RIB24.019 Evaluatierapportage gezondheid, sport en bestaanszekerheid
Tekst van het document
Veranderend discours De integrale kijk op bestaanszekerheid is de afgelopen jaren breder verspreid geraakt. Daarnaast is er meer aandacht voor bestaanszekerheid binnen het maatschappelijke en politieke debat, mede door de coronacrisis en geopolitieke veranderingen die hebben geleid tot de inflatie- en energiecrises en de ervaren gevoelens van (bestaans-) onzekerheid binnen de samenleving. Bovendien zijn er in de afgelopen jaren meer taken vanuit het Rijk richting de gemeente gekomen, zoals de ondersteuning van inwoners met een laag inkomen tijdens de coronacrisis en de energiecrisis. 18
Impact van de Coronacrisis Hoewel er plannen zijn gemaakt om de beleidsdoelstellingen te realiseren, zoals het Jongpakket, Stress Sensitieve Dienstverlening, onderzoek naar maatwerk en een actieagenda Bestaanszekerheid, kan er geconcludeerd worden deze activiteiten grotendeels niet naar wens zijn uitgevoerd. Dit heeft te maken met de coronacrisis. In reactie op de coronacrisis zijn er specifieke ondersteuningsmaatregelen genomen, zoals het verstrekken van laptops aan huishoudens met kinderen voor onlineonderwijs en toegangsbonnen voor activiteiten in de zomervakantie. Impact energie- en inflatiecrisis: De oorlog in Oekraïne en de verstoringen van de economie in nasleep van de coronacrisis hebben in het najaar van 2022 geleid tot sterke inflatie en toenemende gasprijzen. Door deze ontwikkelingen stond de afgelopen periode in het teken van snel handelen op de korte termijn om ervoor te zorgen dat inwoners niet door het ijs zakten. Zo zijn er naast de landelijke maatregelen verschillende lokale maatregelen getroffen, zoals de indexering van de Geld-Terug-Regeling, de aanpak energiearmoede met verschillende initiatieven om de huishoudens met de laagste inkomens te stimuleren tot verduurzaming en het terugdringen van de energiekosten en is er t/m 2026 een extra stelpost in de begroting opgenomen ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties en inwoners.
Kwalitatieve evaluatie bestaanszekerheidsbeleid door GGDrU De GGDrU heeft een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar het bestaanszekerheidsbeleid. Hiervoor zijn o.a. diverse partners geïnterviewd. In de evaluatie van het bestaanszekerheidsbeleid door GGDrU zijn verschillende bevindingen naar voren gekomen: Succesfactoren in het bestaanszekerheidsbeleid zijn onder meer de tevredenheid van stakeholders over het aanbod van regelingen en de laagdrempelige toegang tot deze regelingen, met inbegrip van meertalige toegang tot informatie en hulpverleningsinstanties. De afstemming en samenwerking tussen stakeholders, met speciale vermelding van netwerkbijeenkomsten gefaciliteerd door de gemeente, worden als positief ervaren. Investeringen in preventie, vroegsignalering van armoede, en het waarborgen van continuïteit in financiële middelen en budgetten voor het bestaanszekerheidsbeleid worden als cruciaal beschouwd. Verbeterpunten omvatten de behoefte aan meer transparantie en duidelijkheid over regelingen, mogelijk gerealiseerd via een (online) loket. Hoewel de samenwerking tussen stakeholders en de gemeente over het algemeen goed verloopt, zijn er mogelijkheden voor verbeteringen in coördinatie en samenwerking bij instanties voor inkomensondersteuning.
De diversiteit van de doelgroep van het bestaanszekerheidsbeleid wordt erkend, maar er is ruimte voor verbetering in het bereiken van specifieke groepen, zoals niet-Westerse migranten, nieuwe armen, laaggeletterden, economisch kansarme ouders met minderjarige kinderen en jongeren. Het vergroten van het bereik kan worden bevorderd door een betere definitie van de doelgroep, het benoemen van vindplaatsen, en het inzetten van ervaringsdeskundigen of intermediairs. Het verbeteren van samenwerking is een terugkerend thema, waarbij stakeholders elkaar weliswaar kunnen vinden, maar een actieve samenwerking nog ontbreekt. Het belang van het kort en actief houden van communicatielijnen tussen stakeholders en de gemeente wordt benadrukt, samen met meer actieve doorverwijzing binnen het minimanetwerk. De rol van de gemeente in het bestaanszekerheidsbeleid omvat regievoering, monitoring en evaluatie van regelingen, en het stimuleren van samenwerking tussen verschillende partijen. Partners spelen een rol in de uitvoering van beleid, zoals voorlichting, doorverwijzing, en het signaleren van inwoners 19
die hulp nodig hebben. Ze fungeren ook als sparringpartners voor het bestaanszekerheidsbeleid van de gemeente.
Kwantitatieve evaluatie bestaanszekerheidsbeleid door GGDrU De GGDrU heeft een kwantitatief onderzoek uitgevoerd naar het bestaanszekerheidsbeleid. Hiervoor zijn o.a. diverse partners geïnterviewd. Uit het onderzoek van de GGDrU blijkt dat 6,7 procent van de huishoudens in Zeist een laag inkomen heeft, wat tot 2020 langzaam was afgenomen. Ook het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering vertoonde een daling. Echter, door de huidige energiecrisis wordt verwacht dat financiële problemen weer zullen toenemen, en deze percentages zullen stijgen. Drie procent van de huishoudens heeft langdurig een laag inkomen, en 7,3% van de kinderen groeit op in een huishouden met een laag inkomen. Een aanzienlijk deel van de volwassenen en senioren heeft moeite met rondkomen, en bijna 6 procent van de 19-65-jarigen heeft risicovolle schulden. De dalende trend in financiële problemen tot 2020 heeft geleid tot verminderde statistieken zoals lagere huisuitzettingen. Ook het gebruik van ondersteunende diensten, zoals schuldhulpverlening en de Regionale Sociale Dienst, daalde tot 2020. Echter, vanaf 2020 is er weer een stijging te zien in het aantal aanvragen, bijvoorbeeld bij Stichting Leerkansen en het aantal cliënten bij de Voedselbank begin 2023. De stijging kan deels worden toegeschreven aan de invoering van ondersteunende regelingen.
Specifieke groepen die vaak financiële problemen ervaren, zijn 18-34-jarigen en mensen met een lage of middelbare opleiding. Deze bevindingen benadrukken de noodzaak van aandacht voor deze kwetsbare groepen en de mogelijke impact van externe factoren zoals de energiecrisis op de financiële situatie van huishoudens in Zeist. Relatie rondkomen en 6 domeinen van gezondheid Er bestaat een verband tussen armoede en gezondheid. Men zegt wel eens dat armoede ziek maakt en ziekte mensen armer maakt. Het ervaren van armoede en het hebben van schulden kan leiden tot aanzienlijke stress. Wanneer deze stress aanhoudt, kan dit zowel fysieke als psychische gezondheidsproblemen veroorzaken. Bovendien wordt het vermogen tot denken en handelen aangetast. Aanhoudende stress heeft een dubbel negatief effect op de gezondheid en vormt zo een cruciale factor bij het ontstaan en in stand houden van gezondheidsachterstanden. Omgekeerd kan ongezondheid leiden tot hogere kosten of beperkingen, zoals verminderde mogelijkheden om te werken en inkomen te genereren. Dit wordt visueel weergegeven in onderstaande figuren.
Hierin is te zien dat volwassenen die moeite hebben om financieel rond te komen, minder vaak een gezond gewicht hebben, minder controle over hun leven ervaren, minder vaak een als goed ervaren gezondheid hebben, zich minder vaak psychisch gezond voelen, zich minder sociaal vitaal voelen en ook minder tevreden zijn over hun woonsituatie.
20
Uitkomsten focusgroep "Rondkomen van een laag inkomen" De focusgroep "Rondkomen van een laag inkomen", begeleid door de GGDrU, benadrukt dat financiële problemen en onzekere huisvesting negatieve invloed hebben op de participatie in de samenleving en het welbevinden van inwoners. De bestaande minimaregelingen worden als onvoldoende ervaren, waardoor deelnemen aan de samenleving moeilijk is. Deelnemers voelen dat ze overleven in plaats van leven, en dagelijkse activiteiten zoals het checken van energie- en bankrekening worden belastend. Er wordt gewezen op de versnipperde informatievoorziening en het ontbreken van een centraal punt om benodigde informatie te vinden. Papierwerk vormt een bron van stress, vooral omdat veel processen nog steeds op papier plaatsvinden, wat problematisch is voor mensen met een laag inkomen die mogelijk geen toegang hebben tot een printer of scanner. 21
De focusgroep formuleert enkele verbeterpunten voor het bestaanszekerheidsbeleid:
Inzet van ervaringsdeskundigen bij beleidsvorming en implementatie van verbeteringen. Meer menselijkheid, begrip, en betrokkenheid in het beleid. Faciliteren van bijeenkomsten waar ervaringsdeskundigen hun perspectief delen met professionals en ambtenaren. Ontwikkelen van een overzicht van alle financiële mogelijkheden en particuliere initiatieven om geld te besparen, en dit actueel houden. Wegnemen van drempels zoals complexe taal en procedures. Realiseren van een kledingbank met gratis en kwalitatieve kleding, schoenen, ondergoed, en beddengoed. Belang van essentiële voorzieningen zoals de U-pas, vooral voor openbaar vervoer, kleding, kapper, en sport.
Uitkomsten straat-en diepte-interviews inwoners met een laag inkomen Adviesbureau K2 heeft kwalitatief onderzoek gedaan naar het leven in bestaansonzekerheid in de gemeente Zeist. Naast de data van de GGD over de huidige stand van zaken op deze thema’s willen we ook graag inzicht in hoe het leven er van inwoners in bestaansonzekerheid er uitziet. Centraal in het onderzoek stonden de vragen: Wat is een onzeker bestaan eigenlijk? Hoe ziet dat er voor inwoners van de gemeente Zeist uit? Wat vinden zij belangrijk, en wat kan de gemeente volgens deze inwoners doen om hen hierbij te ondersteunen? Door middel van de straatinterviews en de diepte-interviews zijn de adviseurs op zoek gegaan naar patronen in de verhalen en belevingen van inwoners. Uit deze analyse blijkt dat er drie groepen kunnen worden onderscheiden die leven in bestaansonzekerheid: de dak- en thuislozen, mensen met een uitkering en werkenden armen. Ook zijn er verschillende manieren waardoor mensen in een onzeker bestaan terecht komen:
Door psychische problemen, waardoor zij niet (meer) kunnen werken. Door een life-changing event, zoals het plotseling overlijden van een echtgenoot of een scheiding. Door hoge inflatie en daardoor hogere maandelijkse lasten, waardoor mensen met een laag inkomen net over de rand worden geduwd.
Daarnaast zijn er verschillende overkoepelende ervaringen en belevingen die terugkomen als gevolg van een leven in bestaansonzekerheid. Deze zijn: stress, onzekerheid door inkomensgrenzen, een kleine wereld en moeite met rondkomen. Verder geven mensen aan dat ze de ondersteunende hulporganisaties als waardevol en laagdrempelig ervaren. Mensen zijn dankbaar voor de hulp die ze krijgen. Hoewel hulpaanbod wordt geprezen, ervaren inwoners ook schaamte om hulp te vragen en te aanvaarden. Voornamelijk mensen met een niet-westerse migratieachtergrond ervaren dit meer, eer maar ook angst voor organisaties spelen hierbij een rol. Ook waren er een aantal mensen die aangaven geen hulp te willen vragen en het zelf te willen oplossen. Hiervoor bedenken ze allerlei creatieve oplossingen, zoals heel zuinig leven of ze vragen hulp aan vrienden of familie. Naast de effecten die chronische stress heeft op gezondheid hebben de adviseurs dieper ingezoomd op de effecten van bestaansonzekerheid op de verschillende aspecten van gezondheid. Hieruit komen de volgende bevindingen voort: 22
-
-
-
De meeste mensen die geïnterviewd zijn roken niet. Mensen die wel roken geven aan dat het leven in bestaansonzekerheid en de stress die zij daardoor ervaren het stoppen bemoeilijkt het stoppen. Een aantal mensen geeft aan dat ze moeite hebben om gezond te eten. Dit komt enerzijds doordat gezond eten als duurder wordt ervaren dan ongezond eten en anderzijds hebben ze door de stress geen zin om een gezonde maaltijd te kopen en leidt de stress tot meer en ongezond eten. Ook geven mensen aan dat ze wel wandelen of fietsen en wel meer zouden willen bewegen. Belemmeringen om dit te doen zijn tijd, geld en energie om te sporten.
Tot slot is er ook aan de inwoners gevraagd wat voor hen belangrijk is en hoe de gemeente hen daarin (meer) kan ondersteunen. Hieruit volgen de onderstaande conclusies en aanbevelingen: -
-
-
-
Er is meer behoefte aan het proactief onder de aandacht brengen van minimaregelingen en andere laagdrempelige voorzieningen bij mensen die hier gebruik van kunnen maken. Begrijpelijke en overzichtelijke informatievoorziening zou inwoners erg helpen. Verbeteren van de toegankelijkheid van minimaregelingen en beter informeren waar inwoners terecht kunnen voor informatie en hulp bij het aanvragen van de regelingen. Het faciliteren van buurkracht vanuit de gemeente. Er zit veel kennis en kracht bij inwoners zelf om elkaar te ondersteunen, maar deze wordt nog niet optimaal benut. Dit kan gefaciliteerd worden door het wijkbudget meer bekendheid te geven zodat inwoners zelf activiteiten kunnen opzetten om elkaar te ondersteunen en/of om door op openbare plekken prikboren op te hangen waar mensen tips voor een zuinig leven met elkaar kunnen delen. Specifiek t.a.v. gezondheid: tegemoetkoming in de kosten voor sporten en gezond eten en stimuleer een gezonde levensstijl via laagdrempelige organisaties die een vertrouwensband hebben met inwoners en voorkom belerende interventies en programma’s. Wees hierbij faciliterend als gemeente. Opstellen van een gezamenlijke visie en werkprincipes met uitvoeringsorganisaties over de omgang en bejegening van inwoners in een kwetsbare positie.
Organiseren van meer aanbod voor jongeren zowel ten aanzien van sportactiviteiten als voorlichting op scholen over geldzaken. Het opzetten van een kerngroep samen met ervaringsdeskundigen, inwoners, vrijwilligers, professionals en beleidsmedewerkers.
H5 Panelonderzoek inwoners gemeente Zeist
Het panelonderzoek onder 799 inwoners van de gemeente Zeist, waarvan 562 leden van het GGDpanel en 237 respondenten via een open link, heeft inzicht opgeleverd in de prioriteiten en ideeën van de inwoners met betrekking tot het streven naar een gezond en prettig leven in Zeist. Belangrijkste doelen:
Het verminderen van eenzaamheid (53%) Stoppen met roken (30%) Meer sporten en bewegen (62%) Vermindering van (overmatig) alcoholgebruik (26%) Het behouden van een gezond gewicht (52%) Sterke mentale gezondheid (50%)
Ideeën voor verbeteringen:
23
Samenwerken met bestaande instanties in plaats van nieuwe initiatieven op te starten. Laagdrempelige, betaalbare activiteiten aanbieden in diverse buurten voor verschillende leeftijdsgroepen, met aandacht voor senioren. Uitbreiding van snelfietsroutes, korte wandelroutes, en ontmoediging van autogebruik in wijken. Toegankelijk maken van sport voor iedereen, met name door meer grote grasvelden te voorzien van faciliteiten voor actief bewegen.
Prioriteiten voor de gemeente:
Voorkomen van armoede en schulden (35%) Vergroten van de mogelijkheden om mee te doen aan de maatschappij (35%) Focus op doelgroepen met meer kans op financiële problemen, zoals werkende armen, jongeren, alleenstaanden, en huishoudens met niet-westerse migratieachtergrond (31%)
Ideeën voor ondersteuning van mensen met een laag Inkomen:
Begeleiding in financiële planning en budgettering. Directe support bij eerste schulden, inclusief betalingsregelingen of kwijtschelding. Inzetten van budgetcoaches in buurthuizen. Vereenvoudiging van regelingen voor inkomensondersteuning.
Initiatieven van inwoners om te helpen:
Elkaar motiveren om te sporten en bewegen. Vrijwilligerswerk bij sportorganisaties en het organiseren van evenementen. Delen van sportabonnementen en het aanbieden van gratis sportactiviteiten voor buurtbewoners. Inzetten van buurtloketten op wijkniveau voor ondersteuning.
Toegang tot hulp en financiële voorzieningen:
51% weet niet waar hulp te krijgen bij geldproblemen. 73% vindt het lastig om hulp te vragen, vooral vanwege de wens om problemen zelf op te lossen en angst om vast te zitten aan regels.
Zorgen over financiële situatie:
6% heeft grote zorgen, 24% heeft enigszins zorgen, en 71% heeft geen zorgen. 69% van de respondenten geeft aan geen geldproblemen te hebben.
Beweging en sportgedrag:
47% beweegt niet voldoende. 32% beweegt wekelijks minimaal 2,5 uur matig intensief. 14% vindt het lastig om voldoende te bewegen.
Hulp bij meer bewegen: Behoefte aan passende sport- en beweegactiviteiten in de buurt, aantrekkelijkere buurten om in te bewegen, goedkopere activiteiten, en sociale ondersteuning om samen te bewegen.
24
H6 Samenvatting en conclusies
In dit hoofdstuk worden de resultaten uit voorgaande hoofdstukken samengevat en waar mogelijk ook conclusies getrokken.
Samenvatting gezondheidsbeleid Het gezondheidsbeleid in Zeist is gericht op het bevorderen van de gezondheid en het welzijn van inwoners, met verschillende initiatieven zoals de Beweegvriendelijke Omgeving, het Sport- en Preventieakkoord, JOGG-gemeente, Sportief Zeist, Mijn Leven 2.0, aandacht voor mentale gezondheid van jongeren, de coalitie tegen eenzaamheid, Zorg4Zeist en positieve gezondheid, alcoholpreventie, het Convenant NIX18, Gezond in de Stad (GIDS) met projecten als Aysma, Wijkgezonder, Groen doet Goed, kansrijke start en diverse andere lokale projecten. Er is een integrale aanpak voor het bevorderen van gezondheid, waaronder initiatieven voor hulpverlening aan inwoners, Kansrijke Start, Gezonde School, en gezondheidsbevorderaars van de GGD. De focus ligt op gezonde leefstijl, meedoen en samenwerking met diverse partners om een gezonde en ondersteunende omgeving te creëren. Vrijwel de meeste activiteiten die in het kader van het gezondheidsbeleid zijn opgestart lopen nog steeds. Bewegen wordt ingezet als middel voor gezondheid. Ook wordt een beroep gedaan op het benutten van groen voor de gezondheid. Daarnaast zijn er wijkgerichte initiatieven ontstaan. Het huidige gezondheidsbeleid in het kwalitatief onderzoek door de GGDrU laat sterke punten zien in focus en aanbod, maar er zijn verbeteringen nodig.
Samenwerking met stakeholders wordt overwegend positief beoordeeld, maar er zijn knelpunten in het bereiken van diverse doelgroepen, zoals ouderen en mensen met een migratieachtergrond. Problemen in samenwerking worden toegeschreven aan factoren zoals personeelswisselingen en onduidelijke doelen. Aanbevelingen benadrukken het versterken van de gemeentelijke regierol en het integreren van gezondheidsbeleid met sport, bewegen en bestaanszekerheid. Inwoners tonen tevredenheid over het bestaande aanbod, waarbij kosten, laagdrempeligheid en inspraak een rol spelen. De integratie van gezondheid, sport, en bestaanszekerheid wordt gezien als kansrijk, met een oproep voor meer samenwerking op deze gebieden. Uit het kwantitatief onderzoek naar het gezondheidsbeleid in Zeist blijkt dat de gezondheidsperceptie van jongeren, volwassenen en senioren is afgenomen, zonder de beoogde verbetering. Het beweeggedrag toonde geen verbetering bij jongeren en volwassenen, behalve bij senioren. Het percentage jongeren dat dagelijks fruit eet, steeg licht tussen 2015 en 2019. Mentale weerbaarheid verslechterde in alle leeftijdsgroepen, mede door factoren zoals de coronacrisis. Bij alcoholgebruik is het gebruik onder jongeren gestegen, terwijl volwassenen grotendeels voldoen aan de richtlijn van maximaal 1 glas alcohol per dag, met een daling van overmatig drinken onder volwassenen.
Samenvatting evaluatie Preventie- en Handhavingsplan 2014-2018 De evaluatie van het Preventie- en Handhavingsplan 2014-2018 richt zich op het voorkomen van alcoholverstrekking aan minderjarigen en het tegengaan van dronkenschap onder jongvolwassenen. De meeste doelen zijn niet behaald, mogelijk door te ambitieuze streefcijfers en andere prioriteiten tijdens de coronaperiode. Het plan omvatte diverse activiteiten, maar er ontbrak een duidelijke samenwerkingsstructuur en monitoring. Gesprekken met professionals wijzen op signalen van excessief drinken onder scholieren en overlast door minderjarigen in horecastraten. Verbeteringen worden voorgesteld, zoals minder vrijblijvend alcoholbeleid in sport, betere naleving in horeca, integraal schoolbeleid, oudersteun voor NIX18, striktere handhaving in supermarkten, en georganiseerde vrijetijdsbesteding voor minderjarigen. Om de uitvoering te verbeteren, wordt gepleit 25
voor een gezamenlijke visie, gerichte beleidskeuzes, afstemming tussen domeinen, een duidelijke regierol van de gemeente, en een zichtbare voorbeeldfunctie. Het is duidelijk dat er werk aan de winkel is voor alcoholbeleid in de gemeente, met focus op het verminderen van gebruik en het verhogen van naleving door verstrekkers.
Conclusies gezondheidsbeleid Uit de terugblik van het gezondheidsbeleid in Zeist kunnen verschillende conclusies worden getrokken: 1. Diversiteit van initiatieven: Het gezondheidsbeleid in Zeist kenmerkt zich door een diversiteit aan initiatieven, waaronder het bevorderen van een beweegvriendelijke omgeving, het sporten preventieakkoord, het JOGG-programma, Sportief Zeist, Mijn Leven 2.0, aandacht voor mentale gezondheid van jongeren, de coalitie één tegen eenzaamheid, Zorg4Zeist met de focus op positieve gezondheid, alcoholpreventie, het convenant NIX 18, het programma Gezond in de Stad (GIDS), en verschillende specifieke projecten zoals Aysma en Groen doet Goed. 2. Samenwerking met diverse partners: Het beleid wordt gekenmerkt door samenwerking met diverse partners zoals welzijn, onderwijs, sportverenigingen en zorginstanties. Het betrekken van meer dan 50 partners bij het sport- en preventieakkoord getuigt van een brede samenwerking op het gebied van sport en gezondheid. 3. Focus op preventie en integrale aanpak: Er is een duidelijke focus op preventie en een integrale aanpak van gezondheidsproblemen. Verschillende initiatieven, zoals Welzijn op Recept, richten zich op alternatieve oplossingen voor niet-medische klachten, terwijl projecten zoals Groen doet Goed kinderen in contact brengen met de natuur als een vorm van preventie en bewustwording. 4.
Innovatieve benaderingen: Projecten zoals 'MijnLeven 2.0!' tonen een innovatieve benadering door digitale diensten te gebruiken om de mentale weerbaarheid te versterken. 5. Aandacht voor specifieke doelgroepen: Specifieke initiatieven zoals Aysma richten zich op specifieke doelgroepen, zoals oudere migrantenvrouwen en richten zich op lokale behoeften en culturele diversiteit. 6. Monitoring en evaluatie: De evaluatie van initiatieven, zoals de periodieke evaluatie van het sport- en preventieakkoord, geeft aan dat er aandacht is voor het monitoren van de effectiviteit van de genomen maatregelen. Daarnaast is er een uitgebreide evaluatie voor het project Aysma uitgevoerd. Ook de GGDrU voert periodiek gezondheidsonderzoek uit. 7. Impact van externe factoren: De evaluatie geeft ook inzicht in de impact van externe factoren, zoals de coronacrisis, op de mentale gezondheid van jongeren.
Samenvatting sportbeleid Het sportbeleid in Zeist richt zich op het stimuleren van sportieve activiteiten, versterken van sportverenigingen, benadrukken van de maatschappelijke rol van sport, en verbeteren van accommodaties. Initiatieven omvatten onder andere sport- en beweegstimulering, vergroten van toegankelijkheid, onder de aandacht brengen van sportactiviteiten, en ondersteuning van sterke sportverenigingen. Het beleid bevordert meedoen, samenwerking, en een veilig sport- en beweegklimaat. Het Masterplan Buitensportaccommodaties voorziet in kwaliteitsimpuls en samenwerking tussen clubs. De organisatie van sportbeleid wordt echter als versnipperd ervaren, met aanbevelingen voor optimalisatie van het tarievensysteem en ontschotting van beleidsterreinen.
26
Betrokkenheid van sport- en beweegaanbieders wordt gestimuleerd, met aanbevelingen voor duidelijke afspraken en samenwerking in een lokaal sportplatform. Verenigingsondersteuning moet leiden tot sterkere clubs die klaar zijn voor de toekomst waarin lokale samenwerking met maatschappelijke partners meer aandacht zal krijgen. In juni 2023 is het Sport- en Preventieakkoord Zeist (SPAZ) herijkt, met focus op tien doelstellingen. Belangrijke actiepunten omvatten onder andere het stimuleren van beweging vanaf jonge leeftijd, intensivering van buurtfitness in sociaaleconomisch lagere gebieden, implementatie van gezonde voorzieningen zoals sportkantines en scholen, streven naar rookvrije sportaccommodaties, aandacht voor mentaal welzijn na de impact van COVID, en het bevorderen van inclusief sporten voor diverse doelgroepen. Ook wordt ingezet op ondersteuning en kwaliteit voor sportaanbieders, met focus op sociale veiligheid, integriteit, en samenwerking met maatschappelijke partners.
Conclusies sportbeleid Uit de terugblik van het sportbeleid in Zeist kunnen verschillende conclusies worden getrokken: 1. Focus op meedoen: Het sport- en beweegstimuleringsbeleid heeft bijgedragen aan inclusie en toegankelijkheid met specifieke aandacht voor mensen met een beperking, jeugd, en het stimuleren van sportdeelname. Initiatieven zoals 'AZC in beweging', laagdrempelig sportaanbod bij Altrecht, en activiteiten voor mensen met Wmo- of Wlz-beschikking hebben meedoen aan sport en bewegen bevorderd. Het Jeugdfonds Sport en Cultuur heeft draagt bij aan ondersteuning voor kinderen uit gezinnen met een minimuminkomen. 2. Vergroten van bekendheid van sportactiviteiten. Het onder de aandacht brengen van sport is gerealiseerd via de 'Sportzoeker' website, actief gebruik van sociale media, en sport- en cultuurfestivals. Sportief Zeist fungeert als een centraal doorverwijspunt en de bekendheid van sportactiviteiten vergroot. 3. Sterkere sportverenigingen: Het streven naar sterke sportverenigingen, met betaalbare sport, ondersteuning vanuit Sportief Zeist, en samenwerking tussen clubs, heeft positieve resultaten opgeleverd. Verenigingen ontvangen op maat gemaakte ondersteuning, en diverse initiatieven hebben samenwerking. Er is geïnvesteerd in samenwerking tussen sportverenigingen en scholen voor schoolsporttoernooien en clinics. 4.
Ondersteuning doelgroepen: Het sportbeleid heeft gerichte inspanningen geleverd om bepaalde doelgroepen te ondersteunen en enthousiasmeren voor een actieve leefstijl, met specifieke initiatieven zoals de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI), Tijgergym voor kleuters, en beweegprogramma's zoals buurtfitness, fit-tests, beweegactiviteiten voor kinderen, en kennismakingsaanbod voor jongeren. De samenwerking met kinderfysiotherapie en initiatieven zoals het Nijntje Beweegdiploma richten zich op preventie van blessures en motorische ontwikkeling. 5. Maatschappelijk betrokken verengingen: Sportief Zeist heeft actief bijgedragen aan het stimuleren van open en maatschappelijk betrokken verenigingen om een veilig sport- en beweegklimaat te creëren. Initiatieven omvatten o.a. ondersteuning voor gezonde sportkantines en rookvrije accommodaties. 6. Kwaliteitsimpuls accommodaties en clubs: Het Masterplan Buitensportaccommodaties heeft gezorgd voor een kwaliteitsimpuls en samenwerking tussen clubs, met aanpassingen voor specifieke behoeften. 7. Realisatie van sport- en speelplekken in de openbare ruimte behoeft meer aandacht: Er is beperkte aandacht geweest voor sport- en speelplekken in de openbare ruimte. Aanbevolen wordt in het nieuwe beleid meer in te zetten op de inrichting van beweegvriendelijke openbare ruimtes en expliciet de verbinding te zoeken met het nieuwe speelbeleidsplan.
27
8. De gemeentelijke organisatie van sportbeleid is versnipperd: er is behoefte aan eenduidige sturing op samenwerking tussen verschillende afdelingen. 9. Het sportplatform is nog niet van de grond gekomen: Hoewel sessies zijn gehouden om een lokaal sportplatform op te richten, blijft de status onduidelijk. Aanbevolen wordt om betrokkenen bijeen te roepen en formele afspraken te maken. 10. Het tarievensysteem moet geactualiseerd worden: Het tarievensysteem heeft historische groei doorgemaakt, en het wordt aanbevolen onderzoek te doen naar het tarievenbeleid, inclusief kosten/batenanalyse. Pleidooi voor ontschotting in de visie op beheer, met de gemeente als eigenaar van velden en buitenruimte en verenigingen als verantwoordelijke voor opstallen. Ook beleidsregels voor binnensportaccommodaties moeten worden geactualiseerd. 11. Nog meer investeren in samenwerking: Nauwere samenwerking tussen Sportief Zeist, exploitanten van sportaccommodaties, en sportverenigingen wordt aanbevolen, waarbij buurtsportcoaches meer gebruik zouden moeten maken van beschikbare sportfaciliteiten.
Samenvatting bestaanszekerheidsbeleid Het bestaanszekerheidsbeleid in Zeist is erop gericht om bestaanszekerheid te bieden en om grip te krijgen op het leven. Uitgangspunten van het beleid zijn: aandacht voor individuele situaties en een preventieve en positieve aanpak. Het bestaanszekerheidsbeleid kent verschillende inkomensondersteunende maatregelen en initiatieven van maatschappelijke partners. De doelen van het beleid zijn het verminderen van armoede, verhogen van inkomens, voorkomen van schulden en het verminderen van financiële stress. Belangrijke punten zijn netwerksamenwerking, vergroten van het bereik van minimaregelingen, het instellen van één loket voor toegang, overgang naar maatwerk, nadruk op persoonlijke begeleiding en versterking van de uitvoering en samenwerking. De coronacrisis heeft veel impact gehad op het behalen van de beoogde beleidsdoelen. Daarnaast heeft het bestaanszekerheidsbeleid alleen direct meetbare effecten, maar ook indirect effecten op het gebied van gezondheid, welzijn en onderwijs. In de afgelopen beleidsperiode heeft bestaanszekerheid een enorme betekenis gekregen. Bovendien hebben de inflatie-en energiecrisis geleidt tot snel handelen op de korte termijn door lokale maatregelen te treffen die aanvullend zijn op de Rijksmaatregelen.
De kwalitatieve evaluatie van het bestaanszekerheidsbeleid door GGDrU benadrukt succesfactoren, waaronder tevredenheid over het regelingenaanbod, laagdrempelige toegang, en effectieve samenwerking tussen stakeholders. Investeringen in preventie en vroegsignalering worden als cruciaal beschouwd. Verbeterpunten omvatten de behoefte aan meer transparantie, duidelijkheid over regelingen en verbeteringen in coördinatie tussen instanties voor inkomensondersteuning. Er is erkenning voor de diversiteit van de doelgroep, maar het bereiken van specifieke groepen vereist verbetering. Samenwerking, actieve communicatie en doorverwijzing binnen het minimanetwerk kunnen worden versterkt. De gemeente speelt een centrale rol in regievoering, monitoring en samenwerking, terwijl partners ondersteuning bieden en fungeren als sparringpartners voor het beleid. Het kwantitatieve onderzoek van GGDrU wijst uit dat 6,7% van de Zeister huishoudens een laag inkomen heeft, dat tot 2020 daalde. Echter, door de energiecrisis wordt verwacht dat financiële problemen zullen toenemen. Ongeveer 3% heeft langdurig een laag inkomen, 7,3% van de kinderen groeit op in zo'n huishouden, en bijna 6% van de 19-65-jarigen heeft risicovolle schulden. Financiële problemen daalden tot 2020, maar sindsdien stijgt het aantal aanvragen voor ondersteunende 28
diensten, mogelijk door nieuwe regelingen. Specifieke aandacht is nodig voor kwetsbare groepen zoals 18-34-jarigen en laagopgeleiden, gezien de mogelijke impact van de energiecrisis op hun financiële situatie. De focusgroep "Rondkomen van een laag inkomen" benadrukt de negatieve impact van financiële problemen en onzekere huisvesting op de participatie en het welzijn van inwoners. Huidige minimaregelingen worden als ontoereikend ervaren, wat deelname aan de samenleving bemoeilijkt en een overlevingsmentaliteit creëert. Er is behoefte aan verbeteringen, zoals de inzet van ervaringsdeskundigen bij beleidsvorming, meer menselijkheid en begrip in het beleid, en het faciliteren van bijeenkomsten tussen ervaringsdeskundigen en professionals. Andere suggesties omvatten het ontwikkelen van een overzicht van financiële mogelijkheden, het verminderen van drempels zoals complexe taal en procedures, en het realiseren van een kledingbank. De essentiële rol van voorzieningen zoals de U-pas, met name voor openbaar vervoer, kleding, kapper en sport, wordt benadrukt.
Conclusies bestaanszekerheidsbeleid Uit de terugblik van het bestaanszekerheidsbeleid in Zeist kunnen verschillende conclusies worden getrokken: 1. Integrale benadering: Het beleid, gericht op het waarborgen van de bestaanszekerheid van inwoners, blikt terug op een beleidsperiode die aansluit bij de bredere visie van het sociaal domein. Gedurende deze periode heeft het beleid gewerkt als een ondersteunende kracht voor inwoners die moeite ondervonden om grip op hun leven te behouden, veelal als gevolg van een laag inkomen of beperkte bestedingsruimte. In de uitvoering werd de individualiteit van elke situatie (maatwerk) benadrukt met daarnaast een focus op preventie om perspectief te bieden. De aanpak richtte zich op het geheel van de problematiek, gericht op de leefwereld en aansluitend op andere beleidsdomeinen zoals onderwijs, werk en gezondheid. 2. Ondersteuning voor grip op het leven, praktisch en financieel: De ondersteuning, verleend door zowel vrijwilligers als professionals, omvatte niet alleen praktische hulp, maar ook inkomensondersteuning via verschillende minimaregelingen. Het beleid had als doel om zowel tijdelijk als blijvend ondersteuning te bieden, resulterend in het verminderen van armoede, het verhogen van inkomens tot op het sociaal minimum, en het voorkomen of beter beheersbaar maken van schulden. 3.
Terugdringen van stress: concrete doelstellingen werden gesteld, gericht op het verminderen van armoede, verhogen van inkomens en het beheersbaar maken van schulden. Het streven was om de financiële last te verlichten, zodat inwoners in staat zouden zijn vooruit te denken en te werken aan een betere toekomst, aangezien financiële zorgen vaak stress veroorzaken en vooruitgang belemmeren. 4. Netwerksamenwerking: het belang van netwerksamenwerking komt prominent naar voren. Versterking van samenwerking binnen het sociaal domein en met externe partners is van cruciaal belang voor effectieve uitvoering. 8. Maatschappelijke winst: het succes van het bestaanszekerheidsbeleid gaat verder dan meetbare cijfers, met waardevolle, soms niet direct meetbare, resultaten in termen van gezondheid en welzijn.
Panelonderzoek Het panelonderzoek in Zeist onder 799 inwoners geeft overzicht in de prioriteiten en ideeën voor een gezond en prettig leven. Belangrijke doelen zijn het verminderen van eenzaamheid, stoppen met 29
roken, meer sporten, minder alcoholgebruik, een gezond gewicht behouden, en sterke mentale gezondheid. Verbeteringsideeën omvatten samenwerking met bestaande instanties, laagdrempelige buurtactiviteiten, uitbreiding van fiets- en wandelroutes, en toegankelijke sportfaciliteiten. Gemeentelijke prioriteiten moeten zijn het voorkomen van armoede, het vergroten van maatschappelijke participatie, en aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Ondersteuning voor mensen met een laag inkomen omvat financiële planning, directe hulp bij schulden, inzet van budgetcoaches, en vereenvoudiging van regelingen. Inwoners nemen initiatieven zoals elkaar motiveren om te sporten en vrijwilligerswerk bij sportorganisaties. Toegang tot hulp en financiële voorzieningen blijkt een uitdaging, met zorgen over de financiële situatie bij een klein percentage. Bewegings- en sportgedrag vertoont ruimte voor verbetering, met de behoefte aan geschikte activiteiten, aantrekkelijke buurten, betaalbare opties, en sociale ondersteuning.
30
H7 Contouren voor het nieuwe beleid
De huidige beleidsplannen zijn verlopen. Het is tijd om onze beleidsplannen te actualiseren, met een focus op de verbinding tussen gezondheid, sport, bewegen, en bestaanszekerheid. Landelijke ontwikkelingen, zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het nieuwe sportakkoord, vragen om een heroverweging van ons huidige beleid en bieden tegelijkertijd al speerpunten voor het nieuwe beleid. Belangrijk hierbij is de integratie van positieve gezondheid als leidraad voor het nieuwe beleid.
Het concept van positieve gezondheid is van groot belang voor het nieuwe beleid op het gebied van gezondheid, sport-bewegen en bestaanszekerheid, met name in relatie tot armoede en gezondheid. Positieve gezondheid gaat verder dan de afwezigheid van ziekte en richt zich op het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven om te gaan. Op basis van de bevindingen uit de evaluatie, zie hoofdstuk 4, kunnen we het volgende benadrukken: Armoede en stress: Positieve gezondheid erkent dat gezondheid niet alleen wordt beïnvloed door biologische factoren, maar ook door sociale en economische omstandigheden. Het ervaren van armoede en het hebben van schulden kunnen leiden tot aanzienlijke stress, wat een belangrijk element is in de bredere definitie van gezondheid volgens het concept van positieve gezondheid. Fysieke en psychische gezondheidsproblemen: Positieve gezondheid benadrukt dat gezondheid niet alleen gaat over de afwezigheid van ziekte, maar ook over het welbevinden op fysiek en psychisch gebied. Aanhoudende stress als gevolg van armoede kan leiden tot zowel fysieke als psychische gezondheidsproblemen, wat in lijn is met het brede perspectief van positieve gezondheid.
Breed perspectief: De visuele weergave van het spinnenweb in H4 benadrukt dat armoede niet alleen gevolgen heeft voor de fysieke gezondheid, maar ook voor andere aspecten van welzijn, zoals sociale 31
vitaliteit en tevredenheid over de woonsituatie. Dit sluit aan bij het brede perspectief van positieve gezondheid, waarin meerdere dimensies van welzijn worden erkend. Voor het toekomstig beleid betekent dit dat we ons niet alleen moeten richten op de symptomen van armoede, maar ook het bevorderen van het vermogen van mensen om veerkrachtig met hun situatie om te gaan. Dit betekent maatregelen die gericht zijn op het verminderen van stress, het verbeteren van sociaaleconomische omstandigheden en het bevorderen van een breder welzijn en een gezonde leefstijl. De afgelopen jaren hebben we samen met diverse partners veel bereikt, waaronder het Sport- en Preventieakkoord, Gezonde Jeugd, Gezonde toekomst (JOGG), Zorg4Zeist, Aysma, Groen doet Goed, Kansrijke Start, Gezonde School, Jeugdfonds sport- en cultuur, en diverse netwerksamenwerkingen rondom minima, energietoeslag, energiemaatjes en het stimuleren van het gebruik van de minimaregelingen. Sport is eveneens in de schijnwerpers geplaatst, met sterke en vitale sportverenigingen dankzij de inzet van Sportief Zeist en buurtsportcoaches. Het Masterplan Buitensportaccommodaties heeft bijgedragen aan het op orde brengen van accommodaties en de buitenruimte. Ook aan de kwaliteit van de binnensportaccommodaties wordt gewerkt.
Voor het nieuwe beleid streven we naar een nog diepere verbinding tussen gezondheid, sport/bewegen, en bestaanszekerheid. Hoewel veel successen geboekt zijn, erkennen we dat niet iedereen in de samenleving even goed bereikt wordt, en sommigen niet in staat zijn om hun situatie te veranderen. Daarom leggen we in het nieuwe beleid extra nadruk op het terugdringen van kansenongelijkheid onder jongeren en het verkleinen van gezondheidsverschillen. We begrijpen dat de context waarin mensen leven, zoals armoede, schulden, huisvesting, eenzaamheid, of werkloosheid, een grote invloed heeft op hun gezondheid. Daarom is het cruciaal om deze factoren aan te pakken om op die manier de gezondheid te verbeteren. Mensen met chronische stress hebben vaak moeite met leefstijlveranderingen en het nemen van lange termijn beslissingen. Landelijk onderzoek benadrukt dat mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) gemiddeld 7 jaar korter leven. Gezondheidsverschillen zijn ook in bepaalde Zeister wijken zichtbaar, wat de noodzaak van een wijkgerichte aanpak benadrukt. De kwaliteit en inrichting van de leefomgeving zijn eveneens van belang, en met de komst van de Omgevingswet zien we kansen voor verdere verbeteringen. Deze uitdagingen vragen om een integrale aanpak, waarbij we gezondheid, sport/bewegen, en bestaanszekerheid in samenhang benaderen.
De principes van positieve gezondheid bieden daarbij richting, waarbij we niet alleen naar gezondheidsproblemen kijken, maar ook naar veerkracht, eigen regie, en een zinvol en gezond leven. Sport en bewegen dragen hier positief aan bij, evenals bestaanszekerheid voor een stabiele basis. Als basis voor de ontwikkeling van het nieuwe beleid zien we de volgende 5 uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn op 13 november besproken tijdens een bijeenkomst met diverse stakeholders zoals maatschappelijke organisaties en sportverenigingen. Tijdens de bijeenkomst bleek er veel draagvlak te zijn voor deze uitgangspunten voor het nieuwe beleid. 1. Regierol voor Bestaanszekerheid, Sport en Bewegen, en Gezondheid Het versterken van de aanjaag en regierol van de gemeente biedt een strategisch kader om actiever te sturen op het betrekken van diverse groepen en partners. Dit heeft het potentieel om de 32
effectiviteit van het beleid nog verder te verhogen onder meer op lange termijn doelen, gezamenlijke strategie, ontmoeting onderling, duurzame inzet. We koppelen het aan de lokale netwerkstructuur die in het plan van aanpak Samen Gezonder in Zeist (GALA/SPUK) is opgenomen. 2. Wijkgerichte benadering voor de juiste doelgroepen De evaluatie van het beleid bevestigt de noodzaak om specifieke doelgroepen effectiever te bereiken. Een wijkgerichte aanpak zorgt voor een meer gerichte aanpak om maatwerk te kunnen leveren. Door flexibel in te spelen op de actuele behoeften en uitdagingen binnen specifieke wijken, kan de gemeente blijven bijdragen aan het bevorderen van gezondheid in verschillende buurten/wijken. Naast buurt Vollenhove zou Zeist West een volgende wijk kunnen zijn waar wijkgerichte aanpak wordt ingezet. We streven naar een beleid dat zowel voor iedereen toegankelijk is als een effectieve wijkgerichte aanpak omvat. In aanvulling op onze focus op specifieke wijken, verzekeren we dat onze inspanningen niet uitsluitend gericht zijn op de groep inwoners die te maken heeft met de meest ernstige problemen. 3. Getrapte ondersteuning met brede basisondersteuning en gerichte ondersteuning Het getrapte model van brede basisondersteuning en gerichte ondersteuning vormt een raamwerk voor toekomstig beleid en uitvoering.
Dit model benadrukt de cruciale rol van zowel algemene voorlichting en activiteiten als specifieke interventies voor kwetsbare groepen, zoals ouderen, minimagroepen, inwoners met een migratieachtergrond en jongeren/jongvolwassenen. Het uiteindelijke doel is een alomvattende aanpak die aansluit bij de diverse behoeften van de samenleving.
4. Samenwerking met sportclubs, scholen en welzijn voor meer sportparticipatie De evaluatie benadrukt aanhoudende uitdagingen met betrekking tot beweging en gezond gewicht, vooral onder jongeren en volwassenen. De samenwerking tussen de gemeente Zeist en lokale sportclubs, zoals vastgelegd in het Sport- en Preventieakkoord, wordt daarmee nog relevanter. Een intensievere betrokkenheid van sportclubs, maar ook scholen en welzijn, biedt de mogelijkheid om specifieke doelstellingen op het gebied van beweging en gezondheid doelgerichter aan te pakken, waardoor de positieve impact op de samenleving wordt vergroot. 5. Gezondheidsthema’s GALA als basis voor de nota sport/bewegen en gezondheid Dit uitgangspunt sluit nauw aan bij de samenhangende benadering van de gemeente, waarbij de GALA-gezondheidsthema's (uitgewerkt in het plan van aanpak ‘Samen gezonder in Zeist 2023 – 2026) worden geïntegreerd in de nota sport en gezondheid. Door de gezondheidsdoelen te verbinden met 33
bestaanszekerheid, heeft de gemeente een strategie om de synergie tussen deze essentiële aspecten van het welzijn van inwoners te versterken. Deze geïntegreerde aanpak bevordert duurzame verbeteringen en draagt bij aan het welzijn, gezondheid, actieve leefstijl en stabiele (financiële) basis van Zeister inwoners.
Specifieke aandachtspunten voor het nieuwe gezondheidsbeleid Op basis van de uitgevoerde kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeken heeft GGDrU de volgende adviezen gegeven voor het opstellen van nieuw beleid. 1. Allereerst wordt aangeraden om de lokale gezondheidsnota te vergelijken met de nationale nota volksgezondheid en gebruik te maken van de ambities en uitwerkingen daarin. Thema’s zijn: A. Gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving, B. Gezondheidsachterstanden verkleinen, C. Druk op het dagelijks leven bij jeugd en jongvolwassenen en D. Vitaal ouder worden. 2. Het belang van het integreren van het gedachtegoed van positieve gezondheid in het beleid wordt benadrukt. Een praktische suggestie is het gebruik van een doelenboom, waarin ambities worden vertaald naar concrete activiteiten, met evaluatie als essentieel onderdeel. 3. Om het bereik van inwoners te vergroten, wordt geadviseerd om intensief samen te werken met sleutelfiguren in de wijken. Speciale aandacht moet worden besteed aan het bereiken van ouderen en laaggeletterden, ook offline, via diverse communicatiekanalen. Het belang van investeren in de gehele samenleving en niet alleen in specifieke groepen wordt benadrukt. 4. Voor duurzaam gezondheidsbeleid wordt aanbevolen om doelen voor meerdere beleidsperiodes te continueren en subsidies voor langere periodes te verstrekken.
Het gebruik van incidenteel geld voor het opstarten van initiatieven die nadien gecontinueerd en geborgd kunnen worden, wordt aangemoedigd. Het beleid moet gestoeld zijn op de volgende vier pijlers voor een complete aanpak: educatie, signalering en ondersteuning, omgeving, en regelgeving en handhaving. 5. Het Plan van Aanpak GALA dient als basis voor gezondheidsbeleid, waarbij lacunes in het nieuwe beleid aangevuld moeten worden. De focus moet blijven liggen op leefstijlthema's zoals beweging, gezond gewicht, mentale weerbaarheid en alcoholpreventie. Daarnaast wordt aangeraden de gezonde leefomgeving als basis voor het gezondheidsbeleid te nemen, waarbij investeringen in de sport- en beweegtak worden aangevuld met andere initiatieven buiten de sportsector.
Specifieke aandachtspunten voor het nieuwe bestaanszekerheidsbeleid Op basis van de uitgevoerde kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeken, het panelonderzoek en de focusgroep heeft GGDrU de volgende adviezen gegeven voor het opstellen van nieuw beleid. 1. Voor bestaanszekerheid wordt geadviseerd om ambassadeurs met ervaringsdeskundig perspectief in te zetten en hen actief te betrekken bij beleidsacties. Het belang van een betere ontsluiting van financiële regelingen, met behulp van ervaringsdeskundigen, wordt benadrukt. 2. Verder wordt aangeraden om realiseerbare doelen te stellen die direct ten goede komen aan de doelgroep, zoals het opzetten van een tweedehandskledingzaak. 3. Het versterken en investeren in het minimanetwerk is ook cruciaal, waarbij organisaties onderling informatie moeten delen en regelmatige uitwisselingsbijeenkomsten moeten organiseren. 34
4. De introductie van een U-pas met diverse voorzieningen wordt aanbevolen, en speciale aandacht moet worden besteed aan de nieuwe doelgroep 'middeninkomens'. 5. Het verbinden van bestaanszekerheidsthema's aan een taalspoor en het overkoepelende programma moeten worden overwogen. 6. Ook wordt voorgesteld om te onderzoeken of er een regeling kan worden ingevoerd waarbij niet alleen naar de inkomensgrens wordt gekeken, maar ook naar de totale daadwerkelijke kosten. 7. Een overkoepelend programma dat gezondheid, sport, beweging en bestaanszekerheid verbindt, wordt aanbevolen als basis voor het beleid. 8. Het oppakken van eenvoudige, direct uitvoerbare initiatieven ('laaghangend fruit') en het integreren van gezondheid, beweging en bestaanszekerheid in bestaande projecten wordt benadrukt. 9. Het belang van een proactieve gemeentelijke rol als aanjager en verbinder, vooral op het gebied van regievoering, wordt onderstreept. 10. De samenwerking met ketenpartners moet worden geoptimaliseerd, met aandacht voor lange termijndoelen, gezamenlijke strategieën en duurzame inzet.
Specifieke aandachtspunten voor het nieuwe sport- en beweegbeleid Hieronder staan enkele specifieke aandachtspunten voor het toekomstige beleid. 1. Nadruk op sport als doel én middel: In de nieuwe nota moet sport niet alleen als middel, maar ook als doel benadrukt worden. Het belang van een goede basissportinfrastructuur en accommodaties werd benadrukt als essentieel voor het sportbeleid. Dit kan mooi aansluiten op het getrapte model (de driehoek) met de brede basis aan de onderkant waarmee je in principe iedereen wil bereiken. Sport als doel zit hem vooral in het voorwaardenscheppende accommodatiebeleid (velden, hallen, zwembad, gymlokalen, trapveldjes, speelplekken, scouting) tegen een niet-kostendekkend huurtarief. 2. Beweegvriendelijke omgeving: Er moet aandacht zijn voor het creëren van beweegvriendelijke omgevingen, zoals sportlinten door de wijk, ommetjes, fietsprojecten, om inwoners te stimuleren om meer te bewegen. Hiermee geef je een prikkel aan bewegen, en het overbruggen van afstanden te voet en op de fiets. Beweegvriendelijke omgevingen kun je ook verbinden aan sportparken, door middel van beweegroutes in en tussen sportparken. Daarmee maak je als gemeente een verbinding tussen sportaccommodaties en het gebruik daarvan en informele sportroutes. 3.
Regie bij de gemeente: Het is van belang dat de gemeente de regie behoudt en een centrale rol speelt in de uitvoering van het sportbeleid. Dit betekent dat de gemeente een rol heeft in beleidsbepaling, aansturing en bijsturing van dit beleid en als opdrachtgever bij de uitvoering. Ook vraagt het om goede afstemming van dit integrale beleid, waarin een ruimtelijke, sociale, financiele, organisatorische en logistieke component zit. 4. Multifunctioneel gebruik van sportvelden en accommodaties: Stimulering van multifunctioneel gebruik werd benadrukt, met specifieke aandacht voor het gebruik door commerciële (sport- en beweeg) aanbieders en niet-sportaanbieders, zoals het onderwijs, welzijn, zorg, kinderopvang en bedrijfsleven. Dit vraagt om goed sportparkmanagement en integrale regelgeving voor gebruik van de voorzieningen. 35
5. Openbaar gebruik van sportvelden/ open sportparken Het stimuleren van openbaar gebruik, zoals beweegpleinen, is belangrijk, maar hierbij moeten de zorgen van verenigingen met betrekking tot overlast en vandalisme serieus worden genomen. Dit betreft met name het concept ‘Open sportpark’ waarmee wordt beoogd het park zo optimaal mogelijk te benutten door letterlijk hekken te verwijderen en bewoners de mogelijk te bieden gebruik te maken van de velden. Dit vraagt uiteraard om gebruikers-, - en beheerafspraken en toezicht. Wat mag wel en niet op de velden? Hoe gaan we om met de eigendommen van de club? Welke gebruikerstijden zijn wel en niet geschikt? Kortom: Het beleid moet aandacht besteden aan open sportparken en wandelmogelijkheden, waarbij rekening wordt gehouden met overlast en bescherming van huurders. 6. Breedtesport versus topsport: Het beleid moet een duidelijke uitspraak doen over de balans tussen breedtesport en topsport. Gemeenten kunnen vooral een rol spelen, samen met de lokale sportaanbieders, bij talentontwikkeling, evenementen en topteamsportclubs, zoals hockeyclub Schaerweijde in Zeist. Huldiging van lokale kampioenen of de sporter van het jaar zijn ook goede voorbeelden. 7. Privatisering: Het vraagstuk van privatisering van sportvoorzieningen en (het uitbesteden van beheer- en onderhoudstaken van) accommodaties moet worden bekeken.
Voorbeeld hiervan is het zwembad dat in handen is van een BV waarvan de gemeente Zeist voor 50% eigenaar is. Uiteraard zijn er voor- en nadelen verbonden aan het verzelfstandigen van (exploitatie, beheer en/of eigendom van) accommodaties. Zo raak je per definitie een deel van je invloed kwijt bij uitbesteding. 8. Kwaliteit van accommodaties: Het sportbeleid moet aandacht besteden aan het waarborgen van de kwaliteit van accommodaties. Dit vraagt om normering en handhaving van de kwaliteit van sportaccommodaties. Deels betreft dit landelijke normering zoals die is vastgelegd in het kwaliteitsbeleid sportaccommodaties van de landelijke organisaties NOC*NSF en Vereniging Sport en Gemeenten. Gemeenten kunnen aanvullende kwaliteitsafspraken maken met gebruikers en exploitanten. 9. Inclusiviteit: Het uitgangspunt van het beleid is dat iedereen moet kunnen deelnemen aan sportieve en beweegactiviteiten. Sportclubs, ondernemende sportaanbieders en buurtsportcoaches dragen hier alle aan bij. Samenwerking met het onderwijs, welzijn en zorg zijn hierbij belangrijk om doelgroepen bij sport en bewegen te betrekken. 10. Duurzaamheid: Sportverenigingen moeten door de gemeente worden ondersteund in duurzaamheid. Duurzaamheid vatten wij hierbij breed op: bij nieuwbouw, sloop, vervanging en renovatie, in bouw, onderhoud, beheer en bij gebruik.
Het beleid moet aansluiten bij het duurzaamheidsprogramma van de gemeente en de verduurzaming van accommodaties. Met Sportief Opgewekt vindt een inventarisatie plaats van verduurzamingsmogelijkheden bij sportclubs met een eigen accommodatie. De adviezen kunnen worden geïmplementeerd in het kader van de BOSA 2024 (subsidie VWS).
36
Daarnaast neemt de gemeente ook haar eigen verantwoordelijkheid bij verduurzaming van gemeentelijke eigendommen, bouwprojecten en faciliteiten, zoals ledverlichting op sportparken. Eventuele overlast van sportparkverlichting voor inwoners uit de directe omgeving zal de gemeente beperken door toepassing van kleppen. 11. Zwembadbeleid: Het beleid ten aanzien van het zwembad moet worden opgenomen in het nieuwe sportbeleid. Er is behoefte aan verbinding tussen het zwembad en ontwikkelingen vanuit de gemeente, zoals de brede SPUK. Er moet meer aandacht zijn voor ondernemerschap en het verhogen van inkomsten in het zwembad. Kansen hiervoor doen zich voor door: -
Zwemverenigingen te betrekken bij maatschappelijke opgaven (GALA, sportakkoord) Zwemveiligheid (diplomazwemmen) hoger op de agenda te zetten Zwemmen te beschouwen als onderdeel van motorische vaardigheden van kinderen en daarmee het zwembad een plek te geven als “natte gymles” Met SRO afspraken te maken over marketing van uren zwembadverhuur overdag doordeweeks Het zwembad mee te nemen in de toekomstvisie Dijnselburg.
12. Centrale rol van sport binnen de organisatie: Sport moet een centrale rol spelen binnen de gemeentelijke organisatie en een integraal karakter hebben. Sport is een volwaardig onderdeel van lokaal beleid met raakvlakken op ruimtelijk, sociaal, economisch en pedagogisch gebied. Sport is een essentieel onderdeel van een prettige woonomgeving voor bewoners en bezoekers van Zeist. Zeist is bijvoorbeeld gastheer van de KNVB. Sport moet daarom ook beleidsmatig de waardering krijgen die het verdient binnen het gemeentelijke beleid en in de gemeentelijke organisatie. Integraal lokaal sportbeleid vraagt echter ook om goede afstemming, juist omdat zoveel beleidssectoren betrokken zijn bij sport en bewegen. Zeist moet daarom investeren in de beleids- en regiefunctie voor sport en bewegen. 13. Terugdringen van autogebruik: Het stimuleren van fietsgebruik en wandelmogelijkheden, en het verminderen van autogebruik is een belangrijk aandachtspunt. Onderzocht moet worden in hoeverre parkeerplekken kunnen wijken voor meer fietsenstallingen en beweegmogelijkheden. 14. Scouting: Opnemen van een goede afbakening van sport en bewegen en het positioneren van scouting en andere beweegactiviteiten in het nieuwe beleid. Er moet duidelijk beleid worden geformuleerd voor scouting, inclusief tarieven en (financieel) beleid bij gronduitgifte. 15. Stimuleren van bewegen:
37
Naast sport moet er aandacht zijn voor het stimuleren van bewegen in de bredere zin, met inbegrip van diverse beweeginitiatieven. De SPUK-regeling (GALA en sportakkoord) en de landelijke Beweegalliantie bieden hier passende aanknopingspunten voor. 16. Sportplezier: Het beleid moet zich richten op het bevorderen van sportplezier, wat leidt tot minder uitval en duurzame deelname aan sport. Wie goede, plezierige herinneringen heeft aan sport tijdens de jeugd, blijft vaak tot op hoge leeftijd aan sport doen, ook na periodes waarin niet of veel minder vaak wordt gesport. 17. Ondersteuning van verenigingen: Er moet specifieke aandacht zijn voor de ondersteuning van sportverenigingen. Sportverenigingen dragen zorg voor de organisatie van sport in competitie- en trainingsverband. In Zeist is sprake van een bloeiende clubcultuur. De gemeente Zeist faciliteert Sportief Zeist om clubs te ondersteunen waar dat nodig is. Sterke clubs zien wij graag als open clubs waar iedereen welkom is. De gemeente werkt de komende jaren onder meer aan een centraal coördinatiepunt voor clubondersteuning en aan een lokaal platform voor alle sportaanbieders in Zeist. Dit platform doet ook dienst als aanspreekpunt voor de gemeente en kan de gemeente desgevraagd advies geven. Met dit platform wil de gemeente Zeist ook de samenwerking tussen clubs een impuls geven. 18.
Wijkgerichte aanpak: Overweging is inwoners te betrekken bij de uitvoering van het sportbeleid op wijkniveau, zodat bij activering aangesloten kan worden bij wensen, behoeften en mogelijkheden van de inwoners. Samenwerking tussen Sportief Zeist, bewonersgroepen, Meander-Omnium en eerstelijnszorg (Welzijn op Recept) is hierbij cruciaal. 19. Betaalbaarheid van sportactiviteiten: Het beleid moet rekening houden met de betaalbaarheid van sportactiviteiten, vooral voor jongvolwassenen, en een relatie leggen met het bestaanszekerheidsbeleid. Het jeugdfonds Sport en Cultuur voorziet in een duidelijke behoefte. Voor volwassenen zetten wij in eerste instantie in op toeleiding naar een sport- en beweegaanbieder. Als contributie hierbij een probleem is, onderzoeken wij de mogelijkheden voor een sportfonds voor volwassenen, dat gedragen moet worden vanuit het particulier initiatief.
38
Bijlage 1: Opsomming onderdelen brede SPUK-regeling en GALA Hieronder volgt een opsomming van de onderdelen uit het GALA en de brede SPUK-regeling (Plan van aanpak Samen Gezonder in Zeist 2023-2026) welke de basis vormen voor het nieuwe beleid op het gebied van gezondheid, sport, bewegen en bestaanszekerheid. Als gemeente hebben we ons gecommitteerd aan deze thema’s richting het Ministerie van VWS. Sportakkoord en BRC-regeling:
Voortzetting van lokale samenwerking voor een gezond en sportief Zeist. Inzet van combinatiefunctionarissen (BRC) voor activiteiten op het gebied van sport, welzijn, zorg, onderwijs, en cultuur, als onderdeel van de brede SPUK.
Terugdringen Gezondheidsachterstanden:
Integrale buurtaanpak, met focus op taal, bestaanszekerheid, en eenzaamheid. Continuering van interventies met aandacht voor kwetsbare doelgroepen.
Kansrijke Start:
Voortzetting van lokale coalitie "Kansrijke Start Zeist" met vijf ambities. Focus op continueren, evalueren en doorontwikkelen van interventies.
Mentale Gezondheid:
Gebruik van budget uit de SPUK-regeling voor het verbinden van bestaande interventies en partijen. Specifieke aandacht voor de inzet van cultuur om mentale gezondheid te bespreken en kwetsbare groepen te bereiken.
Gezond Gewicht bij Kinderen:
Opzetten van integrale ketenaanpak "Kind naar Gezonder Gewicht" in samenwerking met verschillende lokale partners.
Valpreventie:
Implementatie van een integrale ketenaanpak voor valpreventie bij ouderen, met betrokkenheid van zorgverzekeraars en lokale partners.
Leefomgeving:
Gerichte investeringen op wijk- en buurtniveau voor het verminderen van gezondheidsverschillen. Inzet van gezondheidskennis bij besluitvorming over de fysieke leefomgeving.
Vroegsignalering Alcoholproblematiek (OKO):
Vernieuwing van het Preventie- en Handhavingsplan Alcohol met ondersteuning van GGDrU en het Trimbos Instituut. Inzet middelen uit de SPUK-regeling voor uitvoering van het plan.
Welzijn op Recept: 39
Voortzetting van de werkwijze "Welzijn op Recept" voor hulp bij psychosociale klachten. Gebruik van SPUK-regeling voor specifieke resultaten binnen deze werkwijze.
Eenzaamheid (sociale basis):
40
Voortzetting van het 75+huisbezoekprogramma Voortzetting van de activiteiten van de lokale coalitie een-tegen-eenzaamheid