CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.016 Bijlage 1 - Nota stabiliteitscriteria 2026-2029

Raad 9 juli 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Nota stabiliteitscriteria 2026-20294.386 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota stabiliteitscriteria 2026-2029

Navigerend het goede kunnen blijven doen, voor het goede leven in Zeist!

Gemeente Zeist Februari 2026 Team Control Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

1

Inhoudsopgave 1

2

3

De kern

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.4.1 1.4.2 1.4.3 1.4.4 1.4.5 1.4.6

3 3 4 5 5 6 6 8 8 9

Thema weerbaarheid

10

2.1 2.2 2.3 2.4

11 12 13 14

5

Weerstandsratio Stelpost onvoorzien Algemene reserve per inwoner Solvabiliteitsratio

Thema bestendigheid 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Waarom een nota stabiliteitscriteria? Doel van de nota De doorontwikkeling van de nota (Financiële) Stabiliteitscriteria Opbouw stabiliteitscriteria Thema’s Oorsprong/selectie criteria Stabiliteitsmonitor Spelregels duiding Onderlinge samenhang Nadere onderbouwing

15

Meerjarenbegroting 16 Omvang taakstellingen in de begroting 17 Vijfjaarstermijn onderhoudsplannen 18 Verstrekte garanties borgstellingen, leningen, startershypotheken en revolverend fonds 19

Thema wendbaarheid

21

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7

22 22 23 24 25 25 26 27 28 28 29 30 31 32 33 34

Belastingen Kostendekkendheid heffingen en leges Onbenutte belastingcapaciteit / uitkering gemeentefonds Belastingcapaciteit ten opzichte van het landelijk gemiddelde Financiering Netto (gecorrigeerde) schuldquote Renterisiconorm Rentemix langlopende leningen Bedrijfsvoering en exploitatie Kapitaallastenpercentage Personeelslastenpercentage Subsidielastenpercentage Verbonden partijen lastenpercentage Structurele exploitatieruimte Grondexploitaties Onderhanden werk/investeringen

Begrotingsregels

35

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

2

1 De kern 1.1

Waarom een nota stabiliteitscriteria?

De gemeente Zeist kenmerkt zich als een financieel stabiele gemeente. Door het voeren van een bestendig financieel beleid slagen we er in Zeist financieel gezond te houden. We investeren tijdig in actuele maatschappelijke vraagstukken en zijn in staat om diverse ambities te realiseren. We zorgen er daarnaast voor dat het voorzieningenniveau in Zeist van een hoog niveau is en blijft. Dit alles vanuit een gezonde financiële situatie. De laatste jaren staat onze financiële positie echter blijvend onder druk. Onder andere de toenemende kosten in het sociaal domein en het achterblijven van extra rijksmiddelen zetten onze financiële positie meer en meer onder druk. In financieel mindere tijden zullen vaker keuzes moeten worden gemaakt ter bepaling van de gewenste (omvang van) bestedingen. Financiële stabiliteit blijft voor Zeist het uitgangspunt, ook in financieel lastigere tijden. Financiële stabiliteit is meer dan alleen een sluitende meerjarenbegroting. We spreken van financiële stabiliteit als we in staat zijn om als gemeente goed te blijven functioneren als het financieel en/of economisch tegenzit, we risico’s en tegenvallers op kunnen vangen, we ruimte kunnen bieden aan het realiseren van ambities en kunnen inspelen op ontwikkelingen en maatschappelijke vraagstukken.

Tijdig en voldoende inzicht in (impact van keuzes op) onze complete financiële positie is hierin van groot belang. Deze nota kan dan ook niet los gezien worden van bijvoorbeeld onze planning & control producten en bijvoorbeeld een nota Risicomanagement en weerstandsvermogen, maar moet in samenhang gezien worden met andere nota’s, beleidsstukken en dagelijkse activiteiten. In de eerste Nota (Financiële) stabiliteitscriteria 2021-2024 en de doorontwikkelde nota die voorligt zijn kengetallen, normen en afspraken gekoppeld aan thema’s die iets zeggen over onze financiële positie als geheel, de zogenaamde ‘stabiliteitscriteria’. Deze cijfers dragen bij aan verbeterde inzichten, sturing en verantwoording. Twee keer per jaar, bij begroting en jaarrekening, wordt een stabiliteitsmonitor gepresenteerd waarin een samenhangend inzicht wordt gegeven in het grotere geheel, namelijk de financiële robuustheid van de gemeente. Hierdoor wordt het risico verkleind dat een negatieve impact op de financiële positie niet tijdig wordt gesignaleerd.

1.2

Doel van de nota

We willen tijdig kunnen anticiperen op financiële ontwikkelingen. Daarom is het van belang om het inzicht en het bewustzijn in de financiële stabiliteit te vergroten. Dat begint bij het stellen van kernvragen als: Zijn we financieel gezond op korte en langere termijn en kunnen we aan onze financiële verplichtingen blijven voldoen? Zien we op sommige terreinen risico’s die kunnen leiden tot financiële gevolgen? Hoe snel kunnen we anticiperen op financiële ontwikkelingen? De nota Stabiliteitscriteria biedt hier de benodigde handvatten voor. Zij laat zien hoe we er financieel voorstaan en op welke punten eventueel maatregelen nodig zijn. Het inzicht wordt op een objectieve wijze gepresenteerd aan de hand van diverse stabiliteitscriteria. Met deze nota heeft de gemeenteraad een instrument in handen waarmee zij strategisch kan sturen en haar controlerende rol kan versterken. We willen immers financieel robuust zijn, ook in tijden van financiële onzekerheid. Dat betekent dat we goede jaren moeten benutten om onze financiële huishouding op orde te brengen en te houden, zodat we in mindere jaren stabiel blijven. Het herstellen of versterken van onze financiële huishouding vraagt soms om keuzes en kost financiële ruimte, maar is essentieel om een duurzaam financieel perspectief te behouden.

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

3

De combinatie van deze nota en de ontwikkelde stabiliteitsmonitor (de dashboards die tweemaal per jaar met de raad worden gedeeld) zijn een met elkaar samenhangend stelsel van criteria dat verder gaat dan de bestaande kengetallen en ratio’s die in de paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen zijn opgenomen. De stabiliteitscriteria vormen, los van onze kostenbeheersing, een middel om tijdig het inzicht in onze financiële positie als geheel te vergroten en een bijdrage te leveren aan de financiële wendbaarheid en robuustheid. Deze nota is ook bedoeld om bij te dragen aan een voorspelbaar handelingsperspectief voor bijsturing op de financiële positie. De nota bevat de gewenste hoogte van de signaalwaarden. Ook geeft de nota mogelijke oplossingsrichtingen als de signaalwaarde wordt bereikt. We vinden het belangrijk om als gemeente meer voorspelbaar te worden in ons handelen. Vanwege deze handelingsdimensie krijgt deze nota ook een politieke dimensie. Namelijk, hoe strenger de normen en signaalwaarden, hoe minder de bestedingsruimte. Bij een te ruime normering verliest het instrumentarium echter aan waarde en kracht. Wij moeten daarom op zoek naar een passend optimum. Het is belangrijk dat we niet in de waan van de dag handelen, maar dat we de criteria en de daarbij behorende signaalwaarden voor langere tijd vaststellen.

Dit helpt dan niet alleen bij de sturing op de begroting, maar ook bij sturing van ons gedrag. Daarmee bevat deze nota nadrukkelijk ook een gedragscomponent. Door de stabiliteitscriteria onderdeel uit te laten maken van onze planning- en controlcyclus monitoren we frequent onze financiële huishouding. Door deze samenhang wordt voorkomen dat de criteria als een momentopname gezien worden.

1.3

De doorontwikkeling van de nota (Financiële) Stabiliteitscriteria

Met de nota (Financiële) Stabiliteitscriteria 2021-2024 is de gemeenteraad van Zeist de afgelopen vier jaar in staat gesteld om actief te sturen op de financiële huishouding. Sturing begint bij inzicht, waar voorheen gezocht moest worden naar relevante (financiële) cijfers, normen, afspraken en kengetallen, heeft de introductie van deze nota en de bijbehorende stabiliteitsmonitor gezorgd voor een samenhangend en compleet beeld van de financiële positie van de gemeente. Deze doorontwikkeling heeft geleid tot een versterking van de financiële stabiliteit, waardoor de gemeente tijdig in staat is geweest (en dat is ook zo gebleken) om wendbaar, weerbaar, bestendig en met een helder handelingsperspectief richting haar doelen te navigeren. De nota en de bijbehorende monitor hebben de afgelopen jaren primair geleid tot meer bewustwording, iets wat ook uit de evaluatie blijkt na de eerste vier jaar. Mede door de continue aandacht voor díe criteria die impact hebben op de financiële stabiliteit, is Zeist nog steeds de financieel robuuste gemeente die zij wenst te zijn.

Ingegeven door de inhoud van de nota en de resultaten uit de monitor zijn er de afgelopen jaren waardevolle (politieke) gesprekken gevoerd in zowel de auditcommissie als in de gemeenteraadsvergaderingen, hebben we een doorontwikkeling kunnen zien rondom het opstellen van onderhoudsplannen en hebben we actief financiële keuzes kunnen en durven maken ten behoeve van de samenleving (bijvoorbeeld bij het aangaan van garantstellingen bij Saestum en V.V. Jonathan). Het inzicht en de bewustwording zorgen ervoor dat financiële keuzes meerjarig worden gemonitord. Dit biedt belangrijke zekerheid en versterkt de positie van de gemeente richting de samenleving. Er blijft echter altijd ruimte voor verbetering. Zo is bij de eerste nota gesproken over de samenhang tussen de verschillende criteria en wordt in de monitor ieder criterium van duiding voorzien. Toch blijft het een financieel technisch product met een hoge mate van complexiteit. De duidingen en de samenhang in de monitor zijn bovendien niet altijd even richtinggevend of adviserend, mede omdat sommige criteria een Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

4

politiek element bevatten. Hierdoor komt de toepasbaarheid van de nota en de monitor soms onder druk te staan. Om te komen tot een stabiliteitsmonitor 2.0 is het daarom van belang om deze punten mee te nemen. Tot slot is het essentieel dat de relevantie van de criteria opnieuw wordt beoordeeld en wordt afgestemd op de actuele context. Concreet betekent dit dat de voorliggende nota het volgende bevat ten opzichte van de nota uit 2021; - Voor deze nota is gekozen voor een naam die de inhoud beter dekt. Waar de eerste versie nog ‘Nota Financiële Stabiliteitscriteria’ heette, laat de nieuwe nota zien dat de samenhang en reikwijdte verder gaan dan uitsluitend financiële onderdelen. Daarom wordt deze nota voortgezet onder de naam ‘Nota Stabiliteitscriteria’. - Een actualisatie van de relevante criteria, inclusief bijbehorende grens- en signaalwaarden. - Een minder complexe versie van de nota, zodat deze toegankelijker en beter toepasbaar is. - Een versterking van het inzicht in samenhang, door: o het ontwikkelen van een samenvattend overzicht in de monitor, o specifieke aandacht voor de samenhang in het systeem: bij elke keuze kijken we niet alleen naar de knop zelf, maar vooral naar wat er elders in beweging komt, o een eenduidige manier van toelichten per criterium in de nota.

- Spelregels voor de duiding in de monitor, zodat de gemeenteraad haar kaderstellende en controlerende rol goed kan uitvoeren. Hiermee blijft de nota Stabiliteitscriteria ook de komende jaren relevant, zodat de Gemeente Zeist in haar complexe wereld al navigerend het goede kan blijven doen, voor het goede leven in Zeist!

1.4

Opbouw stabiliteitscriteria

In deze paragraaf wordt stilgestaan bij de opbouw van de stabiliteitscriteria en haar bijbehorende stabiliteitsmonitor.

1.4.1

Thema’s

We verdelen de stabiliteitscriteria onder in drie thema’s. Ieder thema geeft een bepaald aspect of doelstelling weer van financiële stabiliteit. Ze hebben een onderlinge samenhang. We hanteren de volgende thema’s: 1. Weerbaarheid In hoeverre zijn we voldoende in staat om risico’s en tegenvallers op te vangen? 2. Bestendigheid In hoeverre zijn we in staat om structurele lasten te kunnen blijven dekken door structurele inkomsten? 3. Wendbaarheid In hoeverre kunnen we de aard en omvang van de baten en lasten gemakkelijk en op korte termijn beïnvloeden? Wanneer weerbaarheid, bestendigheid en wendbaarheid in voldoende mate aanwezig en met elkaar in balans zijn, ontstaat de financiële stabiliteit die nodig is om als organisatie duurzaam te kunnen functioneren. Om ieder thema, en uiteindelijk de samenhang, te beoordelen, zijn aan ieder thema stabiliteitscriteria gekoppeld. We kiezen ervoor om het aantal stabiliteitscriteria beperkt te houden om zo een dashboard te creëren dat in de uitvoering beheersbaar is.

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

5

1.4.2

Oorsprong/selectie criteria

Een deel van de stabiliteitscriteria komt voort uit landelijke wet- en regelgeving. Een ander deel, zoals de bepaling van de weerstandsratio, komt voort uit eigen lokale afspraken. Daarnaast hanteert de accountant ook een aantal kengetallen bij de beoordeling van de jaarrekening. Tot slot kunnen criteria worden opgenomen, als blijkt dat deze een meerwaarde hebben voor het zicht op de financiële stabiliteit.

1.4.3

Stabiliteitsmonitor

De stabiliteitscriteria (welke inhoudelijk in de volgende hoofdstukken worden behandeld) worden gepresenteerd in een stabiliteitsmonitor waarin per criterium middels een dashboard een relatie wordt gelegd tussen het verleden en de toekomst. Elk criterium is hierbij voorzien van een signaalwaarde die bij een verwachte of werkelijke overschrijding moet aanzetten tot een gesprek tussen gemeenteraad en college en vervolgens tot actie.

De signaalwaarde is een soort alarmbel. Het geeft ons een signaal als bepaalde waarden worden overschreden of dreigen te worden overschreden. We kunnen dan nog in actie komen om de waarde te herstellen. De hoogte van de signaalwaarden is een eigen keuze van onze gemeente waarbij de maximum/minimum waarde de wettelijke normen zijn (zie grenswaarden). Bij sommige stabiliteitscriteria zijn ook grenswaarden vermeld. Deze grenswaarden zijn extern bepaald, het betreffen wettelijke normen of normen die de toezichthouder hanteert (bijvoorbeeld het Gemeentelijk toezichtskader = GTK). Als we deze normen overschrijden kan dit gevolgen hebben voor het toezichtsregime van/aanleiding geven tot het gesprek met de provincie. We koppelen het dashboard aan onze planning- en controlcyclus. Bij de begroting en jaarrekening presenteren we het dashboard. Veel criteria baseren we, voor zover mogelijk, op jaarrekeningcijfers. Hierdoor is vergelijking tussen de jaren goed mogelijk. We zullen de criteria en signaalwaarden daarbij van duiding (zie ook paragraaf 1.4.4) voorzien. In de toelichting op het stabiliteitscriterium gebruiken we, waar dit mogelijk en zinvol is, benchmark gegevens om onze eigen waarde beter te duiden. We gebruiken daarvoor de gegevens uit gepubliceerde jaarrekeningen en begrotingen van vergelijkbare gemeenten in de regio.

We kiezen daarbij voor vergelijking met de gemeenten De Bilt, Nieuwegein, Soest, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug en Veenendaal. Deze benchmarkgegevens kunnen alleen worden weergegeven bij de criteria die voortkomen uit wettelijke kaders. We zijn immers afhankelijk van de gepubliceerde stukken van deze gemeenten. Tot slot, ten opzichte van de eerste Nota Stabiliteitscriteria wordt het dashboard verrijkt met een totaaloverzicht. In dit totaaloverzicht worden alle criteria per thema weergegeven. Hiermee wordt in één oogopslag de samenhang zichtbaar gemaakt en gepresenteerd in hoeverre er sprake is van financiële stabiliteit, en/of waar extra aandacht voor wordt gevraagd. Dit komt er in grote lijnen als volgt uit te zien (waarbij er bij de jaarrekening en de begroting andere criteria getoond kunnen worden):

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

6

Nota stabiliteitscriteria 2026-2029

7

1.4.4

Spelregels duiding

In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2025-2028 is opgenomen dat het risicobewustzijn is verankerd in onze strategische afwegingen. We voeren actief het gesprek over risicobereidheid en werken aan voorspelbaarheid in ons handelen, onder andere door de manier van rapporteren verder te structureren. De stabiliteitsmonitor kan hier, met behulp van een adequate duiding, een belangrijke rol in spelen. De eerste nota voorziet hier echter onvoldoende in. Het is om die reden dat in deze nota spelregels worden opgenomen, waar de duiding in de stabiliteitsmonitor minstens aan moet voldoen; 1. Wat zegt het cijfer? (inhoud + opbouw) 2. Wat is de (verwachte) ontwikkeling over de tijd? 3. Hoe verhoudt dit zich tot signaal- en grenswaarden (en al dan niet tot andere gemeenten)? 4. Welke risico’s horen bij de huidige stand van het criterium? 5. Welke bijsturingsopties (/beheersmaatregelen, zoals opgenomen in de nota per criterium, zie volgende hoofdstukken) zijn er? (en wat is al in gang gezet?) Welke onderlinge samenhang wordt hiermee geraakt (zie paragraaf 1.4.5)? Dit helpt de raad om haar controlerende taak uit te voeren, en daarnaast normstellende en strategische afwegingen te maken.

1.4.5

Onderlinge samenhang

Diverse criteria kunnen invloed op elkaar hebben. Zo heeft het beïnvloeden van bijvoorbeeld het weerstandsvermogen onder andere een bijkomend effect op de solvabiliteit en bij de meerjarenbegroting (bij grote tegenvallers). Het hanteren van onderhoudsplannen kan onder andere effect een indirect effect hebben op de structurele exploitatieruimte en de weerstandsratio kan een direct effect hebben op de Algemene reserve per inwoner. Dit is maar een topje van de ijsberg. Daarnaast kunnen keuzes rondom bepaalde criteria gevolgen hebben op bijvoorbeeld het maatschappelijke effect dat Zeist beoogt. Dit zijn zaken waar rekening moet worden gehouden/aandacht voor moet worden gevraagd op het moment dat een signaalwaarde wordt overschreden of dreigt te worden overschreden. Op dat moment zijn namelijk maatregelen nodig om het criterium te beïnvloeden en weer op het juiste niveau te krijgen. Het college komt in dat geval met voorstellen, of gaat met de raad in gesprek, over de wenselijkheid van de voorgenomen maatregelen. Een belangrijke bouwsteen hierin is de onderlinge samenhang van de criteria. Deze samenhang is visueel weergegeven in het plaatje rechts, maar ook in de matrix op de volgende pagina. We realiseren ons dat elk model een vereenvoudiging van de werkelijkheid is, maar dit overzicht geeft een solide en bruikbaar beeld van de onderlinge samenhang.

Nota stabiliteitscriteria 2026-2029

8

De waarde van deze matrix zit niet in de knop zelf, maar in het bewustzijn van wat een keuze elders in het systeem in beweging zet. Uiteindelijk laat deze matrix zien dat financiële stabiliteit nooit gaat om één knop, maar om het begrijpen van het systeem eromheen: elke keuze zet elders beweging in gang, en juist dat bewustzijn maakt ons in staat om tijdig, zorgvuldig en in samenhang in te zetten op financiële stabiliteit. Om dit levend te houden is bij het vorige punt in paragraaf 1.4.4., een spelregel opgenomen waarin staat dat potentiële bijsturingsopties voorzien moeten worden van de effecten van bijsturing.

1.4.6

Nadere onderbouwing

In de volgende hoofdstukken worden de diverse criteria verder onderbouwd. Per criterium wordt een toelichting gegeven op; - Wat is het in het kort (betekenis in één zin en de berekening) - Algemene toelichting (wat is het en waarom is het relevant?) - Ontwikkeling van de afgelopen 4 jaar (indien beschikbaar) - Wettelijke/gebruikelijke normering, grenswaarde, signaalwaarde - Bijsturingsopties (relevante beheerstmaatregelen)

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

9

2 Thema weerbaarheid De financiële weerbaarheid wordt in grote mate bepaald door onze buffers waarmee we in staat zijn onverwachte tegenvallers op te kunnen opvangen. Zijn de buffers - zowel structureel als incidenteel - van voldoende omvang om de geïnventariseerde risico’s en eventuele onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen? De volgende stabiliteitscriteria zeggen iets over het thema weerbaarheid en worden in de volgende paragraven toegelicht; - Weerstandsratio - Stelpost onvoorzien - Algemene reserve per inwoner - Solvabiliteitsratio

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

10

2.1

Weerstandsratio

Nota stabiliteitscriteria 2026-2029

11

2.2

Stelpost onvoorzien

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

12

2.3

Algemene reserve per inwoner

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

13

2.4

Solvabiliteitsratio

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

14

3 Thema bestendigheid Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet de (meerjaren)begroting structureel in evenwicht zijn. Structurele lasten moeten gedekt worden door structurele baten (en incidentele lasten door incidentele baten). Dit is een belangrijk element in het toetsingskader dat de provincie hanteert in de beoordeling van de gemeente. Vanaf begrotingsjaar 2024 is hier door de financieel toezichthouder (tijdelijk) een uitzondering op gemaakt (zie 2.3). Een belangrijk aspect binnen het thema bestendigheid is het realisme van de begroting en daarmee de voorspelbaarheid van onze baten en lasten. De volgende stabiliteitscriteria zeggen iets over het thema bestendigheid en worden in de volgende paragraven toegelicht; - Meerjarenbegroting structureel en reëel in evenwicht - Omvang taakstellingen in de begroting - Vijfjaartermijn onderhoudsplannen - Verstrekte garanties, borgstellingen, leningen, startershypotheken en revolverend fonds

Nota stabiliteitscriteria 2026-2029

15

3.1

Meerjarenbegroting

Nota stabiliteitscriteria 2026-2029

16

3.2

Omvang taakstellingen in de begroting

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

17

3.3

Vijfjaarstermijn onderhoudsplannen

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

18

3.4

Verstrekte garanties borgstellingen, leningen, startershypotheken en revolverend fonds

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

19

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

20

4 Thema wendbaarheid De centrale vraag bij het thema wendbaarheid is: hoe veerkrachtig is de begroting? Met andere woorden: in welke mate liggen de baten en de lasten vast of over welke middelen kan vrij worden beschikt? Kunnen de aard en omvang van de baten en lasten gemakkelijk en op korte termijn beïnvloed worden? Hoe gemakkelijker de baten en lasten zijn te beïnvloeden, hoe flexibeler onze begroting. De mate van financiële wendbaarheid zegt niets over de politieke wenselijkheid van bepaalde voorzieningen. Het is bedoeld om de financieel-technische vertaling van beleidsinhoudelijke keuzes zichtbaar te maken. Binnen dit thema zullen we stabiliteitscriteria opnemen die ingaan op: 1. Belastingen Kostendekkenheid heffingen en leges, onbenutte belastingcapaciteit/uitkering Gemeentefonds, belastingcapaciteit t.o.v. het landelijk gemiddelde. 2. Financiering Netto (gecorrigeerde) schuldquote, renterisiconorm, rentemix langlopende leningen. 3. Bedrijfsvoering exploitatie Kapitaallastenpercentage, personeelslastenpercentage, subsidielastenpercentage, VPlastenpercentage, structurele exploitatieruimte, grondexploitaties, onderhanden werk/projecten. Alle onderwerpen zijn in de volgende paragrafen nader uitgewerkt.

Nota stabiliteitscriteria 2026-2029

21

4.1 4.1.1

Belastingen Kostendekkendheid heffingen en leges

Nota stabiliteitscriteria 2026-2029

22

4.1.2

Onbenutte belastingcapaciteit / uitkering gemeentefonds

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

23

4.1.3

Belastingcapaciteit ten opzichte van het landelijk gemiddelde

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

24

4.2 4.2.1

Financiering Netto (gecorrigeerde) schuldquote

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

25

4.2.2

Renterisiconorm

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

26

4.2.3

Rentemix langlopende leningen

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

27

4.3 4.3.1

Bedrijfsvoering en exploitatie Kapitaallastenpercentage

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

28

4.3.2

Personeelslastenpercentage

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

29

4.3.3

Subsidielastenpercentage

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

30

4.3.4

Verbonden partijen lastenpercentage

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

31

4.3.5

Structurele exploitatieruimte

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

32

4.3.6

Grondexploitaties

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

33

4.3.7

Onderhanden werk/investeringen

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

34

5 Begrotingsregels In de vorige hoofdstukken is aangegeven welke stabiliteitscriteria we de komende jaren willen monitoren en welke mogelijkheden er zijn om bij te kunnen sturen. Dit alles met als doel een financieel stabiele gemeente te blijven. Onder de diverse criteria ligt diverse wet- en regelgeving waarbinnen we moeten handelen. Ook eigen (werk) afspraken en interne regelgeving zijn van belang om te borgen dat we zorgvuldig met onze (beperkte) financiële middelen omgaan. Voor de komende jaren staat onze financiële positie onder druk. We willen financieel stabiel blijven, ook in woelige tijden. Om deze doelstelling te realiseren is het verstandig onze eigen regelgeving verder vorm te geven en aan te scherpen. Dit versterkt de financiële discipline en geeft ons allen een handelingsperspectief, zowel voor de raad, als voor het college en de ambtelijke organisatie. Het komt daarmee de stabiliteitscriteria en financiële robuustheid ten goede. Het aantal principes en regels zal, wanneer dat noodzakelijk is, worden uitgebreid en zal onderdeel worden van de actualisatie van deze nota. Als zich nieuwe onderwerpen aandienen zal daarvoor kaderstelling opgesteld worden en aan deze nota worden toegevoegd. De kaderstelling, het financieel stelsel, wordt daarmee een dynamisch geheel dat meegroeit met de ontwikkelingen.

We maken onderscheid in regels rondom de meerjarenbegroting en regels voor een lopend jaar. Robuustheid meerjarenbegroting Om tot een robuuste meerjarenbegroting te komen hanteren we de volgende principes. 1. We gaan voor een stabiele, robuuste begroting. Dat betekent dat structurele lasten structureel worden gedekt. In financieel goede tijden verhogen we onze reserves, lossen we taakstellingen financieel op en versterken we individuele stabiliteitscriteria. In slechte tijden geeft dit ruimte waardoor we niet direct rigoureus hoeven te bezuinigen en is incidentele dekking (reserves) voorhanden om incidentele tekorten op te lossen. Daarbij sturen we actief op begrotingsrechtmatigheid: lasten en verplichtingen worden uitsluitend aangegaan binnen de door de raad vastgestelde begroting. Afwijkingen worden tijdig gesignaleerd en gecorrigeerd, zodat de begroting rechtmatig en stabiel blijft. 2. Als er sprake is van een positief saldo van de primitieve begroting en er zijn diverse claims die een beroep doen op deze middelen prioriteren we als volgt: a. Allereerst wettelijke ontwikkelingen; b. Resteert er saldo dan kunnen deze naar de overige ontwikkelingen; c. Zijn er onvoldoende middelen voor overige ontwikkelingen dan herprioriteren en/of oud voor nieuw beleid; d. Resteert er dan nog saldo, dan nieuw beleid; e.

Zijn er onvoldoende middelen voor nieuw beleid, maar is dit toch de wens van het college dan dienen er extra inkomsten gegenereerd te worden. 3. (nieuwe) Gedecentraliseerde taken voeren we uit binnen het daarvoor (door het rijk) beschikbaar gestelde budget. Wanneer dit niet mogelijk blijkt, wordt eerst het beleid heroverwogen voordat een beroep wordt gedaan op andere middelen. 4. We maken alleen integrale afwegingen bij kadernota en begroting. Tussentijds worden geen besluiten genomen waarvoor geen dekking in de begroting aanwezig is. 5. We kiezen niet voor bezuinigingen die op korte termijn een positief effect hebben, maar op langere termijn tot extra kosten leiden.

Nota stabiliteitscriteria 2026-2029

35

6. Horizonfinanciering betreft het financieren van beleid voor een tijdelijke periode (horizon). Deze systematiek wordt beperkt en onderbouwd toegepast. Na deze periode zijn voor dat beleid geen financiële middelen meer aanwezig, waardoor met het beleid gestopt moet worden. Dit geldt ook voor middelen vanuit de specifieke uitkeringen. 7. Al onze tarieven zijn 100% kostendekkend. 8. Om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen nemen we maatregelen in de onderstaande volgorde: a. We nemen, waar mogelijk, financieel technische maatregelen. b. Door verdere innovatie gaan we na of efficiency mogelijk is (hier staat veelal eerst een incidentele investering tegenover) c. We gaan beleid heroverwegen. d. We schrappen formatie als: 1. er taken geschrapt worden, 2. werkzaamheden worden ondergebracht in samenwerkingsverbanden, 3. taken worden uitbesteed. e. De laatste stap om tot een sluitend meerjarenperspectief te komen is lastenverzwaring (waarbij bijvoorbeeld gekeken kan worden naar de onbenutte belastingcapaciteit/belastingcapaciteit ten opzichte van het landelijk gemiddelde). 9. Voor de dekking van specifieke ambities of investeringen met een hoog maatschappelijk rendement, waar geen dekking voor gevonden kan worden, kan overgegaan worden tot lastenverzwaring. Werkwijze begrotingsjaar Binnen een begrotingsjaar hanteren we de onderstaande regels. 1.

Tekorten op taken binnen een programma worden in eerste instantie binnen dat programma opgevangen. Indien dit niet mogelijk is, wordt eventueel dekking gezocht binnen andere programma’s. 2. Financiële voordelen aan de lastenkant van een programma worden collectief gemaakt. Hiermee worden tekorten in andere programma’s afgedekt, ruimte gecreëerd voor nieuw beleid of wordt de financiële positie verstevigd. 3. Zodra begrote bijdragen van een medeoverheid naar beneden worden bijgesteld zullen de lasten die gemaakt worden voor deze activiteit navenant verlaagd worden. 4. Als de werkelijke baten voor een bepaalde activiteit hoger zijn dan begroot komt het voordeel ten gunste van de algemene dekkingsmiddelen tenzij: a. deze zijn ontvangen onder voorwaarde dat deze worden besteed aan een bepaald doel en daardoor tot gelijke hogere lasten voor dat doel leiden; b. een toename van de vraag naar diensten die wordt geleverd leidt tot hogere baten, maar dat het voldoen aan die vraag alleen kan worden gerealiseerd door het maken van daaraan gerelateerde onvermijdelijke lasten. 5. Hogere ontvangen baten en gerealiseerde lasten in de algemene dekkingsmiddelen in een begrotingsjaar komen ten gunste of ten laste van het rekeningresultaat.

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

36

Gemeente Zeist Publiekshal, Slotlaan 20, Zeist Postbus 513, 3700 AM Zeist Telefoon 14 030

E-mail: zeist@zeist.nl Website: www.zeist.nl Twitter: www.twitter.com/gemeentezeist

Nota Stabiliteitscriteria 2026-2029

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16731500/2