CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.005 rv Zienswijze wijziging GR BghU

Raad 3 maart 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Zienswijze wijziging gemeenschappelijke regeling BghU (RV26.005)2.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “invordering”: 20

RAADSVOORSTEL Zienswijze wijziging gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU)

Portefeuillehouder Opsteller Zaak/stuknummer Besluit college

Wethouder Van Dijk H. Kuijer-Franken 995729 / RV26.005 13 januari 2026

Ontvangst griffie Ronde Tafel Debat Raadsvergadering

14 januari 2026

Onderwerp Zienswijze wijziging gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU).

Doel van het voorstel De BghU voert namens haar deelnemers de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) uit en heft en int daarnaast gemeentelijke heffingen namens de gemeenten Utrecht, De Bilt, Bunnik, Houten, Lopik, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Zeist en Nieuwegein en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Voor onze gemeente gaat het om de heffingen OZB, rioolheffing, afvalstoffenheffing, begraaf- en crematierechten, leges, toeristenbelasting, precariobelasting, reclamebelasting en marktgelden. Het bestuur van de BghU heeft het college van B&W verzocht om de ontwerp gemeenschappelijke regeling (GR) voor zienswijzen aan de gemeenteraad te zenden. Artikel 1, lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) schrijft voor dat de colleges van B&W het ontwerp aan hun raden toezenden, zodat de raden binnen acht weken een zienswijze kunnen geven. Met dit raadsvoorstel stelt het college van B&W de gemeenteraad in de gelegenheid een zienswijze in te dienen op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling BghU.

Voorgesteld besluit 1. Geen zienswijzen naar voren te brengen op de ontwerp GR BghU 2027 en het bestuur van de BghU hierover te informeren via bijgevoegde brief.

Besluit Raad

Inhoud (korte samenvatting) Het bestuur van de BghU heeft het college verzocht om de ontwerp gemeenschappelijke regeling (GR) voor zienswijzen aan de gemeenteraad te zenden. Met deze ontwerp GR wordt de BghU omgevormd van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam. De belangrijkste wijzigingen betreffen het instellen van een Dagelijks Bestuur (DB), het wijzigen van de stemverhoudingen zodat het voor de twee grootste deelnemers mogelijk wordt om gezamenlijk zitting te hebben in het DB, dat de voorzitter van de BghU, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), door en uit het Algemeen Bestuur (AB) aangewezen wordt en dat deze voorzitter stemrecht heeft.

Pagina 1 van 5

VERDIEPING Inleiding De BghU heeft de afgelopen jaren regelmatig behoefte gehad aan meer directe bestuurlijke sturing. Hierdoor is duidelijk geworden dat er behoefte is om het bestuur dichter bij de organisatie te brengen en de rollen, taken en verantwoordelijkheden in de governance te verhelderen. Dit kan door o.a. het instellen van een Dagelijks Bestuur. Het Bestuur van de BghU heeft geconcludeerd dat de vorm bedrijfsvoeringsorganisatie, waarbij er sprake is van één bestuurslaag, de gewenste nabijheid en rolscheiding onvoldoende mogelijk maakt. Een openbaar lichaam, waarin met een Algemeen en Dagelijks Bestuur wordt gewerkt, biedt wel de gewenste mogelijkheden. Daarom wenst het Bestuur van BghU de GR BghU om te vormen van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam, waarbij qua bevoegdheidsverdeling tussen het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur wordt aangesloten op de gebruikelijke verdeling volgend uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast is dit moment benut om de regeling te actualiseren, waarbij de indeling van de gemeenschappelijke regeling logisch is herordend en artikelen zijn aangepast aan gewijzigde wet- en regelgeving, waaronder de Archiefwet. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de bepalingen in de vigerende GR en de dagelijkse praktijk.

Met het omvormen van de BghU van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam wordt meer bestuurlijke nabijheid georganiseerd. Dat is in het kader van ‘good governance’ gewenst en beter passend bij de bedoeling van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In een openbaar lichaam is rolscheiding tussen bestuurlijk opdrachtgeverschap en de eigenaarsrol beter geborgd. Ook vanuit Zeist bestaat de bestuurlijke wens voor de omvorming van de BghU naar een openbaar lichaam. Daarom wordt voorgesteld om in de zienswijzebrief aan te geven geen zienswijze in te zullen dienen op de ontwerp GR BghU 2027. Wel wordt voorgesteld enkele aandachtspunten in de zienswijzebrief op te nemen, namelijk om: - Te benadrukken dat de afgelopen jaren binnen de BghU hard gewerkt is aan het op orde krijgen van de BghU organisatie. We willen ervanuit kunnen gaan dat met deze structuurwijziging de basis op orde blijft voor wat betreft de aanslagoplegging en de dienstverlening aan onze inwoners; - Dat de gemeenteraad ervanuit moet kunnen gaan dat bestuurlijke stukken tijdig, transparant en volledig aangeleverd worden zodat de raad in staat is zijn kaderstellende en controlerende rol in te vullen; - Te verzoeken dat in 2026 de kostprijs per aanslag/per deelnemer inzichtelijk gemaakt wordt omdat de stemverhouding aangepast is op basis van de deelnemersbijdrage.

De deelnemersbijdrage kan fluctueren naar gelang een deelnemer producten toevoegt of afschaalt. Met een kostprijs per aanslag per deelnemer kan een zuiverder deelnemersbijdrage berekend worden per deelnemer. ARGUMENTEN VOOR 1.1. De colleges van de deelnemende gemeenten leggen de ontwerp GR BghU voor aan de gemeenteraad/algemeen bestuur waterschap - In artikel 1 Wgr is vastgelegd hoe een wijziging van een gemeenschappelijke regeling plaatsvindt. Het voorleggen voor zienswijzen van een wijziging is een verplicht onderdeel van een regeling waaraan de raden/het algemeen bestuur van het waterschap niet zelf deelneemt. 1.2. Het voorstel voor een openbaar lichaam is gewenst omdat: - Al meerdere jaren binnen het bestuur van de BghU wordt gewerkt met tijdelijke Stuurgroepen, Bestuurscommissies en andere hulpstructuren. Deze hulpstructuren hebben geholpen bij de verschillende uitdagingen die de BghU heeft gekend en zijn nog steeds gewenst om effectieve sturing op een excellente en betrouwbare dienstverlening mogelijk te maken. Tegelijkertijd is het wenselijk om deze hulpstructuren te formaliseren. De Wet gemeenschappelijke regelingen biedt hiervoor slechts één mogelijkheid: de omzetting naar een openbaar lichaam.

- Een openbaar lichaam leidt tot meer structurele bestuurlijke nabijheid bij de BghU (door het toevoegen van een Dagelijks Bestuur), en voorkomt daarmee complexe en stroperige besluitvorming in situaties waarin het bestuur de organisatie wenst bij te sturen.

Pagina 2 van 5

-

Een openbaar lichaam leidt tot een betere rolscheiding tussen bestuurlijk opdrachtgeverschap en eigenaarsrol. Bij een bedrijfsvoeringsorganisatie zijn deze rollen in één bestuurder per deelnemer verenigd.

1.3. In de ontwerp GR is een voorstel voor de bestuurlijke inrichting van de governance van de BghU verwerkt. - In de ontwerp GR is vastgelegd dat de twee grootste deelnemers, de gemeente Utrecht en het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) vaste leden van het Dagelijks Bestuur worden. Dit doet recht aan het belang dat beide deelnemers hebben en de bijdrage die zij leveren aan BghU: zo levert de gemeente Utrecht (met afstand) de grootste bijdrage aan BghU en is het waterschap HDSR voor haar inkomsten volledig afhankelijk van de belastingopbrengsten die BghU realiseert. - Met de voorgestelde stemverhouding is het mogelijk dat Utrecht én HDSR samen met een derde deelnemer in het Dagelijks Bestuur zitten. Dit betekent dat naast Utrecht en HDSR iedere overige deelnemer deel kan uitmaken van het Dagelijks Bestuur. 1.4. De stemverhouding in de huidige GR is aangepast ten behoeve van de vorming van een Dagelijks Bestuur. - Het DB mag geen meerderheid uitmaken in het AB en moet uit minimaal drie bestuursleden bestaan. Daarom is het noodzakelijk de stemverhoudingen aan te passen. De voorgestelde stemverhouding maakt mogelijk dat Utrecht, HDSR en minimaal één derde deelnemer het Dagelijks Bestuur kunnen vormen. 1.5.

De organisatie BghU ondersteunt de ontwikkeling waarbij meer bestuurlijke nabijheid bij de eigen organisatie, en een verheldering van rollen, taken en verantwoordelijkheden wordt gecreëerd. Dit draagt bij aan de doelstelling van goede en betrouwbare uitvoering van de belastingtaken. 1.6. De afgelopen jaren heeft de BghU veel aandacht vanuit de deelnemers nodig gehad. Het is tijd om weer naar de toekomst te kijken. De voorgestelde structuurwijziging mag echter niet afleiden van de taak die we bij de BghU belegd hebben, namelijk de heffing en invordering van belastingen met een excellente en betrouwbare dienstverlening aan onze inwoners. Ook is de afgelopen periode veel geïnvesteerd in de BghU organisatie om de organisatie op orde te krijgen. We willen de komende periode daar de effecten van terug kunnen zien en verlangen daarom dat bestuurlijke stukken tijdig, transparant en volledig aangeleverd worden. Als laatste wordt op basis van de deelnemersbijdrage de stemverhouding bepaald. Het is van belang dat deze zo zuiver mogelijk berekend wordt, daarom is het noodzakelijk dat de kostprijs per aanslag/per deelnemer inzichtelijk gemaakt wordt. ARGUMENTEN TEGEN 1.1. Een openbaar lichaam kan zwaar worden bevonden voor een uitvoeringsorganisatie als de BghU - In de afgelopen jaren is gebleken dat meer bestuurlijke nabijheid wenselijk is.

Het DB vergadert minimaal 4 maal per jaar, het AB 2 maal per jaar. Per saldo is de bestuurlijke drukte hiermee te overzien, terwijl de governance structureel beter is ingericht. 1.2. De rol van de voorzitter wordt aangepast, alle deelnemers kunnen voorzitter van de BghU worden. - Op dit moment kent de BghU een technisch voorzitter, die geen stemrecht heeft binnen het Bestuur. Binnen een openbaar lichaam is een dergelijke constructie niet mogelijk. Dit heeft te maken met de rol van de voorzitter binnen het openbaar lichaam. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat de voorzitter van een openbaar lichaam door en uit het Algemeen Bestuur moet worden aangewezen (onder meer Wgr art. 12, negende lid). Dat betekent dat de voorzitter per definitie onderdeel uitmaakt van het Algemeen Bestuur en binnen het Algemeen Bestuur ook stemrecht heeft. Het is daarbij volgens de Wgr niet mogelijk om één deelnemer door twee leden in het Algemeen Bestuur te laten vertegenwoordigen, waarbij één lid stemrecht heeft, en één lid niet. Daarom is in de ontwerp-GR opgenomen dat,

Pagina 3 van 5

conform de Wgr, het Algemeen Bestuur uit haar midden een voorzitter aanwijst. Dit is gebruikelijk bij gemeenschappelijke regelingen. 1.3. De raad vergadert voor de verkiezingen niet meer zo vaak, waardoor er een kans is dat de zienswijze niet binnen 8 weken bij het bestuur BghU ligt. - Om dat risico te vermijden is de wettelijke zienswijzeperiode van 8 weken op voorstel van het bestuur BghU verlengd. Rekening is gehouden met vergaderdata van de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap. Daardoor is er voor raden en het algemeen bestuur voldoende ruimte om een zienswijze mee te geven. TOELICHTING Participatie De ontwerp gemeenschappelijke regeling is tot stand gekomen in samenspel met de bestuurders van de gemeenschappelijke regeling BghU onder begeleiding van adviesbureau KokxDeVoogd. Daarnaast zijn de raadsrapporteurs voor de BghU betrokken geweest bij de voorgestelde reactiebrief aan de BghU. Financiële toelichting Het omzetten van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam gaat naar verwachting niet leiden tot een stijging van bijdragen. Het instellen van een Dagelijks Bestuur leidt slechts tot een zeer beperkte aanvullende behoefte aan ondersteunende capaciteit.

Juridische aspecten Artikel 1 juncto 61 Wgr en artikel 50 van de vigerende gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2020 beschrijven het proces dat moet worden doorlopen om een wijziging van de gemeenschappelijke regeling vorm te geven. Het bestuur van de BghU heeft een voorstel gedaan door de ontwerp gemeenschappelijke regeling aan de colleges te zenden voor het ophalen van zienswijzen bij de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap. Aan de omvorming van de BghU naar een openbaar lichaam zijn verder geen juridische risico’s verbonden. Duurzame aspecten Niet van toepassing. Samenhang met andere projecten Niet van toepassing. VERDERE PROCES Planning en uitvoering Nadat alle gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap in de gelegenheid zijn gesteld om zienswijzen in te dienen, weegt het bestuur van BghU de binnengekomen zienswijzen en bepaalt op basis hiervan of de gemeenschappelijke regeling aangepast dient te worden. Vervolgens wordt de (eventueel aangepaste) regeling voor toestemming en instemming aan de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap gezonden.

De colleges van B&W en het dagelijks bestuur van het waterschap starten vervolgens de procedure voor toestemming en instemming en leggen de definitieve ontwerpregeling voor aan de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap. De raad/het algemeen bestuur beoordeelt of het het college van B&W toestemming kan geven om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Na verkregen toestemming van alle raden en het algemeen bestuur van het waterschap kan de regeling definitief gewijzigd worden door de colleges. Dit zal pas plaats vinden in de nieuwe raadsperiode. Communicatie Niet van toepassing.

Pagina 4 van 5

Evaluatie In de Ontwerp gemeenschappelijke regeling is opgenomen (artikel 59) dat in het jaar voorafgaande aan reguliere gemeenteraadsverkiezingen de samenwerking geëvalueerd wordt en dat daarbij in elk geval ingegaan moet worden op het functioneren van het samenwerkingsverband. De resultaten van de evaluatie worden uiterlijk in januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezing aangeboden aan de colleges en de vertegenwoordigende organen. Deze bepaling is overigens ongewijzigd ten opzichte van de vigerende gemeenschappelijke regeling BghU. BIJLAGEN 1. Aanbiedingsbrief Bestuur BghU 2. Concept Zienswijze Wijziging GR BghU 3. Ontwerp-GR BghU 2027 4. Overzicht van wijzigingen GR BghU

Pagina 5 van 5

RAADSBESLUIT

Behoort bij raadsvoorstel Nr. RV26.005 De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2026; BESLUIT: 1. Geen zienswijzen naar voren te brengen op de ontwerp GR BghU 2027 en het bestuur van de BghU hierover te informeren via bijgevoegde brief.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 3 maart 2026 De raad voornoemd,

drs. E.M.H. Lemaier

drs. J. Langenacker, voorzitter

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16486681/2