RV25.071 Bijlage 2 Overzicht wijzigingen Verordening Sociaal Domein Zeist
Tekst van het document
Overzicht wijzigingen Verordening Sociaal Domein Zeist Najaar 2025- Voorjaar 2026 Hoofdstuk
Artikel
Oorspronkelijke tekst/artikel/lid
Wijziging of nieuwe tekst/artikel/lid
Toelichting op wijziging
2.1
Digitaal, via het formulier op www.zeist.nl. of via e-mail welke problemen de inwoner ondervindt op het gebied van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, het zich kunnen handhaven in de samenleving of bij het opgroeien en ontwikkelen van een jeugdige;
Digitaal, via het formulier op www.zeist.nl, of via e-mail of er sprake is van problemen op het gebied van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, het zich kunnen handhaven in de samenleving of bij het opgroeien en ontwikkelen van een jeugdige en zo ja welke;
Komma toegevoegd
De voorkeuren van de inwoner
de voorkeuren van de inwoner
Kleine letter
Stap 2: De gemeente stelt hierna vast welke problemen/ omstandigheden er precies zijn die hulp nodig maken.
De gemeente stelt hierna vast of er problemen/ omstandigheden zijn, en zo ja: welke problemen/ omstandigheden er precies zijn die hulp nodig maken. Stap 4: De gemeente onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om de problemen op te lossen (op eigen kracht), al dan niet met hulp uit het sociale netwerk en van andere voorzieningen, overige voorzieningen of organisaties.
Tekst toegevoegd: eerst wordt onderzocht óf er problemen zijn
2.3.2
Artikel toegevoegd. Uit jurisprudentie volgt dat gemeenten duidelijker in hun verordening moeten omschrijven hoe de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen worden beoordeeld. Dit artikel is gebaseerd
2. De hulpvraag 2.2.2 , lid 1b
2.2.2, lid 1 f 2.3.1, lid 2
Stap 4: De gemeente onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om de problemen op te lossen (op eigen kracht), al dan niet met hulp uit het sociale netwerk en van andere voorzieningen of organisaties. 2.3.2
Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (Jeugdwet) 1.Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als de gemeente oordeelt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om binnen de eigen mogelijkheden, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere (hulpverlenende) instellingen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige
Zin aangepast: eerst wordt onderzocht óf er problemen zijn.
Overige voorzieningen toegevoegd: dit is een begrip uit de Jeugdwet.
of zijn ouder(s). 2.Tot het sociale netwerk behoren personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor – en bijdragen aan – het welzijn en welbevinden van de jeugdige of zijn ouder(s). 3. Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in elk geval het aanspreken van een zorgverzekering. 4. Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in het eerste lid, vindt de gemeente, gelet op artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Uit het onderzoek kan evenwel blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekortschiet, omdat sprake is van: a.geobjectiveerde beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden; b.een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of c.overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven. 5.
Bij de beoordeling van het vierde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders
op de modelverordening van de VNG.
organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a.de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige; b.de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet van niet langer dan 3 maanden in een jaar niet tot overbelasting leidt; c.de planbaarheid van de hulp; d.de benodigde ondersteuningsintensiteit; e.de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; en f.de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien. 2.3.3 tot en met 2.5.3
Nummering aangepast ivm toevoeging nieuw artikel (2.3.2)
3. Gezond en veilig ontwikkelen en opgroeien
4. Meedoen in de
3.1
Preventieve maatregelen
Overige voorzieningen
3.1, lid 1
De gemeente zorgt ervoor dat jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Daarom helpt de gemeente alle jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk met het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving. Waarin onder andere gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen. Dit doet de gemeente onder andere door de inzet van:
De gemeente zorgt ervoor dat jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Daarom helpt de gemeente alle jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk met het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving. Waarin onder andere gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen. Dit doet de gemeente onder andere door de inzet van de volgende overige voorzieningen:
Naam artikel gewijzigd, conform de gebruikte term in de Jeugdwet Begrip overige voorzieningen toegevoegd
samenleving 4.4, lid 3
4.7
Om collectief (openbaar) vervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden, kijkt de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met dit collectief (openbaar) vervoer.
Om collectief (openbaar) vervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden, kijkt de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met dit collectief (openbaar) vervoer. Het collectief (openbaar) vervoer is bedoeld voor sociaal recreatieve doeleinden en mag niet gebruikt worden voor bijvoorbeeld woon-werkverkeer en vaste ritten naar dagbesteding of dagbehandeling.
Zin toegevoegd. Regiotaxi Utrecht is bedoeld voor sociaal recreatieve doeleinden en mag niet door Wmoreizigers gebruikt worden voor bijvoorbeeld woonwerkverkeer en vaste ritten naar dagbesteding of dagbehandeling. Dat wordt met deze toevoeging benadrukt. De gemeente Zeist ziet al enkele jaren een toename in het gebruik van het sociaalrecreatief Wmovervoer, in tegenstelling tot een dalende trend in omliggende gemeenten. Deze stijging brengt financiële druk met zich mee en roept vragen op over het gebruik. Tegelijkertijd zijn sociale participatie en zelfstandige mobiliteit belangrijke uitgangspunten van het gemeentelijk beleid.
Stalling vervoersvoorzieningen Bij de (elektrisch aangedreven) individuele vervoersvoorziening geldt voor een stallingsplek:
Artikel toegevoegd De eisen voor het brandveilig stallen van
a. Er moet een brandveilige stallingsplek beschikbaar zijn. b. De inwoner moet meewerken aan het realiseren van een geschikte individuele of gezamenlijke stalling. c. De gemeente kan een aanvraag voor een individuele vervoersvoorziening weigeren als er geen geschikte stalling in of rond de woning mogelijk is.
voorzieningen met een accu zijn aangescherpt. We willen dit verankeren in de verordening. We onderzoeken altijd de mogelijkheden om een brandveilige stalling te realiseren en werken ook mee aan het realiseren van zo’n stalling. Als dat echt niet mogelijk is, kan het zo zijn dat de gevraagde voorziening niet kan worden toegekend. Daar gaat dit artikel over. Uiteraard wordt dan gekeken naar een andere vervoersoplossing.
Nummering per lid aangepast, inclusief de verwijzingen De hoogte van het pgb voor informele hulp bij huishoudelijke ondersteuning is maximaal het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende CAO VVT (Verpleeg-en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de
Nummering klopte niet
6. De vorm van de hulp en bijdrage in de kosten 6.3.3 6.3.3, lid 10
De hoogte van het pgb voor informele hulp bij huishoudelijke ondersteuning is maximaal het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende CAO VVT (Verpleeg-en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de
Cursief gedrukte zin toegevoegd. Als gevolg van een wijziging van de regeling dienstverlening aan
tegenwaarde van de verlofuren.
tegenwaarde van de verlofuren.
De hoogte van het pgb voor informele hulp bij Wmo begeleiding is maximaal het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG) 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
De hoogte van het pgb voor informele hulp bij Wmo begeleiding is maximaal het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG) 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
De hoogte van het pgb voor informele hulp bij jeugdhulp is gebaseerd op het tarief bij de Wet langdurige zorg voor niet-professionals en is niet minder dan het wettelijk minimumloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantietoeslag en bij een 36-urige werkweek. Dit geldt voor hulp die per uur wordt vergoed.
De hoogte van het pgb voor informele hulp bij jeugdhulp is gebaseerd op het tarief bij de Wet langdurige zorg voor niet-professionals en is niet minder dan het wettelijk minimumloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantietoeslag en bij een 36-urige werkweek. Dit geldt voor hulp die per uur wordt vergoed.
Voor hulp die per dagdeel of etmaal wordt vergoed, wordt maximaal 50% vergoed van het hulp in natura-tarief.
Voor hulp die per dagdeel of etmaal wordt vergoed, wordt maximaal 50% vergoed van het hulp in natura-tarief. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd.
huis verandert er iets in de hoogte van het PGB-tarief voor informele zorgverleners (geen familie). PGB-zorgverleners die maximaal 3 dagen per week werken onder de Regeling dienstverlening aan huis, mogen niet worden uitgesloten van het recht op een WWuitkering. Door deze uitspraak van de CRvB zijn zorgverleners, naast de WW-uitkering, ook verzekerd voor andere werknemersverzekerin gen. Dat gold al voor overeenkomsten van 4 dagen per week of meer. De budgethouder moet uit het toegekende budget ook de werkgeverslasten betalen. De SVB zorgt voor de administratieve afhandeling. De gemeente moet zorgen voor toereikend budget. Daarom voegen we deze tekst toe en worden de budgetten voor de betreffende budgethouders
6.4, lid 3
De hoogte van de bijdrage voor de was-en strijkservice bedraagt: a.€ 22 per waszak, te betalen aan de aanbieder voor de inwoner die zelf kan wassen en strijken; b.de inwoner die vanwege beperkingen zelf niet kan wassen en strijken geldt geen eigen bijdrage.
De hoogte van de bijdrage voor de was-en strijkservice bedraagt: a.€ 30 per waszak voor de inwoner die zelf kan wassen en strijken, te betalen aan de aanbieder; b.de inwoner die vanwege beperkingen zelf niet kan wassen en strijken geldt een eigen bijdrage van € 3,50 per waszak.
verhoogd. Eind 2023 is een wasen strijkservice als pilot gestart. De pilot is onlangs geëvalueerd en het college heeft besloten om de was-en strijkservice voort te zetten. Tijdens de pilotperiode is ervoor gekozen om aan de gebruikers geen eigen bijdrage te vragen, om zo het gebruik van de voorziening te bevorderen. Nu de pilotperiode afloopt en de voorziening wordt voorgezet, wordt voorgesteld om wel een bijdrage te vragen per waszak. Een redelijke bijdrage is € 5 per waszak. Dit is vergelijkbaar met de kosten voor het doen van de was, zoals het Nibud die heeft berekend. Gemeente De Bilt hanteert deze bijdrage ook en hanteert daarnaast een lagere bijdrage van € 3,50 per waszak voor inwoners met een Upas. Omdat Zeist de Upas niet kent en om de administratieve lasten
6.4, lid 6
Lid 4 is niet van toepassing op Wmo-hulp op maat in de vorm van een voorziening voor collectief (openbaar) vervoer (kortingspas). Voor het gebruik van het collectief (openbaar) vervoer wordt een bijdrage per rit gevraagd. De hoogte van de bijdrage is te vergelijken met de kosten die iemand maakt bij gebruik van regulier openbaar vervoer. Deze bijdrage kan jaarlijks worden aangepast.
Lid 4 is niet van toepassing op Wmo-hulp op maat in de vorm van een voorziening voor collectief (openbaar) vervoer (Wmoregiotaxipas). Voor het gebruik van het collectief (openbaar) vervoer wordt een bijdrage per rit gevraagd. Inwoners met een Wmo-regiotaxipas betalen een vast instaptarief en een gereduceerd tarief per kilometer. Dit tarief wordt vastgesteld door het college en kan jaarlijks worden aangepast. Voor iedere Wmo-pashouder is een vervoersbudget van maximaal 1500 kilometers per jaar ingesteld. Dit betekent dat iedere Wmopashouder maximaal 1500 kilometers voor het gereduceerde tarief kan reizen. Daarna geldt het reguliere regiotaxitarief. De hoogte van de bijdrage is te vergelijken met de kosten die iemand maakt bij gebruik van regulier openbaar vervoer
te beperken, wordt voorgesteld om voor alle gebruikers die via de Wmo zijn verwezen een bijdrage te vragen van €3,50 per waszak. Tekst toegevoegd. Voor het gebruik van de regiotaxi geldt voor inwoners met een Wmo-vervoerspas (op indicatie), een gereduceerd tarief. Gemeenten in de regio hanteren verschillende uitgangspunten voor het aantal kilometers dat maximaal mag worden gereden tegen het gereduceerde tarief. Uit jurisprudentie blijkt dat een maximum van 1500 kilometer per jaar passend is. In Zeist geldt op dit moment nog een maximum van 2400 kilometer per jaar. Voorstel is om, net als gemeenten in de regio, dit maximum te verlagen naar 1500 kilometer per jaar.
9. Slotbepalingen 9.4
De volgende verordening wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: • Verordening sociaal domein Zeist, vastgesteld op 11 februari 2025
Hiermee vervalt de huidige verordening.
10. Begrippen
Wijzigingen opgenomen naar aanleiding van toegevoegde of gewijzigde artikelen In de volgende regels staan de gewijzigde of toegevoegde begrippen. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening zijn.
Andere voorziening: Wmo: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening zijn. Jeugdwet: een voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen. Draagkracht: de normale, dagelijkse hulp die ouder(s) en/of andere huisgenoten vanuit eigen kracht elkaar onderling kunnen bieden. Ouder(s)/verzorger(s) moeten de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen verzorgen, opvoeden en toezicht op hen houden. Ook al is er sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Het betreft hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding
en verblijf. Draaglast: wanneer de draaglast groter wordt dan de draagkracht ontstaan problemen. De weegschaal slaat door naar één kant. Dit kan gebeuren doordat er bijvoorbeeld veel in korte tijd gebeurt of het heel druk is, waardoor de draaglast groter wordt (zwaarder). Maar het kan ook zijn dat iemand moe of ziek is, waardoor zijn draagkracht vermindert. Resultaat is dat de eisen die gesteld worden groter zijn dan wat de persoon aan kan of denkt aan te kunnen. Overige voorziening: een algemene jeugdhulpvoorziening die voor de jeugdige toegankelijk is zonder tussenkomst van het college. Probleemoplossend vermogen: het vermogen van ouder(s) en hun kinderen om op een systematische manier tot passende oplossingen te komen voor (complexe) hulpvragen. Omdat elke situatie verschillend is, wordt maatwerk toegepast door interventies en ondersteuning flexibel aan te passen aan de unieke situatie, behoeften, waarden en mogelijkheden van het gezin.