RIB24.090 Uitkomst meicirculaire 2024
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Ontvangen griffie 11 juni 2024 RIB24.090 Aan de gemeenteraad
Datum
11 juni 2024
Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp
Ons kenmerk
407942
Uw kenmerk
Uitkomst meicirculaire 2024 gemeentefonds
Behandeld door
Marion Hes
Portefeuillehouder
Walter van Dijk
Geachte leden van de raad, We hebben de meicirculaire 2024 ontvangen, doorgerekend en geanalyseerd. In deze brief geven we u informatie over de uitkomst hiervan, inclusief het effect dat deze uitkomst heeft op het begrotingssaldo van de gemeente.
Inleiding De meicirculaire 2024 is volgens planning op 27 mei 2024 verschenen. Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires; in mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september de vertaling van de Miljoenennota en december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af op basis van de juiste aantallen (zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners). Dit is dus de eerste circulaire van dit jaar. Deze circulaire bevat onder andere informatie over de actualisatie van het accres, incidentele compensatie en het schrappen van de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026.
Samenvatting De meicirculaire 2024 zorgt ervoor dat het structurele begrotingstekort uit de concept kadernota 2025 is verdwenen. Jaarschijf 2025 is daarop, zoals verwacht, een uitzondering. Uit de Voorjaarsnota van het rijk kon al worden opgemaakt dat er voor 2025 een negatief effect zou zijn. De toename vanaf 2026 wordt vooral veroorzaakt door: het schrappen van de oploop van de opschalingskorting en de begrote ruimte tussen het plafond van het BTW compensatiefonds en de te verwachten declaraties van de gemeenten.
Toelichting uitkomst circulaire Alle bedragen in de tabellen zijn in deze brief afgerond op € 1.000.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
Bijgesteld financieel meerjaren perspectief Op 27 juni a.s. staat het debat gepland over de eerste bestuursrapportage 2024 en de kadernota 2025. In de concept kadernota 2025 op blz. 4 treft u het financieel meerjarenperspectief aan. Dat perspectief is exclusief de uitkomsten van deze meicirculaire. Hieronder treft u het geactualiseerde financieel perspectief aan:
Het vervolg In de concept kadernota 2024 zijn twee scenario’s beschreven waarvan de eerste met deze circulaire realiteit is geworden: de effecten van de meicirculaire zijn toereikend voor het opstellen van een sluitende meerjarenbegroting. Jaarschijf 2025 is daarop een uitzondering. Uit de voorjaarsnota 2024 van het rijk kon al worden opgemaakt dat er voor 2025 een flink negatief effect zou ontstaan bij gemeenten. Daarom wordt in ons raadsvoorstel “Resultaatbestemming 2023”, onderdeel 1J, voorgesteld een deel van het rekeningresultaat 2023 toe te voegen aan de algemene reserve om, zo nodig, in te kunnen zetten in 2025. De uitkomst van de meicirculaire wordt volgens bestaande afspraken verwerkt. De bedragen voor 2025 tot en met 2028 worden conform bestaand beleid en conform opdracht van onze financieel toezichthouder (provincie Utrecht) verwerkt in de primitieve begroting 2025. De effecten voor het jaar 2024 zullen via een technische begrotingswijziging aan de raad worden voorgelegd om te verwerken in de lopende begroting 2024.
Uitkomst meicirculaire 2024 nader toegelicht In onderstaande tabel hebben wij de uitkomst van de meicirculaire vergeleken met die van de decembercirculaire. Het verschil is de mutatie van het gemeentefonds voor Zeist.
In deze circulaire zijn er drie soorten mutaties; onder A mutaties met een effect op het begrotingssaldo, die soms verrekend worden met een stelpost uit de begroting waardoor het effect gedempt wordt; onder B de mutaties die direct beschikbaar worden gesteld voor een bepaald doel en daarom geen invloed hebben op het begrotingssaldo en onder C de taakmutaties die pas na een plan beschikbaar worden gesteld. De soorten mutaties worden hieronder onder A, B en C toegelicht.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
3
A: Mutaties met een werkelijk effect op het begrotingssaldo
*voorlopige cijfers; concept begroting 2025 nog niet gereed In bovenstaande tabel horen de nummers uit het bovenste deel bij dezelfde nummers (indien van toepassing) bij het onderste deel. Beide nummers worden in één keer toegelicht. Bijvoorbeeld beiden nummers 1 worden toegelicht onder A.1. A.1 Loon- en prijsindexering / LPO accres De loon- en prijsindexatie van het rijk voor 2025 is bekend gemaakt in deze circulaire. De gemeente Zeist rekent met constante prijzen vanaf 2025. Het voordeel bedraagt ca. € 4,7 miljoen. Er zit per jaar een kleine schommeling in; dat heeft te maken met incidentele budgetten. Daar staat tegenover dat de budgetten in onze gemeentelijke begroting 2025 ook verhoogd worden met loonen prijsindexatie. In de concept kadernota 2025 (blz. 43) wordt de loon-en prijsindexatie voorgesteld. Vooruitlopend op vaststelling kadernota en de nog op te stellen begroting 2025, is een inschatting gemaakt van het financiële effect van de loon- en prijsindexering die ook uitkomt op ca. € 4,7 miljoen. Per saldo dus een budgetneutraal effect. Pas na het opstellen en doorrekenen van de begroting 2025 zal blijken wat het financiële effect werkelijk is. De jaarlijkse groei (positief of negatief) van de algemene uitkering wordt het accres genoemd. Er wordt onderscheid gemaakt in een loon- en prijs ontwikkeling (LPO) accres en een volume accres.
De methode waarmee de algemene uitkering jaarlijks wordt geïndexeerd, is gewijzigd. Het LPO accres is vanaf 2024 gebaseerd op de ontwikkeling van het prijspeil van het bruto binnenlands product (bbp) in het lopende jaar. Het volume-accres wordt gebaseerd op de gemiddelde volumeontwikkeling van het bbp in achterliggende 8 jaar. A.2 Volume accres In de Voorjaarsnota van het rijk is afgesproken de algemene uitkering al vanaf 2024 jaarlijks te indexeren met de nieuwe bbp-systematiek. Het (eerder) invoeren van de bbp-systematiek heeft een nadelig effect voor de gemeenten. Het nadelig effect wordt grotendeels gecompenseerd, behalve in het jaar 2025 waar het effect maar voor de helft wordt gecompenseerd. A.3 Mutaties hoeveelheden / aantallen De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt verdeeld over alle gemeenten met behulp van maatstaven. Voorbeelden van maatstaven zijn: aantal inwoners, bedrijven en bijstandsontvangers. De aantallen worden steeds geactualiseerd. Voor de toekomst wordt er gerekend met trends en ook die worden iedere circulaire bijgesteld. Aanpassingen kunnen voor een individuele gemeente effect hebben op de omvang van de algemene uitkering.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
4
Daar tegenover staat de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Als in heel Nederland, bijvoorbeeld, het aantal bijstandontvangers afneemt (Q) wordt de uitkeringsfactor (P) verhoogd. Op die manier wordt toch 100% van het beschikbare rijksbudget verdeeld over de gemeenten. A.4 WOZ ontwikkeling Bij het berekenen van de algemene uitkering per gemeente wordt uitgegaan van wat een gemeente zelf kan genereren aan inkomsten, met name uit de onroerend zaak belasting (OZB). Hiermee wordt het totaal van de algemene uitkering verminderd. Voor het nieuwe jaar (nu is dat 2025) wordt voor de OZB rekening gehouden met de inflatie en de waarde stijging. Beide worden toegepast in de rekentarieven van de fondsbeheerders. Voor Zeist betekent de verrekende inflatie van 6,3% een nadeel ad € 608.000. De waardestijging, waarmee voorlopig is gerekend gebaseerd op het landelijk gemiddelde, zorgt voor nog eens een nadelig effect ad € 404.000. Om financieel quitte te spelen zouden de OZB tarieven met dezelfde percentages moeten worden verhoogd. A.5 Schrappen oploop opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen.
In deze meicirculaire is de verdere oploop van de opschalingskorting vanaf 2026 ad € 675 miljoen, geschrapt. Omdat de gemeente Zeist de oploop al wel had begroot is er een structureel voordeel van € 2,2 miljoen. A.6 Ruimte onder het plafond BTW Compensatie Fonds (BCF) Voor het BCF is een plafond afgesproken. Overschotten worden verrekend met het gemeentefonds. Gemeenten zijn in 2023 met de declaraties gezamenlijk onder dit plafond gebleven. In de septembercirculaire 2023 werd al een voorschot van de verrekening uitgekeerd, zijnde € 1.202K voor Zeist. De definitieve afrekening bedraagt nog eens € 701K voor Zeist en wordt verrekend in deze circulaire. Op basis van de ruimte onder het plafond van het jaar T-2 mogen gemeenten in de begroting jaar T een structurele stelpost opnemen. De provinciaal toezichthouders gebruiken dit als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren-)begroting. De gemeenteraad van Zeist heeft bij het vaststellen van de begroting 2024 besloten de stelpost inderdaad op te nemen. Op basis van de cijfers uit de meicirculaire is de stelpost verhoogd met € 200K in 2024 en €700K in de jaren 2025 en verder. A.7 Besparing op jeugdhulp door maatregelen rijk vervalt in 2025 De geraamde extra besparing ad € 500 miljoen door het Rijk voor 2025 komt te vervallen, omdat de maatregelen van het rijk die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd.
Uitgangspunt is dat het vervallen van de extra korting geen budgettair effect heeft. Het verloopt budgettair neutraal, omdat gemeenten in de begroting voor jeugdhulp rekening mochten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming van de uitgaven. Voor Zeist ontstaat er toch een voordeel ad € 40K omdat de gevolgen voor Zeist in de begroting iets te laag zijn ingeschat. A.8 vrijval reservering compensatieregelingen voogdij en 18+ In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ (jeugdhulp) overgeheveld naar de algemene uitkering. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget wordt nu voor 2025 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. In Zeist maken de middelen voor jeugdhulp deel uit van de algemene middelen. A.9 Participatie Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 6 juli 2023 wordt de rijksbijdrage beschut werk, die onderdeel is van de integratie-uitkering Participatie, structureel verhoogd. In Zeist maken de middelen voor participatie en reintegratie, met uitzondering van de WSW, deel uit van de algemene middelen.
B: Decentralisatie- en integratie uitkeringen Decentralisatie- en integratie-uitkeringen worden met een bepaald doel beschikbaar gesteld. Het gaat vaak om tijdelijke of nieuwe taken. Hoewel de middelen beschikbaar zijn gesteld voor een bepaald doel, zijn het vrij besteedbare middelen. Er is dan ook geen terugbetalingsplicht bij onderbesteding.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
5
B.1 Jeugdhulp aan kinderen in AZC Vanaf 2019 zijn gemeenten volledig verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. Het landelijk beschikbare budget voor 2023 is definitief verdeeld in deze circulaire en voorlopig ook voor 2024 en verder toegepast. De verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2023 tot en met december 2023. Het effect voor Zeist is nadelig. B.2 Uitvoeringskosten Omgevingswet Aan Zeist wordt in 2024 € 218K uitgekeerd om zorg te kunnen dragen dat de gemeente aangesloten, geoefend en ingeregeld is en voldoet aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 80 miljoen in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds. B.3 Wet Sociale Werkvoorziening Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 21 december 2023 worden de middelen voor de Wet sociale werkvoorziening (WSW), die onderdeel zijn van de integratie-uitkering Participatie, in 2024 opgehoogd om gemeenten tegemoet te komen bij de financiële uitdagingen die zij ervaren rondom de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven.
Daarnaast is structureel de omvang van de integratie-uitkering WSW gewijzigd door indexatie en door de actualisatie van de verdeling van de WSW-middelen. De verdeling is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie.
C: Taakmutaties Taakmutaties zijn middelen die met een bepaald oogmerk aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn toegevoegd, maar waar geen bestedingsverplichting aan ten grondslag ligt. Het zijn dus algemene middelen die ook aan wat anders mogen worden uitgegeven. Over hoe we omgaan met de taakmutaties zijn binnen de interne organisatie nieuwe afspraken gemaakt. De afspraken zijn met de auditcommissie gedeeld op 12 maart jl.. In het kort komt het neer op het volgende: De beschikbare bedragen worden tijdelijk op een stelpost begroot. Pas wanneer er ambtelijk een goede besteding is geformuleerd wordt een technische begrotingswijziging voorgelegd aan de raad waarmee de middelen beschikbaar worden gesteld. Als middelen niet worden “geclaimd” binnen het lopende jaar, vallen ze vrij ten gunste van het begrotingsresultaat. De raad wordt jaarlijks op de hoogte gehouden over de inzet van de taakmutaties. De motivatie voor deze werkwijze is om de raad beter te informeren over de besteding van de taakmutaties. Daarnaast voorkomen we op deze manier dat de middelen die niet besteed worden, vrijvallen in het jaarrekeningresultaat, terwijl er elders in de begroting een knelpunt is.
C.1 Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet via het gemeentefonds middelen voor betere dienstverlening door
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
6
gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn voor 2023 incidenteel aan gemeenten beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 zal structureel plaatsvinden om gemeenten verder in staat te stellen om strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit te breiden zoals het verdubbelen van het gebruik van schuldhulpverlening en het bevorderen van activiteiten om armoede onder kinderen te bestrijden. C.2 Werkdrukverlaging jeugdbescherming In oktober 2023 hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen (GI’s). Hiervoor is € 60 miljoen benodigd. In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Met het bestuurlijk akkoord zijn afspraken gemaakt hoe gemeenten en GI’s aan de hand van het inlooppad stapsgewijs toewerken naar het landelijk tarief.
Overige mededelingen in de circulaire Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang In de Voorjaarsnota zijn middelen vrijgemaakt voor incidentele meerkosten voor toezicht en handhaving op aangepaste kwaliteitseisen in de kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en meertalige opvang voor 2024 en 2025. Het gaat om kosten van implementatie van de regelgeving bij gemeenten en GGD’en en het uitvoeren van de eerste keer toezicht en handhaving op de aangepaste kwaliteitseisen. De betreffende middelen zullen naar verwachting in de komende septembercirculaire worden toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Indexatie Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor stijgende zorgkosten Het rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten in relatie tot de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Hiervoor wordt gekeken naar de opties van een Bijzondere Fonds Uitkering of een constructie als de BUIG (bijstand). Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm wordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing.
Het rijk heeft in de Voorjaarsnota alvast een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie boven op de bbp-systematiek. Vanaf 2026 is een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. In de meicirculaire 2024 is deze reservering nog niet verwerkt. Inzet specifieke uitkeringen Het aantal specifieke uitkeringen is de afgelopen jaren sterk gestegen. Het uitgangspunt is echter dat financiële middelen vanuit het Rijk aan gemeenten bij voorkeur bestedingsvrij en zonder oormerk ter beschikking worden gesteld. Daarom is de inzet erop gericht om het aantal specifieke uitkeringen en de verantwoordingslasten te verminderen door onder andere aanpassing van de Financiële verhoudingswet en doorlichting van de specifieke uitkeringen.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
7
Wij vertrouwen erop u met het verstrekken van deze informatie op afdoende wijze te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J. Langenacker
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist