CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB23.029 Woondeal U10 2022-2030

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 14 maart 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven27.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De provincie vervult een coördinerende rol in het afstemmingsproces en ziet erop toe dat de woonzorgvisies van de gemeenten congruent zijn met de afspraken gemaakt in deze woondeal en toetst of de som van de gemeentelijke woonzorgvisies optelt tot de behoefte binnen de provincie.

38

39 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

8.2

Cijfers in beeld woningbehoefte ouderen

8.2 Urgentie huisvesting aandachtsgroepen

Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting in heel Nederland 1,6 miljoen 80+ers. Dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. Aan de hand van de nog op te stellen woonzorgvisies wordt de woon-, de zorg- en de ondersteuningsbehoefte van de ouderen in beeld gebracht en vindt herijking plaats van de afspraken. Bij het opstellen van de woonzorgvisies besteden gemeenten expliciet aandacht aan de woon-, de zorg- en ondersteuningsbehoefte van ouderen. Afspraken en afstemming met het zorgkantoor en de zorgaanbieders is daarbij gewenst. Bij de inrichting van de leefomgeving (o.a. voorzieningen, inrichting buitenruimte) is aandacht voor de behoefte van ouderen.

De urgentie van de huisvesting van aandachtsgroepen is toegenomen. Dit komt enerzijds omdat de vraag is toegenomen door onder andere de toename van het aantal te huisvesten statushouders, maar ook is de behoefte aan woonplekken voor bijvoorbeeld jongvolwassenen in een kwetsbare ­positie significant groter is dan eerder aangenomen. De verwachting is dat de komende jaren de vraag alleen maar verder toeneemt. Tegenover deze toegenomen vraag staat een aanbod dat niet toereikend is.

In het beleidsprogramma Wonen en zorg is aangekondigd dat er nationaal behoefte is aan 290.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 170.000 nultredenwoningen8, 80.000 geclusterde woonvormen9 en 40.000 verpleegzorgplekken die ook geschikt zijn voor ouderen. BZK heeft voor de regio U10 de volgende opgaven benoemd: 1.990 verpleegzorgplekken, 4.200 geclusterde woonvormen en 9.700 nultredenwoningen. BZK vraagt de opgave voor verpleegzorgplekken voor 1 juli 2023 door te vertalen naar gemeenten De regio U10 heeft dit regionale aandeel in de landelijke opgave nog niet geanalyseerd, zodat op dit moment nog geen uitspraak gedaan kan worden of deze opgave gedeeld wordt. De opgave voor ouderenhuisvesting en verpleegzorgplekken wordt in 2023 uitgewerkt als onderdeel van de aanpak voor (deel-) regionale woonzorg­ visies. De provincie onderzoekt samen met de gemeenten op welke wijze dit gemonitord kan worden.

8.3

Vooruitlopend op de woonzorgvisie maken we hierover de volgende afspraak: 8.6

Met de woonzorgvisies brengen we de woon-, zorg- en ondersteuningsbehoefte van aandachtsgroepen in beeld en wordt deze regionaal afgestemd. Partijen erkennen dat de urgentie groot is en dat meer inzet voor huis­vesting op korte termijn noodzakelijk is. Partijen gaan met elkaar in gesprek over en zetten zich in voor de volgende acties op de korte termijn:  Meer huisvesting - Nieuwbouwwoningen passend bij de woonbehoefte van aandachtsgroepen -T  ijdelijke/flexibele woningen: met de inzet van de Regiodeal Flexwonen wordt ingezet op snel meer huis­ vesting voor alle woningzoekenden (zie 1.3).  De regio inventariseert de kansen om de bestaande voorraad beter te benutten.  Om de bestaande voorraad beter te benutten, vraagt de regio aan het Rijk onderzoek te doen naar de mogelijkheden om meer te doen aan woningdelen, woningsplitsen, verruimen mogelijkheden passend toewijzen in de Huisvestingsverordening, de inzet van woonkostentoeslag om meer woningen financieel haalbaar te maken en meer potentieel aanbod creëren door doorstroming actief te stimuleren. De regio vraagt aan de provincie inzet om ons hierin te helpen (o.a. met financiële middelen).

Financiering verpleegzorg De regio vraagt aandacht voor de financiering van verpleegzorg, waar ook het Rijk en beleggers voor nodig zijn. BZK werkt aan een regeling om de onrendabele top op verpleegzorgplekken in het sociale segment te dekken. Deze zal medio 2023 worden gepubliceerd.

8.4

Financiële ondersteuning woonzorgvisies Voor het opstellen van woonzorgvisies kunnen gemeenten een beroep doen op de flexpoolmiddelen. Dat betekent dat de provincie 2/3 betaalt en gemeenten 1/3 betalen. Daarnaast heeft de provincie een rol in het aanzwengelen, coördineren en afstemmen van de gemeentelijke woonzorgvisies.

8.5

Woonzorgvisies Na het opstellen van de woonzorgvisies vindt een herijking plaats van de afspraken die in de woondeal gemaakt zijn m.b.t. de huisvesting van aandachtsgroepen, en wonen en zorg voor ouderen. Hierbij wordt ook aangegeven wat de U10-gemeenten nodig hebben om hieraan invulling te geven. Daarnaast vindt een doorvertaling naar lokale prestatieafspraken plaats.

Urgente tekort vraagt op korte termijn meer inzet

In de praktijk zien we dat gemeenten voor de huisvesting van aandachtsgroepen steeds meer inzetten op (gemengde) woonconcepten. Gemengd wonen voorziet in de toenemende behoefte in het huisvesten van aandachtsgroepen. Het gaat om woonprojecten waarbij verschillende groepen mensen (dragend en vragend) doelbewust samen een gemeenschap vormen, die elkaar ondersteunt en gezamen­lijk activiteiten onderneemt. Het vormen van een gemeenschap gaat niet vanzelf. Professionele ondersteuning op gemeenschapsvorming helpt gemengd wonen projecten beter te slagen. Vooruitlopend op de woonzorgvisies maken we de volgende afspraken: 8.7

Gemeenschapsvorming en kwetsbare doelgroepen Wij zetten steeds meer in op gemengd wonen projecten (dragers en vragers) waar gemeenschapsvorming belangrijk is voor het welslagen van het project en voor aandachtsgroepen om zelfstandig te kunnen wonen. Voor deze gemeenschapsvorming, sociaal beheer en begeleiding is ook inzet nodig (en dus ook middelen). De regio vraagt het rijk en de provincie mede te onderzoeken hoe deze inzet kan worden gerealiseerd.

8.8

Delen van kennis De gemeenten delen kennis en bouwen regionaal voort op opgedane lessen bijzondere woonconcepten met en voor aandachtsgroepen.

8 9

 ultredenwoningen zijn waarbij je niet hoeft trap te lopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen. Vaak N betreffen het gelijkvloerse woningen/appartementen in de buurt van voorzieningen. Geclusterde woonvormen, vaak met ontmoetingsruimtes, zijn onder andere hofjeswoningen (zoals de Knarrenhof), service­f lats en seniorenflats. Geclusterde woonvormen voorzien niet alleen in prettige huisvesting, maar verminderen ook eenzaamheid doordat ze het aangaan van sociale contacten vergemakkelijken. Woningen in geclusterde woon­ vormen zijn nultredenwoningen en bij voorkeur rollatortoe- en doorgankelijk.

40

41 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

9. Herstructurering

10. Overige aspecten

In het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid is aangekondigd dat er naast afspraken over woningbouw, ook afspraken over herstructurering worden gemaakt. Het betreft zeer slecht onderhouden woningen in een onaantrekkelijke woonomgeving waardoor de leefbaarheid onder druk staat. Deze woningen sluiten niet aan op de lokale behoefte. In deze herstructureringsopgave onderscheiden we drie categorieën: vervangende nieuwbouw, sloop en grootschalige renovatie.

10.1 Vakantieparken

9.1

Opgave in beeld brengen De partijen in de woondeal spannen zich in om deze opgave in 2023 beter in beeld te brengen. We brengen dan de aantallen vervangende nieuwbouw, grootschalige renovatie en sloop in beeld voor de sociale huur, particuliere huur en koop. We bespreken deze opgave periodiek op de Woondealtafel.

9.2

In Nederland bevinden zich bijna 4000 vakantieparken, hieronder bevinden zich een grote variëteit, zoals campings, stacaravanparken en bungalowparken. Een groot aantal van deze parken vervult een belangrijke recreatieve en economische rol in onze gemeenten. Voor een deel van deze parken geldt echter dat zij deze rol minder of niet meer kunnen vervullen. In die gevallen kan er gedacht worden aan een nieuw toekomstscenario voor het park, want deze scenario’s zijn afhankelijk van veel factoren, zoals ruimtelijke ordening, veiligheid en lokale economie. Eén van de toekomstscenario’s die in deze tijden van het woningtekort extra aandacht krijgt, is het transformeren van vakantieparken naar wonen. 10.1

Inventarisatie potentie transformatie vakantieparken BZK heeft eind 2022 de provincies een aantal vragen gesteld ten behoeve van een inventarisatie van het potentieel te transformeren vakantieparken. Afhankelijk van deze uitkomsten maken Rijk, provincie en gemeenten afspraken over vervolgstappen. De provincie Utrecht werkt aan een vervolgaanpak Vakantieparken. Een aanpak van pilots is onderdeel hiervan. Medio dit jaar wil de provincie een integraal voorstel gereed hebben.

Gezamenlijk oppakken De partijen in de Woondeal U10 spannen zich in om deze opgave gezamenlijk op te pakken en waar mogelijke gebruik te maken van de ondersteuningsmiddelen van het Rijk, zoals het Volkshuisvestingsfonds.

10.2 Ruimtelijke ordeningsaspecten 9.3

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) In het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid zijn Utrecht Overvecht, Nieuwegein Centrale-As als stede­ lijke focusgebieden opgenomen. De regio vraagt ook voor andere wijken de mogelijkheid voor ondersteuning (wet- en regelgeving, instrumenten, financiering) gericht op een integrale sociaal en fysieke aanpak. Naast de gemeenten met een stedelijk focusgebied wordt op basis van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid ook ondersteuning geboden aan andere gemeenten bij het bevorderen van kansengelijkheid, leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare wijken en gebieden. Iedere gemeente in Nederland die een integrale aanpak wil inzetten op een concentratie van maatschappelijke problemen binnen een specifiek gebied, kan gebruikmaken van de producten en diensten die vanuit het programma worden ontwikkeld en via het kennis- en leernetwerk van WijkWijzer beschikbaar komen.10 In samenspraak tussen adviseurs van het NPLV en de gemeente wordt (zoveel mogelijk samen met andere relevante lokale partijen) een passend arrangement georganiseerd, waarbij de vraag vanuit de gemeente centraal staat.

De basis van waaruit activiteiten plaatsvinden is de Wijk­Wijzer, het platform voor kennisuitwisseling tussen beleidsmakers, wijkprofessionals en actieve bewoners.11 De Regio vraagt inzet van het Rijk voor een integrale, tijdige aanpak voor kwetsbaarheden in wijken op het gebied van preventie van zowel sociale als fysieke problematiek. Dit met het oog op het toekomstbestendig houden van deze wijken en gezien de kansen voor extra woningen in deze wijken.

Het realiseren van de in deze woondeal opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als bodem, water, klimaat, landbouw, natuur, en energie en bereikbaarheid. Op 12 december 2022 heeft het Rijk in het NOVEX-startpakket aan de provincie Utrecht gevraagd om nationale opgaven en doelen (waaronder wonen) ruimtelijk te vertalen, (waar mogelijk) in te passen en te combineren met decentrale opgaven. Hiervoor vormen de Omgevingsvisie provincie Utrecht (2021), de daarin opgenomen gebiedsuitwerking regio U10, het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij (2020), de bestuurlijke afspraken over het Utrechtse deel in de nationale woningbouwopgave en deze woondeal een belangrijke inhoudelijke basis. Het Rijk heeft de provincie gevraagd om in oktober 2023 met een ruimtelijk voorstel te komen dat zicht geeft op wat ruimtelijk mogelijk en realiseerbaar is. Het ruimtelijk voorstel is de opmaat naar een ruimtelijk arrangement eind 2023 waarin Rijk en provincie wederkerige afspraken maken over de uitvoering van de nationale opgaven en doelen. Voor de U10-gemeenten is het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) leidend voor de ruimtelijke ontwikkeling in de regio U10. 10.2

Woningbouwaantallen zijn uitgangspunt voor het programma NOVEX Het realiseren van de in deze woondeal opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als klimaat, landbouw, natuur, energie en mobiliteit. Met het programma NOVEX wordt deze brede ruimtelijke indeling de komende maanden opgepakt. De woningbouwaantallen die bestuurlijk afgesproken zijn in oktober 2022, en regionaal uitgewerkt en bestuurlijke afgesproken in deze woondeal, zijn hiervoor uitgangspunt.

10.3 Water- en bodemsysteem

10 De opgedane kennis en ervaringen in de 20 stedelijke focusgebieden worden benut om de problematiek elders, buiten de 20 stedelijke focusgebieden, in Nederland aan te pakken, zie pagina 29 NPLV. 11 Het kennis- en leernetwerk WijkWijzer zorgt voor een goede kennisinfrastructuur voor een integrale aanpak van vraagstukken in kwetsbare wijken. Wijkwijzer is een samenwerkingsverband van kennisinstellingen als Platform 31, Movisie, ­Verwey-Jonker Instituut, Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid en netwerken als het LSA voor bewoners en LPB voor wijkwerkers, zie pagina 19 NPLV.

Er moet bij de bouwopgave voldoende rekening gehouden worden met de grenzen van het bodemen watersysteem en de daarmee samenhangende noodzaak om klimaatbestendig te ontwikkelen vanuit een langetermijnperspectief. Daarbij moet niet alleen op een locatie zelf klimaatadaptief gebouwd worden, ook bij de locatiekeuzen moeten klimaat- en waterrobuuste afwegingen gemaakt worden en zijn in sommige gevallen aanvullende maatregelen nodig. Bodem- en watersturend betekent dat er meer ruimte nodig is voor blauw en groen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen

42

43 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

meer regenwater vast te kunnen houden om het hoofdwatersysteem minder te belasten en in tijden van droogte minder wateraanvoer nodig te maken. Ook dienen woningbouwplannen tijdig afgestemd te worden met drinkwaterbedrijven zodat zij tijdig klaar zijn om de extra inwoners ook van water te kunnen voorzien en voldoende drinkwater te kunnen blijven leveren. Aanvullend hebben de drinkwaterbedrijven voldoende investeringsruimte nodig, zodat de bedrijven tijdig aanpassingen van hun infrastructuur (nieuwe bronnen en leidingen) kunnen realiseren. De investeringsruimte (WACC) moet op Rijksniveau worden geregeld. De financiering van klimaatadaptief bouwen is een randvoorwaarde die nog aandacht vraagt. De financiële middelen ontbreken om klimaatbestendig bouwen daadwerkelijk gestalte te geven. Het is van belang om hier nu al rijksgelden voor beschikbaar te stellen. Ook is duurzaam en bewust gebruik van (drink)water essentieel (watervriendelijk bouwen), zodat de vraag naar meer drinkwater wordt afgeremd. Bij nieuwbouw moet gestimuleerd worden om gebruik te maken van duurzame waterbesparende technieken. Op rijks­niveau zou het Bouwbesluit hierop aangepast moeten worden. In de provincie Utrecht is het klimaatadaptief bouwen opgenomen als één van de onderdelen bij het Convenant Duurzame woningbouw. 10.3

Locatiekeuzes In samenwerking met betrokken waterschappen, Rijkswaterstaat, waterwinbedrijven en ondertekende partijen worden de komende jaren afspraken gemaakt over locatiekeuzes en bijbehorende maatregelen die moeten worden getroffen om woningbouw toekomstbestendig te ontwikkelen. Daarbij dient rekening gehouden te worden met het ondergrond/bodem/grondwaterstysteem en de drinkwatervoorziening. Effecten van toenemende bebouwing dienen zowel op lokaal als regionaal niveau te worden bekeken. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de watergeschiktheidskaart van de Utrechtse waterschappen. Met name in het stroomgebied van het Amsterdam-Rijn-Kanaal en het veenweidegebied is door meerdere uitdagingen zoals bodemdaling, zeespiegelstijging en z’n lage ligging de opgave voor toekomstbestendige woningbouw groot.

10.5

Met de Woondeal U10 wordt de basis gelegd voor een langjarige (t/m 2030) samenwerking t­ ussen Rijk, provincie en gemeenten en de samenwerkende corporaties. Dit partnerschap is van groot belang om op een toekomstbestendige manier uitvoering te geven aan versnelling van de complexe ­woonopgave. Om de ambities te realiseren is er namelijk veel inzet nodig van alle partijen om de belemmeringen/ kritische succesfactoren aan te pakken. Als de partners daar gezamenlijk niet in slagen, dan gaan we de richtinggevende woningbouwambities niet halen. De in deze woondeal beschreven afspraken werken we in Q1 2023 verder uit in een Uitvoeringsagenda Woondeal U10.

Water- en bodemsysteem sturend Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze. Hiertoe worden waterschappen, Rijkswaterstaat en waterwinbedrijven vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken. In het Omgevingsplan houden gemeenten rekening met het waterbelang, met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer woningbouwlocaties. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt verdere richtinggevende uitspraken en randvoorwaarden uit in het programma ‘Water en Bodem Sturend’.

10.4

11. Samenwerking en sturing

Convenant Duurzame Woningbouw is leidend Het Convenant Duurzame Woningbouw is leidend voor de ontwikkeling van klimaatrobuuste en -adaptieve woningbouw.

De ambities zijn hoog, maar de partners blijven tegelijkertijd ook realistisch. Wij beseffen dat de omstandigheden op dit moment ongunstig zijn, dat er ook ontwikkelingen zijn waar we op dit moment nog geen weet van hebben of waar geen of beperkt invloed op is zoals een limiet op de uitstoot van CO2, de hoogte van de hypotheekrente en bouwkosten. Het is daarom goed mogelijk dat er de komende maanden of jaren nieuwe, nu nog onbekende ontwikkelingen kunnen optreden die van invloed zijn op de woningbouwrealisatie. Dit is onderwerp van gesprek tussen partijen. Wij zullen continu samenwerken aan de oplossingen die nodig zijn om de ambities waar te kunnen maken. De uitvoering vraagt daarnaast om een nauwe betrokkenheid van marktpartijen, waterschappen, netbeheerders, drinkwaterbedrijven en huurdersorganisaties. We maken – naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over onderstaande elementen, de governance:  Monitoring en rapportage om zicht te houden op de voortgang.  De overlegstructuur om de voortgang en eventuele knelpunten te bespreken.  Periodiek bespreken van alle opgenomen (afspraken over) kritische succesfactoren.  Het indien nodig oplossen van belemmeringen en nemen van besluiten.

“De woondeals zijn het startpunt voor partnerschap en niet een eindproduct. Dit partnerschap betekent dat we elkaar niet afrekenen op factoren die buiten iemands macht of mogelijkheden liggen. Wel spreken we elkaar aan wanneer we zien dat iemand extra stappen kan zetten.”

10.4 Geluid

Brief Samenwerking in de woondeals van minister Hugo de Jonge, 26 januari 2023

Geluid is een belangrijk aandachtspunt binnen de regio U10 vanwege de nadelige gezondheidseffecten. Het is van belang dat we bij het bouwen van de noodzakelijke woningen steeds ook aandacht blijven houden voor een goede gezondheidskwaliteit van de woonomgeving en de woningen zelf. 10. 6

Inzet geluidruimte langs spoor Er wordt door het Rijk gewerkt aan de uitvoering van het landelijk Actieplan “Geluid drukbereden spoorwegen” waarbij locatiespecifiek onderzocht en transparant gemaakt zal worden welke geluidruimte er is op het spoor en hoe die geluidruimte wordt ingezet. Expliciet is afgesproken dat naast de vervoersbelangen daarbij ook regionale en lokale ontwikkelingen kunnen worden betrokken. De regio benadrukt dat het schaalniveau waarop maatwerk wordt toegepast van belang is; een meer lokale aanpak van de geluidsruimte biedt meer woningbouwruimte.

44

45 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

11.1 Monitoring en bespreking voortgang

11.4

Ambtelijk  Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK, en de provincie en woondealregio’s.  De frequentie van het regulier overleg over de voortgang van de woningbouw op ambtelijk niveau tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK en provincie wordt nader bepaald in overleg met provincie en gemeenten.  Voor de Woondeal U10 geldt dat er een regulier overleg op ambtelijk niveau is tussen het Ministerie van BZK, de provincie en afgevaardigden vanuit de woondealregio.  Een overleg tussen de directeur Woningbouw BZK en directeuren en/of opgavemanagers van provincie en de regio U10 vindt tweemaal per jaar plaats

Voor het naleven en herijken van de afspraken is een goede monitoring nodig. 11.1

Landelijk monitor voortgang woningbouw De voortgang ten aanzien van de Woondeal U10 wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden van informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie van BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. Voor de monitoring van data over opgeleverde (gerealiseerde) woningen zijn partijen afhankelijk van bestaande bronnen van andere partijen (o.a. CBS).

11.2

11.3

Bestuurlijk  Twee keer per jaar wordt de uitvoering van de regionale woondeal geagendeerd op het bestaande overleg, de Bestuurstafel Gezonde Woon en Leefomgeving van de U10. Hiervoor worden de provincie, de RWU en BZK uitgenodigd.  Er vindt twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de minister voor VRO en een afvaardiging van het college van GS en bestuurlijke afvaardiging vanuit de regio U10.

Afspraken over monitoring  oor monitoring is het van belang: V  Dat partijen afspraken maken over de wijze waarop gezamenlijk de voortgang van de uitvoering van de afspraken uit de Woondeal U10 wordt gemonitord en besproken.  Dat deze monitor kwantitatieve gegevens én kwalitatieve informatie bevat. En dat ook de voortgang op de Kritische Succes Factoren (hoofdstuk 4) wordt gemonitord.  Voor een goede analyse is naast de analyse van de datagegevens, een bredere analyse nodig over de stand van zaken van de afspraken, mogelijke knelpunten en mogelijke veranderende omstandigheden.  Om geen extra monitoring in te richten, maar gebruik te maken van bestaande bronnen en aan te sluiten op de provinciale monitoring.  Dat voor het slagen van de uitvoering van de Woondeal U10 het noodzakelijk is dat op korte termijn duidelijk wordt hoe de monitoring eruit gaat zien, wat de rol van gemeenten en provincie is in het aanleveren van data en dat er bij de start van de uitvoering van de Woondeal U10 een nulmeting ligt om de afspraken te ijken.  Dat voor de monitoring van de plancapaciteit in de provincie Utrecht gebruik gemaakt wordt van de Planregistratie Wonen.  Dat de provincie zorgdraagt voor de Planregistratie Wonen.

Provincie Utrecht zal de komende jaren in afstemming met gemeenten dit systeem verder optimaliseren waarbij ook ingezet wordt op het verbeteren van de datakwaliteit die nodig is voor het monitoren van de woondealafspraken. Hiervoor is ook inzet van de afzonderlijke gemeenten noodzakelijk.  Dat het Rijk zich inzet voor landelijk uniforme definities, in afstemming met provincies en gemeenten.  Dat er op korte termijn afspraken worden gemaakt over de monitoring van onder andere de variabele ‘realisatie van woningen in prijssegmenten’ met name in de sociale huursector. Om in de regio afspraken te kunnen maken over hoe om te gaan met het aandeel sociale huur in de totale voorraad, wordt behalve het aandeel sociale huurcorporatiewoningen ook het aandeel particuliere sociale huurwoningen in beeld gebracht. ­Hiertoe wordt in de nog te ontwikkelen monitor, ook het aandeel sociale particuliere huur opgenomen.  Dat voor het goed kunnen monitoren van corporatiewoningen jaarlijkse snelle en handzame data terbeschikkingstelling komt door SBR Wonen van de gevalideerde dVi- en dPi-informatie op de niveaus van provincie Utrecht, (woondeal)regio U10 en afzonderlijke gemeenten in de regio.

Bestuurlijk overleg / Woondealtafel

Op de Woondealtafel worden ook ruimtelijke en volkshuisvestelijke knelpunten en signalen vanuit rijk en regio geagendeerd. Voor knelpunten en risico’s op deze issues bespreken partijen op welke tafels deze knelpunten inhoudelijk het beste geadresseerd kunnen worden. Waar mogelijk gebeurt dit op een bestaande regionale of landelijke tafel. Indien er geen bestaande tafel is, bespreken Rijk en regio via welke tafel het knelpunt het beste aangepakt kan worden.

11.5

Regionale-realisatietafel Partijen richten een regionale realisatietafel in voor periodiek overleg met gemeenten, RWU, provincie, rijk en marktpartijen (ontwikkelaar, belegger en bouwer), waterschappen en kennisinstellingen. Aan deze tafel worden op basis van de gezamenlijke monitoring knelpunten geanalyseerd en oplossingen gezocht om woningbouw te versnellen/realiseren. Partners aan deze tafel prioriteren met elkaar de te bespreken gebiedsspecifieke thema’s/ knelpunten. Indien er sprake is van landelijke thema’s/ knelpunten worden deze doorgezet naar de landelijke realisatietafel. Daarbij wordt bij vertraging gezamenlijk naar oplossingen gezocht. Project-specifieke knelpunten worden allereerst besproken binnen het project en het daarbij behorende escalatiemodel. De nadere invulling van de realisatietafel wordt door de vier partijen in het eerste half jaar (via de uitvoeringsagenda) van 2023 vormgegeven. In het belang van de gezamenlijke opgave en doen wat nodig is om vertraging binnen woningbouwprojecten te voorkomen, werken partijen met een escalatiemodel. Ook dit esacalatiemodel wordt uitgewerkt via de Uitvoeringsagenda Woondeal U10.

11.6

Landelijke versnellingstafels Voor gebieds- of locatie-specifieke knelpunten wordt via de regionale versnellingstafel en/of het expertteam woningbouw aan oplossingen gewerkt. De landelijke versnellingstafel is opgericht voor alle boven-regionale problematiek waar een oplossing voor moet worden gevonden. Dit team zorgt ervoor dat de juiste experts en ministeries worden aangesloten om gezamenlijk de problematiek te analyseren en te zoeken naar een oplossing. Via de regionale versnellingstafel worden problemen en oplossingen aangedragen voor de landelijke versnellingstafel, waarbij ook (een afvaardiging van) de betreffende woondealregio’s wordt betrokken.

Gecoördineerde inzet van instrumenten en middelen De partijen werken samen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en zetten gezamenlijk en gecoördineerd hun instrumenten en middelen in om de overeengekomen opgave te realiseren. 11.7

Agenderen knelpunten Vanuit de Taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke-, directeuren- en bestuurlijke overleggen.

46

47 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

11.8

Herijking afspraken De afspraken worden zo nodig jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte tot en met 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid, financial en juridische instrumenten aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsluiten van de woondeals. Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken.

11.2 Belemmeringen oplossen en besluiten nemen 11.10

Monitoring en belemmeringen oplossen  D  oor monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg ontstaat goed zicht op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is dus: ‘’los het op, of schaal het op’’.  Voor alle opgenomen (afspraken over) kritische succesfactoren geldt dat deze periodiek besproken zullen worden in de woondealoverleggen om de voortgang te monitoren. Het Rijk informeert de regio indien er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden worden opengesteld. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen.  Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt.

Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke.  Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw - zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.  Via de realisatietafel komen we tot een efficiënte en effectieve vorm van samenwerken, we werken dit verder uit in de Uitvoeringsagenda Woondeal U10.  Gezamenlijk monitoren we de voortgang van planvorming en plantempo en realisatie. Via de uitvoeringsagenda maken wij afspraken over de wijze van monitoren.

Bijlagen Bijlage 1: Provinciale afspraken met BZK 13 oktober 2022 Bijlage 2: Kwantitatieve woningbouwopgave regio U10 en gemeenten Bijlage 3: Overzicht Sleutelprojecten, Provinciale subsidies en WBI Bijlage 4: Regiodeal Flexwonen Bijlage 5: Overzicht corporatiewoningen per gemeenten

48

49 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Ondertekening

Gemeente Montfoort Rob Jonkers, wethouder

De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge, Minister

Gemeente Nieuwegein Marieke Schouten, wethouder

Provincie Utrecht Rob van Muilekom, Gedeputeerde

Gemeente Oudewater Ivo ten Hagen, wethouder

RWU Saar Spanjaard, voorzitter

Gemeente Stichtse Vecht Frank van Liempdt, wethouder

Gemeente Bunnik Ali Dekker, wethouder

Gemeente Utrecht Eelco Eerenberg, wethouder

Gemeente De Bilt Dolf Smolenaers, wethouder

Gemeente Utrechtse Heuvelrug Rob Jorg, wethouder

Gemeente De Ronde Venen Huib Zevenhuizen, wethouder

Gemeente Vijfheerenlanden Teus Meijdam, wethouder

Gemeente Houten Rosa Molenaar, wethouder

Gemeente Wijk bij Duurstede Hans Buijtelaar, wethouder

Gemeente IJsselstein Peter Bekker, wethouder

Gemeente Woerden Arjan Noorthoek, wethouder

Gemeente Lopik Jan Vente, wethouder

Gemeente Zeist Laura Hoogstraten, wethouder

50

51 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Kaart 1: Overzicht van de regio met per gemeente het bruto nieuwbouw cijfer

Kaart 2: Overzicht van belangrijke projecten in de regio

2

1

De Bilt • Schapenweide • Spoorzone

Bunnik • Kersenweide • Stationsomgeving

2.950 De Ronde Venen

3

4

De Ronde Venen • Vinkeveen - Centrumplan • Abcoude - Bongronden • Mijdrecht - De Meijert • Mijdrecht - Het Oosterland • Wilnis - De Maricken fase 2 • Argon • Amstelhoek • Hofland • Voorbij

6

7

Lopik • Lopikerkapel • Cabauw • Cabauw

Montfoort • De Bleek, fase 1

Houten • Centrum, Molenzoom, Koppeling • Grote Driehoek Eiland van Schalkwijk • Motie Blijven bouwen (7 locaties)

3.323 Stichtse Vecht

IJsselstein • Paardenveld Noord • Europakwartier • Clinckhoeff • Randdijk • Lage Biezen • Podium

9

10

Oudewater • Schylenburcht • St. Janstraat • Westerwal

Stichtse Vecht • Ruimtekwartier • Zuilense Vecht, Sportparkweg 1 Maarssen

8 Nieuwegein • City • City • Rijnhuizen • Rijnhuizen • Blokhoeve (Blok West en Edge 2)

5

11

536 De Bilt 2.615

33.571

Woerden

450 Oudewater

2.419

Utrecht

Zeist

10

2

475 Montfoort

Utrecht • Cartesius e.o. • Cartesius e.o. • Groot Merwede • Groot Merwede • Oost • Oost • Overvecht • Overvecht • 200 plus locaties • Belastingkantoor • Brennerbaan • Haarrijn • Het Zand • Het Zand • Kruisvaartkade • Leeuwesteyn • Leeuwesteyn • Leidsche Rijn Centrum • Leidsche Rijn Centrum • Nieuw Buurland • Ravellaan Noord • Rijnvliet • Rijnvliet • Thomas a Kempisplantsoen

3

2.179 1.568

5.100

Utrechtse Heuvelrug

Bunnik

Lopik 291

15

1.143

IJsstelstein Nieuwegein

16

11 852

900

Houten

Wijk bij Duurstede

7

5

9

12

1

8 4

6

2.797

14

Vijfheerenlanden

13

12 Utrechtse Heuvelrug • Sparrenheide / Nassau Odijkhof

52 6 maart 2023

13 Vijfheerenlanden • Leerdam, Broekgraaf (incl. Broekgraaf-Noord) • Broekgraaf • Hoef en Haag

14

15

Wijk bij Duurstede • De Geer III

Woerden • Middelland • Snellerpoort • Stationsgebied

16 Zeist • WA-Hoeve • Eikenstein • Vliegbasis Soesterberg • Stationsgebied Zeist/Driebergen 53 • Sortie Woondeal, regio U10

Bijlage 1:

Utrechtse bijdrage aan de nationale woningbouwopgave: Randvoorwaardelijk bod provincie Utrecht

Bijlage 2:

Kwantitatieve woningbouwopgave regio U10 en gemeenten In onderstaande tabellen is de kwantitatieve woningbouwopgave voor de U10 als geheel, en voor de gemeenten onderling opgenomen. We maken hierbij een aantal opmerkingen:

Datum: 27 september 2022 Documentnummer: UTSP-127407295-2321 Link Randvoorwaardelijk bod provincie Utrecht: Statencommissie Ruimte, Groen, Water en Wonen 12 oktober 2022 13:30:00, Stateninformatie provincie Utrecht (provincie-utrecht.nl)

Het is een momentopname (aantallen zijn continue in beweging) en het gaat om afgeronde aantallen.  De jaarschijven zijn gebaseerd op nu bekende concrete inzichten en plannen, maar met name de fasering kan veranderen.  Met betrekking tot de kolom Bruto nieuwbouw: - De opgaven passen bij de ambities van provincies en gemeenten, belangrijk is wel dat aan alle randvoorwaarden wordt voldaan. - Voor de afzonderlijke jaren 2022, 2023, 2024 en 2025 is ervoor gekozen om het aantal voor de periode 2022 t/m 2025 evenredig te verdelen over die 4 jaren, zodat helder is dat het gaat om indicatieve verdeling over jaarschijven. - De aantallen zijn onder voorbehoud van bestuurlijke besluitvorming door de provincie over het provinciaal programma wonen en werken. Ambtelijk is al wel overeenstemming; bestuurlijke besluitvorming moet nog plaatsvinden. De geplande besluitvorming door GS over het Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en werken 2023 is vooralsnog 21 februari, daarna vindt ter inzagelegging plaats.  Met betrekking tot de kolom Bruto plancapaciteit: - De aantallen betreffen de stand van zaken 27 oktober 2022 (planregistratie). Ook hier is weer uitgegaan van de totalen over de periode 2022 t/m 2025, gedeeld door 4 om zo de aantallen per jaarschijf te kunnen aanleveren.

Onder de Bruto plancapaciteit zijn ook vertrouwelijke plannen opgenomen en zijn zowel harde als zachte plannen opgenomen, zodat er schuifruimte is bij uitval.  De aantallen betaalbaarheid zijn o.b.v. de openbare plannen in de planregistratie Wonen waarvan het prijssegment bekend is. Van een deel van de plancapaciteit is het prijssegment nog onbekend. Dit betekent dat aantallen en percentages betaalbare woningen in de tabel nog relatief laag zijn. Bij de herijkingen wordt meer inzicht geboden in het aandeel betaalbare woningen in de openbare plancapaciteit. 

54

55 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Tabellen Woondeal regio U10 (met BRUTO plancapaciteit) Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit) Van een deel van de plancapaciteit is het prijssegment nog onbekend. Dit betekent dat aantallen en percentages betaalbare woningen in de tabel nog relatief laag zijn. De verwachting is dat de percentages zullen stijgen zodra de plannen meer concreet zijn. Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

Sociale huur-woningen

2022

7.461

8.830

4.323

2023

7.461

8.830

2024

7.461

2025

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

LOPIK

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

2022

67

109

41

13

2

7

22

2023

67

109

41

13

2

7

22

2024

67

109

41

13

2

7

22

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

2.003

999

537

3.539

2025

67

109

41

13

2

7

22

4.323

2.003

999

537

3.539

266

436

162

52

8

27

87

8.830

4.323

2.003

999

537

3.539

2022 t/m 2025

7.461

8.830

4.323

2.003

999

537

3.539

2026 t/m 2030

25

416

0

50

0

0

50

2022 t/m 2025

29.844

35.320

17.293

8.012

3.995

2.147

14.154 (47%)

Totaal

291

852

162

102

8

27

137

2026 t/m 2030

31.325

46.006

11.875

8.159

4.743

2.484

15.386 (49%)

Totaal

61.169

81.326

29.168

16.171

8.738

4.631

29.540 (48%)

U10

Totaal

Bron: Bruto nieuwbouw: Concept Regionaal Programma Wonen en Werken 2023, tabel 4.1 (periode 2022 tot en met 2025), tabel 4.2 (periode 2026 tot en met 2030) en tabel 4.3 (periode 2022 tot en met 2030). Overige kolommen zijn afgeleid van planregistratie Wonen (stand van zaken 27 oktober 2022).

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

MONTFOORT

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

2022

58

70

2023

58

2024

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

6

25

11

9

45

70

6

25

11

9

45

58

70

6

25

11

9

45

2025

58

70

6

25

11

9

45

2022 t/m 2025

233

281

23

98

45

36

179

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit) Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

Sociale huur-woningen

2022

268

334

61

2023

268

334

2024

268

2025

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

75

26

21

121

310

0

101

37

48

186

75

26

21

121

2026 t/m 2030

242

61

334

61

75

26

21

121

Totaal

475

591

23

199

82

84

365

268

334

61

75

26

21

121

2022 t/m 2025

1.073

1.334

245

298

102

84

484

2026 t/m 2030

1.877

2.437

0

490

211

93

794

Totaal

2.950

3.771

245

788

313

177

1.278

RONDE VENEN

Totaal

56

57 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit) Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

VIJF­ HEEREND­ LAN­DEN

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

2022

537

748

2023

537

2024

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

471

104

6

63

173

748

471

104

6

63

173

537

748

471

104

6

63

173

2025

537

748

471

104

6

63

173

2022 t/m 2025

2.148

2.993

1.884

417

23

252

692

58

1.539

280

31

0

47

78

0

2026 t/m 2030

649

0

Totaal

2.797

4.532

2.164

448

23

299

770

27

58

OUDE­ WATER

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

2022

83

116

31

8

0

7

15

2023

83

116

31

8

0

7

15

2024

83

116

31

8

0

7

15

2025

83

116

31

8

0

7

15

2022 t/m 2025

330

462

125

31

0

27

2026 t/m 2030

120

257

0

0

0

Totaal

450

719

125

31

0

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit) Betaalbaarheid (T.o.v. openbare plancapaciteit)

STICHTSE VECHT

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

2022

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

641

756

2023

641

2024

391

2023

354

2024

185

89

34

44

167

391

185

89

34

44

167

354

391

185

89

34

44

167

2025

354

391

185

89

34

44

167

2022 t/m 2025

1.415

1.565

739

356

134

177

667

1.407

2026 t/m 2030

1.200

1.410

530

111

171

43

325

212

Totaal

2.615

2.975

1.269

467

305

220

992

106

207

133

12

352

756

106

207

133

12

352

641

756

106

207

133

12

352

2025

641

756

106

207

133

12

352

2022 t/m 2025

2.562

3.023

422

829

530

48

2026 t/m 2030

761

1.133

175

73

139

0

Totaal

3.323

48

354

Totaal

Totaal

669

2022

Koopwoningen (tot 355.000)

Koopwoningen (tot 355.000)

902

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

Sociale huur-woningen

Sociale huur-woningen

597

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

4.156

WOERDEN

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

1.619

58

59 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

DE BILT

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

2022

125

222

2023

125

2024

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

ZEIST

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

70

2022

448

545

0

70

2023

448

28

0

70

2024

43

28

0

70

146

170

111

0

52

0

36

0

940

146

206

111

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

37

43

28

0

166

131

81

29

241

222

37

43

28

545

166

131

81

29

241

125

222

37

43

448

545

166

131

81

29

241

2025

125

222

37

2025

448

545

166

131

81

29

241

2022 t/m 2025

501

888

281

2022 t/m 2025

1.790

2.180

664

524

324

117

965

2026 t/m 2030

35

0

36

2026 t/m 2030

629

659

55

0

0

0

0

Totaal

536

0

317

Totaal

2.419

2.839

719

524

324

117

965

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

WIJK BIJ DUURSTEDE

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

2022

55

88

2023

55

2024

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

BUNNIK

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

37

2022

114

145

7

37

2023

114

0

7

37

2024

30

0

7

37

159

120

0

26

860

0

241

20

1.212

159

361

20

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

40

30

0

7

66

37

18

19

74

88

40

30

0

145

66

37

18

19

74

55

88

40

30

114

145

66

37

18

19

74

2025

55

88

40

2025

114

145

66

37

18

19

74

2022 t/m 2025

220

352

146

2022 t/m 2025

454

581

265

148

73

74

295

2026 t/m 2030

680

76

337

2026 t/m 2030

1.725

4.751

0

250

125

293

668

Totaal

900

102

483

Totaal

2.179

5.332

265

398

198

367

963

60

61 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

HOUTEN

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

2022

193

212

2023

193

2024

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

NIEUWEGEIN

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

80

2022

925

930

11

80

2023

925

7

11

80

2024

62

7

11

80

754

247

28

43

94

79

0

0

942

833

247

28

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

189

62

7

11

336

143

38

19

199

212

189

62

7

930

336

143

38

19

199

193

212

189

62

925

930

336

143

38

19

199

2025

193

212

189

2025

925

930

336

143

38

19

199

2022 t/m 2025

772

848

318

2022 t/m 2025

3.700

3.721

1.342

572

150

75

797

2026 t/m 2030

80

0

0

2026 t/m 2030

1.400

1.549

207

226

51

0

277

Totaal

852

43

318

Totaal

5.100

5.270

1.549

798

201

75

1.074

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

IJSSELSTEIN

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

2022

117

266

2023

117

2024

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

UTRECHT

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

186

2022

3.220

3.568

38

186

2023

3.220

44

38

186

2024

104

44

38

186

166

416

176

153

1.981

0

557

337

3.045

166

973

513

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

42

104

44

38

2.370

932

567

236

1.734

266

42

104

44

3.568

2.370

932

567

236

1.734

117

266

42

104

3.220

3.568

2.370

932

567

236

1.734

2025

117

266

42

2025

3.220

3.568

2.370

932

567

236

1.734

2022 t/m 2025

468

1.064

745

2022 t/m 2025

12.879

14.271

9.479

3.727

2.266

944

6.937

2026 t/m 2030

1.100

525

1.419

2026 t/m 2030

20.692

28.445

10.521

5.972

3.645

1.359

10.976

Totaal

1.568

678

2.164

Totaal

33.571

42.716

20.000

9.699

5.911

2.303

17.913

62

63 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Bijlage 3:

Overzicht Sleutelprojecten, provinciale subsidies en WBI

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

UTRECHTSE HEUVELRUG

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

2022

258

330

2023

258

2024

Sociale huur-woningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

180

2

6

16

24

330

180

2

6

16

24

258

330

180

2

6

16

24

2025

258

330

180

2

6

16

24

2022 t/m 2025

1.033

1.321

718

7

25

64

96

2026 t/m 2030

110

113

28

21

7

0

28

Totaal

1.143

1.434

746

28

32

64

124

Op basis van de door de gemeenten aangeleverde gegevens voor de planregistratie is een overzicht gemaakt van de kwantitatieve woningbouwopgave voor de periode 2022 tot en met 2030.

De aantallen voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug geven geen actueel beeld en zijn gebaseerd op verouderde informatie. Het gaat daarbij om de fasering van de bruto nieuwbouw en de aantallen in de betaalbare segmenten. Op basis van inzichten januari 2023 is de verwachting dat de fasering van de bruto nieuwbouw meer gelijkmatig verdeeld zal zijn over de periode 2022 t/m 2030 en dat het aandeel betaalbare woningen in de plancapaciteit hoger is. De gemeente zet in op 30% sociaal en 40% middelduur.

In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste woningbouwlocaties, zogenaamde sleutelprojecten, opgenomen van de U10-gemeenten. Dit overzicht is gevuld op basis van de door de gemeenten aangeleverde gegevens. Dit overzicht is ambtelijk getoetst door de provincie aan het Regionaal Programmeren Wonen en Werken, echter onder voorbehoud van bestuurlijke besluitvorming.

Belangrijkste woningbouwlocaties De Ronde Venen Locatie

Aantal woningen

Realisatieperiode

Toelichting, kanttekening

Vinkeveen - Centrumplan

300

Vanaf 2025

Abcoude - Bongronden

270

Vanaf 2024

Mijdrecht – De Meijert

203

Vanaf 2024

Mijdrecht – Het Oosterland

600

Vanaf 2026

Wilnis – De Maricken fase 2

650

Vanaf 2024

Argon

120

Vanaf 2025

Amstelhoek

200

Vanaf 2025

Hofland

80

Vanaf 2025

Voorbij

49

Vanaf 2024

600 woningen tot en met 2030, 155 woningen na 2030

Belangrijkste woningbouwlocaties Lopik Locatie

Aantal woningen

Realisatieperiode

Lopikerkapel

50

2022-2025

Cabauw

25

2022-2025

Cabauw

25

2025-2030

Toelichting, kanttekening

64

65 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Belangrijkste woningbouwlocaties Montfoort Locatie

Aantal woningen

De Bleek, fase 1

Belangrijkste woningbouwlocaties De Bilt

Realisatieperiode 200

Toelichting, kanttekening

2024-2029

Locatie

Aantal woningen

Schapenweide Spoorzone

Realisatieperiode

Toelichting, kanttekening

200

2025

500 tot 1000

2025-2030

Belangrijkste woningbouwlocaties Oudewater Locatie

Aantal woningen

Realisatieperiode

Toelichting, kanttekening

Belangrijkste woningbouwlocaties Utrechtse Heuvelrug

Schylenburcht

69

2022-2024

St. Janstraat

52

2022-2025

Locatie

Westerwal

35

2022-2024

Sparrenheide / Nassau Odijkhof

Belangrijkste woningbouwlocaties Stichtse Vecht Locatie

Aantal woningen 1670

Zuilense Vecht, Sportparkweg 1 Maarssen

138

320

Locatie

2022-2030

Aantal woningen

De Geer III

Vanaf 2024

Realisatieperiode 530

Het gaat om een in­breidings­locatie.

Toelichting, kanttekening

2023-2030

Locatie

2025-2026

Aantal woningen

Realisatieperiode

Toelichting, kanttekening

500 519 177

2022 t/m 2030 2022 t/m 2025 2026 t/m 2030

Nog te realiseren 929

2022 t/m 2025

Aantal woningen

Realisatieperiode

WA-Hoeve

250

2027-2030

Eikenstein

203

2023-2026

Vliegbasis Soesterberg

250-450

2025-2030

Stationsgebied Zeist/ Driebergen

1500-2500

2027-2030

Belangrijkste woningbouwlocaties Woerden Locatie

Toelichting, kanttekening

Belangrijkste woningbouwlocaties Zeist

Leerdam, Broekgraaf (incl. Broekgraaf-Noord) Broekgraaf Hoef en Haag

Realisatieperiode

Toelichting, kanttekening

Belangrijkste woningbouwlocaties Vijfheerenlanden Locatie

Aantal woningen

Belangrijkste woningbouwlocaties Wijk bij Duurstede

Realisatieperiode

Ruimtekwartier (Kwadrant nieuwbouw 500, Kwadrant transformatie 200, Planetenbaan midden 652 en Planetenbaan Noord 320)

Deze locatie betreft een regiopoort en genoemd in het document Woondeal U10.

Aantal woningen

Realisatieperiode

Middelland

925

t/m 2030

Snellerpoort

800

t/m 2030

Stationsgebied

264

t/m 2030

Toelichting, kanttekening

NB 1: Het is nog niet bekend waar de woningen geplaatst gaan worden. Mbt invoeging binnen het stedelijk gebied is er ambtelijk overeenstemming met de provincie (kaart verordening PU). Mbt andere uitleglocaties is geen overeenstemming met de PU en deze zijn derhalve niet opgenomen in het concept Regionaal Programmeren. NB 2: betreft een regiopoort en genoemd in het document Woondeal U10.

Sortie

170

2025-2026

66

67 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Belangrijkste woningbouwlocaties Utrecht (exclusief onzelfstandige studentenwoningen)

Belangrijkste woningbouwlocaties Bunnik Locatie

Aantal woningen

Kersenweide Stationsomgeving

Realisatieperiode

Toelichting, kanttekening

1200

2025-2030

1000-1500

2026-2035

Aantal woningen

Realisatieperiode

Centrum, Molenzoom, Koppeling

1400

Grote Driehoek Eiland van Schalkwijk

250

Motie Blijven bouwen (7 locaties)

600

Toelichting, kanttekening

uiterlijk 2030 Uiterlijk 2030

Uiterijk 2030

Exacte locatie moet nog afgestemd worden met de provincie. Afhankelijk van waar deze locatie is beoogd. Er is geen nieuwe uitleg opgenomen in het concept RPWW 2022. Mocht de locatie buitenstedelijk zijn, dan moet daar nog afstemming/overeenstemming over plaatsvinden met de provincie.

Belangrijkste woningbouwlocaties IJsselstein Locatie

Aantal woningen

Realisatieperiode

Toelichting, kanttekening

Paardenveld Noord

400

2025-2030

Europakwartier

124

Tot en met 2025

Clinckhoeff

72

Tot en met 2025

Randdijk

130

Tot en met 2026

Lage Biezen

60

Tot en met 2025

Podium

130

2025 t/m 2030

Aantal woningen

Realisatieperiode

Toelichting, kanttekening

Gebiedsafspraken

Belangrijkste woningbouwlocaties Houten Locatie

Locatie

Exclusief locatie Het Burgje.

Cartesius e.o.

743

2022-2024

Cartesius e.o.

4.100

2025-2030

Groot Merwede

1.797

2022-2024

Groot Merwede

11.563

2025-2030

Oost

320

2022-2025

Oost

2.746

2025-2030

Overvecht

13

2022-2025

Overvecht

1.114

2025-2030

Belastingkantoor

487

2022-2025

Brennerbaan

200

2025-2030

Haarrijn

686

2022-2025

Het Zand

529

2022-2025

Het Zand

86

2025-2030

Kruisvaartkade

569

2025-2030

Leeuwesteyn

547

2022-2024

Leeuwesteyn

276

2025-2030

Leidsche Rijn Centrum

1524

2022-2024

Leidsche Rijn Centrum

2511

2025-2030

Nieuw Buurland

285

2025-2030

Ravellaan Noord

220

2025-2030

Rijnvliet

555

2022-2024

Rijnvliet

78

2025-2030

Thomas a Kempisplantsoen

360

2025-2030

200-plus locaties

Belangrijkste woningbouwlocaties Nieuwegein Locatie

Aantal woningen

Realisatieperiode

Toelichting, kanttekening

City

1364

Tot 2025

City

742

Tot 2030

Rijnhuizen

1255

Tot 2025

Rijnhuizen

595

Tot 2030

Blokhoeve (Blok West en Edge 2)

269

2028

68

69 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Niet geprogrammeerd Bij de gemeente Houten speelt de wens om een substantieel aantal woningen in een aantal uitleglocaties te bouwen. Deze zijn niet opgenomen in het RPWW omdat over deze locaties vooralsnog geen overeenstemming is tussen de provincie en de gemeenten. Deze locaties zijn ook nog niet opgenomen in het Planregistratiesysteem Wonen (plancapaciteit) omdat er nog onduidelijkheid is over de aantallen te bouwen woningen. Het gaat onder meer om locaties in Schalkwijk, maximaal 250 woningen en ’t Goy, maximaal 50 woningen. Deze locaties kunnen in het kader van de derde cyclus worden beoordeeld. Bij de gemeente De Bilt speelt de wens om een substantieel aantal woningen (200) in

Maartensdijk te bouwen. Dit betreft een uitleglocatie buitenstedelijk. Vooralsnog is er nog geen overeenstemming tussen de provincie en de gemeente. Deze locatie is ook nog niet opgenomen in het Planregistratiesysteem Wonen (plancapaciteit). Ook bij diverse andere gemeenten in de regio U10 zijn er plannen (onder andere plannen voor de regiopoorten) in ontwikkeling die nog niet zijn beoordeeld door de provincie en er daardoor (nog) geen overeenstemming is tussen de provincie en de gemeenten. Deze locaties kunnen in het kader van de derde cyclus worden beoordeeld. Dan zal worden gekeken of die locaties alsnog kunnen worden geprogrammeerd.

Overzicht toekenningen Woningbouw Impuls (WBI) Aantal woningen

Overzicht Financiële bijdragen gemeenten o.b.v. Subsidieverordening Versnelling Woningbouw PU 2021-2024 en Flexpool Gemeente

Bijdrage flexpool

locaties

De Ronde Venen

x

Twistvlied, Maricken 2, De Meijert, Stationslocatie Mijdrecht, bedrijventerrein Amstelhoek, Argon, Voorbij locatie.

Stichtse Vecht

x

Atlantische Buurt, Ruimtekwartier (Planetenbaan) inclusief Kwadrant.

Woerden

x

Poort van Woerden (Middelland, Snellerpoort, Stationsgebied).

Montfoort

Burg. De Geusplein en Linschoten Zuid. x

Van Damstraat, De Goederen, Boslaan, Tabakshof.

Oudewater

x

Kerkwetering.

Lopik

x

Lopikerkapel en Schoollocatie De Akker.

Vijfheerenlanden

x

Broekgraaf Noord

Tranche

Gemeente

Locatie

Eerste tranche

Utrecht

Merwedekanaalzone Deelgebied 5, 1e fase

4.250

Nieuwegein

Mooi Rijnhuizen

1.000

Houten

x

Molenzoom

Tweede tranche

Woerden

Poort van Woerden

2.126

Utrechtse Heuvelrug

x

Diverse woningbouwprojecten

Derde tranche

Utrecht

Overvecht Zuid

2.191

Wijk bij Duurstede

Vierde tranche

Stichtse Vecht

Ruimtekwartier

500

Bunnik

x

Kersenweide en Bunnik Stationsgebied

Zeist

x

Huis ter Heide en Renesselaan

Nieuwegein

x

Nieuwegein City, Rijnhuizen en Blokhoeve (laatste is uitgesplitst in 2 locaties, Blok West en Edge 2 vrijwaringszone).

Ijsselstein

x

Podium, Randdijk en Europakwartier Oost, Lage Biezen, Abbink Spainkgebouw.

De Bilt

x

Molenkamp, stationsgebied De Bilt

Utrecht

x

Overvecht tbv WBI aanvraag

Andere inves­tering

Toelichting

x

WBI 4e tranche is toegekend

x

Versnelling Woningbouw Utrecht 2021-2024

x

co-financiering WBI Overvecht, TAK

70

71 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Bijlage 4

Regiodeal Flexwonen Regiodeal Flexpool: Statencommissie Ruimte, Groen, Water en Wonen 25 januari 2023 09:00:00, Stateninformatie provincie Utrecht

Bijlage 5

Overzicht corporatiewoningen per gemeente Toelichting De aantallen woningen in onderstaande tabel zijn opgegeven door de woningcorporaties verenigd in RWU. De aantallen woningen van corporaties die niet zijn aangesloten bij de RWU zijn niet meegenomen (Woonzorg Nederland en Habion, Vestia en Omnia Wonen). Voor de jaarschijven 2022-2026 gaat het om aantallen die onderdeel zijn van de financiële verantwoording van de corporaties en ontleend zijn aan hun dPi’s (met een lichte bewerking). Deze afkorting staat voor ‘de Prospectieve informatie’ en betreft informatie die corporaties moeten aanleveren in het kader van het rijkstoezicht op hun activiteiten en de garantstelling op hun leningen, waarbij corporaties een prognose van de activiteiten en een financiële prognose moeten aanleveren. De dPi gaat in op de voornemens van de komende vijf jaren Bij de woningaantallen gaat het om woningen die een realisatie/oplevering kennen in de genoemde jaren en in principe dus om ‘harde’ plannen. Als er prestatieafspraken zijn gemaakt, worden die ook meegestuurd met de dPi. Dat wil overigens nog niet zeggen dat deze aantallen 1:1 opgenomen zijn in de lokale prestatieafspraken, daarin bestaan er namelijk verschillen in werkwijzen tussen de U16-gemeenten en ook is het zo dat er nog gesprekken gaande zijn over nieuwe lokale prestatieafspraken.

Alle aantallen in alle jaarschijven zijn door de woningcorporaties te financieren. Daarnaast hebben de gezamenlijke woningcorporaties financiële ruimte om nog meer woningen te kunnen realiseren. In bijlage 2 van deze Woondeal U10 is het ­aantal sociale huurwoningen ten ­opzichte van de o ­ penbare plancapaciteit in de ­Planregistratie Wonen (stand van zaken 27 oktober) ­opgenomen. In totaal zijn er 16.171 ­sociale ­huurwoningen opgenomen. De gezamenlijke corporaties zien op basis van inzichten begin 2023, voor de gehele periode de mogelijkheid om 20.262 sociale huurwoningen te realiseren. Dit op basis van concrete locaties en ambities/perspectief van de corporaties zelf. Dit betekent dat de gezamenlijke corporaties voor circa 4.000 sociale huurwoningen meer mogelijkheden zien dan nu in de planregistratie is opgenomen. Dit wordt deels verklaard doordat voor een deel van de plannen zoals die nu in de Planregistratie zijn opgenomen, de prijssegmentering nog niet bekend is of nog niet is geregistreerd.

Voor de jaarschijven 2027-2030 gaat het om een mix van ‘harde’ en ‘zachte’ plannen waarvan de meeste ‘zacht’ zijn, dat wil zeggen dat het gaat om locaties die volgens de woningcorporaties mogelijk zijn, waar sociale huur (nog) niet is geprogrammeerd maar waar de woningcorporaties wel kunnen en willen bouwen, en om een deel ambitie/wenslocaties.

72

73 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

DAEB

NIET-DAEB 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2022-2030

Bunnik

71

6

15

51

0

135

123

125

150

676

De Bilt

0

0

31

36

58

78

78

78

78

437

De Ronde Venen

45

125

89

103

400

325

0

0

60

Houten

116

106

81

75

20

80

80

80

IJsselstein

30

0

79

45

170

95

0

Lopik

0

0

44

0

20

20

Montfoort

0

0

0

0

42

Nieuwegein

0

90

181

286

Oudewater

21

0

69

Stichtse Vecht

12

0

Utrecht

425

Utrechtse Heuvelrug

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2022-2030

Bunnik

0

0

0

0

0

0

40

0

0

40

De Bilt

0

0

24

22

16

0

0

0

0

62

1.147

De Ronde Venen

0

0

20

0

0

0

0

0

20

40

80

718

Houten

0

0

0

0

0

10

10

10

10

40

0

0

419

IJsselstein

1

3

14

0

0

28

5

5

5

61

20

0

30

134

Lopik

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

120

30

0

30

222

Montfoort

0

1

2

0

0

5

1

1

1

11

154

150

150

150

150

1.311

Nieuwegein

0

0

13

10

0

10

10

10

10

63

29

30

0

30

20

20

219

Oudewater

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

106

38

76

0

72

230

230

764

Stichtse Vecht

0

0

0

0

0

0

0

40

100

140

928

1.012

2.596

1.080

1.497

1.617

885

850

10.890

Utrecht

0

36

0

102

147

47

134

30

30

526

39

41

43

53

11

88

104

104

89

568

Utrechtse Heuvelrug

2

0

0

0

0

0

0

0

0

2

Vijfheere­ nlanden 12

72

89

221

92

25

0

25

0

0

524

Vijfheeren­ landen

0

5

0

30

0

0

0

0

0

35

Wijk bij Duurstede

0

45

71

0

50

40

40

40

40

326

Wijk bij Duurstede

0

0

0

0

0

10

10

10

10

40

Woerden

43

125

148

40

0

45

35

70

275

781

Woerden

6

0

26

0

0

0

0

0

50

82

Zeist

27

83

142

0

38

224

204

204

204

1.126

Zeist

0

25

40

0

0

75

75

75

75

365

Totaal

20.262

Totaal

1.507

12 Vijfheerenlanden heeft één corporatie (Lekstedewonen) die bij RWU is aangesloten. Lekstedewonen heeft een ontheffing gekregen van het Rijk om in de regio U10 actief te zijn, de andere twee corporaties in Vijfheerenlanden hebben geen ontheffing.

74

75 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

76 6 maart 2023

De Woondeal U10 is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen de U10, provincie Utrecht, Ministerie van BZK en RWU.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12490035/1