CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB24.092 - Bijlage 2 Richtlijnen vernieuwing uitvoering DGV 2023

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 2 juli 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: C - Raadsinformatiebrieven8.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RICHTLIJNEN VOOR VERNIEUWING UITVOERING DOELGROEPENVERVOER Zo zelfstandig mogelijk reizen.

Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist, januari 2023

Voorwoord Mobiliteit is belangrijk, voor onze gezondheid, onze sociale contacten, werk, school, levensonderhoud, cultuur en recreatie. De reis is een middel om een doel te bereiken: onderwijs volgen, een vrijetijdsactiviteit ondernemen of meedoen aan dagbesteding. Het is daarom nodig dat iedereen zich zo goed mogelijk kan verplaatsen. De afgelopen jaren heeft COVID-19 de bewegingsvrijheid van ons allen deels aan banden gelegd. Daarmee beseffen we ons dat bewegingsvrijheid niet vanzelfsprekend is. Mensen die tijdelijk of chronisch een mobiliteitsbeperking hebben, krijgen tijdens hun reizen - letterlijk en figuurlijk - vaker te maken met drempels. Gemeenten organiseren voor deze mensen verschillende vormen van Doelgroepenvervoer, zoals Leerlingenvervoer en Regiotaxi. Meedoen en inclusie zijn daarbij onze drijfveren. Voor u ligt het document ‘Richtlijnen voor vernieuwing uitvoering Doelgroepenvervoer’ van gemeenten van Zuidoost Utrecht: Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist. Dit document is opgesteld om het Doelgroepenvervoer verder te ontwikkelen en om de ontwikkeling van het Doelgroepenvervoer te bekijken vanuit het perspectief van zo zelfstandig mogelijk reizen. De opgave voor de komende jaren is groot.

Zo zal het Openbaar Vervoer zich blijven concentreren op de zogenaamde hoofdassen en zal door de vergrijzing de vraag naar Doelgroepenvervoer toenemen. Hoe zorg je dan dat iemand die wel met het Openbaar Vervoer kan reizen, maar niet bij de halte kan komen toch zelfstandig met het Openbaar Vervoer kan reizen? Of, welke rol kan lokaal vrijwilligersinitiatief spelen in het vervullen in het versterken van de mobiliteit van onze inwoners? Deze en meer vragen trachten we in dit stuk te voorzien van concrete oplossingsrichtingen. We zijn zeer dankbaar dat zo veel mensen meegedacht hebben bij het opstellen van dit stuk. Dit zijn vertegenwoordigers van ouderenbonden, gehandicaptenplatforms, reizigersvertegenwoordigers, lokale adviesraden, lokale initiatiefnemers en vervoerders. .

1

Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................ 1 1. Inleiding ................................................................................................................ 3 1.1 Voorbereidingen ................................................................................................ 3 1.2 Leeswijzer ......................................................................................................... 3 2. Samenvatting ........................................................................................................ 5 3. Huidige situatie en opgave....................................................................................... 6 3.1 Huidige situatie Doelgroepenvervoer in Zuidoost Utrecht ........................................ 6 3.1.1 Doelgroepenvervoer, wat is het? ....................................................................... 6 3.1.2 Sociaal recreatief Wmo vervoer......................................................................... 6 3.1.3 Leerlingenvervoer ........................................................................................... 6 3.1.5 Vervoer naar Wmo dagbesteding ......................................................................

7 3.2 Waarom een beleidskader Doelgroepenvervoer? .................................................... 7 3.3 Wat is de ontwikkelopgave? ................................................................................ 8 Hoofdstuk 4 Richtlijnen en uitvoeringsagenda .............................................................. 12 Bijlage 1: Toelichting tabellen prognose Regiotaxi en Leerlingenvervoer .......................... 18 Bijlage 2: Aanvullend Openbaar Vervoer ..................................................................... 19 Bijlage 3: Goede voorbeelden lokaal initiatief Zuidoost Utrecht ...................................... 20 Bijlage 4: Lijst met referenties ................................................................................... 21

2

1. Inleiding 1.1 Voorbereidingen In de zomer van 2021 stelden de colleges van onze vijf gemeenten de bestuursopdracht beleid Doelgroepenvervoer Zuidoost Utrecht vast. In deze bestuursopdracht is op hoofdlijnen ingegaan op aanleiding, uitdaging, doelstelling en resultaten van het op te stellen document. Kader 1: resultaten voorbereidingen - zoals geformuleerd in de bestuursopdracht Beoogde resultaten Er is een participatief traject doorlopen waarin met verschillende stakeholders gesproken is over de gewenste doorontwikkeling: reizigers, vervoerders, vrijwilligersinitiatieven, vervoersdeskundigen en lokale adviesraden. Met reizigers Doelgroepenvervoer is gesproken over de gewenste en verwachtte ontwikkeling van hun wijze van reizen en de rol die het Doelgroepenvervoer hierin speelt. Er is een conclusie getrokken over de relatie tussen gewenste en vereiste kwaliteit enerzijds en het benodigd budget anderzijds. Er is hiertoe ook met stakeholders verkend welke innovaties en maatregelen om efficiënter te werken op draagvlak kunnen rekenen en welke niet. Hierbij is ook gesproken over de rol die een persoon zelf, het netwerk of vrijwilligers (lokaal initiatief) kunnen spelen bij het voorzien in de reisbehoefte.

Er is een analyse uitgevoerd op het huidige gebruik van het Doelgroepenvervoer en er is een prognose opgesteld van het verwachte gebruik tot en met 2028 en op basis hiervan worden aanbevelingen gedaan. Bovenstaande input zal gebruikt worden voor een rapportage waarin beleidsmatige uitgangspunten, doelstellingen en speerpunten zijn opgenomen en op hoofdlijnen de initiatieven die ontwikkeld gaan worden om in de periode 2022-2028 de geformuleerde doelstellingen te bereiken.

De voorbereidingen zijn gestart met de uitvoering van een data-analyse van de diverse vervoersstromen Doelgroepenvervoer. In deze data-analyse is gekeken naar het huidige gebruik en is op de belangrijke onderdelen een doorrekening gemaakt van het toekomstig gebruik bij ongewijzigd beleid. Op basis van de analyse is toegewerkt naar gerichte vragenlijsten voor de in het kader genoemde stakeholdergroepen. Met hen zijn de constateringen getoetst en is gesproken over de wenselijkheid van mogelijke oplossingsrichtingen op het snijvlak van kwaliteit en kosten. De Utrechtse gemeenten – waaronder de vijf gemeenten van de regio Zuidoost Utrecht – en de Provincie werken sinds 2019 samen aan het Programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en AOV. Met dit programma willen Provincie en gemeenten het Doelgroepenvervoer en Openbaar Vervoer beter op elkaar afstemmen zodat meer mensen met het Openbaar Vervoer kunnen reizen. Er is overeenstemming bereikt over een aantal ontwikkellijnen. In dit beleidsdocument rapporteren we de ook opbrengsten van dit programma. De conclusies en aanbevelingen in dit document zijn gebaseerd op beide trajecten.

1.2 Leeswijzer In dit document nemen we de centrale ambitie van het ‘VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’ als uitgangspunt voor de doorontwikkeling: ‘Mensen met een vervoersbeperking moeten zo zelfstandig mogelijk kunnen reizen’. Hoofdstuk 2 is de samenvatting van het document met richtlijnen voor de vernieuwing van de uitvoering. 3

In hoofdstuk 3 gaan we in op de huidige situatie en op de opgave voor de komende jaren. In hoofdstuk 4 presenteren we nogmaals de richtlijnen met daaraan gekoppeld welke initiatieven in gang gezet zijn en worden.

4

2. Samenvatting Onze gemeenten willen met dit document een stap vooruit zetten in het helpen versterken van de mobiliteit van mensen met een vervoersbeperking. Tot aan nu werden de richtlijnen op het onderwerp Doelgroepenvervoer alleen vastgelegd via verordeningen, beleidsregels en via inkoop- en contractdocumenten. Deze documenten focusten zich op het functioneren van een regeling – zoals Leerlingenvervoer – en op wie waarom van een regeling gebruik mocht maken. Wat ontbrak was een ontwikkelingsgericht document, met daarin een aansporing om als gemeente inzet te plegen op het versterken van de mobiliteit van de mensen met een mobiliteitsbeperking. Ook is er meer dan voldoende maatschappelijke aanleiding om juist nu proactief in te zetten op dit onderwerp. Denk onder andere aan toenemende vergrijzing en eenzaamheid, krapte op de arbeidsmarkt, brandstofkostenstijging en de energietransitie. Het versterken van de mobiliteit van mensen uit de doelgroep betekent op meer onderwerpen tegelijkertijd stappen voorwaarts zetten en een ontwikkelagenda hebben. In hoofdstuk 4 vindt u de eerste versie van deze agenda. Deze ontwikkelagenda dient jaarlijks lokaal vernieuwd te worden en door het college vastgesteld te worden om zo de voortgang erin te houden. De richtlijnen voor uitvoering bestaat uit één hoofddoel en een zevental randvoorwaardelijke doelen.

De initiatieven die de komende jaren worden ingezet, moeten bijdragen aan de richting die we met deze richtlijnen inzetten. Hoofddoel:

Onze gemeenten zetten zich in om het ‘zo zelfstandig mogelijk reizen voor mensen met een mobiliteitsbeperking’ waar te maken. (VN-Verdrag) Om dit hoofddoel te bereiken, ontwikkelen we op de volgende thema’s: 1. Onze gemeenten versterken samen met de autoriteiten Openbaar Vervoer de mogelijkheden van mensen uit de doelgroep om zelfstandig met het Openbaar Vervoer te reizen. We ontwikkelen proactief samen met reizigers en Provincie. 2. Onze gemeenten zoeken samen met vrijwillige vervoersinitiatieven telkens hoe overheden het vrijwillige vervoer het beste kunnen ondersteunen. 3. Onze Sociaal Teams denken proactief mee in het vinden van oplossingen van iemands persoonlijke mobiliteitsvraag. 4. Onze gemeenten streven naar tevreden reizigers in het Doelgroepenvervoer. 5. Door te werken aan diverse vervoersmogelijkheden wordt voorkomen dat mensen een beroep moeten doen op het Doelgroepenvervoer en worden de kosten voor onze gemeenten beperkt. 6. Met de inrichting van onze aanbestedingen zorgen onze gemeenten voor aantrekkelijke uitvoerbare vervoersopdrachten. Het laatste randvoorwaardelijke doel draagt niet direct bij aan het hoofddoel, maar mag uiteraard niet buiten beschouwing gelaten worden. 7. Onze gemeenten willen zo snel mogelijk – maar in een realistisch tempo – toewerken naar zero-emissie in het Doelgroepenvervoer.

5

3. Huidige situatie en opgave 3.1 Huidige situatie Doelgroepenvervoer in Zuidoost Utrecht 3.1.1 Doelgroepenvervoer, wat is het? Mensen moeten zich verplaatsen om deel te nemen in de maatschappij. De gemeenten hebben de wettelijke verantwoordelijkheid om inwoners te helpen met die vervoersvraag wanneer zij door een beperking geen gebruik kunnen maken van algemene voorzieningen. Dat noemen we het Doelgroepenvervoer. Dit is ondergebracht in meerdere lokale regelingen: • Wmo, sociaal recreatief vervoer (Wmo Regiotaxi) • Leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer • Vervoer naar Wmo dagbesteding • Vervoer in het kader van de Participatiewet. Er zijn naast het gemeentelijke Doelgroepenvervoer ook andere regelingen waarvoor andere organisaties verantwoordelijk zijn. Hieronder zetten we deze op een rijtje: • Valys (bovenregionaal sociaal recreatief vervoer voor mensen met een beperking) – ministerie VWS • Vervoer WLZ (wet langdurige zorg) – ministerie VWS • Zittend ziekenvervoer - zorgverzekeraars; • Vervoer naar opleiding of werk (Wia) – UWV. Hieronder geven we in het kort een beeld van de huidige situatie in Zuidoost Utrecht rondom de gemeentelijke regelingen.

3.1.2 Sociaal recreatief Wmo vervoer In de regio is het sociaal recreatief Wmo vervoer nu geregeld in twee vervoersystemen: Regiotaxi Utrecht waar de gemeenten De Bilt, Bunnik en Zeist aan meedoen en Regiotaxi Eemland-Heuvelrug waar Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede aan meedoen. Mensen die niet met het Openbaar Vervoer kunnen reizen en geen eigen alternatief hebben kunnen bij de gemeente een Wmo vervoerpas aanvragen. Als dit wordt toegekend reizen zij tegen een tarief dat vergelijkbaar is met het standaardtarief voor de bus. Regiotaxi is ook zonder pas voor alle reizigers te gebruiken tegen een hoger tarief (OV deel Regiotaxi). De planning van Regiotaxi werkt zo dat mensen gezamenlijk deelnemen aan een route. Dat betekent dat een rit langer kan duren dan als één persoon van a naar b wordt gereden. Regiotaxi is vervoer van deur tot deur.

3.1.3 Leerlingenvervoer Het Leerlingenvervoer is nu gezamenlijk ingekocht door de gemeenten van onze regio. De gemeenten werken ook samen qua beheer van dit vervoer. Het Leerlingenvervoer is bedoeld voor het reizen van en naar school voor leerlingen in het speciaal onderwijs, voor leerlingen met een beperking in het reguliere onderwijs en kinderen van nieuwkomers (niet verblijvend in azc of noodopvang, die met name voor aangepast taalonderwijs naar een school in een andere gemeente moeten reizen. Of een leerling in aanmerking komt voor Leerlingenvervoer of een (gedeeltelijke) vergoeding van reiskosten wordt bepaald in gesprek tussen het lokale Sociaal Team, ouders en leerling. Samen wordt verkend wat de vervoersmogelijkheden van de desbetreffende leerling en zijn of haar gezin zijn.

3.1.4 Jeugdhulpvervoer Het vervoer naar jeugdhulplocaties valt onder de Jeugdwet. Gemeenten kunnen dat vervoer zelf regelen of laten regelen door de zorgaanbieder. In deze regio is zorg in de meeste gevallen inclusief vervoer ingekocht via de jeugdhulpaanbieders.

6

3.1.5 Vervoer naar Wmo dagbesteding Het vervoer naar dagbesteding valt onder de Wmo. Gemeenten kunnen dat vervoer zelf regelen of laten regelen door de zorgaanbieder. In deze regio is zorg in de meeste gevallen inclusief vervoer ingekocht via de zorgaanbieders. Bij de indicatiestelling wordt gekeken naar de manier waarop clienten hun dagbesteding kunnen bereiken: zelf, met inzet van hun netwerk of van vrijwilligers en als laatste mogelijkheid, met een vervoersindicatie.

3.1.6 Vervoer in het kader van de Participatiewet Dit vervoer wordt geregeld door het sociaal werkbedrijf (BIGA). Waar dit voorheen collectief werd ingekocht, heeft BIGA nu een regeling met vergoeding van reiskilometers. Werknemers regelen hun vervoer zo veel mogelijk zelf. De meeste werknemers reizen met het Openbaar vervoer of komen met een eigen vervoersmiddel naar het werk.

3.2 Waarom een beleidskader Doelgroepenvervoer? Er is voor onze gemeenten een aantal aanleidingen die zorgen dat het nodig is om een beleid voor het Doelgroepenvervoer op te stellen. Aanleiding 1: Inkoop en beheer sociaal recreatief Wmo vervoer door Utrechtse gemeenten De Provincie Utrecht draagt eind 2023 haar taak als contractbeheerder van de Regiotaxicontracten over aan de Utrechtse gemeenten. Vanaf die datum moeten gemeenten zelf de invulling van dit zogenaamde ‘sociaal recreatief Wmo vervoer’. In de aanloop naar deze overdracht is het noodzakelijk dat gemeenten zich inhoudelijk, financieel en organisatorisch voorbereiden. Er doet zich de kans voor om inkoop en beheer van verschillende typen Doelgroepenvervoer meer in samenhang te organiseren. Aanleiding 2: Inclusieve samenleving: stip op de horizon en de weg er naartoe Een inclusieve samenleving waarin iedereen op voet van gelijkheid mee kan doen en waar de mogelijkheden, talenten en eigen regie van onze inwoners centraal staan. Dat is in onze gemeenten de kernwaarde. Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties willen we inhoud geven aan die inclusieve samenleving. Een toegankelijke en inclusieve samenleving bereik je niet met één druk op de knop. Hiervoor is soms een verandering in denken en doen nodig. En niet alle plannen kunnen tegelijk worden uitgevoerd.

Ook voor het Doelgroepenvervoer is het daarom nuttig om op basis van gesprek te werken aan concrete verbeteringen. Aanleiding 3: Samenwerking tussen overheden Het Doelgroepenvervoer maakt onderdeel uit van een breder vervoerssysteem. Mensen kiezen normaal gesproken voor een eigen vervoermiddel of het Openbaar Vervoer. Het aanbieden van Openbaar Vervoer valt onder de verantwoordelijkheid van de Provincie (busvervoer) en het Rijk (treinvervoer). De gemeenten organiseren een aantal vormen van Doelgroepenvervoer voor mensen met een mobiliteitsbeperking. De gemeente is daarom niet de enige overheid die aan zet is voor het neerzetten van een inclusief vervoerssysteem. Ook Provincie en Rijk moeten bijdragen aan de oplossingen. Gemeentelijk beleid is nodig om goed met Provincie en Rijk te kunnen samenwerken. Aanleiding 4: Stop subsidie Provincie Wmo deel sociaal recreatief Wmo vervoer De Provincie betaalt nu nog mee aan Wmo Regiotaxi, maar die bijdrage is de afgelopen jaren stap voor stap afgebouwd en stopt definitief per 1 januari 2024. De komende jaren moet met minder financiële steun in de vraag naar mobiliteit van Wmo pashouders worden voorzien terwijl de verwachting is dat de vraag stijgt. Er dient verkend te worden of er op de één of andere manier efficiënter gewerkt kan worden of dat bijraming van het gemeentelijk budget noodzakelijk is.

Aanleiding 5: het Doelgroepenvervoer staat onder druk en moet zich doorontwikkelen. De taxibedrijven van Doelgroepenvervoer hebben te maken met een aantal grote uitdagingen die vragen om gerichte doorontwikkeling op de korte en lange termijn. Zo is het lastig om nieuwe chauffeurs te 7

werven, stijgen de brandstofkosten en zet de overheid in op verduurzaming van het vervoer. Bij elkaar opgeteld stelt dit de bedrijfsvoering van de vervoerders op de proef. In deze context is het belangrijk dat gemeenten – in de rol als opdrachtgever van het Doelgroepenvervoer – duidelijke richtlijnen te hebben zodat een ontwikkelingsgerichte dialoog gevoerd kan worden.

3.3 Wat is de ontwikkelopgave? 3.3.1 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’ Sinds 14 april 2016 is in Nederland het ‘Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’ van kracht. De centrale ambitie van dit verdrag is dat mensen een handicap zo zelfstandig mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving. In het Verdrag staat wat Nederland moet doen om de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Op alle terreinen die voor hen, net als voor ieder ander, belangrijk zijn. Bijvoorbeeld werk, onderwijs, vervoer, cultuur, sport en andere vrijetijdsbesteding. Over het onderwerp ‘persoonlijke mobiliteit’ zegt artikel 20 van het Verdrag het volgende.

‘De Staten die Partij zijn nemen alle effectieve maatregelen om de persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap met de grootst mogelijke mate van zelfstandigheid te waarborgen onder meer door: a) De persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap te faciliteren op de wijze en op het tijdstip van hun keuze en tegen een betaalbare prijs; b) De toegang voor personen met een handicap tot hoogwaardige mobiliteitshulpmiddelen, instrumenten, ondersteunende technologieën en vormen van assistentie en bemiddeling door mensen te faciliteren, onder meer door deze beschikbaar te maken tegen een betaalbare prijs; c) personen met een handicap en gespecialiseerd personeel dat met personen met een handicap werkt, training in mobiliteitsvaardigheden te verschaffen; d) instellingen die mobiliteitshulpmiddelen, -instrumenten en ondersteunende technologieën produceren, aan te moedigen rekening te houden met alle aspecten van mobiliteit voor personen met een handicap.’ Kader 2: artikel 20 ‘Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’ Hieruit blijkt dat de invulling van het begrip persoonlijke mobiliteit gezien moet worden vanuit twee perspectieven. Vanuit het perspectief ‘verplaatsen in de eigen omgeving’ en vanuit het perspectief ‘van a naar b kunnen reizen’. Dit document richt zich op het van a naar b kunnen reizen.

Uit landelijk onderzoek1 uit 2019 naar de stand van zaken van de invulling het Verdrag blijkt dat reizigers met een vervoersbeperking op de volgende punten ruimte voor verbetering zien: 1. Reis- en toegankelijkheidsinformatie Mensen met een beperking willen vaak wel gebruik maken van het Openbaar Vervoer, maar kunnen of durven dit niet. Het is hen vaak niet duidelijk of het Openbaar Vervoer naar hun bestemming en de omgeving toegankelijk is. 2. Bejegening De bejegening van mensen met een beperking kan worden verbeterd, zowel in het Openbaar Vervoer als in het Doelgroepenvervoer. 3. Toegankelijkheid van de fysieke ruimte rond het Openbaar Vervoer Mensen met een beperking ervaren het Openbaar Vervoer, maar ook de fysieke ruimte daaromheen, nog vaak als ontoegankelijk.

1 Iedereen onderweg; vernieuwingsagenda Doelgroepenvervoer en Openbaar vervoer. Het Rijk, 2019

8

4. Betrouwbaarheid en voorspelbaarheid Mensen willen kunnen rekenen op het Doelgroepenvervoer. Ze zijn gebaat bij kortere lijnen met de vervoerder om snel problemen op te lossen, informatie te krijgen over vertraging of over personeelswisselingen. 5. Verbeteren indicatie en registratie Gebruikers van Doelgroepenvervoer ervaren de manier waarop de indicatiestelling bij veel verschillende instanties is geregeld als bureaucratisch, tijdrovend en inefficiënt. 6. Eigen regie op vervoer Mensen met een beperking willen zich niet - veel meer dan anderen - vooraf hoeven vastleggen voor een bestemming en vervoersvorm. Ze willen net als ieder ander de vrijheid hebben om op de dag zelf, en ook tijdens hun reis, te kunnen kiezen.

3.3.2 Vervoerspact gemeenten en Provincie Utrecht Binnen de Provincie Utrecht is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het vergroten van de toegankelijkheid. De meeste haltes en zijn inmiddels fysiek toegankelijk en informatie hierover is beschikbaar in verschillende reisapps.2 In het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en AOV zijn Provincie en gemeenten gezamenlijk aan de slag om verbeterslagen te maken, mede naar aanleiding van bovenstaand onderzoek. Gemeenten en Provincie hebben de volgende ambities opgesteld. 3 1. Beter tegemoet komen aan de vraag van mensen met een mobiliteitsbeperking De vervoervraag van inwoners is divers en de problematiek is verschillend van persoon tot persoon. Toch bieden we eenvormige oplossingen zoals Regiotaxi of Leerlingenvervoer. Zo is de Wmo reiziger in veel gevallen afhankelijk van de Regiotaxi om zich te kunnen verplaatsen. Daarom is het van belang dat het Doelgroepenvervoer aansluit bij de behoefte van de doelgroep. 2. Het Doelgroepenvervoer beter organiseren; Doelgroepenvervoer is in Nederland gefragmenteerd geregeld. Doelgroepenvervoer is georganiseerd naar reismotief: bijvoorbeeld voor het volgen van onderwijs of het deelnemen aan een dagbestedingsactiviteit. De verschillende vervoersvormen worden afzonderlijk - binnen gemeenten, zorgaanbieders, werkbedrijven, zorgverzekeraars of UWV - ingekocht en beheerd.

Dit bemoeilijkt overheid en vervoerders om het vervoer op een efficiënte manier te organiseren. 3. De aanbestedingspraktijk in het Doelgroepenvervoer verbeteren, met als doel ruimte voor kwaliteit; De marges in de taxisector staan onder druk en er is weinig innovatie. De faillissementen van diverse taxibedrijven illustreren dit. De huidige aanbestedingspraktijk leidt nog te vaak tot (te sterke) prijsconcurrentie. Vervoerders die het Doelgroepenvervoer uitvoeren hebben moeite het hoofd boven water te houden, leidend tot concentratie in de taximarkt bij grote aanbieders. Door de beperkte marges hebben taxibedrijven geen ruimte om te investeren in verbeteringen voor de doelgroep. 4. Doelgroepenvervoer en Openbaar Vervoer beter op elkaar aan sluiten; Lijnen met onvoldoende bezetting staan onder druk waardoor ze mogelijk deels verdwijnen. Met name voor de mensen met een mobiliteitsbeperking resulteert dit in minder reismogelijkheden. De huidige invulling van het Openbaar Vervoer blijkt voor mensen met een mobiliteitsbeperking regelmatig niet geheel passend. Openbaar vervoer en Doelgroepenvervoer worden momenteel niet in samenhang ingevuld. 5. Het Doelgroepenvervoer betaalbaar houden. We constateerden al dat de Provincie de subsidie voor Wmo reizigers van de Regiotaxi tot 2024 stapsgewijs afbouwt.

In het voorbereidingstraject onderzochten we wat de groei van het aantal ritten 2 Toegankelijk busmaterieel Provincie Utrecht: Onderzoek naar een beter toegankelijk Openbaar vervoer,

Goudappel i.o.v Provincie Utrecht, 2022 3 Vervoerspact vernieuwing Doelgroepenvervoer en AOV, Utrechtse gemeenten en Provincie 2019

9

voor onze gemeenten zal zijn als we geen beleidswijzigingen doorvoeren. Te zien is dat de vraag naar sociaal recreatief Wmo vervoer en Leerlingenvervoer zal toenemen. Dit lichten we in de volgende paragraaf toe. De richtlijnen van dit document zijn een bevestiging van de ambities die met het vervoerspact zijn ingezet. Met het vaststellen van de richtlijnen ontstaat er duurzame bestuurlijke borging voor de realisatie van de ambities uit het pact.

3.3.3 Prognose gebruik Regiotaxi en Leerlingenvervoer Onderstaande tabellen zijn opgesteld door advies bureau Trafficon4. Regiotaxi In de onderstaande tabel 1 zien we de groei in het aantal ritten. De groei in ritten zien we ook als indicatie voor groei in de kosten onder de veronderstelling dat de gemiddelde reisafstand niet wijzigt. Dit bij ongewijzigd beleid en zonder rekening te houden met COVID19-effecten. De onderstaande tabel is bedoeld om een indicatie te geven. Er zijn in de tabel grote verschillen te zien in de verwachte groei van het aantal ritten tussen de gemeenten. De noodzaak voor maatregelen kan per gemeente dus ook verschillend zijn. In Wijk bij Duurstede en Bunnik wordt een substantieel grotere groei verwacht dan in de andere gemeenten. Dit wordt met name verklaard door de demografische ontwikkeling5. % groei ritten ondergrens basis bovengrens

GEMEENTE

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Bunnik Bunnik Bunnik

0% 0% 0%

0% 3% 3%

2% 3% 6%

2% 5% 8%

4% 7% 11%

6% 7% 11%

6% 10% 13%

8% 12% 16%

10% 14% 18%

13% 17% 21%

15% 19% 23%

15% 19% 25%

ondergrens basis bovengrens

De Bilt De Bilt De Bilt

0% 0% 0%

-1% 0% 2%

-1% 0% 2%

-1% 1% 3%

-1% 1% 4%

-1% 2% 5%

0% 3% 6%

0% 4% 7%

1% 5% 8%

1% 5% 9%

2% 6% 10%

2% 6% 11%

ondergrens basis bovengrens

Utrechtse Heuvelrug Utrechtse Heuvelrug Utrechtse Heuvelrug

0% 0% 0%

-2% 0% 1%

-2% 0% 2%

-3% 0% 2%

-2% 0% 3%

-3% 0% 4%

-3% 1% 4%

-2% 1% 6%

-2% 2% 7%

-2% 3% 8%

-1% 4% 9%

-1% 4% 10%

ondergrens basis bovengrens

Wijk bij Duurstede Wijk bij Duurstede Wijk bij Duurstede

0% 0% 0%

3% 4% 4%

5% 4% 8%

8% 8% 11%

10% 12% 15%

12% 15% 17%

13% 17% 20%

15% 19% 22%

18% 22% 25%

20% 23% 27%

21% 25% 30%

22% 26% 31%

ondergrens basis bovengrens

Zeist Zeist Zeist

0% 0% 0%

0% 1% 2%

0% 1% 4%

2% 3% 5%

2% 4% 7%

3% 5% 8%

4% 6% 9%

4% 8% 11%

5% 9% 13%

7% 10% 14%

7% 12% 16%

8% 13% 18%

Tabel 1 prognose gebruik Regiotaxi

4 Ondersteuning bij beleidstraject Doelgroepenvervoer, Trafficon i.o.v. gemeenten Zuidoost Utrecht, 2021 5 Bijlage 1 onderbouwing van berekening tabel 1 en 2.

10

Leerlingenvervoer In de onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het aantal jeugdigen (<=19) weergegeven. Op grond van het basisscenario is alleen een groei van deze groep te verwachten in de gemeenten Bunnik en Zeist. We hebben geen koppeling gemaakt met het aantal ritten zoals bij tabel 2. De toe- of afname van de populatie is een duidelijke voorspeller voor groei of afname van het aantal ritten. 1: <= 19 % groei bevolking ondergrens basis bovengrens

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Bunnik Bunnik Bunnik

0% 0% 0%

0% 0% 3%

-3% 0% 3%

-6% 0% 3%

-6% -3% 3%

-6% -3% 3%

-6% 0% 6%

-6% 0% 6%

-6% 0% 9%

-9% 0% 11%

-9% 0% 11%

-9% 3% 11%

ondergrens basis bovengrens

De Bilt De Bilt De Bilt

0% 0% 0%

-4% -2% 0%

-6% -4% 0%

-8% -5% 0%

-9% -6% 0%

-11% -7% -1%

-12% -7% -2%

-12% -7% -2%

-13% -8% -3%

-14% -8% -3%

-14% -8% -3%

-15% -8% -4%

ondergrens basis bovengrens

Utrechtse Heuvelrug Utrechtse Heuvelrug Utrechtse Heuvelrug

0% 0% 0%

-3% -2% 0%

-5% -3% -1%

-7% -4% -1%

-7% -4% -1%

-8% -4% 0%

-8% -4% 1%

-9% -4% 2%

-9% -3% 4%

-8% -2% 6%

-8% -1% 7%

-8% 0% 8%

ondergrens basis bovengrens

Wijk bij Duurstede Wijk bij Duurstede Wijk bij Duurstede

0% 0% 0%

-6% -4% -2%

-7% -6% -2%

-9% -6% -4%

-9% -7% -4%

-11% -7% -4%

-11% -7% -4%

-13% -7% -4%

-13% -7% -4%

-13% -7% -2%

-13% -7% -2%

-13% -7% -2%

ondergrens basis bovengrens

Zeist Zeist Zeist

0% 0% 0%

-1% 0% 2%

-2% 0% 2%

-3% 0% 3%

-3% 1% 3%

-3% 1% 5%

-3% 1% 5%

-3% 2% 7%

-2% 3% 9%

-1% 4% 10%

-1% 5% 11%

-1% 5% 13%

GEMEENTE

Tabel 2: De ontwikkeling van de bevolking 0 – 19 jaar Uit de tabel 1 blijkt dat het gebruik van Regiotaxi in alle vijf de gemeenten zal toenemen tot en met 2030. Uit de tabel 2 blijkt dat het aantal jeugdigen met name in Zeist en Bunnik zal toenemen. In de andere gemeenten voorspellen we een lichte groei of zelf een afname van de populatie tot 19 jaar. Dit is van invloed op het gebruik van het Leerlingenvervoer.

11

Hoofdstuk 4 Richtlijnen en uitvoeringsagenda Onze gemeenten zetten zich in om het ‘zo zelfstandig mogelijk reizen voor mensen met een mobiliteitsbeperking’ waar te maken. Dat is de hoofdambitie van dit document. Om dit te bereiken moet er vanuit de gemeente aandacht zijn voor veel onderwerpen tegelijkertijd: 1. Goede en klantvriendelijke uitvoering van het Doelgroepenvervoer 2. Goed gesprek tussen reiziger en Sociaal Team over de invulling van de persoonlijke mobiliteit 3. Het ondersteunen van vrijwillig (vervoers)initiatief 4. Gesprek met de OV autoriteiten over de toegankelijkheid van het OV voor mensen uit de doelgroep 5. Het koppelen van vervoersdiensten om ketenreizen mogelijk te maken. Op basis van het onderzoek en de opbrengsten van het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV, de gevoerde gesprekken in onze regio en de overige relevante documentatie komen we tot de onderstaande richtlijnen voor de vernieuwing van de uitvoering van het Doelgroepenvervoer. Per uitgangspunt werken we uit welke acties op touw worden gezet om tot merkbare verbetering in de praktijk te komen: 1. Onze gemeenten versterken samen met de autoriteiten Openbaar Vervoer de mogelijkheden van mensen uit de doelgroep om zelfstandig met het Openbaar Vervoer te reizen. We ontwikkelen proactief samen met reizigers en Provincie.

We streven – in de lijn van het VN-Verdrag - ernaar dat zoveel mogelijk mensen zelfstandig reizen met het Openbaar vervoer. Uit landelijk onderzoek uit 2019 blijkt dat reizigers uit de doelgroep ruimte voor verbetering zien op de volgende onderwerpen binnen het Openbaar Vervoer en het Doelgroepenvervoer: • reis- en toegankelijkheidsinformatie, • bejegening, • toegankelijkheid van de fysieke ruimte rond het Openbaar vervoer, • betrouwbaarheid en voorspelbaarheid, • verbeteren indicatie en registratie, • eigen regie op vervoer. De resultaten van het gebruikersonderzoek (A)OV6 uit 2021 - dat in opdracht van de Provincie Utrecht is uitgevoerd - zijn in lijn met deze bevindingen. Op de meeste genoemde onderwerpen zijn door de Provincie Utrecht – als concessiehouder voor he OV busvervoer – in gang gezet. Binnen het programma vernieuwing Openbaar Vervoer en Doelgroepenvervoer zijn in nauwe samenwerking met gemeenten verbeterprojecten ingezet. Voor het OV busvervoer zet de Provincie in op het toegankelijker maken van bussen en haltes en het verbeteren van reizigersinformatie. Wat zijn de initiatieven? Toegankelijk Openbaar Vervoer • Opvolging subsidieregelingen Provincie toegankelijke haltes en personeel. Op basis van onderzoek toegankelijkheid (Provincie, 2022) is de Provincie aan zet om passende opvolging te geven.

Onze gemeenten denken mee over de juiste opvolging voor verbetering toegankelijkheid materieel en haltes. Dit doen we via het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. • Inrichten van klankbordgroep toegankelijkheid. Het is noodzakelijk om reizigers uit de doelgroep bij het verbeteren van de toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer te betrekken. Hiervoor is een Provinciebrede klankbordgroep ingericht vanaf najaar 2022. 6 Gebruikersonderzoek naar verbeteringen AOV en toegankelijkheid OV; Kwalitatief onderzoek in de

Provincie Utrecht. Mu-consult i.o.v Provincie Utrecht, 2021 12

•

•

•

•

•

•

Onze gemeenten denken en doen mee via het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. Projectleider mentale toegankelijkheid. De focus is het verbeteren van reisinformatie voor mensen met een mobiliteitsbeperking en het verbeteren van de bejegening van deze groepen in het Openbaar Vervoer en Doelgroepenvervoer. Onze gemeenten denken en doen mee via het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. Communicatie en reisinformatie. Communicatiecampagne om verschillende soorten Openbaar Vervoer en toegankelijkheidsmogelijkheden beter bekend te maken. Provincie start vanaf najaar 2022 met deze campagne. Onze gemeenten denken mee via het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. Training rijdend personeel Openbaar Vervoer. Doel van de training is om het rijdend personeel samen met een ervaringsdeskundige bewuster te laten worden van de hulp die de verschillende doelgroepen nodig hebben onderweg. Provincie start vanaf najaar 2022 met dit initiatief. Onze gemeenten denken mee via het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. Reisassistentie. De mogelijkheden voor deze ondersteuning in het Openbaar Vervoer worden verder uitgewerkt in samenwerking met de vervoerders. Vanaf najaar 2022. Onze gemeenten denken mee via het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. OV maatjes.

We helpen reizigers Regiotaxi om samen met een maatjes wegwijs te worden in het Openbaar Vervoer. Dit initiatief start begin 2023. Onze gemeenten denken mee en doen mee via het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. Voor dit initiatief wordt een subsidie van het Rijk verworven. Plannen en betalen ketenreizen. We verkennen de mogelijkheden en doen waar mogelijk een pilot. We zijn op zoek naar een betrouwbare en klantvriendelijke Reizigersapp en een reizigerswebsite waarop reizigers zowel Regiotaxi als reizen Openbaar Vervoer kunnen plannen, boeken en betalen. Ook vrijwilligersvervoer moet ontsloten worden. Onze gemeenten denken mee en doen mee via het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. Startdatum is nog niet bepaald. Pilot gratis OV voor minima 65+. De Provincie is in het najaar van 2022 gestart met deze pilot van een jaar. Het is interessant te volgen of deze pilot leidt tot minder aanvragen voor een Wmo pas en of er minder gebruik gemaakt wordt van Regiotaxi. Op basis van de bevindingen kunnen vervolgmaatregelen geformuleerd worden voor Openbaar Vervoer en Doelgroepenvervoer. Onze gemeenten denken mee via het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV.

Versterken aanvullend Openbaar vervoer7 • Bilthoven Flex. In Bilthoven is een nieuw vervoersaanbod (U Flex) geïmplementeerd in plaats van de huidige – moeilijk uit te baten - lijnen 78 en 258. Een aanbod dat beter aansluit op de behoefte van de reizigers en kostenefficiënter is uit te voeren. Deze pilot is vanaf januari 2022 gestart vanuit het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. Aan de hand van de bevindingen kan gekeken worden of en zo ja hoe en waar dit concept op andere plekken in onze regio ingevoerd kan worden. • Financiële analyse AOV. Een financiële vergelijking tussen de verschillende vervoersystemen aan de hand van vergelijkbare kengetallen. Deze analyse wordt eind 2022 door de Provincie opgeleverd. Onze gemeenten denken mee vanuit het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. • Evaluatie Flex en monitoring Flex en Buurtbus. Doordat de Provincie de Flex - systemen Provinciebreed evalueert wordt er kennis opgedaan over: het effect van het vervangen van een lijn door Flex; klantentevredenheid, doelgroepen, kosten(efficiency), plek in het totale vervoersaanbod. Deze inzichten worden toegepast in de nieuwe OV concessie die per 2025 ingaat. De evaluatie wordt in het najaar 2022 uitgevoerd door de Provincie vanuit het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV.

Ook is er extra aandacht voor het continu monitoring 7 Zie bijlage 2 voor omschrijving van wat Aanvullend Openbaar Vervoer is.

13

•

van Flex pilots en buurtbussen om data te verkrijgen waarmee lessen over deze AOV vormen kunnen worden getroffen. Onze gemeenten denken mee vanuit het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. Van deur naar halte. Provincie en gemeenten maken concrete afspraken over de praktische invulling van het vervoer van deur naar halte voor mensen uit de doelgroep die niet zelfstandig bij de halte kunnen komen. Afspraken worden vastgelegd in contracten Doelgroepenvervoer (ingang vanaf 2024) en de concessie Aanvullend Openbaar Vervoer (start per 2026)

Wanneer zijn we tevreden? • Reizigers uit de doelgroep merken concrete vooruitgang op de indicatoren reis- en toegankelijkheidsinformatie, bejegening, toegankelijkheid van de fysieke ruimte rond het Openbaar vervoer, betrouwbaarheid en voorspelbaarheid. • Reizigers uit de doelgroep praten proactief mee over de gewenste ontwikkelingen. • Een deel van de reizigers dat nu aangewezen is op het Doelgroepenvervoer, reizen weer regelmatig met het Openbaar Vervoer. • De doelgroep ‘mobiele ouderen’ is bekend met het reizen met het Openbaar Vervoer, zodat ze zo lang mogelijk zelfstandig met het Openbaar Vervoer kunnen reizen. • De mogelijkheden van AOV (flex, buurtbus) worden optimaal benut voor de doelgroep. Wat is daarvoor nodig? • De Provincie bouwt de subsidie voor Regiotaxi aan gemeenten stap voor stap af tot en met 2023. Het geld wat overblijft investeert de Provincie nu in het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en AOV (onderdelen toegankelijkheid en aansluiting (A)OV en Doelgroepenvervoer. De meeste van de bovenstaande initiatieven worden met dit geld gefinancierd. Een voortzetting van die financiering door de Provincie is noodzakelijk. • Gemeenten en Provincie moeten samen aan de slag om het programma na 2023 opvolging te geven.

Als gemeenten vragen we hierin weer een financiële bijdrage van de Provincie, maar hier tegenover staat dat wij als gemeenten ook in het programma moeten willen investeren. • Bevindingen uit bovenstaande trajecten moeten worden opgenomen in de reguliere uitvoering van het Openbaar Vervoer en het Doelgroepenvervoer (contracten en concessies) door Provincie en gemeente. 2. Onze gemeenten zoeken samen met vrijwillige vervoersinitiatieven telkens hoe overheden het vrijwillige vervoer het beste kunnen ondersteunen. In onze gemeenten zijn veel mooie vrijwillige vervoersinitiatieven actief zoals de Wijkse Dienst, De Gouden Koets en de Belbus (zie bijlage 3 voor meer informatie). Het is belangrijk dat we hen als gemeenten blijven ondersteunen omdat ze de mobiliteit van mensen uit de doelgroep mogelijk maken en omdat ze zorgen voor waardevolle sociale interactie – het tegengaan van eenzaamheid. Vrijwilligersinitiatieven mogen door gemeenten gezien worden als voorliggend alternatief, maar niet als vervanging van het Doelgroepenvervoer. Er kan door het wijkteams actief gewezen worden op de aanwezigheid van een vrijwillige vervoersdienst voor een ritje naar supermarkt of centrum. Wat zijn de initiatieven? • Onderzoek ondersteuning vrijwillig initiatief 8. Of en zo ja hoe kunnen gemeente en Provincie het beste vrijwillig initiatief ondersteunen. Gereed september 2022.

Programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV. • Implementeren uitkomsten van het onderzoek. Programma en lokaal. Vanaf najaar 2022. Wanneer zijn we tevreden? • Doordat gemeenten vrijwillig initiatief helpen, komen mensen makkelijker uit huis en voorkomen we eenzaamheid. 8 Vrijwilligersvervoer in de Provincie Utrecht, Kenniscentrum Vrijwilligersvervoer en Zet i.o.v Provincie

Utrecht, 2022 14

•

Vrijwilligersinitiatief weet zich gesteund door onze gemeenten doordat we proactief samen werken aan nieuwe oplossingen.

Wat is daarvoor nodig? • De uitvoering van het onderzoek wordt bekostigd met middelen uit het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en AOV. • Kosten voor de implementatie van de bevindingen zijn nog niet inzichtelijk. Deze kunnen ook deels vanuit het programma bekostigd worden. Een eventuele bijdrage van gemeente moet als een separaat bestuursbesluit behandeld worden. 3. Onze Sociaal Teams denken proactief mee in het vinden van oplossingen van iemands persoonlijke mobiliteitsvraag. Als iemand zich meldt bij het Sociaal Team met een vervoersvraag, is het verkennen van de mogelijkheden (zelf, eigen netwerk, lokaal initiatief, Openbaar vervoer en Doelgroepenvervoer) nodig om te komen tot een goed antwoord. Dit met de wetenschap dat mensen vaak zelf al veel onderzocht en geprobeerd hebben voordat ze zich melden. Een aantal faciliterende initiatieven helpt om het gesprek tussen inwoner en consulent te verder te versterken. Wat zijn de initiatieven? • Invoering van het woordenboek reizigerskenmerken (landelijk ontwikkeld). Door het hanteren van een aantal representatieve reizigerspersonas kan beter ingeschat worden welke vervoersopties mogelijk zijn. Op langere termijn kan informatie via een reizigersapp beschikbaar gesteld worden en worden ketenreizen voor de doelgroep beter mogelijk. Op kortere termijn weet je als gemeente beter wie je reizigers zijn en hoe ze te adviseren.

Het woordenboek reizigerskenmerken wordt vanaf 2024 in gebruik genomen en meegenomen als vereiste in de voorbereidende aanbesteding doelgroepenvoer. • Goed adviseren op een persoonlijk mobiliteitsvraagstuk is een specifieke expertise. De gemeenten van de regio Zuidoost Utrecht faciliteren kennisuitwisseling van consulenten van de lokale wijkteams om good pratices te delen. Dit op basis van inventarisatie en behoefte. • De wijkteams voeren op individueel niveau periodiek het gesprek met reizigers Doelgroepenvervoer – voor wie dit nuttig is - om samen te onderzoeken of de mogelijkheden tot ‘zelfstandiger reizen’ verbeterd zijn. Wanneer zijn we tevreden? • Reizigers uit de doelgroep zijn tevreden over het gesprek met het lokale wijkteam en de daarop volgende indicatiestelling. Er is samen gezocht naar mogelijkheden om ‘zo zelfstandig mogelijk te reizen’ en de meest passende oplossing is gevonden. Wat is daarvoor nodig? • Woordenboek reizigerskenmerken meenemen in de aanbestedingen Doelgroepenvervoer en binnen de ICT-ondersteuning van het lokale wijkteam. • Periodiek gesprek met de reizigers Doelgroepenvervoer vergt met name bij Regiotaxi meer inzet van het lokale wijkteam omdat er voor Regiotaxi passen met onbeperkte tijd worden afgegeven. Bij Leerlingenvervoer worden dit soort periodieke gesprekken al vaker gevoerd (bv per schooljaar).

15

4. We streven naar tevreden reizigers in het Doelgroepenvervoer Uit het klanttevredenheidsonderzoek van Leerlingenvervoer9 en Regiotaxi10 (beide 2021) binnen onze regio blijkt dat de reizigers die gebruik maken van deze diensten behoorlijk tevreden zijn over de uitvoering van het vervoer. Rapportcijfers waren respectievelijk een 7.9 en een 8.2. Communicatie via computer of telefoon – luistert nauw. Reizigers blijken hierover minder tevreden. Door het personeelstekort staat de kwaliteit uitvoering dit jaar echter zwaar onder druk. Juist in deze situatie is het van belang om in contact te zijn met de reizigers. Wat zijn de initiatieven? • Overeenkomen van passende kwaliteitsafspraken in nieuwe contracten Doelgroepenvervoer (ingang 2024) en monitoren en waar nodig in het daaropvolgende contractbeheer. Hierbij is er speciale aandacht voor de communicatie via telefoon, website en behandeling van klachten. • Gemeenten monitoren de kwaliteit van de uitvoering van de huidige contracten en zijn in contact met de eigen inwoners. Wanneer zijn we tevreden? • Als er tevredenheid is over het vervoer (betrouwbaar en op tijd) en als de tevredenheid over de communicatie – digitaal en telefonisch – verbetert ten opzichte van 2021 (Duidelijk, begrijpelijk, bereikbaar, laagdrempelig en goede klachtafhandeling) en er tevredenheid is over de bejegening.

Wat is daarvoor nodig? • Goede contractafspraken en contractmanagement die goed monitort. • Gemeenten richten in 2023 voor Regiotaxi en Leerlingenvervoer een nieuwe samenwerking in op inkoop en contractbeheer (Provincie draagt deze rol voor Regiotaxi over). De uitvoeringskosten worden via de inkoopstrategie aan het college voorgelegd. 5. Door te werken aan diverse vervoersmogelijkheden wordt voorkomen dat mensen een beroep moeten doen op het Doelgroepenvervoer en worden de kosten voor onze gemeenten beperkt. De Provincie heeft de afgelopen jaren de financiële bijdrage voor het de Regiotaxi afgebouwd. In 2023 ontvangen we voor de laatste keer een bijdrage vanuit de Provincie. Aan de kostenkant verwachten we dat de kosten voor het Doelgroepenvervoer de komende jaren zullen toenemen. Dit komt door de stijgende vraag (demografie), stijging van de brandstofkosten en stijging van de CAO-lonen. Wat zijn de initiatieven? • Alle bovenstaande initiatieven dragen bij aan het realiseren van deze richtlijn. • Gemeenten waarin dit nog niet gedaan is legt wordt de gemeenteraad in het meerjarenperspectief een aangepast budgettair kader voor het Doelgroepenvervoer voorgelegd. Hierin is rekening gehouden met het wegvallen de financiële bijdrage van Provincie en de verwachtte kostentoename. 6. Met de inrichting van onze aanbestedingen zorgen we voor aantrekkelijke uitvoerbare vervoersopdrachten.

De huidige fragmentatie van de opdrachten van het Doelgroepenvervoer werkt door in de uitvoerbaarheid ervan. Om vervoerders meer ruimte te geven in de invulling is het via één aanbesteding in de markt zetten van meerdere vormen van Doelgroepenvervoer een goed middel. 9 Klanttevredenheidsonderzoek Leerlingenvervoer; schooljaar 2020-2021, Willemsen de Koning i.o.v.

gemeenten Zuidoost Utrecht, 2021. 10 Klanttevredenheidsonderzoek Regiotaxi Utrecht; Meting voorjaar 2021, Goudappel i.o.v. Provincie

Utrecht, 2021. 16

Wat zijn de initiatieven? • We organiseren de inkoop- en beheerrol van het Doelgroepenvervoer samen met 22 Utrechtse gemeenten en Provincie. Voor de inkoop- en beheerrol stellen we een samenwerkingsovereenkomst op. Vaststelling begin 2023. • Voor de inrichting van het inkoopproces stellen we een inkoopstrategie begin 2023 vast die als basis dient voor het bestek van de opdracht (gunning Q2 2023). o We zetten het Leerlingenvervoer en het sociaal recreatief Wmo vervoer (Regiotaxi) voor onze gemeenten binnen één opdracht in de markt. o We kiezen voor de aanbestedingsmethodiek Best Value Procurement, waar vervoerder en gemeenten vanuit dialoog komen tot afspraken voor de juiste uitvoering van de opdracht en vernieuwing tijdens de looptijd. Voorjaar 2023. o We kiezen voor contracten met lange looptijd zodat gemeenten en vervoerder voldoende tijd hebben om wederzijds te investeren in kwaliteit en ontwikkeling (4 jaar + 2 keer een verlenging van 2 jaar). Wanneer zijn we tevreden? • De samenwerking op inkoop en beheer leidt tot een goede kwaliteit van de dialoog opdrachtgever/gemeenten en vervoerder. • De samenwerking op inkoop en beheer leidt tot een kostenefficiënte en besluitvaardige invulling van deze twee rollen. • De keuzes voor de inrichting van de aanbesteding(en) leiden tot voldoende goede offertes.

• De uitvoering van de vervoersopdrachten is conform de gemaakte kwaliteitsafspraken en gedurende de looptijd van het contract vindt er doorontwikkeling plaats die bijdraagt aan de doelstelling ‘zo zelfstandig mogelijk reizen’. Wat is daarvoor nodig? • Voor het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst, inkoopstrategie en bestek is een extern projectleider ingehuurd. Deze wordt betaald vanuit het budget van het programma vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV.

7. We willen zo snel mogelijk – maar in een realistisch tempo – toewerken naar zero-emissie in het Doelgroepenvervoer. Binnen het Doelgroepenvervoer is het bestuursakkoord en convenant zero-emissie Doelgroepenvervoer door toonaangevende instanties ondertekend. Doelstelling van dat document is om het Doelgroepenvervoer per 2025 op zero-emissie te hebben. Binnen de provincie Utrecht hebben veel gemeenten de green deal ondertekend. Landelijk geeft ook de clean vehicles directive richting aan het tempo van verduurzaming dat aanbestedende diensten in hun opdrachten moeten aanhouden. Wat zijn de initiatieven? • In de opdracht(en) Doelgroepenvervoer trekken we de minimumnorm in aanbestedingen (% aantal ritten zero-emmissie) stap voor stap op. We gebruiken positieve prikkels in het contract om het wagenpark - maar ook de brede bedrijfsvoering - verder te verduurzamen. Doorlopend. Wanneer zijn we tevreden? • Het Doelgroepenvervoer heeft vanaf 2025 zero-emissie, of op een zo spoedig mogelijke realistische termijn daarna. Gemeenten en vervoerders zijn het eens over deze termijn. Wat is daarvoor nodig? • In aanbestedingen stimuleren we vervoerders om zich hierin te onderscheiden. Via het onderdeel kwaliteit kunnen vervoerders hier punten voor verdienen. • Heldere afspraken in de opdracht(en) Doelgroepenvervoer. 17

Bijlage 1: Toelichting tabellen prognose Regiotaxi en Leerlingenvervoer In tabel 1 geven we weer wat de geschatte groei van de Regiotaxiritten is voor onze gemeenten. Naast de prognose van het Planbureau voor de Leefomgeving/Centraal Bureau voor de Statistiek zijn daarvoor de volgende bronbestanden gebruikt: • Regiotaxi ritgegevens 2019 (Regiotaxi Utrecht en Regiotaxi Eemland Heuvelrug) • Pashouderbestand actueel en info van inmiddels inactieve passen Noot: het bronbestand van het PBL/CBS betrekt ook woningvoorraad in de prognose. Dit kan dus betekenen dat de groei van het inwonersbestand te maken kan hebben met bv de bouw van een nieuwe woonwijk. Dit werkt dan door in de prognose van het aantal Regiotaxiritten omdat we die aan het inwoneraantal relateren.

Het aantal ritten van de komende jaren is geschat op basis van de bevolkingsontwikkeling. De volgende berekening is gemaakt: het aantal ritten x (inwoners per jaar/ basisjaar). Randvoorwaarden zijn: • 2019 = 100% • 3 leeftijdsklassen: 0 – 19 jaar, 20 – 64 jaar en >= 65 jaar. • Aantal inwoners op 1 januari in de bron bepalend voor situatie van het voorgaande jaar. • Géén rekening COVID-19-effecten • Géén rekening maatregelen vervoersregelingen • Reisgedrag per leeftijdscategorie blijft ongewijzigd

18

Bijlage 2: Aanvullend Openbaar Vervoer Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) is vervoer voor reizigers die geen gebruik kunnen maken van het ‘reguliere’ Openbaar Vervoer (bus)aanbod en die wel zelfstandig kunnen reizen. Wanneer iemand geen gebruik kan maken van het Openbaar Vervoer doordat er geen opstapplaats is binnen een loopafstand van 400 meter vanaf het woonadres is de provincie verantwoordelijk voor het bieden van een alternatief, middels Aanvullend Openbaar Vervoer. Wanneer iemands beperking ervoor zorgt dat hij/zij geheel of gedeeltelijk geen gebruik kan maken van het (Aanvullend) Openbaar Vervoer dan zijn gemeenten aan zet met Doelgroepenvervoer. Hierbij is nog een onderscheid te maken tussen mensen die dit wel kunnen leren en mensen die altijd afhankelijk zullen blijven van het Doelgroepenvervoer. Het huidige AOV bestaat in Utrecht uit drie hoofvormen: 1. Het oproepgestuurd Openbaar Vervoer: Collectief vervoer dat voor iedereen beschikbaar is en dat van tevoren moet worden geboekt, zoals Flexvervoer en de OV functie van de Regiotaxi. 2. Buurtbussen: kleinschalig Openbaar Vervoer waarmee dunbevolkte gebieden of wijken volgens een vaste route en dienstregeling verbonden worden, meestal uitgevoerd door vrijwillige chauffeurs. 3.

Servicelijnen: Een speciale buslijn die in een gemeente of tussen bepaalde kernen belangrijke instellingen, voorzieningen en OV haltes aandoet, bedoeld voor een specifieke doelgroep. Pilot De Bilt In de gemeente De Bilt is een pilot in Bilthoven. OV reizigers en Wmo reizigers kunnen een rit boeken bij de Brengflex-vervoersdienst. De bus pikt de reiziger op bij de dichtstbijzijnde halte op de gevraagde tijd. Openbaar Vervoer en Regiotaxi worden gecombineerd in één voertuig. Onderzocht wordt of dit leidt tot grotere klanttevredenheid en afname in de kosten voor Openbaar Vervoer en Wmo reizen.

19

Bijlage 3: Goede voorbeelden lokaal initiatief Zuidoost Utrecht Hieronder staan een paar mooie voorbeelden uit onze regio. Dit ter inspiratie en illustratie. Uiteraard zijn er nog veel meer te noemen.

Belbus De Belbus van MeanderOmnium is een vrijwillige vervoersdienst. Dit vervoer is bedoeld voor mensen die door een fysieke beperking niet met eigen of Openbaar vervoer kunnen reizen. De Belbus verzorgt vervoer van deur tot deur voor sociaal-recreatieve ritten, zoals: naar de sportclub of buurtcentrum. Ritten met de Belbus moeten één werkdag van te voren gereserveerd worden. Voor een rit met de Belbus betaalt de reiziger een eigen bijdrage. De Belbus werkt met vrijwillige chauffeurs en een betaalde coördinator. De Belbus rijdt in de gemeente Zeist en in een aantal kernen van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Deze gemeenten subsidiëren de Belbus ook.

Wijkse Dienst In de gemeente Wijk bij Duurstede is Stichting De Wijkse Dienst actief. De Wijkse Dienst is een ondernemersinitiatief in de vorm van vrijwilligersvervoer. De Wijkse Dienst rijdt enkel binnen de gemeente (Wijk bij Duurstede, Cothen en Langbroek). Hier wordt een kleine bijdrage voor gevraagd. De chauffeurs zijn vrijwilligers. Dit zijn zowel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt als gepensioneerden die het leuk vinden om te rijden. De Wijkse Dienst laat mensen weer een actieve bijdrage leveren aan de maatschappij. Het leidt soms zelfs tot uitstroom naar betaald werk. De Wijkse Dienst is een succes, er is een stijging te zien in het aantal ritten dat zij rijden en de verwachting is dat dit voorlopig blijft toenemen.

Gouden Koets “De Gouden Koets” wordt in Zeist-Oost ingezet om ouderen die slecht ter been zijn gratis vervoer aan te bieden naar het wijkcentrum Binnenbos, de huisarts of anderszins. Door de afmetingen (golfkarretje) is het zeer gemakkelijk voor zowel de bestuurder als de passagiers om in- en uit te stappen. De “Gouden Koets” biedt plaats aan 3 passagiers en de bestuurder. Achterop de E-car is ruimte voor maar liefst twee rollators of een inklapbare rolstoel.

De Bosboemel De Bosboemel is speciaal is een initiatief van het vrijwilligersteam Amerongse Bos. Iedereen met een mobiele beperking (eventueel met begeleider) kan zich aanmelden voor een rit. Samen met chauffeur en gids wordt door een prachtige omgeving gereden en worden de reizigers bijgepraat over het Amerongse Bos. Tijdens de rit ontvangt iedereen een gratis drankje en er wordt ook gestopt bij het bezoekerscentrum de Tabaksschuur.

20

Bijlage 4: Lijst met referenties Gebruikte documenten: • Vrijwilligersvervoer in de Provincie Utrecht, Kenniscentrum vrijwilligersvervoer en Zet i.o.v. Provincie Utrecht, 2022 • Toegankelijk busmaterieel Provincie Utrecht: Onderzoek naar een beter toegankelijk Openbaar Vervoer, Goudappel i.o.v. Provincie Utrecht, 2022 • Klanttevredenheidsonderzoek Leerlingenvervoer; schooljaar 2020-2021, Willemsen de Koning i.o.v. gemeenten Zuidoost Utrecht, 2021. • Klanttevredenheidsonderzoek Regiotaxi Utrecht; Meting voorjaar 2021, Goudappel i.o.v. Provincie Utrecht, 2021. • Gebruikersonderzoek naar verbeteringen AOV en toegankelijkheid OV; Kwalitatief onderzoek in de Provincie Utrecht. Mu-consult i.o.v. Provincie Utrecht, 2021 • Ondersteuning bij beleidstraject Doelgroepenvervoer, Trafficon i.o.v. gemeenten Zuidoost Utrecht, 2021 • Vervoerspact vernieuwing Doelgroepenvervoer en AOV, Utrechtse gemeenten en Provincie 2019 • Iedereen onderweg; vernieuwingsagenda Doelgroepenvervoer en Openbaar Vervoer. Het Rijk, 2019 Gesproken stakeholders: • Leden adviesraden gemeenten Zuidoost Utrecht • Leden van ROCOV • Ouders met kinderen die reizen met Leerlingenvervoer • Ouderenbonden en gehandicaptenplatforms • Vertegenwoordigers van lokaal vrijwillig initiatief • Vervoersbedrijven • Consulenten Sociaal Team • Beleidsadviseurs gemeenten Zuidoost Utrecht en Provincie

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14277268/1