CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.001 Bijlage 2 Collegevoorstel (voorgenomen besluit)

Raad 3 maart 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Juridisch formaliseren van de samenwerking Regio Zuid Oost Utrecht (ZOU) (RV26.001)2.701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

COLLEGEVOORSTEL Portefeuillehouder Wethouder Van Dijk Secretaris

Burgemeester

Datum B&W-vergadering 16-09-2025 Wethouder

Wethouder

Wethouder

Wethouder

Akkoord Bespreken Afd./Team

Datum

Hal, Maarten van, Lange, Wouter ONDERWERP de Juridisch formaliseren van de samenwerking Regio Zuid Oost Utrecht (ZOU)

Stuknummer

929578

Opsteller Telefoon

Uiterste datum 23-9-2025 AKKOORD

paraaf

datum

BESLUIT

Raad

DATUM

par

Deponeren archief

Datum Datum

INHOUD (bij beknopte toelichting de volledige tekst, anders publieksgerichte samenvatting) Op grond van in april jl. door de Tweede Kamer aangenomen Jeugdwetgeving, zijn gemeenten verplicht hun regionale samenwerking met betrekking tot specialistische jeugdzorg publiekrechtelijk vorm te geven. Regio’s kunnen daarbij kiezen uit drie juridische vormen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen: een openbaar lichaam, een bedrijfsvoerings-organisatie of een centrumregeling. De bestaande netwerk-samenwerking (Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist) in de regio Zuid Oost Utrecht (ZOU) voldoet niet aan die vormvereiste. Na een regionale scenarioverkenning en een regionaal afstemmingstraject, wordt nu als voorgenomen besluit voorgesteld om, tenminste tot eind 2028, te gaan voor de centrumregeling als juridische vorm en daar alle huidige taken/onderwerpen van onze samenwerking bij onder te brengen. Tegelijkertijd gaan we in regionaal verband de uitgangspunten en kaders formuleren voor een eventuele verbreding van de regionale samenwerking, het meer integraal organiseren ervan en wellicht ook een robuustere juridische vorm in latere jaren. Op 11 juli heeft de regionale Bestuurstafel ingestemd met deze lijn. Voorstellen van gelijkluidende strekking liggen dezer weken voor in alle vijf ZOU-gemeenten.

Austerlitz ■ Bosch en Duin ■ Den Dolder ■ Huis ter Heide ■ Zeist

VOORGESTELD WORDT 1. In te stemmen met de ontwerp-centrumregeling Sociaal Domein Regio Zuid Oost Utrecht. 2. De raad in de gelegenheid te stellen een zienswijze naar voren te brengen op de ontwerpregeling (niet eerder dan 25 september, de dag na de raadsinformatie-avond). 3. Bij het aanbieden van dit voorgenomen besluit de gemeenteraad te vragen ermee akkoord te gaan, dat voor hun instemming op het definitieve besluit (later dit jaar/begin volgens jaar) een maximale termijn van acht weken zal gelden. INLEIDING Wetswijziging In april 2025 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Wet verbetering beschikbaarheid specialistische jeugdzorg. Het wetsvoorstel is onderdeel van de Hervormingsagenda Jeugd. Met de nieuwe wet worden gemeenten verplicht om regionaal samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg. Een jaar na het in werking treden van de wet moet de regionale samenwerking zijn ondergebracht in een publiekrechtelijke constructie zoals bepaald in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Gemeenten kunnen kiezen uit een openbaar lichaam, een bedrijfsvoerings-organisatie of een centrumregeling. Volgens de wetgever versterkt de publiekrechtelijke vorm de slagvaardigheid van de regio. Achterliggend doel is dat specialistische jeugdzorg altijd in voldoende mate beschikbaar is en dat de administratieve lasten voor jeugdhulpaanbieders worden verlicht.

De wetswijziging verandert de bestaande verantwoordelijkheden van gemeenten niet. In elke vorm is (zij het op verschillende manieren) de invloed van de gemeentelijke colleges en raden gewaarborgd. Ongeacht de gekozen juridische vorm, blijven gemeenten primair zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, inclusief de uitvoering van taken door de Jeugdregio. Financiering van de jeugdhulp blijft lopen via het gemeentefonds. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de financiering van jeugdhulp en de dekking van eventuele financiële tekorten. Wettelijk verplichte jeugdzorgtaken van de geformaliseerde regiovorm De publiekrechtelijk Jeugdregio voert op grond van de wet namens de betrokken gemeenten werkzaamheden uit, die zien op de inkoop (c.q. subsidiëring) en administratieve processen rond specialistische zorgvormen. Te denken valt aan: jeugdhulp met verblijf; pleegzorg; multidisciplinaire specialistische jeugdhulp; forensische jeugdhulp; crisishulp; multidisciplinaire jeugdhulp bestaande uit dagbehandeling in groepsverband; hoogspecialistische ggz. Het is aan de regio om desgewenst, vrijwillig andere taken (bijv. op het gebied van nietspecialistische Jeugdhulp en Wmo) toe te voegen aan het takenpakket van de jeugdregio. Consequenties voor de ZOU-samenwerking Onze regio koopt ook nu al samen met buurregio’s (bovenregionaal) specialistische zorgvormen in.

Publiekrechtelijke formalisering van de regio brengt daar op zichzelf geen verandering in. De reeds sinds 2015 bestaande ZOU-netwerksamenwerking is gebaseerd op een onderlinge samenwerkingsovereenkomst maar voldoet níet aan de nieuwe juridische vormvereiste. Bovendien bestaat onze samenwerking inhoudelijk uit meer taken dan alleen specialistische Jeugdzorg (ook bijvoorbeeld uit nietspecialistische Jeugdhulp en Wmo). Tegen die achtergrond heeft de regio zich de afgelopen periode bezonnen op de consequenties van de nieuwe wettelijke plicht voor de keuze van de juridische vorm. Als uitkomst van die regionale bezinning wordt nu als voorgenomen besluit voorgesteld om, in ieder geval voor de komende paar jaar, te gaan voor de centrumregeling als juridische vorm en daarin alle huidige taken/onderwerpen van onze samenwerking onder te brengen. Tegelijkertijd willen we in regionaal verband de uitgangspunten en kaders formuleren voor een eventuele verbreding van de regionale samenwerking, het meer integraal organiseren ervan en wellicht ook een Austerlitz ■ Bosch en Duin ■ Den Dolder ■ Huis ter Heide ■ Zeist

robuustere juridische vorm in latere jaren. Getracht wordt om de uitkomsten van dát traject mee te nemen bij het definitieve besluit over de centrumregeling (later dit jaar, begin volgend jaar). Beoogd resultaat Dit voorstel heeft geen gevolgen voor inwoners; er zijn geen directe maatschappelijke effecten te verwachten. De samenwerkingspartners, de taken en de inhoud van die taken veranderen niet door de wettelijk verplichte wijziging van de juridische vorm. Zo zijn en blijven de ambities, uitgangspunten en kaders van de (dit voorjaar door de ZOU-gemeenteraden vastgesteld Inkoopkoers) onveranderd van kracht. ARGUMENTEN 1.1 Een centrumgemeente-constructie past het best bij de huidige samenwerking De vijf ZOU-gemeenten zijn overwegend positief over de wijze waarop er is en wordt samengewerkt. De centrumregeling sluit daar op veel punten goed op aan. In de huidige samenwerking is de gemeente Utrechtse Heuvelrug gastheergemeente, wat betekent dat medewerkers die werken voor ZOU in bedrijfsmatige zin in dienst zijn van die gemeente. De gastheergemeente wordt met de nieuwe regeling centrumgemeente. Utrechtse Heuvelrug is bereid die nieuwe rol op zich te nemen. Echt nieuw is die rol niet; de wijziging is vooral juridisch van aard en sluit aan op de toch al lopende ontwikkelingen rond inbedding van het regioteam binnen gastheergemeente Utrechtse Heuvelrug.

De manier waarop wordt samengewerkt blijft hetzelfde. Ook de formele beleidsbepaling blijft bij de vijf gemeenten, zij het dat (net als nu) sprake is van regionale coördinatie en beleidsvoorbereiding op regionale thema's en de uitvoering daarvan. 1.2 Coördinatie van beleidsvoorbereidende taken is ook deel van de centrumregeling Hoewel met de centrumregeling de vaststelling van het beleid bij de vijf gemeenten blijft, zal er (zoals ook nu al het geval is) ook een (beperkt) aantal beleidsmedewerkers werkzaam zijn voor de regionale samenwerking. Met nadruk zij vermeld dat hun rol niet die is van inhoudelijke beleidsmaker maar regionaal coördinerend en beleidsvoorbereidend; de centrumgemeente is niet verantwoordelijk voor de inhoudelijke beleidsontwikkeling van de gemeenten. 1.3 Nadere uitwerking in een DVO en eventueel andere onderliggende) documenten Een gespecialiseerd juridisch bureau heeft geholpen bij het opstellen van de centrumregeling. De centrumregeling biedt ruimte voor specifieke invulling en uitwerking in een Dienstverlenings-overeenkomsten (DVO) en eventueel aanvullende onderliggende documenten. In die (door de colleges in een later stadium vast te stellen), documenten wordt het regionale afsprakenstelsel vastgelegd over de concrete invulling en randvoorwaarden van de samenwerking.

Dat betreft onderwerpen als nadere specificatie van taken, bevoegdheden en overlegstructuren, informatie en verantwoording en financiering. Daarin zullen ook de afspraken over ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgevers en ‘ambtenaren 5.0’ op opgaven/onderwerpen een plek krijgen. Basis voor die DVO (en eventueel aanvullend afspraken) is het Programmaplan van de regionale samenwerking, laatstelijk in 2022 door de colleges vastgesteld. Ook de resultaten van lopende initiatieven (bijv. op het punt van de professionalisering van het regionale Inkoop- en contractmanagement) worden in die onderliggende documenten verwerkt. 1.4 De overgang van gastheer- naar centrumgemeente heeft voor UH geen grote feitelijke impact De centrumregeling is in essentie niet veel meer dan een juridische omzetting van gastheergemeente naar centrumgemeente. Aan verantwoordelijkheden en bevoegdheden verandert niet iets wezenlijks. Een belangrijk deel van de onderwerpen die we in de DVO (en wellicht aanvullend afsprakenkader) gaan regelen zijn nu ook al in beeld in het kader van de inbedding binnen de gastheergemeente, bijv. op het gebied van personeelsbeleid, financiën en bedrijfsvoering. Wat dat betreft zullen er geen nieuwe, grote consequenties zijn die puur vanuit de CR-vorm komen.

Speciaal aandachtpunt voor Utrechtse Heuvelrug is de P&C-cyclus van de regionale financiën, in relatie tot de eigen financiële huishouding. Dat lijkt echter geen onoverkomelijk probleem. Zicht op alle precieze consequenties voor de interne bedrijfsvoering komt er pas bij de op te stellen dienstverleningsovereenkomsten (DVO), later in het proces. Desalniettemin is de overgang naar een centrumregeling voor Utrechtse Heuvelrug gevoelsmatig een belangrijk moment. Opnieuw wordt stil gestaan bij de extra regionale verantwoordelijkheid van de eigen organisatie, met extra oog voor mogelijke risico’s en onzekerheden. De andere gemeenten hebben daar begrip voor en onderschrijven dat de centrumregeling een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, waar alle vijf gemeenten voor staan. Austerlitz ■ Bosch en Duin ■ Den Dolder ■ Huis ter Heide ■ Zeist

Utrechtse Heuvelrug heeft (net zoals nu trouwens) wel een ‘dubbelrol’: ze is één van de vijf opdracht-gevende gemeenten en tegelijkertijd centrumgemeente. 1.5 Doorontwikkeling in latere jaren: vorm volgt inhoud We willen optimaal gebruik maken van de kennis en ervaring van de huidige bestuurders met de regionale samenwerking. Daarom wordt erop gestuurd om nog in de huidige bestuursperiode ook relevante kaders en uitgangspunten vast te leggen voor een eventuele (mogelijk ook juridische) doorontwikkeling van de samenwerking in latere jaren. De regionale samenwerking is steeds aan verandering onderhevig. Dat zal ook de komende jaren zo zijn. Wetten wijzigen; arbeidsmarkttekorten nemen toe; meer inhoudelijke integratie van Wmo/Jeugd met onderdelen van werk en inkomen blijft wenselijk etc. Breder en verder kijkend, zouden we daarom op termijn wellicht toe willen groeien naar het meer integraal, regionaal organiseren binnen het sociaal domein. Dan zou mogelijk ook een zwaardere regiovorm (met eigen rechtspersoonlijkheid) beter passend zijn. Zo’n traject kost echter tijd (‘vorm volgt inhoud’). Dat overstijgt de huidige bestuursperiode.

2.1 Op grond van de Wgr krijgt de raad de mogelijkheid om een zienswijze te geven Op grond van artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen stelt het college de raad in de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen op het ontwerp van de regeling (dit voorgenomen besluit). De raad heeft vervolgens acht weken de tijd om een zienswijze naar voren te brengen. Indien de raad geen zienswijze naar voren wenst te brengen wordt het college hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld. Eind 2025/begin 2026 volgt het besluit om de Centrumregeling definitief vast te stellen. Het college zal daar dan expliciet toestemming aan de raad voor vragen. Die toestemming kan op grond van de wet slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Pas nadat alle gemeenteraden toestemming hebben verleend, kunnen de colleges formeel besluiten tot vaststelling van de Centrumregeling. 3.1 Er is sprake van een krap tijdsframe. Op grond van de wet moet de besluitvorming over de nieuwe vorm binnen één jaar na inwerking treden zijn beslag hebben gekregen. Voor het geven van hun reactie hebben de raden volgens de Wgr één keer maximaal acht weken de tijd (voorgenomen besluit) en één keer dertien weken (definitief besluit).

We zitten in een pré-verkiezingsjaar en het is wenselijk, dat besluitvorming hierover niet op de tafel van de dan net aangetreden nieuwe college/raden wordt gelegd. Dat betekent dat de inspanningen erop worden gericht om de formele besluitvorming vóór de verkiezingen van maart 2026 af te ronden. (Het daadwerkelijk in werking treden van de centrumregeling is voorzien voor 1 januari 2027). 3.2 De wijziging van de juridische vorm is niet erg ingrijpend Zoals hierboven uiteengezet, sluit de vorm van de centrumregeling goed aan op de huidige samenwerking. Inhoudelijk verandert er daarmee niets in de samenwerking. In formele zin kunnen gemeenteraden hun toestemming met de centrumregeling alleen onthouden indien sprake is van strijd met het recht of het algemeen belang. Alles bij elkaar lijkt het daarmee voor gemeenteraden niet echt nodig, dat bij het voorleggen van het definitieve besluit voor hun toestemming (eind 2025/begin 2026) de maximale wettelijke termijn van 13 weken in acht te nemen. KANTTEKENINGEN 1.1 Waarom wordt nu niet gekozen voor een bedrijfsvoerings-organisatie of openbaar lichaam ? De wet biedt ook de mogelijkheid tot het oprichten van een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie. Voor die vormen is nu niet gekozen. Het zijn beide juridische vormen met eigen rechtspersoonlijkheid en een eigen bestuur.

De keuze daarvoor zou een fors grotere stap zijn, met veel consequenties en veranderingen in de regio, waarvoor alleen al de voorbereidingstijd ontbrak. Een overgang naar één van die vormen zou ook zorgen voor (in ieder geval incidenteel) meer extra kosten. 1.2 Waarom qua taken van de centrumregeling niet volstaan met de wettelijk vereiste taken Als het gaat om de breedte van het takenpakket van de te kiezen regiovorm, is het in theorie denkbaar om alleen die taken waarvoor dat wettelijk verplicht is (specialistische Jeugdzorg) in de centrumregeling onder te brengen. Voor de andere taken/beleidsvelden waarop we in ZOU samenwerken (niet-specialistische Jeugdzorg, Wmo, MOBW, etc.) zouden we dan kunnen vasthouden aan de huidige informele samenwerkingsvorm. Alles overwegende is de conclusie dat dát niet wenselijk is. Het zou verlies van samenhang tussen verwante taken/beleidsterreinen kunnen betekenen.

Austerlitz ■ Bosch en Duin ■ Den Dolder ■ Huis ter Heide ■ Zeist

SAMENSPEL Het collegevoorstel is door de diverse ZOU gemeenten gedeeld ingediend. Op 24 september vindt er een regionale raadsbijeenkomst plaats. Na deze bijeenkomst zal het raadsvoorstel met de raad worden gedeeld. FINANCIËLE TOELICHTING Voor de ombouw naar een publiekrechtelijke structuur worden door het Rijk geen extra gelden beschikbaar gesteld. Net als bij andere implementatiegelden die voortvloeien uit de Hervormingsagenda Jeugd, worden die geacht te kunnen worden gedekt vanuit o.m. IZA-gelden. De eenmalige regionale voorbereidings- en implementatiekosten van de centrumregeling omhelzen tenminste het volgende:  de uitwerking van de (voorbeeld-) Dienstverleningsovereenkomst (met eventueel aanvullend afsprakenkader) en een Reglement van Orde voor de Bestuurstafel  implementatie van de centrumregeling in de organisatie van Utrechtse Heuvelrug De hiermee geschatte kosten bedragen € 125.000,-. Hiervan is reeds € 50.000,- opgenomen in de regionale begroting 2026. Resteert een totaalbedrag van € 75.000,Verdeling van dit bedrag tussen de vijf gemeenten, conform de reguliere verdeelsleutel op basis van inwonertal, betekent voor onze gemeente € 24.750. Mocht dit bedrag hoger worden, dan zal dit worden verwerkt in de bestuurs-rapportage. Anders zal dit betaald dienen te worden binnen de bestaande beschikbare middelen.

JURIDISCHE ASPECTEN/ DUURZAME ASPECTEN Geen aanvullende aspecten ten opzichte van eerder behandeld. UITVOERING/PLANNING  Op woensdagavond 24 september is er een regionale informatieavond (beeldvormend) over de juridische formalisering van de samenwerking. Het is de bedoeling dat direct daarna in elk van de vijf gemeenten de zienswijze-verzoeken aan de gemeenteraden uitgaan.  De (uiterlijk 8 weken daarna) ontvangen zienswijzen worden gebundeld, voorzien van een reactie en leiden, indien nodig, tot aanpassing van de ontwerpregeling.  Eind 2025/begin 2026 volgt de stap om de centrumregeling definitief vast te stellen. Daarvoor vragen de colleges dan toestemming aan hun gemeenteraden. Nadat alle gemeenteraden toestemming hebben verleend, kunnen de colleges formeel besluiten tot vaststelling van de centrumregeling.  In regionaal verband is reeds begonnen met het nadenken over kaders, uitgangspunten en ontwikkelproces voor een (toekomstige) doorontwikkeling van de samenwerking in ZOU.  In het najaar wordt begonnen met het opstellen van een voorbeeld-Dienstverlenings-overeenkomst. In de loop van 2026 wordt op basis hiervan door de colleges vijf DVO’s afgesloten.  De centrumregeling treedt (na publicatie) daadwerkelijk in werking op 1 januari 2027. Die datum sluit aan op de nieuwe contracten van de regionale inkoop Jeugd en Wmo.

COMMUNICATIE Externe bekendmaking is pas aan de orde bij het nemen van het definitieve besluit, later dit jaar/begin 2026. Bij dat besluit zal nader worden ingegaan op acties gericht op formele publicatie, berichtgeving via website, pagina in de krant etc. BIJLAGEN  Planning formeel besluitvormingsproces  Ontwerp-centrumregeling Sociaal Domein Regio Zuid Oost Utrecht  Verzoek om zienswijze van de raden op het voorgenomen besluit (Raadsvoorstel) EVALUATIE Het betreft een gezamenlijk traject van alle ZOU leden. Vanuit Zeist zijn wij hier actief bij aangesloten, vanuit deze hoedanigheid zullen wij steeds actief, in contact met ons College, inzetten op zowel resultaatgerichtheid als lerende effecten. Austerlitz ■ Bosch en Duin ■ Den Dolder ■ Huis ter Heide ■ Zeist

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413500/2