RV25 044 Raadsvoorstel + RB Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht en Ontwerpbegroting 2026 en ontwerpbijdrageverordening
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Treffen van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU) Zienswijze ontwerpbegroting 2026 ODU (inclusief kadernota) en ontwerp bijdrage verordening ODU
Portefeuillehouder
Wethouder Catsburg
Ontvangst griffie
15 juli 2025
Opsteller
H. Zilverentant
Ronde Tafel
4 september 2025
Zaak/stuknummer
887533 / RV25.044
Debat
4 september 2025
Besluit college
15 juli 2025
Raadsvergadering
16 september 2025
Onderwerp Treffen van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU) Zienswijze ontwerpbegroting 2026 ODU (inclusief kadernota) en ontwerp bijdrage verordening ODU
Doel van het voorstel Het college is voornemens deel te nemen aan de nieuwe, nog op te richten, Omgevingsdienst Utrecht. Dit is één robuuste Omgevingsdienst in de provincie Utrecht die vanuit kennis en kunde inspeelt op maatschappelijke ontwikkelingen. Deze Omgevingsdienst bereikt beter haar doelen en draagt bij aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Daarbij levert zij een gelijk speelveld op voor inwoners en bedrijven in de gehele provincie Utrecht. De ontwerpbegroting Omgevingsdienst Utrecht 2026 en bijdrageverordening onderbouwen de gemeentelijke bijdrage. Ook is ingegaan op kwaliteitsverbetering, innovatie en efficiëntie.
Voorgesteld besluit 1. Het college toestemming te verlenen voor het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU). 2. Geen zienswijze te geven op de (ontwerp)begroting 2026 ODU en (ontwerp)bijdrageverordening en de Stuurgroep Naar 1 Omgevingsdienst hierover te informeren via bijgevoegde conceptbrief. Besluit Raad De raad besluit conform voorstel met 30 stemmen voor en 1 stem tegen (Hannie van Kippersluis, ZeisterBelang)
Inhoud (korte samenvatting) Wij vragen u om toestemming tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht. Verder stellen wij u voor om geen zienswijze te geven op de ontwerpbegroting 2026 (inclusief kadernota) en de ontwerpbijdrageverordening ODU.
Pagina 1 van 7
VERDIEPING Inleiding Op 17 oktober heeft het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht ingestemd met de ontwerp gemeenschappelijke regeling om te komen tot de oprichting van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht. Op 24 oktober 2024 heeft de stuurgroep ‘Naar één Omgevingsdienst Utrecht’ dit ontwerp aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie gezonden met het verzoek om hier uiterlijk 3 maart 2025 op te reageren. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft u de gemeenteraad gevraagd om zienswijzen op de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU. Deze (positieve) zienswijze is op 11 februari 2025 door de gemeenteraad vastgesteld en vervolgens aan de stuurgroep ‘Naar één Omgevingsdienst Utrecht’ gezonden. Vrijwel alle colleges hebben een zienswijze gegeven op de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU. Deze zijn inmiddels beoordeeld door het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht. Uit de zienswijzen bleek dat er brede steun is voor de voorgestelde gemeenschappelijke regeling. Voor enkele artikelen uit de regeling heeft een heroverweging plaatsgevonden. De concept gemeenschappelijke regeling ODU is op deze punten aangepast en op 18 april 2025 door het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht vastgesteld.
Op 22 april 2025 heeft het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht het voorstel tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling ODU aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie gezonden. In deze brief is ook de reactie op de door de gemeente Zeist ingediende zienswijze opgenomen, ook bevat deze brief een uitleg op de aanpassingen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU. Het college is bevoegd tot het nemen van een definitief voorgenomen besluit tot het treffen van een regeling. Op basis hiervan vraagt het college via een raadsvoorstel toestemming aan de raad. De raad kan deze toestemming slechts weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Bovendien kan de raad géén voorwaarden aan de toestemming verbinden. Het college gaat niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraad. Op basis van dit raadsbesluit besluit het college definitief over het treffen van de gemeenschappelijke regeling. De uiterste termijn hiervoor loopt tot en met 8 oktober 2025. Op 11 juli heeft het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht ingestemd met de ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) en de ontwerp-bijdrageverordening ODU.
Op 14 juli 2024 heeft het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) en de ontwerp bijdrageverordening ODU aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie gezonden. De gemeenteraad kan hierop haar zienswijze geven. De termijn voor het geven van deze zienswijze loopt tot en met 17 oktober 2025.
ARGUMENTEN VOOR EN TEGEN 1.1 Er is brede steun voor de voorgestelde GR-ODU De deelnemende gemeenten en provincie Utrecht hebben in hun zienswijzen brede steun en betrokkenheid uitgesproken naar het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht. 1.2 Reactie op de ingediende zienswijzen van de raden De gemeente Zeist heeft geen inhoudelijke zienswijze op de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU ingediend. Wel heeft de gemeenteraad een motie “robuuste omgevingsdienst” aangenomen waarin het college verzocht wordt “Om vanuit Zeist in de samenwerking via Omgevingsdienst Utrecht te blijven benadrukken wat de doelstellingen zijn voor de fusie en er voor te waken dat dat een financiële discussie niet te dominant wordt en afbreuk doet aan de kwaliteit van de taakuitvoering, de verhoging van de slagkracht en versterking van de kwaliteit van de leefomgeving”. Dit is onderschreven door de Stuurgroep Naar 1 Omgevingsdienst in haar reactie op de motie. Naar aanleiding van verschillende ingediende zienswijzen waarin het verzoek gedaan wordt om tijdig inzicht te krijgen in de financiële gevolgen van de fusie voor de gemeenten zijn het proces en de planning zodanig aangepast dat het college nu inclusief de financiële consequenties aan de raad kan
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Pagina 2 van 7
adviseren om toestemming te verlenen tot het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. (bijlage 4. 1.3
Uit de zienswijzen van twee gemeenten volgen enkele aanpassingen in de definitieve gemeenschappelijke regeling. De gemeenten Bunnik en De Bilt hebben opmerkingen geplaatst die tot tekstuele aanpassingen hebben geleid van de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU. Het betreft de volgende aanpassingen: Voorstel aanpassing artikelen 4 lid 1, 8 lid 2, 9 lid 3, 18 lid 1 en artikel 34 lid 1 Deze aanpassingen vormen een tekstuele kwaliteitsverbetering en leiden niet tot inhoudelijke wijziging. In bijlage B treft u de gemarkeerde versie van de ontwerp GR, waarin u de tekstuele wijzigingen kunt zien. Artikel 4 lid 1 De verwijzing naar de definitie van ‘basistaken’ was overbodig. Derhalve is dit zinsdeel verwijderd. Artikel 8 lid 2 Het woord “één” stond per abuis twee keer vermeld (typo). Het overbodige woord is verwijderd. Artikel 9 lid 3 en artikel 18 lid 1 Dit artikel kon volgens de reactie op meerdere manieren worden gelezen. De tekst van deze artikelen is aangepast. Artikel 34 lid 1 De tekst van dit artikel was een herhaling van artikel 7 lid 2. Derhalve is dit artikellid verwijderd. De volledige aangepaste gemeenschappelijke regeling is opgenomen in bijlage 2. 1.4
Wij gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraad. Het college is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd een besluit te nemen over het treffen van een regeling. Voorafgaand aan dat besluit is wel toestemming nodig van de gemeenteraad. De raad kan deze toestemming alleen weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Bovendien kan de raad geen voorwaarden aan de toestemming verbinden. 2.1
De raad heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting (inclusief kadernota) 2026 en ontwerpbijdrageverordening van de Omgevingsdienst Utrecht. De basis voor de ontwerpbegroting (inclusief kadernota) en ontwerpbijdrageverordening zijn de bestuurlijke afspraken zoals deze zijn verwoord in het Richtingsplan. Deze heeft u gelijktijdig met de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU van ons ontvangen. De ontwerpbegroting 2026 en de bijdrageverordening zijn zorgvuldig tot stand gekomen. Met de twee voorliggende producten (verordening en ontwerpbegroting) is de vaste formatie van de nieuwe Omgevingsdienst bekend. Verder is tegemoet gekomen aan de wens van gemeenten voor een soepele regeling bij beperkte afname van uren. Kanttekeningen / risico’s 1.1 In principe is er geen realistisch alternatief Indien de raad geen toestemming geeft tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling is de gemeente per 1 januari 2026 geen deelnemer in de Omgevingsdienst Utrecht. De gemeente is verplicht om de aangewezen wettelijke milieutaken te beleggen bij de Omgevingsdienst van de provincie waarin zij zich bevindt. Vanaf 1 januari 2026 is er binnen de provincie Utrecht nog maar één Omgevingsdienst, de ODU. De RUD en ODRU zijn op dat moment niet meer operationeel.
In oktober 2024 hebben de colleges van de 26 deelnemende gemeenten en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht besloten tot vorming van 1 Omgevingsdienst in de provincie Utrecht per 1 januari 2026 en het dientengevolge opheffen van de beide thans bestaande diensten.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Pagina 3 van 7
1.2
De gemeenschappelijke regeling RUD en de gemeenschappelijke regeling ODRU blijven in verband met een zorgvuldige liquidatie voorlopig nog naast de gemeenschappelijke regeling ODU bestaan. Dit betekent onder andere dat - naast de nieuwe structuur van de gemeenschappelijke regeling ODU er een dagelijks bestuur en een algemeen bestuur nodig zullen zijn. Vanuit de gemeenschappelijke regeling RUD en de gemeenschappelijke regeling ODRU worden per 1 januari 2026 géén inhoudelijke (VTH) taken meer uitgevoerd. 1.3 In het najaar volgt een liquidatieplan voor de ODRU. Als gevolg van de oprichting van de nieuwe gemeenschappelijke regeling ODU worden de ODRU en RUD geliquideerd. Uit de eerste resultaten van een financiële QuickScan (SWOT-analyse) blijkt dat de financiële risico’s en gevolgen beperkt zijn. Eventuele financiële gevolgen zijn voor de oorspronkelijke deelnemers van de betreffende dienst en incidenteel. Het liquidatieplan wordt in het najaar door het algemeen bestuur vastgesteld en ter zienswijze aangeboden. 2.1 De gemeentelijke financiële bijdrage staat voor de aankomende twee jaar vast. In de gemeenschappelijke regeling ODU is opgenomen dat na de vaste periode van twee jaar weer wijzigingen mogelijk zijn.
Hieraan zijn net als in de huidige gemeenschappelijke regeling ODRU in bepaalde situaties voorwaarden en verplichtingen gekoppeld (zoals bijvoorbeeld een doorrekening van frictiekosten). 2.2 Bij niet voorziene grote ontwikkelingen kan de bijdrage hoger uitvallen. Wanneer op jaarbasis het aantal afgesproken DVO-uren wordt overschreden met 10% of meer, vindt er een herrekening plaats van de vaste bijdrage. Door monitoring en zo mogelijk prioritering houden we dit risico beperkt.
TOELICHTING Participatie Ook voor de fase van ‘inrichting van de ODU’ is een programmaorganisatie ingericht met een programmateam en stuurgroep. Gemeenten en provincie nemen deel aan verschillende werkgroepen om samen met de projectorganisatie en vraagstukken voor de inrichting te bespreken en stukken op te stellen (Uitvoeringsprogramma, Financieringssystematiek, Governance, Begroting 2026, Informatielandschap, Juridisch). Terugkoppeling naar alle regievoerders vindt regelmatig plaats waarbij er voldoende ruimte is voor reactie. Raadsleden en raadsrapporteurs worden op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen via het platform raadsrapporteurs in Utrecht en met een nieuwsbrief van de Programmaorganisatie. Ook in het bestuurlijk besluitvormingsproces wordt samengewerkt met de betrokken regievoerders. Zowel in de voorbereiding op de bestuursvergadering van het Algemeen Bestuur ODRU en RUD (gezamenlijke annotatie). Financiële toelichting De bijdrageverordening regelt de wijze van financiering van de ODU (wie, wat wanneer betaalt). De gemeentelijke bijdrage bestaat uit meerdere componenten: de vaste bijdrage, de variabele bijdrage en aanvullende opdrachten. Vaste bijdrage De vaste bijdrage per deelnemer wordt vastgesteld naar rato van het totaal aantal af te nemen uren zoals dat in de meerjarige dienstverleningsovereenkomst (DVO) is opgenomen.
Variabele bijdrage De variabele bijdrage wordt vastgesteld op basis van het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma (UVP). De variabele bijdrage noemen we ‘variabel’ omdat deze bijdrage is gebaseerd op de inschatting van het aantal te af te nemen uren voor het volgende jaar. De definitieve bepaling van de variabele bijdrage vindt achteraf plaats via de eindafrekening.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Pagina 4 van 7
Aanvullende opdrachten Voor aanvullende opdrachten geldt een aanvullend uurtarief van €105. Wanneer het aantal afgenomen uren voor aanvullende opdrachten niet meer bedraagt dan 10% van het totaal aantal UVP uren, vindt géén herberekening van de vaste bijdrage per deelnemer plaats, boven de 10% is dat wel het geval. Projectmatige opdrachten zijn ook mogelijk. Voor projecten geldt een hoger uurtarief (opslag van 15% dan wel minimaal de verwachte inhuurkosten indien deze hoger zijn dan het reguliere uurtarief). De vaste formatie van de organisatie wordt grotendeels gebaseerd op de gegarandeerde uren. Daarmee weet de nieuwe Omgevingsdienst de omvang van haar structurele werkzaamheden. Voor de aanvullende uren/opdrachten geldt dat inhuur mogelijk is. Dat is wat uurtarief betreft een duurdere flexibele schil van de organisatie. De vaste bijdrage voor deelnemers is berekend op basis van de gegarandeerde uren zodat die kosten zijn toegerekend. Facturatie De ODU factureert (net als de ODRU) per kwartaal een voorschot van de structurele bijdrage aan de gemeente. Verdeelsleutel bij een negatief exploitatiesaldo Wanneer er sprake is van een negatief exploitatiesaldo dan wordt dit saldo onttrokken aan de algemene reserve, tenzij het algemeen bestuur een andere resultaatverdeling vaststelt.
Als het negatieve exploitatiesaldo niet kan worden opgevangen door de algemene reserve van de Omgevingsdienst, dan dragen de deelnemers bij naar rato. Wanneer een negatief exploitatiesaldo dreigt en wanneer dit effect zal hebben op de deelnemersbijdragen, informeert het dagelijks bestuur de deelnemers zo spoedig mogelijk na de constatering daarvan. Verdeelsleutel bij een positief exploitatiesaldo Wanner er sprake is van een positief exploitatiesaldo, dan wordt dit saldo toegevoegd aan de algemene reserve als weerstandsvermogen. Bereikt de algemene reserve een niveau van meer dan 7% van het totaal van de opbrengsten zoals opgenomen in de jaarrekening van het desbetreffende jaar, dan wordt het surplus terugbetaald aan de deelnemers. 4.1
De totale structurele bijdrage (vaste + variabele) voor de gemeente Zeist neemt niet toe ten opzichte van de huidige situatie De gemeente Zeist heeft een voordeel van € 227.960 in de bijdrage aan de ODU ten opzichte van de huidige bijdrage aan de ODRU. Overigens slaat dit voordeel in de primitieve begroting 2026 van Zeist om naar een bedrag van een bedrag van € 100.591,36 vanwege verrekening met onze eigen indexactie. Juridische aspecten Het college is op grond van artikel 51, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd om een gemeenschappelijke regeling te treffen. Hiervoor is op grond van artikel 51, vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen voorafgaand toestemming nodig van de raad. Artikel 59, derde lid Wgr en artikel 29, vijfde lid, van de concept-Gemeenschappelijke regeling gaat over zienswijze op ontwerpbegroting. Duurzame aspecten Nvt Samenhang met andere projecten Nvt VERDERE PROCES Planning en uitvoering Na verkregen toestemming van de gemeenteraad kan het college definitief overgaan tot het tot het treffen van de gemeenschappelijker regeling ODU. De uiterste datum hiervoor is 8 oktober 2025. De programma organisatie ontvangt het getekende collegebesluit waarna het vervolgtraject tot oprichting van de gemeenschappelijke regeling ODU verder kan worden doorlopen. De gemeenschappelijke
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Pagina 5 van 7
regeling ODU komt tot stand nadat alle in de ODRU en RUD Utrecht deelnemende colleges hebben ingestemd met het treffen van de regeling. De tekst van de regeling wordt bekendgemaakt in het provincieblad Utrecht. Het provinciebestuur zorgt dat de gewijzigde tekst wordt gepubliceerd bij de decentrale regelgeving op overheid.nl. De dag na de bekendmaking in het Provincieblad treedt de regeling ODU in werking. Na de inwerkingtreding van de GR ODU worden de benodigde inschrijvingen bij de kamer van koophandel, Belastingdienst, UWV, BNG, etc. worden gerealiseerd. Na de start van de Omgevingsdienst Utrecht per 1 januari 2026 zullen de colleges en raden/staten worden betrokken in het besluitvormingsproces om de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht en ODRU op te heffen. Communicatie De programma organisatie ontvangt de zienswijzebrief van de raad per mail. Evaluatie
NVT BIJLAGEN Bijlage 1: Concept zienswijzebrief op ontwerpbegroting en ontwerpbijdrageverordening Bijlage 2: Concept GR ODU Bijlage 3: Reactie op zienswijze van gemeente Zeist Bijlage 4a: Aanbiedingsbrief (ontwerp)bijdrageverordening Omgevingsdienst Utrecht Bijlage 4b: Aanbiedingsbrief (ontwerp)programmabegroting Omgevingsdienst Utrecht Bijlage 5: Ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota) Bijlage 6: Ontwerpbijdrageverordening ODU
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Pagina 6 van 7
RAADSBESLUIT
Behoort bij raadsvoorstel Nr. RV25.044
De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 juli 2025; gelet op artikel 59 Wgr BESLUIT: 1. Het college toestemming te verlenen voor het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht door middel van bijgevoegde concept-Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht. 2. Geen zienswijze te geven op de ontwerpbegroting 2026 ODU en ontwerpbijdrageverordening zoals verwoord in de als bijlage bij dit besluit behorende brief.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 16 september 2025 De raad voornoemd, ValidSigned door Johan Janssen op 18-09-2025
ValidSigned door Joyce Langenacker op 18-09-2025
mr. J. Janssen, griffier
drs. J. Langenacker, voorzitter
1