RIB23.067 Uitkomst meicirculaire 2023
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Behandeling Griffie 20-6-2023 RIB23.067
Aan de gemeenteraad
Datum
20 juni 2023
Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp
Ons kenmerk
221631
Uw kenmerk
Uitkomst meicirculaire 2023 gemeentefonds
Behandeld door
Marion Hes
Portefeuillehouder
Walter van Dijk
Geachte leden van de raad, We hebben de meicirculaire 2023 ontvangen, doorgerekend en geanalyseerd. In deze brief geven we u informatie over de uitkomst hiervan, inclusief het effect dat deze uitkomst heeft op het begrotingssaldo van de gemeente.
Inleiding De meicirculaire 2023 is volgens planning op 31 mei 2023 verschenen. Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires; in mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september de vertaling van de Miljoenennota en december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af op basis van de juiste aantallen (zoals bijvoorbeeld inwoners). Dit is dus de eerste circulaire van dit jaar. Deze circulaire bevat onder andere informatie over de actualisatie van het accres en een structurele rijksbijdrage vanaf 2027.
Samenvatting De meicirculaire 2023 laat zien dat het tekort meerjarig is gehalveerd voor wat betreft het begrotingssaldo. Het effect wordt vooral veroorzaakt door: volume groei; in de jaren 2024 en 2025 compensatie voor de tekorten op de jeugdhulp en in 2027 een voorschot op de nieuwe financieringssystematiek gemeenten.
Toelichting uitkomst circulaire Alle bedragen in de tabellen zijn in deze brief afgerond op € 1.000.
Bijgesteld financieel meerjaren perspectief
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
Op 29 juni as. staat besluitvorming over de eerste bestuursrapportage 2023 en kadernota 2024 gepland. In de concept kadernota 2024 op blz. 4 treft u het financieel meerjarenperspectief aan. Dat perspectief is exclusief de uitkomsten van deze meicirculaire. Hieronder treft u het geactualiseerde financieel perspectief aan:
Jaarschijf 2027 heeft een ander saldo dan wat vermeld staat in de concept kadernota 2024. Inmiddels is er ambtelijk een start gemaakt met het opstellen van de meerjarenbegroting 2024 – 2027. Daarbij is gebleken dat het saldo € 3.217K minder negatief is dan wat, per abuis, is gepresenteerd in de concept kadernota 2024.
Het vervolg In de concept kadernota 2024 zijn twee scenario’s beschreven waarvan de tweede met deze circulaire realiteit is geworden: de effecten van de meicirculaire zijn niet toereikend. Daarom zullen richting de begroting 2024 (financiële) maatregelen nodig zijn om tot een sluitend meerjarenperspectief te komen. In paragraaf 3.2.2 staat kort vermeld hoe de te nemen stappen er uit kunnen komen te zien. Deze raadsinformatiebrief bevat geen voorstellen over het proces of de te nemen stappen maar is, zoals te doen gebruikelijk, uitsluitend bedoeld om de raad te informeren over de uitkomst van de circulaire. De uitkomst van de meicirculaire wordt volgens bestaande afspraken verwerkt. De bedragen voor 2024 tot en met 2027 worden conform bestaand beleid en conform opdracht van onze financieel toezichthouder (provincie Utrecht) verwerkt in de primitieve begroting 2024. De effecten voor het jaar 2023 zullen via een technische begrotingswijziging aan de raad worden voorgelegd om te verwerken in de lopende begroting 2023.
Uitkomst meicirculaire 2023 nader toegelicht In onderstaande tabel hebben wij de uitkomst van de meicirculaire vergeleken met die van de decembercirculaire. Het verschil is de mutatie van het gemeentefonds voor Zeist.
In deze circulaire zijn er twee soorten mutaties; onder A mutaties met een effect op het begrotingssaldo, die soms verrekend worden met een stelpost uit de begroting waardoor het effect gedempt wordt; en onder B de mutaties die direct beschikbaar worden gesteld voor een bepaald doel en daarom geen invloed hebben op het begrotingssaldo. Beide soorten mutaties worden hieronder onder A en B toegelicht.
A: Mutaties met een werkelijk effect op het begrotingssaldo
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
3
*voorlopige cijfers; concept begroting 2024 nog niet gereed In bovenstaande tabel horen de nummers uit het bovenste deel bij dezelfde nummers (indien van toepassing) bij het onderste deel. Beide nummers worden in één keer toegelicht. Bijvoorbeeld beiden nummers 1 worden toegelicht onder A.1. A.1 Loon- en prijsindexering In de meicirculaire wordt het basisjaar verlegd, dit keer van 2023 naar 2024, en kan de loon- en prijsindexatie van het Rijk voor het volgende jaar worden berekend. Daar staat tegenover dat de budgetten in onze gemeentelijke begroting ook verhoogd worden met loon- en prijsindexatie. In de concept kadernota 2024 wordt een indexatie, berekend volgens het vertrouwde “dakpannensysteem”, voorgesteld van 7,7%. Omdat een indexatie volgens het “dakpannensysteem” vermoedelijk hoger uit zou vallen dan de compensatie in deze circulaire, is in de begroting 2023 een stelpost opgenomen ad € 1.9 mln. Vooruitlopend op de nog op te stellen begroting 2024 is een globale inschatting gemaakt van de loon- en prijsindexering in 2024. Naar verwachting zijn de middelen uit deze circulaire voldoende om de indexatie, na verrekening met de stelpost van € 1,9 mln., in de concept begroting 2024 te dekken. Pas na het opstellen van de begroting zal blijken wat het financiële effect werkelijk is.
Wat opvalt is dat het Rijk over de jaren 2024 en 2025 meer loon- en prijscompensatie uitkeert dan de jaren daarna. De oorzaak hiervan is het kabinetsbesluit om de grondslag waarover de indexatie wordt berekend met ingang van 2026 te wijzigen. A.2 Accres en mutaties hoeveelheden De jaarlijkse groei (positief of negatief) van de algemene uitkering wordt het accres genoemd. Sinds de meicirculaire 2022 is het accres gesplitst in een volume- en een nominaal deel, waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename. In de meicirculaire van het lopend jaar wordt de loon- en prijstranche van het lopend jaar vastgezet. Het nominale deel wordt hierboven onder A.1 verder toegelicht. Het volumedeel is vastgeklikt voor de jaren 2022-2025 op de stand van de meicirculaire 2022. De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt verdeeld over alle gemeenten met behulp van maatstaven. Voorbeelden van maatstaven zijn: aantal inwoners, bedrijven en bijstandsontvangers. De aantallen worden steeds geactualiseerd. Voor de toekomst wordt er gerekend met trends en ook die worden iedere circulaire bijgesteld. Beide aanpassingen hebben voor een individuele gemeente effect op de omvang van de algemene uitkering. De actualisatie van de aantallen heeft een positief effect.
Ook de WOZ waarden zijn in deze circulaire geactualiseerd met een positief effect. A.3 Financieringssystematiek Vooruitlopend op een nieuwe financieringssytematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 voor het jaar 2026 eenmalig € 1 miljard beschikbaar gesteld. Dit bedrag is in deze meicirculaire vanaf 2027 structureel opgenomen. A.4 Integraal zorgakkoord (Wmo abonnementstarief)
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
4
Het kabinet stelt structureel € 110 mln. beschikbaar aan gemeenten samenhangend met het Integraal Zorgakkoord, ter compensatie van gemeenten voor gestegen kosten als gevolg van de invoering van het abonnementstarief Wmo. In de begroting van de gemeente Zeist maken de middelen voor Wmo deel uit van de algemene middelen. De budgetten voor de Wmo zijn reëel geraamd, onafhankelijk van de hoogte van de algemene uitkering. Daarom wordt de compensatie toegevoegd aan het begrotingssaldo. A.5 Compensatie jeugdzorg Het Rijk en de VNG hebben 18 april jl. een financieel principeakkoord bereikt voor de hervormingsagenda Jeugd. Als gevolg daarvan worden in 2024 en 2025, evenals in eerdere jaren, incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld voor de tekorten op de jeugdzorg. Voor meer informatie over de totstandkoming van deze compensatie verwijzen we naar de raadsinformatiebrief over de septembercirculaire 2021 (RIB21.171). Voor de jaren 2026 en verder blijven de middelen gereserveerd bij het Rijk en zal toevoeging aan de algemene uitkering plaatsvinden na het advies van de deskundigencommissie en besluitvorming daarover. Eén van de financiële afspraken in het principeakkoord is dat een klein deel van de besparingen één of meerdere jaren wordt uitgesteld wat tot een financieel voordeel leidt.
De gemeente Zeist had in de begroting al rekening gehouden met compensatie, voor de jaren 2024 en 2025 valt dit nu vrij. Per saldo ontstaat er een voordeel in 2024 van € 559K (4.488 – 3.929) en in 2025 van € 441K (2.706 - 2.265). Voor de jaren 2026 en verder blijft de begrotingspost voor de nog te ontvangen compensatie gehandhaafd. In de begroting van de gemeente Zeist maken de middelen voor jeugdhulp deel uit van de algemene middelen. De budgetten voor de jeugdhulp zijn reëel geraamd, onafhankelijk van de hoogte van de algemene uitkering. Daarom wordt de compensatie toegevoegd aan het begrotingssaldo. A.6 Compensatie kosten jeugdhulp “voogdij” 2020 en 2021 Voor de aanpassing van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet per 2022 waren er gemeenten met instellingen voor jeugdhulp in hun gemeente, die een tekort hadden op het jeugdhulpbudget. Het ging daarbij over de kosten voor jeugdigen met een voogdijmaatregel die in een instelling verblijven. De hogere kosten over 2020 en 2021 worden middels een compensatieregeling deels vergoed en worden uitgekeerd in 2023. Wij hadden daar in de jaarrekening van 2021 al gedeeltelijk rekening mee gehouden. Per saldo komt nu € 248K (935 – 687) ten gunste van het begrotingssaldo.
B: Taakmutaties en doeluitkeringen Taakmutaties zijn mutaties in het gemeentefonds met betrekking tot een specifieke taak van gemeenten. Vaak gaat het om extra middelen die door het Rijk zijn toegevoegd, soms ook om kortingen. Hoewel de middelen beschikbaar zijn gesteld voor een bepaald doel, zijn het vrij besteedbare middelen. Er is dan ook geen terugbetalingsplicht bij onderbesteding. Doeluitkeringen worden specifiek met een bepaald doel beschikbaar gesteld. Ook hiervoor geldt dat het in principe vrij besteedbare middelen zijn waarvoor geen terugbetalingsverplichting is bij onderbesteding.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
5
B.1 Combinatiefuncties / buurtsportcoaches De Brede Regeling Combinatiefuncties gaat over naar de Regeling specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en sociale basis 2023-2026 (SPUK-SGCS, ook wel ‘brede SPUK”). Dat betekent dat de financiering niet langer via het gemeentefonds plaatsvindt, maar via een specifieke uitkering. B.2 Jeugdhulp aan kinderen in AZC Vanaf 2019 zijn gemeenten volledig verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. Er wordt nu een structureel bedrag per gemeente toegekend. B.3 Flankerend beleid energiearmoede Het kabinet stelt incidenteel € 200 mln. beschikbaar voor de jaren 2022 tot en met 2024 om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. Van dit bedrag wordt in 2023 in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld voor de verwachte extra inzet die nodig zal zijn op het gebied van vroegsignalering en om gemeenten tegemoet te komen in het verwachte extra beroep op bijzondere bijstand. In een latere circulaire volgt informatie over de middelen voor 2024 en de verdeling daarvan.
B.4 Dienstverlening gemeentelijke aanpak armoede en schulden Voor de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet in 2023 in totaal € 118 miljoen beschikbaar gesteld. Van deze middelen wordt € 40 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld als investering in betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden. Gemeenten kunnen deze middelen inzetten om aan de slag te gaan met de prioriteiten van de aanpak geldzorgen, armoede en schulden, zoals het verdubbelen van het gebruik van de schuldhulpverlening en het tegengaan van kinderarmoede. B.5 Wet Sociale Werkvoorziening De omvang van de integratie-uitkering wijzigt door de actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie. B.6 Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag Op 1 januari 2023 is de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen in werking getreden. Vanaf dit uitkeringsjaar is er structureel budget beschikbaar voor de financiële gevolgen die de uitvoering van deze wet met zich meebrengt voor gemeenten. Dit houdt in dat er geen koppeling is met het daadwerkelijk plaatsvinden van verkiezingen in een gegeven jaar.
B.7 Wet goed verhuurderschap In het Coalitieakkoord is afgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om malafide verhuurderschap en discriminatie op de huurmarkt gerichter aan te pakken. Deze afspraken worden uitgevoerd in de vorm van het wetsvoorstel Goed Verhuurderschap. Het wetsvoorstel introduceert een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap, in de vorm van algemene regels, waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars zich dienen te houden. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage voor de eenmalige kosten die gemeenten maken als gevolg van de invoering van de landelijke regels en het instellen van het meldpunt. Daarnaast bestaat de financiering uit een structurele bijdrage voor de structurele kosten als gevolg van de handhaving van de landelijke algemene regels en het meldpunt. B.8 Inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo Het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft en in plaats daarvan wordt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo 2015 heringevoerd. Daarbij is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de vormgeving zoals die voorheen was met oog voor inkomenseffecten en het beroep dat wordt gedaan op de Wmo.
Anders dan beoogd in het Coalitieakkoord verdwijnt het abonnementstarief niet alleen voor de huishoudelijke hulp, maar voor alle Wmo-voorzieningen waarop het abonnementstarief nu van toepassing is. Hiervoor wordt een wetsvoorstel voorbereid. Implementatie wordt verwacht in 2026. Het huidige wetsvoorstel voor invoering
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
6
van de passende eigen bijdrage huishoudelijke hulp (waarvan de inwerkingtreding per 2025 werd voorzien) wordt ingetrokken. Omdat gemeenten de eigen bijdrage gaan innen vindt er een korting plaats op de algemene uitkering. De korting voor een eigen bijdrage op de huishoudelijke ondersteuning wordt ingetrokken; een voordeel van € 298K vanaf 2025. Een nieuwe korting ad € 658K (nadeel) vanaf 2026 komt daarvoor in de plaats. B.9 Leerlingenvervoer Oekraïne Gemeenten hebben de regie en verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer aan leerlingen uit Oekraïne. Gemeenten ontvangen een tegemoetkoming voor de kosten die zij hiervoor hebben gemaakt, en maken. De decentralisatie uitkering ziet toe op de periode van januari 2023 tot en met 31 juli 2023. De bedragen die worden toegekend aan een gemeente zijn gebaseerd op het aantal geregistreerde kinderen uit Oekraïne, met peildatum 23 januari 2023. B.10 Taal voor ontheemden uit Oekraïne Ontheemden uit Oekraïne hebben nu beperkte mogelijkheden om de Nederlandse taal op vrijwillige basis te leren. Om een hogere arbeidsparticipatie te stimuleren, het mogelijk te maken voor Oekraïners om werk te doen dat past bij hun vaardigheden en opleiding en om deel te kunnen nemen aan de Nederlandse maatschappij, is het leren van de Nederlandse taal essentieel.
Deze middelen hebben tot doel het gemeentelijke aanbod van taalonderwijs aan volwassen ontheemden uit Oekraïne te stimuleren. Er zal gebruik gemaakt worden van een verdeelsleutel op basis van data van het Centraal Bureau voor de Statistiek over het aantal opgevangen ontheemden uit Oekraïne per gemeente. B.11 Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2023 € 2.370 per persoon.
Overige mededelingen in de circulaire Financieringssystematiek medeoverheden In het coalitieakkoord heeft het kabinet een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden aangekondigd met als doel een stabiele(re) financiering en meer autonomie voor medeoverheden. Bij de Miljoenennota 2023 heeft het kabinet aanvullend vanaf 2027 structureel € 1 mld. voor gemeenten beschikbaar gesteld, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek. Daarnaast worden de fondsen vanaf 2027 geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Hiermee wordt een stabiele, solide en duurzame financiële basis geboden. Voorlopig is hiervoor aanvullend budget gereserveerd van € 150 mln. in 2027 en € 300 mln. in 2028 voor gemeenten. Deze is dus nog niet verwerkt in deze circulaire. In het coalitieakkoord is opgenomen dat bij het uitwerken van een nieuwe financieringssystematiek, de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Op gemeentelijk niveau wordt in samenspraak met de VNG bezien welke mogelijkheden er zijn qua modernisering en uitbreiding van het belastinggebied, waarbij op basis van de uitkomsten een eventueel wetgevingstraject in gang wordt gezet. Een grove inschatting is dat € 150 mln. macro ongeveer € 456K betekent voor Zeist.
Wij vertrouwen erop u met het verstrekken van deze informatie op afdoende wijze te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J.J.L.M. Janssen
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
7
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist