsonderzoek CJG In het eerste kwartaal van 2026 is er een cliëntervaringsonderzoek over 2025 uitgevoerd over ervaringen met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), de huisartsen en de jeugdhulpaanbieders. Dit onderzoek is uitgevoerd onder ouders en jeugdigen. In totaal hebben 74 respondenten aan het onderzoek meegedaan. De opzet van het onderzoek was hetzelfde als in 2024. Er is naar diverse aspecten van de ondersteuning gekeken. Om de ondersteuning die het CJG zelf biedt te meten, is dit als nieuw onderdeel toegevoegd aan de vragenlijst. In 2025 scoren zowel de
jeugdhulpaanbieders als het CJG goed op tevredenheid. We zien dat de ondersteuning van het CJG nog beter beoordeeld wordt dan in 2024. Wachttijd Een ruime meerderheid van de inwoners die hulp heeft aangevraagd bij het CJG vond dat ze snel geholpen werd. 89% van de respondenten geeft aan tijdig hulp te krijgen (2024: 73%).
Deze gegevens zijn de uitkomsten van cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd in opdracht van Zeist en gaan over de zorg in 2023, 2024 en 2025. 41 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
Resultaatgebied 3: Jeugd Ervaringen met het CJG Eerste contact De ervaring is dat de consulent goed luistert naar het verhaal en hierdoor in de meeste gevallen dichtbij een antwoord op de hulpvraag komt. Ook is er altijd aandacht voor de sociale contacten en hiermee aandacht voor de omgeving van het kind.
Ik werd snel geholpen door het CJG 2023
11%
2024
12%
2025
7% 4%
16% 3%
4%
49%
12%
16%
47%
26%
63%
26%
Effectiviteit Een klein groep die begeleiding heeft gehad van de consulent is zeer tevreden. 80% geeft aan dat het kind verder geholpen wordt en dat de ondersteuning goed aansluit.
De consulent luisterde naar ons verhaal 2023 2%5%
9%
2024 3% 9%
57% 9%
27%
41%
2025 4% 4%
38%
69%
23%
De consulent had aandacht voor de sociale contacten van mijn kind 2023 2024
6%
11%
11%
9%
66%
7%
6% 3%
59%
2025
15%
67%
25%
7% 8%
Door het gesprek zijn we een stap dichter bij een antwoord op de hulpvraag van mij/ mijn kind gekomen 2023 2024
5%
11%
9%
5%
9%
2025 4% 4% 4% Helemaal niet mee eens Mee eens
59% 12%
18% 55%
73% Niet mee eens Helemaal mee eens
2%
15% 12%
4%
Niet eens/niet oneens Weet ik niet
Persoonlijk plan De meerderheid (74%) vindt dat het persoonlijk plan dat gemaakt is om met de hulpvraag aan de slag te gaan goed is. Dit is een behoorlijke verbetering ten opzichte van 2024 (62%). 26% van de respondenten geeft aan dat er geen persoonlijk plan is gemaakt. Dit percentage is net iets hoger dan in 2024. Redenen hiervoor kunnen zijn dat er geen traject meer nodig was. Ook kan het zijn dat er een maatregel zoals ondertoezichtstelling (OTS) liep waardoor er al een plan was gemaakt door die instelling. Eigen kracht 48% van de respondenten vindt dat het CJG met hen heeft gekeken wat zij zelf konden doen om de hulpvraag op te lossen. Dit is een grote verbetering ten opzichte van 2024 (32%).
Deze gegevens zijn de uitkomsten van cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd in opdracht van Zeist en gaan over de zorg in 2023, 2024 en 2025. 42 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
Resultaatgebied 3: Jeugd Mijn kind werd snel geholpen door de jeugdhulpaanbieder
Jeugd: Ervaring met de ondersteuning door de jeugdhulpaanbieder De ondersteuning sluit voor 65% goed aan, 9% niet en de rest weet het niet of heeft geen mening. 55% geeft aan dat de ondersteuning het kind verder heeft geholpen, 11% geeft aan van niet en de rest weet het niet of heeft geen mening.
De ondersteuning helpt mijn kind verder
67% van de respondenten geeft aan dat er geëvalueerd wordt op de ontwikkeling en stappen die gezet zijn. 15% geeft aan van niet en de rest weet het niet of heeft geen mening.
De ondersteuning sluit goed aan bij wat mijn kind nodig heeft
Samen met de jeugdhulpaanbieder evalueren we de ontwikkeling van mijn kind (of er stappen zijn gezet) 2023 2024 2025
10% 4% 7% 20% 5% 10% 3%
Helemaal niet mee eens Mee eens
48% 60% 31%
36%
Niet mee eens Helemaal mee eens
Deze gegevens zijn de uitkomsten van cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd in opdracht van Zeist en gaan over de zorg in 2023, 2024 en 2025. 43 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
16%
15% 20% 15%
Niet eens/niet oneens Weet ik niet
Resultaatgebied 3: Jeugd Jeugd: Ervaring met ingezette ondersteuning, door jeugdhulpaanbieder en CJG De ondersteuning die ouders of kinderen ontvangen wordt positief beoordeeld. Het gaat hier om alle soorten ondersteuning bij elkaar. Ruim driekwart van de respondenten geeft aan dat het thuis en op school beter gaat. Ook heeft de ondersteuning eraan bijgedragen dat ouders het kind beter begrijpen en het kind zichzelf beter begrijpt.
Door de ondersteuning gaat het thuis nu beter 2023
5%
2024
6%
9%
2025 2% 7%
14%
55%
18%
17%
67%
11%
9%
65%
16%
Door de ondersteuning kan mijn kind zich beter redden 2023 3% 10%
15%
61%
11%
2024 3% 10%
13%
67%
7%
2025 2% 12%
20%
58%
8%
Door de ondersteuning zit mijn kind beter in zijn/haar vel 2023
5%
20%
56%
17%
2024 3% 12%
20%
52%
13%
2025 3% 10%
27%
45%
15%
Helemaal niet mee eens Mee eens
Niet mee eens Helemaal mee eens
Deze gegevens zijn de uitkomsten van cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd in opdracht van Zeist en gaan over de zorg in 2023, 2024 en 2025. 44 Resultaatgebied 3: Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar (Jeugd).
Niet eens/niet oneens Weet ik niet
Resultaatgebied 4:
Balans tussen inzet sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg binnen de budgettaire kaders
45 Resultaatgebied 4: Balans tussen inzet sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg binnen de budgettaire kaders.
Resultaatgebied 4 Balans tussen inzet sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg binnen de budgettaire kaders Toelichting Inwoners en Financiën In de linker driehoek is te zien dat de meeste inwoners eigen oplossingen vinden of gebruik maken van informele vormen van ondersteuning (ongeveer 80%). Inwoners in de basiszorg (ongeveer 11%) maken gebruik van CJG, Sociaal Team of algemene voorzieningen vanuit de sociale basis. Dit zijn lichte vormen van ondersteuning. De aanvullende zorg geldt voor inwoners met een specialistische of meervoudige ondersteuningsvraag (9%).
AANTAL INWONERS
In de rechterdriehoek is te zien dat de budgetverdeling bijna het omgekeerde beeld laat zien. Zo’n 73% van de kosten is voor aanvullende zorg, 15% voor basiszorg en 12% voor de sociale basis. Er is nog geen verschuiving in percentages zichtbaar. In de komende jaren volgen we of de beoogde verschuiving naar lichte vormen van ondersteuning gerealiseerd wordt.
REALISATIE CIJFERS 2025
AANVULLENDE ZORG
BASISZORG
INWONERS EN FINANCIËN
SOCIALE BASIS
Percentage inwoners met aanvullende zorg is afkomstig uit ZorgNed gecombineerd met CBS. Percentage inwoners in basiszorg is gebaseerd op landelijke schatting vanuit de Rijksoverheid. Financiële realisatiecijfers zijn gebaseerd op financiële administratie. 46 Resultaatgebied 4: Balans tussen inzet sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg binnen de budgettaire kaders.
€ 46.416.760
€ 9.500.513 € 7.484.794
De volgende factsheet Met deze versie van de factsheet zetten we de trend voort wat betreft datagedreven sturen in de gemeente Zeist. Tegelijkertijd willen we consistentie in de inhoud behouden richting de volgende factsheet die in 2027 verschijnt. In de volgende factsheet werken we aan het overzichtelijker maken van de factsheet. We willen dit realiseren door een compactere factsheet op hoofdlijnen neer te zetten met de huidige thema’s. Met daarbij doorklikmogelijkheden voor gedetailleerdere informatie.
47 Factsheet Jeugd en WMO