CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB23.065 Jaarstukken 2022 ODrU en VNG ledenbr. IBP-VTH

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 26 juni 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Informatiebrieven (ter kennisname)5.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ui | \

Publiekshal = Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl =» www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 « zeist@zeist.nl

Pamm

Gemeente Zeist

Behandeling GC whe 15-06 2022 Aan de gemeenteraad

Datum

“ROS Be. obs

8 juni 2023

Bijlage(n) Onderwerp

Ons kenmerk

211763

Uw kenmerk

Burgerservicenummer

Diversen

Jaarstukken 2022 van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)/ VNG

Behandeld door

Arno Klarenbeek

Portefeuillehouder

Wouter Catsburg

ledenbrief IBP/VTH

Geachte leden van de raad,

Op 20 april hebben wij van ODRU de jaarstukken 2022 ontvangen en gedeeld met uw raadrapporteurs Alexander Pieters en Gerard van Vliet. De stukken zijn ook geplaatst op de postlijst van uw raad van 23 mei jl

poststuknummer PR23.049 https://zeist.raadsinformatie.nl/modules/1/Ingekomen%20stukken/844611 .

Formeel is er bij deze gemeenschappelijke regeling geen gelegenheid voor het geven van een zienswijze op

de jaarstukken. Neemt niet weg dat het goed is om kennis te nemen van de inhoud van de stukken ten

behoeve van zicht op hetreilen en zeilen binnen deze regeling. Wij hebben de stukken aan de hand van bijgevoegd collegevoorstel/-besluit beoordeeld. Onderstaand gaan wij hier nog nader op in. ODRU constateert dat de exploitatie in 2022 onder druk heeft gestaan als gevolg van de vele veranderingen zoals de Omgevingswet, energietransitie, de circulaire samenleving en het interbestuurlijk programma vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Maar ook de krappe arbeidmarkt, het personeelsverloop en open blijvende vacatures, de werkdruk en het hogere ziekteverzuim (6,16%). Ook de hoge inflatie en prijsstijgingen zijn van invloed geweest op de exploitatie. Daardoor is er voor het eerst sinds jaren een

negatief exploitatieresultaat gerealiseerd van €49.407 - op een jaaromzet van ruim €19 min. De bijgestelde begroting 2022-02 ging uit van een positief resultaat van €38.000. Het resultaat is daarmee €87.407 - slechter dan geraamd. Dit is vooral veroorzaakt door achterblijvende opdrachten van de deelnemers waardoor minder baten zijn ontvangen dan begroot.

Het algemeen bestuur van ODRU heeft besloten de deelnemers niet met dit negatieve resultaatte belasten, maar dit bedrag te dekken uit de algemene reserve c.q. het weerstandsvermogen van ODRU zelf. Wij kunnen

ons daarin vinden. Zoals eerder aangegeven vinden wij het wel noodzakelijk dat het weerstandsvermogen binnen ODRU op het gewenste niveau van tenminste de ratio 1 blijft. Door de uitname ter dekking van het tekort 2022 en door actualisatie van de risico’s is dat nu niet (meer) het geval. Bij de zienswijze procedure over de begrotingswijziging 2023 en de ontwerp-begroting 2024 zijn we daarop ingegaan en hebben wij ingestemd met de voorgestelde maatregelen van ODRU om het weerstandsvermogen weer op de ratio 1 te

krijgen (totaal benodigd bedrag €1.091.000). Zie RIB23.044 op uw lijst van ingekomen stukken van 23 mei jl .

Austerlitz « Bosch en Duin « Den Dolder « Huis ter Heide « Zeist

https://zeist.raadsinformatie.nl/document/12665899/1/RIB23 044+1e+BGW+2023+en+ontwerpbegroting+202 4+ODrU Daarmee wordt door ODRU aan onze voorwaarde voldaan.

In paragraaf 5.15 is in de jaarrekening ingegaan op de productiecijfers voor Zeist en ODRU totaal. Kortheidshalve verwijzen wij u daar naar. Onderstaand een aantal kengetallen uit de jaarrekening die beelden geven over de staat van ODRU: e

De gerealiseerde productiviteit per fte is onder de norm van 1360 uur per (productieve) fte gebleven.

Deze is uitgekomen op 1241 uur perfte. lets lager dan in 2021 met 1281 uur en 2020 met 1294 per

fte. Dit komt vooral doorhet hogere ziekteverzuim en het arbeidsverloop (opname verlof en

inwerkperiode), waardoor binnen de uren minder omzet kon worden gedraaid. Een plausibele verklaring.

e

Het ziekteverzuim is 6,16% en daarmee boven de norm van 5% uitgekomen. Kortdurend en middellang 2,92% langdurend 2,83% en extra lang 0,41%. Het beeld t.o.v. voorgaande jarenis de volgende: 2021 3,68% 2020 4,58% 2019 6,14% Het langere verzuim betreft steeds wisselende personen en wordt nagenoeg hoofdzakelijk

veroorzaakt door niet werk gerelateerde (medische) oorzaken mede verband houdend met een grote populatie 50/60 plussers. Voor het (langdurend) ziekteverzuim is van het management en

ARBOdienst veel aandacht.

e

De overhead is ook in 2022 binnen de norm van 25% gebleven, te weten 22,01%. De ontwikkeling

van de overhead in de achterliggende jaren geeft het volgende beeld: 2021 21,94%. 2020 21,47% 2019 21,5%

Delichte stijging heeft te maken met toename aan I&A kosten en kosten voorinterne control en

rechtmatigheidsverantwoording. Een ontwikkeling die noodzakelijk en heel herkenbaar is voor alle

gemeentelijke organisaties.

e

Het aandeel van Zeist in de totale ODRU exploitatie 2022 van €18.378.147 bedraagt €2.021.785 (11%). Dit is gedekt uit onze begroting. De ontwikkeling van ons aandeel in de omzetin de achterliggende jaren geeft het volgende beeld: 2021 €2.004.291 2020 €1.934.166 2019 €1.864.822 De verschillen kunnen wordenverklaard door de kostprijsstijgingen en door de wisselende

aanvullende uren voor duurzaamheids- en leefomgevingswerkzaamheden (geluid, bodem, lucht e.d)

door nieuweinitiatieven en als gevolg van ons beleid t.a.v. klimaat, energie, duurzaamheid en onze

natuur- en duurzaamheidscommunicatie taken.

e

In paragraaf6.2 is uitvoerig ingegaan op het weerstandsvermogen en de risico’s. Het aanwezig budgetis €809.086. Voorratio 1 is tenminste een bedrag van €1.091.000 benodigd, dit vereist een extra bijdrage van de deelnemers om het verschil af te dekken. Zie recent collegebesluit met

RIB23.044).

e

Eris een positieve controleverklaring van de accountant d.d. 6 april 2023. Op 27 maart heeft de accountant zijn bevindingen met de auditcommissie ODRU besproken. Het verslag van de betreffende vergadering is ter informatie bij de stukken gevoegd.

Austerlitz « Bosch en Duin « Den Dolder = Huis ter Heide = Zeist

Voor de overige informatie en toelichtingen verwijzen wij u naar de uitgebreide jaarstukken van ODRU die u bijgevoegd aantreft. In paragraaf 6.3 met de financiele kengetallen (netto schuldquote, solvabiliteit en

structurele exploitatieruimte) geeft ODRU op basis van de uitkomsten van die kengetallen een financieel stabiele organisatie te zijn. Zoals in onze eerdere reactie over de begrotingswijzigingen 2023 en ontwerpbegroting 2024 aangegeven hebben wij echter gezien de context waarin ODRU zich bevindt zorgen over de voortzetting van die financiele stabiliteit. Op 15 mei jl tijdens het bezoek van de secretaris, directeur ODRU aan onze gemeenteraad is naast het toekomstperspectief (de Koers en de samenwerking met de RUD-Utrecht) daarom ook stilgestaan bij de

exploitatie van ODRU. Er zijn nogal wat verzwarende omstandigheden binnen de huidige maatschappelijke

context (de grote opgaven en transities, de nijpende financien bij de gemeenten, de Omgevingswet, de inflatie- en prijststijgingen en de arbeidsmarkt) die de exploitatie van ODRU onder druk zetten. ODRU heeft

aangegeven om gezien deze context door middel van rapportages informatie over de ontwikkeling van de exploitatie in 2023 met de besturen van de deelnemerste zullen delen. Wij volgen dit op de voet.

De ODRU zeilt met zijn exploitatie scherp aan de wind. Er is te weinig tijd en ruimte voor de juist zo nodige innovatie en aandacht voor de transities. De krapte op de arbeidsmarkt en het verloop heeft invloed op werkdruk en arbeidsproductiviteit. Als deelnemer(s) dienen we hier samen met ODRU nadukkelijk aandacht voor te hebben. ODRU verdient het om, vooral ookin het belang van onze fysieke leefomgeving, in de komende jaren meer innovatie- en ontwikkelruimte te krijgen. Wij zetten ons daar ambtelijk en bestuurlijk binnen de gremia van ODRU voor in. In dat licht attenderen wij u op het volgende. Op 25 mei hebben wij bijgevoegde ledenbrief van de VNG

ontvangen met als onderwerp: interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (vergunningverlening,

toezicht en handhaving). Het draait in deze brief om het creeren van robuuste omgevingsdiensten in

Nederland. Deze ledenbrief hebben wij ter verspreiding aan uw raadsgriffie aangeboden en toegestuurd aan uw raadrapporteurs. De VNG heeft in de ledenbrief de gelegenheid geboden om voor het eerstvolgende

bestuurlijke overleg van de gesprekspartners IBP VTH op 22 juni aanstaande aan de VNG een reactie mee te

geven. In de ledenbrief constateert de VNG dat het belangrijk is dat de omgevingsdiensten in staat zijn om de

opgedragen taken zo uit te voeren dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving (bescherming

bewoners), het voorkomen van (vermijdbare) milieuschade en het aanpakken van de (milieu)problemen.

Daarnaast dienen de diensten hun rol te (kunnen) pakken in de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat. Hiervoor dienen robuuste omgevingsdiensten te worden gerealiseerd. Op 22 maart jl heeft het bestuurlijk overleg VTH voor de toets van het robuustzijn van een omgevingsdienst ingestemd met 4 toetscriteria, te weten effectiviteit, efficiency, wendbaarheid en ontwikkelvermogen.

Om deze criteria meetbaar en specifiek te maken, zijn deze vertaald in een set van kritische prestatieindicatoren (kpi's) die voor de omgevingsdiensten moeten gaan gelden, te weten:

De KPI's: 1. De omvang van het regionaal werkprogramma (VTH-uren) (inclusief ketentoezicht) gecombineerd met percentage medewerkers in eigen dienst. Deze omvang (basis- en milieugerelateerde plustaken) is 2. 3. 4.

5. 6.

minimaal € 15 miljoen (inclusief overhead) (prijspeil 2021) en 80% van de medewerkers in het primaire proces in dienst van de organisatie.

De dienst voldoet aan geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel de basistaken als de plustaken. De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voorinnovatie blijkend uit aanwezigheid

van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie.

De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen). Dit blijkt uit afdoende algemenereserve voor geïdentificeerde risico's en onverwachte operationele tegenvallers en expliciete afspraken over uitname. De dienst kan een relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatie gestuurd gewerkt.

Dat komt tot uitdrukking in percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en opleidingsbudget van 3% van de loonsom.

De dienst pastbij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografisch werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal.

Austerlitz «» Bosch en Duin « Den Dolder « Huis ter Heide = Zeist

Wij herkennen de taken en het belang van goede uitvoering door de omgevingsdiensten zoals in de ledenbrief beschreven. Wij staan ook geheel achter de 4 toets criteria en de 6 geformuleerde KPI's voor een robuuste omgevingsdienst. Wij merken op dat zoals bij De Koers ODRU aangegeven entijdens de raadsbijeenkomst op 15 mei toegelicht in onze provincie in dat licht op dit moment verdergaande samenwerking tussen de

Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD-U) en de ODRU wordt verkend.

Wij moeten evenwel constateren dat het niet realistisch is te verwachten dat deze KPI's zonderfinanciele

steun van het Rijk door de omgevingsdiensten en gemeenten zijn te realiseren. Zoals hier voor aangegeven is in de huidige begrotingen niet voorzien in budget voorinnovatie- en ontwikkelruimte. De loon-/inflatie- en

prijsstijgingen hebben in combinatie met het stijgende ziekteverzuim, de krapte op de arbeidsmarkt en duurdere inhuur in 2022 al voor een niet sluitende exploitatie gezorgd. Deelnemers hikken al aan tegen volledige loon- en prijscompensatie bij gemeenschappelijke regelingen. Voor 2024 zijn de verzwarende

financiele impact van de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet in de ODRU begroting verwerkt.

Kortom de gemeenten “schaffen dies” niet alleen!

Zoals u wellicht weet is er een adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (commissie Van Aartsen) die advies heeft gegeven over de mogelijkheden om milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening in Nederland te versterken en het stelsel effectiever en slagvaardiger te maken. Zie bijgevoegde link naar dat advies c.q. rapport en zie in het bijzonder advies E. https:/lopen.overheid.nl/documenten/ronl-d30f4087-d7dc-4dda-93b6-398127aa259/pdf In het rapport staat expliciet dat omgevingsdienst niet robuust zijn en onvoldoende ontwikkelvermogen

hebben, als zij niet over voldoende financiële middelen beschikken. Dit heeft ons er toe gebracht om gebruik te maken van de door de VNG geboden gelegenheid om kenbaar te maken dat we weliswaar de taken en het belang van goede uitvoering door de omgevingsdiensten herkennen en achter de in de ledenbrief opgenomen criteria en KPI's staan, maar ook inzien dat deze zonder financiele steun van het Rijk voor de gemeenten en omgevingsdiensten nimmer te realiseren zijn. Mede financiering van de omgevingsdiensten door het Rijk is derhalve naar onze mening een randvoorwaarde voor het creeren van robuuste

omgevingsdiensten in Nederland. Zonder mede financiering door het Rijk geen robuuste omgevingsdienst! Het leek ons goed u hiervan op de hoogtete brengen.

Afrondend voor watbetreft de jaarstukken 2022:

Ook in het exploitatiejaar 2022 is er weer intensief samengewerkt tussen ODRU en de ambtelijk regie-

voerders, ambtelijk opdrachtgevers en projectleiders en andere betrokkenen bij bijvoorbeeld de omvangrijke

implementatie van de Omgevingswet. ODRU heeft met het programma Omgevingswet in de achterliggende jaren een zeer verdienstelijke gidsrol gepakt en gezorgd voor verbinding en coordinatie. We zijn daardoor goed op weg voor de implementatie van de noodzakelijke elementen per 1-1-2024, waarvoor de eindspurt in het resterende deel van dit jaar is ingezet. Wij hebben ingestemd met de jaarrekening 2022 van de ODRU. Op grond van het delegatiebesluit zijn wij bevoegd een oordeelte vellen over deze P&C stukken van ODRU. Wanneer u vragen en of opmerkingen heeft kunt u zich tot uw raadsrapporteurs wenden dan wel tot de opsteller zoals bovenaan deze brief vermeld.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de

tesecretaris,

'S. Grotens

Austerlitz = Bosch en Duin = Den Dolder = Huis ter Heide « Zeist

PR23.049/202621

Bezoekadres: Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht

Gemeente Zeist Aan de gemeenteraad, ter attentie van het College van B&W Postbus 513 3700 AM ZEIST

Utrecht, 20 april 2023

Postadres: Postbus 13101 3507 LC Utrecht 088 – 0225000 info@odru.nl kvk 55523544 btw NL85 1750 126 B01 iban NL35 BNGH 0285 1555 71

DIGITAAL VERZONDEN 20 april 2023

Ons kenmerk: Behandeld door:

INT20.1011-2073 A.E. van Vuuren

Onderwerp:

Jaarstukken ODRU 2022 en accountantsverklaring

Geacht college, Met genoegen bieden wij u op grond van artikel 36 van de gemeenschappelijke regeling de Jaarstukken 2022 van Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) aan. Ook bieden wij u ons online magazine aan. Wij zijn trots op onze inhoudelijke resultaten en willen u daarom een korte terugblik geven op 2022. Het jaar waarin we ons 10 jarige bestaan hebben gevierd, het klimaatpaviljoen bij de Boswerf te Zeist is geopend, de nota bodembeheer is vastgesteld en er mooie resultaten zijn bereikt op het gebied van energiebesparing bij bedrijven. U kunt het jaarverslag bekijken door nu op onderstaande afbeelding te klikken. Wij wensen u veel leesplezier.

Figuur 1 - https://odru2022.jaarverslag.org/

Toelichting Het algemeen bestuur van de ODRU heeft in zijn vergadering van 6 april de Jaarstukken 2022 unaniem vastgesteld. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening. In het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de realisatie van de vooraf gestelde doelen (Koers 20192022) en staan de volgende vragen centraal: wat hebben we bereikt, wat is ervoor gedaan en wat heeft het gekost? In de jaarrekening wordt meer in financiële zin verantwoording afgelegd over het afgelopen jaar, zowel over de exploitatie als de balans. De ODRU sluit het jaar af met een negatief resultaat van € 49.407 op een jaaromzet van ruim 19 miljoen euro. Het resultaat over 2022 is minder dan begroot en wordt vooral veroorzaakt door de onderschrijding aan de batenkant. In totaal hebben wij bijna 189.500 uur gerealiseerd, een onderschrijding van ruim 6,1% op de gecontracteerde uren. Vergelijken we dit met de uren uit de tweede bijgestelde begroting 2022, dan blijkt dat we bijna 3.100 uur minder hebben gerealiseerd. Door de krapte op de arbeidsmarkt is het niet gelukt om de personeelsbezetting op te voeren waardoor er wederom veel inhuur nodig was om de taken uit te voeren. Daarnaast is het merkbaar dat de overige personele kosten (o.a. wervingskosten) en algemene kosten (o.a. ICT) sterk stijgen door schaarste en inflatie.

Aan de batenkant valt op dat het niet gelukt is om UVP taken voor de gemeenten volledig uit te voeren. Dat komt door gebrek aan personele capaciteit, zowel bij ODRU als bij gemeenten. Dekking negatieve resultaat Het algemeen bestuur heeft in zijn vergadering van 6 april 2023 besloten het negatieve resultaat uit 2022 te dekken uit de algemene reserve van ODRU. Tenslotte Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer A.E. Van Vuuren, directeur van de Omgevingsdienst regio Utrecht, telefoon 088 - 022 5000.

Met vriendelijke groet, namens het dagelijks bestuur Omgevingsdienst regio Utrecht,

Sjors Fröhlich voorzitter

bijlage:

Jaarstukken ODRU 2022 incl. bijbehorende accountantsverklaring

c.c.

Regievoerder(s)

2 van 2

Nr. 367 Aan het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Regio Utrecht

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2022 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2022 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Regio Utrecht te Utrecht gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2022 als van de activa en passiva van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Regio Utrecht op 31 december 2022 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); • zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2022 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder interne verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Regio Utrecht van 15 december 2022.

De jaarrekening bestaat uit: 1 het overzicht van baten en lasten over 2022; 2 de balans per 31 december 2022; 3 de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen; 4 de SiSa-bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen (bijlage 3); en 5 de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld (bijlage 4). De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 28 september 2017, het normenkader van 15 december 2022 en het Controleprotocol Wet WNT 2022 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Regio Utrecht zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

2

Informatie ter ondersteuning van ons oordeel Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 195.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Op basis van hoofdstuk 4 van de Nota verwachtingen accountantscontrole 2022 hebben wij bij de controle van de SiSa-bijlage dezelfde materialiteit toegepast als bij de controle van de jaarrekening. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2022. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado.

Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 9.750 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve, SiSa- of WNT-redenen relevant zijn. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2022 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNTplichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie De jaarstukken omvatten andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. De andere informatie bestaat uit: • jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen; • bijlage 1 en 2. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.

3

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder interne verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader van Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Regio Utrecht d.d. 15 december 2022. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur de veronderstellingen inzake de financiële risico’s in relatie tot de financiële positie onderbouwen en afwegen of de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de financiële risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de organisatie. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, de Nota verwachtingenaccountantscontrole 2022, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 28 september 2017, het normenkader van 15 december 2022, het Controleprotocol WNT 2022, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.

4

Onze controle bestond onder andere uit: •

•

• •

• •

het identificeren en inschatten van de risico’s o dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, o dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden.

Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de organisatie; het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring.

Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de gemeenschappelijke regeling de financiële risico’s niet kan opvangen; het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Dordrecht, 6 april 2023

Verstegen accountants en adviseurs B.V.,

was getekend, W.P. de Vries RA

Aan de leden

Datum

25 mei 2023 Ons kenmerk

PR23.066/207934

U202300375 Lbr. 23/021 Telefoon

070-373 8393

Onderwerp

Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP VTH)

Geachte leden van college en gemeenteraad, Aanleiding: het belang van een goed functionerende omgevingsdienst De bestuurlijke betrokkenheid bij - en het urgentiebesef voor - een gezonde en veilige leefomgeving voor inwoners en ondernemers neemt toe. Ontwikkelingen rondom stikstof, PFAS en de situatie bij Tata Steel maar ook het beoordelen van omgevingsvergunningen voor windmolens, bedrijven en gebouwen vragen om een deskundige aanpak. Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is een cruciale schakel bij het adviseren over en het beoordelen van ontwikkelingen in onze leefomgeving. Met de komst van de Omgevingswet wordt dit nog omvangrijker. Gemeenten hebben als eigenaar en opdrachtgever een groot belang bij een goed functionerende omgevingsdienst in de aanpak van de complexe (milieu)opgaven. Robuuste omgevingsdiensten zijn cruciaal voor het beschermen van onze inwoners en hun leefomgeving en het voorkomen van milieuschade. Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel: rol en acties Het interbestuurlijk programma versterking van het VTH-stelsel (IBP VTH) geeft uitvoering aan de aanbevelingen van de commissie-Van Aartsen (zie VNG-bericht 21 december 2021) voor een sterker en onafhankelijker VTH-stelsel voor milieu. Inmiddels is het programma flink op stoom en worden de eerste producten opgeleverd.

De mede door de VNG bepleite gezamenlijke aanpak in plaats van een top-down benadering vraagt commitment en betrokkenheid van gemeenten voor de keuzes die worden gemaakt in het programma. Met deze ledenbrief informeren we u over de voorgenomen besluitvorming en hoe u hierbij uw inbreng kunt leveren.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

vng.nl

Criteria en prestatie-indicatoren robuuste omgevingsdiensten Het is belangrijk dat de omgevingsdiensten in staat zijn om de opgedragen taken zo uit te voeren dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving (bescherming bewoners), het voorkomen van (vermijdbare) milieuschade en het aanpakken van de (milieu)problemen. Daarnaast dienen de diensten hun rol te (kunnen) pakken in de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat. Vanuit het IBP VTH is door de werkgroep Robuuste omgevingsdiensten geconstateerd dat de door de Tweede Kamer gewenste congruentie met de veiligheidsregio niet in alle regio’s de beoogde mate van robuustheid realiseert. Daarom is een inhoudelijke benadering gevolgd waarbij 4 criteria zijn geformuleerd, te weten effectiviteit, efficiency, wendbaarheid en ontwikkelvermogen. Om deze criteria meetbaar en specifiek te maken, zijn deze vertaald in een set van kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Het Bestuurlijk Overleg IBP VTH stemde 22 maart jl. in met de criteria en kpi’s en het vervolgtraject voor normering. Daarbij werd gesteld dat er voldoende scherpte in de normering van de 6 kpi’s moet worden aangebracht zodat ze onderscheidend zijn. De VNG vroeg aandacht voor het perspectief van communicatie: dat is in de aanpak verwerkt. Ook hebben we opgeroepen de consequenties en doorwerking (ook voor gemeenten en provincies) goed te bekijken.

Dat heeft geresulteerd in de volgende normering van de KPI’s: 1.

2. 3.

4.

5.

6.

De omvang van het regionaal werkprogramma (VTH-uren) (inclusief ketentoezicht) gecombineerd met percentage medewerkers in eigen dienst. Deze omvang (basis- en milieugerelateerde plustaken) is minimaal € 15 miljoen (inclusief overhead) (prijspeil 2021) en 80% van de medewerkers in het primaire proces in dienst van de organisatie. De dienst voldoet aan geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel de basistaken als de plustaken. De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie blijkend uit aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie. De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen). Dit blijkt uit afdoende algemene reserve voor geïdentificeerde risico’s en onverwachte operationele tegenvallers en expliciete afspraken over uitname. De dienst kan een relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatiegestuurd gewerkt. Dat komt tot uitdrukking in percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en opleidingsbudget van 3% van de loonsom. De dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografisch werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal.

Planning verdere besluitvorming en uitnodiging online netwerkbijeenkomst Er is op 22 juni een Bestuurlijk Overleg IBP VTH, hierin worden de door het programma ontwikkelde vereisten en randvoorwaarden voor een robuuste omgevingsdienst vastgesteld. Voor de VNG is het draagvlak voor de consequenties van deze besluitvorming van groot belang en het is zaak ook het vervolgproces goed te organiseren. De VNG-commissie Economie, Klimaat, Energie en Milieu (EKEM) bespreekt op 25 mei de genormeerde criteria en kpi’s voor robuustheid en het landschap van omgevingsdiensten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/3

Om ons als VNG en gemeenten extra goed voor te bereiden op het bestuurlijk overleg met de staatssecretaris houden we een digitale netwerkbijeenkomst op 7 juni van 13.30-15.00 uur (aanmeldformulier voor deze bijeenkomst). We nodigen u als gemeentelijke bestuurder van uw omgevingsdienst van harte uit daarbij aanwezig te zijn (mogelijk heeft u al een uitnodiging ontvangen). Als u verhinderd bent en toch wilt reageren dan kunt ook een mail sturen aan ronald.kersbergen@vng.nl. De input wordt door de VNG-vertegenwoordiger in het Bestuurlijk Overleg IBP VTH van 22 juni meegenomen. In dit overleg worden de normering van de criteria en kpi’s voor robuustheid van omgevingsdiensten vastgesteld. Met vriendelijke groet,

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Mr. L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12866248/1