RIB23.025 Input wijziging Gemeenschappelijke regeling RDWI
Tekst van het document
i
N | |
Publiekshal « Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl » www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 « zeist@zeist.nl
Gemeente Zeist
_Bohanctena Goffe 28-02 _ 2022
NG 22, o2s
Aan de gemeenteraad
Datum
22 februari 2023
Burgerservicenummer
Ons kenmerk
138966
Uw kenmerk
Bijlage(n)
1
Behandeld door
Arno Klarenbeek
Onderwerp
Input wijziging GR RDWI
Portefeuillehouder
Laura Hoogstraten
Geachte leden van de raad,
Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. het doel van deze wetswijziging is de democratische legitimatie van de samenwerking in gemeenschappelijke regelingen te vergroten. Dit vindt plaats via versterking van de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden. Voor de gemeenschappelijke regeling RDWI is hiervoor het wijzigingsproces gestart. Wij hebben van de regeling de bijgevoegde stukken ontvangen, die als PR23.004 op de lijst van ingekomen stukken van de raad van januari zijn geplaatst, zie de bijgevoegd link: https://zeist raadsinformatie.nl/document/12223475/2/PR23_004+Wijziging+gemeensch_+regeling+RDWI Deze nu voorliggende eerste stap in het wijzigingsproces is het ophalen van zienswijzen van de deelnemers voor de door te voeren wijzigingen. We zijn in de gelegenheid gesteld onze input hiervoor voor 15 maart aanstaande te geven. De uiteindelijke vaststelling van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling is een gezamenlijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid van uw raad en ons college, zie hieronder. Op deze eerste stap in het proces betrekken we u via deze raadsinformatiebrief en voorhangprocedure. .
Voor het wijzigingsprocesis uit de RDWI en de deelnemende gemeenten een ambtelijke voorbereidingsgroep geformeerd, waarin naast een juriste en een inhoudelijk betrokkene op de taken van de GR ook een griffier en een bestuursadviseur zitting hebben. Zoals u in de memo ziet loopt het proces langs 3 fasen: 1. Ophalen van input; 2. Opstellen concept wijzigingsvoorstel (met consultatie van de deelnemers); 3. Het vaststellen van de gewijzigde regeling. Deze laatste fase verloopt via voorgenomen besluit college en verzoek aan raad om tot wijziging van de tekst
van de gemeenschappelijke regeling te mogen besluiten, de raad besluit voor zichzelf als deelnemend orgaan tot wijziging en verleent het college toestemming om als orgaan voor haar taken tot wijziging over te gaan, dit besluit tot wijziging wordt vervolgens in de daaropvolgende collegevergadering door B&W genomen. Dit proces moet op grond van de Wgr voor 1 juli 2024 zijn afgerond. De wetswijziging is vanzelfsprekend van toepassing op alle gemeenschappelijke regelingen waaraan we deelnemen. Via RIB22.108 heeft uw college de raad via een voorhangprocedure al betrokken op de concept wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling VRU. De VRU heeft o.a. met de regelingen AVU, GGD en ODRU afstemming gezocht op de verwerking van de wijzigingen van de Wgr in de teksten van die regelingen.
Austerlitz « Boschen Duin « Den Dolder = Huis ter Heide = Zeist
Hetligt voor de hand om vanuit een oogpunt van uniformiteit hier zoveel mogelijk aansluiting bij te zoeken. . ledere regeling heeft zijn eigen proces en planning waardoor deze voor 1 juli 2024 op verschillende momenten bij ons college en uw raad langs komen.
In de van de RDWI ontvangen stukken zoals opgenomen in PR23.004, zijn de wijzigingen opgenomen en
suggesties gedaan waarop input gegeven kan worden.
Aw
Het gaat om onderstaande verplichte bepalingen: 1. Of de raden van de deelnemende gemeenten zienswijzen kunnen geven op bepaalde ontwerpbestuursbesluiten (zoals vaststellen van beleidsagenda, uitvoeringsbeleid RDWI). 2. Ofer burgerparticipatie casu quo inspraakmogelijkheid is voor ingezetenen en andere belanghebbenden op bepaalde ontwerp-bestuursbesluiten (zoals P&C stukken, beleidsagenda, uitvoeringsbeleid RDWI). De uitwerking van de actieve informatieplicht. De invulling van de evaluatieverplichting. Er moeten uittredingsbepalingen met de gevolgen voor het vermogen van het openbaar lichaam en de deelnemers worden opgenomen.
Voor nadereuitleg en toelichting zie de bijlage achteraan PR23.004. Daarnaast is in de wijziging van de Wgr bepaald, dat op initiatief van de raden van de deelnemende gemeenten een gemeenschappelijke adviescommissie van raadsleden kan worden ingesteld die het algemeen bestuur van advies voorziet, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten kan voorbereiden of deze raden van advies kan voorzien. Om met dezelaatste wijziging te beginnen, we zijn het eens met de constatering van de RDWI dat deze bepaling niet overgenomen hoeft te worden in de te wijzigen tekst van de gemeenschappelijke regeling. De wetzelf vormt immers reeds de basis en biedt de mogelijkheid totinitiatief aan de raden. Wel moeten de raden van alle deelnemers daar dan toe besluiten. Gezien het feit dat we zelf al met raadsrapporteurs werken voor de regelingen ligt het op dit moment meer in de reden om per regeling te bekijken of de nabijheid van de regeling tot de gezamenlijke raadsrapporteurs van de deelnemers (en vice versa) kan worden vergroot. Nog meer bestuurlijke drukte voor de regeling(en) en de deelnemers, waaronder de raden, achten wij uit een
oogpunt van werkdruk voor alle betrokkenen en beheersing van de overheadkosten niet gewenst. Onze lijn is om de ingeslagen weg van de nabijheid tot de gemeenteraden met o.a. de raadsrapporteurs (voor deze regeling Silke Zwart en Jeroen van den Heuvel) te bestendigen en verder uit te bouwen. We zien geen
aanleiding om daarnaast nog een raadsadviescommissie in het leven te roepen.
In reactie op Ad 1.: We delen de lijn in het voorstel om niet tot verdere uitbreiding van het aantal bestaande zienswijze mogelijkheden voor deze GR te kiezen. Voor zover er sprak is van vaststelling van beleid gaat het om uitvoerings-/operationeel beleid gericht op de dienstverlening aan de klant. Strategisch beleid wordt mede (naast de besturen van de GR) door de raden van de deelnemers vastgesteld. We gaan er daarbij vanuit dat de bestaande maar nu nog niet in de tekst van de GR vastliggende mogelijkheid van het indienen van een zienswijze naar aanleiding van de jaarlijkse kadernota behouden blijft. Dit is ook in
lijn met de wens van uw raad zoals via motie uitgesproken bij de wijziging van de GR VRU in ditzelfde kader. Wij hebben dit opgenomen in de bijgevoegde reactie aan de RDW. Ad 2.: De RDWI werkt al met een cliëntenraad die steevast op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid wordt betrokken. Ook wordt gewerkt met klanttevredenheidsonderzoeken waarop vervolgens ook weer de cliëntenraad is betrokken. De RDWIis in die zin een voorbeeld waar dit aspect al goed is geregeld. Wat ons betreft kan worden volstaan met het vastleggen hiervan in de GR. Temeer daar ook nog geldt dat voor het beleid dat via de deelnemers moet worden vastgesteld door de raden, de deelnemers zelf de lokale burgerparticipatie op maat organiseren. Wij hebben dit opgenomen in de bijgevoegde reactie aan de RDWI. Ad 3.: Wij zijn voorstander van het opnemen van een generieke bepaling dat de invulling hiervan van geval tot geval bepaalt wordt door de bestuursorganen van de GR. Door de Wet open overheid (Woo) moet al veel (meer) informatie openbaar worden gemaakt. In de kadernota 2024 is hiervoor ook budget voor extra personele capaciteit bij de RDWI opgenomen.
Austerlitz « Bosch en Duin « Den Dolder « Huis ter Heide = Zeist
Wij hebben dit opgenomen in de bijgevoegde reactie aan de RDWI. Ad 4: Hierin is in artikel 37 van de GR al voorzien. Bij de GR VRU (ODRU, AVU en GGD) is de frequentie van de evaluatie bepaald op 1 maal per zes jaar. In onze reactie aan de RDWI geven we in overweging daar aansluiting bij te zoeken en de in artikel 37 opgenomen termijn van 4 jaar aan te passen.
Het gaatin deze wetsbepaling overigens om de evaluatie van de GR, doel en nut van de samenwerking en de bewuste afweging voor en door de deelnemers (colleges en raden) of dit voorzetting op de huidige wijze verdient of niet. Het gaat dus niet om de evaluatie van specifiek beleid of specifieke instrumenten. Daar kan door de besturen van de GR al dan niet op verzoek van de deelnemers altijd apart toe besloten worden.
Ad 5.: Uittreding is in zijn algemeenheid een proces waarbij de belangen van de verschillende partijen botsen. Het is dan gewenst dat vooraf zoveel mogelijk duidelijk is wat de spelregels en (mogelijke) consequenties van een besluit tot uittreding zijn. Hier strekt de wetswijziging toe. De door de RDWI als suggestie geopperde uittredingsregeling met een aflopend forfaitair bedrag spreekt ons aan. Hetlijkt ons zinvol met elkaar in het vervolg proces te bekijken en beoordelen of een regeling met een afbouw in 5 of 3 jaren de voorkeur geniet. Wij hebben datin de bijgevoegde reactie opgenomen. Voorhangprocedure: Wij stellen uw raad gedurende de periode 23 februari tot en met 14 maart aanstaande in de gelegenheid wensen en/of bedenkingen naar aanleiding van deze brief en de in concept opgestelde reactie aan de RDWI kenbaar te maken. De brief staat op de postlijst raad van 21 maart aanstaande met bespreking op 14 maart. Wij zenden de concept reactie onder voorbehoud van aanvullende wensen of bedenkingen door uw raad alvast ter informatie naar de RDWI. Eventuele reacties uit uw raad worden door ons op 15 maart
doorgezonden aan de RDWI.
Vragen of opmerkingen?: Wanneer u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze brief, het proces of de stukken kunt u zich
in verbinding stellen met uw raadsrapporteurs RDWI, Jeroen van den Heuvel of Silke Zwart. Met hen is als uw
vooruitgeschoven post overleg gevoerd over de reactie aan de RDWI. Vanzelfsprekend kan ookvia uw griffie met de betrokken ambtenaren contact worden opgenomen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
Boll
dr.jH.S. Grotens
de burgemeester,
tl)
Sa
drs/JÁ.L.M. Janssen
Austerlitz « Bosch en Duin « Den Dolder « Huis ter Heide » Zeist
ih
re | |
COLLEGEVOORSTEL
Gemeente Zeist Portefeuillehouder Wethouder Hoogstraten Secretaris
Burgemeester
Datum B&W-vergadering 21-02-2023 Wethouder
Wethouder
Wethouder
Wethouder
Akkoord Bespreken
Afd./Team Opsteller Telefoon Datum
Stuknummer
Samen Leven S&B Jan Steven Eilander en Arno Klarenbeek 0652405850 8 februari 2023
ONDERWERP Input voor ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling werk&inkomen (RDWI)
138966
Uiterste datum 21 februari 2023
AKKOORD
paraaf
datum
BESLUIT
Raad Deponerenarchief
DATUM
par
Datum Datum
INHOUD (bij beknoptetoelichting de volledige tekst, anders publieksgerichte samenvatting) Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. het doel van deze wetswijziging is de democratische legitimatie van de samenwerking in gemeenschappelijke regelingen te vergroten. Dit vindt plaats via versterking van de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden. Voor de gemeenschappelijke regeling RDWI is hiervoorhet wijzigingsproces gestart. Wij hebben van de regeling de bijgevoegde stukken ontvangen, die als PR23.004 op de lijst van ingekomen stukken van de raad van januari zijn geplaatst. Deze nu voorliggende eerste stap in het wijzigingsproces is het ophalen van zienswijzen van de deelnemers voor de doorte voeren wijzigingen. We zijn in de gelegenheid gesteld onze input hiervoor voor 15 maart
aanstaande te geven. Omdatde uiteindelijke vaststelling van de wijziging van de gemeenschappelijke
regeling een bevoegdheid is van de raad is het gewenstdat de raad ook op deze stap aan de voorkant in het proces via de voorhangprocedure wordt betrokken. Dit voorstel met bijgevoegde raadsinformatiebrief voorziet hierin.
VOORGESTELD WORDT 1. 2.
De bijgevoegde raadsinformatiebrief met bijlage met de reactie van Zeist als deelnemer op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling RDWIvastte stellen en ter informatie aan de raad te sturen. De raad tot en met 14 maart aanstaande via toepassingen van de voorhangprocedure Gemeentewet in de gelegenheid te stellen wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
ONDERWERP
Input voor ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling werk&inkomen (RDWI)
VOORGESTELD WORDT 1. 2.
De bijgevoegde raadsinformatiebrief met bijlage met de reactie van Zeist als deelnemer op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling RDWI vast te stellen en ter informatie aan de raad te sturen. De raad tot en met 14 maart aanstaande via toepassingen van de voorhangprocedure Gemeentewet in de gelegenheid te stellen wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
INLEIDING Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. het doel van deze wetswijziging is de democratische legitimatie van de samenwerking in gemeenschappelijke regelingen te vergroten. Dit vindt plaats via versterking van de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden. Voor de gemeenschappelijke regeling RDW!is hiervoor het wijzigingsproces gestart. Wij hebben van de regeling de bijgevoegde stukken ontvangen, die als PR23.004 op de lijst van ingekomen stukken van de raad van januari zijn geplaatst. https://zeist. raadsinformatie.nl/document/12223475/2/PR23 004+Wijziging+gemeensch_+regeling+RDWI Deze nu voorliggende eerste stap in het wijzigingsprocesis het ophalen van zienswijzen van de deelnemers voor de doorte voeren wijzigingen. Wezijn in de gelegenheid gesteld onze input hiervoor voor 15 maart aanstaande te geven. Omdat de uiteindelijke vaststelling van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling een bevoegdheid is van de raad is het gewenst dat de raad ook op deze stap aan de voorkant in het proces via de voorhangprocedure wordt betrokken. Voor het wijzigingsprocesis uit de RDWI en de deelnemende gemeenten een amtelijke voorbereidingsgroep geformeerd, waarin naast een juriste en een inhoudelijk betrokkene op de taken van de GR ook een griffier ener een bestuursadviseur zitting hebben.
Zoals u in de memozietloopt het process langs 3 fasen: 1. Ophalen van input; 2. Opstellen concept wijzigingsvoorstel (met consultatie van de deelnemers); 3. Het vaststellen van de gewijzigde regeling. Deze laatste fase verloopt via voorgenomen besluit college en verzoek aan raad om tot wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling te mogen besluiten, de raad besluit voorzichzelf als deelnemend orgaan tot wijziging en verleent het college toestemming om als orgaan voor haar taken tot wijziging over te gaan, dit besluit tot wijziging wordt vervolgens in de daaropvolgende collegevergadering door B&W genomen. Dit proces moet op grond van de Wer voor 1 juli 2024 zijn afgerond. De wetswijziging is vanzelfsprekend van toepassing op alle gemeenschappelijke regelingen waaraan we deelnemen. Via RIB22.108 heeft uw college de raad via een voorhangprocedure al betrokken op de concept wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling VRU. De VRU heeft o.a. met de regelingen AVU, GGD en ODRU afstemming gezocht op de verwerking van de wijzigingen van de War in de teksten van die regelingen. Hetligt voor de hand om vanuit een oogpunt van uniformiteit hier zoveel mogelijk aansluiting bij te zoeken. Dit voorkomt verschillen per gemeenschappelijke regeling en onduidelijkheid en mogelijke vewarring bij de raadsleden en inwoners.
ledere regeling heft echter wel zijn eigen proces en planning waardoor deze voor 1 juli 2024 op verschillende momenten bij uw college en de raad langs komen. In de van de RDWI ontvangen stukken zoals opgenomen in PR23.004, zijn de wijzigingen opgenomen en suggesties gedaan waarop input gegeven kan worden. Het gaat om onderstaande verplichte bepalingen: 1. Of de raden van de deelnemende gemeenten zienswijzen kunnen geven op bepaalde ontwerpbestuursbesluiten (zoals vaststellen van beleidsagenda, uitvoeringsbeleid RDWI). 2. Of er burgerparticipatie casu quo inspraakmogelijkheid is voor ingezetenen en andere belanghebbenden op bepaalde ontwerp-bestuursbesluiten (zoals P&C stukken, beleidsagenda, uitvoeringsbeleid RDWI). 3. De uitwerking van de actieve informatieplicht. 4. De invulling van de evaluatieverplichting.
5.
Er moeten uittredingsbepalingen met de gevolgen voor het vermogen van het openbaar lichaam en de deelnemers worden opgenomen.
Voor nadere uitleg en toelichting zie de bijlage achteraan PR23.004. Daarnaast is in de wijziging van de Wgr bepaald, dat op initiatief van de raden van de deelnemende gemeenten een gemeenschappelijke adviescommissie van raadsleden kan worden ingesteld die het algemeen bestuur van advies voorziet, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten kan voorbereiden of deze raden van advies kan voorzien. Om met deze laatste te beginnen, we zijn het eens met de constatering deze bepaling niet overgenomen hoeft te worden in de te wijzigen tekst van de gemeenschappelijke regeling. De wet zelf vormt immers reeds de basis en biedt de mogelijkheid tot initiatief aan de raden. Wel moeten de raden van alle deelnemers daar dan toe besluiten. Gezien het feit dat we zelf al met raadsrapporteurs werken voor de regelingen ligt het op dit moment meer in de reden om per regeling te bekijken of de nabijheid van de regeling tot de gezamenlijke raadsrapporteurs van de deelnemers (en vice versa) kan worden vergroot. Nog meer bestuurlijke drukte voor de de regeling(en) en de deelnemers, waaronder de raden, achten wij uit een oogpunt van werkdruk voor alle betrokkenen en beheersing van de overheadkosten niet gewenst. Wij hebben hierover ook contact gehad met onze raadsrapporteurs Silk Zwart en Jeroen van den Heuvel.
In onze reactie hebben we opgenomen dat de lijn voor Zeist is om de ingeslagen weg van de nabijheid tot de gemeenteraden met o.a. de raadsrapporteurs te bestendigen en verder uit te bouwen en we geen aanleiding zien voor het daarnaast nog in het leven roepen van een raadsadviescommissie. In reactie op Ad 1.: We delen de lijn in het voorstel om niet tot verdere uitbreiding van het aantal bestaande zienswijze mogelijkheden voor deze GR te kiezen. Voor zover er sprak is van vaststelling van beleid gaat het om uitvoerings-/operationeel beleid gericht op de dienstverlening aan de klant. Strategisch beleid wordt mede (naast de besturen van de GR) door de raden van de deelnemers vastgesteld. We gaan er daarbij vanuit dat de bestaande maar niet in de tekst van de GR vastliggende mogelijkheid van het indienen van een zienswijze naar aanleiding van de jaarlijkse kadernota behoudenblijft. Dit is ook in lijn met de wens van de raad zoals via motie uitgesproken bij de GR VRU. Wij hebben dit opgenomen in de bijgevoegde reactie aan de RDW. Ad 2.: De RDWI werkt al met een clientenraad die steevast op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid wordt betrokken. Ook wordt gewerkt met klanttevredenheidsonderzoeken waarop vervolgens ook weer de clientenraad is betrokken. De RDWIis in die zin een voorbeeld waar dit facet al goed is geregeld.
Wat ons betreft kan worden volstaan met het vastleggen hiervan in de GR. Temeer daar ook nog geldt dat voor het beleid datvia de deelnemers moet worden vastgesteld door de raden, de deelnemers zelf de locale burgerparticipatie op maat organiseren. Ad 3: Eens met het opnemen van een generieke bepaling dat de invulling hiervan van geval tot geval bepaalt wordt door de bestuursorganen van de GR. Door de Wet open overheid (Woo) moetal veel (meer) informatie openbaar worden gemaakt.
Ad 4: Is in artikel 37 van de GR al in voorzien. Bij de GR VRU (ODRU, AVU en GGD)is de frequentie van de
evaluatie bepaald op 1 maal per zes jaar. In onze reactie aan de RDWI geven we in overweging daar aansluiting bij te zoeken en de in artikel 37 opgenomen termijn van 4 jaar aan te passen. Het gaat in de wetsbepaling om de evaluatie van de GR, doel en nut van de samenwerking en de bewuste afweging voor en door de deelnemers (raden) of dit voorzetting op de huidige wijze verdient of niet. Gaat niet om de evaluatie van specifiek beleid of specifieke instrumenten daar kan altijd naar bevindt van zaken voor gekozen worden. Ad 5.: Uittreding is in zijn algemeenheid een proces waarbij de belangen van de verschillende partijen botsen. Het is dan gewenst dat vooraf zoveel mogelijk duidelijk is wat de spelregels en (mogelijke) consequenties van een besluit tot uittreding zijn. De door de RDWI als suggestie geopperde uittredingsregeling met een aflopend forfaitair bedrag spreekt ons aan. Hetlijkt ons zinvol met elkaar in het vervolg proces te bekijken en beoordelen of een regeling met een afbouw in 5 of 3 jaren de voorkeur geniet.
We hebben dat in de bijgevoegde reactie opgenomen. Een eventuele generieke bepaling leidt naar onze mening eerder tot verschillen van inzicht en/of geschillen. Bij de GR VRU is wel voor een generieke bepaling gekozen, maar daar geldt dat opheffingen en/of uittreding voor een individuele deelnemer als gevolg van de wettelijke context (Wet veiligheidsregio's) niet kan of dat daar dan voor, via die wet en besluit waarin uittreding mogelijk wordt gemaakt, bijzondere voorwaarden voorde uittreder zullen zijn verbonden. Hiermee worden de belangen van de GR en de andere deelnemers dan al afdoende beschermd.
ARGUMENTEN 1. 2.
Met het geven van een reactie leveren we aan de voorkant input in dit proces, kan fase 1 worden afgesloten en kan gestart worden met het opstellen van het concept wijzigingsvoorstel door het bestuur van de RDWI, waarover de volgende consultatie van de deelnemers over wordt georganiseerd ( stap 2). Via de voorhangprocedure wordt de raad in de periode 23 februari tot en met 14 maart aanstaande, bespreking postlijst raad in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen kenbaar te maken op de reactie van Zeist als deelnemer. Hiermee wordt gericht gelegenheid geboden input mee teg even aan de
RDWI.
KANTTEKENINGEN Voor deze fase voorzien we niet in een formeel raadsbesluit, wellicht zijn er raadsleden of -fracties die er wl behoefte aan hebben, maar dat is dan aan de raad om te bepalen.
SAMENSPEL
Is een interne aangelegenheid van de regeling en de delenemers. Op de voorbereiding en uitvoering is een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de RDW! als ook van de deelnemers betrokken. Daarnaast nemen we de raadsrapporteurs Jeroen van den Heuvel en Silke Zwart mee in het proces. Deze zijn zoals hiervoor al gemeld content over de opstelling en inzet van de RDWI op het punt van de nabijheid en betrokkenheid van de gemeenteraden.
FINANCIËLE TOELICHTING Geen directe financiëlle consequenties.
JURIDISCHE ASPECTEN Stap 1 is nog een informele voorbereidingshandeling. Voor stap 3 is ook een formeel raadsbesluit vereist.
DUURZAME ASPECTEN Nvt.
UITVOERING PLANNING e e e
Collegebesluit 21 februari Via de voorhangprocedure wordt de raad in de periode 23 februari tot en met 14 maart aanstaande, bespreking postlijst raad in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen kenbaar te maken. _Op 15 maart wordt de RDWI de input vanuit Zeist toegestuurd
COMMUNICATIE
Nvt.
BIJLAGEN e e e
e
_PR23.004 Brief en memo RDWI wijziging gemeenschappelijke regeling RDW! _Excellbestand wijzigingenoverzicht wijziging gemeenschappelijke regeling RDW! Concept reactie aan de RDWI met input Zeist voor de wijziging van de gemeenschappelijke Regeling
Concept RIB
EVALUATIE N.v.t. de raad wordt via RIB en voorhangprocedure betrokken.
N
nt | |
Publiekshal = Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl = www.twitter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 = zeist@zeist.nl
Gemeente Zeist Algemeen en Dagelijks Bestuur RDWI Postbus 13 3700 AA ZEIST.
Datum
22 februari 2023
Ons kenmerk Uw kenmerk
Bijlage(n)
Onderwerp
Behandeld door
S&B/B&A
Wijziging GR RDWI na wijziging Wgr
Geacht bestuur,
Wij danken u voor de toezending van het wijzigingsmemo over de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). U vraagt onze input voor het vervolgproces voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling als gevolg van de wetswijziging per 1 juli jl. Met deze brief maken wij de reactie van Zeist als deelnemer aan uw gemeenschappelijke regeling kenbaar. De gemeenteraad hebben we via de zogenoemde voorhangprocedure Gemeentewet op deze reactie betrokken. Deze reactie staat in dat kader geagendeerd op de lijst van ingekomen
stukken van 21 maart, die op 14 maart aanstaande wordt besproken. Na die bespreking zenden wij
eventuele aanvullende wensen of bedenkingen uit onze gemeenteraad onverwijld aan u door.
Onze reactie is gebaseerd op de door u toegezonden stukken. Daarin bent u ingegaan op de wijzigingen die een bestuurlijke keuze behoeven een heeft u daarvoor suggesties gedaan en overwegingen in beeld gebracht. Alvorens wij onze inhoudelijk input geven melden wij u graag dat wij zeer tevreden zijn over uw inhoudelijke en procesmatig aanpak van dit proces en de ambtelijke en bestuurlijke nabijheid die hiervoor door u is gecreëerd. Dank daar voor. Bij de voorgestelde keuzen hebben wij vanuit de bestaande samenwerkingscontext gekeken of ze de positie van de gemeenteraad nog verder versterken en of uw samenwerkingsverband de taken vervolgens nog doelmatig en doeltreffend kan blijven oppakken. Alles afwegende komen wetot de volgende reactie c.q. input voor het vervolgproces: Een gemeenschappelijke adviescommissie van raadsleden?
Wezijn het eens met de constatering dat deze bepaling niet overgenomen hoeft te worden in de te wijzigen tekst van de gemeenschappelijke regeling. De wet zelf vormt immers reeds de basis en biedt de mogelijkheid tot initiatief aan de raden. Gezien hetfeit dat we zelf al met raadsrapporteurs werken voor de regelingen ligt het op dit moment meer in de reden om per regeling te bekijken of de nabijheid van de regeling tot de gezamenlijke raadsrapporteurs van de deelnemers (en vice versa) kan worden vergroot. Nog meer bestuurlijke drukte voor de regeling(en) en de deelnemers, waaronder de raden,
Austerlitz = Bosch en Duin = Den Dolder = Huis ter Heide = Zeist
achten wij uit een oogpunt van werkdruk voor alle betrokkenen en beheersing van de overheadkosten niet gewenst. Onzelijn is om de ingeslagen weg van de nabijheid tot de gemeenteraden met o.a. de
raadsrapporteurs te bestendigen en verder uit te bouwen. We zien geen aanleiding om daarnaast nog een raadsadviescommissie in het leven te roepen. Of de raden van de deelnemende gemeenten zienswijzen kunnen geven op bepaalde ontwerpbestuursbesluiten? We delen de lijn in het voorstel om niet tot verdere uitbreiding van het aantal bestaande zienswijze
mogelijkheden voor deze GR te kiezen. We gaan er daarbij vanuit dat de bestaande maar niet in de tekst van de GR vastliggende mogelijkheid van het indienen van een zienswijze naar aanleiding van
de jaarlijkse kadernota behouden blijft. Dit is ook in lijn met de wens van onze raad zoals via motie uitgesproken bij de GR VRU. Ofer burgerparticipatie casu quo inspraakmogelijkheid is voor ingezetenen en andere
belanghebbenden op bepaalde ontwerp-bestuursbesluiten.
U werkt al met een cliëntenraad die steevast op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid
wordt betrokken. Ook wordt gewerkt met klanttevredenheidsonderzoeken waarop vervolgens ook weer de cliëntenraad betrekt. De RDWI is in die zin een voorbeeld waar dit facet al goed is geregeld. Wat ons betreft kan worden volstaan met het vastleggen hiervan in de GR. Temeer daar ook nog geldt
dat voor het beleid dat via de deelnemers moet worden vastgesteld door de gemeenteraden, de deelnemers zelf de lokale burgerparticipatie op maat organiseren. De uitwerking van hoe de informatie wordt verstrektin het kader van de actieve informatieplicht?
Wij zijn voorstander van het opnemen van een generieke bepaling dat de invulling hiervan van geval tot geval bepaalt wordt door de bestuursorganen van de GR. Door de Wet open overheid (Woo) moet
al veel (meer) informatie openbaar worden gemaakt. In de kadernota 2024 is hiervoor ook budget voor extra personele capaciteit bij de RDWI opgenomen, wij hebben er al vertrouwen in dat uw besturen hir
op goede wijze invulling aan geven.
Of evaluatieverplichting noodzakelijk is en hoe?
We zijn het eens met de constatering dat deze bepaling al in artikel 37 van de GR is uitgewerkt. Weel merken wij op dat het in deze wetsbepaling gaat om de evaluatie van de GR, doel en nut van de samenwerking en de bewuste afweging voor en door de deelnemers (raden) of dit voorzetting op de huidige wijze verdient of niet. Het gaat dus niet om de evaluatie van specifiek beleid of specifieke instrumenten. Daar kan door de
besturen van de GR al dan niet op verzoek van de deelnemersaltijd toe worden besloten.
Daarnaast constateren c.q. melden wij dat bij de GR VRU (ODRU, AVU en GGD) de frequentie van de evaluatie wordt bepaalt op 1 maal per zes jaar. Wij geven u in overweging daar aansluiting bij te zoeken en de in artikel 37 van uw GR opgenomen termijn van 4 jaar aan te passen.
i
Austerlitz = Bosch en Duin = Den Dolder = Huis ter Heide = Zeist
NI | |
In de uittredingsbepalingen moeten de gevolgen voor het vermogen van het openbaarlichaam en de deelnemers worden geregeld.
Gemeente Zeist
Uittreding is in zijn algemeenheid een proces waarbij de belangen van de verschillende partijen botsen. Het is dan gewenst dat vooraf zoveel mogelijk duidelijk is wat de spelregels en (mogelijke) consequenties van een besluit tot uittreding zijn. De door u als suggestie geopperde uittredingsregeling met een aflopend forfaitair bedrag spreekt ons aan. Het lijkt ons zinvol met elkaar in het vervolg proces te bekijken en beoordelen of een regeling met een afbouw in 5 of 3 jaren de voorkeur geniet.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en kijken met vertrouwen uit naar de vervolg stappen in dit proces.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
eltWW
Dr] a Grotens
ee
-
Austerlitz = Bosch en Duin = Den Dolder = Huis ter Heide = Zeist
ad == ET
a
ED ase
EZ Gemeente Zeist
zen