CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB23.039 Zienswijze PlanMER

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 11 april 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven2.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

|

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

N

MN |

Publiekshal = Het Rond1, Zeist

www.zeist.nl = www.twitter.com/gemeentezeist www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 = zeist@zeist.nl

Gemeente Zeist

“behanole & NG)

Aan de gemeenteraad

GC fy fh e

ob- Ou. 2028

Rub az) 039

Datum

4 april 2023

Ons kenmerk

Bijlage(n)

1

Onderwerp

Behandeld door

Zienswijze PlanMER

Beuvery, Noortje

Portefeuillehouder

Wethouder Catsburg

177246

Uw kenmerk

Geachte leden van de raad,

Op 14 februari (zie RIB 23.032) heeft de Provincie Utrecht aan alle gemeenten een brief gestuurd waarin de provincie Utrecht aankondigt een verkenning uit te voeren en daarbij een planMER opstellen om milieuinformatie te verzamelen over een groot aantal onderzoeksgebieden voor windenergie. Hiermee krijgen gemeenten meer informatie om te gebruiken in gemeentelijke processen en wordt een provincial e rol voorbereid. Daarnaastkan deinformatie uit het planMER gebruikt worden voor een toekomsti ge herijking van de

RES.

De eerste stap voorhet planMER is de publicatie van de ontwerp Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)in februari 2023. Deze ontwerp NRD omschrijft welke milieueffecten onderzocht Zullen worden in het planMER en hoe deze onderzocht gaan worden. Ookstaat hierin welke onderzoeksgebiedenin het planMER meegenomen zullen worden (zie bijlage Ontwerp NRD). Tussen 23 februari 2023 tot en met 5 april 2023 was het mogelijk om een formele reactie naar de Provincie Utrecht te sturen.

Via deze raadsinformatiebrief willen we u informeren over de formele reactie die wij als college aan de provincie hebben gestuurd. Vanuit de ODRU zijn wij middels de notitie ‘Milieuadvies reactie ontwerp NRD windenergie provincie Utrecht’ geadviseerd over aandachtspunten bij de Ontwerp NRD. Een aantal aandachtspunten uit deze notitie hebben we willen benadrukken in onze formele reactie. In de bijlage treft u onze brief aan de provincie en ter informatie ook de notitie van de ODRU. In onzereactie vragen we aandacht voor de belangrijkste aandachtspunten uit deze notitie: -_Niet alleen aandacht voor de mogelijke invloed van een windturbine bovengro nds, maar ook voor de diepte in de ondergrond. Met name geldt dit voor archeologische waarden maar mogelijk ook voor ecologie. -__Niet (alleen) uitgaan van afstandsnormen maar (ook) van geluidsnormen. Hierbij ook aandacht besteden aan mogelijke hinder van laagfrequentgeluid. Austerlitz „ Bosch en Duin . Den Dolder « Huis ter Heide . Zeist

-

Expliciet ook aandacht geven aan slagschaduw en lichtschittering. Expliciet de geldende afstandsnormen op basis van externe veiligheid in het stuk noemen, aangezien

deze kaderstellend zijn.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geinformeerd.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

d ST]

dr. H.S.'Grotens

————

Bijlage: Brief aan Provincie Utrecht

Austerlitz « Bosch en Duin « Den Dolder « Huis ter Heide . Zeist

de burgermeester,

Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl ▪ www.twitter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl

Provincie Utrecht T.a.v. de heer H.P. van Essen Postbus 80300 3508 TH UTRECHT

29 March 2023

Datum

Ons kenmerk

Burgerservicenummer

Uw kenmerk

Bijlage(n)

Behandeld door

Onderwerp

177246

mw. N. Beuvery

Reactie op NRD planMER windenergie provincie Utrecht ontwerp

secretariaatvanEssen@provincie-utrecht.nl

Geachte heer van Essen, In uw brief d.d. 14-02-23 informeert u ons over het voornemen van de provincie Utrecht om een planMER op te stellen om milieu-informatie te verzamelen over een groot aantal onderzoeksgebieden voor windenergie. In deze brief wijst u ons op de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de plan MER. Van deze gelegenheid maken wij graag gebruik. Als aanvullende aandachtspunten voor de plan MER willen wij meegeven: - Niet alleen aandacht voor de mogelijke invloed van een windturbine bovengronds, maar ook voor de diepte in de ondergrond. Met name geldt dit voor archeologische waarden maar mogelijk ook voor ecologie. -

Niet (alleen) uitgaan van afstandsnormen maar (ook) van geluidsnormen. Hierbij ook aandacht besteden aan mogelijke hinder van laagfrequent geluid.

-

Expliciet ook aandacht geven aan slagschaduw en lichtschittering.

-

Expliciet de geldende afstandsnormen op basis van externe veiligheid in het stuk noemen, aangezien deze kaderstellend zijn.

In de bijlage treft u een nadere toelichting op bovenstaande aandachtspunten. Wij verzoeken u aan het bovenstaande mee te nemen in de verdere uitwerking van de plan MER windenergie en wensen u veel succes toe met het opstellen van het plan MER windenergie. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

de burgemeester,

2

dr. H.S. Grotens

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

drs. J.J.L.M. Janssen

BIJLAGE: TOELICHTING OP AANDACHTSPUNTEN

Bodem 1. In de notitie ontbreken gegevens met betrekking tot bodem. Paragraaf 2.4.1: Hoe kan voldoende rekening worden gehouden met de invloed van een windturbine op de ondergrond als uit de referentie windturbinetype niet duidelijk is wat de mogelijke funderingsdiepte is? De NRD moet worden aangevuld met informatie over de mogelijke diepte van de fundering van de windturbine. Wij adviseren om dit te doen op basis van een locatie met de meest slechte bodemgesteldheid dan wel gerelateerd aan de bodemopbouw. Met duidelijkheid over de diepte van de fundering kan duidelijk worden in hoeverre er sprake kan zijn van het doorsnijden van scheidende bodemlagen en of er diepte beperkingen (bv een boringsvrije zone) relevant zijn.

Archeologie 1. In de notitie ontbreken gegevens met betrekking tot archeologie en niet alle informatie is correct. Blz. 8, paragraaf 2.2: Alleen de bovengrondse afmetingen van de referentiewindturbines worden genoemd. Om de effecten op eventuele archeologische waarden in de bodem te kunnen beoordelen moeten ook alle ondergrondse ingrepen (indicatief) worden vermeld (funderingsvoeten van de turbines, aan te leggen kabelsleuven, ondergrondse installaties, enz.). Blz. 15, paragraaf 2.4.1: Ook hier worden alleen de bovengrondse afmetingen van de windturbines genoemd. De ondergrondse ingrepen moeten worden toegevoegd (indicatief). Blz. 28, paragraaf 3.7 bovenaan: het gaat niet alleen om de windturbines, maar ook om de bijbehorende ondergrondse infrastructuur. Dit zou hier expliciet moeten worden vermeld. P. 28 par. 3.7.1: Bij het toetsingskader ontbreekt het provinciale beleid (Structuurvisie 2013-2028, Cultuurprogramma, Omgevingsverordening) en het gemeentelijke archeologiebeleid. Alle 26 gemeenten in de provincie Utrecht beschikken over een eigen gemeentelijk archeologiebeleid waaraan ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst. Dit moet aan het toetsingskader worden toegevoegd. P. 28 par. 3.7.2: De informatie in deze paragraaf is niet compleet en niet helemaal correct.

Om de kans op het aantreffen van archeologische waarden te bepalen en de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen vast te stellen wordt archeologisch onderzoek uitgevoerd conform het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Dit AMZ-proces bestaat uit een aantal stappen of fasen. Elke stap of fase eindigt met een afweging of er voldoende informatie is verzameld om een afgewogen beslissing te kunnen nemen over eventuele vervolgacties. De fasen van archeologisch onderzoek bestaan (meestal) uit bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek (booronderzoek, proefsleuven) en opgravingen. De eerste fase, het bureauonderzoek, dient al in het kader van de MER-procedure plaats te vinden.

Geluid Opmerkingen 1. De ontwerp NRD heeft een aantal tekortkomingen met betrekking tot het aspect geluid. Blz. 20, 21, paragraaf 3.3.1, toetsingskader Er is aangegeven dat in het eerste deel van het planMER het aantal woningen binnen een drietal afstanden tot windturbineopstellingen in het zoekgebied wordt beoordeeld. Verderop in de notitie (paragraaf 3.3.2) blijkt dat het hierbij gaat om de afstanden: 500 meter, 750 meter en 1000 meter tot geluidgevoelige gebouwen. Ook staat bovenaan op bladzijde 21, dat als de landelijke windturbinebepalingen bekend zijn, in het tweede deel van het planMER een “deel afstandscriterium” wordt gehanteerd, welke op die normen aansluit. Hiermee lijkt men te willen aangeven dat in het tweede deel van planMER een afstandsnorm wordt gehanteerd. Het hanteren van een “deel afstandscriterium” en daarmee een afstandsnorm vinden wij onjuist, omdat er geen directe relatie bestaat tussen het optredend geluidsniveau op een gevoelig gebouw en de afstand tussen de windturbine en dat gebouw. De geluidemissie van de verschillende typen windturbines laten variaties zien die kunnen oplopen tot 5 dB. Een verschil van 5 dB laat zich vertalen als bijna een verdubbeling c.q. halvering van de afstand. Uiteraard is een geluidsnorm minder helder en is deze moeilijker te communiceren dan een afstandsnorm.

Maar een afstandsnorm is geen goede methode om uitdrukking te geven aan hinderbeleving en aan eventuele gezondheidsrisico’s voor omwonenden. Wij adviseren dat wordt uitgegaan van 3 categorieën jaargemiddelde geluidsniveaus in plaats van drie verschillende afstanden, namelijk Lden 0 t/m 42 dB, Lden 43 t/m 45 dB en Lden 46 t/m 47 dB op gevels van geluidgevoelige gebouwen. Door deze drie geluidsniveaus te hanteren kan onder andere aan de (voorlopige) richtwaarden van de WHO worden getoetst. Hierbij kan in de NRD als toelichting worden

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

opgenomen dat een Lden waarde van 42 dB gelijk staat aan een afstand van ongeveer 1000 meter bij de huidig stilste typen windturbines op de markt, etc. Blz. 22 en 23, paragraaf 3.3.1.1, onderdeel laagfrequent geluid In de subparagraaf “laagfrequent geluid” is aangegeven: “gegeven de meest recente inzichten wordt laagfrequent geluid niet als separaat beoordelingscriterium meegenomen in de effectbeoordeling in het planMER”. Wij vinden dat de subparagraaf “laagfrequent geluid” onvoldoende recht doet aan de klachten van omwonenden over hinder van laagfrequent geluid en – meer specifiek – de aanwezigheid van tonale componenten in het laagfrequent spectrum. Inmiddels is uit geluidsmetingen in de omgeving van windturbines gebleken dat bepaalde typen windturbines hinderlijke tonen produceren. Op dit moment kan hier niet tegen worden opgetreden, bijvoorbeeld door toepassing van een straftoeslag geluid zoals dat al wel geldt voor tonale componenten van warmtepompen. Maar ook laagfrequent geluid zonder tonale componenten kan voor extra hinder zorgen, zeker voor personen die daarvoor extra gevoelig zijn. Laagfrequent geluid ‘draagt’ ook veel verder ten opzichte van de hogere frequenties (> 200 Hz). Het is daarom van belang om het aandeel laagfrequent geluid in het totale geluidsspectrum zo veel mogelijk te beperken.

Ondanks dat op dit moment onduidelijk is in hoeverre mate de nieuwe rijksregels hier rekening mee gaan houden, adviseren wij om in de NRD aandacht te besteden aan het zoveel mogelijk beperken van het aandeel laagfrequent geluid in het totale spectrum en het voorkomen van tonaal geluid. Blz. 24, paragraaf 3.3.2, beoordelingscriterium en effectbeoordeling Ook voor deze paragraaf geldt de opmerking dat in deze paragraaf moet worden uitgegaan van 3 categorieën jaargemiddelde geluidsniveaus in plaats van 3 verschillende afstanden. Zie bovenstaande reactie en adviseren wij hierop de NRD aan te scherpen.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

Slagschaduw en Lichtschittering Opmerkingen 1. Aan het aspect slagschaduw wordt in de nota te weinig aandacht gegeven. Blz. 23, paragraaf 3.3.1.4 Wij adviseren om – in lijn met het aspect geluidshinder – ook voor slagschaduw een toelichting te geven in deelparagrafen “toetsingskader”’ en “beoordelingscriterium en effectbeoordeling”. Hierin moet worden opgenomen welke maximum waarden voor slagschaduw worden aangehouden zolang er geen duidelijk is over de nieuwe Rijksregels. Ook moet worden opgenomen in hoeverre het aantal woningen waar slagschaduw kan optreden wordt onderzocht in de vervolgfase. 2. Aan het aspect lichtschittering wordt in de nota te weinig aandacht gegeven. In de ontwerp notitie R&D moet ook informatie worden opgenomen om optredende lichtschittering van de wieken zoveel mogelijk tegen te gaan.

Externe veiligheid 1. De belemmeringsanalyse in de NRD omvat niet alle, vanuit externe veiligheid relevante, (beperkt) wettelijke veiligheidsafstanden. Blz. 10, tabel 2: Er wordt beschreven dat er geen wettelijke minimumafstanden gelden voor windturbines naast woningen en andere geluidsgevoelige afstanden. Binnen externe veiligheid gelden vanuit het Activiteitenbesluit echter wel wettelijke afstanden, namelijk de PR -6 voor kwetsbare objecten en de PR-5 voor beperkt kwetsbare objecten (art. 3.15a). Dit is niet van toepassing op windturbineparken (>= 3 windturbines). De bufferafstand zal voldoende zijn om te voldoen aan de eisen over het plaatsgebonden risicocontour, maar het is wat verwarrend doordat deze harde belemmering niet wordt genoemd. Wij adviseren hierop de NRD aan te scherpen. Blz. 11, tabel 2: Een windturbine naast een buisleiding kan risicoverhogend zijn. Er geldt vanuit het Besluit externe veiligheid buisleidingen dan ook een wettelijke minimumafstand voor windturbines, namelijk de PR-6 (art. 11, lid 3). Daarnaast geldt sowieso dat windturbines niet binnen belemmeringsstroken geplaats mogen worden (art. 14). De bufferafstand van 0,5 x de rotordiameter zal voldoende zijn om te voldoen aan de eisen over de belemmeringsstrook en het plaatsgebonden risicocontour, maar het is wat verwarrend doordat deze harde belemmeringen niet worden genoemd.

Dit geldt ook voor paragraaf 3.3.1.5. 2.

Wij vragen enkele zaken aan te passen ter verduidelijking van de NRD.  Blz. 23, paragraaf 3.3.1.5: Gaat het in het stuk over de bufferafstand van wegen en buisleidingen ook over spoor- en vaarwegen, of enkel rijkswegen? Dit is nu niet helemaal helder.  Blz. 23, paragraaf 3.3.1.5: De term ‘risicorelevante bedrijfsactiviteiten’ graag veranderen in ‘risicovolle inrichtingen’. Dit is meer herkenbare terminologie binnen externe veiligheid.

Ecologie

Opmerkingen 1. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) besteed aandacht aan de relevante onderdelen van de natuurwet- en regelgeving. Er is aandacht voor gebiedsbescherming voor Natura 2000 en het onderdeel soortenbescherming. Ook de provinciale regels en het beleid betreffende NNN, ganzenrustgebieden en weidevogelkerngebied worden in het onderzoek betrokken. Ecologisch onderzoek naar beschermde soorten moet worden uitgevoerd. Dit betreft onderzoek vanuit het onderdeel soortenbescherming van de Wnb, maar ook aangewezen soorten van Natura 2000-gebieden. 2. Behalve de wespendief is er extra aandacht nodig voor andere aangewezen soorten voor Natura 2000 gebieden. In de notitie wordt aandacht besteed aan de wespendief. Deze soort zal specifiek in het onderzoek worden betrokken. Echter, er zijn meer aangewezen soorten (o.a. vogels en

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

vleermuizen) waarvoor niet is uit te sluiten dat deze ook negatieve effecten ondervinden van windmolens. Geadviseerd wordt om dit te inventariseren en relevante soorten in het verdere soortenonderzoek te betrekken. 3. Op pag. 28 is vermeld ‘Toetsing aan de SvI (Staat van instandhouding) past niet bij het detailniveau van een planMER en maakt wel deel uit van ecologisch onderzoek in het kader van besluitvorming over concrete projecten.’ Effect op de SvI kan juist wel een harde belemmering vormen. Als een soort in (de nabijheid van) een potentiële locatie voorkomt en negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, dan is de SvI juist het aspect dat bepaalt of er sprake is van een harde belemmering of niet. Wij stellen de vraag of dit toch onderdeel van detailniveau kan zijn en of dit moet worden beoordeeld.

Juridische toets Opmerkingen 1. Onduidelijkheid over het (kennelijk) te nemen provinciale projectbesluit. In de NRD wordt, onder andere op blz. 3 en 5 (en 8 en 37), aangegeven dat het beoogde planMER wordt opgesteld ten behoeve van een door de provincie Utrecht vast te stellen inpassingsplan en/of te nemen projectbesluit. Citaat op blz 3: “Ter voorbereiding op een eventueel inpassingsplan of projectbesluit wordt een plan-m.e.r.-procedure doorlopen en wordt een planMER opgesteld.” Om verwarring te voorkomen wordt verzocht om expliciet te verduidelijken dat met projectbesluit het instrument zoals bedoeld onder Omgevingswet wordt bedoeld om zo te voorkomen dat hieronder wordt verstaan een omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hetgeen thans niet ongebruikelijk is). In dit kader merken wij op dat de definitie van ‘projectbesluit’ op blz. 48 in de NRD enig verwarring oproept. In de definitie wordt namelijk uitgelegd dat het hier gaat om een besluit zoals bedoeld in artikel 9c lid 1 van de Elektriciteitswet (na inwerkingtreding bij Koninklijk Besluit), maar dit lijkt niet juist. Artikel 9c Elektriciteitswet gaat over bevoegdheden van de minister en niet voor de provincie.

Als artikel 9e (en niet 9c) lid 1 Elektriciteitswet bedoeld wordt (zie ook het gestelde onder het kopje ‘bevoegd gezag’ in §1.4.2 op blz 7) dan moet dit overeenkomstig worden aangepast.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12597488/1