CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB24.114 Bijlage 1 Advies Zeist woningbouwcomplexen (1)

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 3 september 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: - Raadsinformatiebrieven2.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Woningbouwcomplexen 1902-1951 Herwaardering gemeentelijke monumenten - Gemeente Zeist Datum: 06-05-2024 Versie 2 projectnr: 23.016

Inhoudsopgave

Aanleiding.......................................................................................................................................................3 A.

Erfgoedmeetlat .......................................................................................................................................... 3

B.

Inventarisa6e van de complexen ............................................................................................................... 3

C.

Onderbouwing waardering ....................................................................................................................... 4

D.

Bijwerken redengevende omschrijvingen .................................................................................................. 4

Inhoud rapport .................................................................................................................................................... 4 1.

Monumentwaarden van Zeister woningbouwcomplexen .......................................................................5 1.1. Cultuurhistorische waarden .................................................................................................................. 5 Fabrieksopdrachtgevers ................................................................................................................................. 5 Woningbouw door de gemeente Zeist ........................................................................................................... 6 Woningbouwverenigingen te Zeist................................................................................................................. 6 Par<culiere in<a<even ................................................................................................................................... 7

2.

3.

1.2.

Architectuurhistorische waarden .......................................................................................................... 7

1.3.

Ensemblewaarden ................................................................................................................................ 7

1.4.

GaaIeid ............................................................................................................................................... 8

1.5.

Zeldzaamheid........................................................................................................................................ 8

1.6.

Gebruikswaarden.................................................................................................................................. 8

Scores gerangschikt ................................................................................................................................9 2.1.

Tabel met scores ................................................................................................................................... 9

2.2.

Toelich6ng........................................................................................................................................... 12

Advies .................................................................................................................................................. 13

Colofon ......................................................................................................................................................... 14 Bronvermelding ............................................................................................................................................ 14 Bijlagen ......................................................................................................................................................... 15

2

Aanleiding In opdracht van de Gemeente Zeist heeft Hylkema Erfgoed een quickscan uitgevoerd naar 23 sociale woningbouwcomplexen die op de gemeentelijk monumentenlijst staan, gericht op een herwaardering van deze status. Het gaat om drieëntwintig sociale woningbouwcomplexen uit de periode 1902-1951 van in totaal 741 woningen die de status hebben van gemeentelijk monument. Alle complexen zijn onderzocht op hun cultuurhistorische waarden ten opzichte van elkaar, in de context van de gemeente Zeist en de ontwikkeling van de (sociale) woningbouw. Het doel is om te kijken of de complexen nog steeds voldoende cultuurhistorische waarde hebben om een plaats op de gemeentelijke monumentenlijst te kunnen verdedigen. De werkzaamheden bestonden uit: A. Het opstellen van de Erfgoedmeetlat met waarderingscriteria B. Inventarisatie van de complexen op basis van de door de gemeente toegestuurde lijst (dd 18-04-2023) C. Onderbouwing bij lage waardering D. Bijwerken redengevende omschrijvingen

A. Erfgoedmeetlat Om te beginnen is een erfgoedmeetlat samengesteld aan de hand waarvan de complexen gewaardeerd zijn op de volgende criteria: -

Cultuurhistorische waarden Architectuurhistorische waarden Ensemblewaarden Gaafheid/herkenbaarheid Zeldzaamheid (lokaal/landelijk) Gebruiks-/belevingswaarden

B. Inventarisa5e van de complexen De complexen zijn op de volgende manier onderzocht. De complexen zijn tussen juliaugustus 2023 bezocht, waarbij foto’s zijn gemaakt van het exterieur. De foto’s zijn genomen vanaf de straat, van een groot deel van de woningen kon de achterzijde niet worden bezichtigd. Er is hierbij specifiek aandacht besteed aan de gaafheid van het exterieur, met name aanbouwen/dakkapellen, dakpannen, kozijnen en voegwerk. Per complex is aanvullend deskresearch verricht naar de gaafheid van de panden (als dit niet genoeg bleek uit het veldwerk) door raadpleging van beschikbare bouwtekeningen.

3

De algemene beschrijvingen en gevelbeschrijvingen zijn getrokken uit de door de gemeente Zeist aangeleverde redengevende omschrijvingen. Daarnaast is aanvullend literatuuronderzoek verricht naar de cultuurhistorische betekenis van opdrachtgevers, architecten en bouwmethoden van sociale woningbouw, zowel in Zeist als daarbuiten. Vooral van belang was hierbij de reeks Zeist, groei en bouw deel 1 t/m 6 door Roland Blijdenstein (1983-1984).

C. Onderbouwing waardering In de onderbouwing van de waardering wordt uiteengezet op welke aspecten de complexen hoger en lager scoren en hoe de waardering tot stand is gekomen. Sommige complexen scoren hoog op cultuurhistorische waarden, als ze bijvoorbeeld in opdracht van een belangrijke fabrikant zijn gebouwd. Andere complexen scoren hoog op architectuurhistorische of stedenbouwkundige waarden, als er sprake is van hoogwaardige en gave architectuur of beeldbepalende situering.

D. Bijwerken redengevende omschrijvingen Het bijwerken van de redengevende omschrijvingen vindt plaats in fase D.

Inhoud rapport In voorliggend rapport wordt eerst een inleiding gegeven op de cultuurhistorische waarden van de woningbouwcomplexen te Zeist, door kort in te gaan op opdrachtgevers, architecten, architectuur- en stedenbouwkundige aspecten. Hierbij wordt aangegeven welke cultuurhistorische aspecten typerend zijn voor welke woningbouwcomplexen. De meest in het oog springende waarden die aanwezig zijn bij de onderzochte complexen zijn de cultuurhistorische waarden, de architectuurhistorische waarden en de ensemblewaarden. De complexen met de hoogste scores zijn meestal van belang vanwege een grote cultuurhistorische waarde voor de ontwikkelingsgeschiedenis van Zeist, ofwel vanwege gecombineerde hoge architectuurhistorische en ensemblewaarden. In paragraaf 2 volgt een lijst met de complexen gerangschikt op score, die in een oogopslag duidelijk maakt welke complexen hoog scoren en welke laag. Hierbij volgt een uitleg en conclusie over de waardering van de als gemeentelijk monument beschermde complexen. Hierna volgt een advies over de omgang met de scores ten opzichte van de gemeentelijke monumentstatus van de complexen. Als bijlage zijn toegevoegd: Bijlage 1: Complexbeschrijvingen Bijlage 2: Erfgoedmeetlatten Bijlage 3: Overzicht van de waarden per complex

4

1. Monumentwaarden van Zeister woningbouwcomplexen 1.1.

Cultuurhistorische waarden

De geschiedenis van de sociale woningbouw wordt bepaald door drie keerpunten: rond 1850, 1900 en 1945. In de negentiende eeuw waren woonomstandigheden van arbeiders vaak erbarmelijk, een gegeven naar aanleiding waarvan burgers en arbeiders vanaf het midden van de negentiende eeuw woningbouwverenigingen oprichtten. De financiering kwam deels van leningen van vermogende elites. Met de invoering van de Woningwet in 1901 werd bepaald dat de overheid woningbouwverenigingen kon subsidiëren. Hierdoor werd sociale woningbouw meer een overheidsaangelegenheid. Dit versterkte tijdens de Wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, toen er een groot woningtekort heerste en de overheid grootschalig woningbouw verrichtte. Een derde belangrijke speler waren fabriekseigenaren, die woningen voor hun arbeiders bouwden in de vorm van een fabriekskolonie. Dit gebeurde rond de jaren twintig van de twintigste eeuw vaak volgens de tuinstadgedachte, die was overgewaaid uit Engeland en die inhield dat bewoners op een plek net buiten de stad leefden in woningen te midden van het groen, met grote tuinen bij hun huizen waar ze zelf groenten konden telen. In Zeist hebben in deze periode zowel de gemeente als woningbouwverenigingen en fabriekseigenaren een rol gespeeld bij de realisatie van woningbouwprojecten.

Hieronder volgt een toelichting op de verschillende opdrachtgevers die van belang waren voor de sociaal-economische ontwikkelingsgeschiedenis van Zeist. Fabrieksopdrachtgevers Vanaf het eind van de 19e eeuw, met een hoogtepunt vanaf 1910 zien we in Nederland het fenomeen van de fabrieksdorpen. Vaak ging het om ‘verlichte’ ondernemers die woningen voor hun arbeiders bouwden. Een rol hierbij speelde ook dat de fabrieken vaak buiten de steden werden gebouwd en men op deze manier arbeidskrachten in de buurt had. Er werd vaak gekozen voor een dorpse stedenbouwkundige opzet met pleintjes, gebogen straten, etcetera en de huizen kregen vaak een oudhollandse vormgeving en grote tuinen t.b.v. moestuinen. Gerodorp: complex 2 (Gerolaan 1-49 n 2-30; Alpaccalaan 1-11; Bergweg 114-142) De zilverindustrie is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van Zeist. De Gerofabriek vestigde zich in 1903 in Zeist en had in 1965 nog 1.100 werknemers. In 1918 werd Gerodorp gebouwd voor de fabrieksarbeiders van de zilverfabriek door architect J.J. van Straalen. Het ging om ruim zestig woningen aan de Gerolaan, Alpaccalaan, Bergweg en Eikenlaan. In 2015 zijn alle woningen gerenoveerd. Door haar directe relatie met de Gerofabriek is Gerodorp een belangrijke herinnering aan de economisch-historische ontwikkelingsgeschiedenis van Zeist.

5

Den Dolder: complex 22 (Pleineslaan 25-57, 51-57, 34-66) Den Dolder ontstond als dorp toen zeepfabrikant Christoph Pleines zijn fabriek ‘De duif’ hier vestigde. Voor het personeel liet hij architect J.M. Paap arbeiderswoningen met opzichterswoningen en een directeursvilla bouwen. Alleen de arbeiderswoningen staan nog, maar zijn sterk verbouwd. In 1918 ging de zeepfabriek over in handen van de Goudse kaarsenfabriek. Deze firma gaf opnieuw opdracht tot woningbouw aan de Pleineslaan die aansloot bij de eerste arbeiderswoningen. De bouw werd uitgevoerd tussen 1918-1921 door woningbouwvereniging Duivendorp. Voor het ontwerp tekende J.M. Paap. Door zijn directe relatie met zeepfabriek ‘De Duif’ is het complex van belang voor de ontwikkelingsgeschiedenis van Den Dolder.

Woningbouw door de gemeente Zeist Door de gemeente Zeist kwamen enkele kleinschalige woningbouwcomplexen tot stand, zoals de woningen aan de Bergweg/Schaerweijdelaan en aan de Potgieterlaan. Over het algemeen bleef dus de rol van de gemeente als opdrachtgever beperkt. Woningbouwverenigingen te Zeist In de eerste kwart van de 20e eeuw werden tientallen woningbouwverenigingen opgericht die huizen gingen bouwen voor de middenstand. Hierbij werden verscheidene voormalige buitenplaatsen verkaveld, waaronder het Patijnpark. De woningen aan de Lievendaallaan uit 1902 zijn opgezet voor oude hulpbehoevenden van het protestantse geloof, waren opgezet met zeer ruime tuinen en behoren tot de eerste sociale woningbouw van Zeist. Patijndorp: complex 7 (Patijnlaan 1-33, 2-34, Dijnselweg 33-67, Panweg 22-50, 2953) In 1920 kocht burgemeester Johan Jacob Clotterbooke Patijn van Kloetinge een stuk grond dat deel uitmaakte van de buitenplaats Veldheim. Dit werd doorverkocht aan woningbouwvereniging Boschwijk. Zij gaven J.M. Paap opdracht voor het ontwerp van een woonwijk met tachtig middenstandwoningen volgens de opzet van het Engelse tuindorp. De grote achtertuinen met schuurtjes en de samenhangende en beeldbepalende stedenbouwkundige opzet herinneren hieraan.

Woningbouwverenigingen die een rol hebben gespeeld in het totstandkomen van de historische woningbouwcomplexen in Zeist, waren nooit meer dan eenmaal actief: • • • • • • • •

Boschwijk Vereniging Ons Huis Zeister woningbouwvereniging Volkshuisvesting Woningbouwvereniging Boschwijk Patrimonium Christelijke Nationale Werkmansbond Heidebloem Woningbouw v. d. Vereeniging van Ambtenaren en werklieden v. d. Gasfabriek der Gemeente Zeist

6

Par9culiere ini9a9even Onder particulier initiatief opereerden onder andere: M.P. van der Bijl (1e Hogeweg en Bethaniëplein), NV Park Kersbergen (Griffensteijnseplein en omstreken), W. Koning (De la Reylaan) en NV Livland (Lommerlust). Vooral het Bethaniëplein en het Griffensteijnseplein vielen in het wat luxere segment.

1.2.

Architectuurhistorische waarden

Enkele complexen die voor de middenstand gebouwd werden bezitten hoge architectuurhistorische waarden, door de hoogwaardige en zorgvuldige kwaliteit van de architectuur. De belangrijkste zijn complex 4 (Bethaniëplein 1 t/m 17 en Slotlaan 322), complex 9 (Cornelis Schellingerlaan 44-60, Griffensteijnseplein 1-41, 2-44, Laan van Cattenbroek 26, 41-59, Van Renesselaan 86), complex 11 (De la Reylaan 14-32), complex 18 (Lievendaallaan 8-10, Schaerweijdelaan 133-135), complex 19 (Lommerlust 1-47, 2-48b, Oude Arnhemseweg 1-23) en complex 20 (Louise de Colignyplein 1-33). Deze architectuur, veelal tot stand gekomen in de jaren dertig van de twintigste eeuw, vertoont vaak kenmerken van de Amsterdamse Schoolstijl met expressionistisch gebruik van baksteen, nadruk op horizontaliteit en zorgvuldige volumewerking en detaillering. Deze stijl is typerend voor deze periode. Een architect die veel gebouwd heeft in Zeist, was J.J. van Straalen. Hij ontwierp onder andere Gerodorp, de complexen aan de Bothalaan/ De Wetlaan/Kritzingerlaan en Jacob van Lenneplaan/Tollenslaan, de Minckelerslaan en de Korte Bergweg. De architectuur was in lijn met de functie als sociale woningbouw sober, maar gevarieerd. Ook architect J.M. Paap heeft bijgedragen aan het historische beeld in Zeist door zijn ontwerpen voor Patijndorp, de Jacob van Lenneplaan en de Pleineslaan te Den Dolder.

Ook deze ontwerpen kenmerken zich door eenvoud, maar met slim gebruik van variatie en stedenbouwkundige effecten. Architecten met betekenis voor de Nederlandse architectuurgeschiedenis die in Zeist aan het werk waren, waren Gulden en Geldmaker uit Amsterdam, die de sociale woningbouw aan de Dr. Schaepmanlaan ontwierpen; J.F. Berghoef die de functionalistische Airey-woningen ontwierp aan de Cornelis Schellingerlaan en Jan Wils, die beïnvloed door De Stijl de On-Site-woningen aan de Cornelis Schellingerlaan ontwierp.

1.3.

Ensemblewaarden

Enkele complexen zijn vooral waardevol vanwege hun hoge ensemblewaarden. Stedenbouwkundig beeldbepalende complexen rondom een hoogwaardige en beeldbepalende (groen)aanleg zijn: complex 1 (1e Hogeweg 29 t/m 75), complex 4 (Bethaniëplein 1-17 en Slotlaan 322), complex 8 (Cornelis Schellingerlaan 25-31, 3353bis, 57-63, 62-68. 70-108bis), complex 9 (Cornelis Schellingerlaan 44-60, Griffensteijnseplein 1-41, 2-44, Laan van Cattenbroek 26, 41-59, Van Renesselaan 86) en complex 19 (Lommerlust 1-47, 2-48b, Oude Arnhemseweg 1-23).

7

Complexen met grote voor- en/of achtertuinen waarin de Engelse tuinstadgedachte goed afleesbaar is, zijn complex 7 (Patijnlaan 1-33, 2-34, Dijnselweg 33-67, Panweg 22-50, 29-53) en complex 17 (Korte Bergweg 30-56).

1.4.

GaaGeid

Aanwezige architectuurhistorische en/of ensemblewaarden kunnen in de loop der tijd zijn aangetast, wat de afleesbaarheid van de architectuur of stedenbouwkundige opzet vertroebelt. Bij veel aanpassingen wordt een lage gaafheidswaarde toegekend. Vooral bij veel sociale woningbouwcomplexen zijn in de loop der tijd vensters, deuren, dakpannen en voegwerk gewijzigd.

1.5.

Zeldzaamheid

Over het algemeen zijn de toegepaste bouwstijlen van de onderzochte woningbouwcomplexen niet bijzonder zeldzaam voor Zeist of voor Nederland. Een uitzondering hierop vormen complex 8 (Cornelis Schellingerlaan 25-31, 33-53bis, 5763, 62-68. 70-108bis) en complex 10 (Cornelis Schellingerlaan 65-79), respectievelijk gebouwd volgens het ‘On-Site-‘systeem en het ‘Airey’-systeem in de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Deze vernieuwende bouwtechnieken zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de architectuurgeschiedenis en vormen hiervan een zeldzaam voorbeeld in Nederland. Hierom hebben ze een hoge zeldzaamheidswaarde.

1.6.

Gebruikswaarden

Als een woning is gebruikt door een belangrijke persoon in de geschiedenis of er is sprake van continu historisch belangrijk gebruik, dan is er sprake van hoge gebruikswaarden. Bij de onderzochte complexen zijn verschillende opdrachtgevers geweest. De meeste complexen zijn gebouwd in opdracht van woningbouwverenigingen. Zij hebben in de eerste helft van de 20e eeuw grote invloed gehad op het aanzicht van bepaalde wijken. Een andere bijzondere opdrachtgever zijn de fabrieksopdrachtgevers. Ook hier hebben we te maken met een kenmerkend fenomeen van het begin van de 20e eeuw.

8

2. Scores gerangschikt 2.1.

Tabel met scores

Rangorde

Score …/5

1

4

Bethaniëplein 1 tm 17 (even en oneven) Slotlaan 322

2

3,8

Gerolaan 1 tm 49 En 2 tm 30 Alpaccalaan 1 tm 11 Bergweg 114 tm 142

3

3,8

Lievendaallaan 8-10, Schaerweijdelaan 133-135

4

3,8

Patijnlaan 1-33, 2-34, Dijnselweg 33-67, Panweg 22-50, 29-53

5

3,6

Lommerlust 1-47, 2-48b, Oude Arnhemseweg 1-23

6

3,6

Cornelis Schellingerlaan 65-79

7

3,5

1e Hogeweg 29 tm 75 (oneven)

9

8

3,5

Cornelis Schellingerlaan 25-31, 3353bis, 57-63, 62-68. 70-108bis

9

3,3

Pleineslaan 25-57, 51-57, 34-66

10

3,3

Dr. Schaepmanlaan 50-76, 89-101, Jacob van Lenneplaan 15-25, Kritzingerlaan 35-43, Minckelerslaan 234

11

3,3

Cornelis Schellingerlaan 44-60, Griffensteijnseplein 1-41, 2-44, Laan van Cattenbroek 26, 41-59, Van Renesselaan 86

12

3,2

Bergweg 67-75 en Schaerweijdelaan 178-184

13

3,2

Bothalaan 4-10, De Wetlaan 36-66, De la Reylaan 1-35 en Kritzingerlaan 56-74

14

3,1

Dijnselweg 2-16 en 38-48, Nicolaas Beetslaan 4-34, Panweg 10-20

15

3,1

Korte Bergweg 30-56 HUIS TER HEIDE

10

16

3,1

Louise de Colignyplein 1-33

17

3

Bothalaan 1-23 en de Wetlaan 12-34

18

3

Jacob van Lenneplaan 12-22, Tollenslaan 1-39, 10-28

19

3

Minckelerslaan 1-47

20

2,8

De la Reylaan 14-32

21

2,8

Jacob van Lenneplaan 27-37

22

2,7

Potgieterlaan 2-8, Schaerweijdelaan 166-176, Tollenslaan 34-36

23

2,7

Jacob van Lenneplaan 24-42

11

2.2.

Toelich5ng

De meetlat loopt van 1 t/m 5. Een 2,5 is een voldoende. De scores van de gewaardeerde woningbouwcomplexen variëren tussen 2,7 en 4. Dit betekent dat alle complexen een voldoende scoren op monumentwaarden. Voor de uiteindelijke score zijn de deelscores van de erfgoedmeetlat (cultuurhistorie, architectuurwaarden, ensemblewaarden, gaafheid, zeldzaamheid en gebruikswaarden) bij elkaar opgeteld. Het hoogste scoort het Bethaniëplein. Deze score heeft het te danken aan de ensemblewaarden en architectuurhistorische waarden. Direct daaronder scoren de complexen het hoogst met een grote cultuurhistorische waarde. Het gaat hierbij om Gerodorp (van belang vanwege de fabrieksgeschiedenis), Patijnpark (omvangrijk en typerend/beeldbepalend woningbouwproject voor Zeist) en de Lievendaallaan (eerste sociale woningbouwcomplex van Zeist dus hoge herinneringswaarde). Het laagst scoren enkele complexen die weliswaar enige architectonische en cultuurhistorische kwaliteiten bezitten, maar niet beeldbepalend zijn in het stedenbouwkundig weefsel, daarnaast niet heel bijzonder zijn van architectuur en/of erg gewijzigd zijn.

12

3. Advies In principe komen alle complexen met hun score boven de 2,5 in aanmerking voor behoud van de monumentstatus. Er kunnen echter andere belangen spelen (bijvoorbeeld verduurzaming, bouwkundige toestand, financiële situatie, wooncomfort e.a.) die noodzaken om het relatieve belang van behoud van de bestaande woningen mee in overweging te nemen. Alles wat hoger scoort dan 3 achten wij van dusdanige cultuurhistorische betekenis dat behoud niet ter discussie zou mogen staan. Ons advies is om de bestaande monumentstatus bij geen van de onderzochte complexen op voorhand weg te nemen, maar dit pas in overweging te nemen als zich daadwerkelijk ontwikkelingen voordoen die daartoe aanleiding geven. Op die manier zijn de monumentwaarden als belang verzekerd in de afweging ten opzichte van andere aspecten. Bij eventuele herontwikkeling zouden cultuurhistorie en ruimtelijke identiteit en stedenbouwkundige kwaliteiten uitgangspunt moeten zijn in de nieuwe plannen. Dit hangt af van waar de belangrijkste cultuurhistorische waarden betrekking op hebben. Bij een plan voor herontwikkeling adviseren wij een nadere analyse uit te voeren van de stedenbouwkundige en architectonische waarden en deze te vertalen in ruimtelijke uitgangspunten en beeldkwaliteitscriteria voor de nieuwe ontwikkeling.

13

Colofon Product: Advies over monumentstatus woningbouwcomplexen gemeente Zeist Projectnr: 23.016 Datum: 06-05-2024 Versie 2 (10-09-2023 Versie 1) Opdrachtgever Gemeente Zeist Afdeling Erfgoed t.a.v. mevrouw J. Pasman j.pasman@zeist.nl Postbus 513 3700 AM Zeist Opdrachtnemer Hylkema Erfgoed Contactpersoon: Katheleine Koornstra Auteurs: Merel Spruit Ben Verfürden Mariahoek 4 3511 LD Utrecht 030-2328866 info@hylkemaerfgoed.nl

Bronvermelding Roland Blijdenstein, Zeist groei en bouw, deel 1 t/m 6, Zeist 1983-84. Wouter Beekers, ‘Hoe woningbouwcorporaties ontworteld raakten’, in: Socialisme &amp; democratie 67 (2010) nr. 5/6, 54-60. D. Schaars, ‘woningbouwcomplex Patijnpark Zeist. Onderzoek i.o.v. Woongoed Zeist, Monumentenadviesbureau Nijmegen, juni 2021. Website Utrechtse Stichting voor het Industrieel Erfgoed: ‘De zilverfabrieken van Zeist: Gerritsen Gero en Sola’, https://www.usine-utrecht.nl/zilverfabrieken-zeist-gerritsengero-sola/ Gemeentearchief Zeist www.geheugenvanzeist.nl

14

Bijlagen Bijlage 1: Complexbeschrijvingen Bijlage 2: Scores volgens de Erfgoedmeetlat Bijlage 3: Waarderingsoverzicht complexen

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14398414/1