RV25.071 Bijlage 1 Verordening Sociaal Domein Zeist
Tekst van het document
De gemeente kan een voorziening beëindigen als: a.de voorziening niet langer passend of nodig is; b.de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; 22
c. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner; en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; d.de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; e.de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; f. de inwoner niet binnen 6 maanden gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is. 2. De gemeente bepaalt het tijdstip waarop de voorziening wordt beëindigd. De voorziening kan in bovenstaande gevallen met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). 7.2.2 Terugvordering voorziening
[Jeugdwet, Wmo]
De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Dat kan als de gemeente de voorziening heeft ingetrokken omdat de inwoner opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens aan de gemeente heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid. 7.3 De gemeente controleert of de regels worden nagekomen 7.3.1 Controle
[Jeugdwet, Wmo]
1. De gemeente controleert regelmatig of de inwoner recht heeft op een voorziening en of hij de juiste voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een aangekondigd of niet aangekondigd huisbezoek afleggen. b. signalen en tips van organisaties of particulieren; c. andere passende onderzoeksmethoden. 7.3.2 Voorkomen van fraude
[Jeugdwet, Wmo]
De gemeente streeft ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen. 7.3.3. Toezichthouders
[Awb,Jeugdwet, Wmo]
De gemeente wijst een of meer ambtenaren aan die de taak hebben erop toe te zien dat de Wmo, de Jeugdwet en de bijbehorende regels worden nageleefd. 7.4 Privacy
[Jeugdwet, Wmo]
Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is. 7.5. Inspraak 7.5.1 Inspraak bij zorgaanbieders en leveranciers
[Jeugdwet, Wmo]
1. Leveranciers zijn verplicht om inwoners die gebruikmaken van hun diensten of producten inspraak te geven en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft. 2. De gemeente controleert of de zorgaanbieder of leverancier zich houdt aan de regels voor inspraak. 7.5.2 Betrekken van inwoners bij beleid en uitvoering
[Gemeentewet, Jeugdwet, Wmo] 23
1. De gemeente kiest ervoor om inwoners te betrekken bij de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. Dit kan gaan om plannen voor beleid en regels of om de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert. 2. De gemeente kan inwoners op de volgende manieren betrekken: a. via de Adviesraad Sociaal Domein Zeist, waarin gevraagd en ongevraagd advies gegeven kan worden en/of; b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten. 7.6 Klachten en bezwaren
[Awb, Gemeentewet]
De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In dit artikel staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. 7.6.1
Doelen klacht- en bezwaarprocedure
[Awb, Gemeentewet]
1. De gemeente ziet een klacht of bezwaar als een reden om de hulpvraag nog een keer te onderzoeken en als manier om de dienstverlening en de vertrouwensband te verbeteren. Daarbij is het een middel om als inwoner je mening kenbaar te maken en kunnen fouten daardoor bij uitvoering van de wettelijke taken hersteld worden. 2. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. 3. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen worden afgehandeld. 7.6.2
Klachten over medewerkers van de gemeente
[Awb, Gemeentewet]
1. Klachten kunnen digitaal, in een gesprek of schriftelijk worden ingediend. Er is een formulier voor beschikbaar op de website van de gemeente www.zeist.nl. 2. De gemeente heeft een klachtenfunctionaris. De inwoner kan bij deze medewerker een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers en de bejegening van de inwoner; b. de manier waarop de gemeente voorzieningen en diensten heeft georganiseerd. 7.6.3
Klachten over andere personen of organisaties
[Awb, Gemeentewet]
1. De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die door de gemeente is ingehuurd, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. 2. De gemeente controleert of de klachtenregeling van personen of instanties die zijn ingehuurd wordt nageleefd. 3. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de ingehuurde persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente. 7.6.4 Vertrouwenspersoon
[Jeugdwet,]
Voor vragen of klachten over jeugdhulp kunnen inwoners terecht bij een vertrouwenspersoon van Jeugdstem. De hulp van een vertrouwenspersoon is gratis. 7.6.5
Bezwaar
[Awb, Gemeentewet]
1. De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en van deze verordening, kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Algemene wet bestuursrecht. Onder het besluit staat toegelicht hoe de inwoner bezwaar kan maken.
24
2. Voordat de gemeente een besluit op een bezwaarschrift neemt, neemt een medewerker contact op met de inwoner om het bezwaar te bespreken. De medewerker geeft uitleg over het besluit van de gemeente en informeert bij de inwoner naar argumenten, feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming door de gemeente. Het kan ertoe leiden dat de inwoner het bezwaar intrekt of dat de gemeente een ander besluit neemt.
25
Hoofdstuk 8 Kwaliteit en aanbesteding Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de situatie van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Naast de eisen die in de wet worden gesteld aan de kwaliteit van diensten en producten, stelt de gemeente extra eisen aan de kwaliteit. Deze worden in dit hoofdstuk beschreven. De eisen waaraan zorgaanbieders moeten voldoen staan ook beschreven in de inkoopdocumenten. 8.1 Kwaliteit
[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet]
1. Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenste effect voor de inwoner wordt bereikt.2. Zorgaanbieders en leveranciers zorgen ervoor dat de voorzieningen die zij aanbieden aan de gemeente en aan inwoners van goede kwaliteit zijn. De diensten en producten die zij aanbieden: a. passen bij de persoonlijke situatie van de inwoner. Ze zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het leven van de inwoner. Zelfstandig functioneren en het flexibel inspelen op veranderende omstandigheden van de inwoner zijn hierbij van belang. Het sociale netwerk van de inwoner wordt betrokken en ingezet waar kan; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner. Als de ondersteuning in een ruimte van de zorgaanbieder plaatsvindt, dan is deze bruikbaar, toegankelijk, bereikbaar en veilig voor verblijf van inwoners uit de doelgroep; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard (keurmerken). Het kwaliteitskeurmerk / certificaat van het kwaliteitssysteem moet aansluiten op de ondersteuning die geleverd wordt. De zorgaanbieder let erop dat medewerkers zich aan de kwaliteitseisen houden; d. respecteren de rechten van de inwoner; e. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd.
De inwoner wordt gezien als één volwaardig persoon en ontvangt ondersteuning vanuit de volledige context van zijn situatie. Deze ondersteuning en begeleiding van zowel professionals als van vrijwilligers, buren en familie zijn op elkaar afgestemd. De inwoner heeft regie over de ondersteuning en begeleiding die hij ontvangt, wordt betrokken bij beslissingen en wordt gezien als een gelijkwaardige gesprekspartner; f. worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt medegedeeld. Er wordt informatie gegeven over de ondersteuning, het ondersteuningsplan en de procedure. Het dossier is begrijpelijk en toegankelijk en wordt actief en duidelijk naar de inwoner gecommuniceerd. 3. Zorgaanbieders en leveranciers: a. beschikken over voldoende ervaren en gekwalificeerd personeel om inwoners te begeleiden en te ondersteunen, passend bij de persoonlijke situatie van de inwoner. De medewerkers beschikken over de juiste competenties om de ondersteuning te bieden, maar ook over vaardigheden zoals respectvolle en juiste bejegening en het geven van de regie aan de inwoner. Medewerkers moeten de Nederlandse taal kunnen spreken. Dit vergroot de zelfredzaamheid en integratie van de inwoner. Medewerkers moeten in het bezit zijn van een recente VOG. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat ingeschakelde vrijwilligers en/ of ervaringsdeskundigen beschikken over een recente VOG; b.
handelen integer, eerlijk en betrouwbaar en kunnen over eigen gedrag en keuzes verantwoording afleggen; c. werken doelmatig en besteden (financiële) middelen, die bestemd zijn voor ondersteuning of zorg, doelmatig. De ondersteuningsbehoefte van de inwoner wordt niet zwaarder voorgesteld dan in werkelijkheid het geval is en er worden niet onnodig hogere indicaties aangevraagd (upcoding); d. werken rechtmatig en besteden de (financiële) middelen, die bestemd zijn voor de ondersteuning of zorg, rechtmatig. Alleen de ondersteuning en/of zorg die daadwerkelijk is geleverd, wordt gedeclareerd; e. bieden een stabiel leefklimaat en verbeteren structureel de zelfredzaamheid en participatie van inwoners; f. zorgen ervoor dat inwoners niet in een afhankelijkheidspositie, in welke vorm dan ook, van hen komen te staan; g. stellen zich flexibel op, zodat er ruimte is voor maatwerk; 26
h. zijn en blijven aanspreekbaar op de geleverde kwaliteit van zorg en ondersteuning. 4. Als een zorgaanbieder of leverancier gebruik maakt van een onderaannemer, is hij er als hoofdaanbieder verantwoordelijk voor dat de onderaannemer voldoet aan de kwaliteitseisen die de gemeente aan de ondersteuning stelt. 5. De gemeente controleert of deze kwaliteitseisen door zorgaanbieders en leveranciers worden nageleefd. Hiervoor heeft de gemeente opdracht gegeven aan de GGDrU. 8.2 Inkoop en aanbesteding
[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet]
1. De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. Bij de inkoop en de aanbesteding verwacht de gemeente van zorgaanbieders en leveranciers dat zij rekening houden met de voorwaarden uit artikel 8.1, lid 2. 2. De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door: a. een reële vaste prijs vast te stellen, die geldt voor inschrijving op een aanbesteding en een daaropvolgende overeenkomst met een leverancier; of b. een reële prijs vast te stellen die als ondergrens geldt voor een inschrijving en een daaropvolgende overeenkomst met een leverancier. 3. De gemeente houdt bij het vaststellen van tarieven rekening met: a. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskracht; b. een redelijke toeslag voor overheadkosten; c. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; d. reis- en opleidingskosten; e. het jaarlijks aanpassen van de (reële) kostprijs in verband met stijging van de kosten; f. andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen. 4.
De gemeente zorgt ervoor dat met de tarieven diensten kunnen worden ingekocht die voldoen aan de kwaliteitseisen die gelden voor die diensten, waaronder de eisen aan de deskundigheid die aan hulpverleners worden gesteld. De gemeente zorgt er ook voor, dat de tarieven niet zo laag zijn, dat de hulpverlening tijdens de looptijd van het contract gevaar loopt. 5. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van zorgaanbieders en leveranciers dat zij zich in ieder geval houden aan de algemene normen voor een verantwoorde bedrijfsvoering: • Werken met voldoende opgeleid en gekwalificeerd personeel; • Personeel uitbetalen volgens de van toepassing zijnde CAO (GGZ, VVT, Gehandicaptenzorg, Jeugdzorg, Welzijn en Maatschappelijke dienstverlening); • Geen vergoedingen* die hoger zijn dan de Wet Normering Topinkomens (WNT)-norm; • Geen leningen* die geen verband houden met de te leveren zorg of niet zijn voorzien van een zekerheidsstelling en die niet worden verstrekt volgens marktconforme voorwaarden; • Geen vastgoed huren, of diensten of producten afnemen* tegen voor de gemeente en de branche nietmarktconforme voorwaarden; • Geen management-, consultatie-, of franchisevergoedingen afdragen* die niet marktconform zijn; • Geen onttrekkingen van bedragen aan de bedrijfsvoering op een voor de branche niet gebruikelijke, niet integere, dan wel niet marktconforme wijze.
* Aan of bij bestuurders, gewezen topfunctionarissen, toezichthouders, aandeelhouders, personeelsleden of derden.
27
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is. 9.1 Evaluatie
[Gemeentewet]
1. De gemeente evalueert een keer per jaar of de verordening voldoende bijdraagt aan de doelen die de gemeente wil bereiken. De gemeente houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 2. De gemeente past de verordening aan als dat nodig is. 9.2 Uitvoeringsregels
[Gemeentewet]
De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een (nadere) regeling. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet. 9.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
[Gemeentewet]
De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening als de toepassing van die bepaling een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. 9.4 Intrekken oude verordeningen
[Gemeentewet]
De volgende verordening wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: • Verordening sociaal domein Zeist, vastgesteld op 11 februari 2025 9.5 Overgangsrecht
[Gemeentewet]
1. Een maandelijkse voorziening die op grond van een ingetrokken verordening wordt verstrekt, blijft ook na de ingangsdatum van deze verordening doorlopen. Deze voorziening loopt door totdat de gemeente een nieuw besluit over die voorziening heeft genomen. 2. Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór de ingangsdatum en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. Maar als een besluit volgens deze verordening ongunstiger uitpakt voor de inwoner, past de gemeente de ingetrokken verordening toe. 3. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 9.4 genoemde ingetrokken verordening, past de gemeente deze verordening toe. Maar als toepassing van deze verordening ongunstiger uitpakt voor de inwoner dan toepassing van de ingetrokken verordening, dan past de gemeente de ingetrokken verordening toe. 9.6 Ingangsdatum en naam
[Gemeentewet]
1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening Sociaal Domein Zeist. 2. Deze verordening treedt in werking op de dag nadat hij bekend gemaakt is.
28
Hoofdstuk 10 Begrippen In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? a. In enkele gevallen worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. b. Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. c. Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. d. Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Adviesraad Sociaal Domein Zeist: dit is een adviesraad die bestaat uit inwoners van Zeist. Zij geven gevraagd en ongevraagd advies aan het college over de participatiewet, jeugdwet en Wmo. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG): hierin staan de belangrijkste omgangsregels vastgesteld over de persoonsgegevens van inwoners van Nederland.
Andere voorziening: Wmo: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening zijn. Jeugdwet: een voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen. Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale beperking dat het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert. Belangenbehartigers: een persoon die een andere partij vertegenwoordigt om zijn of haar belangen tot hun recht te laten komen. Beschikking: een beschikking is een specifieke, individuele of concrete vorm van een besluit over de vorm en omvang van de zorg die geboden kan worden. Bloed- of aanverwant: van bloedverwantschap is sprake, als personen dezelfde voorouders hebben. Aanverwantschap ontstaat door het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Bruikleen: overeenkomst waarbij een product in gebruik wordt gegeven.
Daarbij wordt afgesproken dat het product weer wordt teruggegeven als het niet meer gebruikt wordt of na afloop van een van tevoren bepaalde periode. Budgetplan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het persoonsgebonden budget wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Centraal Administratiekantoor (CAK): het CAK is een Nederlands publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (zbo) belast met wettelijke, administratieve taken op het gebied van zorg en welzijn in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
29
Centrumgemeente: een gemeente die een bepaalde functie uitvoert voor andere gemeenten. Gemeente Utrecht heeft als centrumgemeente een regierol, verantwoordelijkheid en de daarbij horende financiële middelen ten aanzien van de uitvoering van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang voor Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Centrum Jeugd en Gezin (CJG): het CJG is een laagdrempelige voorziening waar iedereen terecht kan met vragen over opvoeden en opgroeien. Collectief (openbaar) vervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Dit vervoer is gericht op de lokale vervoersbehoefte en bestemd voor personen die door hun beperking geen gebruik kunnen maken van het regulier openbaar vervoer. Draagkracht: de normale, dagelijkse hulp die ouder(s) en/of andere huisgenoten vanuit eigen kracht elkaar onderling kunnen bieden. Ouder(s)/verzorger(s) moeten de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen verzorgen, opvoeden en toezicht op hen houden. Ook al is er sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Het betreft hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf.
Draaglast: wanneer de draaglast groter wordt dan de draagkracht ontstaan problemen. De weegschaal slaat door naar één kant. Dit kan gebeuren doordat er bijvoorbeeld veel in korte tijd gebeurt of het heel druk is, waardoor de draaglast groter wordt (zwaarder). Maar het kan ook zijn dat iemand moe of ziek is, waardoor zijn draagkracht vermindert. Resultaat is dat de eisen die gesteld worden groter zijn dan wat de persoon aan kan of denkt aan te kunnen. Eerste of tweede graad (familie): eerstegraads familieleden: partner, ouders (ook adoptie- en stiefouders), schoonouders, kinderen (ook adoptie- en stiefkinderen), schoondochters- en zonen. Tweedegraads familieleden: broers en zussen, kleinkinderen, grootouders, schoonzussen en zwagers, stiefbroers- en zussen. Effect: het resultaat of het doel. Eigen vervoermiddel: een vervoermiddel dat de inwoner zelf bezit of dat hij mag gebruiken. Daaronder valt ook een vervoermiddel dat de gebruiker ter beschikking staat, zoals een deel-, leen- of leaseauto. Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren; Fraude: het opzettelijk/ doelbewust verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens.
Het gaat om gegevens die noodzakelijk zijn om te kunnen bepalen of er recht op een voorziening is en om de duur en omvang van die voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gecertificeerde instelling: gecertificeerde instellingen zijn instellingen die van overheidswege gecertificeerd zijn om kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen in het kader van de jeugdreclassering te mogen uitvoeren. Zonder certificaat mogen deze maatregelen niet door een instelling worden uitgevoerd. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist.
30
Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD): de GGD is er om de ‘volksgezondheid in het werkgebied te beschermen en te bevorderen’. Zij brengen veel cijfers in beeld en behandelen de meest uiteenlopende onderwerpen op het gebied van de gezondheidszorg. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. Handelsregister: het Handelsregister is een door de overheid gehouden register, waarin rechtspersonen en ondernemingen vermeld staan met hun gegevens. Hardheidsclausule: de hardheidsclausule is de mogelijkheid om af te wijken van (dwingende) wetgeving. Hulp: maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Hulp-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Hulp in natura: hulp of een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Indicatie: bewijs of verwijzing naar de omvang en inhoud van de zorg die de inwoner nodig heeft.
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ): de IGJ bewaakt en bevordert de veiligheid en kwaliteit van de zorg. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 3.6 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmo-hulp, dan betreft het de ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente meldt voor maatschappelijke opvang. Voor de toepassing van de hoofdstukken 7 en 10 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp van de gemeente heeft gehad maar zijn woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp door de gemeente. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jeugdreclassering: jeugdreclassering voert begeleiding en controle uit als een jeugdige van 12 jaar of ouder een strafbaar feit pleegt. Jongere: de minderjarige (0-18 jaar). Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tieneren jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Kwaliteits- en integriteitseisen: bepaalde meetbare eisen waaraan een product of dienst moet voldoen, die betrekking hebben op de kwaliteit en betrouwbaarheid. 31
Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente. Maatschappelijke organisaties: een maatschappelijke onderneming is een Nederlandse term voor semipublieke organisaties met een maatschappelijke doelstelling die op bedrijfsmatige wijze diensten aanbieden. Met deze term worden vooral scholen, verzorgings- en verpleeghuizen en woningcorporaties aangeduid. Mantelzorg(er): de zorg voor chronisch zieken, gehandicapten en hulpbehoevenden door naasten: familieleden, vrienden, kennissen en buren. Mantelzorgwaardering: een waardering voor mantelzorgers die bij de gemeente aangevraagd kan worden. Dit wordt vaak in een geldbedrag of tegoedbon uitgegeven. Marktconform: dit betekent dat het in overeenstemming is met de markt, vergelijkbaar met andere aanbieders. Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. Medisch specialist: een medisch specialist is gespecialiseerd op het gebied van geneeskunde. Dit kan op allerlei verschillende thema’s binnen de geneeskunde. Melding: het stellen van een hulpvraag bij de gemeente. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging.
Pleegzorg: pleegzorg is het stelsel waarbij kinderen niet door hun eigen biologische ouders, maar door vervangende ouders verzorgt en opgevoed worden. In tegenstelling tot adoptiekinderen zijn pleegkinderen niet de wettelijke kinderen van de pleegouders. Preventie: preventie is voorkomen dat er problemen ontstaan door van tevoren in te grijpen. Offerte: een offerte is een formeel aanbod tot het sluiten van een overeenkomst. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Ouders: ouders, voogden of verzorgers van de jongere. Overige voorziening: een algemene jeugdhulpvoorziening die voor de jeugdige toegankelijk is zonder tussenkomst van het college. Onafhankelijk cliëntondersteuner: een onafhankelijk persoon die de regels goed kent en kan helpen bij de melding en/of het doen van de aanvraag. Dit kan iemand van MEE zijn, maar ook iemand van een patiëntenorganisatie, een vakbond of een ouderenbond. Participatie: het actief deelnemen aan de maatschappij. Persoonlijk plan of plan van aanpak: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd.
Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. 32
Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Preventieve maatregelen: maatregelen die genomen worden om problemen te voorkomen. Probleemoplossend vermogen: het vermogen van ouder(s) en hun kinderen om op een systematische manier tot passende oplossingen te komen voor (complexe) hulpvragen. Omdat elke situatie verschillend is, wordt maatwerk toegepast door interventies en ondersteuning flexibel aan te passen aan de unieke situatie, behoeften, waarden en mogelijkheden van het gezin. Professionele hulpverlener: iemand die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn. Reclasserings-toezicht: het in de gaten houden of de jeugdige die een strafbaar feit heeft gepleegd de maatregelen naleeft. Regulier openbaar vervoer (ov): openbaar toegankelijk personenvervoer dat met een vaste route en een vaste dienstregeling rijdt (of vaart). Spoedeisende situatie: met spoedeisend wordt het volgende bedoeld: wanneer de standaardprocedure voor de inwoner te lang duurt om op tijd hulp te krijgen. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Ook wel informeel netwerk. SVB: sociale verzekeringsbank. Voorziening: hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb, geldbedrag of een combinatie daarvan.
Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet. Woning: hoofdverblijf. Zorg in natura: bij zorg in natura of hulp in natura contracteert de gemeente de zorgaanbieders en ondersteuning. Ook regelt de gemeente de administratie daaromheen. Zorgverzekeraar: de zorgverzekering of basisverzekering is een verplichte ziektekostenverzekering voor alle inwoners van Nederland. De zorgverzekering dekt noodzakelijke, op genezing gerichte, zorg. Zelfstandige zonder personeel (ZZP): een persoon met een eigen bedrijf op naam, zonder dat er meer personeel in dienst is. Deze ondernemingen laten zich vaak inhuren door andere bedrijven.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van De raad voornoemd,
33
drs. E.M.H. Lemaier
drs. J. Langenacker, voorzitter
34