RIB24.087 Bijlage 3 leeswijzer
Tekst van het document
Leeswijzer Subsidiekader Het Subsidiekader sociale basis bestaat uit twee delen; een subsidieregeling en beleidsregels. In deze leeswijzer geven we een korte toelichting op het ontstaan ervan, inhoudelijke duiding van beide stukken en het vervolg. Waarom een nieuw subsidiekader? Op dit moment worden alle subsidies binnen de sociale basis verstrekt op basis van de algemene subsidieverordening. Deze verordening is zeer algemeen, geeft niet weer wat we als gemeente belangrijk vinden, draagt onvoldoende bij aan een transparant en eenduidig subsidieproces, heeft geen subsidieplafonds, geen opties tot meerjaren subsidie en geeft zowel behandelaars als aanvragers onvoldoende handvatten voor een eenduidige aanvraag + beoordeling. Daarnaast is in 2023 het beleidskader sociale basis vastgesteld die de brede lijnen uitzet met betrekking tot wat we belangrijk vinden binnen deze sociale basis. Een subsidiekader zou een verdere concretisering betekenen. Op basis van bovenstaande zijn we afgelopen jaar gestart met de verkenning naar een nieuw subsidiekader sociale basis. Deze verkenning hebben we in samenwerking gedaan met onze bestaande subsidiepartners. Het kader wat er nu ligt is hiervan het resultaat. Subsidieregeling De subsidieregeling is een aanvulling op de algemene subsidieverordening en is de eerste stap naar een transparant en eenduidig subsidieproces.
Zo worden beoordelingscriteria weergeven, de plafonds en bijbehorende verdeelsleutel, staat er weergeven welke weigeringsgronden bestaan, welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen, wat een aanvraag precies moet omvatten en op welke manier je dient te verantwoorden. Daarnaast geeft de subsidieregeling ook ruimte om inhoudelijke aandachtspunten mee te geven; denk bijv. aan de vraag om de samenwerking binnen de sociale basis mee te nemen in je aanvraag. Tot slot geven we ook de mogelijkheid tot duurzame meerjaren subsidies, een duidelijke oproep vanuit onze partners. Beleidsregels De beleidsregels zijn gebaseerd op de thema’s uit het beleidskader sociale basis en geven inhoudelijk richting aan de maatschappelijke effecten die we met elkaar willen bereiken. In deze beleidsregels wordt jaarlijks ook een subsidieplafond bepaald per thema. Op dit moment is het voorgestelde subsidieplafond voor 2025 gelijk aan wat we in 2024 gesubsidieerd hebben. Dit hoeft echter niet altijd zo te zijn; elk jaar stelt het college de subsidieplafonds voor het opvolgende jaar vast in mei. Vervolgens zullen deze plafonds definitief worden na vaststelling van de algehele programmabegroting door de raad in November. In de toekomst geeft ons dit de mogelijkheid om gericht keuzes te maken binnen de plafonds.
We worden dan niet meer geleid door wat we altijd beschikken, maar maken keuzes vanuit de inhoud gericht op duurzame samenwerking. Daarnaast betekent het niet dat wanneer we bijv. een relatief laag bedrag op een thema beschikbaar hebben, dat we er niet op andere manieren aan werken. Het subsidiekader is namelijk meer één manier om aandacht te besteden aan de verschillende thema’s. Wanneer een plafond is bereikt, kunnen subsidies simpelweg worden afgewezen vanwege onvoldoende middelen. De beoordelingscriteria uit de subsidieregeling bepalen dan wie subsidie
krijgt en wie niet. Dit betekent dat we geen open einde regeling meer hebben. Echter wanneer extra budgetten beschikbaar komen of wanneer de ontwikkelingen vragen om eventuele extra investeringen kunnen we in goed overleg de plafonds verhogen. Implicaties en vervolg Het subsidiekader is stap één naar een eenduidig en transparant subsidieproces voor de sociale basis. Met vaststelling van het subsidiekader zal het één op één verstrekken van subsidies verleden tijd zijn. Gebaseerd op het kader zal er deze zomer een ambtelijk werkproces opgesteld worden waarin integraal wordt afgewogen welke subsidies we beschikken en welke niet. De subsidieregeling staat voor een langere periode, echter worden de beleidsregels en subsidieplafonds elk jaar opnieuw vastgesteld door het college. Dit geeft flexibiliteit in budgetten en inhoudelijke sturing, waarbij we in acht moeten nemen dat duurzame relaties niet zomaar afgebouwd kunnen worden.