CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.002 Bijlage 1 Geactualiseerd beleid 2025 gem. garant-, borgstellingen en leningen in maatsch. voorz.

Raad 3 maart 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Nota gemeentelijke garantstellingen, borgstellingen en leningen in maatschappelijke voorzieningen (RV26.002)14.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Financiële criteria Resultaatontwikkeling (2 jaar terug, en 5 jaar verder)

Oordeel over de kwaliteit van de meerjarenbegroting (realistisch en navolgbaar)

Is er sprake van een, meerjarig, structureel positief saldo

Financiële ruimte voor vervanging, onderhoud en onvoorziene tegenvallers Aanwezigheid van taakstellingen? Zijn deze te dragen?

Diversificatie van inkomsten:

Flexibiliteit in kosten Liquiditeit (kan de aanvragen op korte termijn aan haar betalingsverplichtingen voldoen): Current ratio (liquide middelen +/+ vlottende activa) / Kort vreemd vermogen. Dit 2 jaar terug, en 3 jaar vooruit. Solvabiliteit (kan de aanvrager op lange termijn aan haar betalingsverplichtingen voldoen). 2 jaar terug, en 3 jaar vooruit.

Toelichting De ambtelijke organisatie beoordeelt zowel de 2 laatste jaarrekeningen (indien nodig, kan hier een langere termijn worden gehanteerd) en de meerjarenbegroting, dit om beeld te krijgen bij de volledigheid van de meerjarenbegroting. Is er voldoende sprake van onderbouwing bij de meerjarenbegroting, is er rekening gehouden met alle kosten, is de mjb volgbaar en uitlegbaar, zit er een sterke relatie tussen activiteit, doelen en geld? Dit is een zware weging, houdt hier rekening mee in de beoordeling. Kunnen de structurele lasten worden gedragen, door de structurele baten? Als het al die jaren ja is, dan is het risico zeer klein. Ieder jaar dat het niet het geval is (let op toekomstige jaren), wordt het risico 1 stap groter. Houdt de aanvrager voldoende rekening in haar begroting of op haar balans voor vervanging en onderhoud? En als plus, heeft de organisatie hier een plan voor? Daarnaast, kan de organisatie onvoorziene tegenvallers incasseren? Zijn er nog openstaande taakstellingen? Wat is hier de stand van? En in hoeverre zijn deze structureel te dragen door de organisatie? Komt het geld uit meerdere bronnen (subsidies, donaties, fondsenwerving, eigen activiteiten)? Een brede basis is stabieler. Goed om te blijven monitoren, en hier periodiek het gesprek over te hebben. Geen oordeel, omdat dit vaak sectorafhankelijk is.

Wel goed om hier een oordeel over te geven, zodat dit bij de periodeke toetsing gemonitord kan worden.

Weging Groot

Zeer groot

Groot

Groot

Groot

nvt

nvt

- Current ratio = (liquide middelen + vlottende activa) / kort vreemd vermogen Midden - qua signaalwaardes worden gangbare waardes uit de sector gebruikt (zie bijlage D). - Solvabiliteit = EV/TV - qua signaalwaardes worden gangbare waardes uit de sector Midden gebruikt.

19

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Niet uit de balans blijkende bezittingen

Verwachting van de ontwikkeling van de cashflow. 2 jaar terug, en 5 jaar vooruit.

Welke posten zijn hier in de jaarrekening opgenomen. En hoe groot kan hiervan de impact zijn in de toekomst? Geen oordeel, maar wel goed om te benoemen. De kasstroom is een belangrijk element. Een negatieve kasstroom kan catastrophale gevolgen hebben voor een organisatie. Daarom kijken we niet alleen terug, maar ook ruim vooruit. Dit door middel van het kasstroomoverzicht. Mocht het een jaar negatief zijn, en de operationele kasstroom is positief, dan is dat incidenteel niet problematisch.

Groot nvt

Zeer groot

Sectorafhankelijke criteria

Toelichting

Weging

Waar wordt de organisatie, aanvullend op bovenstaande, actief op getoetst door het ministerie/toezichthouder? En wat valt daarin op? (oordeel over laatste 2 jaar).

Hiervoor kun je data uit de jaarrekening/begroting halen van de betreffende organisatie. Voor het onderwijs gaat het bijvoorbeeld over o.a. de kwaliteit van het onderwijs. Woningbouwcorporaties worden getoetst of zij de rente van de leningen nog wel kunnen betalen, etc. etc. Wat valt hier aan op? Zijn er zaken die extra aandacht behoeven? En wat doet dat met het risico?

Groot

De beoordeling is mogelijk in een door team Control ontwikkeld formulier. Het rentecomité houdt regie op de ingekomen aanvragen, beoordeelt zowel het voorportaal als de onderdelen uit het afwegingskader en vraagt daar waar nodig informatie binnen de organisatie op (bijvoorbeeld team Financiën en team Vastgoed). Zij werkt hierin nauw samen met het team dat contacten heeft met de maatschappelijke organisatie (bijvoorbeeld team Vastgoed of team Leefbaarheid en Economische ontwikkeling (Sport)). Team Control voorziet het voorblad van een reflectie. Hiermee wordt de meer objectieve beoordeling tevens voorzien van een kwalitatieve reflectie. Dit kan een bepaalde score nuanceren en het bestuurlijke gesprek hierover op gang brengen. Tevens is het van belang dat de verdeling op de risicokaart periodiek wordt getoetst en indien nodig aangepast. Dit om te voorkomen dat het model onvoldoende aansluit bij de realiteit.

3.3 Proces van monitoring Om het risico tijdens de looptijd van de verleende garantie, geldlening en participatie zoveel mogelijk te beperken, is tussentijdse, periodieke beoordeling van de maatschappelijke organisatie een e ectief instrument. De intensiteit van deze beoordeling kan variëren, afhankelijke van het risicoprofiel. In het verleden was er vaak sprake van gedeelde borgstellingen, waarbij de gemeente kon aansluiten bij de periodieke toetsing van het betrokken waarborgfonds. Recente casuïstiek laat echter zien dat een eigen beoordeling noodzakelijk is geworden. De gemeente staat nu vaker garant voor hogere bedragen en/of langere looptijden, waardoor het belang van eigen, actueel inzicht is toegenomen. Met het beleid zoals het nu voorligt, zal dit belang, in potentie, alleen maar worden vergroot.

3.3.1 Spelregels voor monitoring De spelregels voor de monitoring tijdens de looptijd zijn gebaseerd op twee uitgangspunten: 1. 2.

Het type instrument De score op de risicokaart

Het principe dat wordt gehanteerd is: hoe hoger het risicoprofiel, hoe intensiever de informatie-uitwisseling met de maatschappelijke organisatie. Bij een relatief laag risico kan worden volstaan met een jaarlijkse quickscan van financiële gegevens. Naarmate het risico toeneemt, wordt de monitoring intensiever, bijvoorbeeld via tussentijdse rapportages, voortgangsgesprekken of aanvullende zekerheden.

20

Instrument

Variant

Bruto risico

Achtervang bij borgstelling via een waarborgfonds Borgstelling/Garantstelling Gedeeld met waarborgfonds

1,00

Borgstelling/Garantstelling

Borgstelling/Garantstelling Direct (zonder waarborgfonds) Lening

Waarborgfonds

3,50-3,75

Waarborgfonds Waarborgfonds en eigen check Eigen check

4,00

Eigen check

2,00-2,25

Borgstelling/Garantstelling Gedeeltelijk gedeeld met waarborgfonds

Manier van periodieke beoordeling

2,50-2,75

Direct (zonder waarborgfonds)

Uit bovenstaande valt dus te achterhalen dat een eigen periodieke beoordeling van belang is bij instrumenten met een bruto-risico van minimaal 2,50. Vanaf deze grens is het niet langer voldoende om uitsluitend te vertrouwen op externe toetsing (zoals die van een waarborgfonds). De combinatie tussen het instrument en de risico-score (zie afwegingskader) bepaald de zwaarte van de periodieke beoordeling. 99-148

149-214

215-280

281-346

347-462

Gedeeltelijk gedeeld met waarborgfonds

4 jaarlijks, alleen financiële data

3 jaarlijks, alleen financiële data

2 jaarlijks, volledige check

Jaarlijks, volledige check

Jaarlijks, volledige check

Garantstelling

Gedeeltelijk gedeeld met waarborgfonds

2 jaarlijks, alleen financiële data

2 jaarlijks, volledige check

Jaarlijks, volledige check

Jaarlijks, volledige check

Borgstelling/ Garantstelling

Direct (zonder waarborgfonds)

3 jaarlijks, alleen financiële data Eens per 2 jaar, alleen financiële data

Jaarlijks, volledige check

Jaarlijks, volledige check

Jaarlijks, volledige check

halfjaarlijks, volledige check

Lening

Direct (zonder waarborgfonds)

Jaarlijks, volledige check

Jaarlijks, volledige check

Jaarlijks, volledige check

halfjaarlijks, volledige check

Instrument

Variant

Borgstelling

Eens per 2 jaar, alleen financiële data

In bovenstaande schema zijn er een tweetal opties mogelijk, een volledige check of alleen een check op de financiële data. Het is hier van belang dat de opgeleverde data, naar de mening van de gemeente, voldoende kwalitatief en betrouwbaar is. Daar waar het waarborgfonds een rol speelt, kan de beoordeling in samenspel worden opgesteld. Vanzelfsprekend kan de frequentie van monitoring incidenteel worden opgeschaald, indien dit door de ambtelijke organisatie wordt geadviseerd. Ook kan de risico-inschatting periodiek worden aangepast, zowel naar boven als naar beneden. Het initiatief voor de periodieke beoordeling ligt bij het rentecomité (waarbij de uitvoering bij team Financiën ligt). Dit comité rapporteert over de uitkomsten aan het College van B&W, dat op zijn beurt hierover rapporteert aan de gemeenteraad binnen de reguliere Planning & Control-cyclus.

3.3.2 Zwaarte in weerstandscapaciteit Bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is er bij de afgelopen jaarrekening de volgende berekeningsmethodiek gehanteerd (hierbij zijn de standen per 31-12-2023 gebruikt): Gebeurtenis

Indien er een beroep wordt gedaan op garantstellingen inzake leningen aan sportverenigingen, heeft dit financiële gevolgen voor de gemeente. Er wordt een beroep gedaan op de garantstelling door de gemeente. Inzake leningen waar geen waarborgfonds (mee) garant staat.

Bruto Kans

Bruto Maximaal gevolg

Maatregel

Netto kans (%) M

Netto maximaal gevolg M

30

Stichting Waarborgfonds Sport staat ook voor 50% garant. Daardoor is max gevolg de helft. Daarnaast worden de verenigingen die 1.701.000 een lening zijn aangegaan jaarlijks getoetst op liquiditeit, solvabiliteit, eigen vermogen e.d. door het SWS. Hierdoor neemt de kans op het 'missen' van signalen verder af.

10

100.000

10

We hebben bij de 2 leningen waar het om gaat een hypotheekrecht gevestigd (Charim 1.961.000 en Austerlitz). Als de executiewaarde lager is dan de hypotheeksom worden wij aangesproken.

10

217.000

21

Indien er een beroep wordt gedaan op garantstellingen inzake leningen woningbouwverenigingen, heeft dit financiële gevolgen voor de gemeente.

10

Er kan een beroep worden gedaan op het Waarborgfonds. Als het fonds in financiële problemen geraakt, kan de gemeente 281.957.000 verplicht zijn tot het samen met het Rijk en andere verbonden gemeenten verstrekken van renteloze leningen aan het Waarborgfonds.

10

100.000

In de bestaande systematiek komt een verschil in bruto kans naar voren. Zo wordt de garantstelling bij een sport vereniging qua bruto kans groter ingeschat dan bij andere sectoren, onder andere vanwege de grotere kwetsbaarheid van deze organisaties. De netto kans blijft echter gelijk over de sectoren heen, omdat de gemeente overal vergelijkbare beheersmaatregelen toepast. Het brutobedrag is gebaseerd op het totaalbedrag waar de gemeente risico over loopt. De handvatten uit hoofdstuk 5 kan per heden worden meegenomen in het reguliere proces. Door het inzetten van beheersmaatregelen wordt zowel de kans als het gevolg beïnvloed. De vermenigvuldiging van de netto kans en het netto maximaal gevolg leidt tot het netto risicobedrag, dat uiteindelijk wordt opgenomen in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

3.3.3 Naar een netto-risico in de nieuwe systematiek Uit het voorgaande blijkt dat het bruto risico, zowel in termen van kans als financieel gevolg, goed in te schatten is. Hoewel er spelregels zijn opgesteld voor de inzet van beheersmaatregelen, blijft de toepassing ervan maatwerk. Zo kan een organisatie bijvoorbeeld goede zekerheden overleggen, wat onderdeel is van de beoordeling in het voorportaal. Het daadwerkelijk op te nemen netto risicopercentage in de risicoparagraaf zal daarom per partij en per instrument periodiek beoordeeld moeten worden. We gaan dan ook om alle garanties, borgstellingen en leningen (met uitzondering van de woningcorporaties) per maatschappelijke organisatie op te nemen in het gemeentelijk risicomanagementsysteem.

3.3.4 Link met stabiliteitsmonitor Een belangrijk onderdeel van het proces van monitoring is de jaarlijkse actualisatie van de signaalwaarden in de stabiliteitsmonitor. Als gevolg van het voorgaande wordt voorgesteld om deze signaalwaarden aan te passen, zodat ze beter aansluiten bij de actuele risico-inschattingen en beheersmaatregelen. Door de gehanteerde spelregels is de organisatie in staat om het risico aan de voorkant zorgvuldig af te wegen tegen het publieke belang. De interne governancestructuur wordt hierop ingericht en ondersteunt deze afweging. De potentiële impact op de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit is daarmee het resultaat van een bewuste en onderbouwde keuze. De bestaande signaalwaardes zijn als volgt; -

Corporaties: € 275mln. Sport: € 3mln. Overige geborgde leningen: € 4mln.

Uitwerking: -

-

Met het beperkte risico bij de Corporaties is het voorstel om de signaalwaarde gelijk te zetten met de realisatie per eind 2024 (€ 303mln.). De komende 10 jaar lopen er veel achtervangposities af, waardoor hier ruimte ontstaat. Verdere verhoging is dan ook op dit moment niet nodig. o In het bestaande beleid is het volgende opgenomen over Corporaties:  De mogelijkheid te benutten om de gelimiteerde achtervangregeling bij de WSW op te zeggen en per aanvraag een afweging maken.  Iedere nieuwe aanvraag op zichzelf gaan beoordelen. Hierbij moet een goede balans komen tussen maatschappelijk belang en het risicoprofiel van de gemeente. Om te snelle stijgingen te voorkomen, worden deze afspraken in de actualisatie van het beleid gehandhaafd. De uitgezette garant- en borgstellingen bij de overige twee onderdelen staan ten tijde van de jaarrekening op € 4.8mln. Dat betekent een ruimte van ruim € 2,1mln. Dit is minimaal en naar verwachting onvoldoende. Daarom worden er twee zaken voorgesteld;

22

o o

Rapportage dient plaats te vinden op organisatieniveau, en niet op sectorniveau. Het dient immers de publieke waarde binnen de gemeente Zeist. De signaalwaarde wordt verhoogd van € 7mln naar € 15mln (inclusief leningen zoals bedoeld in dit document). Deze stijging van € 8mln. geeft voor nu ruimte en voorspelbaarheid in het handelen van het College van B&W. Dit kan een verwacht negatief e ect hebben op de benodigde weerstandscapaciteit. Hoe hoger het netto risico, hoe hogere de impact op deze capaciteit.  Om de risico’s en een (te hoge) stijging van de benodigde weerstandcapaciteit zoveel mogelijk tegen te gaan (en aan te sluiten bij interne regelgeving), wordt er voorgesteld om de gemeenteraad over individuele Business Cases te laten besluiten wanneer;  Scenario A: o De aanvraag voor het instrument is hoger dan € 1 miljoen euro, én o het gaat om een instrument met een bruto risico van 2,50 of hoger  Scenario B: o Er sprake is van een tweede aanvraag vanuit de maatschappelijke organisatie (of een gelieerde stichting/vereniging etc.) o Het bedrag is hoger dan 250.000, ongeacht het instrument.

 Scenario C o De Business Case, na beoordeling, buiten de risico-bereidheid van de gemeente valt (zie hoofdstuk 3.3)  Een score van > 347  Een score tussen 281 en 346 wordt in samenspraak met het Directieteam van de ambtelijke organisatie bepaald of dit al dan niet een Raadsbesluit behoeft.  Scenario D o Op het moment dat de signaalwaarde is overschreden (Stabiliteitsmonitor). Het college informeert de raad voorafgaand aan ieder voorgenomen besluit via een raadsinformatiebrief.

23

3.4 Schematische weergave van het beleid Als resultaat van het voorgaande, volgt hieronder, tot slot, de schematische weergave van het inhoudelijk beleid.

24

Bijlage A: Relevante wet- en regelgeving financiële instrumenten Soort

Document

Toelichting Op het moment dat decentrale overheden steun willen verlenen, moeten zij rekening houden met de staatsteunregels. In artikel 107, lid 1 van het VWEU is opgenomen: “Behoudens de afwijkingen waarin de Verdragen voorzien, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt”.

Europees

VWEU, artikel 107

De reden dat Staatssteun, in principe, niet is toegestaan is omdat de mededinging op de Europese markt kan worden verstoord. Om te voldoen aan het begrip staatsteun, zijn er een vijftal cumulatieve criteria geformuleerd, welke uit bovenstaande tekst zijn te destilleren (bron: kenniscentrum Europa Decentraal); 1. De steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht; 2. De steun wordt door staatsmiddelen bekostigd; 3. Deze staatsmiddelen verscha en een economisch voordeel dat niet via een normale commerciële weg zou zijn verkregen; 4. De maatregel is selectief 5. De maatregel vervalst de mededingen (in potentie) en (dreigt te) leiden tot ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU

Soort

Document

Toelichting De instrumenten die in dit document centraal staan, kennen een privaatrechtelijke achtergrond. Hiermee raakt het artikel 169 in de gemeentewet, namelijk: “Zij (college) geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder d, (= tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten)…, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen”. Deze wet stelt kaders voor het financiële beleid van gemeenten. Belangrijke uitgangspunten zijn; - Het uitzetten van middelen of verlenen van garanties kan uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak, - Toetsing is noodzakelijk om vast te stellen dat er geen sprake is van een commercieel motief en/of er geen sprake is van verboden staatssteun - Het financieringsbeleid van de gemeente is erop gericht om de risico’s rondom financiële instrumenten zoveel mogelijk te beperken Deze regeling is een nadere uitwerking van de wet FIDO. Toevoeging ten opzichte van bovenstaande is dat gemeenten geen leningen aan gaan met doel, de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten.

Uit de wet komt naar voren dat, aanvragen een zorgvuldige aanpak vragen (verzamelen van relevante feiten en afwegen van belangen). Dat dit met de nodige transparantie moet plaatsvinden, en dat er de mogelijkheid bestaat voor de aanvrager om bezwaar en beroep te maken.

Gemeentewet, artikel 160 en artikel 169

Nationaal Nationaal

Wet FIDO (financiering decentrale overheden)

Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden

Awb (Algemene wet bestuursrecht)

25

BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten)

Wet Markt en Overheid

Burgerlijk wetboek (BW)

Soort Intern

Document Financiële verordening, Artikel 8, informatieplicht

Intern

Financiële verordening, Artikel 17, kostprijsberekening

Het BBV richt zich rondom het thema meer op de juiste verantwoording van de verstrekte instrumenten. Het is daarom van belang dat het verstrekte instrument op de juiste plaats (balans en winst- en verliesrekening) wordt verantwoord. Daarnaast dient het zichtbaar (transparant, inzicht in het publieke belang en in de risico’s) te zijn op zowel de balans, in de programma-indeling en in de paragrafen (financiering en weerstandsvermogen). De insteek van deze wet is om oneerlijke concurrentie door overheden tegen te gaan, wanneer zij economische activiteiten verrichten. Hiervoor zal zij zich aan de Europese mededingingsregels moeten houden. Dit is echter niet van toepassing op het moment dat de economische activiteit plaatsvindt in het algemeen belang. In het BW is opgenomen dat er sprake moet zijn van een schriftelijke overeenkomst, hierin zullen duidelijke afspraken moeten worden vastgelegd.

Toelichting Het college besluit niet over het verstrekken van leningen, kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen hiertoe én in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Het zevende lid geeft voor de omslagrente voor de kostprijs van verstrekte leningen een afwijkend voorschrift. Die kostprijs wordt gebaseerd op de rente van de lening die is aangetrokken voor de verstrekte lening. Die rente moet worden verhoogd met een risicoopslag voor de kans dat de (een deel van) de lening niet wordt terugbetaald (debiteurenrisico). Daarnaast moeten voor het bepalen van die kostprijs natuurlijk als directe kosten ook de afsluitkosten e.d. worden meegenomen.

26

Soort

Document Financiële verordening, Artikel 18, Prijzen economische activiteiten

Intern

Financiële verordening, Artikel 20, lid 2 Financieringsfunctie

Toelichting In de Wet Markt en Overheid (waarmee de Mededingingswet is gewijzigd) is opgenomen dat als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden zij deze activiteiten niet mag bevoordelen als het economische activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met andere ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat ten minste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten en werken en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht. Van dit verbod kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. . Het raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een o icieel elektronisch publicatieblad en moet open staan voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift indienen bij de gemeente (artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)).

De gemeente moet binnen zes weken een besluit nemen over het bezwaarschrift of – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb is ingesteld – binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Bij afwijzing van de bezwaren kan de belanghebbende beroep instellen bij de bestuursrechter. Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal geldt een aantal uitzonderingen (artikel 25h van de Mededingingswet). Het tweede lid draagt het college op bij het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële risico waaraan de gemeente bloot komt te staan, te verminderen. Bij het verstrekken van garanties gaat het college uit van de door de raad bekrachtigde aanbevelingen uit de Nota garant- en borgstellingen.

27

Soort

Document

Treasurystatuut, Artikel 3, renterisicobeheer

Treasurystatuut, Artikel 5

Treasurystatuut, Artikel 8, financiering Intern

Toelichting Bij het afsluiten van leningen en het maken van renteafspraken wordt ervoor gezorgd dat de renterisiconorm (Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage van 20% te vermenigvuldigen met het totaal van de begroting van enig jaar) in beginsel niet wordt overschreden; overschrijding is alleen mogelijk met toestemming van de toezichthouder (Provincie) en wordt medegedeeld aan de gemeenteraad De Wet Fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren bij het verstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de publieke taak. Omdat de Gemeenteraad de publieke taak bepaalt, worden leningen of garanties uitsluitend verstrekt aan door de Gemeenteraad goedgekeurde partijen. Ten einde de kredietrisico’s te verkleinen kunnen zekerheden of garanties worden verlangd van de debiteuren.

Aangaan van leningen met enkel het doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten (Near Banking) is niet toegestaan Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak: Uitvoering, 1e handtekening: Desbetre ende organisatieonderdeel in overleg met Treasurer Autorisatie, 2e handtekening: College van B&W

Treasurystatuut, Bevoegdheden

Treasurystatuut, Artikel 13, Verantwoordelijkheden en Artikel 16, Rentecomité

Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak, binnen de kaders van de nota “Garant- en borgstellingen: Uitvoering, 1e handtekening: Desbetre ende organisatieonderdeel in overleg met team Financiën Autorisatie, 2e handtekening: College van B&W Het garanderen van gelden uit hoofd van de publieke taak, buiten de kaders van de nota “Garant- en borgstellingen” Uitvoering, 1e handtekening: Desbetre ende organisatieonderdeel in overleg met team Financiën Autorisatie, 2e handtekening: Gemeenteraad Taakomschrijving en verantwoordelijkheid rentecomité: Het ontwikkelen van een visie op het terrein van kas- en risicobeheer en gemeentefinanciering, garantstellingen e.d.

28

Bijlage B: Relevante onderdelen Thema weerbaarheid De financiële weerbaarheid wordt in grote mate bepaald door onze bu ers waarmee we in staat zijn onverwachte tegenvallers op te kunnen opvangen. Zijn de bu ers - zowel structureel als incidenteel - van voldoende omvang om de geïnventariseerde risico’s en eventuele onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen? Weerstandsratio: De weerstandsratio geeft aan in hoeverre een gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen met haar beschikbare reserves. De weerstandsratio wordt berekend door: De beschikbare weerstandscapaciteit (de actuele hoogte van de reserve weerstandsvermogen van de gemeente) te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (omvang geïnventariseerde risico’s). Op 15 mei 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2025-2028. Daarmee is ingestemd met een signaalwaarde, namelijk 1,0. Opvallend aan deze ratio is dat de gemeente Zeist een separate reserve weerstandsvermogen heeft, waar dit bij andere gemeenten vaak uit de algehele algemene reserve bestaat. -

De bedragen die met garantstelling gemoeid gaan, maken integraal onderdeel uit van het risicoprofiel en worden daarom meegenomen in de beoordeling van het weerstandsvermogen. Hiervoor is het dus van belang dat de risico’s omtrent de garantstelling en/of een ander ingezet financieel instrument voldoende in kaart zijn (gebracht).

Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft in een percentage aan welk deel van het bezit van de balans niet met schuld is belast (EV/TV). Hoe hoger het percentage, hoe beter het is. -

Deze ratio kan van invloed worden op het moment dat de gemeente leningen versterkt. Hiermee wordt enerzijds het balanstotaal groter, anderzijds zal de gemeente de kapitaalmarkt op moeten om de lening zelf te financieren. In vergelijking met andere gemeenten scoort Zeist goed (68%) op dit onderdeel (zie stabiliteitsmonitor jaarstukken 2024), echter, ten opzichte van de signaalwaarde (60%) zit hier weinig ruimte in. Het is daarnaast de verwachting dat er steeds meer met vreemd vermogen zal worden gefinancierd, wat een negatief e ect heeft op de ratio. Vanuit de Provincie is er overigens een ondergrens van 20% benoemd.

Thema bestendigheid De financiële bestendigheid geeft aan in hoeverre de financiële positie op de middellange tot lange termijn houdbaar is, gegeven structurele ontwikkelingen in baten en lasten. Zijn de inkomsten en uitgaven in evenwicht, ook bij veranderende omstandigheden zoals demografische verschuivingen, beleidswijzigingen of economische trends? In hoeverre is het financieel beleid toekomstbestendig en bestand tegen structurele druk op de begroting? Meerjaren structureel in evenwicht (inclusief een toets op volledigheid): De meerjarige terugkerende lasten dienen binnen gemeenten gedragen te kunnen worden door de meerjarige terugkerende baten (BBV wetgeving). Als dit niet het geval is, dient de gemeente tijdig bij te kunnen sturen, hiermee voorkomt zij dat zij onder toezicht komt te staan van de Provincie. Deze ‘regel’ betekent in dit kader zowel iets vanuit het perspectief van de gemeente als vanuit die van de maatschappelijke organisatie. Onderhoudsplannen: Binnen de gemeente Zeist worden onderhoudsplannen opgesteld, enerzijds om de kwaliteit van de voorzieningen te waarborgen, anderzijds om de benodigde financiële middelen hiervoor vrij te spelen.

Door hiermee te werken worden onaangename verassingen voorkomen; achterstallig onderhoud treedt niet op, er kan rekening worden gehouden met prijsstijgingen in innovaties en het draagt bij aan de stabiliteit en voorspelbaarheid van de financiële positie. 1.

In hoeverre is er zicht op het benodigde onderhoud bij de geldvrager? En is dit betaalbaar, ook in de nieuwe situatie.

Omvang taakstellingen: Bij een financieel tekort dienen er maatregelen getro en te worden. In enkele gevallen is het mogelijk dat een maatregel niet direct realiseerbaar is in tijd of omvang. In zo’n geval kan er gewerkt worden met taakstellingen die de verwachte bezuiniging of ombuiging financieel weergeven. Begrotingsresultaat versus jaarrekeningresultaat: Het verschil tussen het begrote en werkelijke resultaat geeft inzicht in het realisme van de begroting. Garanties en borgstellingen: Om maatschappelijke ontwikkelingen mogelijk te maken kent de gemeente het instrument borg- en garantstellingen. Een maatschappelijke partner (zonder winstoogmerk) investeert in een maatschappelijke opgave en de gemeente staat bij de bank garant voor de verplichtingen die voortvloeien uit de leningen.

29

-

In de stabiliteitsmonitor is het volgende overzicht gedeeld:

Bijzonderheden: 1. 2.

Het saldo bij de Corporaties is in 2024 toegenomen, de komende 10 jaar zal dit saldo echter fors afnemen. Het saldo van Sport is nog exclusief de garantstelling bij V.V. Jonathan (Stichting achter het Slot)

Thema wendbaarheid De financiële wendbaarheid geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is om zich snel en e ectief aan te passen aan veranderende omstandigheden, beleidswijzigingen of externe schokken. Is er voldoende flexibiliteit in de begroting en het beleid om tijdig bij te sturen wanneer dat nodig is? In hoeverre kunnen middelen worden herschikt of beleid worden aangepast zonder dat dit leidt tot grote verstoringen of risico’s voor de continuïteit? Netto (gecorrigeerde) schuldquote (zowel nu, als na verstrekken lening): Het gaat hier om het niveau van de schuldenlast (langlopend en kortlopend). Het maakt duidelijk of de gemeente haar financieringslasten (rente en aflossing) in de exploitatie kan dragen. -

-

In de stabiliteitsmonitor jaarrekening 2024 is hierover het volgende: “De netto (gecorrigeerde) schuldquote zal de komende jaren stijgen door de toename aan investeringen en de (toekomstige) leningen uit het revolverend fonds verduurzaming sport en cultuur. We zullen in 2025 externe financiering aantrekken waardoor de schuldquote verslechtert.” De berekening gaat als volgt: totaal aan leningen (lang + kort) minus liquide middelen en uitzettingen (leningen) / totale structurele baten

Renterisiconorm: Een organisatie kan veel schulden hebben. Over deze schulden moet rente betaald worden. Om het renterisico in te perken, is het raadzaam om de lening portefeuille te voorzien van meerjarige spreiding. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan een vastgesteld percentage van de totale lasten van de begroting. -

Conform de wet FIDO is opgenomen dat de renterisiconorm 20% bedraagt. De gemeente Zeist hanteert zelf een signaalwaarde van 75%. Ten tijde van de jaarrekening zit de gemeente op 94,71% onder de risiconorm.

Kasgeldlimiet: Gemeenten mogen niet (wet FIDO) onbeperkt tijdelijke (kortlopende) geldleningen afsluiten. De limiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Bij de jaarrekening gaat het om ruim 19 mln. Waarvan overigens nul euro is aangetrokken. Rentemix langlopende leningen: Om de kosten voor rente beheersbaar te houden is het belangrijk dat goede afwegingen worden gemaakt wanneer geldleningen aangetrokken worden. De rentemix is hier een belangrijke graadmeter, het geeft de gemiddelde rente weer die wordt betaald op de leningenportefeuille.

30

Bijlage C: Landelijke waarborgfondsen Instellingen kunnen in de huidige situatie terecht bij de diverse waarborgfondsen. De gemeente Zeist zal bij een verzoek om borg, achtervang of lening, een aanvragende partij verwijzen naar deze waarborgfondsen. Hier volgt een korte opsomming van de bekendste waarborgfondsen die landelijk actief zijn. Waarborgfonds Sociale Woningbouw - www.wsw.nl Het WSW geeft garanties aan financiers, die woningcorporaties leningen verstrekken voor sociale woningbouwprojecten en leningen voor maatschappelijk vastgoed. Dankzij deze garanties kunnen corporaties geld lenen tegen gunstige voorwaarden. Het WSW beschikt op deze wijze over een solide zekerheidsstructuur. De garanties van het WSW staan dan ook zeer hoog aangeschreven. ’s Werelds belangrijkste kredietbeoordelaars Standard & Poor’s en Moody’s Investors Service hebben het WSW hun hoogste ratings, respectievelijk Triple-A en Aaa, toegekend. De gemeente Zeist participeert in de achtervang op het gebied van de WSW. Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen – (WEW) De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen is de stichting die de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) afgeeft. Het bestuur van de WEW bestaat uit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Nederlandse Vereniging van Banken, het ministerie van Vrom en de Vereniging Eigen Huis.

VNG en het Rijk hebben afgesproken om de achtervangfunctie van gemeenten bij nieuwe Nationale Hypotheek Garanties te beëindigen met ingang van 1 januari 2011. In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen is de datum 1 januari 2011 definitief vastgesteld. Hierbij is afgesproken dat de NHG wordt gecontinueerd met een 100% achtervangfunctie van het Rijk. Bij alle - tot 1 januari 2011 - verstrekte NHG's blijft de gemeentelijke achtervangfunctie gelden. Waarborgfonds voor de Zorg – www.wfz.nl Het waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) is een onafhankelijk instituut, dat zorgstellingen de mogelijkheid biedt voordelige leningen af te sluiten. Het WFZ doet dit door de geldgevers de betaling van rente en aflossing te garanderen. Waarborgfonds Kinderopvang – www.waarborgfondskinderopvang.nl Het waarborgfonds kinderopvang ondersteunt organisaties die investeren in de opvang en de ontwikkeling van kinderen. Zij richten zich daarbij op goed ondernemerschap, verantwoord investeren en kwaliteit van huisvesting. Het waarborgfonds verstrekt zekerheidsproducten en stelt kennis en expertise beschikbaar en faciliteert samenwerking tussen betrokken organisaties en sectoren. Verder wordt er onderzoek gedaan en wordt innovatie geïnitieerd en gestimuleerd.

Stichting Waarborgfonds HBO - www.waarborgfonds-hbo.nl De Stichting Waarborgfonds HBO (het Waarborgfonds) heeft statutair ten doel zich borg te stellen ten gunste van geldgevers voor geldleningen die worden verkregen door de hogescholen voor zover het de bekostigde instellingen als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betreft. Het Waarborgfonds is opgericht in verband met de overdracht van het economisch claimrecht van het onroerend goed aan de HBOinstellingen, de zogenaamde OKF-operatie. Stichting Waarborgfonds Sport – www.sws.nl Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) onderzoekt de financiële haalbaarheid van sportaccommodaties met betrekking tot de bouw, aanleg, renovatie en/of aankoop hiervan. Het SWS staat zelfs borg voor 50% van de financiering ten gunste van de aanvragende organisaties, indien positief wordt geadviseerd op de aanvraag. Nationaal Restauratiefonds – www.restauratiefonds.nl Het Nationaal Restauratiefonds adviseert en ondersteunt gemeenten, provincies en andere professionele partijen bij de financiële consequenties van erfgoedbeleid. Het fonds beheert subsidieadministraties en regionale restauratiefondsen.

31

Indien een verzoek om garantiestelling door een van de voorliggende waarborgfondsen wordt geweigerd, dan zal de gemeente Zeist in principe het oordeel van het waarborgfonds volgen. In het kader van een zwaarwegend publiek belang kan door de raad een ander besluit genomen worden.

32

Bijlage D: Specifieke signaalwaardes per sector Ratio

Solvabiliteit EV/TV*100%

Liquiditeit VV/KVV*100%

Sector

Laag

Acceptabel

Gezond

Sport

<20%

ertussen

>35%

Welzijn

<15%

ertussen

>30%

Zorg en opvang

<20%

ertussen

>35%

Woningbouw

<15%

ertussen

>25%

Onderwijs

<15%

ertussen

>30%

Kunst en cultuur

<10%

ertussen

>25%

Sport

<1,0

ertussen

>1,5

Welzijn

<1,0

ertussen

>1,5

Zorg en opvang

<1,0

ertussen

>1,5

Woningbouw

<1,0

ertussen

>1,2

Onderwijs

<0,8

ertussen

>1,2

Kunst en cultuur

<1,0

ertussen

>1,5

Woningbouw

1,4-1,8

Bij leningen

Zorg en opvang

1,5-2,0

Bij leningen

1,2-1,5

Bij leningen

Weerstandsvermogen

Cultuur Vrij besteedbaar EV / Financiële risico's

<0,5

Subsidie-afhankelijk

Sport

>70%

Leerlingenontwikkeling

Onderwijs

Daling

Stabiel

Groei

Eigen inkomsten

Kunst & Cultuur

<20%

ertussen

>40%

Interest Coverage Rate, EBIT / rentelasten

0,5-1,0

>1,0 <40%

33

Bijlage E: Berekening afwegingskader Het aantal geformuleerde criteria verdeeld per weging is als volgt (zie de volgende pagina voor de geformuleerde criteria): Weging

Aantal criteria

Zeer groot

2

Groot

10

Midden

4

Klein

2

Zeer klein

0

Ieder criterium wordt vervolgens inhoudelijk beoordeeld met een risicoscore van 1 (zeer klein) tot 5 (zeer groot). De totaalscore ontstaat door de individuele scores te vermenigvuldigen met de bijbehorende wegingen. -

Minimale score: wanneer alle criteria met ‘zeer klein’ worden beoordeeld, ontstaat een score van 66. Maximale score: wanneer alle criteria met ‘zeer groot’ worden beoordeeld, ontstaat een score van 330.

Instrumentscore Aan deze totaalscore wordt een aanvullende score toegevoegd, gebaseerd op het gekozen instrument. Hiervoor wordt het bruto risico (zoals bepaald in hoofdstuk 2) gedeeld door 2 en vermenigvuldigd met 66. Deze uitkomst wordt opgeteld bij de eerder berekende score. De laagst mogelijke score (dus het instrument met de laagste risicoscore, en als alle risicocriteria als zeer klein wordt beoordeeld) en de hoogst mogelijke score (dus het instrument met de hoogste risicoscore, en als alle risicocriteria als zeer groot wordt beoordeeld) staat hieronder cijfermatig weergegeven. -

Laagst mogelijke score 66 x 1 66 + = 99 2 Hoogst mogelijke score

(

-

330 +

)

( 662x 4 ) = 462

Op basis van deze totaalscore kunnen aanvragen worden gepositioneerd binnen de risicokaart. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt om aanvragen zo objectief mogelijk te beoordelen en te prioriteren. Om te komen tot een juiste kleurverdeling (zeer klein – zeer groot), is gekeken naar de mogelijke uitkomsten van de weging x score +/+ opslag voor het instrument. Op basis hiervan, is de volgende verdeling aangehouden: Score Instrument

Zeer klein

Klein

Borgstelling-Volledige achtervang via waarborgfonds

99

165

Garantstelling-Volledige achtervang via waarborgfonds

99

Midden 231

Groot

Zeer groot

297

363

231

297

363

264

330

396 404 413

Borgstelling-Gedeeld met waarborgfonds

132

165 198

Garantstelling-Gedeeld met waarborgfonds

140

206

272

Borgstelling-Gedeeltelijk gedeeld met waarborgfonds

149

215

281

338 347

Garantstelling-Gedeeltelijk gedeeld met waarborgfonds

157 182

223

289

355

421

Borgstelling-Direct (zonder waarborgfonds)

248

314

380

446

Garantstelling-Direct (zonder waarborgfonds)

190

256

322

388

454

198 264 396 462 Lening vanuit de gemeente 330 De eerste vier instrumenten is qua score niet meegenomen, omdat de score hier niet relevant is (de gemeente volgt hierin het waarborgfonds). De verdeling per risico-inschatting is hiermee, waarmee opvalt dat het risico ‘zeer klein’ in de praktijk niet zal plaatsvinden: Zeer groot Groot Midden Klein Zeer klein

347-462 281-346 215-280 149-214 99-148

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413628/1